Amara Reta
reacties (0)

Wie ‘Pakistaanse vrouwen’ googelt, krijgt meestal niet zo’n vrolijke zoekresultaten. Titels als ‘Onderdrukking in Pakistan’, ‘De tien gevaarlijkste landen voor meisjes en vrouwen’ en ‘Geweld tegen vrouwen in Pakistan’ verschijnen op je scherm. Maar klopt dat eenzijdige verhaal wel?  We gingen op zoek naar sterke vrouwen in België met Pakistaanse roots. En wat blijkt: ze zijn niet moeilijk te vinden. Nahid Shaikh, Amara Reta en Shaireen Aftab vertellen over hun jeugdjaren, ambities en het doorprikken van clichés. 

Amara Reta (40) is de dochter van een Belgische moeder en een Pakistaanse vader. Ze studeerde in 2005 af als Master in de Dramatische kunst aan het RITS in Brussel. Haar eindwerk won de publieksprijs op het Voix Gras festival in Leuven. Als theateractrice was ze te zien in producties van o.a. Villanella, de KVS, Theater Antigone en Het Paleis. Ze speelde ook mee in verschillende Vlaamse fictiereeksen. Momenteel is ze te zien in de theaterproductie Een jihad van liefde. Ze vertelt over haar band met Pakistan en haar vader, en over haar passie voor theater en film.

“Iemand die met kunst bezig is, is per definitie een persoon die zoekende is,” zegt Amara Reta. “Op een of andere manier ben je op zoek naar een taal om je uit te drukken. Ik heb snel ontdekt dat theater mijn taal is. Als kind kon ik moeilijk mijn emoties uiten. Acteren was voor mij een manier om dat tot uitdrukking te brengen. Ik was zes jaar oud en theater spelen zat al in mijn bloed. Op mijn dertiende heb ik me aangesloten bij een theatergezelschap en ontdekte ik wat theater voor mij betekent.’

Amara Reta

‘Ik was goed in wiskunde en wetenschappen. Mijn vader wou dat ik dat pad zou bewandelen. Toen ik op mijn dertiende auditie deed voor een theatergezelschap en ik werd toegelaten, verbrokkelde dat toekomstplaatje voor hem. Elke zondagavond ging ik naar repetities. In het begin loog mijn moeder tegen mijn vader over waar ik was. Maar na een tijdje begint het natuurlijk op te vallen dat je dochter elke zondagavond weg is.”

Passie voor theater

Mijn tante nam mij als kind een paar keer mee naar het theater, daar kreeg ik al meteen kriebels in mijn buik: mijn passie voor theater was begonnen. De Blauwe Maandag Companie maakte als eerste een grote indruk op mij en de versie van Romeo en Julia van Dirk Tanghe blies mij van mijn sokken. Tot op vandaag heb ik nog steeds een zwak voor klassiekers.

In het middelbaar wist ik het zeker: ik wilde naar de toneelschool. Ik juni was het toelatingsexamen, ik slaagde en mocht in september terugkomen voor een werkweek aan het Rits in Brussel. Maar voor die begon, werd ik benaderd door een groep afgestudeerden die mijn toelatingsexamen gezien hadden. Samen met hen maakte ik mijn eerste professionele stuk. Tijdens mijn opleiding voelde ik dat ik helemaal open bloeide. Ik kon experimenteren en zelf dingen maken. Mijn mooiste herinnering tot op vandaag is ‘The Bult and the beautiful’, een productie met acteur Marc Verstraete en regisseur Bart Meuleman. Een man belt naar een sekslijn en dat gesprek meandert naar alle mogelijke menselijke aspecten. Het leverde ons een plaats op in het Theaterfestival.

Sinds 2014 geef ik ook les aan de Kunsthumaniora in Antwerpen en aan de Academie van Wilrijk. Dat doe ik met veel passie en goesting.

Verbonden met Pakistan

“Toen we klein waren, woonden we in Turnhout. Daar kende ik geen andere Pakistaanse families. Mijn vader wou mij een islamitische opvoeding geven, maar ik zette me daar als puber tegen af. Ik voelde me vaak eenzaam en een buitenbeentje. Ik heb er eerlijk gezegd nooit over nagedacht of mijn jeugd anders zou zijn geweest als er meer moslimvrouwen in de media aan bod kwamen. Misschien had ik me dan minder eenzaam gevoeld. Ik ben net 40 geworden en pas nu besef ik dat.”

“Vrouwen met islamitische roots komen te weinig in de media. Op dat gebied is het hier een beetje arm Vlaanderen. En àls ze dan in beeld worden gebracht, is het voorzichtig en pover. In het theater krijgen ze alleen kleine rollen. Ik heb nog nooit een moslima de  hoofdrol zien spelen. Fictie hoeft geen weerspiegeling zijn van de maatschappij, maar mag dat wel zijn. En dat mis ik wel.”

“Ik voel me nog steeds verbonden met Pakistan, ook al heb ik geen contact meer mijn vader. Ik volg het land met grote interesse. Ik kan het niet verstoppen dat ik Pakistaanse roots heb en ook als kind gingen we vaak in de zomer op vakantie naar Pakistan. Nu ik volwassen ben, zie ik het als een win-win situatie om in twee culturen op te groeien. Je krijgt ontzettend veel mee. Voor mijn ouders moet het niet gemakkelijk geweest zijn om een kind op te voeden in twee culturen. Het zorgt ook voor conflicten en strijd.”

“Het weinige dat ik weet, probeer ik door te geven aan mijn eigen kinderen. Ik vertel hen over mijn vader en mijn herinneringen aan Pakistan. Ik probeer hen op mijn eigen manier op te voeden. Het is dus niet zo dat ik bewust Vlaams ben. Als men mij kan garanderen dat Pakistan een veilig land is, zou ik heel graag met mijn kinderen naar daar gaan. Op dit moment ben ik daar nog een beetje te bang voor. Maar wie weet lukt het wel over tien of vijftien jaar, want ondertussen staat Pakistan ook niet stil en verandert er ongelooflijk veel.”

Actrice worden in Pakistan?

Ik spreek Urdu en ik droom ervan om die taal te mogen spreken in theaterstuk, film of serie. Het Pakistan van vandaag is niet het Pakistan dat ik kende. Zo ben ik blij te horen dat taboes er steeds meer doorbroken worden. Dit vertaalt zich onder andere in series die bepaalde onderwerpen bespreekbaar maken. Vlaanderen bevindt zich in een verdeel – en heerssysteem maar Pakistan eigenlijk ook. Daarin vind ik de ruimte voor dialoog van een onschatbare waarde. Appreciatie voor elkaars cultuur is daarom van primordiaal belang.


Dit artikel werd gepubliceerd door DeWereldMorgen op 31/08/2020

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie