Het is bijna middag als een trein met korte schokjes tot stilstand komt in een klein stationnetje. Op het blauwe bord met witte letters staat ‘Ieper’ aangegeven. Een naam die ergens, hoe dan ook, gruwelijke beelden naar boven roept. Hier is het dus, de hoofdstad van Wereldoorlog I. Uit de trein stapt slechts een tiental mensen. Voornamelijk West-Vlamingen aan het accent te horen, hier en daar een Franstalige. Geen toeristengolf dus. Gelukkig maar: een station als dit is niet voorbereid op een trein met duizend toeristen. Er zijn maar vier sporen en elk uur vertrekken twee treinen. Eentje richting Kortrijk en de ander richting de slagvelden van Poperinge. Het is duidelijk King’s Cross niet.
De straten van Ieper ogen zeer ouderwets. De straatverlichting lijkt zo uit de Belle Epoque te zijn weggerukt. In elke straat vind je ook wel een poppy-symbool terug. De kleine rode klaproos is na de oorlog symbool geworden voor die oorlog en de herdenking ervan.