In beeld | J100 vergadert over mentaal welzijn met jongeren
BinnenlandColumn | “Als lesbische vrouw leerde ik dat opvallen gevaarlijk kon zijn”
“Nederlandse tieners minder positief tegenover homoseksualiteit dan vier jaar geleden”, meldt de VRT. Content creater Jonathan Medart toont op sociale media hoe hij in de straten van Gent wordt lastiggevallen en homofobe verwensingen krijgt te horen: die verhalen van afgelopen weken deden reporter Bo (21) in haar pen kruipen om uit solidariteit een geheim dat ze al lang met zich meedraagt, eindelijk te delen.
Hallo.
Ik ben Bo.
En ik ben lesbisch.
En niemand weet dat.
Niemand in mijn straat. Niemand in mijn stad. Niemand op deze trein, waar ik gehaast deze tekst schrijf. Niemand van mijn vrienden. Ik hoop niemand van mijn collega’s of mijn docenten. Mijn familie noch mijn mama, noch mijn oma.
Gefeliciteerd, lezer.
Nu weet u het.
Nu weet wellicht iedereen het.
U heeft mijn geheim. U heeft iets wat ik jarenlang zorgvuldig heb opgevouwen, ergens tussen mijn vuile was, een foto van Zendaya en de vraag ‘hedde gij een vriendje?’ waarop ik altijd een antwoord wist dat technisch gezien geen leugen was.
U zou mij ermee kunnen chanteren. U zou mij ervoor in elkaar kunnen slaan. U zou mij een haatmail kunnen sturen. U zou het aan mijn familie kunnen verlinken. Aan mijn vrienden. Aan mijn collega’s. Aan mijn docenten. U zou mijn naam kunnen googelen en mijn gezicht kunnen koppelen aan één woord dat ik zelf nog altijd met enige voorzichtigheid uitspreek:
Lesbisch.
Het zijn 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 letters.
Toch voelt het alsof ik zojuist mijn hele lot aan u heb gegeven.
Als kind werd ik gepest. Voor alles wat ik deed. Voor hoe ik praatte. Voor hoe ik liep. Voor hoe ik eruitzag. Voor hoe ik leefde. Voor dingen waar ik zelf niet eens woorden voor had. Kinderen hebben een bijzonder talent om precies datgene te vinden waarvan je hoopt dat niemand het ziet, om er vervolgens een naam aan te geven en die naam net zo lang te herhalen tot je hem zelf begint te geloven.
Lesbo
Ik leerde toen dat opvallen gevaarlijk kon zijn. Dus werd ik goed in verdwijnen. Niet letterlijk. Ik liep nog altijd over straat. Ik ging naar school. Ik maakte vrienden. Ik lachte. Ik schreef. Ik maakte huiswerk. Ik ging naar mijn hobby’s. Maar sommige delen van mezelf zette ik achter slot. Niet omdat ik mij ervoor schaam. Of misschien toch een beetje.
In de lagere school – ik was misschien negen of tien – riep een jongen: “Vieze Bo is een lesbo.”
Misschien wisten zij al wie ik was. Voor hoe ik praatte. Voor hoe ik liep. Voor hoe ik eruitzag. Voor hoe ik leefde. Dus koos ik zorgvuldig een jongen in de klas uit op wie ik verliefd zou worden. Want is dat niet wat iedereen deed? Ieder meisje in mijn klas giechelde over jongens: Bram, Dylan, Lander, wie dan ook.
“Ieuw, Bo is verliefd op u.” Ik denk dat ik nooit verliefd was op Bram of Dylan of Lander.Ik was verliefd op het concept om normaal te zijn.Om erbij te horen. Om geen uitleg te moeten geven waarom ik ben zoals ik ben.
“Ik heb geprobeerd om mezelf ervan te overtuigen dat ik hetero ben. Dat liefde iets is wat je gewoon kan aanleren als je maar vaak genoeg naar dezelfde persoon keek”
Bo (21)
Maar god en mama, ik heb geprobeerd om hetero te zijn. Vergeef mij. Ik heb het echt geprobeerd. Ik heb gedatet met jongens. Ik heb geprobeerd vlinders te voelen waar ik alleen maar zenuwen voelde. Ik heb geprobeerd om mezelf ervan te overtuigen dat ik hetero ben. Dat liefde iets is wat je gewoon kan aanleren als je maar vaak genoeg naar dezelfde persoon keek.
Ik zweer het, ik heb geprobeerd. Ik heb geprobeerd om normaler te zijn.
Ik heb naar heteroporno gekeken. Naar iedere film die ik kon te pakken krijgen waarin een man en een vrouw elkaar kussen. Naar Disneyfilms waarin iedere prinses uiteindelijk een prins vindt.
Ik heb geprobeerd te begrijpen waarom iedereen daar zo vanzelfsprekend gelukkig van leek te worden. Waarom het voor hen zo gemakkelijk leek. Waarom het voor mij niet werkte. Waarom ik geen ene vlinder kreeg voor Dylan.
Maar ik herinner me wel het gevoel dat ik wel een abnormale sociopaat moest zijn. En dood moest. Omdat ik geen vlinders kon krijgen voor Dylan.
Wat was er fout met mij?
Ik zweer het, ik heb geprobeerd, mama.
Hou je nog van mij?
Sorry. Sorry. Sorry.
Sorry, mama. Omdat de pijn in mijn hart wanneer een mooi meisje verliefd wordt op een jongen groter is dan de pijn die ik voel wanneer ik denk aan het feit dat ik mijn ouders misschien geen kleinkinderen kan geven.
Sorry, Charlien. Omdat ik wou dat je van mij hield en niet van Lander. Sorry, maatschappij, ik wou dat ik iemand normaal kon liefhebben.
Verliefd moeten zijn
Dat is misschien het meest absurde aan jarenlang proberen hetero te zijn. Je probeert niet alleen te doen alsof je iemand anders bent. Je probeert jezelf ervan te overtuigen dat liefde op een bepaalde manier moet voelen. Dat er een correcte persoon bestaat op wie je verliefd hoort te worden. Dat iedereen dat begrijpt, behalve jij.
En ondertussen wordt het woord ‘lesbisch’ steeds groter. Eerst is het een scheldwoord dat een jongen naar je roept op de speelplaats. Dan wordt het een woord dat je niet hardop durft te zeggen. Dan een woord dat je opzoekt. Dan een woord dat je verwijdert uit je zoekgeschiedenis. Dan een woord dat je typt en weer wist.
En uiteindelijk wandel je in Gent en roept iemand het naar je: “Vieze lesbo.”
En je probeert het te ontkennen. Want je praat zoals iedereen. Je loopt zoals iedereen. Je ziet eruit als iedereen. Je leeft zoals iedereen. Maar ik gaf over op de jongen die zei dat hij van me hield.
“Vieze Bo is een lesbo.”
Ik leerde toen dat opvallen gevaarlijk kon zijn. Dus werd ik goed in verdwijnen. Letterlijk. Ik liep niet meer over straat. Ik ging niet meer naar school. Ik maakte geen vrienden meer. Ik huilde. Ik huilde. Ik huilde. Ik ging naar de hel. Maar sommige delen van mezelf haalde ik van achter slot.
Lesbisch.
Ik ben lesbisch.
En plots staat het er.
Zwart op wit.
“Misschien gebeurt er helemaal niets. Waarschijnlijk gebeurt er helemaal niets. Maar ik heb jarenlang geleefd alsof er ieder moment iets kon gebeuren”
Bo (21)
Dat is een verschil dat moeilijk uit te leggen is aan iemand die nooit bang heeft hoeven zijn dat een simpel stukje informatie over zichzelf zijn hele sociale leven kan veranderen.
Want wat gebeurt er wanneer een geheim geen geheim meer is? Word ik dan anders? Nee. U weet nu alleen iets over mij wat u vijf minuten geleden nog niet wist.
Mijn stem is dezelfde. Mijn gezicht is hetzelfde. Ik zit nog steeds op dezelfde trein, nog steeds veel te gehaast te typen. De wereld is niet veranderd. Alleen mijn gevoel dat ik controle heb over mijn eigen verhaal. En misschien is dat wel het vreemdste aan geheimen.
Je bewaart ze omdat ze van jou zijn. Maar op een bepaald moment begin je te vrezen dat ze je niet meer toebehoren. Dat het geheim van iedereen is. Dat iemand anders ze kan vinden. Dat iemand anders ze kan vertellen. Dat iemand anders kan beslissen wanneer jij klaar bent om gezien te worden.
Misschien word ik nu wel uitgejoeld in Gent. Vieze lesbo. Misschien lacht iemand. Misschien vertelt iemand het aan mijn mama. Misschien gooit ze me op straat. Misschien leef ik dan op straat in een doos van de Delhaize, te bedelen voor een muntje. En wou ik dat ik het nooit had gezegd.
Misschien gebeurt er helemaal niets. Waarschijnlijk gebeurt er helemaal niets. Maar ik heb jarenlang geleefd alsof er ieder moment iets kon gebeuren.
Dus ja, gefeliciteerd, lezer.
Nu weet u het.
Maar u kent mij nog altijd niet.
Mijn naam is Bo.
Hallo.
Lees ook de reeks ‘Onderwijs zonder label’ van reporter Valentine Vanparys waarin ze onderzoekt hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren.
Heb je na het lezen van dit artikel vragen of nood aan een gesprek? Lumi is een info- en luisterlijn voor al je vragen over gender, geslacht en seksuele oriëntatie. Je kan er informatie vragen of je verhaal doen. Dat is volledig gratis. Meer info: www.lumi.be.