(c) pedejee
reacties (0)

Een jaar na de mandatenschandalen zijn niet alle Vlaamse centrumsteden even transparant over de mandaten en vergoedingen van burgemeesters en schepenen in allerhande nevenstructuren. Dat blijkt uit onderzoek van Apache en StampMedia, samen met Transparencia.be.

Wat voorafging

Een jaar geleden barstte in Vlaanderen het Publipartschandaal los. Dat bracht een discussie op gang over transparantie en vergoedingen die politici krijgen voor hun werk in allerlei structuren. De koepelvereniging (VVSG) van Vlaamse steden en gemeenten raadde lokale besturen toen aan om in alle transparantie mandaten en vergoedingen bekend te maken. Ook partijvoorzitters legden ronkende verklaringen af in die richting. Er kwam ondertussen ook een nieuw decreet lokaal bestuur. Dat legde een beperking op van het aantal mandaten én de verplichting om jaarlijks een mandatenoverzicht met bijhorende vergoeding aan de Vlaamse overheid bekend te maken. De Commissie Grondwet breidde de aangifteregels uit.

Vijf centrumsteden (Aalst, Kortrijk, Roeselare, Mechelen en Oostende) plaatsen overzichten van mandaten online. Kortrijk is de enige centrumstad die zowel de wedde van burgemeester en schepenen als de vergoedingen in nevenstructuren actief openbaar maakt.

Antwerpen besliste om 'privacyredenen' geen vergoedingen bekend te maken, ondanks een eerdere, uitdrukkelijke belofte tot totale transparantie. Een lijst die in december circuleerde, toonde dat een aantal mandatarissen het niet zo nauw nam met het opgeven van vergoedingen.

Gent besliste meteen na de zaak Publipart om alle vergoedingen voor mandatarissen bekend te maken. Er volgden vorig najaar verschillende commissiezittingen over de rol van de stad in verschillende nevenstructuren.

(c) pedejee

Die zittingen leverden eind december 2017 een ruim 120 bladzijden tellend rapport op. Daarin wordt een overzicht gegeven van alle structuren waarin de stad participeert, wat het doel is en of de stad daar al dan niet moet in blijven.

Maar ook welke mandatarissen zetelen en wat daar tegenover staat. Mandaten in de privé-sector, zoals bijvoorbeeld het voorzitterschap van Daniël Termont bij Fluxys, staan er niet in.

Een dergelijk werkstuk is ongezien voor de andere centrumsteden, en staat in schril contrast met de aanpak van de stad Antwerpen.

Maar een overzicht per mandataris is ook niet terug te vinden in het lijvige Gentse document. Al maakten de meeste fracties wel de inkomsten van hun mandatarissen na de Publipartzaak bekend.

Vergoedingen

Net zo min als Antwerpen, maken Aalst, Hasselt, Oostende en Leuven de vergoedingen van hun mandatarissen in nevenstructuren bekend. Aalst beweert bijvoorbeeld de vergoedingen voor mandaten bij andere instanties van de stad niet te kennen. Ze worden nergens bijgehouden, waardoor ze dus ook niet openbaar gemaakt worden, klinkt het.

Hasselt suggereert dan weer om voor informatie over vergoedingen contact op te nemen met de mandatarissen in kwestie, de samenwerkingsverbanden waarin die zetelen of de centrale databank voor vermogensaangifte van mandatarissen te raadplegen.

Die laatste is evenwel niet publiek toegankelijk: vermogensaangiftes worden in een gesloten omslag bewaard in het Rekenhof.

Kortrijk is een stad die wel heel helder over alle mandaten en vergoedingen communiceert. De stad plaatst op haar site een jaarlijks geactualiseerd overzicht van alle mandaten en vergoedingen, netjes opgelijst per schepen.

Daarbij worden niet alleen de netto-lonen van schepenen vermeld maar ook wat ze bijkomend al dan niet aan vergoedingen voor werk in nevenstructuren ontvangen.

Ook Genk en Sint-Niklaas houden zeer gedetailleerd bij waar mandatarissen actief zijn en wat ze daar voor ontvangen op jaarbasis, maar bij die twee steden worden dan weer de weddes niet vermeld.

Andere steden maken enkel bekend wat de bruto presentiegelden per vergadering bedragen, zonder een jaarlijkse optelsom van uitgekeerde vergoedingen bekend te maken. Dat is het geval in Gent, Mechelen, Roeselare, Brugge en Turnhout.

In veel nevenstructuren worden geen zitpenningen toegekend of liggen de bedragen lager dan het maximum van 205 euro bruto per vergadering. Er blijven wel uitschieters. Een schepen uit Sint-Niklaas die voorzitter is van een sociale huisvestingsmaatschappij in de stad krijgt daarvoor ongeveer 10.000 euro uitgekeerd. Dat is bijna een derde meer dan wat de tweede grootste woningmaatschappij van Vlaanderen (WoninGent) theoretisch kan uitkeren.

Slordig

Behalve wat Kafka, gaven alle Vlaamse centrumsteden snel duidelijkheid over de mandaten die hun schepenen en burgemeesters in allerlei nevenstructuren bekleden.

De manier waarop centrumsteden de mandaten oplijsten, verschilt van stad tot stad. Zo lijsten sommige steden het aantal mandaten per verkozene op, terwijl anderen per nevenstructuur opsommen welke mandataris actief is. Van uniformiteit is geen sprake en het vergt voor elke gemeente apart, weer enig zoekwerk.

Wanneer die mandatenlijst van steden vergeleken wordt met cumuleo.be, een databank van mandaten gebaseerd op de aangiftes die verkozenen jaarlijks bij het Rekenhof moeten doen, zijn daar soms wel verschillen te zien.

Zo zijn er bijvoorbeeld in Aalst en Genk schepenen die meer mandaten bekendmaken op hun site dan verplicht. Al loopt de publicatie van aangiftes achter en is het voor sommige steden ook niet duidelijk op welke periode de lijsten slaan.

Leuven verwijst naar een webpagina waar informatie over budgetten staat, maar niet de mandaten en vergoedingen. Het jaarverslag 2016 lijst wel alle mandaten op, evenwel met de vermelding bezoldigd of onbezoldigd.

In een beroepsprocedure openbaarheid van bestuur laat de stad Roeselare weten dat de aanvraag naar een 'verkeerd e-mailadres' werd verzonden, waardoor het beroep 'onontvankelijk' werd. In plaats van een beroepsprocedure te doorlopen, kon de stad evenwel aan de journalist laten weten waar die de informatie kon vinden. Gewoon op de site, zo bleek.
Ook in Genk, waar de informatie evenwel niet online staat, werd op een gelijkaardige bureaucratische manier gereageerd.

Contrast met Brussel

Het resultaat van de Vlaamse zoektocht staat in schril contrast met wat een journalistencollectief en Transparencia.be in het najaar 2017 bij de 19 Brusselse gemeenten kon ervaren.

Die Brusselse gemeenten zijn sinds 2006 verplicht om de mandaten en vergoedingen van mandatarissen uit de 19 gemeenten bekend te maken. Maar die verplichting bleef helaas dode letter. Geen enkel bestuur gaf meteen een antwoord op alle vragen, zo leerden de Brussels Papers.

Dit artikel werd gepubliceerd door Apache. Voor de openbaarheidsverzoeken werd beroep gedaan op een tool van Transparencia.


Dit artikel werd gepubliceerd door daardaar.be op 30 maart 2018

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie