reacties (0)


Pop-upstores lijken het antwoord op de crisis te zijn. Sinds enige tijd ontpoppen sommige leegstaande ruimtes zich tot een hippe computerwinkel voor één dag. En morgen is het weer iets anders. Zijn we de realiteit zo snel beu dat we offline even snel verder willen klikken als online?

Er gaat geen dag voorbij zonder dat het woord crisis ergens valt. Het is meestal met negatieve connotatie maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Pop-upstores lijken een creatief antwoord op leegstand en werkloosheid. Of is het alleen een slimme marketingtruc?

Pop-up stores combineren de gevolgen van laagconjunctuur in een handige combinatie die met een beetje geluk zelfs winstgevend is. Of ze gaan de crisis voorbij en toveren Knokke om in een grote pop-upstad, zodat er afgelopen zomer overal dergelijke evenementen opvielen.

Originele evenementen

Een pop-up kan veel vormen aannemen: de Aktion Store, een reizende guerillawinkel van het Belgische modelabel A.F. Vandevorst; 1841 Heritage Denim, een denimworkshop onder de vleugels van C&A in de Antwerpse Kloosterstraat; de pop-up van beautywinkel Magnolia; en als je goed kijkt, kan je zelfs de budgetvriendelijke pop-up party’s spotten van het feestcomité FingerSpitzenGefühl.

Pop-ups zijn bijna altijd verpakt in een origineel evenement, dat moet vooral winkelend publiek lokken. Het Gentse bedrijf cnocspot.com specialiseerde zich in het bedenken van pop-upconcepten. Voor hun eerste project voor WESC (een Zweeds merk voor hoofdtelefoons) bouwden ze een interieur dat effectief uit verpakking bestond: elke keer wanneer iemand een hoofdtelefoon kocht, brak hij een stukje van de winkel af. Dat benadrukte de tijdelijkheid van de winkel.

Aanwezig zonder contract

Waarom mensen een pop-upstore willen openen, beantwoordt Pieterjan Van Parys van cnocspot.com: “Het biedt de mogelijkheid om aanwezig te zijn in een stad zonder vast te zitten aan langdurige contracten. Je kiest zelf om tijdens een interessante periode ter plaatse te zijn.” Net omdat het zo’n korte periode is, wekt het nieuwsgierigheid. Toch moet er reclame gemaakt worden. Daar bieden sociale media grote hulp. “De kunst is om de pop-up levendig te houden en het woord te verspreiden door speciale evenementen.”

Dat weet ook Fredo De Smet van Avenue L, de uitbaters van Bar Ingmar, dat als meeting point dient van het Gentse Filmfestival en zich dan ook tijdelijke naast de Kinepolis bevond. “Ik reken volledig op mond-tot-mondreclame. Facebook en Twitter doen hetzelfde maar in een nieuw jasje.”

Rekbaar imago

Avenue L is misschien geen onbekende: van Bar Nr. 13 dat zich vorig jaar dertien weken op de Sint-Pietersnieuwstraat 13 in Gent bevond of van Tron Café in de penthouse van de befaamde Gentse UCO-toren, dat er was naar aanleiding van de Disneyfilm Tron.

“In een pop-up kan je meer risico nemen dan in een gewoon café, omdat het imago rekbaarder is. In een gewoon, goed café heb je een vast publiek dat terugkomt voor de typische gezelligheid. Maar ze zijn ook kritisch want ze weten wat ze willen. In een pop-upbar kan je een brede laag van interesses en gezelligheid leggen. In Nr. 13 speelde Das Pop maandag een live sessie, dinsdag was er een fotovernissage en woensdag hielden we een politiek debat. Je weet dat de kunstliefhebbers gepasseerd zijn, zij zullen woensdag niet meer terugkomen. In een pop-up heb je dus meer vrijheid. En er is natuurlijk ook het exclusieve. Het is nu of nooit: kom vandaag want morgen is het alweer weg.”

© 2011 - StampMedia – Charlotte Jaroš


Reacties

Plaats een reactie