Wat heeft het De Coninckplein nodig?

‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat bewoners en organisaties van het De Coninckplein in Antwerpen samenbrengt. Of dat is toch de bedoeling. Want wat als het feest voorbij is? Wat blijft er dan over voor de buurt? En wat zou de stad moeten doen voor het plein en de problemen die er zijn? 

Journalist: Ahmad Hardan
Camera: Dries Basraoui

In beeld | Bierfestival in oudste bierstad van China

De festivalzomer is voorbij, en daarmee ook de 24ste editie van Harbin International Beer Festival in China. In de stad Harbin staat de oudste brouwerij van het land. Daarom zien Chinezen de stad niet alleen als de oudste bierstad, maar ook als de geboorteplaats van het moderne Chinese bier. Reporters Ash Mertens en Terence Wong waren op het festival, dat heel de zomervakantie plaatsvond, en blikken nu terug met enkele foto’s. 

Wanneer je het terrein oploopt, is het eerste wat je opvalt de bijzondere podia. Elk podium werd namelijk uitgebaat en aangekleed door een biermerk. Zo had je bijvoorbeeld Snow Golden Crown, Amstel en Budweiser. Maar de belangrijkste was natuurlijk dat van Harbin Beer. Op elk podium stonden trouwens geen wereldsterren, maar wel BC’s (bekende Chinezen, red.). 

Hoewel toegang tot het festival helemaal gratis was, kon je op een heel speciale manier bier kopen. Bier tappen deed je namelijk aan bierbeurskiosken, met verschillende lokale bieren. De prijzen waren dus dynamisch: de koers volgde vraag-en-aanbod van kiosken over het hele terrein én ook over heel China. 

De bieren zelf waren ook heel bijzonder. Naast de klassieke pilsjes en IPA’s had je speciale brouwsels, bijvoorbeeld met passievrucht of druiven. Maar de blikvanger was natuurlijk een Chinese twist op witbier: eentje met jasmijntheeblaadjes. 

Drie jaar na de aardbeving in Marokko: “Sommigen krijgen steun, anderen niet”

Exact drie jaar geleden werd Marokko opgeschud door een aardbeving. Bijna drieduizend mensen lieten het leven en bijna vierhonderdduizend mensen hadden tijdelijk of permanent geen onderdak volgens het Rode Kruis. Tot vandaag leven sommigen in tenten. De schade is nog steeds zichtbaar en op sommige plaatsen gaat de wederopbouw traag. Correspondent Dries Basraoui was ter plaatse om te kijken hoe het er nu aan toe gaat.

Ik ben in Amizmiz, een stad in de provincie Al Haouz in Marokko, op zo’n 55 kilometer ten zuiden van Marrakesh. De stad werd drie jaar geleden zwaar beschadigd door een aardbeving van een magnitude van 6,8. Buiten de stad werden dorpen in de hoger gelegen gebieden met de grond gelijkgemaakt. Ik rijd naar Tafeghaghte, een dorpje buiten Amizmiz in het Atlasgebergte. Door de slechte en smalle wegen ben ik gedwongen om er met de auto stapvoets naartoe te rijden. Wanneer ik het dorp nader, wordt de schade steeds zichtbaarder: grote hopen puin langs de weg, verwoeste huizen en tenten waarin mensen leven die hun huis verloren.

Terwijl ik door het dorp wandel, wordt het overduidelijk dat hier een aardbeving plaatsvond. Maar dat het exact drie jaar geleden was, kan ik me nauwelijks voorstellen. Het schrille contrast tussen wederopbouw en verwoesting is opvallend: aan de ene kant enorme puinhopen en compleet verwoeste huizen, aan de andere kant gerenoveerde huizen met een nieuwe grijze bakstenen voorgevel.

Nog steeds in tenten

Marokkaanse vlaggetjes wapperen boven de tent van Aicha en Ider, een ouder koppel dat sinds de aardbeving noodgedwongen in een tent leeft. Bij slecht weer regent het binnen en wordt de droge aarde modder. Wanneer ik vertel dat ik journalist ben die verslag uitbrengt over het leven drie jaar na de aardbeving, barst Aicha in tranen uit. Alsof alle emoties van de voorbije jaren plots loskomen.

Volgens Ider stierven er zeker 78 mensen in het dorp. Ider verloor ook zijn 65-jarige broer. De hulp werd niet altijd eerlijk verdeeld, vertelt het koppel. Tot vandaag ontvingen ze geen financiële steun. “De gewone hulp werd verdeeld over iedereen, maar wanneer we ons moesten gaan inschrijven om financiële steun te krijgen bij de wijkagent, ontstonden er gevechten over wie er eerst mocht gaan. Ook nu zijn er nog spanningen. Sommigen krijgen steun, anderen niet. Wat zou jij doen als de meeste van je buren ondertussen in een huis leven en jij niet?”

“Wat ik het hardst mis van het leven voor de aardbeving zijn onze dieren. De schapen, geiten en koeien”, vertelt Ider. Als ik hen vraag hoe ze kijken naar de toekomst, zeggen ze: “We kunnen alleen op Allah rekenen. Alleen hij weet wat de toekomst zal brengen.”

Hun verhaal staat in schril contrast met de officiële cijfers van de Marokkaanse overheid. In een persbericht dat de Marokkaanse overheid een jaar geleden verspreidde, staat dat de wederopbouw van de woningen voor 91,33 procent voltooid is en dat de tenten die direct na de natuurramp waren opgezet om de slachtoffers onderdak te bieden, volledig zijn afgebroken.

Ik vertrek terug richting het centrum van Amizmiz. Hoe verder ik ben van de drukke binnenstad, hoe meer schade ik zie. In de buurt achter het stadscentrum ontmoet ik Krimane, een oudere winkeluitbater. Volgens hem stierven 36 mensen uit de buurt. “Het grootste probleem na drie jaar is dat nog niet alle mensen financiële hulp kregen. Ook ik kreeg geen financiële hulp, al is er veel schade aan mijn huis.” Financiële steun van de overheid is broodnodig, vindt hij. “Mensen beschikken niet over de middelen om hun huis zelf te heropbouwen.”

“Mensen beschikken niet over de middelen om hun huis zelf te heropbouwen”

Krimane (winkeluitbater)

Eenmaal terug in het centrum, spreek ik met Walid*, een inwoner die anoniem getuigt. Ook hij vertelt dat de overheid haar best niet heeft gedaan voor de wederopbouw en dat sommige mensen wel hulp kregen en anderen niet. “En wie hulp kreeg, werd niet genoeg geholpen.” Walid ontving van de overheid 2.000 euro voor barsten in de muren van zijn huis. Een schatter vertelde dat hij recht had op 8.000 euro.

Volgens Walid zijn er verschillende projecten aan de gang of gepland, zoals een nieuwe school of plannen voor straatverlichting. “In oktober zou de hele infrastructuur worden aangelegd: riolering, elektriciteit, internet, jongerencentra en huizen.” Officiële bronnen die dat bevestigen, zijn er niet. “Hoewel er plannen zijn, is er drie jaar lang amper iets gebeurd”, beweert Walid.

Op woensdag 23 september 2026 kiest Marokko een nieuw parlement. “Nu de verkiezingen dichterbij komen, bereiden de inwoners van Amizmiz en de provincie Al Haouz – vooral in de door de aardbeving getroffen gebieden – zich voor om te gaan stemmen. Ook zijn er inwoners die overwegen de verkiezingen te boycotten, uit ontevredenheid over de aanpak van de wederopbouw en steun aan de slachtoffers”, vertelt Walid.

Volgens Walid vond er nog maar een week of twee geleden een lichte aardbeving plaats in Amizmiz. “De lokale bevolking is er ondertussen aan gewend geraakt. Tegenwoordig beeft heel Marokko, bang zijn we dus niet meer”, lacht hij.

Gebrekkig gezondheidssysteem in dorpen

Wanneer ik terug in België ben, spreek ik met Petrus Herpoele, hoofd van de delegatie van het Duitse Rode Kruis in Marokko. Herpoele was al in Marokko voordat de aardbeving plaatsvond. Met het Duitse Rode Kruis heeft hij op verschillende plekken in de regio Al Haouz projecten op poten gezet. “Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen wat ontwikkelingsorganisaties, humanitaire hulpverleners en de overheid doen. Er hebben inderdaad veel hulporganisaties tenten voorzien en zo de mensen onderdak gegeven. Vervolgens zoeken we naar een duurzame oplossing. Zo heeft de Marokkaanse overheid een fonds opgericht voor de wederopbouw van huizen. Daar konden mensen de schade aan hun woning laten registreren. Dan komt iemand van de overheid de schade vaststellen en zeggen of iemand al dan niet in aanmerking komt en voor hoeveel.”

“Zaken als een medische hulppost, een dokter of een hulppost met een referentiesysteem naar een meer gespecialiseerd ziekenhuis ontbreken”

Petrus Herpoele (hoofd van de delegatie van het Duitse Rode Kruis in Marokko)

Een van de grootste uitdagingen waar de lokale bevolking op dit moment tegenaan loopt, is het gebrek aan een gezondheidssysteem in de dorpen, zegt Herpoele. “Zaken als een medische hulppost, een dokter of een hulppost met een referentiesysteem naar een meer gespecialiseerd ziekenhuis ontbreken.” De oorzaak daarvan ligt volgens hem bij de onbereikbaarheid van de dorpen. “Het is veel makkelijker om een gezondheidssysteem op poten te zetten in een meer stedelijke omgeving waar iedereen per definitie dicht op elkaar zit.”

Nu, drie jaar na de aardbeving, rondt het Duitse Rode Kruis zijn aardbevingsrespons af. “We blijven de Marokkaanse Rode Halve Maan wel steunen met nieuwe projecten”, zegt Herpoele. “We hebben veel geleerd van de aardbeving. De Marokkaanse Rode Halve Maan is nu beter gewapend om te reageren op rampen in de toekomst.”

In beeld | ‘Allemaal Coninck’ wil de Antwerpse wijk 2060 verbinden

Van eetkraampjes tot boeken lezen of podcasts maken: op het De Coninckplein kon het vandaag allemaal tijdens Allemaal Coninck, een buurtfeest dat bewoners en organisaties samenbrengt. Het feest staat in het teken van verbinding in de buurt. Verschillende reporters legden het feest vast in video en podcast. Abdulmasih Alkak zorgde voor foto’s.

Foto’s: © 2026 Stampmedia / Abdulmasih Alkak

Analyse | Meer dan een artiest: hoe Olivia Rodrigo (23) haar platform inzette om samen op te komen voor vrouwenrechten

Artiesten hebben een podium, maar sommigen gebruiken dat voor meer dan muziek alleen. Olivia Rodrigo (23) zet haar bekendheid, muziek en netwerk in om aandacht te vragen voor maatschappelijke kwesties en andere vrouwen een podium te geven. Deze zomer bracht ze met Daisy Chain Fields vrouwelijke artiesten en duizenden bezoekers samen voor een festival dat twintig miljoen dollar opleverde voor vrouwen en meisjes. Hoe gebruikt Rodrigo haar platform om op te komen voor vrouwenrechten?

Artiesten bereiken met hun muziek miljoenen mensen. Voor sommige fans is het belangrijk dat muziek blijft hangen, terwijl voor anderen juist de kracht van de songteksten of de stem centraal staat. Wat minstens zo belangrijk is: de invloed die een artiest heeft op haar publiek. Juist daardoor kunnen ze een verschil maken, gesprekken op gang zetten en een voorbeeld zijn voor hun publiek. Daardoor kan een artiest meer zijn dan iemand die muziek maakt: iemand die zijn, haar of hun stem gebruikt voor iets dat groter is dan zichzelf.

Van woorden naar daden

Olivia Rodrigo begrijpt dat maar al te goed. Door zich meermaals uit te spreken over maatschappelijke kwesties, zoals het optreden van ICE, de beperkte toegang tot gezondheidszorg in de Verenigde Staten en de genocide in Gaza, liet Rodrigo zien dat ze haar invloed als artiest niet onbenut laat. Deze zomer bewees ze ook nog eens dat ze bereid is om meer te doen dan zich enkel uit te spreken. Ze zette haar opgebouwde netwerk binnen de muziekindustrie en haar grote publiek in voor een initiatief waarmee ze niet alleen daadwerkelijk actie ondernam, maar ook geschiedenis schreef. Want naast het creëren van haar derde album, You Seem Pretty Sad for a Girl So in Love, hield Rodrigo zich ook bezig met het organiseren van Daisy Chain Fields – een festival in Irvine, Californië op 29 augustus – met uitsluitend vrouwelijke artiesten die allemaal persoonlijk door Rodrigo werden opgebeld en kosteloos kwamen optreden.

Zo’n 45.000 bezoekers konden genieten van optredens van onder meer Doechii, Chappell Roan, Stevie Nicks, Alanis Morissette en Olivia Rodrigo zelf. Ze gebruikte dus niet alleen haar eigen bekendheid, maar bracht ook andere artiesten en tienduizenden bezoekers samen. Daardoor werd haar invloed groter dan wat ze als individuele artiest had kunnen bereiken. Het festival bracht dan ook maar liefst tien miljoen dollar op en later maakte filantroop Melinda French Gates nog bekend het ingezamelde bedrag te verdubbelen. Rodrigo zette daarmee de eerste stap in een initiatief dat uiteindelijk twintig miljoen dollar voor vrouwen en meisjes opleverde. De volledige opbrengst wordt gedoneerd aan tien organisaties die zich inzetten voor de rechten en het welzijn van vrouwen en meisjes, waaronder de Black Mamas Matter Alliance en het National Women’s Law Center. Het gaat om organisaties die zich onder meer inzetten voor het terugdringen van moedersterfte, gendergelijkheid, het bestrijden van huiselijk en gendergerelateerd geweld en het verbeteren van ondersteuning rond bevallingen. Daisy Chain Fieldswerd een opvallend succes waarvan al een tweede editie werd aangekondigd.

Van inspiratie naar werkelijkheid

Maar voordat Olivia Rodrigo zelf anderen kon inspireren om bij te dragen aan de samenleving, werd ook zij eerst door iemand anders geïnspireerd. Het festival Lilith Fairvan Sarah McLachlan vormde namelijk een belangrijke inspiratiebron. Het festival, dat in de jaren 90 uitsluitend vrouwelijke artiesten een podium bood, was een baanbrekend initiatief in een muziekindustrie waarin vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn. Decennia later vertaalde Rodrigo datzelfde idee naar haar eigen generatie: ze bracht vrouwelijke artiesten samen en wilde hun gezamenlijke stem gebruiken om aandacht te vragen voor grotere maatschappelijke doelen. Zelfs de naam Daisy Chain Fields draagt die boodschap: een bloemenkrans (daisy chain) staat als symbool voor individuen die samen iets groters en sterkers vormen. Elke bloem of schakel staat op zichzelf, maar samen ontstaat er een geheel. Zo zie je maar dat Rodrigo haar gevoel voor poëzie niet alleen in haar liedjes kwijt kan.

Olivia Rodrigo bracht vrouwelijke artiesten samen en wilde hun gezamenlijke stem gebruiken om aandacht te vragen voor grotere maatschappelijke doelen. Zelfs de naam Daisy Chain Fieldsdraagt die boodschap

Aan die poëtische symboliek koppelde ze ook een beeld: meisjes die onder een boom samen bloemenkransen of vriendschapsarmbandjes maken en elkaar steunen. Het mooie is dat ze haar idee ook tot werkelijkheid bracht. Aan de ingang van het festival werd een kunstinstallatie gezet van een Wish Tree, waar mensen hun wensen kwijt konden. Het ontgaat niemand dat Rodrigo aan zo goed als alles heeft gedacht bij het opzetten van dit project. Naast het plaatsen van de wensenboom, bracht ze vooraf ook het lijflied van het festival uit, ‘Serena Joy’. Het nummer, geïnspireerd door het gelijknamige personage uit Margaret Atwoods The Handmaid’s Tale, gaat over wegkijken van maatschappelijke problemen en de gevolgen daarvan. Rodrigo stelt daarmee niet alleen de vraag wat er gebeurt wanneer mensen hun ogen sluiten voor onrecht, maar benadrukt ook hoe belangrijk het is om je stem te gebruiken voordat het te laat is. Bovendien zette ze alle namen van de vrouwelijke artiesten in dezelfde lettergrootte op het affiche, om elke artiest dezelfde waardering te geven. Op het festival viel vervolgens alles op zijn plaats: de acts van de artiesten overlapten niet, waardoor bezoekers geen enkele act hoefden te missen, ‘Serena Joy’werd live gespeeld en mensen hingen al hun dromen en wensen op aan de boom.

Rodrigo vertelde later op sociale media dat ze de wensen samen met haar vrienden las. Daarbij viel haar op dat achter iedere wens een hoop of droom schuilging. Ondanks de negatieve ontwikkelingen in de maatschappij en de politiek, bleek er tussen al die briefjes vooral veel hoop te zitten. Rodrigo liet daarmee zien dat iedereen, hoe groot of klein de bijdrage ook is, een verschil kan maken. “We are so much more alike than we’re different. And how deep down, we all just want to help each other and make the world a better place”, schreef ze onder een post op Instagram. En daarmee wordt duidelijk dat Rodrigo meer is dan een zangeres.

In beeld | Voetbaltoernooi voor jong en oud in Park Spoor Noord

In Park Spoor Noord vond er woensdag een voetbaltoernooi plaats, georganiseerd door SAAMO De Wijk. Het doel: jongeren en ouderen samenbrengen. Geen enkele deelnemer – jong of oud – ging met lege handen naar huis. Iedereen kreeg een medaille en ieder team een beker. Reporters Ahmad Hardan en Abdulmasih Alkak waren ter plaatse en brachten het toernooi in beeld.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan, Abdulmasih Alkak

Een jaar wachten, een leven op straat: de menselijke prijs van het asielbeleid

Terwijl de regering het asielbeleid verstrengt, belanden mensen op straat, wachten ze maanden op een eerste gesprek of raken ze verstrikt in administratieve procedures. Loes Schutyser en Igor Baisier volgden een half jaar lang drie mensen die vastlopen in het huidige asielbeleid en onderzochten hoe (on)menswaardig het beleid in de praktijk is.

Eind december. Het vriest. We wandelen een route van talloze kilometers die nieuwkomers afleggen in Brussel. We starten aan de dranghekken in Belliardstraat 68. Daar ligt het registratiecentrum, waar nieuwkomers hun eerste aanmelding doen. Auto’s razen voorbij en sirenes loeien onophoudelijk. Een vrijwilliger met een hesje van Vluchtelingenwerk Vlaanderen verwijst ons door naar hun juridische helpdesk, zo’n drie kilometer verderop. Terwijl we daar onze verkleumde handen verwarmen, komt een jonge vrouw binnen. Ze rolt een buggy voort met een ingeduffeld kindje erin. Ze sleurt haar hele hebben en houden mee. Haar ogen vallen bijna toe, ze lijkt doodmoe. Haar naam is Jennifer. Ze is 23. Ze vertelt dat ze al weken rondzwerft samen met haar dochter, Larissa. Ze is wanhopig op zoek naar hulp, onderdak en eten. Een advocate van de helpdesk vraagt ons om voor hen spaghetti te halen om de hoek. Jennifer is zwanger, ze heeft de afgelopen twee dagen amper gegeten.

Jennifer werd geboren in Sierra Leone. “Een goede vriend dwong me tot seks, omdat hij mijn schoolrekeningen betaalde.” Ze werd zwanger en beviel van een zoon, waarna hij haar verliet. “Ik had geen andere keuze dan sekswerk om rond te komen.” In 2024 vluchtte ze zonder haar zoon. Ze stak met een rubberboot de Middellandse Zee over en kwam Europa binnen via Turkije, waar ze werd opgepikt door de kustwacht.

In Turkije werkte ze een paar weken zonder papieren in een vervuilende fabriek. Ze vluchtte nogmaals per boot naar Griekenland. “Daar kwam ik terecht in een opvangkamp, waar ik beviel van Larissa, een tweede kind dat verwekt werd door een man die me misbruikte.”

Kort daarna werd een asielprocedure gestart. In Griekenland had ze weinig tot geen sociale ondersteuning en rechten. Jennifer leefde er in een opvangkamp en mocht Larissa niet bezoeken toen die met longproblemen voor drie maanden werd opgenomen in het ziekenhuis.

“Als Griekenland goed voor me was, zou ik hier niet zijn”, vertelt ze. Afgelopen winter besloot ze verder te vluchten, weg uit de precaire omstandigheden daar. Hetzelfde patroon van misbruik dreigde zich bovendien te herhalen. Met onveilige seks betaalde ze een vliegticket naar Brussel. Opnieuw zwanger kwam ze aan in ons land. Ze sliep de eerste twee nachten met Larissa in het Zuidstation, waar haar weinige bezittingen werden gestolen. “Hulpverleners pikten ons op van straat.

Dankzij Humanitarian Hub kreeg ik op verschillende plaatsen toch onderdak. Zo verbleef ik even in een krot in Leuven.” Omdat ze er niet veilig was, moest ze opnieuw onderdak zoeken. Het bleef een constante zoektocht.

“Toen ik klein was, wilde ik verpleegster worden, nu kan dat niet meer”

Jennifer (23)

In januari bleek dat Jennifer al sinds haar aankomst zwanger is. In februari onderging ze een abortus, omdat het in deze situatie onmogelijk is om voor een tweede kind te zorgen. “Sindsdien voelt het alsof mijn leven voorbij is”, zegt ze. “Toen ik klein was, wilde ik verpleegster worden, nu kan dat niet meer. Mijn droom is verdwenen.”

“Onmenselijk”

Dit soort verhalen zijn steeds meer een regel dan een uitzondering. Dat vertellen Paola en Aasta, twee hulpverleners van Vluchtelingenwerk Vlaanderen die dagelijks met een team de straat op gaan. Sinds augustus 2025 zijn er nieuwe crisismaatregelen voor asielzoekers. Daarin wordt gesteld dat mensen die reeds in een andere Europese lidstaat asiel kregen, geen recht meer hebben op opvang.

In principe heeft Jennifer wél recht op opvang, vertelt Paola. “Dat basisrecht is voorzien in nationale én internationale regels. Volgens die regels mag de overheid geen opvang weigeren aan mensen die in een procedure zitten of kwetsbaar zijn.” Paola stelt zich luidop de vraag: “Wie is meer kwetsbaar dan een alleenstaande zwangere vrouw, met bovendien een klein kindje?”

Jennifers advocate startte daarom een beroepsprocedure bij de Arbeidsrechtbank, die bevoegd is voor opvangkwesties. Ze kreeg gelijk. Jennifer en Larissa mochten intrekken in een tijdelijk opvangcentrum voor Oekraïners in Anderlecht. Na drie weken moesten ze terug verhuizen, deze keer naar het Rode Kruis transitcentrum in Sint-Lambrechts-Woluwe. Ondanks het dak boven hun hoofd blijft hun situatie uitzichtloos. We ontmoeten ze in hun kleine kamer. Jennifer zit mentaal aan de grond. Ze slapen in één bed en hebben geen eigen badkamer. Ze weet niet hoe haar procedure verloopt, heeft geen sociaal assistente en in het centrum is er bijna geen daginvulling: “Ik zit de hele dag op mijn kamer. Ik ga alleen naar beneden om te eten. Ik houd Larissa zo lang mogelijk wakker, zodat ze ’s nachts doorslaapt. Ik ben doodop.”

Blijven of teruggaan?

Mahad (34) vluchtte uit Somalië op zijn zestiende. In september 2025 kwam hij naar ons land. Al tien maanden slaapt hij op straat, vlak voor de Humanitarian Hub, wachtend op zijn eerste interview bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Het interview werd al vier keer uitgesteld, met een simpele stylostreep. “Ik wil gewoon een antwoord. Blijven of teruggaan?”

De Humanitarian Hub is een dagcentrum dat draaiende gehouden wordt door verschillende ngo’s. Er is ruimte om even te bekomen, op te warmen met koffie, thee of een maaltijd. Er zijn stopcontacten, douches en een pleintje waar gevoetbald kan worden. Kortom, een toevluchtsoord voor zij die elke nacht op straat slapen, verdoken tussen al hun bezittingen, in de kou, in de regen en zelfs in de sneeuw.

Twee Afghaanse zussen, die naast Mahad slapen, vertellen dat hun matras al weken niet meer droogt. “Veel mensen leven er in spanning, maar ik probeer optimistisch te blijven.” Hij helpt anderen door te vertalen, doet klusjes in het centrum en is ondertussen deel van het vaste team in de Hub geworden.

In oktober vorig jaar was de Hub nog zeven dagen op zeven open, maar door een krimpend budget waren ze genoodzaakt om op woensdagen en uiteindelijk zelfs het hele weekend te sluiten. Eind april dit jaar ontruimde de politie alle tenten. “Nu slapen we in nabijgelegen parken. Mijn tent en slaapzak werden na één dag al gestolen. Sindsdien slaap ik onder een fleecedeken.”

Administratieve rompslomp

Hulpverleners en advocaten spreken van een kafkaiaans systeem: “Administratieve procedures, die in theorie niet zo moeilijk zijn, worden in de praktijk op zo’n manier uitgewerkt dat het een doolhof wordt waar niemand nog aan uit kan”, vertelt Thomas Willekens, beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Zijn collega’s Paola en Aasta beginnen stilaan te denken dat het doelbewust complex is.

François gaat als vrijwilliger soms mee met het ochtendteam naar het registratiecentrum. “We zijn vanaf zeven uur aanwezig om vragen te beantwoorden en informatie te verspreiden. Mensen staan vaak al langer aan te schuiven, sommigen slapen hier zelfs, omdat ze bijvoorbeeld in Luik verblijven en er anders niet tijdig geraken met het openbaar vervoer.” Om half negen stipt sluit het kantoor weer en de rest van de rij moet de volgende dag terugkomen. Geen registratie betekent géén recht op opvang.

Ook Mahad vindt zijn weg niet in het kluwen aan procedures en regels. Hij is verder gevlucht door Europa nadat zijn vijfjarige verblijfskaart verviel in Italië. Nochtans had hij Italië niet moeten ontvluchten, vertelt zijn advocate Evelien Verstraeten: “Een vervallen kaart betekent niet automatisch dat je verblijfsvergunning vervallen is. Het vernieuwen van een verblijfskaart is mogelijk. Dat wist hij echter niet.” Mahad verbleef erna in verschillende landen, maar kreeg nergens asiel door zijn statuut in Italië. Zo belandde hij in België.

Mahad zit nog steeds met veel vragen, vooral voor DVZ: “De vorige keer vroeg ik hen: wat is er aan de hand met mijn situatie? Ze zeiden: we kunnen je niets vertellen, kom gewoon nog eens terug.” Er zit veel ruis op de communicatie tussen Mahad en de instanties, vertelt Verstraeten: “Ik wacht al meer dan een maand op Mahads dossier om meer duidelijkheid te krijgen, dat is essentieel om het interview te kunnen voorbereiden.”

In juni keerde Mahad voor de vierde keer terug naar de DVZ, voor zijn allereerste interview. “In het vorige regeerakkoord streefde men ernaar om een asielprocedure binnen de zes maanden af te ronden. Het aankomende Europees migratiepact wil die termijn nog verkorten”, aldus Verstraeten. Volgens haar schuilt in die wachttijd het grootste pijnpunt van de asielprocedure: “Als een asielzoeker van augustus 2025 tot juni 2026, dus bijna een jaar, moet wachten om nog maar door de eerste fase van de procedure te geraken, dan ga je mij niet wijsmaken dat dat ligt aan hem. Op die manier kan men framen dat asielzoekers eeuwig op straat blijven rondzwerven. Intussen slapen ze op straat, hebben ze niks en raken ze zelfs niet vooruit in hun procedure. Dat is schandalig.”

“Als een asielzoeker bijna een jaar moet wachten om maar door de eerste fase van de procedure te geraken, ga je mij niet wijsmaken dat het aan hem ligt”

Evelien Verstraeten (advocaat Mahad)

Geconstrueerde crisis?

Het is een grijze vrijdag, het miezert en het waait hard. Aan het Zuidstation in Brussel liggen rijen matrassen in de ondergrondse tramhalte. Om de hoek liggen er uitwerpselen op de grond. De moed zakt ons bijna in de schoenen. We gaan langs bij sociale organisaties in Brussel op zoek naar mensen die willen getuigen over het asielbeleid. Eerst gaan we naar Samusocial, een organisatie die instaat voor de dak-en thuislozenopvang in de hoofdstad, enkele straten verderop. Daar staat een man op straat doelloos voor zich uit te staren. Hij heet Franco en rommelt in zijn koffer op zoek naar een dikkere jas, omdat hij beseft dat het een lange dag kan worden.

Franco (56) heeft drie kinderen in Angola en lijdt aan diabetes. Hij kon medisch onvoldoende geholpen worden in zijn thuisland en kwam daarom naar België. Hij startte een procedure tot medische regularisatie. Via die procedure kunnen mensen zonder wettig verblijf in België een verblijfsvergunning aanvragen, op voorwaarde dat ze lijden aan een ernstige ziekte en er geen adequate medische zorg is in het land van herkomst.

Toen hij in maart in Brussel aankwam, zakte hij op straat ineen door te hoge glucosewaarden. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis, maar drie dagen later stond hij alweer op straat. “Ik ga dan maar op zoek naar een tempel van Jehovah’s Getuigen, want zij helpen mij wel.”

Franco heeft recht op opvang volgens zijn statuut van medische regularisatie, maar daarvan was hij de eerste dagen na zijn aankomst niet zeker. Nadat hij werd ontslagen uit het ziekenhuis, dat was op een vrijdagmiddag, kon hij zich niet meer registreren. Dat kon pas ten vroegste op maandagochtend. Zoals eerder al vermeld: zonder registratie geen recht op opvang. Hij werd door het ziekenhuis doorverwezen naar een centrum van het Rode Kruis, maar die verwezen hem op hun beurt door naar de nachtopvang van Samusocial. Helaas bleek daar geen plaats te zijn voor het hele weekend.

Franco’s laatste redmiddel was om voor de ingang te wachten tot tien uur ‘s avonds. Vanaf dan kan je inbellen in de hoop alsnog een plek te bemachtigen van iemand die niet kwam opdagen. Opvallend is dat bijna niemand in die wachtrij dat nummer kan bellen, aangezien ze na hun aankomst vaak nog niet over een Belgische sim- of prepaidkaart beschikken. Je hebt hiervoor immers een geldig identiteitsbewijs nodig. Ook Franco had dat niet. We hielpen hem met onze telefoon en vonden een bed bij een andere nachtopvang in de buurt.

Franco had dat weekend anders op straat geslapen. Veel voorbijgangers ontwijken de zoekende blikken en stappen vluchtig door. De buurt rond Samusocial is grimmig, drugsdealers en andere louche types komen lonken aan de ingang. Terwijl we wachten, wordt iemand hardhandig buitengezet door de beveiliging van Samusocial. Hij is onder invloed van drank en drugs. Hij trapt hard op de gesloten stalen deur, de klink breekt af. Hij neemt die mee en druipt af. Vanuit de verte komt de klink plotseling aangevlogen, rakelings langs ons hoofd.

Het moet een vreemde eerste impressie zijn van ons land voor nieuwkomers zoals Franco. Hij is diepgelovig en beweert dat wij die dag als engelen door God gezonden zijn om hem te helpen. Voor anderen, die ijsberen aan de deur, zijn we dat allesbehalve. Een van hen is Jalloh (28) uit Sierra Leone, hij kwam die dag aan in België. Voor hem is er geen vrij bed meer die avond, ook niet met onze hulp. Jalloh vluchtte eerst naar Griekenland, maar voelde zich daar onveilig, net als Jennifer. Hij volgt ons tot aan het perron, waar wij de trein opstappen. Zijn eerste nacht in België brengt Jalloh door in het kille Zuidstation, zoals tientallen andere nieuwkomers die nacht.

Streng maar rechtvaardig?

Van Bossuyt wil met een strenger beleid komen tot minder asielaanvragen en minder mensen op straat. Willekens (Vluchtelingenwerk Vlaanderen) weigert dat te geloven en kijkt op twee manieren naar de problematiek: “Enerzijds is er de cijfermatige kant van het verhaal. Het verleden leert ons dat het aantal asielaanvragen in België schommelt ondanks jarenlang verstrengen. Ons beleid oefent geen invloed uit op externe schokken, zoals conflicten in Oekraïne, Eritrea of Syrië. Die conflicten zorgen voor een piek, maar als de intensiteit van de schok afneemt, zien we een daling.”

Een tweede en vaak vergeten invalshoek, is de menselijke, volgens Willekens. “Het is duidelijk dat Van Bossuyt een hardvochtig en ontradend beleid wil voeren. Het gevolg is dat zelfs gezinnen met kinderen op straat worden gezet, omdat zij al bescherming hebben gekregen in een andere Europese lidstaat, althans juridisch, want in de praktijk stelt die bescherming weinig of niets voor.” Volgens hem is de slinger doorgeslagen: “Tot op welk punt willen we gaan en vanaf wanneer verlaten we daarmee onze eigen normen en waarden?”

“Dat Van Bossuyt mensenrechten schendt, is intussen geen mening meer, maar een feit”

Ellen Desmet, professor migratierecht (UGent)

“Dat Van Bossuyt mensenrechten schendt, is intussen geen mening meer, maar een feit”, vertelt Ellen Desmet, professor migratierecht (UGent). Zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, als de Raad van State en het Grondwettelijk Hof hebben de minister al teruggefloten. Het recht op opvang, gegarandeerd door het Europees recht, wordt dagelijks geschonden. Elke asielzoeker die een asielaanvraag indient, opent een recht op opvang. Het waren vooral mannen, zoals Mahad en Franco, die niet onmiddellijk opvang kregen en zich op een wachtlijst moesten registreren.Sinds de nieuwe crisismaatregelen van kracht zijn, geldt hetzelfde voor vrouwen en kinderen.

Nationale rechtbanken veroordeelden ons land hiervoor al meer dan vijftienduizend keer, ook onder de vorige regering. Toch weigert Van Bossuyt de dwangsommen hiervoor te betalen. Dat baart ook Verstraeten zorgen: “Volgens die redenering moet je buurman vanaf morgen zijn verkeersboetes niet meer betalen.” Van Bossuyt doet haar soms denken aan Trump: “Elke andere minister had al lang moeten opstappen, maar ze profiteert van de negatieve framing rond migratie.”

Hard zonder hart

De nieuwe richtlijnen van de minister botsen op verontwaardiging, dat bleek eerder uit een open brief van het Fedasil-personeel in De Standaard begin april. Haar beleid treft echte mensen, maar die hoeft ze niet in de ogen te kijken, vertelt Verstraeten. “Nog nooit heeft zij een asielzoeker voor zich gehad waaraan ze het heeft moeten uitleggen. Dan denk ik: kom maar eens een dag met mij meedraaien en zien wat het effect is van uw beleid.” Verstraeten is als juriste bezorgd over onze rechtsstaat: “Van Bossuyt heeft gezworen op de Grondwet en veegt er nu haar voeten aan.”

“Van Bossuyt heeft gezworen op de Grondwet en veegt er nu haar voeten aan”

Evelien Verstraeten (advocaat)

‘Het strengste migratiebeleid ooit’ is een ideologische keuze, daar kan men over van mening verschillen, maar de rechtsstaat is geen voer voor debat, zegt professor Desmet. “Ik vraag mij soms af, Van Bossuyt is juriste van opleiding, wringt het dan niet dat ze de uitspraken van al die rechtscolleges naast zich neerlegt, alsof het vodden papier zijn?”

Daarnaast waarschuwt ze voor een gevaarlijke tendens waarbij critici en het Europees Hof weggezet worden als links en activistisch: “Die framing zet de deur open om de rechten van andere kwetsbare groepen af te bouwen. Wie zijn de volgende: werklozen, gepensioneerden?”

“De vraagstukken van vandaag hebben we niet alleen te danken aan Van Bossuyt, maar haar houding is wel zorgwekkend”, vervolgt Desmet. “Ze zegt dat ze het arrest van het Grondwettelijk Hof – dat haar verbiedt om opvang te weigeren aan mensen die al bescherming kregen in een ander EU-land, tot het Hof van Justitie zich daarover uitspreekt – respecteert. Tegelijk roept ze een andere juridische grondslag in om haar beleid verder te zetten, die er echter niet is.”

Op 12 juni 2026 trad het Europees asiel-en migratiepact in werking, het strengste dat de Europese Unie ooit stemde. Dat pact zal het leven van asielzoekers er niet eenvoudiger op maken, vreest Verstraeten: “Het pact zal ontaarden in chaos. Ze willen de procedures performanter maken, maar dat doe je niet door budgetten te verminderen en termijnen te verkorten.”

“Maak van migratie een positief verhaal”

Volgens beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Willekens, investeren we te veel in een negatief beleid dat mensen kapot maakt. “Waarom kunnen we niet op een positieve manier investeren, zodat we mensen meekrijgen en deel laten uitmaken van onze samenleving? Dat begint met het volgen van wat er in de wet staat: opvang bieden aan iedereen die daar recht op heeft.” Professor Desmet deelt die bedenking: “Puur op vlak van opvang is het een geconstrueerde crisis. Van Bossuyt wil de kiezer harde maatregelen tonen, terwijl opvang perfect op een menselijke manier kan georganiseerd worden, zoals bij natuurrampen of voor Oekraïense vluchtelingen.”

“Waarom kunnen we niet op een positieve manier investeren, zodat we mensen meekrijgen en deel laten uitmaken van onze samenleving?”

Thomas Willekens (beleidsmedewerker Vluchtelingen Vlaanderen)

Jennifer zal zo goed als zeker moeten terugkeren naar Griekenland, vertelt Paola. “Ik durf het haar nog niet te zeggen, omdat ze zo instabiel is. Door het gebrek aan ondersteuning, sociale rechten en financiële steun in het Griekse opvangsysteem is de kans groot dat er misbruik wordt gemaakt van haar kwetsbare positie.”

Jennifer en Franco bellen ons nog bijna wekelijks om ons te bedanken, maar ook om hulp te vragen. Sinds haar eerste interview bij DVZ leeft Jennifer in permanente stress voor de toekomst. Ze krijgt zware medicatie om te kunnen slapen. Tijdens een ontmoeting geven we Jennifer de Bijbel waar ze al lang om vroeg en proberen we haar moed in te spreken, maar ze barst in tranen uit: “Mijn leven is voorbij. Ik ben zo dom. Ik bid elke dag.” We slikken beiden onze woorden in, omdat we niet willen liegen. Voor Jennifer, Larissa, Mahad, Franco en alle kwetsbare asielzoekers zijn het behoorlijk barre tijden.

Wat nu?

Het is intussen september 2026. Mahad wacht nog steeds op een definitieve beslissing. Zijn tweede interview vond plaats op 12 juni, de dag waarop het Europees Migratiepact in werking trad. “Als ik een negatieve beslissing krijg, dan keer ik terug naar Somalië”, zegt hij. Mahad maakte intussen alle seizoenen mee op straat. Na de vrieskou van deze winter, was er zelfs een hittegolf.

Jennifer kreeg een negatieve beslissing, haar advocate ging in beroep. We horen haar nog regelmatig. Ze is radeloos, ze voelt zich niet begrepen en ze leeft in constante spanning. Als haar beroep verworpen wordt, moet ze terugkeren naar Griekenland. Franco werd overgebracht naar een centrum in Jodoigne en stelt het goed.

We vroegen de minister om een reactie, maar haar woordvoerster liet weten dat ‘ze niet wenst mee te werken aan het onderzoek.

In beeld | Zo viert Antwerpen het Bollekesfeest

Dit weekend vinden in het Antwerpse stadscentrum de Bollekesfeest plaats. Op de Grote Markt en de Groenplaats vinden concerten en dj-sets plaats van onder anderen Kate Ryan, Lasgo, #LikeMe, Lady Linn en dj Dimi. Ahmad Hardan en Abdulmasih Alkak waren vrijdagavond ter plaatse en brachten het feest in beeld.

© 2026 StampMedia / Ahmad Hardan en Abdulmasih Alkak

Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
 
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.

Wat gebeurt er achter de schermen voor de aftrap?

Voor supporters begint een voetbalwedstrijd wanneer ze het stadion binnenstappen. Achter de schermen is de voorbereiding dan al veel langer bezig. Risicoanalyses, controles, overleg tussen veiligheidsdiensten en tientallen medewerkers moeten ervoor zorgen dat duizenden supporters veilig een wedstrijd kunnen bijwonen. Henk Dedeurwaerder, Manager Infrastructuur, Organisatie en Veiligheid bij KAA Gent, legt uit hoe zo’n wedstrijddag wordt voorbereid.

Lang voordat de eerste supporter door de toegangspoortjes stapt, is al bepaald hoe een wedstrijd op veiligheidsvlak wordt aangepakt. Bij het begin van het voetbalseizoen voeren de veiligheidsdiensten een risicoanalyse uit. Wedstrijden worden daarbij ingedeeld volgens een lage, gemiddelde of hoge risicograad.

Die inschatting heeft concrete gevolgen. Op basis van de risicograad wordt onder meer bepaald hoeveel veiligheidspersoneel nodig is en of een combiregeling wordt toegepast. Bij zo’n regeling moeten bezoekende supporters met georganiseerd busvervoer naar het stadion komen. Thuis- en uitsupporters worden bovendien zowel op de parkings als in het stadion van elkaar gescheiden.

De voorbereiding beperkt zich niet tot de wedstrijddag zelf. Elk jaar sluit KAA Gent een veiligheidsovereenkomst af met het stadsbestuur en de politie. Daarin worden afspraken vastgelegd over de organisatie en veiligheid van wedstrijden. In de dagen voor een wedstrijd vindt daarnaast een veiligheidscoördinatiemeeting plaats met onder meer de veiligheidsverantwoordelijken van de club en vertegenwoordigers van de ordediensten.

Eerst het stadion

Op de wedstrijddag zelf begint een belangrijk deel van het veiligheidswerk voordat de stadionpoorten opengaan. Het stadion wordt opgedeeld in verschillende zones. Per zone gaat een ploeg stewards aan de slag onder leiding van een verantwoordelijke.

“Voor de opening van het stadion een zogenaamde sweeping plaats. Daarbij worden de verschillende zones gecontroleerd op zaken die de veiligheid in gevaar kunnen brengen”, zegt Dedeurwaerder. De stewards werken daarvoor met digitale takenlijsten waarop de uitgevoerde controles worden geregistreerd. Pas wanneer alle zones gecontroleerd zijn, wordt vanuit het commandolokaal toestemming gegeven om het stadion voor het publiek te openen.

Ook voor noodsituaties ligt vooraf vast hoe moet worden gehandeld. Het stadion beschikt over evacuatieplannen, nooduitgangen en medische hulpposten. Daarnaast heeft de club een intern noodplan waarin procedures voor verschillende noodscenario’s zijn opgenomen. Voor de supporter die later zijn plaats op de tribune inneemt, blijft het grootste deel van die voorbereiding onzichtbaar.

De laatste afspraken

Ongeveer anderhalf uur voor de wedstrijd volgt nog een belangrijk overlegmoment. Tijdens de zogenaamde Match Delegate Organisation-meeting worden de laatste organisatorische en veiligheidsaspecten van de wedstrijd overlopen. Aan die vergadering nemen verschillende partijen deel, waaronder de match delegate van de voetbalbond, de vierde scheidsrechter, de teammanagers en veiligheidsverantwoordelijken van beide clubs en een vertegenwoordiger van de televisieproductie. Bij wedstrijden met een hoger risico zijn vooraf ook andere veiligheids- en hulpdiensten nauwer betrokken bij de voorbereiding.

Terwijl de eerste supporters richting het stadion trekken, staat zo een hele veiligheidsorganisatie klaar. KAA Gent doet op wedstrijddagen een beroep op suppoosten, stewards, veiligheidsagenten, politie, brandweer en medische hulpverleners. Iedereen heeft daarbij een eigen taak. Suppoosten voeren onder meer controles uit op de parkings en aan de ingangen. Stewards begeleiden supporters, controleren mee aan de toegang en zorgen ervoor dat doorgangen en nooduitgangen vrij blijven. Stewards zijn daarmee het meest zichtbare deel van een veel grotere veiligheidsorganisatie. Achter hen staan verschillende professionele veiligheids- en hulpdiensten klaar om in te grijpen wanneer dat nodig is.

Vanuit het commandolokaal

Wanneer de wedstrijd eenmaal bezig is, wordt de situatie in het stadion voortdurend opgevolgd. “Het veiligheidslokaal wordt bemand door een multidisciplinair team”, verklaart Dedeurwaerder. Daarin zitten onder meer vertegenwoordigers van politie, brandweer en medische hulpverlening, naast cameraoperatoren en verantwoordelijken van de club.

Vanuit dat lokaal kan worden gereageerd wanneer zich ergens in of rond de tribunes een probleem voordoet. Via het omroepsysteem kunnen indien nodig ook boodschappen aan het stadion worden meegedeeld. Op de tribunes en in de gangen blijven stewards ondertussen toezicht houden. Medische hulpverleners staan klaar om eerste zorgen toe te dienen wanneer een supporter onwel wordt of gewond raakt.

De veiligheidsorganisatie gaat bovendien verder dan het voorkomen van klassiek supportersgeweld. Voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag heeft KAA Gent een Safe Guard Officer. Wanneer zo’n incident wordt gemeld, kan het slachtoffer naar een veilige ruimte worden begeleid. Vandaaruit wordt bekeken welke verdere stappen nodig zijn.

Als het toch misgaat

Alle voorbereidingen moeten de kans op incidenten zo klein mogelijk maken. Toch moet de club ook voorbereid zijn op het scenario waarin het tijdens de wedstrijd misgaat. Wanneer een incident zo ernstig is dat de wedstrijd wordt stilgelegd, komen de verantwoordelijken van verschillende partijen samen. Zij beoordelen de situatie en beslissen op basis van het veiligheidsrisico over het verdere verloop van de wedstrijd. Afhankelijk van de omstandigheden kan de wedstrijd worden hervat of definitief worden stopgezet.

Juist op zulke momenten wordt zichtbaar waarom zoveel verschillende partijen bij de organisatie betrokken zijn. Voetbalveiligheid is niet uitsluitend een taak van de club. Politie, brandweer, medische diensten, stewards, veiligheidsagenten en voetbalinstanties hebben allemaal een eigen verantwoordelijkheid.

Voor de meeste supporters blijft die organisatie grotendeels buiten beeld. Zij zien de steward aan de ingang, ondergaan eventueel een controle en merken de aanwezigheid van politie rond het stadion op. De risicoanalyses, vergaderingen, controles en noodprocedures die daaraan voorafgaan, krijgen ze niet te zien. Wanneer de scheidsrechter uiteindelijk fluit voor de aftrap, begint voor duizenden supporters de wedstrijd. Voor de mensen die instaan voor hun veiligheid is ze dan al veel langer bezig.

Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.

Opinie | “Beste cisgender-heterogemeenschap, is verdraagzaam zijn echt zo moeilijk?”

De toenemende intolerantie tegenover de LGBTQIA+-gemeenschap en de stijgende polarisatie baren journalist Valentine Vanparys zorgen. De gemeenschap getuigt van een beschamende onverdraagzaamheid. “Onze medemens vraagt tenslotte niets meer dan het recht op identiteit en liefde”, schrijft ze.

Verdraagzaam zijn. Zelfs K3 spoorde er al toe aan. Toch staan we hier, 26 jaar later, tegenover beangstigende cijfers en een onthutsende intolerantie die maar niet lijkt te verdwijnen. Sinds wanneer is het recht op liefde zo onbevattelijk? Ik richt me even rechtstreeks tot de cisgender heterogemeenschap: wie heeft jou ooit belemmerd toen jij verliefd werd? Heb jij je ooit moeten verantwoorden voor wie je liefhad? Dat dacht ik al.

Uit De Foto van Vlaanderen2025, een jaarlijks onderzoek van VRT, blijkt dat 28 procent van de tieners het niet nodig vindt dat scholen lesgeven over verschillende vormen van seksuele voorkeur. Tegelijk wil één op de drie jongeren tussen 18 en 24 jaar liever geen transpersoon als vriend of vriendin.

Het is hartverscheurend om te zien dat mensen een vriendschap laten afhangen van iemands genderidentiteit. Alsof een transpersoon minder loyaal is, minder grappig is of een minder waardevolle vriendschap te bieden heeft. Ridicuul. We kennen allemaal wel iemand die ons ooit heeft teleurgesteld en ik durf te wedden dat dat niets te maken had met hoe diegene zich identificeerde. Toch blijven de vooroordelen en stereotypen over de queergemeenschap hardnekkig bestaan. Ze ontstaan niet zomaar: ze worden gevoed door onwetendheid, die ook dringend moet verdwijnen uit het onderwijs. Niet als politiek statement, maar als evidentie.

“Het is hartverscheurend om te zien dat mensen een vriendschap laten afhangen van iemands genderidentiteit. Alsof een transpersoon minder loyaal is, minder grappig is of een minder waardevolle vriendschap te bieden heeft”

Om de intolerantie te reduceren en het begrip te vergroten, vindt socioloog Cecil Meeusen (KU Leuven) dat we al vroeg met kinderen moeten praten over deze onderwerpen. Dat vertelt ze in een interview met VRT NWS. “Scholen moeten over relationele en seksuele vorming lesgeven. Het is bewezen dat dat helpt. Maar we zien dat leerkrachten aangeven dat ze dat minder graag doen, omdat ze vanuit de leerlingen zelf merken dat het een heel polariserend onderwerp is”, aldus Meeusen. Precies daarom is het zo urgent. Niet ondanks de polarisatie, maar vanwege de polarisatie.

Verdraagzaamheid begint op school

In het secundair onderwijs, waar je een groot deel van je jeugd doorbrengt, midden in de puberteit, is iedereen op zoek naar zichzelf. Wie ben ik? Waar hoor ik thuis? Wat wil ik? Die vragen zijn universeel. Ze spelen bij elke jongere, ongeacht genderidentiteit of seksuele voorkeur. Persoonsontwikkeling is daarom een van de belangrijkste pijlers van het secundair onderwijs. Wie dat ontkent, is zichzelf waarschijnlijk tegengekomen in zijn verdere carrière.

“Het is onze collectieve taak als samenleving om een warme omgeving te creëren waarin iedereen zich thuis voelt. Niet als gunst, maar als fundamenteel mensenrecht”

Waarom zouden LGBTQIA+-jongeren in die zoektocht dan geen ondersteuning mogen krijgen? Geen begeleiding, geen begrip, geen veilige plek om zichzelf te zijn? Bovendien zijn welbevinden en onderwijsprestaties onlosmakelijk verbonden met elkaar. Een jongere die zich niet veilig of begrepen voelt op school, zal ook minder goed presteren. Omdat het de opdracht is van scholen om een veilige leeromgeving te creëren, mag het welzijn van jongeren dan ook niet uit het oog verloren worden. Hetzelfde geldt trouwens op de werkvloer: wie zich niet goed voelt in zijn werkomgeving, zal minder gemotiveerd zijn en minder goed functioneren. Vergezocht is dat dus niet.

Bovendien is het onze collectieve taak als samenleving om een warme omgeving te creëren waarin iedereen zich thuis voelt. Niet als gunst, maar als fundamenteel mensenrecht. En eerlijk gezegd: zoveel onverdraagzaamheid kost ook veel energie. Waarom steken we die energie niet in positiviteit? Daarvoor moeten we beginnen bij begrip en misschien, zoals K3 het jaren geleden al zo treffend zong: verdraagzaam zijn.

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.