reacties (0)


De Peruviaase Elsa Merma Ccahua is in ons land om de nieuwe campagne van Broederlijk Delen kracht bij te zetten. Elsa vraagt aandacht voor de water- en vervuilingsproblematiek, veroorzaakt door mijnbouwbedrijven. Ook de doofpotpolitiek van de Peruviaanse regering klaagt ze aan. “Voor de regering zijn we maar domme boeren”. 

Voor de nieuwe campagne van Broederlijk Delen zijn er negen Peruvianen te gast in ons land. Een van hen is Elsa Merma Ccahua, ondersecretaris van de Federación de la Mujer Kána (FEPROMUK), de vrouwenorganisatie van het lokale Kanavolk. Ze woont in de zuidelijke provincie Espinar, waar de bevolking al duizenden jaren van landbouw en veeteelt leeft. Door de opkomst van mijnbouw en de vervuiling dreigt de Kanacultuur en -levensstijl echter te verdwijnen.

Valse beloftes

“De mijnbouwbedrijven hebben dag en nacht toegang tot water, terwijl de lokale bevolking maar één tot anderhalf uur per dag toegang krijgt. Het water dat we krijgen is enorm vervuild door de mijnen. Je wordt er ziek van, gewassen gaan kapot en het vee is ziek of sterft”, vertelt Elsa.

“Het water dat de bevolking in Espinar drinkt, komt uit een waterreservoir. Daardoor geloven de meeste mensen dat het zuiver is. Maar doordat het reservoir nabij de mijn gelegen is, is het water vervuild. Zo werden er in het bloed van buurtbewoners zeventien zware metalen gevonden”, legt Elsa uit.

De mijnen kwamen er door valse beloftes die de bedrijven aan de bevolking maakten. Inwoners die eerder toestemden, zien nu de gevolgen. “Ze voelen zich schuldig omdat ze de komst van de mijnen toelieten. Dat is onterecht, want ze wisten niet dat het zo zou verlopen. Door gebrek aan correcte informatie werden veel mensen misleid door de mijnbouwbedrijven. Die beloofden jobs en een goed inkomen. Maar na een tijdje werd duidelijk dat het leugens waren.”

De regering is niet meteen van plan om de mijnen te sluiten. De Peruviaanse economie hangt voor een groot deel af van mijnbouw. Dat gaat ten koste van de lokale bevolking. “De regering weet dat iedereen hier lijdt onder de aanwezigheid van de mijnen, maar sloot akkoorden met de bedrijven en verkiest om er niets aan te doen. Voor haar zijn we maar domme boeren en dus de moeite niet waard.”

Protesten

Sinds enkele jaren heeft de boerenbevolking er genoeg van. Vooral omdat de mijnbouwbedrijven zoals Glencore Xstrata in Espinar geen verantwoordelijkheid willen opnemen. Er vinden steeds meer protestmarsen plaats, zowel op regionaal als nationaal niveau. Hoewel verschillende leiders tegen de mijnen zijn, durven de meeste politici niet te protesteren. Na straatprotesten in 2012 werd de toenmalige burgemeester van Espinar, Oscar Mollohuanca, door de regering in beschuldiging gesteld. “Normaal zou Oscar samen met onze groep naar België reizen, maar door het lopende proces mag hij het land niet verlaten”, zegt Elsa.

De schrik zit er dus een beetje in bij de Peruvianen. Vooral de protesten op nationaal niveau lopen weleens uit de hand, met af en toe gewonden of doden tot gevolg, waaronder ook jongeren. “De regering waarschuwt om niet deel te nemen aan protesten omdat ze gevaarlijk zijn. Wie toch gaat en gewond geraakt, is zelf verantwoordelijk, luidt het.”

Het protest van 2012 kreeg ook internationaal media-aandacht. “We dachten dat er eindelijk iets zou veranderen. Zeker nadat enkele ministers de situatie met eigen ogen kwamen bekijken. Helaas juichten we te vroeg. De ministers waren geselecteerd door hogerhand, en dus corrupt. Ik mocht zelfs niet deelnemen aan de gesprekken met de bedrijven. Toch beweert de regering dat er gepraat werd met de bevolking, maar dat was ook een leugen.”

Regering discrimineert

Het is niet alleen de aanpak van de bedrijven die de regering negeert. Daarnaast respecteert ze de rechten van de gemeenschappen meer niet dan wel. Leerkrachten worden onderbetaald. Daardoor zetten de leerkrachten zich niet in en laat het onderwijs op het platteland te wensen over. Voorts is er is een wet die zegt dat zwangere vrouwen verplicht in de grote steden moeten bevallen. Anders erkennen de instanties het kind niet officieel. Vaak sterven de vrouwen onderweg of in het ziekenhuis door complicaties.

“Mijn volk wordt gediscrimineerd door de regering”, vertelt Elsa. “Doordat veel mensen nooit Spaans leerden en dokters geen Quechua verstaan, de voertaal van de lokale bevolking, sterven er geregeld patiënten door miscommunicatie. Mensen kennen hun rechten niet, vooral vanwege het slechte onderwijs.”

Toekomst onzeker

Over de toekomst van haar volk durft Elsa zich niet uit te spreken. “Zolang er geen oprechte gesprekken plaatsvinden met de regering, mijnbouwbedrijven en de bevolking, zal er niets veranderen. Broederlijk Delen is er nu wel om ons op onze rechten te wijzen en de lokale organisaties te helpen. Ik ben dan ook dankbaar met deze campagne en de kans om naar België te komen.”

Storylab maakte in opdracht van Broederlijk Delen volgende reportage in Peru. Jongeren uit Vlaanderen en Peru maakten samen een muurschildering over de impact van de mijnbouw op de lokale bevolking.

© 2015 – StampMedia - Tekst: Yasmien Vranken, Video: Jeroen Broeckx (Storylab)



Dit artikel werd gepubliceerd op DeWereldMorgen.be op 23/03/2015


Reacties

Plaats een reactie