Lander Verschaeren (19) - © Maya Bogaert
reacties (0)

Vier op de tien Belgische transgenders heeft een zelfmoordpoging achter de rug. Toch wordt er weinig over gepraat. Transgenders worden in beste geval gezien als een randfenomeen, en in het slechtste geval als mensen die ‘moeten leren om normaal te doen’. Volgens Lander Verschaeren, zelf transgressor, is het dringend tijd om die vooroordelen bij te schaven.

Uit een studie van de Universiteit Gent uit 2016 blijkt dat vier op de tien transgenders al minstens één poging heeft ondernomen om uit het leven te stappen. Volgens de respondenten zijn risicofactoren voor zelfdoding voornamelijk dat ze in aanraking gekomen zijn met homofoob of transfoob geweld, maar ook de reactie van de ouders bij hun coming-out speelt mee, net als de bereidheid tot het zoeken van psychische hulp. Het onderzoek geeft ook cijfers rond homofoob en transgeweld: daaruit blijkt dat 65 procent van de bevraagde holebi's al ooit het slachtoffer is geweest van homofoob geweld. Bij de transgenders was dat zelfs 75 procent. 

Lander Verschaeren (19) noemt zichzelf een transgressor (Engels voor iemand die bewust de wet overtreedt, red.). Wie hem voor het eerst ontmoet, ziet een man in vrouwenkleren, maar dat is niet hoe hij gezien wil worden. “Wit en zwart bestaat niet voor mij,” zegt hij. “Ik wil niet moeten kiezen tussen twee uitersten – of man of vrouw – dat is voor mij gewoon geen optie.”  

Het grote taboe van therapie

Twee jaar geleden startte Lander met therapie. “Het was na een dieptepunt dat ik thuis beleefde,” zegt hij daarover. “Op een bepaald moment zakte ik mentaal helemaal in elkaar. Mijn mama wist niet meteen wat er gebeurde. Ze stelde voorzichtig voor om hulp te zoeken. Ik wou dat wel proberen.”

Enkele maanden geleden voelde Lander dat hij nood had aan meer therapie. “Ik voelde dat ik dagelijks wilde opgevolgd worden. Tussen twee afspraken met mijn therapeut door leefde ik namelijk op automatische piloot. Ik was gestopt met school en zat gewoon thuis. Ik had geen reden meer om uit mijn bed te komen en ging snel achteruit. Het leek me een goed idee om me helemaal onder te dompelen in therapie.” Lander koos voor het psychotherapeutisch centrum ELIM in Kapellen, waar hij nu dagelijks verblijft. Tijdens het weekend keert hij huiswaarts, van maandag tot vrijdag moet hij pas om middernacht terug zijn. “Zo is de verbinding met de buitenwereld nooit veraf, want je staat hier uiteindelijk maar op de pechstrook geparkeerd.”

Hoe hij op die pechstrook terechtkwam, kan hij zelf nog steeds moeilijk verklaren. “Bij sommige mensen is de oorzaak een duidelijk trauma, maar dat was bij mij niet echt het geval. Ik denk dat er altijd iets niet goed ging. Ik moet nog veel verwerken en heb vaak het gevoel dat ik onbewust dingen opkrop. De buitenwereld geeft me soms het gevoel dat ik niet alles kan vertellen. Momenteel sta ik nog ver weg van mijn gevoel, en dan heb ik de neiging om afstand te nemen als ik met andere mensen in contact kom. Het is een lang proces, maar de therapie helpt me. Ik merk een groot verschil. Ik kan niet zeggen dat het beter of slechter gaat, omdat er vaak pijnlijke dingen naar boven komen. Maar ik sta opnieuw in meer verbinding met mezelf en de wereld. En dat is heel positief, zeker als je er zo ver weg van bent geweest.”

Hoewel het beter gaat met Lander, rust er nog een groot taboe op psychiatrische hulp en op therapie. “Er wordt heel weinig over gepraat,” zegt hij. “En praten is eigenlijk maar één ding. Er zijn nog andere factoren die mensen tegenhouden. Psychiatrische hulp moet ook toegankelijker zijn. De wachttijden of de financiële impact schrikken af. Voor sommige mensen is zo lang wachten geen optie. Anderen kunnen het gewoon niet betalen. Er gaat ook te weinig aandacht naar de misstanden in de psychiatrie. Daar hoor je nauwelijks iets over, terwijl dat wel de realiteit is. Wie therapie volgt, wordt vaak ook nog gestigmatiseerd. Te vaak nog krijg je te horen dat je gewoon maar moet meedraaien met de rest van de samenleving, en dat je niet flauw moet doen.”

Lander Verschaeren (19) - © Maya Bogaert

Verstikt

Flauw doet Lander allesbehalve. Het lijkt alsof hij zijn innerlijke onzekerheid wil afschermen met zijn uiterlijk. “Ik heb een heel positieve uitstraling, dat weet ik,” zegt hij. “En die is zeker oprecht, maar die positiviteit is ook maar een klein deel van wie ik ben. Ik scherm me wel af, maar niet op die manier. Het is een moeilijke tegenstelling. Mijn opvallende uiterlijk ervaar ik daarbij niet altijd als iets positiefs. Het liefst wil ik eigenlijk dat iedereen me met rust laat. Ik wil helemaal niet opvallen. Ik vind het raar als mensen naar mij opkijken of mij moedig vinden. Ik apprecieer dat, maar ik doe niet eens iets.”

“Op mijn vijftiende kwam ik uit de kast als homo, zowel bij vrienden als thuis en op school. Toen volgde een periode van euforie. Ik dacht: natuurlijk, dat was het! Maar na een tijd ebde ook dat gevoel weg. Er was duidelijk nog steeds iets dat niet goed zat. Ik vond het bizar dat ik dingen niet mocht doen op basis van het lichaam waarin ik geboren was. Ik begon te twijfelen of ik niet in het verkeerde lichaam geboren was. Ik voelde mij zo verstikt in het nauwe idee van mannelijkheid. Toen ontdekte ik dat er ook transgenders bestonden. Ik begon te denken: misschien ben ik wel een transgender en moet ik door het leven gaan als vrouw. Maar al snel wist ik dat ik lichamelijk niets wilde veranderen aan mezelf. We krijgen vaak te horen – ja, zelfs opgelegd - dat als je er niet uitziet als een man er hoort uit te zien, je vast wel een transgender bent. Maar dat klopt helemaal niet.”

To be or not to be: roze of blauw?

Het was toen hij bezig was met zijn eindwerk aan de Steinerschool, dat Lander ontdekte waar hij zich goed bij voelde. “De titel van mijn eindwerk was De kleurrijke waarheid achter roze en blauw. Ik heb daar heel veel uit geleerd, vooral over de verschillen tussen mannen en vrouwen. Een overgroot deel van onze eigenschappen zijn bijvoorbeeld aangeleerd, en niet aangeboren. Zelfs biologisch zijn er minder verschillen tussen mannen en vrouwen dan verwacht. Primaire geslachtskenmerken lijken op het eerste zicht enkel in te delen in mannelijk of vrouwelijk, maar er is een hele waaier en mogelijkheden daartussen. Die inzichten waren totaal nieuw voor mij. Vandaag weet ik dat ik me geen man voel, maar dat ik me ook niet comfortabel zou voelen als vrouw. Daar ben ik zeker van. Een transitie naar vrouw zou alleen maar een pleister op de wonde geweest zijn.”

Hokjesdenken

Lander gelooft niet dat je mensen kunt opdelen in mannen of vrouwen. “Er zijn altijd elementen waar je je niet goed bij voelt,” zegt hij. “Niemand past voor 100% in het hokje man of vrouw. Mochten die barrières nu eens gesloopt worden, dan zou iedereen zich daar beter bij voelen. Ik heb mannelijke vrienden die me zeggen dat ze ook wilden dat ze konden doen wat ik doe. Maar dan denk ik: doe het gewoon. Het zijn vaak die mannen die deze strakke opdeling in leven houden, terwijl ze er zelf geen voordeel uit halen.”

Een hokje voor Lander bestaat er momenteel nog niet. Of dat hokje er ooit komt, weet hij niet: “Mensen hebben de neiging om alles op te delen. En daar is niets mis mee. Maar wel als er mensen zijn die eronder lijden omdat ze er niet meer in passen. Dan is het niet meer onschuldig.”  

Gewoon laten zijn

De enige term waar Lander zich goed bij voelt is queer. “Die is zo omvattend en ruim. Maar om daartoe te kunnen komen, heb ik een hele weg moeten afleggen. Op mijn vierde had ik lang haar, verkleedde ik me als een prinses en had ik een juwelenkistje met een dansende ballerina. Toen ik in het tweede middelbaar over de speelplaats wandelde, riep iemand ‘Lander, stop eens met met je kont te schudden!’. Op die leeftijd ben je zo vatbaar voor dergelijke opmerkingen. Die avond oefende ik thuis voor de spiegel hoe ik dan wel moest wandelen. Zelfs tot vandaag kom ik nog dagelijks in ongemakkelijke en confronterende situaties. Je kan op één dag maar zoveel mensen verdragen die je aankijken of naar je wijzen. Op sommige momenten ben ik hyperbewust en hyperalert. Dan zie ik alles en scan ik iedereen. Want de angst om fysiek aangevallen te worden, is nooit ver weg. Ik geloof niet dat ik 60 jaar word zonder ooit in elkaar geklopt te worden. Die kans is groot, daar moet ik niet belachelijk over doen. Mensen vallen je aan uit angst voor wat ze niet kennen. Genderidentiteit is niet mijn grootste probleem, maar mijn plaats in de wereld en maatschappij en hoe mensen naar me kijken.”

“Ik kan niet bijhouden hoe vaak ik in discussies beland. De verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten heeft veel gif vrijgemaakt bij veel mensen. "

Aanvaardbaar blijven

Door afwijkende genderidentiteit als een randfenomeen te beschouwen en er zo weinig aandacht aan te besteden, blijven mensen het zien als iets dat afwijkt van de norm. Lander: “Ik hoor vaak dat mensen geen probleem hebben met queers, of met transgenders, of homo’s, of wie ook die van de ‘norm’ afwijkt. Maar, en dat zeggen ze er dan in alle haast bij, het moet wel aanvaardbaar blijven. Maar wie bepaalt dat? Wie bepaalt wat aanvaardbaar is? Het is moeilijk uit te maken hoeveel aandacht je er specifiek aan moet geven. Ik denk veel. Maar dan loop je het risico dat mensen zeggen: ‘Stop met het door onze strot te rammen’. Er veel aandacht aan besteden, werkt vaak ook polariserend. Ik denk niet dat het mensen intoleranter maakt dan ze al zijn. Het maakt de intolerantie wel zichtbaar. Mensen die zeggen dat ze er geen problemen mee hebben, zolang ze het niet door hun strot geramd krijgen, zouden er even grote problemen mee hebben als er niet over gepraat wordt. Ze zouden er alleen niet voor uitkomen. Genderidentiteit zou niet meer als iets speciaals behandeld moeten worden. Het is geen ver-van-mijn-bed-show. Toen het vroeger op school over homoseksualiteit ging, hoorde ik vaak ‘er zijn mensen die …’. Ik vond dat grappig, omdat er statistisch gezien mensen in die klas zaten waar we het over hadden.”

Shakespeare

In veel beroepscontexten blijft afwijken van de norm een ingewikkelde kwestie. “Ik wil geen enkel beroep doen waar dat als onprofessioneel gezien wordt. Ik ben goed opgeleid, dus ik hoop dat ik ergens terechtkom waar mijn collega’s me aanvaarden. Maar er zijn mensen voor wie dat geen optie is. Ik maak vaak de vergelijking met zwarte mensen. Die kunnen hun huidskleur ook niet verstoppen. Het blijft raar om te zeggen. Ik weet dat het moeilijk zal zijn, omdat er niets is wat ik eraan kan doen. Ik kan het alleen ondergaan.”
Zijn blik naar de toekomst heeft Lander daardoor ook al wat moeten bijstellen. “Ik ben intensief bezig met theater, maar ook dat is nu moeilijker. Ik zal nooit overtuigend een klassieke Shakespeare-achtige man kunnen spelen. Wil dat dan zeggen dat ik geen goede acteur ben? Mensen die dat wel kunnen, vragen ze ook niet om iemand als ik te spelen. Wat moet ik daar dan mee?”

Trump

Het is een vraag die hij zich vaak stelt: wat moet ik hier nu mee? “Wat is de beste manier om de maatschappij bewuster te maken van het probleem rond genderidentiteit? Er zijn verschillende – vaak tegenstrijdige manieren – om dat te doen. Er is de vreedzame manier, die stelt dat je zo aanvaardbaar mogelijk moet zijn en moet laten zien dat je zoals de anderen bent. Maar je kunt ook benadrukken dat je niet hetzelfde bent en dat mensen dat maar moeten aanvaarden. Ik voel meer voor dat laatste.”
Op het internet vind je massaal veel meningen, die vaak zeer verdeeld zijn. “Ik kan niet bijhouden hoe vaak ik in discussies beland. De verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten heeft veel gif vrijgemaakt bij veel mensen. Daar word ik kwaad van. Trump wil de wet rond bescherming van transgenders manipuleren. In de VS worden transgenders namelijk beschermd tegen discriminatie. In een professionele context is dat dan discriminatie op basis van geslacht. In een gelekte memo van Trump staat dat hij de wet wil veranderen, door het begrip geslacht anders te definiëren, waardoor transgenders niet meer beschermd zouden zijn.”

Maar nog erger dan dat vindt Lander het feit dat er veel mensen zijn die niet beseffen welke gevaren transgenders lopen en hem dus niet ernstig nemen als hij daarover praat. “Je mag als homoseksueel al trouwen, wat wil je nu nog meer? Maar homoseksualiteit is helemaal nog niet zo aanvaard als men denkt. Laat staan dat fluïde genderidentiteit dat is. Ik krijg vooral de boodschap: anders zijn is oké, zolang je maar normaal bent.”


Dit artikel werd gepubliceerd door NewsMonkey.be op 26/03/2019

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie