© Louis Descamps

In een officiële mededeling vraagt Tottenham Hotspur haar supporters om niet langer Yid te gebruiken. De geuzennaam 'Joden' gaat ook in het Belgisch voetbal al decennialang mee. Maar is dit anno 2022 nog te verantwoorden? 

Sticker van Steven Berghuis, gemaakt door de fans van Feyenoord na zijn transfer naar de ‘joden‘ van aartsrivaal Ajax © Twitter Michael Freilich

In een uitgebreide officiële mededeling erkende Tottenham Hotspur midden februari dat Yid inderdaad al jarenlang een geuzennaam is voor de club. Maar in 2022, een jaar waarin tal van initiatieven werden genomen tegen homofobie en racisme in het voetbal, is het misschien tijd om ook het antisemitisme uit voetbalstadions te bannen, aldus de Spurs. Maar hoe zit het met de Belgische clubs die beweren respect en diversiteit hoog in het vaandel te dragen?

Ook in België maken  bijnamen van voetbalclubs vaak deel uit van die supportersgezangen. Zo rolt in matchen van Anderlecht en Antwerp vaak “Joden, Joden”, of “Al wie niet springt, is een Jood” van de tribunes. Tegenstanders wagen zich wel eens aan “Alle Joden zijn homo’s”.

Die gezangen zorgen al een aantal jaar voor controverse. Ze worden door de match delegate, een official die tijdens wedstrijden het supportersgedrag in de gaten houdt, steevast vermeld in een verslag. En ze leidden al tot verschillende procedures voor het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS), de hoogste instantie in ons land voor sportgeschillen. Het BAS heeft het spreekkoor “Alle Joden zijn homo’s” in het verleden sterk veroordeeld. “Het is stigmatiserend voor de holebigemeenschap en wordt derhalve bewust als scheldwoord gebruikt,” klonk de uitspraak in een zaak tegen Club Brugge uit 2019. De West-Vlamingen kwamen er nog goedkoop van af: een boete van 1.000 euro, volledig met uitstel voor een periode van 1 jaar.

Maar opvallend genoeg ziet diezelfde instantie geen graten in het spreekkoor “Al wie niet springt, dat is een Jood”. Onder meer Club Brugge en Beerschot kwamen voor die gezangen het BAS-gebouw buiten zonder sanctie. Het BAS beschouwt de vrijheid van meningsuiting (van supporters) als het hoogste goed en ziet in het lied geen reden om die vrijheid in te perken. Volgens het arbitragecollege is er geen sprake van “discriminerende of beledigende uitlatingen op grond van godsdienst” omdat de term ‘Joden’ in dat lied gebruikt wordt als geuzennaam om te verwijzen naar de supporters van Antwerp of Anderlecht. Samengevat: voor het BAS is ‘Joden’ een geuzennaam en homo een belediging.

Bijnamen Antwerp en Anderlecht

De supporters van The Great Old noemen zichzelf al decennia de ‘Joden’, onder meer als verwijzing naar de grote Joodse gemeenschap in Antwerpen. Een echte geuzennaam dus. Bij de Anderlecht-aanhang ligt dat anders. De Brusselaars kregen die bijnaam door hun nauwe band met het Nederlandse Ajax, dat wordt gezien als een Joodse club. De Amsterdamse topclub heeft doorheen de jaren verschillende Joodse voorzitters en spelers gehad en de stad kent ook een grote Joodse populatie. De supporters hebben zichzelf dan maar ‘Joden’ als geuzennaam gegeven en dat is overgewaaid naar de RSCA-achterban. 

Elisha Benkoski, een fanatieke Joodse paars-wit supporter, heeft het moeilijk met die bijnaam. “Ik heb nooit begrepen waarom Anderlecht een Jodenclub wordt genoemd. In tegenstelling tot een ploeg als Antwerp is het niet zo dat onze supporters zichzelf de geuzennaam ‘Joden’ toe-eigenen. Het zijn voornamelijk extreemrechtse supporters van bijvoorbeeld Club Brugge die Anderlecht een hautaine en rijke ploeg uit de hoofdstad vinden. En wie hautain en rijk zegt, zegt al snel Joods. De gekende stereotypen waarmee wij als Joodse gemeenschap al eeuwenlang worstelen.”
 

“Club Brugge-supporters vinden Anderlecht een hautaine en rijke club. En wie hautain en rijk zegt, zegt al snel Joods."

Maar wat kan er nu door de beugel en wat niet? Hoe vrij zijn supporters in het zingen van liedjes over hun tegenstander, of over zichzelf? Zeker jonge supporters zijn zich wel degelijk bewust van het potentieel kwetsende karakter van de geuzennaam ‘Joden’, maar bekijken de problematiek ook in de context van het voetbal en de rivaliteit tussen verschillende ploegen. “Ik zing soms wel mee met liedjes waarbij wij de tegenstander Joden noemen, maar op geen enkel moment leg ik hier de link met het Jodendom,” aldus Beerschot-supporter Timo Vandeput (20). “Er is een belangrijk verschil tussen liedjes waarbij het duidelijk is dat Joden puur als geuzennaam wordt gebruikt en liedjes waarbij wordt verwezen naar bijvoorbeeld de Gestapo of Hamas. Die laatste liederen zijn plat antisemitisme en kunnen nooit door de beugel,” vult medesupporter Jan D’haene (22) aan.

© Sylvie Neefs

In Deurne-Noord horen we eenzelfde geluid. “Ik vind persoonlijk dat Joden als geuzennaam wel moet kunnen. Maar als blijkt dat dit voor sommige groepen of mensen gevoelig ligt, ben ik zeker bereid die liedjes niet meer mee te zingen,” aldus Antwerp-supporter Jelle Lenaerts (19). Zijn al wat oudere en nog fanatiekere medesupporter Sylvie Neefs (57) vindt de hele heisa dan weer overdreven: “Racistische gezangen horen niet in een voetbalstadion, maar wij worden als Antwerp-fans al jaren ‘Joden’ genoemd door onze tegenstanders. Ik heb hier eigenlijk geen problemen mee en erger mij vooral aan de huidige pampermaatschappij waarin we niets meer mogen zeggen of er voelt zich wel iemand aangevallen.”

Hetzelfde verhaal bij Astrid Vandermarliere (24), al enkele jaren vaste klant in de spionkop van Club Brugge. Volgens haar horen die gezangen nu eenmaal bij de rivaliteit van het voetbal. “Ik vind dat ongeveer hetzelfde als dat wij de ‘boeren’ genoemd worden. Ik vind het dan ook totaal niet discriminerend of schofferend naar de Joden toe. Het enige wat een stap te ver zou zijn, is spelers individueel uitschelden op basis van persoonlijke kenmerken zoals huidskleur of afkomst.” 

Geen begrip bij de Joodse gemeenschap

Geuzennaam of niet, de spreekkoren liggen hoe dan ook gevoelig bij de Joodse gemeenschap. Zo kwam het Forum der Joodse Organisaties tussen in de arbitragezaak waarbij Club Brugge werd veroordeeld omdat hun fans “Alle Joden zijn homo’s” scandeerden naar de supporters van Anderlecht. 

Volgens Michael Freilich, voormalig hoofdredacteur van het maandblad Joods Actueel, ontaardt het gebruik van de geuzennaam Joden al snel in flagrant antisemitisme. “Als de ene partij zichzelf ‘Joden’ noemt, zal de tegenpartij heel snel slogans inzetten zoals “Alle Joden aan het gas."

Joseph Steimetz, lid van de Joodse gemeenschap in Antwerpen, heeft geen goede ervaring met dergelijke spreekkoren. “Ik weet niet of supporters beseffen hoeveel schade ze daarmee aanrichten. Ik heb zo'n geuzenlied een keer van heel dichtbij meegemaakt, en het brengt herinneringen op aan de jaren ‘30 en ‘40, ook al hebben die supporters niet dezelfde bedoelingen. Hij snapt dat het een geuzennaam is, maar dat geeft volgens hem een negatieve connotatie aan de term ‘Jood’. “Wij hebben het meeste schrik voor een herhaling van het verleden. Want we zien jammer genoeg dat het antisemitisme de laatste jaren opnieuw in de lift zit,” aldus Steimetz.
 

“Ik heb zo'n geuzenlied een keer van heel dichtbij meegemaakt en het brengt snel herinneringen op van de jaren ‘30 en ’40.”

Ook bij KSC Maccabi-Antwerpen heerst het gevoel dat antisemitisme nog steeds zeer aanwezig is in het Belgische voetbal. De Joodse club speelde begin jaren ’70 nog in onze derde klasse, maar vertoeft momenteel op het allerlaagste niveau. “Veertig jaar geleden kregen wij wekelijks met dergelijke spreekkoren te maken,” vertelt clubverantwoordelijke Marcel Van Hees. “Als je toen een reportage over dit thema had gemaakt, was het nog wel wat heftiger geweest. Maar ook op het niveau waarop we nu spelen, is een “vuile Jood” nooit ver weg.”   

Makke houding van clubs

Wat misschien nog problematischer is dan de spreekkoren zelf, zijn de makke reacties van de clubs. Voor het BAS doen de clubs steevast beroep op topadvocaten en halen ze alle mogelijke nuanceringen (zoals vrijheid van meningsuiting van supporters) uit de kast om het gedrag van hun eigen aanhang goed te praten. En ook buiten de rechtszaal komen de meeste officiële reacties niet verder dan woorden als “betreuren” en “zich distantiëren”.

Zo was er het opvallende incident bij de titelviering van Club Brugge in mei vorig jaar. Het Nederlandse enfant terrible Noa Lang hief daar, samen met enkele supporters, een andere klassieker aan: "Nog liever dood dan Sporting Jood". Los van de discussie welke voorbeeldfunctie profvoetballers hebben, kan het onmogelijk de bedoeling zijn dat de spelers zelf haatdragende spreekkoren aanreiken aan de eigen achterban. Maar bij Club Brugge zagen ze hier geen graten in. “Elke ploeg heeft een geuzennaam en daar moet men niets antisemitisch achter zoeken,” luidde de officiële reactie. 

Wie hier wel onmiddellijk op reageerde, was de Pro League zelf. Sinds dit seizoen is de vereniging van Belgische profclubs nauw gaan samenwerken met Kazerne Dossin, het Holocaustmuseum in Mechelen. Zo werkte de Kazerne mee aan de brochure over kwetsende en discriminerende spreekkoren. Daarnaast voorziet ze in een verplicht individueel leertraject voor supporters en spelers die de bepalingen uit deze brochure overtreden. Dit alles met de bedoeling om de betrokkenen inzicht te verschaffen en hen te laten beseffen wat de impact is van kwetsende spreekkoren. Het was Noa Lang die na zijn gezangen als een van de eersten het leertraject moest doorlopen.

De fans zelf dan maar?

De Pro League doet dus zeker een inspanning, maar zonder medewerking van de clubs en hun supporters gaan discriminerende spreekkoren niet meteen uit onze stadions verdwijnen. Het meest recente initiatief kwam van Club Brugge. Na enkele incidenten omtrent racistische gezangen van de eigen aanhang introduceerde de West-Vlaamse club een systeem met QR-codes. Na het scannen van die code met de smartphone, kunnen supporters anoniem gevallen van racisme en discriminatie door medesupporters melden.

Maar of dergelijk ‘kliksysteem’ gaat werken, is maar de vraag. Want over één ding zijn supporters over alle clubgrenzen heen eensluidend: de verantwoordelijkheid bij de fans zelf leggen, is zeer naïef en onbegonnen werk. Cesar Dekeersmaeker (23) is van jongs af aan Antwerp-supporter en zag de huidige supporterscultuur op de Bosuil de laatste jaren extremer worden. “Beschaving bijbrengen op de tribunes is nodig, maar het is wishfull thinking om dit via zelfcontrole te doen”. Ook Jelle Lenaerts (19) sluit zich hierbij aan. “Met de supporters die kwetsende gezangen aanheffen, wil je echt geen ruzie. Je moet al veel lef hebben om daar iets van te zeggen.” 

Astrid Vandermarliere (24) denkt niet dat iemand in de spionkop van Club Brugge gebruik zal maken van de codes, maar volgens haar kunnen ze wel een soort bewustzijn doen groeien: “Het feit alleen al dat het daar op elk stoeltje hangt, zal de supporters toch wat meer doen stilstaan bij wat ze juist roepen.” 

vorige volgende