reacties (0)


Het aantal vermoedelijke gevallen van tienerprostitutie en loverboys blijft stijgen. Hulpverleners in Vlaanderen en Nederland trekken aan de alarmbel: dit is geen ver-van-mijn-bed-show meer. Miek Alkemade van preventiecentrum Gevaarlijke Liefde in Eindhoven: “Jongeren hebben nog een romantisch beeld van die zogenaamde loverboys. We proberen hen attent te maken dat het er nu veel harder aan toe gaat.”

Januari dit jaar: een twaalfjarig kind komt om schrijnende redenen in het nieuws. Maandenlang bleek zij slachtoffer te zijn geweest van een bende kinderpooiers. Het meisje had een profiel op de Nederlandse website Kinderchat.nl en werd daar aangeboden als tienerprostituee.

Het meisje kwam uit een stabiel gezin en had tot voor kort nooit problematisch gedrag vertoond. Haar ouders kwamen er pas later achter dat ze online is gegroomd (online benaderd door de daders) om naaktfoto’s van zichzelf te nemen. Eenmaal die foto’s online stonden, dwongen de pooiers haar om zich te prostitueren.

Al sinds 2003

Volgens Patsy Sörensen van de Antwerpse organisatie tegen mensenhandel Payoke is dit geen nieuw fenomeen. Alleen ontbreken er cijfers om een duidelijk overzicht te krijgen van hoeveel slachtoffers er nog zijn.

Sörensen is vooral kritisch voor de overheid die volgens haar het probleem veel te lang heeft onderschat. “Al in 2003 kregen we meldingen van slachtoffers. Men had toen geen aandacht voor het probleem. Nu is er gelukkig veel meer belangstelling voor het fenomeen én de slachtoffers die de de magistraten in Antwerpen en Gent over de vloer krijgen.”

Toch is er nog werk aan de winkel. “In 2014 brachten wij een studie uit over het fenomeen van kinderpooiers. Niet vanuit de overheid maar omdat er een slachtoffer naar ons kwam die zei dat er echt iets aan gedaan moest worden.”

Noodkreet

Jo Vandeurzen (CD&V), Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, luisterde naar de kritiek van de verschillende jeugdinstanties en Antwerpse jeugdrechters. In de media slaakten ze een noodkreet over twee slachtoffers die zich eind juni 2015 tegelijk hadden aangediend. Snel daarna stelde Vandeurzen een onderzoek in naar het fenomeen kinderpooiers.

Uit de studie kwamen twee verontrustende zaken naar voren. Enerzijds is een systematische stijging van het aantal tienerpooierdossiers bij elke dienst die in aanraking komt met de bijzondere jeugdzorg. Anderzijds valt er geen lijn te trekken in het profiel van de slachtoffers of hoe ze gerekruteerd worden.

Tienerpooiers lokken zowel meisjes aan de schoolpoort, als op sociale media of via de instelling waar ze verblijven. De enige constante in alle dossiers is dat de slachtoffers makkelijk te manipuleren zijn. Het zijn kwetsbare meisjes op zoek naar aandacht, die niet goed in hun vel zitten en niet de weerbaarheid hebben om zulke types te mijden.

Zware trauma’s

“Of ze nu uit een modelgezin komen, zoals het slachtoffer van de Kinderchat of het meisjes zijn die vechten op de speelplaats en dan gespot worden door kinderpooiers. Ze maken allemaal evenveel kans om slachtoffer te worden”, legt beleidsmedewerker seksuele uitbuiting bij Child Focus, Yasmin Van Damme uit.

Van Damme wijst erop dat niet alle geïdentificeerde slachtoffers instellingskinderen zijn. “Maar wie nog niet in de jeugdhulp zat voor hun tijd in de prostitutie, komt nadien wel vaak in een instelling terecht vanwege de zware trauma’s en manipulatie maar ook om hen uit de klauwen van hun pooiers te houden.” 

Een zoektocht via het internet naar meisjes uit instellingen vormt vaak een bijzonder succesvolle en makkelijke methode als het gaat om het groomen of inpalmen van de slachtoffers. Tienerpooiers weten dat de meisjes daar al veel hebben meegemaakt en affectie zoeken. Bij Childfocus namen ze de proef op de som. Yasmin Van Damme: “In ons onderzoek typte een dertigjarige mannelijke medewerker van Child Focus het woord ‘instelling’ in de zoekfunctie van Facebook. Het eerste resultaat was een tienermeisje uit een Vlaamse hoofdstad. Zij had net iets gepost over de instelling waar ze woonde en tien minuten ervoor een zelfmoordfilmpje geplaatst op haar profiel. Dat is het perfecte slachtoffer.”

Mediacampagne

Om tieners te beschermen tegen dit soort praktijken zal Child Focus een sensibiliseringscampagne starten. Het eerste deel zal een virale mediacampagne zijn waarvan de boodschap “Het kan jou ook overkomen” is. Child Focus zal ook een website uitbouwen met informatie over tienerpooiers.

Daarnaast worden verdere aanbevelingen opgedeeld in vier luiken: preventie, betere opvang van de slachtoffers door het creëren van plaatsen specifiek voor dat soort slachtoffers, betere opsporing van tienerpooiers en tenslotte een betere communicatie en samenwerking tussen alle mogelijke betrokken instanties waaronder de hulpverlening, politie en justitie.

Jeugdinstellingen zoals Beernem gaan alvast in op de aanbevelingen van Child Focus over de opvang en begeleiding van slachtoffers van tienerpooiers. Om te beginnen zijn er sinds 1 juni twee extra leefgroepen gecreëerd. Dat brengt het totaal aantal plaatsen op 54. Ook is er in samenspraak met de jeugdrechter en enkele private voorzieningen een nieuw hulpprogramma ontwikkeld. Het programma zal zich onder andere meer focussen op het individueel traject van de meisjes.

Nederland

In België zit de aanpak van kinderpooiers in een stroomversnelling maar in Nederland werken ze al sinds 1996 rond het fenomeen loverboys. Ze staan dus twintig jaar verder als het gaat over bewustmaking van tienerprostitutie. Eén van de toonaangevende organisaties is Gevaarlijke Liefde in Eindhoven.

Projectcoördinator Miek Alkemade: “Gevaarlijke Liefde gaat over meer dan alleen kinderpooiers. Wij willen jongeren bewust maken van hun grenzen bij relaties en seksualiteit, maar ook informeren over de gevaren op het internet. Maar liefst de helft van de slachtoffers wordt via het internet geronseld. Per avond sturen de kinderpooiers wel vijfhonderd vriendschapsverzoeken via sociale media.”

Hoewel Vlaanderen met de aanbevelingen van Child Focus en het recentelijk gewijzigd jeugddecreet zijn eigen weg wil gaan, wordt vanuit de verschillende instanties toch altijd verwezen naar het traject van Bijzondere Jeugdzorg in Nederland.

De Antwerpse jeugdrechter Christian Denoyelle vestigt onder andere de aandacht op het programma van de Yes We Can Clinics. Een Nederlands project waarbij jongeren en ouders intensief door psychologen en begeleiders worden begeleid om een inzicht te krijgen in hun problematisch gedrag. “Het is niet omdat het uit Nederland komt dat het goed is. Maar de hulpverlening is er intensiever. Laat dat een boodschap zijn aan alle betrokkenen.” 

© 2016 – AP Hogeschool/ StampMedia – Axelle Lot



Dit artikel werd gepubliceerd door DeRedactie.be op 25/06/2016
Dit artikel werd gepubliceerd door Allesoverjeugd.be op 25/06/2016


Reacties

Plaats een reactie