Column | “Als lesbische vrouw leerde ik dat opvallen gevaarlijk kon zijn”
De stem van jongerenVan asielcentrum naar eigen appartement: het verhaal van R. Momand
Na een lange, gevaarlijke vlucht uit Afghanistan kwam R. Momand op vijftienjarige leeftijd op zijn eentje aan in België. Na zeven landen te doorkruisen in tientallen taxi’s, woont hij nu zelfstandig in een appartement in Houthalen-Helchteren. “Ik doe gewoon mijn best, dat is voor mij genoeg.”
Hoe verliep je reis vanaf het moment dat je over de Belgische grens kwam?
“Ik ben met vrienden van Frankrijk naar Brussel gekomen, gewoon met de taxi. Zo kwam ik bij een asielzoekerscentrum terecht. We moesten er de hele nacht wachten tot de mensen ons ’s morgens binnenlieten. Binnen werden onze vingerafdrukken afgenomen en moesten we een klein interview doen. Maar daar was ik niet klaar voor.
Ik was vijftien en ik was al zo lang onderweg, ik moest gewoon eten en slapen. Ze stuurden me naar sociaal-culturele organisatie ORBIT voor twee à drie maanden, waar ik ook Nederlandse lessen kreeg. Toen heb ik wel het interview gedaan. Ze vroegen waar ik naartoe wilde als ik hier weg moest. Ik heb aangegeven dat ik uiteindelijk niet naar Waals-Brabant wilde. Ik was Nederlands aan het leren en dat ging goed. Waarom zou ik dan niet in Vlaanderen blijven? Naar school gaan zou dan makkelijker zijn voor mij.”
Kan je uitleggen hoe het verder verliep in opvang ORBIT?
“We werden volledig gecontroleerd. We moesten naar de dokter voor medische onderzoeken om na te kijken of we fysiek in orde waren. Ze besloten uiteindelijk dat ik in Vlaanderen mocht verblijven dus hebben ze me dan met de auto naar het noodopvangcentrum in Houthalen-Helchteren gebracht. Vanaf dan moest ik eigenlijk al direct naar school. Mijn voogd hielp me ondertussen met de procedure en zocht mee naar werk. Ik was toen zestien.
Na school of op woensdagnamiddag werkte ik als student in een restaurant. Soms ook in het weekend. Dat was zwaar. Na een tijd ben ik daar gestopt omdat het te ver was. Ik moest er met de bus naartoe, maar die reed ’s avonds niet meer terug. Die regeling was te moeilijk. Vanaf mijn zeventiende ben ik in restaurant Den Noordkant beginnen werken als afwasser.”
Kon je sparen?
“In Brussel kreeg ik zeven euro per week. In Helchteren kreeg ik niets, omdat ik een studentenjob had. Dat mocht ik allemaal zelf bijhouden om te sparen voor het moment dat ik weg moest uit het centrum. Mijn voogd motiveerde me vooral om te sparen, hij wilde niet dat ik veel uitgaf. En de begeleiders keken allemaal streng toe, zodat je goed omging met je geld.”
Je moest uiteindelijk vertrekken uit het opvangcentrum. Hoe is dat verlopen?
“Toen ik zeventien werd, deed ik het grote interview. Dan wordt er beslist of je het centrum mag verlaten. Ze vroegen naar een paar documenten, maar die had ik niet. Ze geloofden ook niet alles wat ik vertelde en weigerden daardoor mijn aanvraag. Ik mocht dus niet vertrekken. Als je wordt geweigerd na het grote interview, word je naar de rechtbank gestuurd. Dit gebeurde toen ik achttien was. De rechter beslist dan of je in België mag blijven of niet. Mijn advocaat en leerkrachten waren ook aanwezig. Zij vertelden dat ik goed bezig was, zoals dat ik de Nederlandse taal leerde en werk had.”
Studeerde je toen nog?
“Ja, ik deed een opleiding automechanica. Elke dag zat ik van acht tot vier uur op school, daarna ging ik werken. Ik wou de opleiding wel volgen, maar ik wilde ook mijn familie naar België halen dus ben ik beginnen werken bij Kuehne+Nagel in Tessenderlo.”
Hoe ziet je leven er nu uit?
“Ik werk en woon alleen. Toen ik in het opvangcentrum zat, werd alles voor me geregeld. Nu moet ik huishuur, autoverzekering en elektriciteit betalen. In Afghanistan deed mijn grote broer alles voor me. Hij was een tweede vader voor mij. Maar hier moet ik alles ineens zelf doen. Er is niemand, als ik het zo mag zeggen, die me echt steunt.
Het moeilijkste was de Nederlandse taal en cultuur leren. Van mijn religie mag je niet eens samenzitten of praten met meisjes die je niet kent. Op school hadden we ook aparte klassen, hier is alles gemengd. Nu ben ik het gewoon, maar het duurde lang om eraan te wennen. Ik schaamde me en durfde niet in de klas te praten. Door de taal, maar ook door de gemengde groep.”
Vind je het moeilijk om alleen te zijn?
“De eerste maanden en jaren voelde ik me eenzaam. Zeker tijdens de ramadan en op Suikerfeest, dat zijn momenten die je normaal met familie doorbrengt. Maar mijn familie is hier niet.”
Ben je trots op jezelf?
“Ik ben trots op mijn leerkrachten. Zij hebben zoveel voor me gedaan en ervoor gezorgd dat ik in België kon blijven. Door hen spreek ik Nederlands en kan ik werken. Ik ben niet trots op mezelf, ik doe gewoon mijn best en dat is het belangrijkste.”