reacties (0)

(Erasmix) In Nederland worden sociaalnetwerksites zoals Twitter en Youtube volop ingezet bij het speurwerk. België hinkt nog achterop, maar zet dit jaar nog een inhaalbeweging in.

Zaterdag 9 april 2011, even over twaalven: de 24-jarige Tristan Van Der Vlis heeft net met een machinegeweer zeven mensen en daarna zichzelf van het leven beroofd in het winkelcentrum Ridderhof in het Nederlandse Alphen aan de Rijn. Om exact 12 uur, 17 minuten en 21 seconden verschijnt het eerste bericht over de schietpartij op de sociaalnetwerksite Twitter: “Voor het eerst dat er zoveel wordt geschoten in alphen” – ja, zonder hoofdletter. Het is het begin van een onophoudelijke stroom aan tweets. Afgrijzen wordt met de wereld gedeeld, overpeinzingen losgelaten, verdachtmakingen en geruchten verspreid. NRC is om 13.04 uur de eerste van de grote Nederlandse media die op Twitter over het incident bericht.

Tussen de duizenden tweets verstuurt ene sshurandy, de twitternaam van een 17-jarige jongeman uit Hoogvliet, een bericht dat hij ‘de dader in Alphen zal overtreffen’.  De jongen haalt zich de woede van tientallen twitteraars op de hals. De bezorgde burger toferdisobey ziet het gevaar in en retweet de dreigtweet naar het twitteraccount van de politieregio Hollands Midden. Diezelfde nacht staat de politie aan de deur van sshurandy. Hij wordt opgepakt.

Hoewel het in dit geval om een smakeloze grap ging, illustreert het incident wel hoe sociale media zoals Twitter de politie kunnen helpen bij hun werk. In Nederland is de politie zich al langer bewust van de mogelijkheden die internet biedt. Zo heeft elke politieregio er zijn eigen twitteraccount die Nederlandse twitteraars kunnen volgen.

Ed Sabel is webadviseur bij de politieregio Brabant Zuid-Oost: “In 2009 begonnen de verschillende politieregio’s te twitteren. We verstuurden eerst voornamelijk persberichten met de bedoeling de politie bij het volk te brengen, in plaats van dat de mensen bij ons moesten komen. We merkten dat we op die manier een heel nieuw publiek naar onze website lokten. Het gaat hier om jonge mensen die met gsm en smartphone op het internet surfen, mensen die steeds minder televisie kijken omdat ze via internet consumeren.”

Tot voor kort was digitaal communiceren tussen politie en burger in Nederland voornamelijk eenrichtingsverkeer. “Eind vorig jaar, maar vooral in 2011, begonnen we de interactie op sociale media te optimaliseren”, legt Sabel uit. Twitter is uitgegroeid tot een volwaardig medium waarmee de burgers kunnen communiceren met de politie. “Hebben de burgers iets te melden, dan kunnen ze dat laten weten via de gangbare kanalen als de telefoon, sms of door gewoonweg naar het politiekantoor te gaan”, aldus Sabel. Mogelijke meldingen zijn een overval, een gestolen fiets, een verdachte persoon of een interessante tip. “Diegenen die op Twitter zitten, kunnen dat ook doen door de juiste politieregio te mentionen of een direct message te sturen. Om steeds lokaler te kunnen werken, hebben de meeste wijkagenten ook een twitteraccount, waarop ze de hele dag door updates geven over hun doen en laten. Daar kunnen twitteraars ook op reageren en de wijkagent helpen indien mogelijk.”

Is Twitter dan zo’n betrouwbaar medium? Verkopen veel mensen op die site dan geen pure onzin? Ed Sabel weet dat Twitter ook zijn negatieve kant heeft. “Geruchten zijn snel verspreid op zo’n sociaal netwerk”, geeft hij toe. “Er hoeft maar een iemand een valse tweet zoals ‘Vliegtuig in problemen’ te publiceren. Als anderen dat bericht retweeten naar hun volgers, ontstaat er al gauw een kettingreactie. Dan is het aan de politieregio’s om snel te reageren en dat gerucht met eigen tweets de kop in te drukken.”

Youtube

De Nederlandse politie zit niet enkel op Twitter. Ook via Youtube probeert ze zoveel mogelijk burgers te bereiken. “Elke provincie heeft een Youtubekanaal”, zegt Sabel. “Die kanalen worden onderverdeeld in afspeellijsten per gemeente. We proberen daarin zo lokaal mogelijk te gaan. In elke afspeellijst komen er filmpjes met criminaliteitsnieuws, opsporingsberichten en boodschappen die verband houden met die bepaalde stad. Stel dat er een overval in Breda is gepleegd, dan plaatsen wij in de afspeellijst van Breda een filmpje met het nieuwsbericht van de regionale of zelfs nationale omroepen over die overval. Indien er camerabeelden van de overval zijn of beelden gemaakt met een gsm of een smartphone, dan komen die ook in die afspeellijst te staan.”

Om voldoende reacties te krijgen moet de Nederlandse politie er natuurlijk voor zorgen dat genoeg mensen die filmpjes te zien krijgen. Daarvoor gebruiken ze Hyves, de Nederlandse tegenhanger van Facebook. Die heeft bij de noorderburen veel meer gebruikers dan Facebook. “Wij plaatsen banners op de profielen van relevante gebruikers met links naar onze filmpjes”, zegt Sabel. “Neem nu het voorbeeld van een overval in Breda. Op het profiel van alle Hyvesgebruikers die hebben aangegeven dat ze in Breda wonen, verschijnt er dan zo’n banner. Merk wel op dat we enkel gegevens gebruiken die openbaar zijn. Volgens metingen klikken mensen echt wel op die banners en krijgen onze filmpjes meer kijkers.”

Op papier klinkt de interactie tussen politie en burger via sociale media alvast heel mooi. Maar werkt het ook in de praktijk? Leveren deze methodes resultaten op? “Wij merken alvast van wel”, reageert Sabel. “Fietsen worden gevonden, verdachten worden gezien en opgespoord. In de politieregio waar ik werk, is er door een simpele tweet een bende woninginbrekers opgepakt. Een man die op een terrasje rustig van een biertje zat te genieten, had daar vijf verdachte figuren opgemerkt bij een bestelbusje. Vanop zijn smartphone had die man ons gewaarschuwd met een berichtje. De politie kwam ter plaatse en arresteerde die vijf mannen, waarna bleek dat het om zware criminelen ging.”

En België?

In schril contrast met Nederland staat België, waar van dat alles nog geen sprake is. “De Belgische politie heeft zelfs geen sms-noodnummer of sms-alert, terwijl de jeugd sneller sms’t dan belt”, zegt Steven De Smet, hoofdcommissaris in de politiezone Gent. Met zijn presentatie ‘Meer blauw op… het internet’ was hij op 28 april gastspreker op het congres ‘Corporate Communicatie & Sociale Media’ in Gent. Voor die presentatie voert hij sinds enkele jaren onderzoek naar sociale media.

De Smet is er rotsvast van overtuigd dat ook de Belgische politiemensen sociale media moeten integreren in hun werk. “We kunnen er gewoon niet onderuit”, zegt De Smet. “De sociale media zijn een tsunami die we niet kunnen tegenhouden. Overal lees je erover, Terzake besteedde er een hele week aan, het leeft. De mensen gebruiken ze meer en meer en die druk vanuit de bevolking zorgt ervoor dat we de sociale media niet langer kunnen negeren. Willen we mee zijn in deze samenleving, dan moeten we die dingen gaan gebruiken.”

Lagere drempel

“Ik zit nu vier jaar op Facebook”, gaat De Smet verder. “Ik ben er enorm van geschrokken welke berichten ik soms krijg van mensen, welke feiten ze mij via Facebook rapporteren. Denk daarbij maar aan toestanden zoals het geval Vangheluwe of familiedrama’s.  Dat zijn dingen waarmee mensen moeilijk op het politiekantoor mee naar buiten komen. Via Facebook is de drempel lager. Zo verwerk ik bijvoorbeeld niet zelden Facebookberichten tot officiële formulieren.”

Volgens De Smet is de achterstand op Nederland het gevolg van een afwachtende houding van de overheid ten opzichte van sociale media. “Ze weten wel wat Facebook en Twitter is, maar ze zien er de mogelijkheden niet van in. Onbekend is onbemind. Ik vergelijk de situatie een beetje met de opmars van de gsm. Tegenover de gsm stond men ook een beetje twijfelachtig: ‘Heeft iedereen dit nodig? Kijk, wat een dikke nek die man heeft met zijn gsm!’ Maar wie kan er nu nog zonder? Hetzelfde zal met sociale media gebeuren, binnenkort zijn die ook onmisbaar. Of Twitter en Facebook blijven bestaan, is onduidelijk. Wat wel zeker is, is dat er altijd sociale media zullen zijn.”

Wanneer dan?

Wanneer zullen de sociale media dan in de politie geïntegreerd zijn? “Ik ben er zeker van dat wij daar dit jaar nog mee zullen bezig zijn”, zegt De Smet. En inderdaad, - toeval of niet - net na het congres ‘Corporate Communicatie & Sociale Media’ staat De Smet niet langer alleen met zijn enthousiasme. “Er was zeer onlangs een allereerste vergadering met enkele vertegenwoordigers van de lokale en federale politie”, zegt Tinne Hollevoet, woordvoerster van de federale politie. “Ons initiatief is ook vandaag (3 mei, red.) bekend gemaakt op de federale politieraad. Er worden wat werkgroepen en een denktank opgericht om de mogelijkheden en risico’s van sociale media bij politie te bestuderen. Het zit dus allemaal nog in een vroeg stadium, maar de wil en het enthousiasme zijn er in elk geval.”

Gaat België dan het voorbeeld van Nederland volgen? “Wij sluiten niet uit dat we zullen kijken naar wat er in het buitenland gebeurt”, besluit Hollevoet. “Het heeft geen zin het warm water opnieuw uit te vinden.”

Het commissariaat van de lokale politie van Brussel wil nog niet veel kwijt over de plannen. “Wij willen geen polemiek starten“, luidt het daar. “Met sociale media is de politiezone Brussel nog niet bezig.”

© 2011 - Erasmix - Jesse Van Pée


Reacties

Plaats een reactie