Oski: “Je moet aan bepaalde verwachtingen voldoen om streams te behalen, maar ik wil gewoon muziek maken om muziek te maken”
Luis Oscar Santos, alias Oski, staat als opkomende artiest aan de vooravond van (inter)nationale erkenning. Binnen de productiewereld heeft hij stilaan zijn plek opgeëist als gevestigde naam. Nu staat ook zijn eigen muzikale carrière op het punt van doorbreken, met het aankomende album ‘Luis’ en een geplande show in Trix aan de horizon.
“Ik zie mezelf niet als architect of als wetenschapper, dat zou onnatuurlijk aanvoelen. Neen, ik ben een muzikant, een producer en een artiest. Uiteraard hoort daar in 2026 ook content creator bij, en kan je me stalken op mijn socials. Maar al die rollen hebben voor mij één verbindend element: ze zijn mijn creatieve outlets.”
“Ik heb het altijd in me gehad om de ideeën die in mij opkomen, om te vormen tot iets creatiefs. Zonder muziek of kunst zou ik helemaal niet weten wat te doen. Het is de richting die ik puur voor mezelf heb ontdekt, en ik wil er zo ver mogelijk in gaan. Als het dan niet werkt, heb ik het op zijn minst geprobeerd.”
“Voor zolang ik me kan herinneren, heb ik een sterke verbinding met muziek gevoeld. Daarin voel ik me volledig vrij. Ik probeer die verbinding te uiten in mijn eigen projecten, maar ook door anderen te helpen hun visie tot leven te brengen. Toch is dat de laatste tijd moeilijker geworden. Zeker in België moet je vaak voldoen aan bepaalde verwachtingen om op de radio gedraaid te worden of streams te behalen. Terwijl ik eigenlijk gewoon muziek wil maken om muziek te maken.”
Koffiebar in Gent
“Dat proces van muziek maken is soms heel chaotisch, zoals bij mijn nieuwe nummer ‘Love me too much’. Het begon met een beat die ik op de trein naar Engeland maakte, maar die is een tijdje blijven liggen omdat hij afweek van wat ik normaal zou zingen of rappen.”
“In Amsterdam had ik ineens een eureka-moment, waarna ik alles opnam in Los Angeles en het uiteindelijk afwerkte in een koffiebar in Gent. Het nummer is heel naturel ontstaan, zonder deadlines. Ik ben sowieso heel ambitieus en wil altijd laten zien wat ik kan. Soms schiet ik daarmee in mijn eigen voet. Mensen zeggen weleens dat mijn muziek ‘te vol’ is. In de intro van ‘Love Me Too Much’ probeerde ik bewust iets explosiefs en dramatisch te doen, en dat is volgens mij gelukt.”
“Als de drang om te delen het imperfecte gevoel overstijgt, dan denk ik: we sturen het de buitenwereld in en we zien wel”
Oski
“Diezelfde drang om alles perfect te willen doen, speelde ook mee bij mijn show in Trix. Het werd onmogelijk om de show neer te zetten die ik voor ogen had toen de samenwerking met mijn manager stopte. We kenden elkaar al zeven jaar en hij was één van mijn beste vrienden. Een nieuw album uitbrengen was in die periode ook moeilijk.”
“‘Oké, even een stap terugzetten’, dacht ik. Ik wilde alles opnieuw aanpakken, maar dat doe je niet in twee maanden. Er zijn altijd elementen die beter kunnen, maar als de drang om te delen het imperfecte gevoel overstijgt, dan denk ik: we sturen het de buitenwereld in en we zien wel.”

De egoïstische producer
“Wanneer ik voor mezelf produce, moet ik met niemand rekening houden. Ik kan gewoon mijn eigen oor volgen. Maar als ik voor een ander werk, wordt het moeilijker. Je moet de ideeën van de artiest tot leven brengen. Je geeft er je eigen draai aan, maar zij moeten erin geloven. Als producer mag je dan ook geen ego hebben. Je moet afstand kunnen nemen van je werk en het kunnen loslaten. Dat heb ik in het begin écht moeten leren.”
“Soms komt een artiest met een song die al volledig geschreven is en geef ik alleen de finishing touches. Anderen willen vanaf nul beginnen, en dan word je als producer ook mee schrijver. Het is fijn als je daar erkenning voor krijgt, maar uiteindelijk draait het om de artiest en het nummer.”
“Ik wil ook graag dertig jaar – wie weet zestig jaar – meedraaien en muziek blijven maken”
Oski
“In die samenwerking leer je elkaar heel goed kennen. Het geeft me een ander perspectief op hoe je songs ontwikkelt en ik kan met nieuwe invloeden werken. Dat neem ik allemaal weer mee naar mijn eigen producties.”
Dromen van Mexico
“Natuurlijk heb ik ook mijn eigen inspiraties. Tyler, the Creator is een icoon omdat hij alles zelf doet: rappen, zingen, producen, kleding ontwerpen én muziekvideo’s regisseren. Hij doet het op zijn eigen manier.”
“En op vlak van producen is er Max Martin. Mensen kennen zijn naam misschien niet, maar zijn hits wel: onder andere ‘California Girls’ en ‘Baby One More Time’. Hij gaat al dertig jaar mee en blijft hits maken. Ik wil ook graag dertig jaar – wie weet zestig jaar – meedraaien en muziek blijven maken. Voor mezelf én voor anderen.”
“Toch wil ik de draad niet kwijtraken van mijn eigen artistieke projecten. Producen is mijn job. Msijn artistieke projecten zijn persoonlijker. Daarmee wil ik mensen samenbrengen.”
“Ik vind het prachtig om op een festival al die verschillende mensen te zien die niets gemeen hebben, behalve dat ze daar zijn voor dezelfde muziek. Als artiest moet je dan authentiek zijn. Als de kloof tussen de artiest en de persoon te groot is, krijg je onauthentieke kunst. Oski is een deel van mij, maar alles wat Oski is, is ook Oscar.”
“Oski is deel van mij, maar alles wat Oski is, is ook Oscar”
Oski
“Die zoektocht naar wie ik precies ben als artiest én als mens, hoor je heel sterk terug op mijn debuut. Met dit eerste album ben ik echt op zoek gegaan naar mijn muzikale identiteit. Die identiteit is geen constante, want ik hou van experimenteren. Ik wil niet twintig keer dezelfde song maken. Dat is ook belangrijk naar de toekomst toe: het moet verschillend genoeg en persoonlijk genoeg zijn.”
“Ik droom ervan wel eens om ooit naar Mexico te trekken, naar mijn roots, en daar een lange periode muziek te schrijven in het Spaans. Als ik dat nu zou doen, zou het inhoudsloos zijn omdat ik de verbinding nog mis. Ik wil niet praten over dingen waar ik niets van afweet. Kijk naar Bad Bunny: zijn recente muziek gaat echt over Puerto Rico en de samenleving daar. Hij heeft échte dingen te vertellen. Dat wil ik ook kunnen met mijn achtergrond. Ik word misschien niet zo populair als Max Martin of Bad Bunny, maar ik blijf trouw aan mezelf. Authenticiteit en passie zijn voor mij de kern, in mijn kunst en in het leven. Als ik dat kan vasthouden, kan ik nog heel lang meedraaien.”
Evelien Bosmans: “Als acteur moet je nieuwsgierig zijn naar de ander”
Actrice Evelien Bosmans (36) is overal: op televisie, in film, op het podium en in een podcast. Die open houding kenmerkt haar: ze zegt ja als iets haar overtuigt, ontwikkelt zich steeds meer als maker en vindt evenveel voldoening in repetitieruimtes met kwetsbare jongeren als op grote podia. Een gesprek over de ‘speelboer’ die haar werk almaar meer koppelt aan een sociale dimensie en over een theaterlandschap dat almaar verder versplintert.
“Het leuke aan mijn job, en tegelijkertijd ook de valkuil, is dat het heel divers is. Ik heb het geluk dat ik in al die wereldjes mag werken, waardoor het nooit hetzelfde is.” Veelzijdigheid typeert Eveliens carrière, maar projecten combineren noemt ze zelf “een huzarenklus”. Toch is dat puzzelwerk inherent aan de sector. “Je krijgt geen maandloon van een paar keer theater te spelen. Je moet dat combineren met draaidagen, bijvoorbeeld. Die puzzel maakt dat je ervan kunt leven.”
Ondanks haar succes kampt ze soms met het ‘imposter syndrome’. In rustige periodes duikt weleens twijfel op. “Dan denk ik: o jee, nu ben ik door de mand gevallen”, lacht ze. “Gelukkig valt er dan altijd iets uit de lucht.” Aan werk voorlopig geen gebrek: met The Forest School op de planken, nieuw regiewerk bij Tutti Fratelli (Hero Ni यं Ni Hero), de reeks Breendonk dit najaar en tal van andere projecten zit haar agenda goed vol.
Van speler tot maker
Vlaanderen leerde haar kennen als actrice, maar Evelien Bosmans ontpopte zich de afgelopen jaren almaar meer tot maker. “Ik dacht altijd dat ik niet echt een ei te leggen had. Ik vond het leuk om in de droom van iemand anders te stappen en die waar te maken. Op school noemden ze mij een ‘speelboer’: ik speelde wat ze mij vroegen. De laatste jaren, met ouder worden, is dat aan het veranderen.”
Nu werkt ze regelmatig als regisseur bij Tutti Fratelli, het Antwerpse gezelschap dat theater maakt met kwetsbare jongeren. Na een telefoongesprek met artistiek leider Nico Sturm stapte ze mee in het project, samen met collega Daphne Wellens. “Ze is mijn beste vriendin, dus het voelt heel logisch. We hebben allebei geacteerd bij Bert Scholiers en ook daar waren we sterk betrokken bij het maakproces. We spreken dezelfde taal en hebben dezelfde vocabulaire ontwikkeld. Daardoor voelt het heel organisch om dat nu samen te doen.”

Sociale dimensie
Haar werk binnen Tutti Fratelli heeft bovendien een sterke sociaal-artistieke dimensie, die een kant van haar blootlegt die er al langer was. “Er zit ergens wel een maatschappelijk werkster in mij. Ik vind het leuk dat dat er nu wat meer uitkomt.” Die manier van werken sijpelt ook door in haar spel als actrice.
In januari ging ‘The Forest school’ in première, een voorstelling over en door mensen met een autismespectrumstoornis. Daar ervaarde ze hoe dat sociaal-artistieke ook haar positie als speler verandert. “Wat ik fijn vind, is dat je jezelf dienstbaar moet opstellen, want het gaat niet over jou. Bij dit soort projecten moet je jezelf aan de kant zetten en focussen op de mensen naast je, op degenen met wie en voor wie je iets wil maken.”
“Als het niet om jezelf gaat, maar om anderen, dan gaat het spelen veel gemakkelijker”
Evelien bosmans


Het repetitieproces verliep niet zonder frictie. “Inherent aan mensen met ASS is dat ze niet houden van verandering, terwijl repeteren net voortdurend veranderen is. Bovendien zit ik op een ander spectrum; ik ben chaotisch en zij zijn gestructureerd. Ik vergat voortdurend mijn teksten en dan vroeg ik aan één van hen of ik een tekst mocht lenen. Zij keken dan van: ‘Hoe leef jij, hoe kun je zo functioneren?’, lacht ze.
Net in die tegenstelling ontdekte Bosmans een nieuwe manier van spelen. “Ik leerde dat het allemaal niet zo belangrijk is. Als het niet om jezelf gaat, maar om anderen, dan gaat het spelen veel gemakkelijker.” Die sociaal-artistieke dimensie is voor haar intussen onmisbaar. “Als je met wat je graag doet, iets kan betekenen voor anderen, geeft dat vaak meer voldoening dan een hoofdrol vertolken op een groot podium.”
Representatie op het scherm
Die maatschappelijke betrokkenheid beperkt zich niet tot het theater. In ‘F*** you very, very much’ en ‘De Club’ speelt Evelien Bosmans personages die bijdragen aan representatie op het scherm. Die rollen vindt ze belangrijk, maar ze brengen ook uitdagingen met zich mee. “Zulke rollen zijn soms eng om te vertolken. Zeker mijn personage in ‘De Club’, omdat die non-binair was. Ik vroeg me af of ik dat wel moest spelen. De regisseur gaf toen aan: ‘Zolang we niemand non-binair vinden, is het belangrijk dat er toch representatie is.’ Zo heb ik het voor mezelf gekaderd. Ik heb geprobeerd het met liefde te vertolken.”
Ze bereidt zulke rollen voor door verhalen te verzamelen en te praten met mensen die deze ervaringen kennen. “Ik denk dat het als acteur heel belangrijk is om nieuwsgierig te zijn naar de ander.” Die nieuwsgierigheid typeert haar en is ook voelbaar tijdens het interview, in de vragen die ze zelf voortdurend stelt.
“Door dat gulzige ‘ja-zeggen’ heb ik een eclectisch carrièrepad gecreëerd binnen het acteren”
Evelien bosmans
Een eclectisch carrièrepad
Terwijl andere acteurs doelgericht hun carrièrepad uitstippelen, noemt Evelien Bosmans zichzelf een ‘veel te gulzige ja-zegger’.” Als iets of iemand haar overtuigt, doet ze het — van kinderprogramma’s als Dag Sinterklaas tot de oorlogsfilm Radioman en de fictiereeks Breendonk, die dit najaar uitkomt. “Door dat gulzige ‘ja-zeggen’ heb ik een eclectisch carrièrepad gecreëerd binnen het acteren. Het is divers en daar hou ik van. Ik ga niet plots een liedje beginnen zingen op de radio, maar ik zou ook niet graag alleen cultfilms doen. Dan zou ik veel te hard op mijn honger blijven zitten.”

Toch besloot ze vorig jaar buiten haar vertrouwde speelveld te stappen met de podcast Geisha, die ze samen met haar zus maakte. Wat begon als een spontaan idee op vakantie in Gran Canaria, werd een goedgekeurde pitch bij VRT. “Het was spannend en we begonnen er naïef aan.” Het project bleek uitdagender dan gedacht: een lijvig subsidiedossier, een lang maakproces, persoonlijke verhalen onthullen en de reacties van familieleden. “Het was moeilijker dan verwacht, maar wel fijn om met mijn zus te doen.”
Versnipperd werkveld
Volgend jaar speelt ze in ‘A Streetcar named desire’, met Kevin Janssens en Clara Cleymans. Die productie werd al vijftig keer verkocht, een schril contrast met het gesubsidieerde circuit, waar voorstellingen hooguit twaalf keer gespeeld worden. “Dat klopt eigenlijk niet. Je maakt iets in drie maanden en het wordt twaalf keer opgevoerd. Dat is zo minimaal. De moeite en investering van iedereen die eraan meewerkt, staat niet meer in verhouding.”
Met speeldagen verspreid over maanden en verloning per dag wordt het werkveld almaar meer versnipperd. “Je moet jobs combineren om ervan te kunnen leven.” Daarnaast ziet ze getalenteerde vrienden thuiszitten zonder werk en merkt ze dat het voor vrouwen die ouder worden moeilijker wordt. “Die representatie is er spijtig genoeg nog niet, maar ik ben benieuwd naar de toekomst.”
Toekomst en dromen
Ondanks de onzekerheden kijkt de actrice positief naar haar parcours. “Ik had dit nooit verwacht, en daar zal ik eeuwig dankbaar voor zijn. Ik kom niet uit een artistiek nest, dus ik dacht nooit dat ik hier mijn beroep van kon maken.”
Of ze nog grote dromen koestert? “In het buitenland gaat het vaak mis en daar komt veel teleurstelling bij kijken. Maar een Franse film bijvoorbeeld, dat zou ik fijn vinden. Ik heb eerder met Compagnie Marius en STAN in Frankrijk gespeeld, en in het Frans werken vind ik superleuk. Voor een belle époque mogen ze mij ook altijd bellen.”
Uiteindelijk draait het voor Evelien Bosmans niet om grote dromen, maar om het plezier en de voldoening van projecten die samen ontstaan en uitgevoerd worden. “Het leukste vind ik dingen maken met vrienden en gelijkgestemden, en dat die projecten geld krijgen, gemaakt en gespeeld worden. Dat is voor mij een realistische droom.”
Jonge artiesten over de deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival: “’Zero points’ voor organisator EBU”
Bulgarije won zaterdag het Eurovisiesongfestival in Wenen. Israël eindigde als tweede, ondanks de kritiek op de deelname van het land. De discussie over muziek, politiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid laaide daarmee opnieuw op. Hoe kijken jonge artiesten vandaag zelf naar dat debat? We spraken met de Antwerpse singer-songwriter Joséphine en Jan van de band The Point.

“De EBU probeert een deelname te rechtvaardigen die niet te rechtvaardigen is”
Joséphine (19, singer-songwriter)
Joséphine (19) is singer-songwriter uit Antwerpen. Ze brengt dark pop. “Muziek met diepe bassen, dromerige synthesizers, goede distorted gitaren en enorm veel reverb op de vocals”, beschrijft ze. “Muziek speelt een cruciale rol in het leven. Het laat mensen ontsnappen uit deze woelige wereld.”
“Zelf kijk ik niet meer naar het Songfestival. Dat is geen moeilijke keuze geweest. Het zou me geen enkel plezier bieden te kijken”, aldus Joséphine. “Dat Israël opnieuw een podium krijgt, is onbegrijpelijk. Hun afkeer tegenover de Palestijnen steken ze niet onder stoelen of banken. Dat bleek drie jaar geleden al. Toen maakten ze een nummer met een betekenis waar je grote vraagtekens bij kon plaatsen.”
“Het Songfestival beweert te draaien rond inclusie, empathie en samen zijn. Maar door Israël – dat al meer dan drie jaar een genocide pleegt – een plek te geven in de wedstrijd, gooien ze eigenlijk al die waarden en normen door het raam. Ik vind het moeilijk om het te vergelijken met de onmiddellijke diskwalificatie van Rusland, want ook los daarvan moest Israël al lang uit de wedstrijd zijn gezet. Het toont hoe de EBU (European Broadcasting Union, organisator van de liedjeswedstrijd, red.) een deelname probeert te rechtvaardigen die niet te rechtvaardigen is en daar walg ik van.”

“Dat Israël deelneemt, insinueert dat wij hier als Europa akkoord gaan met wat het land doet in Gaza”
Jan (20, bandlid van The Point)
Jan (20) is lid van de band van tien jonge muzikanten. Jan speelt gitaar. The Point is een band die elkaar in een schoolorkest heeft leren kennen.“Voor ons is muziek maken eerder een hobby. We hebben dus niet de ambitie om ooit zelf op het Songfestival te staan. We vinden het wel een mooi initiatief. Ze zijn erin geslaagd om muziek als een grote groep landen over grenzen heen te vieren. Op deze manier kan muziek verbindend werken en kunnen verschillende culturen met elkaar in contact komen.”
“Het is belangrijk om muziek niet te censureren op basis van de culturele, etnische en politieke standpunten die muziek vertegenwoordigt”, zegt Jan. “Het grote probleem is dat festivals meestal verbonden zijn aan bepaalde landen of organisaties. Zij hebben zelf hun normen en waarden en willen deze weergeven. Zo is het Eurovisiesongfestival onlosmakelijk verbonden met de waarden en normen die wij als Europa uitstralen. Dat Israël deelneemt, insinueert dat wij hier als Europa akkoord gaan met wat Israël doet in Gaza. Daar ligt het probleem.”
“We kunnen niet begrijpen dat mensen meestappen in de hypocrisie van de EBU”, aldus Jan. “Als Rusland niet mag deelnemen, dan vinden we dat Israël zeker geen podium verdient. Een podium is een stem. Dus in het geval van Israël een stem aan genocide.”
Jan: “Het inemen van standpunten wordt meer en meer verwacht van artiesten. Vooral vanwege hun groot bereik en de invloed. Als luisteraar wil je gewoon dat ze dezelfde mening verkondigen. Ook binnen onze band verschillen we waarschijnlijk van mening over politieke zaken. Dat is ook oké. Maar nooit zullen we het toelaten politieke invloed te hebben op onze muziek. Bij ons draait het alleen om het maken van muziek en plezier. Dat zijn dan zero points aan de EBU van The Point.”
Alexy Kilozo, één jaar nadat hij ‘De Mol’ won: “Ik heb weinig ambitie om meer dan ‘semi-bv’ te worden”
Eén jaar geleden zag Vlaanderen hoe de rustige Alexy Kilozo met de prijzenpot van ‘De Mol’ ging lopen. Sindsdien is de storm rond het vorige seizoen gaan liggen. Met de finale van de huidige editie in het vooruitzicht blikken we terug op zijn avontuur in Thailand.
Heb je nog een goede band met de andere kandidaten?
“Ja, de band is echt absurd goed, eigenlijk. We spreken bijna elke maand nog met de hele groep af. Als er iemand op café gaat, laat die dat weten, dus we zien elkaar echt veel. Dat is heel leuk, want ik had niet verwacht dat we met tien zo’n hechte groep zouden worden.”
Je won een prijzenpot van bijna 28.000 euro. Je zei dat je je medekandidaten ging meenemen op weekend. Is dat al gebeurd.
“Dat is toevallig net gebeurd. Ik had een huisje gehuurd in Gent, deed de boodschappen en betaalde de brunch. Dat was enorm leuk. Altijd als we met tien afspreken, spelen we uiteindelijk spelletjes samen, meestal ‘Secret Hitler’. Dat is zoals ‘Weerwolven’, maar dan nog heftiger. De fascisten spelen tegen de liberalen. Iedereen gaat daar heel hard in op en er wordt geroepen: “Nee, gij zijt een vuile fascist gij!”
Je zei ook dat je naar Zuidoost-Azië ging reizen. Heb je dat al gedaan?
“Dat was initieel mijn plan, maar omdat ‘De Mol’ al in Thailand was, wou ik ergens anders naartoe trekken. Het idee was dan om naar Zuid-Amerika te gaan. Ik ga dat volgend jaar doen, want ik ga mijn masterproef schrijven in Santiago in Chili.”
Dat klinkt spannend! Wat studeer je dan juist?
“Ik combineer een master Ingenieurswetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen en een lerarenopleiding aan de Karel De Grote Hogeschool.”
“Ik heb me vier keer moeten inschrijven vooraleer ik mee mocht doen aan ‘De Mol’”
Alexy Kilozo (Winnaar ‘De Mol’ 2025)
Heb je tips voor mensen die willen meedoen aan ‘De Mol’?
“Ik krijg die vraag vaak en vind het moeilijk om tips te geven daarvoor, want ik heb niks speciaals gedaan in mijn ‘molicitatie’. Veel mensen maken een grappige video of ze doen iets gek om op te vallen. Ik denk dat het belangrijkste is om gewoon jezelf te zijn en te laten zien wie je bent. Je moet ook wel geluk hebben, want er proberen veel mensen mee te doen. Mijn advies zou zijn: blijf je inschrijven, want ik heb me ook vier keer moeten inschrijven voor ik mee mocht.”
In eerdere interviews vermeld je dat je van nature rustig bent. Heeft dat je geholpen in het spel?
“Zeker wel. Ik denk dat het me vooral hielp bij de eliminatietesten, want voor we de test moesten invullen, zaten we samen. Iedereen zat dan zijn boekje te blokken en te vergaan van de stress, terwijl ik eigenlijk redelijk rustig was. Ik wist wat in mijn boekje stond en ik dacht dat Sarah de mol was. Zo heb ik altijd mijn test ingevuld, dus ik denk dat mijn rust ervoor heeft gezorgd dat ik minder foutjes maakte.”
Je was de jongste deelnemer. Hoe was die ervaring?
“In het begin was dat wel intimiderend, want ik vond het moeilijk in te schatten of de groep me wel serieus zou nemen. Ik was ook bang dat medekandidaten over mij heen zouden praten als we de teams moesten verdelen, maar eigenlijk viel dat mee. Dat lag ook aan de groep. Het was een heel lieve groep en ze luisterden naar iedereen.”
Je zat vroeger bij de Pleplo, een chirogroep. Heeft de ervaring bij de jeugdbeweging je geholpen tijdens ‘De Mol’?
“Daar had ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan. Misschien wel. Dat waren ook altijd spelletjes in groep, maar dat waren nooit doordenkspelletjes. Het was altijd gewoon één namiddag en de spelletjes waren redelijk simpel. Dat groepsgegeven zat er wel in, maar voor het spel heeft het me niet heel erg geholpen.”
Wat verraste je het meeste aan de productie van ‘De Mol’?
“De grootste verrassing was hoe gigantisch het team is. Dat is niet normaal. Na de eerste opdracht kwamen wij in een chique kamer terecht en zaten we aan een lange tafel. Aan de kant die niet op beeld kwam, stond de hele crew. Dat was absurd. Het was ook één van de eerste momenten dat we op camera kwamen en er stonden zestig crewleden mee te kijken op monitors. Dat was heel indrukwekkend om te zien.”
Heb je dan het gevoel dat je jezelf kan zijn met al die camera’s en al die mensen?
“In het begin was dat wel moeilijk, want ik voelde me heel bekeken. Tijdens de opdrachten ging ik wel heel erg in het spel op en vergat ik dat ook een beetje. We leerden de mensen van de crew ook wel kennen, waardoor dat minder intimiderend werd. We wisten wie er achter de camera stond.”
Is er iets gebeurd achter de schermen dat Sarah extra verdacht maakte?
“Er is niet echt één ding dat superverdacht was, maar we moesten veel wachten. Op die momenten speelden we vaak spelletjes. Er was een avond waar we allemaal samen poker speelden. Daar heb ik echt veel uit geleerd. Het was voor de meesten de eerste keer. Ook voor Sarah, maar ze was al aan het bluffen voor ze de regels kende, terwijl er andere mensen waren die niet echt mee waren met het spel.”
Had je de beroemdheid die ermee gepaard ging, onderschat of overschat?
“Die had ik zwaar onderschat. Ik dacht wel dat mensen mij gingen herkennen op straat, want ik keek ook naar ‘De Mol’ en als ik iemand zie, denk ik ook: “Ah, da’s die van ‘De Mol’”. Ik verwachtte wel niet dat mensen op straat echt om foto’s zouden vragen. Ik was bijvoorbeeld op de Gentse Feesten en Pukkelpop en dat kon echt niet. We konden nergens naartoe, want ik werd altijd tegengehouden door een hoop mensen rondom mij.”
“Wat ik eruit geleerd heb, is dat ik wat meer in mezelf mag geloven. Ik moet er niet altijd van uitgaan dat ik er als eerste uit zal liggen”
Alexy Kilozo (Winnaar ‘De Mol’ 2025)
Hoe ga je er dan mee om als veel mensen een foto komen vragen?
“In het begin voelde het redelijk gek, maar daarna begon dat soms wel lastig te worden en wou ik liever alleen met mijn vrienden naar een feestje wandelen. De keren dat het heel veel mensen waren, heb ik dat moeten ondergaan, maar uiteindelijk was dat ook nog wel leuk. Iedereen was enthousiast over ‘De Mol’ en ze vonden het leuk om mij te zien. Als ik nu op feestjes of café ben met vrienden, dan hebben die wel de instructie om mij twee minuten te laten babbelen met iemand en dan moeten ze mij komen halen. Ik heb ook eens meegemaakt dat ik op de luchthaven op mijn vriendin aan het wachten was en dan kwam er iemand met videochat naar mij. Ze had haar kinderen aan de telefoon en zei: “Kijk, kijk, dat is hij!” Dat was wel gek, maar het hoort erbij en dat wist ook wel.”
Wat heb je geleerd uit de ervaring van ‘De Mol’?
“Toen ik me opnieuw inschreef, dacht ik wel: ‘Ja, oké, ik ga me nog eens inschrijven, maar I don’t wanna get my hopes up.’ Dan mocht ik toch mee, maar ik ging wel zien hoe het uitdraaide. Eén aflevering is ook wel leuk. Zelfs als ik de eerste afvaller ben, is dat ook oké, maar uiteindelijk heb ik toch gewonnen. Wat ik eruit geleerd heb, is dat ik wat meer in mezelf mag geloven. Ik moet er niet altijd van uitgaan dat ik er als eerste uit zal liggen. Ik mag wat meer zelfvertrouwen hebben.”
Heeft je deelname deuren geopend?
“Er zijn mij wel wat dingen aangeboden, zoals een helikoptervlucht of een vijfsterrendiner, maar dat zijn allemaal dingen die me niet echt interesseren. Die dingen heb ik altijd doorgeschoven naar medekandidaten. Ik heb dus wel wat aanbiedingen gekregen, maar ik heb weinig ambitie om meer dan ‘semi-bv’ te worden.”
Heb je dit seizoen ook naar ‘De Mol’ gekeken?
“Absoluut! Mensen vinden dat altijd grappig, maar ik heb het gevoel dat ik een seizoen heb gemist. Ik wist al wat er ging gebeuren en wie de mol was. Vorig jaar zat ik in de zetel tussen mijn familie gewoon te wachten tot er iets ging gebeuren. Ik ben echt blij dat ik opnieuw een seizoen op tv kan zien en verrast kan worden door de proeven en wendingen.”
De finale van ‘De Mol’ wordt zondag 17 mei ive uitgezonden op Play en in Kinepolis Antwerpen.
Opinie | Door eeuwenoude queer verhalen opnieuw zichtbaar te maken, dragen we bij aan de acceptatie van de LGBTQ+-gemeenschap vandaag
De queer-invloeden in de Griekse mythologie en het oude Griekenland zouden wel eens een belangrijke rol kunnen spelen in het progressieve beleid rond de LGBTQ+-gemeenschap in het land, schrijft Brent Van Raemdonck.
De ‘Rainbow map’ rangschikt 49 Europese landen op basis van hun respectieve wetgeving en beleid ten aanzien van de LGBTQ+-gemeenschap, op een schaal van nul tot honderd procent. Als je deze kaart bekijkt, zie je een opvallend contrast: te midden van een zee van rood in Oost-Europa springt Griekenland eruit in het groen. Dat is verrassend, want Griekenland is overwegend orthodox-christelijk, iets dat niet wordt geassocieerd met vooruitstrevend LGBTQ+-beleid. Toch lijkt hier iets anders te spelen.
Griekse mythologie, nog altijd diep verankerd in de culturele identiteit, staat bol met verhalen waarin queer relaties en genderfluïditeit een terugkerend thema zijn. Denk aan Achilles en Patroclus: hun band wordt door velen geïnterpreteerd als meer dan vriendschap. Of aan Apollo, de god van muziek en profetie, die bekendstond om zijn liefdes met mannen en vandaag vaak wordt gezien als symbool van homoseksuele liefde.

Ook vrouwelijke liefde en gendertransformatie krijgen een plek in deze verhalen. Aphrodite werd niet alleen geassocieerd met liefde in het algemeen, maar ook met relaties tussen vrouwen. En mythen zoals die van Siproites, een jager die door Artemis in een vrouw werd veranderd, tonen dat het idee van geslachtstransformatie al eeuwenlang bestaat.
De aanwezigheid van queer relaties in het oude Griekenland was bovendien geen uitzondering, maar een breed cultureel fenomeen. In de mythologie komen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht voor bij goden, helden en stervelingen.
Zo tonen verhalen over Zeus en Ganymedes of Apollo en Hyacinthus niet alleen fysieke, maar ook emotionele en liefdevolle banden. Ook bij helden zoals Achilles en Patroclus zien we hoe diepe verbondenheid en rouw centraal staan.
“Het probleem ligt niet in het ontbreken van queer geschiedenis, maar in het feit dat deze verhalen te weinig worden verteld”
Brent Van Raemdonck
In de samenleving zelf maakten zulke relaties deel uit van sociale structuren en opvoeding, en werden ze weerspiegeld in kunst en literatuur. Zelfs vrouwelijke liefde, zoals bezongen door Sappho, had een duidelijke plaats.
Als zulke verhalen al zo lang deel uitmaken van onze cultuur, waarom behandelen we queer identiteit dan nog steeds als iets ‘nieuws’ of ‘afwijkends’? Het probleem ligt niet in het ontbreken van queer geschiedenis, maar in het feit dat deze verhalen te weinig worden verteld. Door ze opnieuw zichtbaar te maken, kunnen we bijdragen aan een bredere acceptatie van de LGBTQ+-gemeenschap vandaag.
Het oude Griekenland dient daar als krachtig voorbeeld. In Thebe bestond een cultuur waarin relaties tussen mannen niet alleen werd geaccepteerd, maar zelfs vanuit het bestuur werden ondersteund. Volgens Aristoteles werden er wetten ingevoerd die mannelijke koppels erkenden, iets wat in andere stadstaten juist werd ontmoedigd.
Emancipatie
Het meest sprekende voorbeeld is de ‘Heilige Schare’ van Thebe: een eliteleger bestaande uit 150 mannelijke koppels die samen vochten. Hun kracht lag niet alleen in militaire strategie, maar in onderlinge verbondenheid—liefde als bron van moed en loyaliteit. Dat idee werd ook beschreven door Plutarchus, die stelde dat geliefden naast elkaar sterker strijden, omdat niemand laf wil lijken in de ogen van degene van wie hij houdt.
Dat deze vergeten verhalen er toe doen, blijkt ook uit hun invloed op de moderne LGBTQ+-emancipatie. Toen in de negentiende eeuw het graf van de Heilige Schare in Chaeronea werd ontdekt, viel dat samen met een periode waarin homoseksuele mannen in Europa en de Verenigde Staten voorzichtiger zichtbaar werden.
“Het werk van de Britse classicus James Davidson onderstreept dat queer relaties geen marginaal of afwijkend verschijnsel waren in de oudheid, maar een volwaardig onderdeel van de samenleving”
Brent Van Raemdonck
Denkers en schrijvers zoals Walt Whitman en J. A. Symonds grepen terug op deze Griekse voorbeelden om homoseksuele liefde te verdedigen. Hun werk inspireerde vervolgens George Cecil Ives, een Engelse schrijver en vroege pleitbezorger voor de hervorming van wetgeving rond homoseksualiteit. Hij zag in de Heilige Schare een krachtig symbool van trots en droeg zo bij aan het ontstaan van één van de eerste homorechtenbewegingen.
Deze inzichten worden ook ondersteund door modern onderzoek. De Britse classicus James Davidson toont aan dat ons beeld van homoseksualiteit in het oude Griekenland lange tijd vertekend is geweest. Eerdere denkers zoals Michel Foucault en Kenneth Dover beschreven deze relaties vooral als machtsverhoudingen, waarin ongelijkheid centraal stond. Davidson laat daarentegen zien dat er ook sprake was van wederzijdse liefde, affectie en zelfs formele relaties tussen mannen.
Cultureel erfgoed
Daarmee onderstreept zijn werk dat queer relaties geen marginaal of afwijkend verschijnsel waren, maar een volwaardig onderdeel van de samenleving. Dat inzicht werd zelfs gebruikt in moderne debatten rond het homohuwelijk en toont aan dat queer liefde geen recente ‘trend’ is, maar diepgeworteld zit in onze geschiedenis.
Misschien is dat precies waarom Griekenland vandaag relatief vooruitstrevend is op het vlak van LGBTQ+-rechten.
De aanwezigheid van een cultureel erfgoed waarin queer relaties en identiteiten niet vreemd zijn, kan bijdragen aan een bredere maatschappelijke acceptatie. Door deze verhalen te erkennen en actief door te geven, ontstaat er ruimte om queer bestaan niet als afwijking te zien, maar als een vanzelfsprekend onderdeel van onze geschiedenis en hedendaagse samenleving.
Diede van den Heuvel speelt hoofdrol in musical ‘Doornroosje’: “Het is allemaal begonnen bij K2 zoekt K3”
Diede van den Heuvel (25) staat binnenkort weer op het podium. Met een blonde pruik en een nieuwe kans om haar zangtalent te bewijzen, verovert ze opnieuw een plek als ster na haar deelname aan ‘K2 zoekt K3’. Deze keer doet ze dat echter niet om de blonde van K3 te worden, maar om het personage van Doornroosje te vertolken in de nieuwe Studio 100-musical.
Geschreven door Nadia Dahchouri & Marie Meheus
Terwijl ze op een doodgewone werkdag op de kinderopvang staat, trilt haar telefoon. Een Belgisch nummer. Voor ze het wist biedt Studio 100 haar de prestigieuze rol van Doornroosje aan voor de opkomende musical. “Ik was echt extreem verrast”, bekent Diede van den Heuvel, die haar jeugddroom nu kan waarmaken.
Het aanbod komt naar eigen zeggen totaal onverwacht. “Ik zag een Belgisch nummer, maar dacht er niet veel van. Toen werd meteen duidelijk waar het telefoontje van kwam” zegt ze. Opvallend is dat ze geen auditie moest doen voor de rol. Volgens haar heeft haar deelname aan ‘K2 zoekt K3’ daar een belangrijke rol in gespeeld. “Studio 100 zou me niet kennen als ik niet meedeed aan dat programma. Ik weet zeker dat dat invloed heeft gehad.”
Voor Diede is de rol meer dan alleen een nieuwe kans in haar carrière: het is pure nostalgie. “Ik heb de musical van kleins af aan kunnen zien. Ik herinner me nog dat ik als klein meisje voor de tv vol bewondering naar de musical keek. Het is zo gaaf dat ik nu zelf de hoofdrol mag spelen”.
Voor de repetities bereidde ze zich voor met allerlei bescheiden gewoontes: “Ik zorg dat ik altijd goed de tekst ken en goed voor m’n stem zorg, want die is nogal gevoelig.” Diede kijkt uit naar diverse scènes, al blijft het zingen voor haar het hoogtepunt. “Vooral het nummer ‘Morgen gaan we trouwen’ vind ik geweldig om te zingen. Dat ken ik ook het best omdat ik dat ook al gerepeteerd heb voor het persmoment”, vertelt ze enthousiast.
Een roos in bloei
Hoewel ze al aan meerdere projecten heeft gewerkt, waaronder een concerttournee van K3 en haar eigen Sinterklaasliedjes, blijft het gevoel dat ze zichzelf moet bewijzen bestaan. “Ik vind het vooral nu heel spannend”, geeft ze meteen toe. “Ik ga nu in een musical spelen – wat ik nog nooit heb gedaan – terwijl ik omringd ben door vele professionals.” Juist omdat ze zichzelf al eerder heeft bewezen, zouden de verwachtingen van de fans hoog kunnen liggen, wat haar meer zenuwen bezorgt.
“Fans zijn altijd superlief. Ik krijg weinig tot geen haat”
De laatste keer met zulke stress was in 2022 toen ze Hanne Verbruggen (32) mocht vervangen tijdens de K3-concerttournee ‘Kom erbij!’ Ze wilde ook de indruk vermijden Hannes plaats in K3 in te pikken, maar die angst bleek meteen overbodig. “Fans zijn altijd superlief. Ik krijg weinig tot geen haat.” De weinige negatieve reacties die ze krijgt, neemt ze niet meer ter harte. Dat heeft ze afgeleerd bij haar avontuur met K2 zoekt K3. Verder heeft ze ook geen spijt van eerdere keuzes in haar carrière. “Ik heb eigenlijk geen gekke dingen gedaan”, zegt ze lachend.
Meer dan een entertainer
Typerend aan van den Heuvel is dat ze bewuste keuzes voor zichzelf maakt, zonder al te veel invloed van anderen. Ze laat projecten op zich afkomen zonder zorgen over wat er daarna gebeurt. “Ik leef meer in het nu en daarna zie ik wel. Omdat ik vroeger zo veel verwachtte, viel het een beetje tegen en nu ik niets verwacht, heb ik gewoon kei veel zin in het avontuur.” De entertainmentindustrie biedt nooit zekerheden, dus in plaats van zich zorgen te maken, geniet ze van elk moment en waardeert ze alle kansen die ze krijgt.
Dat betekent ook dat ze altijd klaarstaat voor het onzekere. Zo wist ze in 2022 aanvankelijk niet wanneer ze precies de plaats van Hanne zou overnemen tijdens de zwangerschap van het K3’tje, waardoor ze voortdurend voorbereid moest zijn. Daardoor moest Diede voortdurend stand-by staan. Dat was voor haar heel spannend.
“Ik ben eerder een rustig persoon en sta meer op de achtergrond. Ik denk dat de volwassen showbizz ook harder is en ik daar niet helemaal zou passen”
“Ik kende het wel, maar had nog niet geoefend met Marte en Julia.” Uiteindelijk kreeg ze één tot twee weken op voorhand te horen wanneer ze op moest en moest ze dus niet uit het niets het podium op. Gelukkig verliep alles uiteindelijk zonder problemen. “Het was echt een rollercoaster van een aantal weken. Uiteindelijk stond ik op het podium en was het supergaaf. Ik vond het ook heel erg toen het klaar was.”
Voor de juiste oren
Met een doelgroep die voornamelijk uit kinderen bestaat, krijgt van den Heuvel opnieuw een carrièremogelijkheid bij haar gewenste doelpubliek. Zelf werkt ze drie dagen per week in een kinderopvang omdat ze kinderen leuk vindt. Ze probeerde een tijdje haar muziek te richten op een ouder publiek, maar dat bleek niet haar ding. “Een ouder publiek zou ik ook leuk vinden, maar dan kijk ik toch naar mezelf en denk ik: ‘Ja Diede, ik denk dat je toch beter past in het wereldje met de kinderen’.”
“Ik ben eerder een rustig persoon en sta meer op de achtergrond. Ik denk dat de volwassen showbizz ook harder is en ik daar niet helemaal zou passen.” Mocht ze toch ooit die switch maken, dan blijft ze zich bewust van haar voorbeeldfunctie voor de duizenden kinderen die met haar opgroeien.
Haar kenmerkende, kinderlijke stem ziet ze resoluut als een troef: “In de doelgroep waar ik het voor doe, is dat alleen maar een sterkte.” Over een eventuele overstap naar een ouder publiek maakt ze zich geen zorgen. Ze ziet haar geluid simpelweg met haar meegroeien. “Mijn stem wordt natuurlijk ook minder kinderlijk naarmate ik ouder word.”
De volgende stappen
De rol van Doornroosje kan haar grote doorbraak betekenen, zoals eerder het geval was bij Free Souffriau, die uitgroeide tot een Studio 100-icoon met onder andere haar rol als Mega Mindy. Souffriau zal daarnaast ook Doornroosjes moeder spelen in de musical.
Van den Heuvel staat open voor nieuwe kansen. “Er is niet meteen iets wat ik zou weigeren, tenzij het qua planning niet haalbaar is”. Ook zou ze het geweldig vinden om haar carrière bij Studio 100 uit te breiden, omdat het alle elementen combineert: “Studio 100 is voor mij echt een droombedrijf door alles wat ze doen voor kinderen. Zingen, dansen en acteren passen perfect bij mij, dus als ik daar in de toekomst meer dingen mag doen, zou dat fantastisch zijn.”
Voorlopig kijken we uit naar de musical Doornroosje, maar we blikken ook alvast even vooruit naar de toekomst. Hoewel de agenda na Doornroosje nog niet is volgeboekt met concrete plannen, durft Diede wel hardop te dromen: “Ik zou heel graag in een musical van ‘Frozen’ spelen als Elsa, en mocht het ooit naar Nederland of België komen, zou ik heel graag in een musicalversie van ‘The Greatest Showman’ willen spelen. Dat is naar mijn mening één van de beste films ooit.”
Een samenwerking met Camille Dhont zou ze eveneens niet uitsluiten. Hoe ver ze ook zal komen, ze hoopt dat haar deelname aan K2 zoekt K3 haar publiek zal bijblijven, omdat die ervaring echt een verandering in haar leven heeft teweeggebracht.
Othniel Mbemba over zijn boek ‘Mambweni’: “Het verhaal is volledig fictief, maar de ervaringen zijn wel echt”
Othniel Mbemba (29), artiestennaam Othi Berry, is een Antwerpse auteur van Congolese afkomst. In zijn nieuwste boek Mambweni schetst hij hoe drastisch het leven van een migrant kan veranderen wanneer die de moeilijke beslissing neemt om zijn thuisland te verlaten op zoek naar een betere toekomst.
Hoe autobiografisch is het boek Mambweni?
“Het boek is niet autobiografisch. Met het verhaal geef ik wel een stem aan migranten. Het hoofdpersonage en het verhaal is volledig fictief, maar de ervaringen zijn wel echt. Mensen kunnen zich er dus wel in herkennen of iemand kennen die iets gelijkaardigs heeft meegemaakt.”
Wat betekent het combineren van verschillende schrijfvormen in één boek voor jou?
“Drie delen vormen de structuur van de roman: het begin van het verhaal van het hoofdpersonage, zijn reis op de boot en uiteindelijk de brieven die hij schrijft aan zijn familie en vrienden. In dat laatste deel komt ook mijn poëtische kant naar boven. Ik schrijf veel poëzie, maar ik wilde niet puur een poëziebundel maken. Met die brieven kon ik toch die emotionele en reflectieve kant in het verhaal verwerken.”
Hoelang heb je aan dit boek gewerkt?
“Het schrijfproces heeft mij ongeveer vier jaar gekost. Ik moest goed nadenken over hoe ik het verhaal wilde vertellen en wat ik mensen uiteindelijk wilde meegeven. Daarnaast heb ik mij ook goed ingelezen over migratie.”
Je publiceert jouw boeken zelf. Waarom koos je daarvoor?
“Toen ik begon met schrijven, wilde ik vooral vrijheid. Als beginnende artiest weet je nog niet altijd wat je precies wil doen. Via Amazon kan je alles zelf publiceren. Dat heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat je volledige creatieve vrijheid hebt. Het nadeel is dat je ook alles alleen moet doen: de eindredactie, lezingen voorstellen, enzovoort.”
Hoe dichtbij liggen de thema’s van het boek bij jou persoonlijk?
“Ze liggen vrij dichtbij, ook al is het niet mijn verhaal. Ik kom zelf uit Congo, maar was nog heel jong toen ik naar hier kwam. Ik ken wel veel verhalen van mensen die hun land hebben verlaten om naar Europa te komen.”
“Met dit boek wou ik vooral een eerbetoon brengen aan mensen die zo’n reis maken. Ik heb hun moed altijd bewonderd”
Othniel Mbemba
“Ik heb altijd veel respect gehad voor mensen die zo’n beslissing op latere leeftijd nemen. Ze laten een leven achter: familie, vrienden en soms zelfs hun kinderen. Dat is geen kleine stap.”
Waarom voelde je dat je dit verhaal moest vertellen?
“Met dit boek wou ik vooral een eerbetoon brengen aan mensen die zo’n reis maken. Ik heb hun moed altijd bewonderd. We denken soms dat migreren gewoon van het ene land naar het andere gaan is. Dat is niet waar. Mensen laten een volledig leven achter. Dat wilde ik zichtbaar maken.”
In het boek wordt Europa soms als een droom of illusie gezien. Waarom?
“In veel landen wordt Europa gezien als een plek waar het automatisch beter zal gaan. Mensen denken vaak: als ik daar geraak, komt alles goed. Dat is natuurlijk niet altijd zo. Het is een soort idee dat we hebben, dat het gras groener is aan de andere kant.”
Familie speelt een grote rol in het verhaal. Waarom vond je dat zo belangrijk?
“Veel mensen maken zo’n beslissing niet voor zichzelf, maar voor hun familie. Ze willen een beter leven voor hun kinderen of hun partner. Het is wel een paradox als ze hen moeten achterlaten om dat te bereiken. Het hoofdpersonage laat zijn familie fysiek achter, maar hij draagt hen wel altijd mee in zijn gedachten. Zij zijn de reden waarom hij blijft doorgaan.”
“Iedereen heeft in het leven een moment waarop hij of zij een grote sprong waagt om een doel te bereiken”
Othniel Mbemba
Vind je dat verhalen over Afrikaanse migratie te weinig worden verteld?
“Ja, vaak wel. Er wordt nogal snel afgevraagd waarom mensen hier komen en minder vaak wat hun verhaal is. Verhalen achter migratie gaan vaak over het vluchten omdat hun leven in gevaar is of omdat ze geen toekomst zien in hun land. Ik wilde met dit boek tonen dat er altijd een verhaal achter zit.”
Wat symboliseert het reizen met een boot in het verhaal?
“De boot kan je zien als een metafoor voor dromen. Sommige mensen zijn bereid om alles te riskeren om hun droom te bereiken. Voor het hoofdpersonage betekent dat letterlijk een boot nemen en zijn land verlaten. Iedereen heeft in het leven een moment waarop hij of zij een grote sprong waagt om een doel te bereiken.”
Wat hoopt u dat lezers meenemen uit het boek?
“Ik hoop dat mensen meer proberen te begrijpen waarom anderen migreren. In plaats van meteen te oordelen, kunnen we misschien eerst luisteren naar elkaars verhaal.”
Op welke manier heeft het schrijven van dit boek je ook iets geleerd over jezelf?
“Tijdens het schrijven stel je jezelf ook vragen over identiteit. Wie ben ik? Wat wil ik doen met mijn leven? Het hoofdpersonage zoekt ook naar zijn plek in de wereld. Dat herken ik. Ik denk dat veel mensen die zoektocht hebben.”