©Enid Vera Panchana

Ongeveer een op de tien studenten kampt met faalangst. Een portie gezonde stress hoort bij het studentenleven, maar wat als het problematisch wordt? Zoals bij mezelf, al geef ik dat niet graag toe. 

Redactieweek. Een week waarin studenten Journalistiek in groep het redactieleven nabootsen. Een week rond een centraal thema: angst. Ik zou een stuk schrijven over faalangst bij studenten, en daarin ook therapeuten en experten aan het woord laten. Uiteindelijk is het anders uitgedraaid. Wat begon met een klein stressmomentje werd al snel een existentiële crisis. 

Ik ben nooit iemand geweest die snel op zoek gaat naar hulp en ook deze week was ik vastberaden om het op eigen houtje te redden. Maandagochtend begon ik vol goede moed. Maandagavond, op de bus naar huis, rolde er een eerste traan over mijn wang. Dinsdag liep het nog meer fout. Het was een dag vol vragen, tranen en knuffels van mijn dierbaren. Woensdag gaf ik voor de eerste keer in mijn leven toe dat het niet meer ging en zocht ik hulp. En nu zit ik hier, te bekomen van deze emotionele dagen, bezig aan een toch wel zeer persoonlijke tekst die ik dacht nooit te schrijven.

Vele gezichten

Tot vandaag heb ik nooit durven en kunnen zeggen dat ik faalangst heb. Want wanneer zeg je dat? Gezonde stress is normaal en een beetje angst dat kan geen kwaad. Of zoals psychiater Damiaan Denys het zegt: “Zonder angst kan je niet leren.” Maar wanneer gaat het te ver? Wanneer is het problematisch? Is dat wanneer je last hebt van stress, hartkloppingen en maag- en darmproblemen wanneer er een deadline nadert? Of is het pas wanneer je last hebt van een totale black-out, niet meer helder kan nadenken, of niet meer weet hoe je moet schrijven?

Faalangst heeft vele gezichten. Waar studenten met actieve faalangst proberen mislukkingen te vermijden door extreem hard te werken en zich tot in het perfectionistische voor te bereiden, doen studenten met passieve faalangst exact het omgekeerde en proberen ze hun faalangst te verminderen door quasi geen inspanningen te doen. Sommigen beginnen te zweten, anderen te huilen. 

Een effectieve aanpak?

Universiteiten zijn zich bewust van de problematiek en doen hun best om studenten met faalangst te helpen. Een gezonde geest in een gezond lichaam is een belangrijke – zoniet dé belangrijkste – voorwaarde voor (studie)succes. Er wordt steeds meer aandacht besteed aan het mentale welzijn van studenten. De coronapandemie heeft daar zeker voor vooruitgang gezorgd. De studenten – en zij waren ongetwijfeld niet de enigen –  waren ongelukkiger en kregen vaker te kampen met faalangst. Online colleges en opnames van de lessen waren nieuw en zorgden voor een extra dosis stress. Geen contact meer met de medestudenten zorgde er op zijn beurt voor dat een deel van hun vangnet werd weggenomen.

Uit onderzoek blijkt dat ook cognitieve gedragstherapie (CGT) helpt. Via CGT proberen therapeuten inzicht te krijgen in het gedrag van studenten met faalangst. Ze gaan op zoek naar wat de student net bedoelt met faalangst en focussen zich op zijn, haar of hun gedachten. Die worden dan vervolgens uitgedaagd. Kloppen de overtuigingen die we hebben wel? Met gedragstherapie leren studenten hun overtuigingen te weerleggen tijdens realistische oefeningen.

Het probleem is dat niet iedereen tot daar geraakt. Niet elke student gaat zelf op zoek naar bijvoorbeeld een cognitief gedragstherapeut of een studentenpsycholoog. Sommigen zitten thuis, niet uit gemakzucht maar uit angst. Angst om toe te geven dat het niet gaat. Hoewel het voor anderen een logische stap lijkt, is het dat niet altijd. Ik weet nu dat er effectieve methoden bestaan om faalangst aan te pakken en naar wie ik kan bellen voor hulp. En toch doe ik het niet. Waarom niet? Geen idee.

Tweets, Facebookberichten en Instagramstories

De opkomst van sociale media maakt het er ook niet makkelijker op. We vergelijken onszelf voortdurend met anderen. Berichten van leeftijdsgenoten die geweldige punten gehaald hebben en genieten van het studentenleven, kunnen als druk ervaren worden. Hoewel je blij bent voor de ander en hem, haar of hen het allerbeste gunt, zit jij daar wel achter je computerscherm, bang te wezen voor wat komt.

Laten we niet vergeten dat faalangst iedereen kan overkomen en niet enkel schoolgerelateerd is. Ook Joris van Rossem (31), alias Metejoor, die bij de uitreiking van de Music Industry Awards (MIA's) met drie beeldjes naar huis ging, heeft jarenlang kansen aan zich laten voorbijschieten door faalangst. Faalangst is iets van alle leeftijden. 

Dus, liefste student, liefste iedereen, weet alsjeblieft dat het oké is om te falen. Het is oké om plots niet meer te weten hoe te schrijven, te leren of te presenteren. Het is oké om soms terug vanaf nul te moeten beginnen. En vergeet vooral niet: je bent niet alleen. 

vorige volgende