• Onze zomerkampen staan online, check ze hier en schrijf je in

  • Elke woensdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Kom met ons mee naar festivals deze zomer om te reporteren

© Pexels, Pavel Danilyuk

Column | God is dood. Althans, dat dacht ik

Pablo Verhaeghe schrijft over een bijzondere ontmoeting die hij had met een jonge gelovige. “Ze zat niet op de kansel in de kerk, wel al predikend op een terras in Leuven.”

Op een vrijdagavond in Leuven, terwijl ik wijn deelde en brood brak met mijn elf vrienden, herrees Hij plots toch. Ze was wat je een godfluencer zou noemen: een oprechte gelovige die het woord van Jezus volgt en dat dagelijks deelt met haar volgers.

Het gesprek startte onschuldig. Ze sprak over naastenliefde en zelfaanvaarding, pakte die in met fluweelzachte woorden en bracht die vervolgens met volle overtuiging. Hoewel dit thema’s zijn waar je moeilijk bezwaar kan tegen inbrengen, had ik het gevoel dat ik naar een reclamespotje luisterde. Ze probeerde mij iets te verkopen, één antwoord op al mijn vragen: God.

Bij mij was er die avond geen vraag naar dat aanbod. Bij veel van mijn leeftijdsgenoten is die er wel. Want religie maakt zich opnieuw populair bij jongeren. Ze manifesteert zich niet meer in zondagsmissen en kerkkoren, nee, die tijd is voorbij. Religie is esthetiek geworden: ze vertaalt zich in kruisjes als sieraden en bijbelverzen op Instagram. Subtiel, maar aanwezig.

Naarmate het gesprek vorderde, werden mijn vragen indringender, haar glimlach bleef onveranderlijk. Ze straalde rust uit, de rust van iemand die ervan overtuigd is dat ze op de wereld was gezet om precies dit soort gesprekken te voeren. Blind geloof zag ik altijd als iets van een andere tijd, een overblijfsel uit een wereld die in niets meer op de onze leek. Maar hier zat ze tegenover mij, niet op de kansel in de kerk, wel al predikend op een terras in Leuven.

“Zelfs de meest fanatieke gelovige moet soms kiezen tussen wat ze voelt en wat er duizenden jaren geleden door mannen werd neergeschreven”

Pablo Verhaeghe (21)

Toen stelde ik de vraag: “Wat vind jij van abortus?” Ze aarzelde heel even, maar lang genoeg om te zien dat ergens tussen de esthetiek en overtuiging een kloof gaapt die geen bijbelvers kan dichten. Want zelfs de meest fanatieke gelovige moet soms kiezen tussen wat ze voelt en wat er duizenden jaren geleden door mannen werd neergeschreven. Ze koos de mannen.

“Abortus is niet Gods wil.”

En daarna een stilte. Ze zocht naar woorden om haar product mee te verpakken, maar vond geen inpakpapier. Dezelfde mond die me net vertelde dat ik mezelf moest aanvaarden, vertelde nu aan andere vrouwen wat ze niet mochten doen. Daar stonden ze dan, de kleine lettertjes, ergens onderaan de advertentie. Tussen de zachte woorden, de kruisjes en de bijbelverzen zat een boodschap die een stuk minder modern was dan de verpakking deed vermoeden. Want wie kijkt er nu naar de inhoud als de verpakking zo mooi is? 

Amen.