© Davy Espitallier via Flickr

Seppe Ceunen is 23 jaar en vrijwilliger bij Kazou, de jongerenvereniging van de Christelijke Mutualiteit die reizen organiseert voor jongeren tussen 7 en 18 jaar. Hij beschrijft hoe hij als reisbegeleider hoopvol naar de zomer wil kijken.

 ‘We zitten al een jaar aan onze schermen gekluisterd. Niet omdat die zo boeiend zijn, maar uit noodzaak. Voor iedereen werd het leven abrupt on hold gezet. Mensen moesten van thuis uit werken, scholen gingen dicht, alles wat voor entertainment kon zorgen sloot de deuren. Jongeren hebben zich taai moeten houden. We hebben met z’n allen lang in onzekerheid geleefd. ‘De scholen kunnen volgende maand weer open’ berichtten de journaals, waarop ik mij dan luidop afvroeg ‘ben je daar wel zeker van?’  

Ook vorige zomer was dat niet anders. De overheid gaf de jeugdwerkorganisaties het vertrouwen om onze jongeren een leuke en veilige zomer te bezorgen. En ik durf luidop te zeggen dat dat een razend succes was. Ik had er zelf een academiejaar op zitten dat ik voornamelijk vanuit mijn kot beleefd had. Ik had zelf mijn buik vol van zoommeetings en e-peritieven. Om dan terug met die jongeren op stap te mogen, dat voelde als een godsgeschenk. Wij, animatoren, deden ons best om alles zo coronaproof mogelijk te laten verlopen en we werden daar enorm goed in ondersteund door onze organisatie. Pas toen merkte ik hoe zwaar het ook op mijn deelnemers gewogen had. Ik herinner mij een moment op een avond, waarop twee deelnemers uit de provincie Antwerpen niet konden stoppen met lachen. Ik vroeg hen waarom en ze antwoordden me dat ze zich in lange tijd niet meer zo goed gevoeld hadden. Thuis mochten ze toen, door de avondklok in de provincie Antwerpen, niet meer buiten zijn na 23u30.  

Kijk, de zomer staat weer op de helling. 

Ook de rest van de reis zag ik weinig anders dan lachende gezichten. Het was een week vol ontlading voor die jongeren. Ze waren dankbaar dat ze na een jaar nog eens gewoon, ongegeneerd jong konden zijn. En dat deed enorm veel deugd.  

Nu de nieuwe zomer voor de deur staat en er luidop gedroomd wordt over reizen naar het buitenland, blijf ik toch weer op mijn honger zitten. Ik weet dat ik mijn vaccin (prik 1 en 2) niet ga krijgen voor ik (hopelijk) naar de Zwitserse Alpen trek om opnieuw een hoop jongeren de week van hun leven te geven. Ik weet ook dat mijn deelnemers, 13- en 14-jarigen tegen dan nog niet in aanmerking komen voor een vaccin. En dat knaagt wat. We staan nu minder dan een maand voor de start van de zomer, en wat weten we? Zelfs daar kan ik geen antwoord op geven. Moet ik me laten testen? Enkel bij vertrek? En wat als ik daar, ter plaatse een pretpark een zoo of een museum wil bezoeken? Moet ik me dan daar opnieuw laten testen? Ik hoor het ze nog zeggen: we laten de jongeren achteraan in het rijtje aanschuiven, want we kunnen gevaccineerden toch geen extra voordelen geven tegenover de rest. We zijn nu ruim vier maanden verder en kijk, de zomer staat weer op de helling. 

Terug naar normaal, terug naar ravotten met vrienden, terug naar de wereld ontdekken, terug naar jezelf zijn, terug naar jong zijn, gewoon écht jong zijn.

Ik, als student, merk dat het zwaar is geweest. Maar ik haal me altijd opnieuw mijn deelnemers van vorige zomer voor de geest. Geen eindejaarsreis, geen chrysostomos (of 100 dagen), les van thuis uit en hobby’s die niet kunnen doorgaan. Ik kan me niet voorstellen hoe zwaar dit wel niet is voor hen. De onzekerheid en de schijnbare eindeloosheid van de situatie. Hun namen worden maar niet genoemd voor de vaccins, terwijl vele van hen er wel om staan te springen. Terug naar normaal, terug naar ravotten met vrienden, terug naar de wereld ontdekken, terug naar jezelf zijn, terug naar jong zijn, gewoon écht jong zijn. Ze hebben het echt nodig. 

vorige volgende