Met of zonder de competitiehervorming: amateurvoetbalclubs hebben het almaar moeilijker om te overleven. Voetballiefhebbers vrezen dat nog meer clubs zullen verdwijnen. “Ik verwacht binnen een aantal jaren veel minder ploegen in de provinciale voetbalklassen.”

Het gaat al jaren niet goed met het Belgische amateurvoetbal. Verschillende clubs zeggen dat het zo niet verder kan en kenners zijn het er over eens: het is vijf voor twaalf. “Het gaat steeds moeilijker”, geeft Michel Pradolini, voorzitter van de Merksemse City Pirates, toe. “De inkomsten in de kantine zakken. Door de crisis letten de mensen steeds meer op hun centen. Vooral bij toernooien valt dat op. Vroeger kwam de hele familie mee. Iedereen bleef na de match nog een tijd hangen - dat is nu gestopt.”

“Mensen zijn ook mondiger geworden”, weet Pradolini. “Ze betalen veel lidgeld en eisen dan ook veel in de plek. Soms te veel. Het prestatiegerichte denken van sommige ouders en trainers overstijgt regelmatig het normale. Het is moeilijker geworden om sponsors en vrijwilligers te vinden. Zwart geld blijft bovendien een belangrijk negatief punt. De enorme stijging van de kosten voor nutsvoorzieningen en infrastructuur weegt ook zwaar.”

Clubs verdwijnen

Ook Noël Isenbaert, voorzitter van FC Merksem, merkt een negatieve spiraal . “Ik verwacht binnen een aantal jaren veel minder ploegen in de provinciale voetbalklassen, zowel door geldgebrek als gebrek aan opvolging van de bestuursleden.“ Pradolini beaamt dat. “Er gaan zeker nog clubs verdwijnen. We hopen dat er dringend een vergoedingsysteem komt voor jeugdopleidingen.”

Een vergoedingssysteem. Is er voldoende steun voor het amateurvoetbal? Isenbaert wikt en weegt zijn woorden: “Alles kan beter. De stad en de overheid moeten het amateurvoetbal meer promoten. Ze moeten de kleinere ploegen meer ondersteunen. Hoe wij overleven? Dankzij onze tombola, quiz en etentjes.”

“Te weinig respect”

Pradolini van de City Pirates haalt vooral uit naar de overheid en de KBVB. “De overheid mag niet vergeten ook de ploegen die niet in eerste of tweede klasse spelen te steunen. De profclubs rapen alle inkomsten op, terwijl ze de goede spelers bij de kleinere ploegen wegplukken. Onze club vangt duizend kinderen op in een Antwerpse probleembuurt. We investeren daar veel tijd en geld in, maar dat lijken ze niet te zien. We krijgen hiervoor te weinig respect. Daarnaast moet ook de KBVB meer rekening houden met de problemen van stadsploegen.”

Het stadsbestuur doet wel haar best volgens de voorzitter. “De stad doet veel en toont veel goede wil. Alleen moeten zij opletten dat clubs gelijkmatig behandeld worden. Evaluaties moeten gebeuren op basis van harde feiten, niet op het aantal supporters.”

Nieuwe subsidie

Volgens Kris Goossenaerts, kabinetsadviseur van Antwerps schepen van Sport Ludo Van Campenhout (N-VA), doet de stad al veel voor de clubs. “De stad moet zwaar saneren, maar we hebben niet bespaard op de ondersteuning van onze sportclubs. De vergoedingen en de huur voor het gebruik van de stedelijke sportinfrastructuur werden niet verhoogd en de subsidies niet verlaagd.”

De stad Antwerpen erkent de belangrijke maatschappelijke waarde van voetbal- en andere sportclubs. “We blijven hierin investeren”, stelt Goossenaerts. “We hebben een nieuwe subsidie voor sportverenigingsmanagers ingevoerd. Tenslotte hebben we een nieuw systeem voor kansarmen, waarbij we met Sporting A honderd euro per persoon bijdragen, zodat ze hun lidgeld of andere kosten kunnen betalen.”

Cafetariaplan

"Daarnaast vinden we het belangrijk dat sportclubs zelfredzaam worden, ook financieel", aldus Goossenaerts. "De belangrijkste inkomstenbron voor de meeste voetbalclubs is de cafetaria. Daarom werken we aan een cafetariaplan, zodat we met tips ook daar kunnen helpen. We hebben het ook gemakkelijker gemaakt om infrastructuursubsidies voor sportcafetaria’s te krijgen."

“Voetbalclubs signaleren ons dat de grootste problemen de dalende opbrengst van de cafetaria’s zijn, maar ook de stijgende vergoedingen voor de spelers van de eerste ploegen”, zegt Goossenaerts. Maar hij heeft niet de indruk dat amateurvoetbal op sterven na dood is, integendeel.

"Natuurlijk zijn er problemen, maar die moeten we samen met de clubs oplossen. Voetbal blijft voorlopig de populairste sport, ook in onze stad. Er zijn dan ook heel wat clubs die blijven groeien, sommige moeten nieuwe spelers zelfs weigeren. Niet alle clubs zijn er belabberd aan toe", stelt Goossenaerts.

Ook Pradolini blijft strijdvaardig. “We geloven in ons project, willen het sociaal-maatschappelijk luik verder uitbouwen en onze ervaringen delen met anderen. Jaar na jaar worden we beter, zelfs met een krap budget. We zullen zien wat de toekomst brengt.”

© 2015 – StampMedia - Robin Michiels


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad - online op 18/06/2015