Achter de camera: Elias Rom ging beroemdheden spotten tijdens Paris Fashion Week
CultuurVeiligheid begint lang voor de aftrap: zo proberen Belgische profclubs supportersgeweld te voorkomen
Een voetbalwedstrijd beveiligen begint niet wanneer de scheidsrechter fluit. Risicoanalyses, veiligheidsafspraken, stewards, politie en supportersoverleg worden ruim voor de wedstrijd voorbereid. Toch waarschuwt de Dienst Voetbalveiligheid dat meer controle alleen niet volstaat. Ook communicatie, vertrouwen en de manier waarop supporters worden behandeld, bepalen mee of een wedstrijd rustig verloopt.
Wie op een wedstrijddag het stadion binnenwandelt, ziet vooral stewards aan de poorten, ticketcontroles en eventueel politie in de omgeving. Een groot deel van de veiligheidsorganisatie blijft voor de gemiddelde supporter echter onzichtbaar.
Ook bij Beerschot begint de veiligheidswerking al voor de supporters aan het stadion verschijnen. Bram Vaesen, communicatieverantwoordelijke bij de club, vertelde dat vooraf sweepings worden uitgevoerd om het stadion te controleren op voorwerpen die er niet thuishoren. Aan de ingangen volgen vervolgens ticket- en identiteitscontroles en kunnen supporters worden gefouilleerd.
Die controles hebben volgens Vaesen ook hun beperkingen. Stewards mogen slechts een oppervlakkige fouillering uitvoeren. Veiligheid is daardoor niet alleen een kwestie van controleren aan de stadionpoort. De club werkt ook samen met politie en andere veiligheidsdiensten en zet in op overleg met supporters.
Meer dan controleren
De aanpak bij Beerschot illustreert dat preventie uit verschillende lagen bestaat. Controles moeten voorkomen dat verboden materiaal het stadion binnenkomt, terwijl stewards en veiligheidsdiensten tijdens de wedstrijd toezicht houden. Tegelijk probeert de club vooraf met supporters te communiceren. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in de aanpak van pyrotechniek. Beerschot voert vooraf sweepings uit, controleert bagage en kledij aan de ingangen en werkt samen met politie en veiligheidsdiensten. Daarnaast worden supporters gesensibiliseerd en kunnen sfeeracties vooraf met de club worden besproken.
Die combinatie van controle, communicatie en samenwerking past binnen het bredere Belgische voetbalveiligheidsbeleid. Joshua Geertsen, directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, legt uit dat zijn dienst controleert of clubs voldoen aan wettelijke voorschriften rond onder meer infrastructuur, ticketbeleid en de inzet van stewards. Daarnaast behandelt een sanctieteam processen-verbaal en kunnen boetes en stadionverboden worden opgelegd. Een beleidsteam houdt zich bezig met de analyse en aanpassing van regelgeving en ondersteunt projecten die de voetbalveiligheid moeten verbeteren. Clubs organiseren bovendien lokale adviesraden waarin onder andere politie, brandweer, supportersverenigingen en soms buurtbewoners samenkomen.
Contact met supporters
Opvallend genoeg noemt Geertsen niet meer politie, strengere fouilleringen of meer camera’s wanneer hem wordt gevraagd welke preventievemaatregel het belangrijkst is. “Het belangrijkste wat je kan doen ter preventie, is contact met de supportersgroepen.” Daarbij speelt volgens hem de Supporter Liaison Officer, of SLO, een belangrijke rol. Die vormt de schakel tussen het clubbestuur en de supporters. Ook spotters van de politie proberen dicht bij supportersgroepen te staan.
Een goede wisselwerking tussen supporters, club en politie kan volgens Geertsen voorkomen dat situaties escaleren. Wanneer veiligheidsdiensten weten wat er leeft binnen supportersgroepen, kunnen ze beter inschatten welke maatregelen nodig zijn. Dat betekent niet dat verboden gedrag wordt toegestaan. Geertsen geeft het voorbeeld van supporters die van plan zijn pyrotechniek te gebruiken. Wanneer de club en de politie dat vooraf weten, kunnen ze erop anticiperen, ook al blijft het gebruik verboden. Een vertrouwensband kan volgens hem zelfs helpen om bij gevoelige wedstrijden minder drastische maatregelen te nemen. Dat kan op zijn beurt zorgen voor een rustigere sfeer.
In een kooi
Meer veiligheidsmaatregelen betekenen volgens Geertsen namelijk niet automatisch meer veiligheid. Vooral de manier waarop uitsupporters worden ontvangen, kan volgens hem een rol spelen bij het ontstaan van spanningen. Bezoekende supporters komen volgens hem soms terecht in een afgelegen deel van het stadion, met slechte sanitaire voorzieningen, weinig begeleiding en zware controles. Zo kan al voor de wedstrijd vijandigheid ontstaan. “Hoe meer mensen zich in een kooi gaan voelen, hoe meer ze zich ook gaan gedragen als beesten.”
“Als je iemand gaat behandelen als een dader, dan gaat hij zich veel sneller gedragen als een dader”
Joshua Geertsen (directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken)
Geertsen wijst daarom op het belang van wat hij het service-aspect noemt. Voetbalveiligheid bestaat volgens hem niet alleen uit safety en security, maar ook uit service. De manier waarop supporters worden ontvangen en behandeld, kan mee bepalen hoe ze zich gedragen. “Als je iemand gaat behandelen als een dader, dan gaat hij zich veel sneller gedragen als een dader.” Een proper bezoekersvak, goede sanitaire voorzieningen en duidelijke begeleiding lijken misschien kleine zaken tegenover camerabewaking en politie-inzet. Volgens Geertsen kunnen ze wel bijdragen aan een minder vijandige omgeving.
Preventie alleen volstaat niet
Communicatie en een goede ontvangst hebben volgens Geertsen echter hun grenzen. Preventie werkt moeilijk wanneer supporters denken dat overtredingen toch zonder gevolgen blijven. “We kunnen heel preventief optreden en sensibiliseren. Maar als die supporters de perceptie van straffeloosheid krijgen, dan mag je nog zoveel sensibiliseren.” Wanneer supporters denken dat ze door een bivakmuts niet geidentificeerd kunnen worden of merken dat bij incidenten nauwelijks wordt opgetreden, kan volgens hem het gevoel ontstaan dat ze weinig risico lopen.
Daarom is naast preventie ook handhaving nodig. Geertsen ziet daarbij verschillen tussen lokale politiezones. Sommige zones besteden volgens hem meer aandacht aan de voetbalwet en het identificeren en sanctioneren van overtreders. Dat heeft ook gevolgen voor clubs. Zij kunnen supporters sensibiliseren en regels communiceren, maar die boodschap verliest aan kracht wanneer overtredingen zelden gevolgen hebben. “Als men enkel met de wortel gaat werken, dan wordt het heel moeilijk om bepaalde supportersgroepen in lijn te houden”, zegt Geertsen.
Bekers en vuurwerk
Supportersgeweld bestaat bovendien uit meer dan vechtpartijen. Volgens Geertsen behoort het gooien van voorwerpen tot de vaakst voorkomende inbreuken. Een beker of ander voorwerp is snel gegooid wanneer frustraties oplopen. Ook pyrotechniek staat volgens hem de laatste jaren bij de meest voorkomende overtredingen. Geertsen schat dat ongeveer een kwart van de inbreuken betrekking heeft op het bezit of gebruik van pyrotechnisch materiaal. Niet alleen degene die het vuurwerk afsteekt, kan worden gestraft. Ook het faciliteren ervan is strafbaar. Wie bijvoorbeeld een vlag voor iemand houdt zodat die persoon ongezien pyrotechniek kan afsteken, kan eveneens worden gesanctioneerd.
Geertsen ziet daarnaast een verandering in de manier waarop incidenten plaatsvinden. Hij benadrukt dat cijfers tussen seizoenen moeilijk rechtstreeks te vergelijken zijn, onder meer omdat het aantal wedstrijden kan verschillen. Toch ziet hij sinds de coronaperiode een duidelijke evolutie. Het aantal wedstrijden waarbij incidenten plaatsvinden, blijft volgens hem de laatste jaren ongeveer gelijk. De incidenten zelf lijken echter vaker georganiseerd.
“Het aantal wedstrijden waar een incident plaatsvindt, blijft sinds corona min of meer gelijk. Maar het is de manier waarop dat toch een groot verschil kent”
Joshua Geertsen (directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken)
Waar vijftien jaar geleden volgens Geertsen bijvoorbeeld enkele individuen een Bengaals vuur aanstaken, ziet hij nu acties waarbij grote delen van een tribune tegelijk pyrotechniek gebruiken. Ook confrontaties tussen supportersgroepen kunnen volgens hem vooraf gepland zijn. “Het aantal wedstrijden waar een incident plaatsvindt, blijft sinds corona min of meer gelijk. Maar het is de manier waarop dat toch een groot verschil kent.”
Groter en beter
Sociale media kunnen die ontwikkeling volgens Geertsen versterken. Beelden van pyrotechnische acties en confrontaties verspreiden zich snel online. Supportersgroepen kunnen zo zien wat andere groepen doen en elkaar proberen te overtreffen. “Het moet altijd groter zijn. Het moet beter zijn.”
Volgens Geertsen kunnen dergelijke acties gebruikt worden om andere supportersgroepen te imponeren of provoceren. Ook klassieke media spelen volgens hem een rol wanneer beelden van vuurwerk, gemaskerde supporters of confrontaties veel aandacht krijgen. Hij maakt de vergelijking met streakers tijdens sportwedstrijden. Die worden bewust niet meer in beeld gebracht om hen geen extra aandacht te geven. Bij grote pyrotechnische acties gebeurt volgens hem vaak het tegenovergestelde.
Geen wondermiddel
De preventie van supportersgeweld bestaat uit een combinatie van maatregelen. Controles, fouilleringen, camerabewaking, stewards, spotters, stadionverboden en supportersoverleg vullen elkaar aan. De aanpak bij Beerschot laat zien hoe een club probeert controles aan de stadionpoort te combineren met samenwerking en communicatie.
Tegelijk blijkt uit de uitleg van Geertsen dat veiligheid niet alleen wordt bepaald door het aantal agenten, stewards of camera’s. Ook communicatie met supporters, hun ontvangst in het stadion en het vertrouwen tussen supporters en veiligheidsdiensten spelen een rol. Tegelijk blijft handhaving noodzakelijk wanneer grenzen worden overschreden. Preventie van supportersgeweld is daardoor geen keuze tussen praten of sanctioneren, maar een combinatie van beide. En die aanpak begint lang voordat de bal voor het eerst rolt.
Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.