Uitgelegd | Studenten protesteren tegen besparingen in het Franstalig onderwijs
OnderwijsOpinie | “Een politieke partij zonder interne tegenspraak, hoe democratisch is dat?”
Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen en hun leden verwachten dat ze één koers varen, schrijft reporter Pablo Verhaeghe. “Maar misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf.”
De actualiteit werd de afgelopen weken overspoeld door politiek gerommel binnen partijen zelf. De socialisten kregen met de affaire rond Jinnih Beels heel wat kritiek te verwerken, en ook Anders bleef niet gespaard bij de exit van de voormalige voorzitter Egbert Lachaert. De situaties van beide partijen zijn vergelijkbaar, maar tegelijk ook compleet verschillend.
Als kiezer vinden we het meestal een goed teken wanneer een partij één duidelijke lijn heeft. De partij staat stevig op haar benen, ruzies blijven binnenskamers, parlementsleden stemmen volgens de partijlijn en de partijvoorzitter houdt toezicht vanuit een ivoren toren, met een ijzeren hand. Dat zijn typische kenmerken van onze particratie.
Wanneer een partij politici bevat die het over sommige zaken wél oneens kunnen zijn, wanneer die meningsverschillen soms naar buiten komen en politici zich niet langer aangetrokken voelen tot de koers die de voorzitter uitzet en vervolgens hun eigen weg gaan, noemen we dat chaos.
Kijk naar de liberalen
Anders (vroeger Open VLD) kent een turbulente periode en dat weerspiegelt zich in interne conflicten die eerder al eindigde in opvallende exits, onder andere die van Maurits Vande Reyde en Els Ampe.
Onder leiding van Frédéric De Gucht, sinds 2025 de partijvoorzitter, probeert Anders een andere koers te varen. Dat loopt voorlopig nog niet van een leien dakje. Zo verliet Egbert Lachaert recent de partij. De voormalige partijvoorzitter deed dat naar eigen zeggen om inhoudelijke, organisatorische en menselijke redenen.
“Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen”
Pablo Verhaeghe
Van buitenaf ziet dat er niet bepaald uit als een sterke, frisse partij die klaarstaat om mee te regeren. Maar ik begin me af te vragen of we daar niet iets verkeerd aan beoordelen. Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen die van bovenaf wordt opgelegd.
De affaire-Jinnih Beels
Kijk naar wat er vandaag bij de Vlaamse socialisten gebeurt: Vooruit heeft de samenwerking met Jinnih Beels stopgezet en haar gevraagd om haar mandaat als gedeputeerde van de provincie Antwerpen neer te leggen. Beels weigert dat. Ze zegt het bestuursakkoord in de provincie verder te willen uitvoeren, ook als onafhankelijke.
Beels is, in tegenstelling tot Lachaert, geen parlementslid. Ze is gedeputeerde en maakt deel uit van de uitvoerende macht van de provincie Antwerpen. Functioneel kun je haar positie dus eerder vergelijken met die van een minister op provinciaal niveau dan met die van een parlementslid.
Dat verschil is juridisch belangrijk. Bij Lachaert leidde een politieke breuk tot een vertrek uit de partij, maar niet tot het einde van zijn parlementaire mandaat. Een parlementair mandaat staat namelijk los van het lidmaatschap van een politieke partij.
Ook bij Jinnih Beels leidt een politieke breuk op zich niet automatisch tot het einde van haar mandaat. Alleen gaat het hier om een uitvoerend mandaat, waardoor de politieke meerderheid wél naar middelen zoekt om haar uit haar functie te zetten.
Juridisch probleem
Daar zit vandaag precies het juridische probleem. Het provinciedecreet voorziet, in tegenstelling tot de regels die onder meer gelden voor gemeenten en het Vlaams Parlement, tot op vandaag niet in een gewone motie van wantrouwen tegen een gedeputeerde. Daarom werd een spoeddecreet ingediend dat een dergelijke constructieve motie van wantrouwen op provinciaal niveau mogelijk moet maken.
De situaties van Lachaert en Beels zijn juridisch dus niet identiek. Politiek zijn ze des te interessanter om naast elkaar te leggen. Want wat verwachten we eigenlijk van politieke partijen?
Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen verwachten dat ze één koers varen. Een voorzitter die de touwtjes in handen heeft, een fractie die eensgezind stemt en politici die de partijlijn volgen. We noemen dat stabiliteit, en dat is aantrekkelijk.
“We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om die meningen onder controle te houden?”
Pablo Verhaeghe
Maar precies daar ontstaat een merkwaardige paradox. Zolang een partij eensgezind optreedt, ervaren we die eenheid als een teken van stabiliteit en leiderschap. Zodra er intern conflict ontstaat, krijgt dezelfde partij al snel het etiket van verdeeldheid, rebellie, chaos of een gebrek aan leiderschap. Misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf. Waarom zou ik stemmen op een partijlid dat volgt wat de partijvoorzitter met harde hand uitzet? En niet op een partij waarin politici openlijk van mening verschillen?
Dictatuur binnen de democratische partij
Bij Anders zien we wat er gebeurt wanneer interne meningsverschillen leiden tot vertrekken. Het liberale project oogt er niet sterker door. Maar een partij waarin politici kunnen zeggen: ‘Dit is niet langer mijn koers’, en vervolgens kiezen om hun eigen weg te gaan, lijkt mij democratischer dan een partij die leden met spoed wil afzetten wanneer ze van mening verschillen met de voorzitter.
We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om verschillende meningen onder controle te houden? De democratische partij is niet diegene waarbinnen een dictatuur bestaat, maar degene waarin verschil van mening mogelijk blijft zonder dat je meteen van het politieke toneel moet afstappen.
Als we van verkozenen toch vooral verwachten dat ze uitvoeren wat de partijvoorzitter beslist, kunnen we het onszelf een stuk makkelijker maken. Laten we dan gewoon stoppen met het hele verkiezingstoneel en die kieslijsten, en alleen de partijvoorzitters verkiesbaar maken. De rest van de partij krijgt dan gewoon een handleiding gesigneerd door de partijvoorzitter en die hoeven ze alleen maar te volgen.
Zouden we dat ook nog een democratie noemen?