Daan* (19) ging gedwongen naar de psycholoog: “Mijn ouders wilden de homoseksuele gevoelens uit me laten praten”

Voor de 19-jarige Daan* verliep zijn coming-out als homoseksuele man niet zonder strijd. Toen hij zijn ouders vertelde over zijn geaardheid, stuitte hij op afwijzing en twijfel. Op school hield hij het altijd geheim. “Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik verliefd was op een meisje.”

Voor Daan* (19) verliep zijn identificatie als homoseksuele man niet van een leien dakje. “In het middelbaar heb ik me nooit voldoende comfortabel of veilig gevoeld om naar buiten te komen met mijn seksualiteit”, getuigt hij. Daarin speelde ook zijn thuissituatie een grote rol: “Ik was erg geschrokken door de reactie van mijn ouders. Ze reageerden afwijzend en deden uitspraken als ‘dat kan niet waar zijn’, ‘zou je het toch niet eens met een meisje proberen’ en ‘we geloven dat niet’.”

Voor Daan kwam de reactie van zijn ouders als een totale verrassing: “Ze hadden zich nooit eerder afwijzend of denigrerend opgesteld naar andere homoseksuele personen. Maar ik vermoed dat ze toch een ander perspectief hebben als het om hun eigen zoon gaat.”

“Tijdens mijn middelbareschooltijd was ik erg zoekende. Ik heb zelfs een periode een relatie gehad met een meisje”

Doordat zijn ouders zijn geaardheid in twijfel trokken, ging Daan ook twijfelen aan zijn gevoelens. “Tijdens mijn middelbareschooltijd was ik erg zoekende. Ik heb zelfs een periode een relatie gehad met een meisje. Ik had sowieso wel veel vrouwelijke vriendinnen en met haar had ik een goede band. Op die manier had ik mezelf wijsgemaakt dat ik verliefd was op haar.” Uiteindelijk bleek dan toch dat er iets niet klopte. “Ik had het gevoel dat er iets wrong, waardoor ik de relatie beëindigde.”

Verplicht naar de psycholoog

De afwijzing van zijn ouders ging ver: ze stuurden hem naar een psycholoog “om de homoseksuele gevoelens uit me te praten”, vertelt Daan. “Op aanraden van de zorgcoördinator ben ik toch ingegaan op de psychologische begeleiding. Niet met de overtuiging dat mijn homoseksuele gevoelens fout of verkeerd waren, maar om me te helpen navigeren in deze moeilijke situatie en mezelf te helpen aanvaarden.” Achteraf bekeken is Daan dankbaar voor de begeleiding: “Het heeft me goed gedaan, maar zoals te verwachten viel, ben ik nog steeds even gay als daarvoor.”

“Mijn ouders zijn ook een keer meegegaan naar de psycholoog, maar ik had het gevoel dat ze zich daar milder opstelden tegenover mijn homoseksualiteit”, stelt Daan. “Sindsdien heb ik het nooit meer over mijn seksualiteit gehad met mijn ouders. Het onderwerp ligt tot vandaag ook niet meteen op tafel.” Daan is namelijk bang voor de gevolgen van het gesprek: “Het escaleerde destijds zo erg dat het me niet zou verbazen als ze me het huis uitzetten. Die positie kan ik me voorlopig niet veroorloven.”

In schoolcontext is Daan nooit uit de kast gekomen. “Ik ben pas afgelopen jaar, in het hoger onderwijs, als gay naar voren gekomen.” Die coming-out werd door zijn vrienden en bredere omgeving wel goed ontvangen. “Ik heb eigenlijk geen negatieve reacties ontvangen”, vertelt Daan. “Nu ben ik comfortabel met mijn geaardheid. Maar zolang er geen partner aan te pas komt, stel ik de confrontatie met mijn ouders liefst nog wat uit.”

“Als LGBTQIA+-thema’s aan bod komen, krijgen ook extreme meningen een platform”

Achteraf bekeken had meer LGBTQIA+-representatie in het middelbaar wel gemogen, maar Daan is er sceptisch over. “In het middelbaar heb ik me altijd best onzeker gevoeld over mijn seksualiteit. Als LGBTQIA+-thema’s aan bod komen, krijgen ook extreme meningen een platform. In dat geval zou ik me juist nog onzekerder voelen en terughoudender opstellen.” Maar voor de leerlingenbegeleiding is Daan wel dankbaar. “Ik zat behoorlijk in de knoop met mijn geaardheid en mijn thuissituatie, waardoor ik opgelucht was dat Spes Nostra me een vertrouwenspersoon en een vangnet bood. Tot op vandaag heb ik nog contact met de zorgcoördinator.”

*Daan is een schuilnaam.

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.

Kaat Vanhoutte (21) is terughoudend over haar genderidentiteit: “Je moet altijd op je hoede blijven voor negatieve reacties”

Voor Kaat Vanhoutte (21) verliep het ontdekken van haar seksuele oriëntatie geleidelijk. Vandaag voelt ze geen behoefte om zichzelf een specifiek label op te plakken. Ze vertelt openhartig over haar relatie met Maxime, haar terughoudendheid om haar liefde in het openbaar te tonen en haar visie op LGBTQIA+-representatie in het onderwijs.

Kaat Vanhoutte (21) kwam voor de eerste keer in aanraking met lesbische relaties tijdens haar basketbalstage met het Belgische nationale team: “Daarvoor had ik zelfs nooit gedacht dat dat een optie was.” Inmiddels omschrijft Kaat haar seksuele oriëntatie niet aan de hand van een specifiek label. “Ik voel me doorgaans sterker aangetrokken tot vrouwen dan tot mannen, maar het ene sluit het ander niet uit. Vrouwen geven me een ander, sterker gevoel.”

Dat bewustwordingsproces verliep geleidelijk. “In het vierde middelbaar had ik ruim anderhalf jaar een relatie met een jongen. Toen dat afgelopen was, kwam er in het vijfde middelbaar toevallig een nieuw meisje in de klas, Laure, en realiseerde ik me dat mijn aantrekking tot vrouwen sterker is”, vertelt Kaat. Ze experimenteerden een tijd lang met hun gevoelens. “Uiteindelijk hebben we dat stopgezet omdat Laure zelf erg worstelde met haar genderidentiteit.” Na verloop van tijd kwam Laure naar buiten als transgender en begon hij zijn transitie naar man onder de naam Maxime. “Maxime is nog steeds de ware voor mij”, vertelt Kaat. “Als ik me een toekomst met iemand voorstel, dan is het met Maxime.”

“Op drukke plaatsen, zoals in een stad, zou ik nooit hand in hand lopen met mijn vriendin”

Hoewel Kaat zich altijd comfortabel heeft gevoeld met haar seksuele oriëntatie, bleef ze terughoudend om dit naar de buitenwereld te communiceren: “Je kunt nooit goed inschatten wat iemands reactie zal zijn en je hoort ook steeds verontrustende verhalen. Maar natuurlijk, de tolerante en accepterende verhalen komen niet zo vaak aan het licht.” Daarnaast voelde ze ook geen expliciete behoefte om daarmee naar buiten te treden: “Uiteindelijk hebben mensen daar toch geen zaken mee? Je ziet heteromensen ook niet naar voren komen met hun geaardheid. Dus waarom zou ik dat dan wel moeten doen?” Tot vandaag is ze nog steeds terughoudend: “Ik ben altijd voorzichtig. Op drukke plaatsen, zoals in een stad, zou ik nooit hand in hand lopen met mijn vriendin. Je moet op je hoede blijven voor negatieve reacties.”

Ondanks haar terughoudendheid, reageerde zowel haar beste vriendin, haar vriendengroep als haar ouders positief en accepterend toen ze het hen vertelde. “Mijn papa vertelde dat hij het wel had zien aankomen, aangezien ik als kind ook nooit een ‘meisje-meisje’ was. Ik droeg geen rokjes of kleedjes en ik speelde niet met poppen”, vertelt Kaat. Ze benadrukt daarbij dat kinderlijke voorkeuren niet noodzakelijk iets hoeven te zeggen over iemands seksuele oriëntatie.

Op school ervaarde ze weinig expliciete representatie van LGBTQIA+-thema’s in de lessen of het lesmateriaal. “Af en toe was er een leerkracht die open was over diens persoonlijke leven, maar dat gebeurde telkens op initiatief van de leerkracht zelf”, vertelt de basketbalspeelster.

“Opgelegde quota of geforceerde hervormingen lijken mij niet nodig. De thema’s moeten spontaan en natuurlijk aan bod kunnen komen”

Tegelijkertijd benadrukt Kaat dat representatie voor haar vooral op een natuurlijke manier moet ontstaan. “Meer representatie is zeker welkom, maar het mag er niet vingerdik op liggen. Opgelegde quota of geforceerde hervormingen lijken mij niet nodig. De thema’s moeten spontaan en natuurlijk aan bod kunnen komen.”

Hoewel er in de Gemeenschapsschool Groenhove sterk werd ingezet op antipestcampagnes, was er volgens haar geen specifiek LGBTQIA+-beleid aanwezig. “Er was daar niet veel bewustwording rond, maar ik had ook niet het gevoel dat ik dat miste”, vertelt Kaat. “Waarschijnlijk omdat ik die representatie wel terugvond binnen de sport- en basketbalwereld.”

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.

Vince Maerten (21) identificeert zich als trans man, maar plakt liever geen label op zijn seksualiteit: “Ik word gewoon verliefd”

Middelbare scholen spelen een grote rol in de ontwikkeling van jongeren, maar zijn niet altijd voor iedereen een veilige plek. Vince Maerten (21) vertelt over de zoektocht naar zijn genderidentiteit, en hoe hij die periode op school ervoer.

Vince Maerten (21) identificeert zich vandaag als transman en woont samen met zijn vriend in Lauwe. “Ik val op het innerlijke van een persoon. Ik plak er eigenlijk niet graag een label op, maar om voor anderen duidelijk te maken, gebruik ik de term ‘panseksueel’. Dat wil zeggen dat je op iedereen kunt vallen, ongeacht gender of uiterlijk. Ik word gewoon verliefd”, verklaart Vince.

Zijn ouders waren altijd ontvankelijk voor zijn transitie. “Het was voor hen geen verrassing. Ik stond altijd al sceptisch tegenover stereotiepe meisjesactiviteiten. Zo had ik voornamelijk jongensvrienden en was ik niet geneigd om met poppen te spelen.” Omdat Vince het moeilijk vond om zijn gevoelens onder woorden te brengen, ging hij samen met zijn ouders in gesprek, onder begeleiding van zijn psycholoog. “Ik volgde al psychologische begeleiding naar aanleiding van de scheiding van mijn ouders. Mijn psycholoog heeft me dan ook geholpen in het gesprek met hen”, vertelt hij.

Zoeken naar oplossingen

Zowel thuis als op school werd er open en respectvol omgegaan met zijn coming-out en transitieproces. “Iedere beslissing werd altijd met mij afgetoetst en overlegd.” De school hield rekening met zijn tempo, onder andere bij de naamsverandering en bij praktische regelingen zoals de kleedkamers tijdens de sportlessen. “In het begin was dat een beetje zoeken. Ik had er geen probleem mee om me om te kleden bij mijn klasgenoten, met wie ik een goede band had. Maar zodra we lichamelijke opvoeding kregen samen met leerlingen uit andere klassen, moesten we op zoek naar een andere oplossing”, vertelt hij. Uiteindelijk kreeg hij de ruimte van de scheidsrechter toegewezen: “Daar heb ik me altijd comfortabel bij gevoeld.” Enkel de zwemlessen bleven voor ongemak zorgen. “Ik mocht deelnemen aan de wekelijkse zwemlessen in een zwemshort en een T-shirt, maar het bleef toch ongemakkelijk.”

“Als ik mijn transidentiteit voor mezelf kan houden, doe ik dat wel. Anderzijds praat ik er ook graag over”

In het vijfde middelbaar ging hij naar de Rhizo zorgkrachtschool in Kortrijk. “In het Atheneum in Ieper heb ik me altijd goed gevoeld, maar mijn achtergrond en geschiedenis als iemand die bij de geboorte als vrouw werd geregistreerd, bleven me alsnog achtervolgen. Af en toe kreeg ik nog een vreemde blik of staarden mensen me aan.” Vince wilde in Kortrijk een nieuwe start maken. “Als ik mijn transidentiteit voor mezelf kan houden, doe ik dat wel. Anderzijds praat ik er ook graag over”, getuigt Vince.

Afgezien van het schoolzwemmen, ervaarde Vince zijn middelbareschooltijd overwegend positief. “Als ik er nu naar terugkijk, zou ik wel blij geweest zijn met wat meer representatie binnen de lessen en de inhoud van de vakken.” Bovendien heerst er nog veel onwetendheid, volgens Vince. “Ik merkte wel een gebrek aan kennis rond genderidentiteit en transpersonen binnen het onderwijs. Nu moest ik zelf nog veel uitleg geven aan leerkrachten. Dat is op zich geen probleem, maar als mensen beter opgeleid zouden zijn, zou het toch een groot verschil maken.”

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.

Sien Coolsaet (23) over opgroeien zonder rolmodellen: “Ik voelde me alleen in mijn seksualiteit”

Steeds meer jongeren zijn op zoek naar hun identiteit en nemen de ruimte om te experimenteren met wie ze zijn. Voor lgbtqia+-jongeren verloopt dat proces echter niet altijd even vlot, zeker niet binnen de context van het secundair onderwijs. Sien Coolsaet (23) getuigt.

Sien Coolsaet (23) identificeert zich als lesbische vrouw met een fluïde genderidentiteit. “Toen ik op mijn vijftiende naar voren trad als lesbienne, reageerde iedereen vrijwel positief en ontvankelijk.” Momenteel identificeert ze zich als masculiene vrouw, maar geeft ze aan nog zoekende te zijn. “Het zou me niet verbazen, mocht ik over vijf jaar een mastectomie ondergaan. Maar voorlopig voel ik me comfortabel bij de voornaamwoorden zij/haar of die/hun”, vertelt Sien.

Hoewel haar directe omgeving positief reageerde op haar coming-out, ervaarde Sien tijdens haar middelbareschooltijd een gebrek aan zichtbare rolmodellen. “Ik had geen voorbeelden of mensen waarin ik me kon herkennen. Ik had slechts één homoseksuele vriend.” Daarnaast herinnert ze zich een confronterend moment in de godsdienstles, waar de vraag werd gesteld of ‘personen met een andere seksuele oriëntatie het recht hadden om te bestaan’. “Ik heb me best alleen gevoeld in mijn homoseksualiteit”, getuigt Sien. “In de klas was ik onvoldoende comfortabel om als lesbienne naar voren te stappen of om LGBTQIA+-rechten te verdedigen.”

“Een belangrijk kantelmoment was de bezinning in het zesde middelbaar”, gaat Sien verder. Dat is een tweedaagse die in het kader van de godsdienstlessen werd georganiseerd, met aandacht voor groepsdynamiek en de bespreekbaarheid van gevoelige thema’s. Een van de sessies ging over homoseksualiteit en het leven als LGBTQIA+-persoon in de samenleving. Twee gastsprekers, een man en een vrouw die beiden homoseksueel zijn, deelden hun ervaringen. “Dat gaf me voor het eerst het gevoel echt gezien en erkend te worden. Ik heb een traantje gelaten en pas toen durfde ik ook binnen de klascontext uit de kast te komen”, vertelt Sien.

“Mensen in hokjes duwen, is voor mij onnatuurlijk. Uiteindelijk ben ik maar gewoon Sien”

Tijdens de coronaperiode vond Sien via onlineplatformen, zoals Tiktok, meer lesbische en queerrepresentatie en herkenning. “Door de lockdown leefde ik chronisch online en vond ik online voorbeelden van lesbiennes in wie ik mezelf kon herkennen. Als ik terugdenk aan de quarantaine van 2020 denk ik aan de zon en aan de regenboog”, lacht ze.

Na haar afstuderen kreeg ze een autismediagnose, die volgens haar ook een belangrijke rol speelt in hoe ze naar identiteit, labels en sociale normen kijkt. “Als vrouw met autisme denk ik niet in sociaal gevormde normen. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar mensen in hokjes duwen, is voor mij onnatuurlijk. Uiteindelijk ben ik maar gewoon Sien.”

Onderwijs schiet tekort

Volgens Sien schiet het onderwijs wel tekort op vlak van persoonsontwikkeling binnen de leerlingenbegeleiding. “Je wist wel dat de leerlingenbegeleiding er was om te helpen met studiemethoden en met leermoeilijkheden, maar ze zetten niet echt in op persoonsontwikkeling. Dat ervaarde ik wel als een gemis.”

Ook op vlak van inclusieve representatie is er nog ruimte voor verbetering. “Meer aandacht voor diverse seksuele oriëntaties en genderidentiteiten binnen verschillende vakken zou een veel inclusievere sfeer creëren. Relationele en seksuele vorming mag ook veel breder getrokken worden dan cisgender heterorelaties.” Dat zijn relaties tussen mensen van een verschillend geslacht van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht.

Tot slot pleit Sien voor bespreekbaarheid en transparantie van LGBTQIA+-thema’s: “Leerkrachten die zich open opstelden over hun geaardheid gaven me echt het gevoel dat ik welkom was. Maar helaas waren dat slechts individuele gevallen die daar openlijk voor durfden uitkomen.”

Hoe inclusief is het Vlaamse onderwijs vandaag? In deze reeks onderzoekt reporter Valentine Vanparys hoe LGBTQIA+-jongeren hun schooltijd beleven, welke uitdagingen middelbare scholen tegenkomen en waar kansen liggen om een veilige en inclusieve leeromgeving te creëren. Acht weken lang brengen we op vrijdag een nieuw verhaal, van persoonlijke getuigenissen tot diepgaande interviews en achtergrondreportages. Lees hier de andere artikels uit de reeks ‘Onderwijs zonder label‘.

Inclusie in de cultuursector? “Iedereen is welkom, maar zo voelt het niet”

Cultuurhuizen moeten een breder en diverser publiek aantrekken, maar tegelijk staan subsidies voor participatie- en inclusieprojecten onder druk. Volgens jongeren en experten voelen veel bezoekers zich daardoor nog steeds niet echt welkom in de sector.

Een zwarte bezoeker krijgt een zwarte stempel op haar hand tijdens een cultureel evenement. Wanneer ze later opnieuw binnen wil, ziet de security de stempel nauwelijks. “Dat lijken kleine dingen”, zegt inclusieve marketeer en auteur Hamza Ouamari, “maar zulke signalen bepalen of iemand terugkomt.”

De Vlaamse overheid wil cultuur toegankelijker maken voor een breder publiek. Tegelijk verdwijnen middelen voor organisaties die net op die participatie inzetten. Zo verliezen amateurkunstenorganisaties tot 13,5 procent van hun subsidies en vallen geplande steunmaatregelen voor kleine bovenlokale projecten weg. Kenniscentrum cultuuronderzoek geeft aan dat voor meer dan de helft van niet-bezoekers ‘zich niet thuis voelen’ of ‘het niet gewoon zijn’ een belangrijke reden is om niet te gaan. Daardoor ontstaat er dus een duidelijke tegenstelling: de overheid vraagt cultuurhuizen om inclusiever te werken, maar vermindert tegelijk de middelen waarmee ze dat kunnen doen.

“Je leert waar je wel en niet welkom bent”

Elise (21) zit al bijna haar hele leven in een rolstoel. Voor haar is cultuur meer dan vrije tijd. Ze schrijft, speelt toneel en houdt van woordkunst. “Cultuur is voor mij geen luxe,” zegt ze. “Ik heb het nodig.” Toch botst ze vaak op praktische drempels. Door haar beperking houdt ze voortdurend rekening met toegankelijkheid, onderweg, op school en in culturele ruimtes. Daardoor kiest ze vooral plekken waarvan ze weet dat ze haalbaar zijn.

Volgens Hamza Ouamari zit inclusie niet in goede bedoelingen, maar in wat bezoekers echt ervaren: “Hoe wordt iemand onthaald? Zijn er curatoren die op hen lijken, die verhalen brengen vanuit hun referentiekader? Of voelt het alsof je enkel de dominante norm binnenstapt?”

Voor een project stuurde Ouamari jongeren als ‘mystery visitors’ naar culturele instellingen. De jongeren kwamen geen grote incidenten tegen, maar wel veel kleine signalen. “Een zwarte bezoeker kreeg een zwarte stempel op haar hand en had daarna moeite om opnieuw binnen te komen omdat die nauwelijks zichtbaar was.”

Ook de inrichting van gebouwen speelt volgens hem mee. “Als er objecten vastgeplakt zijn aan tafels, krijg je het gevoel dat men verwacht dat jij iets zou stelen.” Volgens Ouamari stapelen die ervaringen zich op. “Het zijn bijna micro-agressies van de omgeving. Eén moment is nog te verdragen, maar als je de hele dag door herinnerd wordt aan je positie als ‘anders’, dan haak je op een bepaald moment af.”

Cultuur als iets wat je moet kennen

Samuel (27) is fotograaf en gebruikt cultuur om tot rust te komen en mensen te ontmoeten. Toch merkt hij dat cultuur niet vanzelfsprekend toegankelijk is. “Je moet weten waar en bij wie je moet zijn.” Die afstand herkent ook Seba (22). Hij werkt in de bouw en kijkt online naar architectuurvideo’s, maar ziet zichzelf niet als cultuurbezoeker. “Een museum binnenstappen? Dat doe ik gewoon niet.” Hij noemt het geen bewuste keuze. Culturele instellingen voelen voor hem ver weg. “Alsof ze niet voor mij bedoeld zijn.” Van jongs af aan focust Seba op werk en financiële zekerheid. Hij wil later een eigen huis kopen.

Tijdens de coronaperiode begon hij te drummen en gaf hij zelfs drumles aan zijn vriendin. Maar toen hij opnieuw voltijds werkte, verdween muziek opnieuw naar de achtergrond. Volgens Departement Cultuur, Jeugd en Media neemt ongeveer dertig tot veertig procent van de Vlamingen nauwelijks of geen deel aan klassieke cultuuractiviteiten. Onderzoek van Statistiek Vlaanderen bevestigt dat beeld. Vlamingen met een hoger diploma gaan twee tot drie keer vaker naar culturele activiteiten zoals musea of theater dan mensen met een lager opleidingsniveau. Volgens specialist onderzoek bij het LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst) Josefiene Poll wordt cultuur in veel instellingen nog altijd als neutraal voorgesteld, terwijl toegang sterk afhangt van sociale codes en achtergrond.

“Diversiteit op affiches is niet genoeg”

Volgens Ouamari zetten instellingen sterk in op zichtbaarheid. “Je ziet diversiteit op affiches en in video’s. Maar eenmaal binnen voelt de ervaring vaak anders dan verwacht.” Volgens het rapport van Digitaal Vlaanderen (Kunst & Erfgoed) haakt ongeveer 20 tot 25 procent van potentiële bezoekers af door onduidelijke communicatie of digitale drempels (tickets, websites, info).

Voor Alessia (25) gaat die drempel verder dan alleen communicatie. Haar ouders migreerden vanuit Italië naar België en kunst speelde altijd een belangrijke rol in haar leven. Toch moest ze haar kunstopleiding stopzetten omdat de kosten voor materialen te hoog opliepen. De combinatie van studeren en werken leidde uiteindelijk tot een burn-out.

Later werkte ze als onthaalmedewerker in een museum, maar ook van binnenuit bleef de culturele sector voor haar afstandelijk aanvoelen. “Ik voel me er nog altijd niet echt thuis”, vertelt ze. “Kunst wordt vaak op een elitaire manier gepresenteerd, terwijl ik kunst net associeer met iets huiselijks en verbindends.”

Samen met expert Ouamari spreekt ze in onderstaand audiostuk over inclusie en diversiteit in de cultuursector. Waarom voelen veel mensen zich nog niet aangesproken door culturele instellingen? Hoe kunnen minderheidsgroepen beter betrokken worden? En hoe zorg je ervoor dat diversiteit niet alleen zichtbaar is op affiches, maar ook voelbaar wordt in de praktijk?

Ook kunstenaar Mounir Eddib herkent dat spanningsveld. Hij werkte al rond het mijnverleden van zijn familie en vertrekt in zijn werk vanuit persoonlijke en collectieve geschiedenis.

Bij zijn solotentoonstelling in Z33 (Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur) in Hasselt kreeg hij veel persaandacht. Toch stoorde hij zich aan hoe media zijn verhaal brachten. In een artikel omschreef een journalist hem als ‘van medewerker bij Aldi tot kunstenaar’. Volgens hem leggen media en instellingen te veel nadruk op iemands achtergrond, in plaats van op het werk zelf. Hij wil erkend worden “zoals mijn ‘witte’ collega’s: met mijn naam, mijn werk en mijn praktijk. That’s it.”

“Ik denk dat we in oppervlakkige relevantie blijven steken,” zegt hij over hoe de sector met inclusie omgaat. Volgens Ouamari is het debat de voorbije jaren wel veranderd. “Tien jaar geleden ging het gesprek over: is diversiteit nodig? Vandaag gaat het over: wat moeten we doen?” Toch blijft de situatie volgens hem kwetsbaar. “Inclusie is ook het eerste waarop bespaard wordt.”

Beleid versus beleving

In de beleidsnota Cultuur 2024–2029 van Vlaams minister van Welzijn, Cultuur, Armoedebestrijding en Gelijke Kansen Caroline Gennez (Vooruit) ligt de nadruk op publiekswerking en maatschappelijke impact. Cultuurhuizen moeten niet alleen meer bezoekers bereiken, maar ook nieuwe doelgroepen aanspreken en hun maatschappelijke rol versterken.

Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt

Rachida Lamrabet (juriste en auteur)

In een schriftelijke reactie benadrukt het kabinet dat publieksverbreding daarom niet mag worden herleid tot cijfers. Cultuurorganisaties worden aangespoord om drempels weg te werken en ruimte te maken voor participatie, inspraak en diverse stemmen. Die visie wordt ook meegenomen in de beoordeling van subsidieaanvragen. Toch blijft onduidelijk hoe in de praktijk wordt gemeten of die inclusie ook effectief wordt ervaren. In de reactie worden geen concrete criteria genoemd die nagaan of bezoekers zich welkom voelen in cultuurhuizen, of hoe die beleving wordt opgevolgd of geëvalueerd. De nadruk ligt vooral op beleidsdoelstellingen en de instrumenten die organisaties moeten inzetten, niet op de vraag hoe het publiek die inspanningen ervaart.

Volgens juriste en auteur Rachida Lamrabet raakt de discussie precies dat spanningsveld. “Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt,” stelt ze. Zolang die vragen niet expliciet worden gesteld, blijft inclusie volgens haar vooral een beleidsbegrip, en minder een dagelijkse praktijkervaring. Ook inclusie-expert Hamza Ouamari wijst op dat verschil tussen intentie en beleving. “Iedereen zegt: we zijn inclusief en iedereen is welkom, maar dat betekent niet dat dat zo ervaren wordt,” zegt hij. De deur staat open, maar dat betekent nog niet dat iedereen zich ook echt welkom voelt.

Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.
Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.

Oekraïense jongeren studeren in België én in hun thuisland: “Ik wilde niet dat al mijn moeite verloren ging”

Veel Oekraïense studenten studeren aan twee universiteiten: één fysiek hier in België en één via een scherm in hun thuisland. Ze bouwen aan een toekomst terwijl ze hun band met Oekraïne behouden. Waarom kiezen ze voor dit parcours? Hopen ze ooit terug te keren? Is er angst dat een Belgisch diploma straks na de oorlog niet wordt erkend in hun thuisland?

Voor veel Oekraïense studenten in België is een dubbelleven een dagelijkse realiteit: fysiek studeren in België en online studeren in hun thuisland. Yelyzaveta (21) uit Kiev is een voorbeeld van een student die balanceert tussen twee studies tegelijk. Ze studeert fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Tegelijk volgt ze online filmregie in Oekraïne. Omdat ze momenteel op vakantie is in Georgië en ze het al gewend is om zaken digitaal te regelen, vertelt ze haar verhaal via Teams.

“Ik verliet Kiev twee weken na de Russische invasie in 2022 en verhuisde naar Berlijn. Daar studeerde ik voor een semester, maar het was niet echt mijn ding. Ik was toen ook nog erg jong”, vertelt ze. Na drie jaar in Berlijn, verhuisde ze naar België. Sinds september woont Yelyzaveta in Antwerpen, net op het moment dat het academiejaar van start ging, terwijl ze nog steeds filmregie in Oekraïne studeerde. “Ik wilde niet dat alle tijd en moeite die ik in mijn opleiding heb gestoken, verloren ging, en ik wilde meerdere diploma’s hebben. Dus dacht ik: misschien kan ik twee opleidingen combineren.” Maar dit dubbelleven is geen lachtertje, vindt Yelyzaveta. “Het is uitputtend, vooral omdat de uurroosters elkaar voortdurend in de weg zitten. Het is dus zeker niet voor iedereen weggelegd.” Die overlappende uurroosters zorgen ervoor dat ze noodgedwongen keuzes moet maken in haar dagelijkse planning, wat voor stress zorgt. “De lessen aan de universiteit in Oekraïne, woon ik daarom niet bij.”

Volgens Oekraïens freelance journalist Iryna Gryshchenko is dit fenomeen zeker niet zeldzaam. De coronapandemie zit er zeker voor iets tussen, legt ze uit. “Iedereen begon van alles online te doen, voor Oekraïners is dat nooit gestopt.” Dat is niet de enige reden die Gryshchenko ziet. Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, mochten jongens het land niet uit. “Eerst lag de leeftijdsgrens op 18 jaar, nu op 23.” Ook de omgekeerde weg was volgens haar onmogelijk. “Jongens die al in het buitenland woonden, konden niet even terug naar Oekraïne, omdat ze er dan moesten blijven.”

Band met Oekraïne

Een andere logische reden voor studenten om hun studie in Oekraïne online voort te zetten, is volgens Iryna dat ze er simpelweg al aan begonnen waren toen de oorlog uitbrak, maar door het escalerende conflict halsoverkop moesten vertrekken. “Ze waren misschien net begonnen met hun studie of zaten er middenin toen ze Oekraïne moesten verlaten. Bovendien bracht verhuizen naar een nieuwe omgeving en een nieuw land al genoeg stress met zich mee, dus proberen ze op die manier de band met hun thuisland te behouden. Sommigen willen waarschijnlijk ooit terugkeren naar Oekraïne. Zonder een afgewerkt Oekraïens diploma wordt het moeilijker om daar werk te vinden of verder te studeren.” Het combineren van twee studies is allesbehalve eenvoudig, en de taalbarrière werpt nog een extra drempel op. Niet elke opleiding in België wordt in het Engels aangeboden, legt Iryna Gryshchenko uit. Dat betekent dat studenten bovenop hun drukke studieschema nog Nederlands moeten leren.

Drie studenten, drie verhalen

Op een zonnige woensdagnamiddag vertellen drie Oekraïense studenten in een koffiebar op de Keyserlei in Antwerpen hun verhaal. Oleksander Yakovenko (19), die liever met zijn bijnaam Sacha wordt aangesproken, neemt meteen het woord. Hij heeft net zijn vierjarige opleiding Elektrotechniek in Oekraïne online afgerond. Tegelijkertijd studeerde hij in Antwerpen bij Belukra, een school met Oekraïense studenten en docenten die het Belgische curriculum volgt. Momenteel werkt hij bij de sociale kledingwinkel Binnenste Buiten, samen met Viktoriia (25).

Onderweg naar een koffiebar op de Keyserlei vertelt Sacha dat Alisa Fomenko (19) zijn vriendin is. De twee hebben elkaar in België leren kennen op Belukra en wonen nu samen op Linkeroever. Hoewel Sacha al vier jaar in België is, verblijft Alisa hier nog maar drie jaar. Ze is afkomstig uit Rubizhne in de door Rusland bezette regio Loehansk en heeft dus geen mogelijkheid om terug te keren. “Mijn vriendin is haar huis en haar thuis kwijt”, vertelt Sacha. Zelf is ze erg stil en luistert ze vooral. Ze zegt dat ze Nederlands en Engels verstaat, spreken vind ze nog moeilijk. De afgelopen drie jaar heeft Alisa online haar secundair onderwijs afgemaakt in Oekraïne terwijl ze ook aan Belukra studeerde.

Viktoriia, Sacha’s collega, is oorspronkelijk uit de stad Tsjerkasy. Ze volgde een bachelor Internationale Economie in Oekraïne, maar vertrok in haar vierde en laatste jaar van de opleiding naar België. “Toen de oorlog uitbrak, moest ik beslissen wat ik wilde doen: mijn studie in Oekraïne afmaken of vertrekken. Ik heb verschillende studies bekeken, maar de Belgische waren de beste, daarom kwam ik naar hier.” Sinds 2022 combineerde Viktoriia een studie bedrijfskunde aan Universiteit Antwerpen (UA) met haar Oekraïense master Internationale Economie, die ze online afrondde terwijl ze op de UA de lessen op de campus volgde. “De combinatie was erg zwaar. Ik had ook veel examens.”

“Je moet altijd aan je toekomst denken”

Bij de vraag waarom ze hun opleiding in Oekraïne toch wilden afwerken terwijl ze hier ook een studie volgden, klonk gelach. “Ik hou van mijn universiteit en ik wilde iets doen voor mijn land. Echt patriottisch, ik weet het”, blikt Viktoriia terug. Sacha had daarentegen andere redenen om door te zetten. Zoals journaliste Iryna eerder aanhaalde, moeten jongens vanaf de leeftijd van 23 in Oekraïne blijven. “Je moet altijd aan je toekomst denken”, zegt hij nuchter. “Het kan zomaar zijn dat België of Oekraïne plots beslist dat ik terug moet, mochten er meer mannen nodig zijn voor de oorlog.” “Deportatie”, voegt Viktoriia er luchtig aan toe. Een binnenlands diploma is voor hem een noodzakelijk vangnet voor het geval hij moet terugkeren naar zijn thuisland. “Als België beslist dat we hier kunnen blijven, dan wil ik blijven. Zo niet, dan ga ik terug naar Oekraïne. Als ik word teruggestuurd, dan moet ik een Oekraïens diploma hebben om daar een job te kunnen vinden”, redeneert hij.

Ook Viktoriia ziet zichzelf nog een tijdje in België wonen. “Het was altijd mijn droom een deel van mijn leven in het buitenland te wonen, maar ik hou van mijn moederland. Ik heb geen probleem om terug te keren.” Voor Alisa zit het anders. De keuze wordt voor haar gemaakt. Haar geboortestad ligt in bezet gebied, waardoor terugkeren voor haar geen optie is.

De harde realiteit op de Belgische arbeidsmarkt

Met een Oekraïens diploma kan je niet gegarandeerd werk vinden in België, zegt Viktoriia. Dat is voor haar ook een belangrijke factor in de keuze om in België te studeren. “Ik ken veel Oekraïners uit de taalcursus die geen werk kunnen vinden. Dat waren ervaren dokters en ingenieurs.” De diploma’s hier in België en Oekraïne zijn dus niet altijd gelijk. “Ze worden niet altijd erkend”, pikt Sacha in. Hij klinkt verontwaardigd. “Om als arts te werken in België, moet je examens afleggen en bijstuderen. Die mensen hebben carrière gemaakt in hun thuisland en wel vijf tot zeven jaar gestudeerd. Dat heeft veel geld en tijd gekost. Dan komen ze naar België en moeten ze alles opnieuw opbouwen”, vertelt hij. “Om te studeren moet je ook het juiste niveau van Nederlands behalen door lessen te volgen, wat ook heel moeilijk is, zeker voor oudere mensen”, voegt Viktoriia ten slotte toe.

De realiteit van de dag dwingt de studenten om het gesprek af te ronden. Hun drukke schema laat weinig ruimte voor pauze, want de volgende verplichting staat al te wachten: de les Nederlands.

Ellen Renson: “Het jeugdhulpverleningsaanbod in België is nog té ontoereikend”

Ellen Renson is sinds 2020 directeur van Jeugdhulp Don Bosco Limburg. Als moeder van twee kinderen zet ze zich dagelijks vol passie in voor de organisatie. Dat gaat niet zonder uitdagingen. Door het groeiende plaatsgebrek in de jeugdzorg neemt de druk toe, en dat vraagt om nieuwe perspectieven en veranderingen.

Hoe ben je in de jeugdzorg terechtgekomen?

“Ik heb eigenlijk een heel pad afgelegd. Door mijn leermoeilijkheden was mijn schoolloopbaan nogal een bumpy road, maar toen ben ik op de Kunsthumaniora in Brussel terechtgekomen. Dat heeft veel voor mij betekend in de zoektocht naar zelfvertrouwen en ontplooiing.

Ik voelde al snel dat ik de wereld wilde verbeteren. Daarom heb ik maatschappelijk werk en eventmanagement gestudeerd. Mijn stages hebben mij sterk gevormd. De laatste stage was bij Amnesty International, waar ik nadien kon starten als campagnecoördinator. Na de geboorte van mijn dochter wilde ik dichter bij huis gaan werken en ging ik aan de slag bij Stad Hasselt als coördinator integratiedienst- en wijkopbouw. Tijdens mijn loopbaan kwam ik veel in aanraking met moeilijke thuissituaties en de jeugdhulp, wat mij inspireerde. Ik voelde dat dat de richting was die ik uit wilde.”

“Ik wilde de wereld verbeteren”

Wat doet Jeugdhulp Don Bosco Limburg?

“Wij zijn een jeugdhulporganisatie met zes deelwerkingen. We hebben twee leefgroepen: De Weijers en Het Jongenstehuis. Daar verblijven jongeren die niet thuis kunnen wonen. We bieden hier ook contextbegeleiding aan. We hebben één dagcentrum De Passer, waar we met de jongere en het gezin werken aan pedagogische- en groeimogelijkheden. Ook hebben we een huis voor niet-begeleide minderjarigen: Verde, waar jongeren op zelfstandigheid worden getraind. Als laatste hebben we twee LeOnhuizen waar we gezinnen ondersteunen in hun schoolloopbaan en talentontwikkeling.”

Een job met erg veel variatie dus! Hoe ziet een typische werkdag eruit voor jou?

“Goh… veel vergaderen! (lacht) Ik probeer elke maand minimum één keer aan te haken bij een deelwerking via een teamvergadering. Zo houd ik voeling en denk ik mee met de collega’s over grote uitdagingen. Op vzw-niveau zitten we ook regelmatig samen met de directies. Daarnaast volg ik zowel de personeels- als de financiële uitdagingen mee op. Aangezien niet al onze werkingen gesubsidieerd zijn, gaat er ook veel tijd naar netwerking in functie van nieuwe inkomsten.”

Wat zijn de grootste uitdagingen die je ervaart binnen jouw functie?

“Wat ik een heel grote uitdaging vind naast het financiële, is het mentale evenwicht binnen het personeelsluik. Wij worden dagelijks geconfronteerd met heel emotionele thema’s. Kinderen hebben al zoveel meegemaakt en dat zorgt vaak voor moeilijke situaties. Groei gaat vaak gepaard met weerstand. Dat is bij mijn eigen kinderen ook zo en eigen aan opgroeien, maar in groepen komen al die situaties samen. We proberen een evenwicht te zoeken en een veilige, gezonde omgeving te bieden. De medewerkers moet er blijven staan zonder te crashen, dag in dag uit.”

“Ik moet mijn hoofd stroomlijnen en daar heel bewust mee omgaan”

Je vermeldde dat jouw beperkte concentratie en dyslexie een impact hadden op je schoolcarrière. Merk je daar nu nog een grote invloed van?

“Absoluut! Ik moet alles opschrijven en werk met een agenda waarin ik alles probeer vast te houden, al vergeet ik nog soms dingen. Ik doe ook aan hartcoherentie: elke dag tien minuten ademhaling voor ik uit bed ga, dan werkt mijn hoofd beter.

Het heeft natuurlijk ook voordelen. Ik ben creatief en kan snel denken. Maar ik moet mijn hoofd stroomlijnen en daar heel bewust mee omgaan. Dyslexie kan je trainen. Tenzij ik echt héél moe ben, dan loopt het in de soep, maar dan heb ik nog altijd de Spellingscheck.” (lacht)

Groeiend plaatsgebrek

Er wordt vandaag veel gesproken over het almaar groter wordende plaatsgebrek binnen de jeugdhulp. Hoe merk je dat in jouw dagelijkse werking?

“We merken dat kinderen, voor ze bij ons terechtkomen, al een lange wachttijd achter de rug hebben. Ook zien we dat situaties feller ontspoord zijn dan tien à vijftien jaar geleden. Hoe langer er gewacht wordt, hoe complexer de casussen. De vraag naar opvang is zo urgent dat wij soms meermaals per week gebeld worden met de vraag of er nog een plekje vrij is. De wachtlijsten zijn gewoon té lang.”

Wat gebeurt er wanneer een jongere dringend hulp nodig heeft maar er geen plek is?

“Veel hangt af van het netwerk rond het gezin. Is er familie of zijn er andere mensen die kunnen helpen? Heeft het kind hobby’s? Is de school of het CLB betrokken? In afwachting tot de juiste hulp wordt er zo gezocht naar een tijdelijke overbrugging zodat het gezin ontlast kan worden. Maar in de realiteit moeten gezinnen lang wachten en zijn ze vaak aangewezen op zichzelf.

Er zijn de laatste jaren ook rechtstreeks toegankelijke initiatieven opgestart zoals Eén gezin één plan (1G1P)en onthaalpunt DOETERTOE. Daar kan de jongere zelf, of eender wie ongerust is over een jongere, zich aanmelden. De medewerkers onderzoeken dan de situatie en zoeken gepaste hulp.”

Hoe komt het dat het plaatsgebrek zo groot is geworden?

“Gezinnen zijn tegenwoordig meer in transformatie. Hoewel ik het een goede zaak vind dat het traditionele gezin niet meer de maatstaf is, zijn kinderen daardoor soms minder vertegenwoordigd. Veranderende gezinssamenstellingen brengen meer kansen op moeilijkheden en risico’s. Ook complexe vechtscheidingen zijn fundamenteel schadelijk voor kinderen, en die komen nog té vaak voor.”

Denk je dat de problematiek van jongeren ook een meespelende factor is in het plaatsgebrek?

“We merken dat veel meer kinderen een label hebben, zoals ADHD of autisme. Ik zou misschien ook wel een label gekregen hebben. (lacht)

Kinderpsychologen zijn vaste partners geworden. De oorzaak van die ‘problematieken’ is nog niet helemaal duidelijk. Er is in ieder geval meer aandacht voor en dat is een goede zaak. Het speelt dus zeker mee.”

Wat moet er structureel veranderen om het plaatsgebrek aan te pakken?

“Veel meer flexibel schakelen. Momenteel zitten veel jongeren nog té lang in een leefgroep, maar dat kan anders. We moeten meer inzetten op kortere begeleidingstrajecten en sneller terug naar huis werken waar mogelijk. We doen dat al, maar het kan nóg beter. Daarnaast moet er een laagdrempelig en preventief hulpaanbod zijn nabij gezinnen. Zowel het Huis van het Kind als de LeOnhuizen zijn hier voorbeelden van. Er moet ook bijkomend geïnvesteerd worden door de overheid in verblijf. Het jeugdhulpverleningsaanbod in België is nog té ontoereikend.”

Wat motiveert je om dit werk te blijven doen?

“Ik doe het gewoon heel graag. Ik ben écht een ‘kindermie’. Als er ergens kindjes voorbijkomen, dan ben ik al blij. ‘Allez, daar is ze weer’, zie ik hem dan denken.(lacht)

Ik werk voor een heel fijne organisatie met waarden die aansluiten bij wie ik zelf ben. Hoewel ik zelf niet religieus ben, bewonder ik het werk van Don Bosco enorm. Ik ben heel fier om die nalatenschap verder te zetten.”

Dit zijn de zes jonge talenten die meedoen aan het WK voetbal

Nu het wereldkampioenschap voetbal voor de deur staat, zijn alle ogen gericht op de grote sterren. Voetballers Neymar, Harry Kane, Lionel Messi en Cristiano Ronaldo zijn uiteraard van de partij. Maar er loopt ook genoeg opkomend talent rond dat nog relatief onbekend is bij het grote publiek. Voor de meeste van die jonge voetballers is het hun allereerste WK en is het dé perfecte kans om zich te meten met de absolute wereldtop.

Het WK gaat vandaag, 11 juni, van start. Het is het grootste voetbalkampioenschap en gaat om de vier jaar door, telkens in een ander gastland. Deze editie wordt voor het eerst in de geschiedenis gespeeld in de Verenigde Staten, Mexico en Canada en zal met 48 landen gespeeld worden. Voor verschillende jonge spelers is het de eerste keer dat ze meedoen aan het wereldkampioenschap.

Gilberto Mora

De jongste speler op dit wereldkampioenschap is Gilberto Mora. De amper zeventienjarige Mexicaan heeft de selectie gehaald. Voor sommigen was dat verrassend, maar wel terecht. De aanvallende middenvelder komt in eigen land uit voor Club Tijuana. Vorig seizoen verscheen hij in de geschiedenisboeken als jongste doelpuntenmaker van de Mexicaanse Liga MX. De technisch en tactisch sterke Mora debuteerde in 2025 al voor de Mexicaanse nationale ploeg. Nu krijgt de spelmaker op het allerhoogste podium de kans om zijn talent aan de hele wereld te tonen.

Nico Paz

De Spaans-Argentijnse middenvelder Nico Paz komt uit voor de Argentijnse nationale ploeg en zal samen met Lionel Messi het middenveld delen. De 21-jarige speler begon zijn voetbalcarrière in het Spaanse CD San Juan. Na een tussenstop bij CD Tenerife in 2016 werd hij weggeplukt op elfjarige leeftijd door Real Madrid. Na zijn debuut in de Champions League voor ‘De Koninklijke’, de bijnaam van Real Madrid, koos hij twee jaar geleden voor een tussenstap bij Como 1907 bij Italië. Onder de vleugels van trainer en voormalig Spaans wereldkampioen Cesc Fàbregas is Paz in de Serie A uitgegroeid tot een ware sensatie. Met die bagage op zak is de middenvelder klaar om zich definitief tussen de wereldtop te vestigen.

Luka Vuskovic

Luka Vuskovic zal deze zomer ook zeker de aandacht trekken. Hoewel de Kroatische centrale verdediger pas negentien jaar is, speelt hij met de ervaring van een gevestigde waarde aan de top. Als jongste doelpuntenmaker ooit bij Hajduk Split schreef hij geschiedenis, waarna het Engelse Tottenham Hotspur al snel de portemonnee trok. Na een leerrijk jaar in België bij Westerlo, speelde de verdediger zich afgelopen seizoen in de schijnwerpers bij Hamburger SV met zijn sterke duels en scorend vermogen bij standaardsituaties. In 2025 debuteerde hij voor de nationale ploeg en hielp hij Kroatië eigenhandig naar dit eindtoernooi. Dit WK belooft zijn definitieve internationale doorbraak te worden voor het oog van de hele wereld.

Bilal El Khannouss

Wie ook klaarstaat om dit wereldkampioenschap in vuur en vlam te zetten, is Bilal El Khannouss. Hoewel de 22-jarige Marokkaanse Belg werd geboren en opgroeide in België, koos hij met zijn hart voor de ‘Leeuwen van de Atlas’, bijnaam voor de Marokkaanse nationale ploeg. De middenvelder, die zijn jeugdopleiding genoot in RSC Anderlecht en later debuteerde in het eerste elftal bij KRC Genk, maakte al furore in de Belgische Jupiler Pro League. Hij won de prestigieuze Gouden Schoen voor Beste Jongere, en maakte in 2024 de overstap naar de Premier League bij Leicester City. Op dit moment speelt hij bij het Duitse VfB Stuttgart. El Khannouss mocht zijn debuut maken bij de Marokkaanse nationale ploeg in 2022 tijdens de troostfinale van het WK 2022 in Qatar op amper achttienjarige leeftijd.

Nico O’Reilly

Een speler die zich ook al in de kijker speelde bij zijn club, is Nico O’Reilly. De 21-jarige Engelsman uit Manchester stroomde door vanuit de jeugdopleiding van Manchester City, waar hij al vroeg opviel. De veelzijdige linksachter, die ook als middenvelder uit de voeten kan, maakte in 2024 zijn debuut in het eerste elftal van de Citizens. Sindsdien groeide hij uit tot een van de grootste talenten van de club. Met zijn techniek, fysiek en scorend vermogen speelde hij zich ook in de kijker bij de Engelse nationale ploeg. In 2025 maakte hij zijn debuut voor het Engelse nationale team. O’Reilly wordt door velen gezien als een van de meest veelbelovende spelers van zijn generatie en lijkt klaar om zich op dit wereldkampioenschap aan de hele wereld te tonen.

Yan Diomande

Diomande is een naam die misschien nog niet bij iedereen een belletje doet rinkelen, maar die op dit WK zijn grote doorbraak kan beleven. De negentienjarige Yan Diomande werd geboren in Abidjan in Ivoorkust en bracht een deel van zijn jeugd door in de Verenigde Staten. In juli 2025 tekende hij een vijfjarig contract bij RB Leipzig, waar de snelle buitenspeler meteen indruk maakte. Hij werd op zijn negentiende de vierde jongste speler ooit die dubbele cijfers haalde van doelpunten in één Bundesliga-seizoen.

De flank met een scherp oog voor doel maakte zijn debuut voor Ivoorkust in oktober 2025 en heeft sindsdien negen caps en drie interlanddoelpunten op zijn naam staan. Dit WK is voor Diomande dé kans om de stap naar de absolute top te zetten.

Factcheck: viraal filmpje over Amerikaanse aanval op Iran blijkt oude beelden uit Rusland te tonen

Een video van een zware explosie gaat momenteel viraal op social mediaplatform X, met de claim dat de Verenigde Staten Iran hebben aangevallen. De beelden worden massaal gedeeld en zorgen voor onrust, zeker gezien de geopolitieke spanningen in de regio. Maar wat op het eerste gezicht lijkt op breaking news, blijkt bij nader onderzoek een volledig verkeerd geïnterpreteerde gebeurtenis.

Op het socialmediaplatform X, het voormalige Twitter, circuleert momenteel een video waarin wordt beweerd dat de Verenigde Staten een aanval hebben uitgevoerd op Iran. De beelden worden onder meer gedeeld door het account ‘Israel Army’. Volgens de bijhorende claim zouden Iraanse militaire bases zwaar beschadigd zijn geraakt door luchtaanvallen, en zouden meer dan honderd soldaten gewond zijn geraakt. De spectaculaire explosie in de video wordt daarbij gepresenteerd als bewijs van deze vermeende aanval. Maar die bewering klopt niet.

De video toont geen militaire actie in Iran, maar een incident dat plaatsvond in Rusland. Op 12 oktober 2024 ontplofte een gastank bij een tankstation in Grozny, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië. De explosie veroorzaakte een grote brand en had zware gevolgen: een brandende tankwagen werd door de kracht van de ontploffing in de binnenplaats van een woongebouw geslingerd. Volgens officiële bronnen kwamen minstens vier mensen om het leven, onder wie twee kinderen, en raakten meerdere anderen gewond. Over het incident berichtten verschillende internationale media, waaronder ABC News en VOA News.

De beelden werden geverifieerd via visuele analyse en openbronnenonderzoek. Met hulpmiddelen zoals Google Lens werden gelijkaardige beelden opgespoord. Die zoekopdracht leidde echter niet meteen naar het exacte incident. Ook reacties onder de oorspronkelijke posts boden nuttige aanwijzingen. Verschillende gebruikers verwezen naar Tsjetsjenië als locatie. Met specifiekere zoekopdrachten werden vervolgens betrouwbare nieuwsartikels gevonden die dezelfde gebeurtenis en beelden beschreven.

Blauw vinkje

Het profiel ‘Israel Army’ is voorzien van een blauw vinkje. Dat betekent dat het profiel geverifieerd is. Het feit dat de video werd gedeeld door een account met een blauw vinkje kan de indruk wekken dat de informatie betrouwbaar is, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Op X kan een blauw vinkje tegenwoordig verkregen worden via een betaald abonnement, zoals X Premium. In tegenstelling tot vroeger betekent zo’n vinkje dus niet automatisch dat een account officieel, betrouwbaar of geverifieerd is door het platform op basis van identiteit of geloofwaardigheid. Daardoor kunnen ook accounts die geen officiële bron zijn, of zelfs misleidende informatie verspreiden, toch een ogenschijnlijk ‘geverifieerde’ status hebben.

Dat maakt het extra belangrijk om niet alleen af te gaan op visuele signalen zoals een blauw vinkje, maar vooral te kijken naar de inhoud en de bron van de informatie zelf. Ook bij accounts die betrouwbaar lijken, blijft kritische controle noodzakelijk.

Zo’n zeven uur nadat ‘Israel Army’ de video postte werd het account opgeschort. Pas daarna was op het profiel te zien dat het om een parodie-account gaat.

Screenshot Parodie-account Israel Army op X. Geraadpleegd op 11 juni 2026. Bron: X

Younes Boukichou, het jong talent van Mons-Hainaut

Younes Boukichou verhuisde al op zijn vierde van Marokko naar België. Achttien jaar later staat hij aan het begin van zijn carrière en verzamelt hij zijn eerste speelminuten op het hoogste niveau bij Union Mons-Hainaut. Hij is de broer van Khalid Boukichou, een van de succesvolste spelers in de Belgische basketbalgeschiedenis.

Naar welke spelers keek je als kind op?

“Om eerlijk te zijn, keek ik niet echt naar iemand op. Ik speel graag basketbal omdat mijn broer het deed en ik wou hetzelfde doen als hij. Daarbuiten had ik geen idool. Ik was natuurlijk wel fan van LeBron James en Stephen Curry, maar ik zag hen niet als idolen.”

Heb je veel van je broer geleerd?

“We spelen niet op dezelfde positie, hij speelt als center, ik als point guard. Hij is wel mijn idool. Ik wou pro worden zoals hij en met geluk en hard werken is het me gelukt. Ik hoop ooit beter te worden dan Khalid, maar dat zal moeilijk zijn.”

Je speelt ook bij de Marokkaanse nationale ploeg. Hoe is het om te spelen van een land waar je niet bent opgegroeid?

“Ik ben echt fier. Ik weet niet goed hoe ik het moet beschrijven. Het is echt een ander gevoel om het tenue van je land aan te trekken. Dat geeft een krachtig gevoel. Wat mijn debuut tegen Senegal nog onvergetelijker maakt, is dat het ook mijn eerste profervaring was. Het was ook de eerste keer dat mijn broer en ik samen speelden. Ik speelde toen ook samen met Ayoub Nouhi, met wie ik ben opgegroeid. Al dit maakte het nog specialer voor mij. Ik heb bij de nationale ploeg al veel goede herinneringen gemaakt. Khalid heeft zowel voor Marokko als België gespeeld. Momenteel ben ik volledig toegewijd aan Marokko, maar als België zou bellen, weet ik niet of ik nee zou zeggen. Je weet nooit wat de toekomst brengt.”

Sport op hoog niveau vraagt veel opoffering. Hoe ervaar jij dit?

“Ik ervaarde wel moeilijkheden hiermee, aangezien ik op mijn veertiende het huis verliet om op internaat te gaan in Jambes bij Namen. Ik zag mijn familie niet veel in die periode. Je gaat veel om met andere jongeren, hier leer je veel van. Ik denk dat je daardoor je persoonlijkheid sneller ontwikkelt. Dit hoort erbij als je professional wil worden. Je moet ermee leren omgaan.”

Waar zie je jezelf over vijf jaar?

“Ik zie mezelf in Frankrijk spelen. Het zou mooi zijn als ik in de tweede, misschien zelfs eerste, klasse kan spelen. Dat zou een droom voor mij zijn. Mijn broer heeft er ook zes jaar lang gespeeld. Het is een hoog niveau en ik zou daar graag willen spelen.”