In beeld | Antilliaanse Feesten brengen Caribische muziek naar Hoogstraten
CultuurYagmur Aslan (21) verhuisde op haar zestiende van Turkije naar België: “In het begin begreep ik bijna niks van de taal, nu studeer ik in het Nederlands”
Yagmur verhuisde op haar zestiende van Turkije naar België. Ze sprak geen Nederlands en moest hier een nieuw leven beginnen. Inmiddels studeert ze Communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, en jawel, in het Nederlands. Maar dat ging niet zonder moeilijkheden.
“Ik sprak Turks, Koerdisch en Engels, maar Nederlands kon ik helemaal niet. Toch moest ik het snel leren om naar school te gaan en mijn leven hier op te bouwen. In België begon ik in een onthaalklas OKAN. Dat is een klas voor jongeren die nog geen Nederlands spreken. Daarna ging ik verder naar het secundair onderwijs om mijn diploma te behalen. Studeren bleek hier wel anders dan in Turkije. Daar zijn examens vaak multiple choice. In België moet je veel zelf schrijven en uitleggen. Daar voelde ik me niet comfortabel bij.”
“Vooral schrijven en grammatica vond ik moeilijk. Ik heb vaak gedacht dat het nooit zou lukken om het Nederlands deftig onder de knie te krijgen. Ik dacht dat een paar jaar langer in België geen verschil zou maken. Maar je leert jezelf beter kennen en ontwikkelen. En je wordt een betere versie van jezelf.”
“In het Turks ben ik spontaner. Ik maak veel grapjes en gebruik veel inside jokes. Als ik Nederlands spreek, ben ik veel serieuzer en academischer. Het hangt dus af met wie ik ben. Dat voelt soms vreemd, maar het hoort er gewoon bij. Toch voelt België ondertussen steeds meer als een thuis voor mij. Ik heb in die jaren de motivatie gekregen om door te gaan. Veel mensen vragen hoe ik zo snel Nederlands heb geleerd. Mijn antwoord daarop is heel simpel: De motivatie is eigenlijk dat je moet. Als het van moeten is, ga je het ook doen.”
“In het Turks ben ik spontaner. Ik maak veel grapjes en gebruik veel inside jokes. Als ik Nederlands spreek, ben ik veel serieuzer en academischer”
Yagmur Aslan (21)
“Ik heb de taal dagelijks nodig. Als ik naar de dokter of het gemeentehuis ga, moet ik de taal kunnen spreken. Mijn studies zijn in het Nederlands. Zelfs thuis help ik mijn ouders met vertalen, aangezien zij geen Nederlands spreken. Ik krijg veel steun van mensen rondom mij. Vooral mijn kamergenoot in Brussel, waar ik woon, helpt mij regelmatig. Als ik een taak heb geschreven, vraag ik haar om te kijken of alles klopt. Ook al spreek ik nu Nederlands, toch maak ik nog steeds fouten.”
“Tijdens mijn studies kreeg ik ook momenten die mij een extra boost gaven. Zo had ik eens een gesprek met een docent over mijn examen. Ik vertelde dat ik nog maar vier jaar in België woonde. Zij was onder de indruk en zei dat ik de taal al goed spreek. Dat gaf mij meer zelfvertrouwen, en vooral de hoop om nooit op te geven.”
“Als ik nu terugkijk op mijn journey, is er één ding waar ik het meest trots op ben: ik heb nooit opgegeven. Altijd heb ik geprobeerd verder te gaan en een oplossing te vinden voor problemen. Voor mij bestaat het onmogelijke niet, zeker niet als je iets heel graag wil. Ik zal dus nooit ‘impossible’ als mindset hebben.”
“Je twijfelt soms, je maakt fouten en je voelt je niet altijd op je gemak. Maar ik heb geleerd dat fouten maken niet betekent dat je moet stoppen“
Yagmur Aslan (21)
“Als je een nieuwe taal leert, moet je accepteren dat je nooit native zal zijn. Ik vergeleek mezelf vroeger constant met anderen. Dat maakte mij nog onzekerder, tot een goede vriendin van mij iets belangrijks zei. Ze vertelde mij dat de mensen die hier geboren worden nooit native Turks gaan zijn en ik nooit native Belg, ook al spreken we wel elkaars taal. Mijn manier van denken veranderde. Ik was eerst bezig met wat ik nog niet kon, terwijl ik eigenlijk al heel veel had geleerd. Sindsdien probeer ik gewoon mijn best te blijven doen.”
“Nederlands spreken, leverde ook grappige momenten op. Tijdens mijn eerste les hoorde ik een leerkracht zeggen: “Goeiemorgen allemaal!” Ik kende het woord ‘allemaal’ niet. Pas een paar dagen later vroeg ik aan een vriendin wat het betekende. Ook typische uitdrukkingen of reacties vond ik vreemd. Een voorbeeld is ‘foei foei foei’ . De eerste keer dat iemand dat zei, dacht ik dat die boos was. Nu gebruik ik die reactie zelf ook!”
“Verhuizen naar een nieuw land zonder de taal te spreken, is niet gemakkelijk. Je twijfelt soms, je maakt fouten en je voelt je niet altijd op je gemak. Maar ik heb geleerd dat fouten maken niet betekent dat je moet stoppen. Praat er altijd over met iemand die je vertrouwt en onthoud dat je er zal komen. Zolang je blijft proberen, kom je altijd vooruit.”