Achter de camera: Elias Rom ging beroemdheden spotten tijdens Paris Fashion Week
CultuurSteeds meer veiligheidsmaatregelen, maar is het Belgische voetbal ook veiliger?
Stewards, stadionverboden, identiteitscontroles, politie en camera’s: Belgische voetbalclubs beschikken over een uitgebreid arsenaal om supportersgeweld tegen te gaan. Toch bestaat er geen maatregel die het probleem alleen kan oplossen. Onderzoeker Rein Struyve ziet bovendien zwakke plekken in het huidige systeem: de positie van stewards verschillen tussen stadions en de verantwoordelijkheid van clubs verdienen meer aandacht.
Pyrotechniek op de tribunes, rondvliegende bekers en confrontaties tussen supporters halen regelmatig het nieuws. Daartegenover staan veiligheidsmaatregelen die de voorbije decennia steeds verder zijn uitgebouwd. Maar weten we eigenlijk hoe goed al die maatregelen werken? Dat is een van de vragen waar onderzoeker Rein Struyve zich mee bezighoudt. Samen met professor Wim Hardyns ontwikkelde hij de Voetbalveiligheidsbarometer. Daarmee wordt wetenschappelijk onderzocht hoe veilig het Belgische voetbal is.
Volgens Struyve was daar nood aan. Officiele statistieken brengen verschillende soorten incidenten soms samen in bredere categorieën, waardoor moeilijk te achterhalen is welke problemen het vaakst voorkomen. De barometer kijkt daarom niet alleen naar geweld, maar ook naar onder meer infrastructuur, toegangscontroles, camera’s en de ervaringen van veiligheidsactoren. De resultaten tonen vooral dat het supportersgeweld verandert.
Andere problemen
Twintig jaar geleden onderzocht Hardyns al voetbalgeweld. Toen kwamen volgens Struyve vooral racisme en fysiek geweld sterk naar voren. Vandaag ziet het landschap er anders uit. “Wat we zien, is dat andere vormen van voetbalgeweld vaak voorkomen”, zegt Struyve. Vooral pyrotechniek springt eruit. Ook het gooien van voorwerpen, het dragen van bivakmutsen en het gebruik van harddrugs komen volgens het onderzoek naar voren. Bij harddrugs gaat het volgens Struyve voornamelijk om cocaïne.
Opvallend is dat discriminatie volgens de barometer minder vaak wordt waargenomen dan misschien wordt gedacht. Dat betekent niet dat het probleem verdwenen is, maar wel dat andere vormen van wangedrag vaker worden gerapporteerd. Pyrotechniek staat daarbij bovenaan.
Dat vuurwerk ondanks toegangscontroles het stadion blijft binnenkomen, heeft volgens Struyve verschillende oorzaken. Het maakt voor bepaalde ultragroepen deel uit van hun groepsidentiteit. Tegelijk ziet hij beperkingen bij de controles aan de stadionpoorten.
Stewards kennen de supporters vaak persoonlijk en zijn in de eerste plaats belangrijk voor onthaal en begeleiding. Maar om de veiligheid streng te bewaken, hebben ze volgens Struyve minder middelen. Daar komt bij dat supporters bijzonder inventief kunnen zijn in het verbergen van pyrotechnisch materiaal. Een eenvoudige oplossing bestaat daarom niet.
Geen wondermaatregel
Clubs beschikken vandaag nochtans over heel wat instrumenten: stewards, camerabewaking, identiteitscontroles, combiregelingen en stadionverboden. Volgens Struyve hebben die maatregelen allemaal op een bepaalde manier een preventief effect. “Ik denk dat het echt een combinatie is. Ik denk niet dat er een maatregel uitsteekt die ervoor zal zorgen dat voetbalgeweld uitgeroeid wordt.”
“Ik denk niet dat er een maatregel uitsteekt die ervoor zal zorgen dat voetbalgeweld uitgeroeid wordt”
Rein Struyve (onderzoeker)
Vooral over de klassieke identiteitscontrole heeft hij vragen. Daarbij wordt gecontroleerd of de identiteit van de supporter overeenkomt met de naam op het ticket. Zulke controles kosten tijd en zijn niet altijd waterdicht. Digitalisering kan daar volgens hem verbetering in brengen. De invoering van identiteitsverificatie via Itsme ziet hij als een stap vooruit. Ook toeganscontrole met gezichtsherkenning kan volgens Struyve mogelijkheden bieden, al roept die technologie vragen op rond privacy en draagvlak bij supporters.
Stewards in de frontlinie
Maar technologie lost niet alles op. Volgens Struyve moet ook worden gekeken naar wie vandaag verantwoordelijk is voor de veiligheid in het stadion. Stewards spelen daarin een bijzondere rol. Dat zijn vrijwilligers die de club goed kennen, die bezoekers begeleiden en met supporters in dialoog gaan. Maar net die mensen staan bij incidenten vaak als eersten tegenover de supporters.
Uit de Voetbalveiligheidsbarometer blijkt volgens Struyve dat stewards regelmatig slachtoffer worden van voetbalgeweld. Bovendien zijn ze minder tevreden over de nazorg die ze na incidenten krijgen dan bijvoorbeeld politiemensen. Dat roept volgens hem vragen op over wat van een steward mag worden verwacht. “Ik denk niet dat het de verantwoordelijkheid is van iemand die daar aan een vrijwilligersvergoeding staat om tussen te komen bij zwaar fysiek geweld.”
Struyve pleit er niet voor om stewards uit de stadions te halen. Integendeel. Hun vertrouwdheid met supporters maakt hen volgens hem waardevol voor onthaal, begeleiding en dialoog. Voor zwaardere veiligheidstaken moet volgens hem wel worden bekeken of beter opgeleide of andere veiligheidsdiensten kunnen worden ingezet. Daarmee komt ook de verantwoordelijkheid van de clubs zelf in beeld.
Wie betaalt voor veiligheid?
Volgens Struyve ligt de prioriteit bij voetbalclubs sterk op het sportieve. Daardoor krijgt veiligheid volgens hem soms minder aandacht. “Ik denk dat clubs daar meer verantwoordelijkheid in kunnen nemen.” Hij wijst daarbij op een bredere discussie over politie-inzet rond voetbalwedstrijden. Meer politie inzetten lijkt een voor de hand liggende oplossing, maar de kosten daarvan komen uiteindelijk bij de samenleving terecht.
Struyve vraagt zich daarom in welke mate publieke middelen moeten worden ingezet voor de veiligheid van een privé-evenement. Anders dan bijvoorbeeld een jaarlijks festival worden in het Belgische profvoetbal vrijwel ieder weekend wedstrijden georganiseerd. Volgens hem mogen clubs daarom sterker geresponsabiliseerd worden om zelf in veiligheid te investeren. Meer politie betekent bovendien niet noodzakelijk minder problemen.
Harder is niet altijd beter
Ook Joshua Geertsen, directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, waarschuwt dat een te repressieve aanpak vijandigheid kan veroorzaken. Hij wees eerder op het belang van communicatie met supporters en een goede ontvangst van bezoekende fans. Volgens hem is er wetenschappelijk bewijs dat die aanpak werkt.
Onderzoek naar zogenoemde dialogue-based policing toont dat een grote politieaanwezigheid, en vooral een harde, bijna paramilitaire aanpak, eerder tot escalatie dan de-escalatie kan leiden bij bepaalde supportersgroepen. Dat betekent niet dat politie uit het stadion moet verdwijnen. Het gaat volgens Struyve vooral om de manier waarop er wordt opgetreden.
Ook stadionverboden illustreren die moeilijke balans. Een Supporter Liaison Officer (SLO) vertelde tijdens dit onderzoek dat een stadionverbod een gewone supporter sterk kan afschrikken, terwijl zo’n verbod binnen bepaalde harde kernen juist aanzien kan opleveren. Struyve herkent dat gedeeltelijk vanuit onderzoek naar hooliganisme. Toch schrijft hij stadionverboden niet af. Ze werpen letterlijk een barrière op waardoor iemand die zich heeft misdragen niet zomaar opnieuw het stadion binnen kan. De effectiviteit hangt vervolgens wel samen met de kwaliteit van toegangs- en identiteitscontroles.
Niet overal hetzelfde
Daar komt nog een ander probleem bij: de veiligheidsaanpak verschilt van stadion tot stadion. Volgens Struyve bestaat er relatief weinig uniformiteit. “Je merkt dat je in het ene stadion meer mag uitsteken dan in het andere.” Ook infrastructuur speelt daarbij een rol. Moderne stadions bieden volgens hem meer mogelijkheden om nieuwe veiligheidstechnologie, goede camerasystemen en geavanceerde toegangscontroles te gebruiken. Bij oudere infrastructuur is dat niet altijd even eenvoudig.
“Je merkt dat je in het ene stadion meer mag uitsteken dan in het andere”
Rein Struyve (onderzoeker)
Het verschil zit dus niet alleen in regels, maar ook in de middelen waarover clubs beschikken. Dat maakt het moeilijk om over ‘dé Belgische aanpak’ van supportersgeweld te spreken. Dezelfde regelgeving kan in verschillende stadions uiteindelijk anders worden toegepast.
Niet noodzakelijk extremer
Toch waarschuwt Struyve ervoor om daaruit te concluderen dat het supportersgeweld steeds extremer wordt. “Extremer is wat alarmistisch. Dat wordt vaak snel geroepen.” Net daarom vindt hij het belangrijk dat de Voetbalveiligheidsbarometer in de toekomst opnieuw wordt uitgevoerd. Pas wanneer dezelfde metingen over meerdere jaren worden herhaald, kan wetenschappelijk worden vastgesteld of het probleem daadwerkelijk groter wordt.
Wat vandaag wel zichtbaar is, is een verschuiving. Fysieke confrontaties vinden volgens Struyve bijvoorbeeld minder uitsluitend in en rond het stadion plaats. Sommige groepen spreken verder van het stadion af om elkaar op te zoeken, bijvoorbeeld bij zogenaamde bosgevechten. Niet noodzakelijk meer of extremer geweld dus, maar andere vormen en andere plaatsen.
De volgende stap
Voor de komende jaren ziet Struyve mogelijkheden om het Belgische voetbalveiligheidsbeleid verder te professionaliseren. Betere toegangscontroles zijn daar een onderdeel van, maar ook de manier waarop risicowedstrijden worden ingeschat kan volgens hem verbeteren. Vandaag gebeurt zo’n risico-inschatting nog sterk op basis van ervaring en eerdere incidenten. Een wedstrijd die in het verleden problemen opleverde, wordt daardoor sneller opnieuw als risicowedstrijd beschouwd.
Volgens Struyve kan in de toekomst meer met data worden gewerkt. Factoren zoals het competitieve belang, het verwachte aantal uitsupporters, de ligging van het stadion en eerdere incidenten kunnen samen een nauwkeuriger risicobeeld opleveren. Op langere termijn ziet hij zelfs mogelijkheden voor toepassingen van kunstmatige intelligentie. Maar technologie is uiteindelijk slechts een deel van het antwoord.
Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.