In beeld | Protest tegen Antwerpse aanpak van ‘claimers’ op het De Coninckplein



Op het De Coninckplein in Antwerpen vond vanavond om 19 uur een protest plaats tegen de nieuwe aanpak van de Antwerpse politie, waarbij gekende overlastplegers, zogenaamde ‘claimers’, bestuurlijk kunnen worden aangehouden. Een halfuur na de start van de betoging begon de politie het plein te ontruimen. Twee mensen werden daarbij aangehouden.




















© StampMedia 2026 / Ahmad Hardan, Moheeb Almassri, Elise Van Hauwermeiren
Studentenprotest in Brussel mondt uit in kat-en-muisspel: “Zouden we gehoord zijn, zonder geweld? Ik denk het niet”

Een dag na de protesten ontwaakt Brussel in vernieling en schade. Gisteren kaapten relschoppers de betoging van de socialistische en christelijke vakbonden ABVV en ACV tegen de besparingen van de overheid. Meer dan honderd mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen. Reporter Dries Basraoui was ter plaatse.




Het knallende geluid van vuurwerk, bommetjes die worden afgestoken, en laaiende sirenes lijken van alle kanten te komen. Met mijn gsm in de hand wandel ik naar Brussel-Centraal, terwijl ik Het Journaal van 13 uur volg op mijn scherm.
Het ABVV en ACV protesteerden op 9 oktober in Brussel om druk uit te oefenen op de federale regeringsonderhandelingen van premier Bart De Wever. Onder die groep demonstranten zaten ook Franstalige studenten. Volgens de officiële telling van de politie kwamen er 30.000 mensen opdagen. De vakbond ABVV zelf sprak van 50.000 deelnemers.
De actie begon vreedzaam, maar eindigde in rellen. Bert Engelaar, ABVV-voorzitter, kwam de dag voor de betoging met een boodschap: “Betogen is een grondrecht. Respectvol betogen is een kracht. Relschoppers mogen niet bepalen waarover de komende dagen wordt gesproken.” Het tegendeel is echter waar. Het protest ontaardt al snel in een kat-en-muisspel.

“In het begin konden we nog spreken van een manifestatie. Meer naar het einde werd het rampzalig”, getuigt Luikse student Nicolas (19) die met zijn vriendin Anaïs (19) naar Brussel kwam. “De optocht liep ten einde toen wij aankwamen. Het was geen demonstratie meer.”
110 mensen, vrijwel allemaal jongeren, werden opgepakt. 21 van hen werden voorgeleid bij het parket, waaronder zeventien minderjarigen.



Vanaf de Grasmarkt voel ik de spanning stijgen. Politieagenten chargeren door de straten. Ik wandel verder terwijl ze me langslopen. Iets verderop zie ik dan de honderden gemaskerde zwartgeklede jongeren. Oppassen geblazen, want er vliegen kasseien door de lucht. Traangas en waterkanonnen worden ingezet. Relschoppers vallen de politie aan. De politie reageert daar meteen op. Zo gaat het uren door.
“Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”
Lucia (19)
Ik zie teleurgestelde studenten wanneer ze beseffen dat hun protest opnieuw wordt gekaapt. In Luik komen studenten al sinds begin oktober op straat tegen de besparingen op het Franstalig onderwijs. Verschillende media berichten dat de protesten zijn geïnspireerd op die van Frankrijk. Studenten komen daar op straat voor gelijke problemen. Maar niet iedereen legt die link. “De demonstraties begonnen in België nog vóór Frankrijk, maar toen waren ze niet zo gewelddadig en gingen ze niet zo ver”, aldus Lucia (19), betoger uit Waals-Brabant.

Jongeren getuigen over de frictie met de politie. “Tegenwoordig kent de politie geen grenzen meer. Toch moeten we blijven protesteren tot er écht iets verandert”, gaat Lucia verder. “Zouden we gehoord zijn zonder geweld? Ik denk het niet. Altijd als we respectvol protesteren, laten de media en regering ons links liggen.”
Geweld verlegt de essentie
“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de betogingen. Waar het écht om gaat, zijn de besparingen in het onderwijs, dat volgens velen al genoeg lijdt.” Ik spreek met Flavie (20). Ze studeert aan de Universiteit Luik. “We zijn de huidige Arizona-regering helemaal beu. Het inschrijvingsgeld van zo’n 1.200 euro is voor veel studenten onbetaalbaar. Ook het busabonnement wordt duurder: 384 euro per jaar in plaats van 12 euro. De kosten lopen enorm op”, aldus Flavie. “Ik vind dat we de rijken moeten belasten en meer geld in het onderwijs moeten investeren.”
“Relschoppers worden de nieuwe protagonisten. Ze verleggen de essentie van de protesten”
Flavie (20)
Ook het secundair onderwijs staat volgens velen onder druk. Flavie herinnert zich hoe een zieke lerares werd vervangen door een arts. “Veel scholen verkeren in ongezonde omstandigheden: in de winter zitten leerlingen in klassen waar het vier graden is, omdat de verwarming niet werkt en de ramen niet geïsoleerd zijn”, getuigt Flavie. “Tegelijk moeten leerkrachten extra uren werken zonder daarvoor betaald te worden. Dat vind ik onaanvaardbaar. Elk werk verdient een loon. Deze onhoudbare situatie maakt dat we op straat komen en zullen blijven komen.”
Foto’s en video: © 2026 StampMedia / Dries Basraoui
In beeld | J100 vergadert over mentaal welzijn met jongeren

Verschillende jeugdwerkorganisaties in Antwerpen vormen het collectief J100. Woensdag spraken de jongeren over mentaal welzijn en dat niets taboe is: ze moeten meer spreken over hoe ze zich voelen als jongeren.













Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan
Open brief aan minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA): “Migratie is meer dan een cijfer”
Op achtjarige leeftijd moest Fatima Noori Afghanistan ontvluchten. Vandaag richt ze zich met een open brief tot minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. “Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen.”
Geachte minister Van Bossuyt, ik schrijf u niet omdat ik denk dat migratiebeleid eenvoudig is. Ik schrijf u niet als journalist of burger. Ik schrijf u als iemand die ooit als kind op de vlucht was. Op achtjarige leeftijd moest ik Afghanistan verlaten. Ik begreep niets van oorlog, internationale politiek of geopolitieke belangen, alleen dat de wereld die ik kende plots onzeker werd. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?
Migratie is meer dan asiel
Het migratiedebat gaat vaak alleen maar over asiel en vluchtelingen, terwijl dat slechts een onderdeel is. Een asielzoeker, een arbeidsmigrant, een internationale student, een Europese werknemer, een Belg die terugkeert uit het buitenland, een kind dat zich bij zijn ouders voegt, iemand zonder wettig verblijf: allemaal vallen ze onder het brede begrip ‘migranten’.
De cijfers tonen hoe breed die werkelijkheid is. In 2025 registreerde België volgens Statbel 177.094 immigraties. De grootste nationaliteitsgroep onder de mensen die naar België immigreerden, bestond uit Belgen, gevolgd door Roemenen en Fransen. Migratie gelijkstellen aan asiel geeft dus een onvolledig beeld. Bovendien blijkt uit cijfers van federaal migratiecentrum Myria dat werk in 2024 de belangrijkste verblijfsreden was bij EU-burgers die een eerste verblijfstitel kregen in België.
“Is het migratiebeleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen?“
Fatima Noori (18)
In 2025 vroegen 34.439 mensen internationale bescherming aan in België, 13 procent minder dan in 2024. Is het beleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen? Als ze terugkeren? Of als gezinshereniging moeilijker wordt? Een minister mag een streng migratiebeleid voeren, maar dat wil niet zeggen dat die boven de rechtsstaat staat.
De grenzen van het migratiebeleid
Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Op 21 mei vernietigde het Hof bepalingen waarmee de mogelijkheid werd afgeschaft om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen. Volgens het Hof botste die afschaffing met het Europese recht en verschillende grondrechten en kon ze een aanzienlijke achteruitgang betekenen van onder meer het recht op menselijke waardigheid, maatschappelijke hulp, behoorlijke huisvesting en het privé- en gezinsleven.
Ook de Raad van State (RVS) heeft uw beleid begrensd. Nadat u Fedasil op 2 maart de instructie gaf om materiële hulp te beperken voor mensen die al internationale bescherming hadden gekregen in een andere EU-lidstaat, schorste de Raad van State die beslissing op 27 maart. De betrokken personen liepen volgens de RVS het onmiddellijke risico volledig behoeftig te worden en op straat te moeten slapen.
Bovendien was de vereiste juridische procedure niet gevolgd. Op 8 juli werd opnieuw een beslissing over de beperking van materiële hulp geschorst. De minister had volgens de RVS niet aangetoond dat de aanvragen in kwestie konden worden beschouwd als ‘volgende aanvragen’ waarvoor de hulp beperkt mocht worden.
Het is duidelijk dat het huidige systeem problemen heeft, maar als rechterlijke instanties meermaals ingrijpen, gaat de discussie dan nog over hoeveel mensen naar België komen of over de manier waarop we hen behandelen?
Veilige terugkeer?
In juni nam België samen met veertien andere EU-lidstaten deel aan een bijeenkomst van de Europese Commissie met vertegenwoordigers van de taliban over de terugkeer van Afghanen. Volgens de Europese Commissie zochten verschillende lidstaten manieren om onder meer mensen die ernstige misdrijven hadden gepleegd of mogelijk een veiligheidsrisico vormden naar Afghanistan terug te sturen. Uw kabinet bevestigde de Belgische deelname.
Ik begrijp dat regeringen soms moeten spreken met regimes die zij niet erkennen. Ik begrijp ook waarom de overheid wil kunnen optreden tegen iemand die hier ernstige misdrijven pleegt en geen verblijfsrecht heeft. Maar de vraag blijft wat veilige terugkeer betekent wanneer er wordt onderhandeld met een regime dat fundamentele rechten zwaar beperkt, in het bijzonder die van vrouwen en meisjes.
“Mijn verhaal mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals een verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen“
Fatima Noori (18)
Mijn band met dat onderwerp is persoonlijk. Toen ik mijn ouders tijdens onze vlucht vroeg waar we naartoe gingen, antwoordden ze: “Zo ver mogelijk.” Pas later begreep ik dat ze niet op zoek waren naar het rijkste land of het gemakkelijkste systeem. Ze zochten een plek waar we veilig konden zijn. Maar mijn verhaal is slechts één migratieverhaal. Het mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals één verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen.
Eerlijk gesprek over migratie
Problemen mogen benoemd worden. Misbruik bestaat en integratie lukt niet altijd. De opvang staat onder druk, procedures duren te lang en het terugsturen van mensen zonder verblijfsrecht blijkt in de praktijk moeilijk. Maar wanneer migratie zelf voortdurend als probleem wordt voorgesteld, bestaat het gevaar dat ook mensen als probleem worden gezien.
Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?
België gaf me ooit de kans om opnieuw te beginnen. Daardoor kon ik naar school gaan, leerde ik schrijven en kan ik vandaag openlijk het beleid van een minister in vraag stellen. België gaf me een stem, die ik niet alleen gebruik voor mensen met hetzelfde verhaal als ik, maar voor een eerlijker gesprek over migratie.
Opinie | “Europa wil goedkope import aanpakken: wie betaalt de prijs?”
Goedkope pakjes uit webshops worden binnenkort een stuk duurder. De Europese Unie wil de invoer aanpakken, maar wie wordt daar uiteindelijk beter van: de consument of vooral de tussenhandel?
Een tuinsproeier lijkt op het eerste gezicht weinig met Europese handelspolitiek te maken te hebben. Toch deed een recente aankoop mij nadenken over de manier waarop Europa omgaat met goedkope producten uit China.
Onlangs kocht ik op AliExpress voor ongeveer vijf euro een tuinsproeier met verschillende sproeistanden. Niet veel later zag ik in een gewone winkel voor ongeveer dertig euro een sproeier die er hetzelfde uitzag en dezelfde functies had. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat beide producten in dezelfde fabriek zijn gemaakt, maar een verschil was nauwelijks te zien.
Een Europese winkel heeft extra kosten voor personeel, huisvesting, voorraad, garantie en productcontrole. Een importeur moet invoerrechten en btw betalen, Europese productregels naleven en verantwoordelijkheid opnemen wanneer er iets misgaat. Een hogere verkoopprijs is dus gedeeltelijk te verklaren. Maar waarom wordt een product problematisch wanneer ik het rechtstreeks bij een Chinese verkoper koop, maar aanvaardbaar zodra een Europese tussenhandelaar het importeert en voor een veelvoud van de prijs doorverkoopt? Nu Europa opnieuw extra heffingen op zulke rechtstreekse aankopen wil invoeren, wordt die vraag alleen maar relevanter.
Rekening voor de klant?
In juli werd al een tijdelijke invoerheffing ingevoerd van drie euro op goedkope e-commerce importen van landen buiten de Europese Unie. Nu heeft de Europese Commissie een bijkomende afhandelingstaks van twee euro voorgesteld. Die moet vanaf november de stijgende kosten van de douane helpen financieren. Juridisch gezien moeten de platforms, verkopers of vervoerders die kosten dragen maar de kans is groot dat zij de kosten geheel of gedeeltelijk doorrekenen aan hun klanten.
De reden daarvoor is begrijpelijk: in 2025 kwamen bijna zes miljard goedkope e-commerce artikelen de Europese Unie binnen. Meer dan negentig procent daarvan was afkomstig uit China. De douane moet controleren of deze producten veilig zijn, correct worden aangegeven en aan de Europese regels voldoen. Dat vraagt personeel, digitale systemen en fysieke controles. Het is dan ook logisch dat platforms zoals Shein, Temu en AliExpress hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.
“De maatregelen treffen vooral prijsbewuste consumenten zoals gezinnen met een beperkt inkomen en de lagere middenklasse“
Jeroen Verachtert (23)
Sommige boetieks en webwinkels kopen goederen bij fabrikanten of groothandelaars buiten Europa en verkopen die daarna met een hogere prijs door. Soms gaat het om een product dat consumenten ook rechtstreeks op AliExpress of een ander platform kunnen vinden. Bij grote modeketens zoals Zara, Bershka, H&M en Primark is dat anders. Zij laten ook hun kleding buiten Europa produceren maar werken met eigen ontwerpen, collecties en leveranciers.
De productie-impact verdwijnt dus niet doordat er een Europees merk of een Europese winkel tussen staat. Waarom wordt een product dan verdacht wanneer een consument het rechtstreeks bestelt, maar aanvaardbaar zodra een Europese handelaar het importeert en met winst doorverkoopt? De Europese importeur zorgt voor extra controle en juridische verantwoordelijkheid, maar de oorspronkelijke productieomstandigheden en gebruikte materialen veranderen daardoor niet.
Voor iemand die een duur luxegoed koopt, maakt twee of drie euro nauwelijks verschil maar voor wie bewust naar het goedkoopste alternatief zoekt, kan het een aanzienlijk deel van de aankoopprijs zijn. De maatregelen treffen dus vooral prijsbewuste consumenten zoals gezinnen met een beperkt inkomen en de lagere middenklasse. Voor hen is goedkoop online winkelen niet altijd gedachteloze overconsumptie. Het kan ook een manier zijn om noodzakelijke aankopen betaalbaar te houden.
Duurder maar niet beter
Dat de Europese textielsector voor strengere maatregelen lobbyt, is geen geheim. Begin september kwam de sector samen op de vakbeurs Première Vision nabij Parijs. Daar vroeg Euratex, de Europese koepelorganisatie van de textielindustrie, om de afhandelingstaks niet op twee, maar op tien euro per pakket vast te leggen. Ook Franse textielfederaties steunden die oproep. Wanneer die sector voordeel haalt uit het duurder maken van rechtstreekse aankopen, mag de consument zich afvragen wat hier het zwaarst doorweegt: productveiligheid of bescherming tegen goedkope concurrentie.
“Een zekere mate van Europees protectionisme is begrijpelijk maar het mag innovatie niet in de weg staan“
Jeroen Verachtert (23)
Ook Frankrijk heeft ondertussen afzonderlijke maatregelen genomen tegen ultrafastfashion. Daar geldt een ecologische bijdrage die in de praktijk vooral platforms zoals Shein viseert. Tegen 2030 kan die bijdrage voor bepaalde kledingstukken oplopen tot ongeveer 19,50 euro. Klassieke Europese fastfashionketens worden veel minder zwaar getroffen. Daardoor ontstaat de indruk dat niet alleen het vervuilende bedrijfsmodel wordt aangepakt, maar ook de buitenlandse herkomst van de concurrent.
Een zekere mate van Europees protectionisme is begrijpelijk maar het mag innovatie niet in de weg staan. Als Europa buitenlandse concurrenten alleen duurder maakt, vermindert de druk op Europese retailers om hun prijzen, digitale dienstverlening, logistiek en productieketens te verbeteren. De consument betaalt dan meer, terwijl het Europese aanbod niet noodzakelijk beter of duurzamer wordt.
Mijn tuinsproeier van vijf euro wordt geen beter product wanneer een Europese winkel hem voor dertig euro verkoopt. Het is dus terecht dat buitenlandse platforms aan dezelfde regels worden onderworpen. Maar als Europa werkelijk de consument wil beschermen, moet het ook opletten dat die consument niet telkens degene is die de volledige rekening betaalt.
Column | “Wie ben ik zonder job?”
Een job is meer dan een manier om geld te verdienen. Het is vaak ook het eerste wat we over onszelf vertellen. Wat als het antwoord ontbreekt?
Als we iemand voor het eerst ontmoeten, stellen we al snel de vraag: wat doe je? Wat we eigenlijk bedoelen: wat is jouw job? Alsof we via het antwoord een klein stukje van die persoon kunnen begrijpen. Maar wie ben je eigenlijk als je geen job hebt?
In België bedroeg de jeugdwerkloosheidsgraad volgens Statbel in het tweede kwartaal van 2026 18,2 procent bij jongeren van 15 tot 24 jaar. Bij laaggeschoolden lag de werkloosheidsgraad op 15,5 procent, tegenover 3,7 procent bij hooggeschoolden.
Ik denk niet graag in cijfers, want achter die 18,2 procent zit een persoon. Iemand die vanochtend wakker werd en opnieuw vacatures opende. Iemand die een sollicitatie stuurde en daarna de hele dag naar zijn telefoon keek. Iemand die Nederlands leert en ondertussen probeert uit te leggen dat die meer kan dan wat er op zijn cv staat. Iemand die al zo vaak “nee” heeft gehoord dat het woord langzaam iets over zichzelf begint te zeggen. En dat is waar ik bang voor ben. Niet alleen dat iemand zonder werk zit maar dat iemand op een dag begint te denken: misschien ben ik het probleem.
Meer dan een cv
We vragen elkaar zelden: wie ben je? Het lijkt wel alsof een job iemands identiteit volledig bepaalt. Een job levert niet alleen geld op, het geeft je ook ritme, mensen om je heen, ervaring en een gevoel dat je ergens bij hoort. Maar daardoor kan er iets vreemds gebeuren. We beginnen onze waarde te koppelen aan wat we produceren. Alsof een mens pas zichtbaar wordt wanneer die iets doet dat op een cv past. Maar stel je voor dat we alles weghalen. Geen job, geen diploma, geen salaris, geen functietitel, wie ben je dan?
We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. Daarom is ‘probeer gewoon harder’ een te klein antwoord op een te groot probleem
Werkloos zijn betekent niet automatisch dat je niets doet. Sommige mensen zoeken elke dag werk. Anderen leren een taal, volgen een opleiding of doen vrijwilligerswerk. Sommigen zorgen thuis voor iemand of zijn gewoon even moe. Dat laatste vergeten we soms. Niet iedereen die stilstaat, is lui. Sommige mensen zijn gewoon even aan het proberen opnieuw te beginnen. En natuurlijk hebben we ook een verantwoordelijkheid tegenover onszelf. We kunnen zoeken, leren, vragen stellen, hulp zoeken en nieuwe dingen proberen.
We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. De cijfers laten dat ook zien. Daarom is “probeer gewoon harder” een te klein antwoord op een te groot probleem. Wat als je deze tijd anders bekijkt? Misschien is een periode zonder werk niet alleen een lege plek op je cv maar ook een tussenruimte. Een plaats tussen wat je was en wie je aan het worden bent. Je kunt een taal leren, een cursus volgen, vrijwilligerswerk doen, een idee proberen, schrijven, een podcast beginnen, mensen ontmoeten. Of ontdekken dat de richting die je jarenlang voor jezelf zag, eigenlijk helemaal niet jouw richting is. En nee, je hoeft niet elke dag iets indrukwekkends te doen, je bent geen machine. Je mag een dag hebben waarop je niets bereikt, je mag twijfelen, je mag moe zijn, maar probeer één ding niet te doen: je hele leven uitstellen tot iemand je een baan geeft.
Tussenhoofdstuk
Misschien ben je niet gewoon werkloos, maar onderweg. Iemand die vandaag nog niet weet waar die thuishoort, is niet automatisch verloren. Misschien ben je gewoon nog onderweg, en dat ziet er niet altijd mooi uit. Soms ziet het eruit als wachten, twijfelen of opnieuw beginnen. Soms als een lege inbox of een afgewezen sollicitatie. Of als wakker worden en niet weten wat je volgende stap is.
Een tussenhoofdstuk is nog altijd een hoofdstuk. Dus als je vandaag geen werk hebt, probeer dan niet te denken: “Ik ben niemand.” Je bent iemand die nog onderweg is naar een antwoord.
Opinie | “Hoe neutraliteit een excuus werd om de hoofddoek te bannen uit openbare functies”
Het hoofddoekendebat laait weer op. Sinds dit schooljaar zijn hoofddoeken verboden in de provinciale scholen van Oost-Vlaanderen. Eerder deze week werd een leerkracht ontslagen omdat ze weigerde haar hoofddoek af te zetten. Opnieuw klinkt het argument van neutraliteit. Voor reporter Johanna Thijssen is dat de aanleiding om het debat opnieuw onder de loep te nemen.
Ik neem je mee naar mijn katholieke middelbare school in Hasselt in het jaar 2014. Iedere ochtend wanneer de meisjes die een hoofddoek dragen de school binnenlopen, doen ze hun hoofddoek af. Het moment dat ze de schoolpoort naderen op het einde van de dag, doen ze hun hoofddoek weer aan. Als tiener stelde ik me hier verrassend weinig vragen bij.
Onze school stond bekend om een resem absurde regels en eisen aan haar leerlingen. Je haar kleuren mocht alleen in ‘natuurlijke’ haarkleuren. Een vriendin van mij die haar haar knalroze, paars of blauw verfde, werd daarvoor meermaals bij de directie geroepen. Om maar te zeggen: het hoofddoekenverbod paste voor mij in die reeks aan belachelijke regels om een zogezegde neutraliteit te handhaven.
Het is pas op mijn eerste job bij de overheid dat ik weer in contact kom met de reglementering rond het dragen van een hoofddoek in openbare functies. Ik was rekruteerder voor een federale overheidsinstelling die werkloosheidsuitkeringen uitbetaalt. Die welbepaalde instelling kampte met een personeelstekort en een sterk personeelsverloop. Simpel gezegd: we konden goede werknemers gebruiken.
Mijn baas vertelde me, beschaamd, dat we jammer genoeg iedere persoon moesten afwijzen die een hoofddoek droeg als die weigerde die af te zetten voor een functie achter het loket. “In functie van de neutraliteit” mochten medewerkers geen religieuze symbolen dragen als ze in contact kwamen met de burger. Ik voelde meteen een knoop in mijn maag: ik begon nog maar aan mijn eerste job en hier moest ik al mijn principes overboord gooien voor een loonbrief aan het einde van de maand.
Zogenaamde neutraliteit
Overheidsinstellingen kunnen kiezen tussen exclusieve neutraliteit, inclusieve neutraliteit en een gemengde invulling van neutraliteit. Bij exclusieve neutraliteit zijn religieuze tekens niet toegestaan, bij inclusieve neutraliteit wel. Volgens Unia is de invulling van het neutraliteitsprincipe een politieke en maatschappelijke keuze, geen juridische. Waar ik werkte, gold er een gemengde invulling. Vrouwen met een hoofddoek werkten achter de schermen, voor de schermen waren hoofddoeken niet toegestaan.
“In onze openbare instellingen wordt neutraliteit graag gelijkgesteld aan een westers uiterlijk“
Johanna Thijssen
Tegenstanders beweren dat iemand met een hoofddoek niet neutraal is. Om even een open deur in te trappen: niemand is volledig neutraal. De manier waarop je je kleedt, hoe je spreekt of hoe je je gedraagt, is cultureel bepaald. Waar het misloopt, is de vrees dat iemand die een hoofddoek draagt, niet neutraal handelt. Het dragen van een hoofddoek staat in geen geval gelijk aan anderen bekeren tot je geloof. Daarnaast is een hoofddoek een zichtbare uiting van geloof, maar kan je evengoed moslima zijn en geen hoofddoek dragen.
Van iemand in een openbare functie wordt er terecht verwacht dat die neutraal handelt. Maar jezelf neutraal presenteren? In onze openbare instellingen wordt neutraliteit graag gelijkgesteld aan een westers uiterlijk. Het verbod ruikt dan ook naar discriminatie in plaats van het zogezegde bevrijden van ‘onderdrukte’ moslima’s.
Het verbod marginaliseert vrouwen met een hoofddoek door ze uit te sluiten van bepaalde openbare functies. Laat vooral vrouwen zelf beslissen of ze een hoofddoek willen dragen en laat hun keuze niet afhangen van hoeveel kansen ze daarna krijgen in onze maatschappij. Een verbod is zelden de oplossing. Als ik moest kiezen tussen mijn werkloosheidsuitkering die te laat betaald wordt door een personeelstekort, of een bediende met een hoofddoek die mijn dossier tijdig en correct behandelt, zou ik het wel weten.
Opinie | “Overbevolking in onze gevangenissen is een humanitaire en maatschappelijke crisis”
De overbevolking in de gevangenis van Gent toont hoe vastgelopen het Belgische gevangenissysteem is. Straffen moeten gevolgen hebben, maar gevangenen verdienen ook een menswaardige behandeling. België moet daarom niet alleen investeren in gevangeniscapaciteit, maar ook in preventie en re-integratie, schrijft Jeroen Verachtert in zijn opinie.
De situatie in de gevangenis van Gent toont aan dat het Belgische gevangenissysteem volledig is vastgelopen. Bijna 500 mensen verblijven er in een gevangenis die volgens de rechtbank slechts 262 plaatsen telt. Mensen moeten op de grond slapen en hebben onvoldoende toegang tot hygiëne, zorg en persoonlijke ruimte. Dat is geen normale uitvoering van een gevangenisstraf meer, maar een onmenselijke behandeling.
Natuurlijk hebben deze mensen misdrijven gepleegd en moeten zij hun straf uitzitten. Maar gevangenen mensonwaardig behandelen, maakt onze samenleving niet veiliger. Als mensen slechter uit de gevangenis komen dan ze erin gingen, zonder begeleiding of uitzicht op re-integratie, vergroten we juist de kans dat zij opnieuw misdrijven plegen. Daarom moeten we verschillende problemen tegelijk aanpakken.
“Als mensen slechter uit de gevangenis komen dan ze erin gingen, zonder begeleiding of uitzicht op re-integratie, vergroten we juist de kans dat zij opnieuw misdrijven plegen”
Jeroen Verachtert
België moet voldoende moderne gevangeniscapaciteit creëren, zodat veroordeelden hun straf daadwerkelijk kunnen uitzitten. Dat is ook nodig om het gevoel van straffeloosheid onder de bevolking tegen te gaan. Tegelijk moeten we investeren in psychologische begeleiding, verslavingszorg, onderwijs, beroepsopleidingen en hulp bij de terugkeer naar de samenleving. Daarnaast is preventie essentieel. Door eerder in te grijpen bij armoede, schooluitval, verslaving en psychische problemen kunnen we voorkomen dat sommige mensen uiteindelijk in de criminaliteit terechtkomen.
Gevangenen als verdienmodel
De privatisering van gevangenissen is geen goede oplossing. Zodra bedrijven winst maken op het opsluiten van mensen, ontstaat er een verkeerd financieel belang: hoe meer gevangenen er zijn en hoe langer zij opgesloten blijven, hoe hoger de mogelijke inkomsten. Daardoor bestaat het risico dat zulke bedrijven lobbyen voor strengere en langere straffen, niet omdat dit de samenleving veiliger maakt, maar omdat het hun winst verhoogt.
Ook re-integratie kan dan op de achtergrond raken. Minder recidive kan leiden tot minder gevangenen en dus mogelijk minder inkomsten voor private gevangenisbedrijven. Een systeem waarin gevangenen klanten of inkomstenbronnen worden, dreigt het menselijke aspect volledig uit het oog te verliezen. De overheid moet daarom zelf verantwoordelijk blijven voor gevangenissen en ervoor zorgen dat veiligheid, menswaardigheid en re-integratie centraal staan.
Investeren in preventie, hulpverlening, gevangeniscapaciteit en re-integratie zal op korte termijn geld kosten, maar op lange termijn kan dit goedkoper zijn dan de gevolgen van besparingen op preventie. Wanneer problemen niet tijdig worden aangepakt, lopen de kosten voor politie, justitie, gevangenissen en gezondheidszorg verder op. Daarbovenop komt de menselijke schade voor slachtoffers, daders en hun families.
“Een humane behandeling betekent niet dat misdrijven zonder gevolgen blijven”
Jeroen Verachtert
Een humane behandeling betekent niet dat misdrijven zonder gevolgen blijven. Het betekent dat we straffen op een manier die rechtvaardig is én de kans op nieuwe slachtoffers verkleint. Meer capaciteit, effectieve straffen, preventie, toegankelijke zorg en re-integratie zijn geen tegenstellingen. Ze zijn allemaal noodzakelijk voor een geloofwaardig en veilig justitiebeleid.
Wat heeft het De Coninckplein nodig?
‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat bewoners en organisaties van het De Coninckplein in Antwerpen samenbrengt. Of dat is toch de bedoeling. Want wat als het feest voorbij is? Wat blijft er dan over voor de buurt? En wat zou de stad moeten doen voor het plein en de problemen die er zijn?
Journalist: Ahmad Hardan
Camera: Dries Basraoui
In beeld | Bierfestival in oudste bierstad van China


De festivalzomer is voorbij, en daarmee ook de 24ste editie van Harbin International Beer Festival in China. In de stad Harbin staat de oudste brouwerij van het land. Daarom zien Chinezen de stad niet alleen als de oudste bierstad, maar ook als de geboorteplaats van het moderne Chinese bier. Reporters Ash Mertens en Terence Wong waren op het festival, dat heel de zomervakantie plaatsvond, en blikken nu terug met enkele foto’s.



Wanneer je het terrein oploopt, is het eerste wat je opvalt de bijzondere podia. Elk podium werd namelijk uitgebaat en aangekleed door een biermerk. Zo had je bijvoorbeeld Snow Golden Crown, Amstel en Budweiser. Maar de belangrijkste was natuurlijk dat van Harbin Beer. Op elk podium stonden trouwens geen wereldsterren, maar wel BC’s (bekende Chinezen, red.).


Hoewel toegang tot het festival helemaal gratis was, kon je op een heel speciale manier bier kopen. Bier tappen deed je namelijk aan bierbeurskiosken, met verschillende lokale bieren. De prijzen waren dus dynamisch: de koers volgde vraag-en-aanbod van kiosken over het hele terrein én ook over heel China.


De bieren zelf waren ook heel bijzonder. Naast de klassieke pilsjes en IPA’s had je speciale brouwsels, bijvoorbeeld met passievrucht of druiven. Maar de blikvanger was natuurlijk een Chinese twist op witbier: eentje met jasmijntheeblaadjes.





