Experimenteren met video: One take
CultuurKlassenjustitie in België? Drie jaar na Sanda Dia blijft de twijfel bestaan
Na de zaak rond Sanda Dia, waarvan het proces eindigde op 26 mei 2023, klonk één begrip luider dan ooit in het publieke debat: klassenjustitie. Het woord dook op tijdens protesten, ging viraal op sociale media en werd uitvoerig besproken in opiniestukken. Voor velen leek het alsof justitie niet voor iedereen op dezelfde manier werkt. Het vertrouwen in het Belgische rechtssysteem kreeg opnieuw een deuk. Toch blijft een cruciale vraag onbeantwoord: waarom wordt klassenjustitie in België nauwelijks structureel onderzocht?
Het proces rond Sanda Dia, waarover de rechter zich op 26 mei 2023 uitsprak, draait om de dood van de twintigjarige student in december 2018 na een fatale ontgroening van studentenclub Reuzegom. Tijdens die ontgroening werd Dia onderworpen aan extreme en vernederende opdrachten, waaronder het drinken van grote hoeveelheden alcohol en visolie en langdurige blootstelling aan ijskoud water. Zijn gezondheidstoestand verslechterde ernstig, maar hulp kwam pas laattijdig. Na afloop van de ontgroening werd hij in kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis, waar hij later overleed aan de gevolgen van onder andere onderkoeling en orgaanfalen. De uiteindelijke straffen, zonder effectieve celstraffen, leidden tot brede verontwaardiging. Al snel verschoof de discussie van de feiten naar de context: de betrokken studenten kwamen uit welgestelde milieus met sterke netwerken, wat bij velen het gevoel voedde dat sociale status mogelijk een rol speelde in de afhandeling van de zaak.
Zo kwam het debat over klassenjustitie in een stroomversnelling. Dat begrip verwijst naar de overtuiging dat mensen met meer middelen en invloed voordelen genieten binnen het rechtssysteem, bijvoorbeeld via betere juridische bijstand of mildere straffen. Of dat in deze zaak effectief zo was, is nooit bewezen, maar het wantrouwen bij een groot deel van het Vlaamse publiek was duidelijk en hardnekkig.
Binnen de juridische wereld klinken gemengde geluiden. Advocaat Gautier De Wachter van advocatenkantoor Dewa Law ziet weinig impact op de praktijk: “Ik heb niet echt gemerkt dat dat veel invloed heeft gehad. Ik kan geen voorbeelden geven waar de filosofie van rechtbanken veranderd is.” Strafpleiter Titus Reign Ntekedi ziet wel een effect, maar vooral in de sfeer rond justitie: “Wanneer een zaak veel media-aandacht krijgt, speelt dat mee in het hoofd van juristen.” Tegelijk wijst hij op de kloof tussen publieke opinie en juridische realiteit, waarin procedures en bewijzen doorslaggevend blijven.
Systeemkritiek
Advocaat Gautier De Wachter begrijpt dat voorzichtigheid nodig is. “We moeten oppassen met grote conclusies op basis van individuele zaken. Dossiers met veel media-aandacht leiden vaak tot snelle en veralgemeende oordelen.” Toch klinkt er kritiek vanuit de maatschappij dat België achterop hinkt in vergelijking met landen zoals Nederland. Het debat over klassenjustitie wordt al jaren gevoerd, maar grootschalig en objectief onderzoek ontbreekt nog steeds.
“Een pro-deozaak creëert klassenjustitie. Mensen die betalen, worden anders behandeld, ook door hun advocaat”
Strafpleiter Titus Reign Ntekedi
Volgens Ntekedi zijn er wel degelijk structurele elementen die ongelijkheid kunnen versterken. Hij wijst onder meer op het systeem van pro-deobijstand. “Een pro-deozaak creëert in principe klassenjustitie”, zegt hij. Het probleem zit volgens hem in de vergoeding. “Hoe kan ik een dossier grondig behandelen als ik niet betaald word en niet genoeg tijd krijg om de zaak volledig te bestuderen?” Daardoor ontstaat er volgens hem een verschil tussen wie een advocaat uitgebreid kan betalen en wie afhankelijk is van gratis juridische bijstand. “Mensen die betalen worden anders behandeld, ook door hun advocaat.”
Volgens Ntekedi gaat het daarbij niet om slechte intenties. “Het is geen kwestie van wil. Het is een gevolg van hoe het systeem werkt. Geld en justitie zijn nu eenmaal met elkaar verbonden.”
Ontbrekend onderzoek
Toch blijft de vraag waarom België nauwelijks onderzoekt of sociale klasse daadwerkelijk een rol speelt binnen justitie. In Nederland gebeurt dat wel. Daar voert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van Justitie regelmatig studies uit naar ongelijkheid in het rechtssysteem. Daarbij wordt onder meer gekeken naar inkomen, opleidingsniveau en sociale afkomst.
In België bestaat een dergelijk structureel onderzoek voorlopig niet. De Hoge Raad voor de Justitie erkent wel dat het thema meer aandacht krijgt. Volgens de Raad hangt het vertrouwen van burgers in justitie af van verschillende factoren. “Een rechter moet alle elementen in een zaak kunnen identificeren en zich bewust zijn van de signalen die hij uitstuurt naar de rechtzoekende.”
Hoewel concreet onderzoek beperkt blijft, lijkt daar verandering in te komen. De Hoge Raad werkt mee aan een wetenschappelijke studie van de Universiteit Antwerpen, UHasselt en KU Leuven. Die studie moet nagaan of er binnen de rechtspraak sprake is van vooroordelen. Onderzoekers bekijken of bepaalde kenmerken van betrokkenen of rechters een invloed hebben op beslissingen. Ook de Justitiebarometer, een grootschalige bevraging naar het vertrouwen in justitie, hield in 2024 voor het eerst rekening met socio-economische achtergrond. Daarnaast organiseerde de Hoge Raad in oktober 2023 een studiedag over klassenjustitie. Nationale en internationale experten uit journalistiek en wetenschap gingen er in gesprek over het thema. Binnen de werkgroep Diversiteit worden bovendien nieuwe initiatieven voorbereid, al zijn concrete plannen nog niet bekend.