© Naser Kianersi
reacties (0)

Fotograaf Naser Kianersi (º1985) vluchtte uit zijn thuisland Iran voor het streng islamitische regime dat hem verbood foto’s te maken van naakte vrouwen. Vandaag woont hij al zeven jaar in Leuven, hoewel dat ook niet zonder slag of stoot is verlopen.

In Iran droegen de vrouwen in de jaren zestig korte(re) rokken en konden ze onbedekt door de straten wandelen. Het regime van sjah Reza Pahlavi liet vanaf 1961 een emancipatorische wind door het land waaien die landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht voor de Iraanse middenklasse in de steden met zich meebracht. Maar de vreugde was van korte duur. In 1979 nam Ayatollah Khomeini de macht over en voerde hij de sharia – de islamitische wetgeving- in, waar de overwegend islamitische bevolking zich strikt aan moest houden.

Een doorn in het oog

Fotograaf Naser Kianersi groeide op in Iran aan het eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Hij ondervond aan den lijve hoe het regime iedere dissidente stem de kop indrukt en alles wat het islamitische ideaal uitdaagt, gevaar loopt. Zijn werk was van bij het begin een doorn in het oog van het regime: schaars geklede vrouwen in opvallende kleuren en ongecensureerde poses. “Een man mag dergelijke beelden van een vrouw niet maken,” was de reactie van de overheid. Kianersi werd opgepakt en tien dagen opgesloten – zonder recht op een advocaat en contact met de buitenwereld. Toen hij werd vrijgelaten, moest hij verklaren dat hij het beroep van fotograaf nooit meer zou uitoefenen.

Vol teleurstelling verliet hij zijn thuisland. “Geen sprake dat iemand me mijn passie zou ontnemen,” zegt Kianersi. “Nog liever alles achterlaten en opnieuw beginnen in een ander land. Kort daarna vertrok Kianersi naar België. “Toen ik in Leuven kwam wonen, moest ik me aanmelden bij het OCMW. De medewerker die me inschreef, vroeg me waar ik de kost mee wilde verdienen. ‘Fotografie natuurlijk!’ antwoordde ik enthousiast. ‘Fotografie is een hobby. Wat wil je doen als job?” vroeg ze kort en krachtig. Dat was een harde noot om te kraken. Ik was gevlucht van een regime dat me de mond wilde snoeren naar een overheid die mijn werk niet serieus nam.”

© Naser Kianersi

Melkkoe

Het OCMW drong er op aan dat hij werk zou zoeken als schoonmaakhulp. “Ze vonden me te oud om nog te gaan studeren en te jong om een werkloosuitkering te krijgen,” zegt Kianersi. “Maar ik was niet gevlucht om te gaan poetsen.” Dat antwoord viel niet in goede aarde bij het OCMW. “België is geen koe die je kan uitmelken,” was hun antwoord. Ik wist niet wat ik hoorde. Het hele gedoe heeft me erg geraakt. Ik voelde me geviseerd.”
Kianersi kreeg na het vooral uiteindelijk een job aangeboden in de horeca, maar viel al snel uit wegens rugproblemen.

In België begon Kianersi ook aan een opleiding fotografie aan Sint Lucas, waar hij twee jaar les volgde. Hij wilde de fotografische beeldtaal van de Westerse fotografie leren begrijpen. Hoewel hij in Iran al vaak met naakte lichamen werkte, en hij het vrouwelijk lichaam altijd centraal gezet heeft in zijn werk, ontdekte hij in België een bredere en meer gevestigde kijk op fotografie. Kianersi ziet een lichaam als iets neutraals: “Iedereen bezit het, waarom zouden we het bedekken? Iedereen weet toch wat er onder de kleren zit? Mijn modellen zijn naakt, maar dat is bijzaak. Ik zet hun lichaam in om een verhaal te vertellen.”

Erotiek? Niets van

“Mijn beelden vormen een weerspiegeling van mijn leven,” zegt Kianersi. “De mens wordt vaak beperkt door zijn omgeving. In mijn werk zet ik mijn modellen vaak in benarde situaties. Ik zet ze klem, in bepaalde houdingen die al na een paar minuten onhoudbaar worden. Daarmee wil ik de beklemming, de benardheid, de belemmering van de samenleving symboliseren. Er komt vaak kritiek op mijn werk dat het vrouwen zou objectiveren. En dat klopt in zekere zin: ik zie mijn modellen inderdaad als een object, als acteurs in een verhaal. Ze dragen maskers en ik vraag hen om in benarde posities te gaan zitten, omdat ik een verhaal wil vertellen. Er is niets erotisch aan mijn werk – integendeel.”

Dat hier in België ook taboes heersen, mocht Kianersi onlangs ondervinden. Een tijdje geleden wilde hij een tentoonstelling van zijn werk organiseren in het gemeentehuis van Schaarbeek. In het werk zouden vluchtelingen afgebeeld worden als Jezus. “Het project werd niet goedgekeurd door de gemeente,” zegt hij. “Ze vonden het te controversieel, omwille van de gevoeligheden rond de vluchtelingenkwestie. En ik begrijp dat ook wel ergens. Iedere samenleving heeft haar eigen taboes. In Iran is dat vooral geënt op religie, in België zijn er andere: hier hebben mensen een bepaalde visie op hoe het leven er moet uitzien. Alles moet hier duidelijk omkaderd en gedefinieerd zijn."


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad -online op 05/02/2019

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie