Alexia Dhertoge, de stem achter Alice Mae: “We willen dat het rockt”
Cultuur(Opinie) Een pleidooi voor een efficiënt én eerlijk hoger onderwijs
Als Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) het hoger onderwijs efficiënter wil maken, doet ze er beter aan de zogenaamde ‘bewust eeuwige student’ met open armen te verwelkomen in plaats van er met de vinger naar te wijzen, vindt Oona-Lisa Desmet.
Minister Demir houdt van efficiëntie. Dat blijkt uit het beleidsvoorstel dat De Morgen in januari kon inlezen. Ze pleit voor een verstrenging van de studievoortgangsregels. Studenten moeten minstens 54 studiepunten van de 60 opnemen, slagen voor 80 procent van de opgenomen studiepunten en krijgen maximaal vier examenkansen per vak over hun volledige studietraject.
Waarom? Ongeveer 35 procent van de studenten behaalt het bachelordiploma binnen de vooropgestelde studieduur. Dat is weinig, té weinig volgens Demir en daarom worden de cijfers gebruikt als verantwoording voor het voorstel. De vraag is echter wat er schuilt achter de overige 65 procent van de studenten. Hebben ze een gebrek aan motivatie? Doen ze dat bewust, dat ‘eeuwig’ studeren? De cijfers missen context, ze zeggen niets over de achtergrond van studenten, en het is daar waar het schoentje knelt binnen dit beleidsvoorstel.
Weerspiegeling van het dagelijkse leven
Dé student volgt immers niet altijd de meeste lineaire en mooi geplaveide weg. Het gebeurt dat er eens een steen losligt of ontbreekt. Dat de student een andere richting uit moet of eerst de weg moet herstellen vooraleer verder te kunnen. Zo gaat het er ook aan toe in het dagelijkse leven en laat onderwijs nu net daar de weerspiegeling van zijn.
Sommigen moeten studies combineren met werk, iets wat het beleid zelf stimuleert via voordelige werkstudentenregelingen. Anderen kampen met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Niet iedere thuissituatie is even stabiel. En niet elke student heeft de bagage om meteen te functioneren in het hoger onderwijs, een systeem doordrenkt van impliciete normen, regels en verwachtingen, zoals academische taal en bepaalde voorkennis. Die 65 procent van de studenten over dezelfde kam scheren en strenger aanpakken om de motivatie te verhogen? De context toont ons dat het dan de meest kwetsbaren zullen zijn die door de uniforme regels zullen worden getroffen.
“Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student”
Die individuele verhalen staan bovendien niet los van bredere structurele keuzes. Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student. Maar als ook de bredere structurele factoren in rekening worden gebracht, dan vertelt ons dat een ander verhaal.
Er wordt namelijk bespaard op het hoger onderwijs, waardoor studiekosten stijgen. Sommigen worden daardoor verplicht om tijd te maken voor een studentenjob om studies te kunnen betalen. Tijd die dus niet naar de studies kan gaan. Daarnaast zorgen besparingen voor minder begeleiding en grotere groepen, waardoor net die studenten die extra ondersteuning nodig hebben, minder worden opgevangen. We moeten dus verder durven kijken dan de simplistische individualisering en inzetten op de betaalbaarheid van studeren.
2.000 opties
Tot slot is het hoger onderwijs geen afgesloten ruimte in het bredere onderwijsveld. Hoe het middelbaar wordt ervaren en de keuzes die daar al dan niet worden gemaakt, hebben een invloed op de mate waarin het verder studeren vlot verloopt. Je bent 18 en hebt keuze tussen meer dan 2.000 opties. Enkel jij maakt de keuze en wordt er dan ook voor verantwoordelijk gesteld.
De voorgestelde maatregelen drijven die verantwoordelijkheid alleen nog maar op, maar maakt de student er ook een meer doordachte studiekeuze door? Begint het ‘efficiënt’ studietraject niet eerder bij de ondersteuning in dat studiekeuzeproces in plaats van sanctionering na de eerste bachelorjaren?
“We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten”
De huidige ondersteuning schiet tekort. De SID-IN-beurs, een informatiemarkt voor zesdejaars, en de open-les-weken geven dan wel een oppervlakkig beeld van het aanbod, maar helpen niet in het leren kennen van de eigen interesses. Wat nodig is, zijn structurele gesprekken met ruimte voor zelfreflectie, realistische verwachtingen en het doorbreken van vooroordelen over zowel leerlingen, als opleidingen zelf. Het herwaarderen van niet-academische paden is hierbij een must.
Het is het welbevinden van studenten dat ertoe doet en dat de basis vormt om tot leren te komen. Studenten die zich goed voelen, geloven in hun toekomstkansen, hun capaciteiten en komen tot betere leerprestaties. Efficiëntie in het hoger onderwijs begint dus niet bij strengere regels, maar bij het creëren van omstandigheden waarin elke student kan slagen.
Kortom: er is méér dan alleen de student die wat harder moet studeren en wat meer zijn best moet doen. We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten. Dus nogmaals, wanneer Demir het hoger onderwijs efficiënter wil, kan ze beter in plaats van met de vinger te wijzen naar de ‘bewust eeuwige student’, haar armen gebruiken om deze heel ver te openen zodat de focus verschuift van uitsluiting naar verwelkoming.