Leerkrachten en studenten betogen tegen besparingen in Franstalig onderwijs: “Besparen op personeel is maatschappelijk onverantwoord”

Gisteren protesteerden zo’n drieduizend mensen tegen de besparingsplannen in het Franstalig onderwijs. Leerkrachten, studenten en vakbondsleden kwamen op straat uit onvrede over hervormingen die volgens hen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs bedreigen. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, zorgden relschoppers in de hoofdstad voor extra onrust en volgde er een gespannen confrontatie met de politie.
Ongeveer drieduizend leerkrachten, studenten en vakbondsleden hebben donderdag in Brussel betoogd tegen de geplande besparingen in het Franstalige onderwijs. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, kwam het op verschillende plaatsen tot rellen. Vooral rond het Centraal Station liep de spanning op, waar betogers onder andere fietsen en steps in brand staken. De politie zette een waterkanon en traangas in om de situatie onder controle te krijgen.
De manifestanten protesteerden tegen een reeks hervormingen die volgens hen het onderwijs verder onder druk zetten. Zo zouden de inschrijvingsgelden stijgen, moeten leerkrachten meer uren presteren zonder extra verloning en wordt geraakt aan de vaste benoeming. Volgens de actievoerders dreigen die maatregelen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs ernstig te ondermijnen, terwijl de sector al kampt met een groot lerarentekort.
Christophe, leerkracht in het secundair onderwijs, trok uit solidariteit met zijn Franstalige collega’s naar Brussel. Vooral de hervorming van de vaste benoeming baart hem zorgen. “Die benoeming is essentieel voor kwaliteitsvol onderwijs. Ze geeft leerkrachten de autonomie en zekerheid die nodig zijn om hun werk goed te doen”, zegt hij.
“Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren”
Christophe (leraar secundair onderwijs)

Volgens hem overstijgt de problematiek de taalgrens. “Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren. Samen staan we sterker.” Hij wijst erop dat het onderwijs al langer onder zware druk staat. “Het lerarenberoep is zwaar en er zijn grote tekorten. Besparen op personeel is maatschappelijk onverantwoord.”
Toekomst onder druk
Ook studenten vrezen de gevolgen van de hervormingen. De 19-jarige communicatiestudente Gaëlle Carillon uit Luik maakt zich zorgen over de stijgende kosten. “De inschrijvingsgelden gaan omhoog terwijl de ondersteuning afneemt. Voor veel jongeren wordt studeren zo moeilijker”, zegt ze. “Onderwijs moet toegankelijk blijven voor iedereen, anders groeit de ongelijkheid.”
Vakbonden spreken van een cruciaal moment voor het Franstalige onderwijs. Jorre Dewitte van de Franstalige socialistische onderwijsbond noemt de betoging historisch. Volgens hem zal een nieuw decreet leiden tot minder investeringen in schoolinfrastructuur, een afbouw van het ziekteverlofstelsel en mogelijke jobverliezen in het secundair onderwijs. “Het is een kwestie van politieke keuzes. Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”, klinkt het.
“Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”
Jorre Dewitte (Franstalige socialistische onderwijsbond)

Voor leerkracht Claire draait het protest om meer dan arbeidsvoorwaarden alleen. “We verzetten ons tegen hervormingen die schadelijk zijn voor leerlingen, leerkrachten en de samenleving”, zegt ze. “Uiteindelijk gaat het over de toekomst van jongeren.”
Recensie | Van column tot wereldsucces: Candace Bushnell brengt het verhaal achter ‘Sex and the City’ tot leven in de Stadsschouwburg (★★★★★)
Fier, ontwapenend en glamoureus stond Candace Bushnell voor een volle Stadsschouwburg op 21 april met haar one-woman show ‘Real Tales of Sex, Succes and Sex and the City’. Met persoonlijke vragen, levensadvies en interactieve spelletjes wist ze indruk te maken op het publiek.
Het succesverhaal van Candace Bushnell laat zien hoe persoonlijke ervaringen en scherpe observaties kunnen leiden tot een van de bekendste televisieseries ooit. Met ‘Sex and the City’ gaf zij een nieuwe stem aan moderne vrouwen en veroverde ze miljoenen lezers en kijkers over de hele wereld.
Wat een vrouw. Candace Bushnell heet ze. Haar column in the New York Observer vormde de basis voor de televisieserie waarin vier single vrouwen hun dertigerjaren beleven in de nineties in New York. ‘Carrie’ is het alterego dat ze verzon om anoniem haar column voort te zetten, toen haar ouders haar heuglijk vertelden dat ze een abonnement op the New York Observer hadden genomen. Het is van alle tijden: je ouders en je liefdesleven hou je liever ver weg van elkaar. Dat alterego leefde later verder in de serie ‘Sex and the City’, en zo werd het personage Carrie Bradshaw geboren. Op 21 april was Bushnell te zien in Stadsschouwburg in Antwerpen, tijdens de one-woman show ‘Real Tales of Sex, Success and Sex and the City’.
Storytelling en stoefen
Alterego’s terzijde, de show staat in teken van de échte Carrie Bradshaw. Wanneer Bushnell het podium op huppelt, is de toon van de avond gezet: “Ik heb gehoord dat Antwerpen een beetje stil en gereserveerd kan zijn, maar vanavond wil ik dat jullie luid zijn!” Een Amerikaanse die niet hersenloos “Hello, Brussels” brult, dat belooft. Direct daarna flitsen fragmenten uit interviews en fotoshoots van Bushnell voorbij op het doek achter haar. Het toont hoe succesvol ze is geweest, en nog steeds is.
“Terwijl Bushnell levensadvies deelt, telefoongesprekken met vriendinnen laat horen, of komische, interactieve raadspelletjes speelt met het publiek, heeft het kleine meisje in mij de tijd van haar leven”
We krijgen een stukje onbeschaamd stoefen voorgeschoteld. In een razendsnel tempo vertelt Bushnell verhalen die haar hebben gemaakt tot de vrouw die ze vandaag is: van haar vader die beweerde dat geen enkele man ooit van haar zou houden tot het nu. Bushnell is gescheiden en tevreden met haar leven als single in New York, nadat ze een korte periode op het platteland woonde. Ze bespreekt ook haar relatie als 19-jarige vrouw met een bekende auteur, die zo’n twintig jaar ouder was dan haar. Ze vertelt over haar werk als columnist en haar liefdesleven na de menopauze en beantwoordt prangende vragen zoals “Was er een Mr. Big in haar leven?” en heeft Matthew McConaughey effectief de zin “I really wanna fuck you, baby” tegen haar gezegd? “True or not True? True! – I’m kidding, of course not!”, antwoordt ze. Terwijl Bushnell levensadvies deelt, telefoongesprekken met vriendinnen laat horen, of komische, interactieve raadspelletjes speelt met het publiek, heeft het kleine meisje in mij de tijd van haar leven.
Kwetsbaar en openhartig
Meermaals krijg ik kippenvel wanneer Bushnell op eigenwijze manier haar leven uit de doeken doet. Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat een vrouw vol trots vertelt over haar leven waarin geen enkele man de hoofdrol speelt. Tot haar veertigste was ze nooit getrouwd en wanneer ze zich dan wel aan het huwelijk waagt, duurt het sprookje amper tien jaar. Dat is in de showbizz toch al behoorlijk lang. Het huwelijk wordt in Bushnells leven vervangen door vriendschap. “Mannen komen en gaan, vriendinnen blijven voor het leven”, zegt Bushnell. Al is dit een zin die je wel vaker hoort in girl power-liedjes, -series en -films, is die zin in haar leven de wet.
Opgetogen en energievol verlaat het publiek de zaal na afloop van de show. Bushnells verhaal is inspirerend en doet je geloven dat je als vrouw onbeschaamd over ‘vrouwendingen’ kan schrijven én daardoor enorm succesvol kan worden. Haar droom was om de Pulitzerprijs te winnen, een Amerikaanse literatuurprijs die wordt uitgereikt voor nieuws, kunst en letteren. Het is haar nooit gelukt. Maar is het niet even indrukwekkend dat zij met een column over relaties, seks en het vrijgezellenleven in New York een imperium heeft uitgebouwd? Voor mij is het duidelijk: als er iemand mag opscheppen over haar succes, dan is het wel Candace Bushnell.
Ketamine vanaf volgend jaar strafbaar in het verkeer: “De drug is hip, dat mag niet de bedoeling zijn”
Vanaf 2027 zal de politie tijdens verkeerscontroles ook op ketamine testen. De drug wint al jaren aan populariteit, vooral bij jongeren. Experts waarschuwen dat het onschuldige imago niet strookt met de werkelijkheid: chronisch gebruik kan leiden tot verslaving en ernstige blaasproblemen. “Bij jonge gebruikers kan die schade onomkeerbaar zijn.”
Tot nu toe werd bij verkeerscontroles, naast alcohol, getest op vier drugs: cannabis, cocaïne, heroïne en amfetamines. Cijfers uit 2025 tonen dat in zes procent van de positieve speekselstalen ketamine werd aangetroffen. Experts vermoeden dat het werkelijke aandeel hoger ligt omdat er vroeger niet standaard op ketamine werd getest en dat vaak pas gebeurde na een positieve test op andere drugs.
Op 12 mei 2026 besliste het Federaal Parlement om ketamine op te nemen in lijst van verboden middelen in het verkeer. Rijden onder invloed van ketamine wordt dus strafbaar. Vanaf volgend jaar kan er ook op de drug getest worden achter het stuur. Dat staat in een wetsontwerp van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) dat de Kamer heeft goedgekeurd. Crucke waarschuwt voor de groeiende populariteit bij jongeren en noemt het een zorgwekkende trend in het verkeer.
Wat is ketamine?
Ketamine is een verdovingsmiddel dat in ziekenhuizen wordt gebruikt als pijnstiller. In de diergeneeskunde wordt het gebruikt als verdovingsmiddel voor paarden.
De laatste jaren is ketamine toegenomen in het uitgaansleven. Het is een synthetische drug die wordt gesnoven en heeft een verdovend, dromerig effect. Het kan hallucinaties veroorzaken en zorgt voor een gevoel van dissociatie. Bij een hoge dosis kan het een bijna-doodservaring opwekken, ook wel K-hole genoemd.
Ketamine kan leiden tot verslaving en gezondheidsklachten zoals buikkrampen en blaasproblemen.
Populair bij jongeren
Opvallend is het gebruik van ketamine bij jongeren die behoren tot Generatie Z, geboren tussen 1997 en 2012. Die generatie heeft drie keer zoveel kans om in contact te komen met ketamine dan jongeren tien jaar geleden. Toxicoloog en professor Jan Tytgat ziet een stijging. “Als de politie of het parket de drugs in beslag neemt of als er jongeren overlijden, komt dat bij mij terecht. In die situaties kan ik wel zeggen dat ik een trend zie bij jongeren. Er circuleert ook meer ketamine”, zegt Tytgat.
Volgens het Vlaams expertisecentrum Alcohol en Andere Drugs (VAD) kan de stijging deels worden verklaard door de coronapandemie, die een grote impact had op de sociale ontwikkeling van jongeren. Daarnaast is er tegenwoordig sprake van digital overload en schermverslaving, verschijnselen die vroeger minder voorkwamen. Gen Z zou ook meer kampen met een gebrek aan toekomstperspectief. Omdat ketamine relatief goedkoop en toegankelijk is, is het voor jongeren een aantrekkelijke drug.
“Je voelt je helder, maar je bent het niet”
Stan*
“Je zit in een bubbel en bent er gewoon echt niet volledig bij. Je voelt je helder, maar je bent het niet”, zegt Stan*, een jonge twintiger uit Leuven die ervaring heeft met ketamine. Hij is verbaasd dat er pas vanaf 2027 strenger wordt opgetreden tegen ketamine in het verkeer, aangezien de drug al jaren aan een opmars bezig is. “Ik snap dat het onmogelijk is om tijdens een verkeerscontrole op alle drugs te testen, maar ketamine wordt meer gebruikt dan veel mensen denken.”
“Een kaalslag op je levenskwaliteit”
Ketamine is schadelijk voor de blaas bij chronisch gebruik en hoge doseringen. “Bij jongere gebruikers kan deze schade onomkeerbaar zijn”, zegt toxicoloog Tytgat. “Dat is natuurlijk een inbreuk op je levenskwaliteit, veel mensen beseffen dat niet”, waarschuwt hij.
Uroloog Marie-Elise Henckes van het UZ Leuven ziet de laatste jaren steeds meer jonge patiënten met blaasproblemen door ketaminegebruik. “Ketamine is hip en trending, dat mag niet de bedoeling zijn. Het kan leiden tot een schrompelblaas. Dan moeten mensen om de tien of twintig minuten gaan plassen, zowel ’s nachts als overdag, omdat de blaas niet meer de capaciteit heeft om urine op te houden. Dat is zeer pijnlijk en kan zelfs heel schadelijk zijn”, waarschuwt ze.
De stijging in het ketaminegebruik blijkt ook uit het rioolwater. Volgens Maarten Degreef, dokter en drugsexpert bij Sciensano, is er elf keer meer ketamine gevonden in het rioolwater van Antwerpen en Brussel in vergelijking met tien jaar geleden. Dat beeld wordt bovendien ondersteund door grootschalige bevolkingsonderzoeken, waaruit blijkt dat het percentage Belgen dat wel eens ketamine gebruikt de afgelopen jaren is toegenomen van 0,4 procent in 2018 naar 0,6 procent in 2024. Daarnaast is het aandeel verslavingsproblemen gerelateerd aan ketamine verdrievoudigd, van één naar drie procent.
Heb je vragen over drugs of maak je je zorgen over je eigen gebruik of dat van iemand anders? Neem contact op met de Druglijn via druglijn.be of 078 15 10 20 voor informatie, advies en ondersteuning.
*Om de identiteit van de getuige te beschermen, wordt in dit artikel de schuilnaam Stan gebruikt.
Hoe Google abortusinformatie beperkt: “Het is vreemd dat we geen voorlichting mogen geven over een legale handeling”
In een wereld waar vrije meningsuiting op handen wordt gedragen, bepalen communicatiebedrijven en digitale platformen welke informatie zichtbaar wordt gemaakt. Greet Poets, stafmedewerker bij Luna vzw, legt het spanningsveld bloot tussen wetgeving, algoritmes en het gebrek aan transparantie in het advertentiebeleid van Google. “Er staat letterlijk in dat we geen abortusvoorlichting mogen verspreiden.”
Twee jaar geleden werkte Fara vzw samen met de Thomas More Hogeschool om mensen met vragen over een ongeplande zwangerschap te voorzien van objectieve en veilige informatie over reproductieve rechten. Fara vzw is een organisatie die advies, informatie en begeleiding biedt rond moeilijke of ongeplande zwangerschapskeuzes. Ze kregen voor het project via Google Ad Grants een budget van tienduizend euro per maand. De studenten zouden de voorlichtingscampagne voor het vak ‘Digitale Marketing’ uitwerken, maar de advertentiecampagnes werden geblokkeerd en het account werd gedeactiveerd.
“Abortus is in België een legale medische handeling. Het is geen extreem of verboden onderwerp. Daarom begrijp ik niet waarom Google daar zo streng tegen optreedt”, stelt Kirsten Elen, orthopedagoge bij Fara vzw. Concrete uitleg van Google blijft uit. “Wij hebben bezwaar ingediend tegen de schorsing van ons account. Het antwoord dat we een jaar later kregen, bevatte geen verdere informatie. Die schorsing geldt bovendien voor al onze toekomstige accounts”, stelt Elen.
We namen meermaals contact op met de persverantwoordelijke van Google voor een reactie, maar kregen geen antwoord op e-mails en berichten. Ook telefonische pogingen bleven onbeantwoord.
Ook Luna vzw, die psychosociale en medische begeleiding biedt als je ongewenst of ongepland zwanger raakt, stoot op de beperkingen die worden opgelegd door techplatformen. “Aanvankelijk was het de bedoeling om Google Advertenties te gebruiken, gepaard met de promotietools van Instagram en Facebook, om ons doelpubliek op de hoogte te brengen van de service die we bieden”, getuigt Greet Poets, stafmedewerker communicatie en kwaliteit bij Luna vzw. “Maar daar hebben we eigenlijk meteen gemerkt dat onze inhoud geblokkeerd werd. Blijkbaar staat er letterlijk in het advertentiebeleid van Google dat we geen abortusadvertenties mogen verspreiden.”
“Op Tiktok circuleren soms gruwelijke beelden van foetussen. Die zijn wel toegelaten door het algoritme, maar een hashtag als #abortus niet”
Greet Poets (stafmedewerker communicatie en kwaliteit, Luna vzw)
Op het internet circuleren allerlei video’s over abortus: video’s die beweren dat abortus illegaal is of die je laten zien hoe je de ingreep op een levensgevaarlijke manier zelf kunt uitvoeren. De verontrustende video’s bevatten veel desinformatie. Belgische jongeren zijn daar vatbaar voor. “Door die video’s denken jongeren dat abortus illegaal is in België en veronderstellen ze dat je de ingreep zelf moet uitvoeren”, waarschuwt Elen.
Terwijl deze schadelijke desinformatie ongehinderd door de algoritmes glipt, botst de professionele hulpverlening op de ondoorzichtige advertentieregels van Google. “Het is vreemd dat een gesubsidieerde organisatie geen voorlichting mag geven over een legale handeling”, stelt Elen. Wat online wel en niet zichtbaar is, lijkt ook niet altijd logisch of consistent. Zo wijst Poets op opvallende tegenstrijdigheden: “Op Tiktok circuleren soms gruwelijke beelden van foetussen. Die zijn wel toegelaten door het algoritme, maar een hashtag als #abortus niet. Daar schrik ik echt van. Ik kan me niet voorstellen dat dat in deze tijd nog een probleem is.”
Restrictielijst
Om hun doelpubliek te bereiken, zijn Luna vzw en Fara vzw actief op het advertentieplatform van Google en op sociale media. Maar de expertisecentra en hulpverleners lopen een groot deel van hun doelpubliek mis omdat het advertentiebeleid van Google hun campagnes, sensibilisering en voorlichting belemmert.
Nadat enkele campagnes van Fara vzw in samenwerking met de Thomas More Hogeschool de status ‘Geschikt (beperkt)’ kregen in Google Ads, concludeerde Lore Van Besien, docente digitale marketing aan de Thomas More Hogeschool en Google Ads & Analytics-experte, dat de oorzaak bij het advertentiebeleid zelf ligt. “België staat op de lijst met landen waar het verboden is om abortusadvertenties te verspreiden. De advertenties die deze markering krijgen, hebben daarom slechts een beperkte zichtbaarheid en worden enkel weergegeven in landen waar abortusadvertenties zijn toegelaten”, verduidelijkt ze.
“Luna vzw is een kleine organisatie, de regels worden opgelegd door een multinational. Het is tevergeefs om daar als kleine vzw kritiek op te geven of die in vraag te stellen”
Greet Poets (stafmedewerker communicatie en kwaliteit, Luna vzw)
Bovendien werd sommige content geweigerd met de foutmelding ‘systemen omzeilen’. Die melding verwijst naar pogingen om de controlesystemen van het advertentieplatform te omzeilen, al blijft de exacte reden vaak onduidelijk. Volgens Van Besien is het moeilijk om te achterhalen of die algemene melding verband houdt met de specifieke beperkingen op abortusadvertenties. “Er ontbreekt een afzonderlijke, duidelijke abortuspolicy waarin precies staat wat wel of niet mag. Alles valt onder het brede beleid rond gezondheidszorg en medische advertenties”, aldus Van Besien.
Volgens haar maakt die vaagheid het beleid weinig transparant. “Zo werd een campagne voor een studiedag over abortus wel goedgekeurd, terwijl een campagne rond lotgenotencontact zonder uitleg werd geweigerd”, vertelt Van Besien. Dat laat veel ruimte voor interpretatie en speculatie. “Je zou vermoeden dat er een politieke agenda achter schuilgaat, gezien Google een Amerikaans bedrijf is. Wij willen als hulpverleningsorganisatie zo neutraal mogelijk overkomen bij alle partijen en ons niet te veel mengen in het politieke discours. Bovendien is Luna vzw een kleine organisatie en worden de regels opgelegd door een multinational. Het is tevergeefs om daar als kleine vzw kritiek op te geven of die in vraag te stellen”, aldus Elen.
In Nederland lijkt het advertentiebeleid van Google minder strikt dan in België. Dat verschil merken organisaties zoals onder andere Fiom, het expertisecentrum rond ongewenste zwangerschap, en Rutgers, een onafhankelijk kenniscentrum rond seksualiteit. Fiom adverteert via Google en andere socialemediaplatformen. Hoewel ze niet op dezelfde obstakels stoten als Belgische organisaties, ervaren ze beperkingen. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld nooit letterlijk de term ‘abortus’.
Volgens Lise Smit, online marketeer en fondsenwerver bij Rutgers, is er een gebrek aan transparantie in de regels en beperkingen van Google rond thema’s binnen seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Bovendien blijft de zoektocht naar geschikte zoektermen een uitdaging. “We merken dat Google Ads die onderwerpen regelmatig afkeurt zonder duidelijke reden. Veel zoekwoorden zijn in principe toegestaan, maar krijgen toch weinig vertoningen. Er ontbreekt daarbij heldere regelgeving.”
“Communicatie- en techbedrijven hebben ook de verantwoordelijkheid om objectieve informatie en voorlichting mogelijk te maken”
Kirsten Elen (orthopedagoge bij Fara vzw)
De ervaringen van organisaties leggen een bredere paradox bloot in de manier waarop algoritmes en platformregels vandaag functioneren. Volgens Elen is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van communicatie- en technologiebedrijven allesbehalve eenduidig. “Zodra je beslist wat wel en niet verspreid mag worden, begeef je je op het terrein van censuur. Enerzijds wil je schadelijke desinformatie tegengaan, anderzijds wil je vrije en correcte informatie niet onderdrukken. Communicatie- en techbedrijven hebben ook de verantwoordelijkheid om objectieve informatie en voorlichting mogelijk te maken.”
Klassenjustitie in België? Drie jaar na proces-Sanda Dia blijft de twijfel bestaan
Na de zaak rond Sanda Dia, waarvan het proces eindigde op 26 mei 2023, klonk één begrip luider dan ooit in het publieke debat: klassenjustitie. Het woord dook op tijdens protesten, ging viraal op sociale media en werd uitvoerig besproken in opiniestukken. Voor velen leek het alsof justitie niet voor iedereen op dezelfde manier werkt. Het vertrouwen in het Belgische rechtssysteem kreeg opnieuw een deuk. Toch blijft een cruciale vraag onbeantwoord: waarom wordt klassenjustitie in België nauwelijks structureel onderzocht?
Het proces rond Sanda Dia, waarover de rechter zich op 26 mei 2023 uitsprak, draait om de dood van de twintigjarige student in december 2018 na een fatale ontgroening van studentenclub Reuzegom. Tijdens die ontgroening werd Dia onderworpen aan extreme en vernederende opdrachten, waaronder het drinken van grote hoeveelheden alcohol en visolie en langdurige blootstelling aan ijskoud water. Zijn gezondheidstoestand verslechterde ernstig, maar hulp kwam pas laattijdig. Na afloop van de ontgroening werd hij in kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis, waar hij later overleed aan de gevolgen van onder andere onderkoeling en orgaanfalen. De uiteindelijke straffen, zonder effectieve celstraffen, leidden tot brede verontwaardiging. Al snel verschoof de discussie van de feiten naar de context: de betrokken studenten kwamen uit welgestelde milieus met sterke netwerken, wat bij velen het gevoel voedde dat sociale status mogelijk een rol speelde in de afhandeling van de zaak.
Zo kwam het debat over klassenjustitie in een stroomversnelling. Dat begrip verwijst naar de overtuiging dat mensen met meer middelen en invloed voordelen genieten binnen het rechtssysteem, bijvoorbeeld via betere juridische bijstand of mildere straffen. Of dat in deze zaak effectief zo was, is nooit bewezen, maar het wantrouwen bij een groot deel van het Vlaamse publiek was duidelijk en hardnekkig.
Binnen de juridische wereld klinken gemengde geluiden. Advocaat Gautier De Wachter van advocatenkantoor Dewa Law ziet weinig impact op de praktijk: “Ik heb niet echt gemerkt dat dat veel invloed heeft gehad. Ik kan geen voorbeelden geven waar de filosofie van rechtbanken veranderd is.” Strafpleiter Titus Reign Ntekedi ziet wel een effect, maar vooral in de sfeer rond justitie: “Wanneer een zaak veel media-aandacht krijgt, speelt dat mee in het hoofd van juristen.” Tegelijk wijst hij op de kloof tussen publieke opinie en juridische realiteit, waarin procedures en bewijzen doorslaggevend blijven.
Systeemkritiek
Advocaat Gautier De Wachter begrijpt dat voorzichtigheid nodig is. “We moeten oppassen met grote conclusies op basis van individuele zaken. Dossiers met veel media-aandacht leiden vaak tot snelle en veralgemeende oordelen.” Toch klinkt er kritiek vanuit de maatschappij dat België achterop hinkt in vergelijking met landen zoals Nederland. Het debat over klassenjustitie wordt al jaren gevoerd, maar grootschalig en objectief onderzoek ontbreekt nog steeds.
“Een pro-deozaak creëert klassenjustitie. Mensen die betalen, worden anders behandeld, ook door hun advocaat”
Strafpleiter Titus Reign Ntekedi
Volgens Ntekedi zijn er wel degelijk structurele elementen die ongelijkheid kunnen versterken. Hij wijst onder meer op het systeem van pro-deobijstand. “Een pro-deozaak creëert in principe klassenjustitie”, zegt hij. Het probleem zit volgens hem in de vergoeding. “Hoe kan ik een dossier grondig behandelen als ik niet betaald word en niet genoeg tijd krijg om de zaak volledig te bestuderen?” Daardoor ontstaat er volgens hem een verschil tussen wie een advocaat uitgebreid kan betalen en wie afhankelijk is van gratis juridische bijstand. “Mensen die betalen worden anders behandeld, ook door hun advocaat.”
Volgens Ntekedi gaat het daarbij niet om slechte intenties. “Het is geen kwestie van wil. Het is een gevolg van hoe het systeem werkt. Geld en justitie zijn nu eenmaal met elkaar verbonden.”
Ontbrekend onderzoek
Toch blijft de vraag waarom België nauwelijks onderzoekt of sociale klasse daadwerkelijk een rol speelt binnen justitie. In Nederland gebeurt dat wel. Daar voert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van Justitie regelmatig studies uit naar ongelijkheid in het rechtssysteem. Daarbij wordt onder meer gekeken naar inkomen, opleidingsniveau en sociale afkomst.
In België bestaat een dergelijk structureel onderzoek voorlopig niet. De Hoge Raad voor de Justitie erkent wel dat het thema meer aandacht krijgt. Volgens de Raad hangt het vertrouwen van burgers in justitie af van verschillende factoren. “Een rechter moet alle elementen in een zaak kunnen identificeren en zich bewust zijn van de signalen die hij uitstuurt naar de rechtzoekende.”
Hoewel concreet onderzoek beperkt blijft, lijkt daar verandering in te komen. De Hoge Raad werkt mee aan een wetenschappelijke studie van de Universiteit Antwerpen, UHasselt en KU Leuven. Die studie moet nagaan of er binnen de rechtspraak sprake is van vooroordelen. Onderzoekers bekijken of bepaalde kenmerken van betrokkenen of rechters een invloed hebben op beslissingen. Ook de Justitiebarometer, een grootschalige bevraging naar het vertrouwen in justitie, hield in 2024 voor het eerst rekening met socio-economische achtergrond. Daarnaast organiseerde de Hoge Raad in oktober 2023 een studiedag over klassenjustitie. Nationale en internationale experten uit journalistiek en wetenschap gingen er in gesprek over het thema. Binnen de werkgroep Diversiteit worden bovendien nieuwe initiatieven voorbereid, al zijn concrete plannen nog niet bekend.
Antwerpse fraudezaak legt gevaren van paysafecards bloot: “Ouderen zijn vaak het doelwit”
Een eenvoudige routinecontrole bracht een opvallende fraudezaak aan het licht. Een 24-jarige Nederlander heeft een 86-jarige vrouw voor 10.000 euro opgelicht met paysafecards, een betaalmiddel dat steeds vaker opduikt in fraudedossiers. “Zodra die codes zijn doorgestuurd, kunnen criminelen het geld onmiddellijk gebruiken of verder doorverkopen, waardoor het erg moeilijk wordt om het bedrag nog te recupereren.”
De term paysafecards duikt vaak op in frauderechtszaken. Ook gisteren was dat het geval. In het Vlinderpaleis in Antwerpen stond A.S., een Nederlander geboren in 2004, terecht voor de oplichting van een 86-jarige vrouw voor 10.000 euro via paysafecards. Voor deze feiten zat hij zes maanden in voorarrest. De man liep, samen met een andere beklaagde die de rechtszaak niet bijwoonde, tegen de lamp bij een routinecontrole door de politie. Bij die controle vonden de agenten duizenden euro’s in cash, vier paysafecards en drie kaartlezers. De twee werden opgepakt en verhoord. Het vonnis van de rechter volgt op 16 juni.
Telefonische oplichting
Een paysafecard is een prepaid betaalkaart waarmee je online kunt betalen zonder een bankrekening of kredietkaart. Je koopt een paysafecard in een winkel of online. Daarop staat een unieke code of PIN. Met die code kan je betalingen uitvoeren op websites die paysafecard accepteren. Die kaarten zijn verkrijgbaar in tankstations en eventueel in bepaalde bel- en krantenwinkels.
“Fraude met paysafecards is zeker geen nieuw fenomeen”, zegt advocaat Mohamed El Manouti van advocatenkantoor SUE. Er zijn twee manieren om fraude te plegen via paysafecards. “Bij de eerste vorm worden slachtoffer telkens opgebeld door buitenlandse nummers. Wanneer ze dan opnemen, wordt er onmiddellijk weer opgehangen. Vervolgens worden ze gebeld door iemand die zich voordoet als medewerker van een advocatenkantoor met de mededeling dat de Belgische staat een rechtszaak tegen telefonische overlast hebben gewonnen en recht hebben op een grote som geld”, voegt El Manouti toe.
“Fraude met paysafecards is zeker geen nieuw fenomeen”
Mohamed El Manouti (Advocaat advocatenkantoor SUE)
Voor ze dat bedrag ontvangen, moeten de slachtoffers advocatenkosten betalen. Dit kunnen ze doen door paysafecards te kopen en dan de codes door te sturen naar de oplichters, zodat zij die kunnen gebruiken. “Zodra die codes zijn doorgestuurd, kunnen criminelen het geld onmiddellijk gebruiken of verder doorverkopen, waardoor het erg moeilijk wordt om het bedrag nog te recupereren”, zegt El Manouti.
Er is ook nog een andere manier van fraude met paysafecards. Wat advocate Katrien Peysmans-De Ryck van advocatenkantoor MPDR vaak merkt, is dat er vaak eerst een bankkaart ontvreemd wordt. Vaak gaat het om fraude waarbij oudere slachtoffers worden geviseerd.
“Ouderen zijn vaak het doelwit.” Oplichters bellen ouderen op in naam van Card Stop. Ze beweren dat de bankkaart kapot is, vragen de pincode en komen de kaart vervolgens aan huis ophalen om die te ‘vernietigen’. “Nadat de bankkaart ontvreemd is, wordt er een paysafecards aangeschaft. Met deze kaarten kan dan anoniem betaald worden. Het is een soort waardebon of betaalmiddel waarmee er anoniem betaald kan worden.”
Onderneem zelf actie
Tegenwoordig worden veel mensen, vooral ouderen, telefonisch opgelicht. “Mensen komen meestal pas te laat tot het besef dat ze zijn opgelicht. Vaak is dat pas vanaf het moment dat er geld van hun rekening is gegaan”, zegt advocaat Peysmans-De Ryck. Volgens haar is het van belang dat ze Cardstop bellen vanaf het moment dat ze beseffen dat ze opgelicht zijn. Zo kan er geen geld van hun rekening worden overgezet of kunnen er geen Paysafecards worden aangekocht.
“Banken zouden mensen actiever moeten waarschuwen”
Katrien Peysmans-De Ryck (Advocaat MDPR)
“Het is ook belangrijk dat mensen nooit hun bankkaart aan iemand geven. Ook wanneer iemand hen opbelt met de boodschap dat er een probleem is met de betaalkaart en vraagt om de kaart mee te geven voor vernietiging, mogen ze dat nooit doen”, aldus Katrien Peysmans-De Ryck. Ze benadrukt dat dit niet de gebruikelijke gang van zaken is en dat het daar vaak fout loopt. Daarnaast zegt de advocaat dat er meestal oudere slachtoffers worden uitgekozen. “Zij zijn zich meestal niet bewust van het risico. Ik zie echt een patroon in dat soort dossiers.” Volgens haar hebben de banken hierin ook een verantwoordelijkheid. “Ze zouden mensen actiever moeten waarschuwen.” Vaak worden er op deze manier honderden of zelfs duizenden euro’s gestolen door oplichters.
Langer werken en minder waardering: waarom Brussel dinsdag rood, groen en blauw kleurde
De drie grote vakbonden ACV, ABVV en ACLVB, kwamen gisteren samen voor de nationale betoging in Brussel. 40.000 mensen uit verschillende sectoren liepen van het Noordstation naar het Zuidstation om te pleiten voor een socialer beleid. “We willen meer waardering van de regering.”
Jacques (62) woont al dertig jaar in Sint-Gillis en vertelt dat hij vandaag op straat komt, niet voor één kleur, maar om de gezamenlijke boodschap van alle vakbonden te steunen. Hij draagt daarom ook de kleuren van de ACV, ABVV en ACLVB: groen, rood en blauw.
De vakbonden staakten samen tegen het beleid en de maatregelen van de regering-De Wever om verschillende redenen. Olivier Remy, woordvoerder van ACV Puls, legt uit: “Mensen uit verschillende sectoren zijn hier omdat ze meer waardering willen van de regering. Iedereen moet langer werken, maar het wordt de mensen niet makkelijker gemaakt om dat vol te houden. Daarnaast is de druk op werknemers groot, waardoor velen langdurig ziek worden.”
“De druk op werknemers is groot, waardoor velen langdurig ziek worden”
Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)
Waar Jacques vooral bang voor is, is dat mensen die langdurig ziek zijn of tijdelijk werkloos zijn tussen twee jobs, langer moeten werken. Bijgevolg zouden ze minder verdienen. Volgens Jacques gaat het om “tot wel driehonderd euro per maand”. Voor mannen zoals ik is dat veel geld.” Na een loopbaan van 42 jaar zou hij normaal gezien al met pensioen kunnen gaan, maar door de nieuwe maatregelen van de regering-De Wever zal hij nog zo’n vijf jaar moeten werken.
Zesde protest
“Het is de zesde keer in ongeveer anderhalf jaar dat er protest wordt gevoerd voor een andere wereld”, gaat Remy verder. Of de acties ook echt effect zullen hebben op het beleid, blijft volgens hem een raadsel. “Dat is een moeilijke vraag, maar niets doen omdat je niet zeker bent dat het op korte of middellange termijn effect zal hebben, is ook geen optie.”
“We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”
Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)
Volgens Remy is het belangrijk dat mensen zich blijven uitspreken en organiseren. “Je moet blijven opkomen, je stem laten horen, samenwerken en je verenigen.” Hij wijst erop dat eerdere acties al kleine veranderingen hebben opgeleverd. “Voor de betrokken mensen is dat echt belangrijk.” Toch blijft de ambitie groter. “We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”, besluit Remy.
Gemengde gevoelens
De staking is vreedzaam verlopen. Of Jacques vooral staakte voor een extra verlofdag, blijft onduidelijk. Zelf is hij niet erg positief over de betogingen vandaag en verwacht hij niet veel effect. “Ze gaan niet veel veranderen deze week. De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet. Er zit wat sleet op de betogingen. Het is ook al de zesde betoging.” Hij hoopt toch dat de stemming van het federaal parlement van deze week verband houdt met de betogingen van vandaag.
“De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet”
Jacques (betoger)
Jérémy (44), vertegenwoordiger van het socialistische ABVV, is positiever. Zijn stakingsdag bracht hij door op café. Hoewel hij niet deelnam aan de betoging, is zijn boodschap wel duidelijk: “Fuck N-VA!”
Solliciteren via Instagram: Artificiële intelligentie als nieuwe carrièrecoach voor jongeren?
Voor jongeren verloopt solliciteren steeds vaker via de kanalen waar ze dagelijks actief zijn: sociale media. Bedrijven spelen daarop in met nieuwe tools die het proces sneller en eenvoudiger maken, zoals het Nederlandse uitzendbureau Youth Capital, die op 14 april solliciteren via Instagram lanceerde. De vraag is alleen of die digitale versnelling het sollicitatieproces ook echt beter maakt.
Youngcapital, een Nederlands uitzendbureau voor jongeren, lanceerde op 14 april een manier om via Instagram te solliciteren met een AI-chatbot. Via de chatfunctie kunnen jongeren in hun vertrouwde omgeving met enkele berichten aangeven wie ze zijn en naar welk type job ze op zoek zijn. Volgens Youngcapital zijn er in korte tijd al meer dan 2.000 sollicitaties in Nederland via de tool binnengekomen. Dat België hierin zou volgen, vinden experts een logische volgende stap. Chris Demeyere, social media expert bij Punchline, vindt het geen verrassing dat solliciteren steeds meer via sociale media verloopt. “Vandaag starten sollicitaties op een bepaald niveau bijna allemaal via sociale media”, zegt hij. “Het is logisch om AI in dat proces te gebruiken, maar dat maakt het systeem niet automatisch beter.”
Maar liefst 38 procent van jongeren tussen 19 en 26 jaar gebruikt liever AI voor hulp bij het solliciteren dan het advies van hun ouders. Toch ziet Demeyere ook problemen met de betrouwbaarheid van de selectie: AI kan wel inschatten wie meestal een goede match lijkt, “maar daardoor vallen minder gewone of afwijkende kandidaten sneller uit de boot”. Hij benadrukt ook dat AI vandaag nog altijd aan het handje moet worden gehouden. Volgens hem ontbreekt er nog onderscheidend redeneren en een volwassen beslissingsmodel.
AI werkt volgens Demeyere vooral op basis van taalpatronen: het kan aangeven waar meestal ‘ja’ op gezegd wordt, maar kan niet garanderen dat elke beslissing klopt. Daarom raadt hij aan om AI vooral te gebruiken in de voorbereiding, bijvoorbeeld voor een eerste filtering of om vragen te genereren, maar altijd met een mens die elk gesprek meevolgt en de uitkomst nakijkt.
Gericht op jongeren
De keuze van Youngcapital voor Instagram is volgens Demeyere logisch. Jongeren brengen er veel tijd door, het platform is toegankelijk en de advertentiemogelijkheden zijn sterk uitgebouwd. “Als je kijkt naar waar jongeren zitten, dan is Instagram één van de belangrijkste kanalen, zeker in België en Nederland”, legt hij uit. Voor serieuze loopbaangesprekken blijft Linkedin volgens hem wel het belangrijkste professionele platform, maar voor bereik en snelheid zijn Instagram, Snapchat en Tiktok bijzonder aantrekkelijk.
Medeoprichter van Youngcapital Hugo de Koning noemt de Instagram-tool dan ook een noodzakelijke vernieuwing. “We kijken altijd naar wat slimmer en sneller kan in het sollicitatieproces”, zegt hij. De AI-chatbot moet fungeren als een soort persoonlijke carrièrecoach die de wensen van gebruikers vertaalt naar concrete vacatures. Doordat alles binnen Instagram blijft, hoeven jongeren het platform niet te verlaten, wat de drempel om effectief te solliciteren verlaagt.
Mark Maldeghem, CEO van Jobat, noemt de Instagram-chat van Youngcapital “een logische stap voor een generatie die minder graag mailt”. Tegelijk wijst hij erop dat Jobat zelf ook AI gebruikt om vacatures beter te matchen en te verspreiden via onder meer Instagram en Linkedin. “De data van Instagram staan allemaal op servers buiten Europa”, zegt hij. “Daar zijn ook beperkingen aan wat je mag doen.”
Tiktok
De grootste uitdaging zit volgens hem in de korte aandachtsspanne op zulke platforms: “Op een paar minuten tijd moet de vacature een passend persoon vinden.” Over Tiktok is hij daarom terughoudend. Het platform werd vooral gebouwd rond korte, vluchtige video’s, waardoor het moeilijk is om in één beperkte interactie genoeg gestructureerde informatie te verzamelen voor een serieuze sollicitatie. Daarbovenop spelen ook privacy- en datakwesties mee: de Europese toezichthouder legde Tiktok in 2025 nog een boete van 530 miljoen euro op wegens problemen met de bescherming en overdracht van gebruikersdata buiten de EU. De vraag is volgens Maldeghem dan ook of Instagram wel het juiste kanaal is voor serieuze sollicitaties.
Demeyere ziet het anders. “Wat valt er te verliezen?” Hij legt uit dat AI vooral dient om snel te filteren en voor te bereiden, maar dat de echte beoordeling en verantwoordelijkheid bij mensen liggen. “Er blijft altijd een menselijke schakel nodig”, besluit hij.
Opinie | Een gemiste kans: Theroux kijkt toe terwijl de manosfeer groeit
De documentaire ‘Inside the Manosphere’ staat sinds begin maart op Netflix. Louis Theroux probeert de complexiteit van de omstreden online community te tonen. De aantrekkingskracht van dit omstreden gedachtengoed is verontrustend. Als we kijken naar de cijfers van Ipsosuit maart 2026 vindt een kwart van de Gen Z-mannen dat een vrouw niet onafhankelijk moet zijn en twintig procent dat een vrouw geen seks mag initiëren. Als samenleving hebben we een gedeelde verantwoordelijkheid in deze groeiende populariteit en net daar slaat Louis Theroux de bal mis.
De manosfeer is een online netwerk van websites, fora en sociale media, gemaakt door en voor mannen, waarop traditionele mannelijkheid en vrouwvijandigheid worden gepropageerd. Toxische hypermannelijkheid, zelfontwikkeling en antifeminisme staan er centraal. Zo deed de ondertussen veroordeelde Harrison Sullivan, ook bekend onder de naam ‘HSTikkyTokky’, alarmerende uitspraken: “Ik coach jongens hoe ze een fucking echte man kunnen zijn, hoe ze geld moeten verdienen, hoe ze buiten het systeem kunnen staan, hoe ze niet onder een baas hoeven te werken die hen vertelt wat ze moeten doen.”
Onzekerheid als verdienmodel
Cijfers van Ipsos tonen aan dat de impact van dit problematische gedachtengoed niet te onderschatten zijn. Nochtans grijpt Theroux geen enkele kans om de content creators te confronteren met deze cijfers, noch haalt hij de cijfers aan in zijn documentaire. De weerslag is ongezien en daarvan blijft de kijker volledig in het ongewisse. Door deze invloed op de nieuwe generatie niet te benadrukken, blijft deze ideologie een ver-van-mijn-bedshow voor vele Netflixkijkers. Tegelijkertijd blijft de populariteit onder jonge mannen alsmaar groeien.
De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators. De twijfels en onzekerheden van jonge mannen vormen hun inkomen. De aanhangers van hun content hebben het vertrouwen in onze maatschappij verloren. Die gevoelens nemen de bovenhand en wij, als samenleving, bieden niet langer het vangnet waar ze naar hunkeren. Die gedeelde verantwoordelijkheid laat Theroux links liggen, waardoor we nog steeds niet verder kijken dan onze neus lang is en blijven steken in kortzichtigheid.
“De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators”
In plaats van de kijker bewust te maken van de maatschappelijke invloed van deze ideologie, kijkt Theroux passief toe terwijl de influencers het heft in eigen handen nemen. In de documentaire doen de controversiële mannen aan pedojagen, een fenomeen waarbij burgers zelf op zoek gaan naar personen die verdacht worden pedofiele gevoelens te hebben. Zo zette iemand van het team van Harrison Sullivan een date op met een oudere man, door zich voor te doen als een jong meisje. Vervolgens wachtten ze hem op en sloegen hem in elkaar. Het volledige gebeuren werd uitgezonden op de livestream van HSTikkyTokky. Theroux hield zich op de achtergrond, zonder de problematische aard van de situatie te erkennen. “Ik ging weg en keek vanop een afstand toe”, stelt Theroux in een voice-over tijdens de scène.
Manosfeervriendjes
Het gebrek aan een scherpzinnige blik en een journalistieke benadering wordt ook zichtbaar wanneer Theroux zich meer zorgen lijkt te maken over zijn reputatie en zijn relatie met de content creators dan het aannemen van een kritische houding. Zo vraagt hij herhaaldelijk aan Harrison Sullivan: “Gaat het goed tussen ons? Echt? Want soms weet ik het niet zo zeker.” Hij wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes. Hoewel een vriendschap niet noodzakelijk is om de waarheid te achterhalen of controverses aan het licht te brengen.
“Theroux wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes”
Toch legt Theroux ook enkele contradicties bloot. Wanneer Harrison Sullivan gevraagd wordt of hij OnlyFansmeisjes managet, ontspint zich een monoloog waarin hij zichzelf tegenspreekt: “Ik manage ze zelf niet, maar ik heb wel een agentschap gekocht dat dat doet. Ben ik het ermee eens? Nee. Verdien ik eraan? Ja. Ik ben een zakenman. Ik doe het verdomme niet voor mijn plezier. Mijn dochter heeft niets te zoeken op Onlyfans, ik zou haar dan onterven.” In deze onthullende uiteenzetting komt zijn tegenstrijdige mentaliteit duidelijk naar voren. Theroux toont de mens achter het controversiële verdienmodel door een rustige en vasthoudende vraagstelling te hanteren.
Een comfortabel bedje van ongemak
Louis Theroux heeft een welbekende documentairestijl waarbij hij de gewoonte heeft om zich volledig onder te dompelen in de leefwereld van zijn onderwerp. Daarbij is hij niet verlegen om de ongemakkelijkheid op te zoeken. Dat blijkt uit eerdere documentaires, ‘The Settlers’, die toont hoe de groeiende gemeenschap van religieus-nationalistische Israëlische kolonisten zich in de Westelijke Jordaanoever vestigden.
In ‘Inside the Manosphere’ is dat niet anders en besluit hij actief deel te nemen aan de omstreden podcast ‘Fresh and Fit’ van Myron Gaines. Daar wordt hij zelf onderwerp van gesprek, zowel in de podcast als in de bijhorende livestream. Toch rijst de vraag of het noodzakelijk is voor Theroux om deze schadelijke content te voeden. De online community wordt gekenmerkt door choquerende uitspraken en over de aard van deze onthutsende inhoud bestaat geen twijfel. Theroux’ deelname is een ongelukkige journalistieke keuze en reduceert hem slechts tot een speelbal van de podcasthost, Myron Gaines.
Nochtans heeft deze immersietechniek hem al opmerkelijke resultaten opgeleverd, zoals in ‘The City of Crystal Meth’. Daar slaagt hij erin om via onthullende conversaties een indringend beeld te schetsen van de verwoestende gevolgen van een methverslaving. Om die realiteit tastbaar te maken voor de kijker, was het ook niet nodig om meth te gebruiken.
Manipulatieve werkwijze
Dat Louis Theroux het onderwerp wordt van de content blijkt nogmaals aan het einde van de documentaire. Harrison Sullivan, HSTikkyTokky, filmt Theroux ongevraagd voor zijn livestream. “HS lijkt van tactiek veranderd te zijn en wilt me onder druk zetten”, zegt Theroux in de documentaire. Het bekijken van dit fragment voelt aan als een soort teruggekaatste ongemakkelijkheid.
“De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf”
De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf. Ook Theroux merkt dat op. Hij wijst hen op het verschil tussen hun vlogachtige aanpak en zijn eigen documentaireaanpak: “Tegen wie heb je het? We zitten nu niet op sociale media. Dit is een echte documentaire.” De snelheid van Harrisons livestream neemt de documentaire van Theroux over. Daardoor lijkt de documentairemaker steeds minder bekwaam voor het analyseren van de community van de manosfeer. Zijn documentairestijl botst met de snelheid en visuele logica van de online platformen van de manosfeer-influencers. Een documentairemaker die dichter bij deze digitale cultuur staat en de dynamiek van sociale media beter beheerst, zou een scherpere en meer maatschappelijk geëngageerde inkijk kunnen bieden in deze community.
Opinie | Een pleidooi voor een efficiënt én eerlijk hoger onderwijs
Als Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) het hoger onderwijs efficiënter wil maken, doet ze er beter aan de zogenaamde ‘bewust eeuwige student’ met open armen te verwelkomen in plaats van er met de vinger naar te wijzen, vindt Oona-Lisa Desmet.
Minister Demir houdt van efficiëntie. Dat blijkt uit het beleidsvoorstel dat De Morgen in januari kon inlezen. Ze pleit voor een verstrenging van de studievoortgangsregels. Studenten moeten minstens 54 studiepunten van de 60 opnemen, slagen voor 80 procent van de opgenomen studiepunten en krijgen maximaal vier examenkansen per vak over hun volledige studietraject.
Waarom? Ongeveer 35 procent van de studenten behaalt het bachelordiploma binnen de vooropgestelde studieduur. Dat is weinig, té weinig volgens Demir en daarom worden de cijfers gebruikt als verantwoording voor het voorstel. De vraag is echter wat er schuilt achter de overige 65 procent van de studenten. Hebben ze een gebrek aan motivatie? Doen ze dat bewust, dat ‘eeuwig’ studeren? De cijfers missen context, ze zeggen niets over de achtergrond van studenten, en het is daar waar het schoentje knelt binnen dit beleidsvoorstel.
Weerspiegeling van het dagelijkse leven
Dé student volgt immers niet altijd de meeste lineaire en mooi geplaveide weg. Het gebeurt dat er eens een steen losligt of ontbreekt. Dat de student een andere richting uit moet of eerst de weg moet herstellen vooraleer verder te kunnen. Zo gaat het er ook aan toe in het dagelijkse leven en laat onderwijs nu net daar de weerspiegeling van zijn.
Sommigen moeten studies combineren met werk, iets wat het beleid zelf stimuleert via voordelige werkstudentenregelingen. Anderen kampen met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Niet iedere thuissituatie is even stabiel. En niet elke student heeft de bagage om meteen te functioneren in het hoger onderwijs, een systeem doordrenkt van impliciete normen, regels en verwachtingen, zoals academische taal en bepaalde voorkennis. Die 65 procent van de studenten over dezelfde kam scheren en strenger aanpakken om de motivatie te verhogen? De context toont ons dat het dan de meest kwetsbaren zullen zijn die door de uniforme regels zullen worden getroffen.
“Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student”
Oona-Lisa Desmet
Die individuele verhalen staan bovendien niet los van bredere structurele keuzes. Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student. Maar als ook de bredere structurele factoren in rekening worden gebracht, dan vertelt ons dat een ander verhaal.
Er wordt namelijk bespaard op het hoger onderwijs, waardoor studiekosten stijgen. Sommigen worden daardoor verplicht om tijd te maken voor een studentenjob om studies te kunnen betalen. Tijd die dus niet naar de studies kan gaan. Daarnaast zorgen besparingen voor minder begeleiding en grotere groepen, waardoor net die studenten die extra ondersteuning nodig hebben, minder worden opgevangen. We moeten dus verder durven kijken dan de simplistische individualisering en inzetten op de betaalbaarheid van studeren.
2.000 opties
Tot slot is het hoger onderwijs geen afgesloten ruimte in het bredere onderwijsveld. Hoe het middelbaar wordt ervaren en de keuzes die daar al dan niet worden gemaakt, hebben een invloed op de mate waarin het verder studeren vlot verloopt. Je bent 18 en hebt keuze tussen meer dan 2.000 opties. Enkel jij maakt de keuze en wordt er dan ook voor verantwoordelijk gesteld.
De voorgestelde maatregelen drijven die verantwoordelijkheid alleen nog maar op, maar maakt de student er ook een meer doordachte studiekeuze door? Begint het ‘efficiënt’ studietraject niet eerder bij de ondersteuning in dat studiekeuzeproces in plaats van sanctionering na de eerste bachelorjaren?
“We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten”
Oona-Lisa Desmet
De huidige ondersteuning schiet tekort. De SID-IN-beurs, een informatiemarkt voor zesdejaars, en de open-les-weken geven dan wel een oppervlakkig beeld van het aanbod, maar helpen niet in het leren kennen van de eigen interesses. Wat nodig is, zijn structurele gesprekken met ruimte voor zelfreflectie, realistische verwachtingen en het doorbreken van vooroordelen over zowel leerlingen, als opleidingen zelf. Het herwaarderen van niet-academische paden is hierbij een must.
Het is het welbevinden van studenten dat ertoe doet en dat de basis vormt om tot leren te komen. Studenten die zich goed voelen, geloven in hun toekomstkansen, hun capaciteiten en komen tot betere leerprestaties. Efficiëntie in het hoger onderwijs begint dus niet bij strengere regels, maar bij het creëren van omstandigheden waarin elke student kan slagen.
Kortom: er is méér dan alleen de student die wat harder moet studeren en wat meer zijn best moet doen. We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten. Dus nogmaals, wanneer Demir het hoger onderwijs efficiënter wil, kan ze beter in plaats van met de vinger te wijzen naar de ‘bewust eeuwige student’, haar armen gebruiken om deze heel ver te openen zodat de focus verschuift van uitsluiting naar verwelkoming.