reacties (0)

Het gewijzigde onderwijsdecreet laat scholen toe om niet-taalvakken, zoals chemie, wiskunde of aardrijkskunde, te geven in een taal naar keuze. Vanaf 1 september kunnen 1.780 leerlingen uit het middelbaar onderwijs dus vakken volgen in een andere taal. Maar is die nieuwe didactische aanpak wel haalbaar? Een groot deel van de Vlaamse middelbare scholen en leerkrachten twijfelt er (nog) over.

Immersie-onderwijs is vanaf dit schooljaar ook mogelijk in Vlaanderen. “We hebben een grote achterstand op het vlak van talenkennis, zeker als je het internationale plaatje bekijkt”, legt Nathalie De Bleeckere van het departement Onderwijs en Vorming de noodzaak uit. “Als CLIL-vakken (Content and Language Integrated Learning) op een goede manier gegeven worden, zijn ze voor de leerlingen zeker een meerwaarde.”

De IVG-school in Gent is één van de 25 scholen die mee op de kar springen. “Het is belangrijk om een vak te geven met de realiteit in het achterhoofd”, vertelt directeur Olivier Szafiro. In de school wordt vanaf vandaag economie in het Frans gegeven en informatica in het Engels. “We hadden het geluk dat onze leerkracht economie een native speaker is. Onze leerkracht informatica is geslaagd voor de speciale testen van de overheid die verbonden zijn aan de Cambridge University."

Kansarme jongeren

Elke Vlaamse middelbare school krijgt de kans in te stappen in het immersie-onderwijs, maar scholen argumenteren dat het systeem niet ontwikkeld is met een heterogeen studentenpubliek in het achterhoofd. “De helft van onze leerlingen zijn studenten uit een kansarm gezin”, vertelt directrice Christel Moors van het atheneum in Bree. Haar school doet niet mee aan immersie. “Wij kiezen er bewust voor om meer tijd te steken in remediëring en intensieve begeleiding van de jongere, dan in extra taalprojecten”, aldus Moors.

Jef Schoofs, directeur van het Technisch Instituut Heilig Hart in Hasselt, twijfelt over de efficiëntie van het systeem in het technisch onderwijs. “Leerlingen in het TSO staan hier volgens mij niet voor open. Die uit het ASO dan weer wel.” Toch zijn er volgens De Bleeckere zowel ASO- als TSO-scholen die zich engageren voor het project. “Jongeren worden beloond voor hun inspanning door middel van een incentive, zoals een taaluitstap. Dat werkt heel motiverend.”

In het Genkse Onze-Lieve-Vrouwelyceum evolueren ze geleidelijk naar immersie. Er wordt voorlopig slechts één vak in het Engels gegeven. ICT-leerkracht Jens Veltjen: “CLIL een goede leermethode is voor leerlingen uit de derde graad, maar de methode is minder geschikt is voor de eerste graad. Als de leerlingen te jong zijn, zijn ze de taal nog niet machtig. Als ze de taal al langer onderwezen gekregen hebben, gaat alles vlotter.”

Szafiro van de Gentse IVG-school, die enorm enthousiast is over het CLIL, spreekt dat tegen. “Bij ons worden de vakken zowel in de eerste als in de derde graad gegeven.”

Witte raaf

Een ander probleem is dat leerkrachten vaak niet voldoende zijn opgeleid om hun vakken in een andere taal te kunnen geven. Verschillende testen zouden uitwijzen of een leerkracht al dan niet over voldoende kennis van de gekozen taal beschikt. “Maar amper een enkele witte raaf onder ons lerarenkorps heeft voldoende kennis van de vreemde talen en dat is niet genoeg om in het project te stappen”, vertelt Schoofs. Hij voegt er wel aan toe dat hij het een sterk initiatief vindt.

Natalie Drees, coördinatrice van de Go! Geel, sluit zich daar bij aan. “Naar de leerling toe is het een prachtig initiatief, maar organisatorisch is het voor ons niet haalbaar. Weinig leerkrachten zijn én hun vakgebied én een andere taal machtig. Vaak heeft iemand bijvoorbeeld Nederlands en geschiedenis gestudeerd. Die leerkrachten kunnen niet plots hun vak in het Engels geven.”

Vakgerichte termen

De Vlaamse leerkrachten vrezen dat immersie-onderwijs heel wat inspanning zal vragen. Het is moeilijk om vakgerichte termen naar een andere taal te vertalen. Voor leerkrachten die het einde van hun carrière tegemoet gaan, is het ook niet zo simpel om plots het roer helemaal om te gooien.

Schoofs: “Ik geloof dat deze aanpak zeker kan werken, op voorwaarde dat de student die momenteel les volgt in het hoger onderwijs en beslist om later leerkracht te worden, een voldoende grote talenkennis ontwikkelt. Bestaande leerkrachten opleiden wordt geen succesverhaal.”

Het departement Onderwijs en Vorming verwacht dat in de toekomst nog heel wat scholen zullen intekenen voor het initiatief. “Ik merk dat velen nu nog afwachten, maar naarmate er meer informatie over het decreet in de media zal verschijnen, zullen er ook meer scholen deelnemen aan deze vorm van onderwijs”, besluit Nathalie De Bleeckere.

© 2014 - StampMedia - Valerie Schreurs 


Dit artikel werd gepubliceerd door DeRedactie.be op 01/09/2014


Reacties

Plaats een reactie