Dansen zonder grenzen: het verhaal van Amarachi

Dahnyel M. (26), beter bekend als Amarachi, groeide op in Gwhana, maar voelde zich daar nooit helemaal vrij om zichzelf te zijn. In 2019 kwam hij in België terecht, waar hij vandaag werkt aan een carrière als danser. Onlangs stond hij in het nieuwe seizoen van So You Think You Can Dance.

Hoe zag je jeugd in Ghana eruit?

“Mijn leven in Ghana was eigenlijk comfortabel. We woonden in een goede buurt en iedereen was vriendelijk, maar ik heb me nooit helemaal kunnen aanpassen aan de Ghanese cultuur. Ik moest verstoppen wie ik echt ben. Toen ik aan enkele vrienden in Ghana durfde vertellen dat ik op jongens val, zeiden ze dat het een zonde was en dat ze voor mij gingen bidden. Omdat ze het doorvertelden, werd ik meermaals naar een priester in een katholieke kerk gestuurd. Daarnaast was ik door mijn vrouwelijk kantje ook een makkelijk doelwit voor pesterijen op school.”

Wanneer werd dans belangrijk voor jou?

“Ik ben rond mijn zestiende serieuzer beginnen dansen, toen voelde ik dat het meer werd dan een hobby. Ik wilde er professioneel iets mee doen. Ik wilde daarom ook graag dans studeren, maar mijn vader weigerde. Ik werd door hem verplicht om politicologie en Spaans te studeren, maar ik spijbelde en sloop altijd naar de afdeling performing arts, gewoon zodat ik kon dansen met andere studenten daar. Dansen is vanaf toen een erg belangrijk element in mijn leven geworden.”

Op weg naar België

Waarom besloot je Ghana te verlaten?

“Ik wist altijd al dat ik wilde vertrekken, Ghana kon mij niet bieden wat ik écht wou. Ik wist dat Europa een plek voor mij zou zijn waar ik mezelf en mijn homoseksualiteit meer kon uiten. Ik vertrok eerst naar Spanje en kwam daarna, via een asielaanvraag, in België terecht. Ik diende mijn aanvraag in 2019 al in, maar het wachten duurde lang, zeg maar gerust drie jaar.”

Wat maakte België anders voor jou?

“Voor mij betekende België meer vrijheid, hier kon ik gewoon hand in hand met mijn ex-vriend wandelen en niemand keek er vreemd van op. Dat contrast met Ghana is groot, thuis zou ik daar veel negatieve reacties voor krijgen, soms zelfs fysieke. Op sommige plekken worden er zelfs stenen naar je hoofd gegooid, soms ging het zelfs nog verder. Ook mijn naam veranderde mee met mijn nieuwe leven, mensen begonnen me Amarachi te noemen en dat vond ik écht bij mij passen. Amarachi is mijn tweede naam, mijn voornaam is Dahnyel.”

Dansen zonder school

Hoe heb je jezelf leren dansen?

“Mijn ambitie voor dans startte in Ghana voor het televisiescherm, ik begon naar een Canadese tv-serie te kijken en ging dan de danspassen kopiëren die ik daar zag. Later ging ik op YouTube op zoek naar tutorials. Ik leer heel visueel, als ik iets zie kan ik min of meer uitzoeken hoe ik mijn lichaam dat moet laten doen. Ik gaf nooit op en mensen begonnen mij via sociale media uiteindelijk te kennen, een jaar later kreeg ik al dansjobs.”

Hoe heb je dans gecombineerd met je beginnende leven in België?

“Toen ik in België aankwam, had ik geen geld, geen job en geen identiteitskaart. Ondanks mijn schaarse middelen vond ik in Sint-Niklaas een balletstudio, waar ik enkele gratis lessen mocht volgen. Via Instagram kwam ik later ook terecht bij de dansgroep CompAni-One. Toch blijft het zwaar om alles alleen te doen, mijn grootste uitdaging is dat ik hier alleen ben. Soms is het kiezen tussen overleven en dansen, ik heb hier op mijn eigen houtje in een leven moeten opbouwen. Ik heb mijn ouders sinds ik uit Ghana vertrok ook niet meer gezien, dat is ondertussen al acht jaar geleden.”

Wat betekent het voor jou dat je zo ver bent geraakt met minieme opleiding?

“Mijn hele leven heb ik het gevoel gehad dat ik iets moest bewijzen en daarom blijft ik streng voor mezelf. Uiteindelijk ben ik gewoon dankbaar voor wat mijn lichaam kan, zowel tijdens het dansen als zelf mijn mannetje kunnen staan. Tijdens mijn auditie voor So You Think You Can Dance wou ik super graag door naar de volgende ronde, en dat lukte me. Ik was enorm blij dat mijn werk gezien werd en dat ik aan de mensen thuis de kans krijg om tonen wat ik in mijn mars heb.”

Öykü Uslu: “Ik heb mijn best gedaan, maar mensen maken het je niet gemakkelijk”

Op 26-jarige leeftijd liet Öykü Uslu Turkije achter zich om in België een nieuw leven op te bouwen. Het was een zoektocht naar professionele kansen, maar onderweg moest ze doorzetten, zo ontdekte ze wie ze echt was. Vandaag werkt ze als huisarts en kijkt ze terug op een traject vol uitdaging, maar ook groei. “Mijn thuis is nu hier.”

Je bent al vroeg uit huis gegaan. Hoe kwam dat?

“Ik kom uit Bodrum. Dat is een kleine stad, een dorp eigenlijk, al is het een gekende toeristische plaats. Ik had altijd het gevoel dat ik daar niet echt succesvol kon zijn. Ik wilde meer doen, ergens anders naartoe gaan. Daarom ben ik op mijn veertiende vertrokken naar een grotere stad, Izmir, om naar de middelbare school te gaan.”

Hoe was die ervaring?

“Het was niet gemakkelijk. Ik verbleef daar in een soort internaat, met zestien meisjes in één kamer. Maar het heeft mij wel gevormd. Daarna ben ik op mijn achttiende naar Istanbul gegaan om geneeskunde te studeren. Eigenlijk ben ik dus al van jongs af aan op zoek naar meer kansen en een grotere wereld.”

Een nieuwe start

Wanneer heb je beslist om naar België te verhuizen?

“Dat is lang geleden (denkt na). Dat zal 2018 geweest zijn. Ik ben in Turkije afgestudeerd en heb daar anderhalf jaar gewerkt als basisarts. Ik wilde mijn horizon verbreden en besloot om te emigreren. Ik solliciteerde voor jobs in België, Nederland en Duitsland. Mijn partner ging naar Nederland voor een master, dus dacht ik: ik zal ook ergens vlakbij iets zoeken. Uiteindelijk kreeg ik antwoord van UHasselt.”

Hoe was die eerste periode hier?

“De reis zelf was niet zo moeilijk, maar integreren was niet zo makkelijk. Ik sprak geen Nederlands en voelde me een buitenbeentje. Tijdens de middagpauze op het werk sprak niemand Engels en was ik de enige die geen woord Nederlands sprak.”

Werd je warm ontvangen of heb je hard moeten vechten voor een plaats?

“Een combinatie van de twee, maar ik heb vooral hard moeten vechten. Ik had de indruk dat mensen hier niet zo gemakkelijk vrienden maken. Op het werk voelde ik zo’n grens: we zijn collega’s, maar niet echt vrienden. Dat was voor mij choquerend.

Voor mijn doctoraat zat ik voortdurend in het labo. Dat was totaal anders dan wat ik had gestudeerd, ik had nog nooit zoiets gedaan dus moest ik alles leren van nul. In het begin liep het onderzoek niet zo goed, daardoor werd ik meer uitgesloten door mijn collega’s. Ik herinner me zelfs een dag dat iedereen samen ging eten en ik van niets wist. Dat voelde echt als: je hoort er niet bij. Maar na een jaar ging het beter met het onderzoek en werd ik wel uitgenodigd. Dat vond ik een beetje hypocriet.”

Een nieuwe richting

Hoe ben je huisarts geworden?

“Ik wilde sowieso een specialisatie doen en dat werd huisartsgeneeskunde. De eerste twee jaren waren moeilijk, maar de drie jaren daarna maakten me blij. Ik had een beter gevoel bij collega’s en patiënten.”

Was de taal nog een probleem?

“In het begin wel. Ik was altijd in mijn hoofd aan het vertalen van Engels naar Nederlands of van Turks naar Engels en dan naar Nederlands. Dat was vermoeiend. Na een jaar ging het beter en kreeg ik meer zelfvertrouwen.”

Welke mensen hebben een belangrijke rol gespeeld in je integratie?

“Mijn praktijkopleider heeft mij veel gesteund. Ze zei altijd: het komt goed, je bent een goede dokter. Mijn partner speelde ook een grote rol. Als iemand zoveel vertrouwen in je heeft, denk je ook dat je het kan.”

Tussen twee huizen

Voel je je meer Belg of Turk?

“In eerste instantie Turks en daarna Belg. Mijn familie en vrienden zijn nog in Turkije, dus dat blijft voor mij belangrijk. Maar ik heb hier mijn leven opgebouwd.”

Wat betekent thuis voor jou vandaag?

“Hier eigenlijk. Ik heb echt mijn thuis hier. Als ik naar Turkije ga, spreek ik over het huis van mijn ouders. Maar na tien dagen mis ik mijn eigen (t)huis. Dat is hier, met mijn partner.”

Leerkrachten en studenten betogen tegen besparingen in Franstalig onderwijs: “Besparen op personeel is maatschappelijk onverantwoord”

Gisteren protesteerden zo’n drieduizend mensen tegen de besparingsplannen in het Franstalig onderwijs. Leerkrachten, studenten en vakbondsleden kwamen op straat uit onvrede over hervormingen die volgens hen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs bedreigen. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, zorgden relschoppers in de hoofdstad voor extra onrust en volgde er een gespannen confrontatie met de politie.

Ongeveer drieduizend leerkrachten, studenten en vakbondsleden hebben donderdag in Brussel betoogd tegen de geplande besparingen in het Franstalige onderwijs. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, kwam het op verschillende plaatsen tot rellen. Vooral rond het Centraal Station liep de spanning op, waar betogers onder andere fietsen en steps in brand staken. De politie zette een waterkanon en traangas in om de situatie onder controle te krijgen.

De manifestanten protesteerden tegen een reeks hervormingen die volgens hen het onderwijs verder onder druk zetten. Zo zouden de inschrijvingsgelden stijgen, moeten leerkrachten meer uren presteren zonder extra verloning en wordt geraakt aan de vaste benoeming. Volgens de actievoerders dreigen die maatregelen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs ernstig te ondermijnen, terwijl de sector al kampt met een groot lerarentekort.

Christophe, leerkracht in het secundair onderwijs, trok uit solidariteit met zijn Franstalige collega’s naar Brussel. Vooral de hervorming van de vaste benoeming baart hem zorgen. “Die benoeming is essentieel voor kwaliteitsvol onderwijs. Ze geeft leerkrachten de autonomie en zekerheid die nodig zijn om hun werk goed te doen”, zegt hij.

“Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren”

Christophe (leraar secundair onderwijs)

Volgens hem overstijgt de problematiek de taalgrens. “Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren. Samen staan we sterker.” Hij wijst erop dat het onderwijs al langer onder zware druk staat. “Het lerarenberoep is zwaar en er zijn grote tekorten. Besparen op personeel is maatschappelijk onverantwoord.”

Toekomst onder druk

Ook studenten vrezen de gevolgen van de hervormingen. De 19-jarige communicatiestudente Gaëlle Carillon uit Luik maakt zich zorgen over de stijgende kosten. “De inschrijvingsgelden gaan omhoog terwijl de ondersteuning afneemt. Voor veel jongeren wordt studeren zo moeilijker”, zegt ze. “Onderwijs moet toegankelijk blijven voor iedereen, anders groeit de ongelijkheid.”

Vakbonden spreken van een cruciaal moment voor het Franstalige onderwijs. Jorre Dewitte van de Franstalige socialistische onderwijsbond noemt de betoging historisch. Volgens hem zal een nieuw decreet leiden tot minder investeringen in schoolinfrastructuur, een afbouw van het ziekteverlofstelsel en mogelijke jobverliezen in het secundair onderwijs. “Het is een kwestie van politieke keuzes. Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”, klinkt het.

“Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”

Jorre Dewitte (Franstalige socialistische onderwijsbond)

Voor leerkracht Claire draait het protest om meer dan arbeidsvoorwaarden alleen. “We verzetten ons tegen hervormingen die schadelijk zijn voor leerlingen, leerkrachten en de samenleving”, zegt ze. “Uiteindelijk gaat het over de toekomst van jongeren.”

Van asielcentrum naar eigen appartement: het verhaal van R. Momand 

Na een lange, gevaarlijke vlucht uit Afghanistan kwam R. Momand op vijftienjarige leeftijd op zijn eentje aan in België. Na zeven landen te doorkruisen in tientallen taxi’s, woont hij nu zelfstandig in een appartement in Houthalen-Helchteren. “Ik doe gewoon mijn best, dat is voor mij genoeg.”

Hoe verliep je reis vanaf het moment dat je over de Belgische grens kwam?

“Ik ben met vrienden van Frankrijk naar Brussel gekomen, gewoon met de taxi. Zo kwam ik bij een asielzoekerscentrum terecht. We moesten er de hele nacht wachten tot de mensen ons ’s morgens binnenlieten. Binnen werden onze vingerafdrukken afgenomen en moesten we een klein interview doen. Maar daar was ik niet klaar voor.

Ik was vijftien en ik was al zo lang onderweg, ik moest gewoon eten en slapen. Ze stuurden me naar sociaal-culturele organisatie ORBIT voor twee à drie maanden, waar ik ook Nederlandse lessen kreeg. Toen heb ik wel het interview gedaan. Ze vroegen waar ik naartoe wilde als ik hier weg moest. Ik heb aangegeven dat ik uiteindelijk niet naar Waals-Brabant wilde. Ik was Nederlands aan het leren en dat ging goed. Waarom zou ik dan niet in Vlaanderen blijven? Naar school gaan zou dan makkelijker zijn voor mij.”

Kan je uitleggen hoe het verder verliep in opvang ORBIT?

“We werden volledig gecontroleerd. We moesten naar de dokter voor medische onderzoeken om na te kijken of we fysiek in orde waren. Ze besloten uiteindelijk dat ik in Vlaanderen mocht verblijven dus hebben ze me dan met de auto naar het noodopvangcentrum in Houthalen-Helchteren gebracht. Vanaf dan moest ik eigenlijk al direct naar school. Mijn voogd hielp me ondertussen met de procedure en zocht mee naar werk. Ik was toen zestien.

Na school of op woensdagnamiddag werkte ik als student in een restaurant. Soms ook in het weekend. Dat was zwaar. Na een tijd ben ik daar gestopt omdat het te ver was. Ik moest er met de bus naartoe, maar die reed ’s avonds niet meer terug. Die regeling was te moeilijk. Vanaf mijn zeventiende ben ik in restaurant Den Noordkant beginnen werken als afwasser.”

Kon je sparen?

“In Brussel kreeg ik zeven euro per week. In Helchteren kreeg ik niets, omdat ik een studentenjob had. Dat mocht ik allemaal zelf bijhouden om te sparen voor het moment dat ik weg moest uit het centrum. Mijn voogd motiveerde me vooral om te sparen, hij wilde niet dat ik veel uitgaf. En de begeleiders keken allemaal streng toe, zodat je goed omging met je geld.”

Je moest uiteindelijk vertrekken uit het opvangcentrum. Hoe is dat verlopen?

“Toen ik zeventien werd, deed ik het grote interview. Dan wordt er beslist of je het centrum mag verlaten. Ze vroegen naar een paar documenten, maar die had ik niet. Ze geloofden ook niet alles wat ik vertelde en weigerden daardoor mijn aanvraag. Ik mocht dus niet vertrekken. Als je wordt geweigerd na het grote interview, word je naar de rechtbank gestuurd. Dit gebeurde toen ik achttien was. De rechter beslist dan of je in België mag blijven of niet. Mijn advocaat en leerkrachten waren ook aanwezig. Zij vertelden dat ik goed bezig was, zoals dat ik de Nederlandse taal leerde en werk had.”

Studeerde je toen nog?

“Ja, ik deed een opleiding automechanica. Elke dag zat ik van acht tot vier uur op school, daarna ging ik werken. Ik wou de opleiding wel volgen, maar ik wilde ook mijn familie naar België halen dus ben ik beginnen werken bij Kuehne+Nagel in Tessenderlo.”

Hoe ziet je leven er nu uit?

“Ik werk en woon alleen. Toen ik in het opvangcentrum zat, werd alles voor me geregeld. Nu moet ik huishuur, autoverzekering en elektriciteit betalen. In Afghanistan deed mijn grote broer alles voor me. Hij was een tweede vader voor mij. Maar hier moet ik alles ineens zelf doen. Er is niemand, als ik het zo mag zeggen, die me echt steunt.

Het moeilijkste was de Nederlandse taal en cultuur leren. Van mijn religie mag je niet eens samenzitten of praten met meisjes die je niet kent. Op school hadden we ook aparte klassen, hier is alles gemengd. Nu ben ik het gewoon, maar het duurde lang om eraan te wennen. Ik schaamde me en durfde niet in de klas te praten. Door de taal, maar ook door de gemengde groep.”

Vind je het moeilijk om alleen te zijn?

“De eerste maanden en jaren voelde ik me eenzaam. Zeker tijdens de ramadan en op Suikerfeest, dat zijn momenten die je normaal met familie doorbrengt. Maar mijn familie is hier niet.”

Ben je trots op jezelf?

“Ik ben trots op mijn leerkrachten. Zij hebben zoveel voor me gedaan en ervoor gezorgd dat ik in België kon blijven. Door hen spreek ik Nederlands en kan ik werken. Ik ben niet trots op mezelf, ik doe gewoon mijn best en dat is het belangrijkste.”

Rufina vluchtte met gezin en hoogzwangere mama naar België

De Oekraïense Rufina Oleksiienko vluchtte vier jaar geleden samen met haar familie naar België. De situatie in en rond de stad waarin ze woonde werd te gevaarlijk. “We waren met vier kinderen toen we vertrokken. In België is ons vijfde broertje geboren.”

Je bent van Oekraïne naar België gevlucht. Hoe was die reis?

“De tocht was fysiek en emotioneel zwaar. We vertrokken in een kleine auto die tot de nok toe opgetast was met dozen. In Polen begaf onze auto het. We moesten hem daar achterlaten en enkele dagen wachten tot een vriend ons kon ophalen. In totaal heeft de reis naar België zo’n drie tot vier dagen geduurd.”

Hoe was de periode in Oekraïne voordat jullie zijn gevlucht?

“We zaten vooral thuis, af en toe hadden we online les. We kregen taken die we nadien naar onze leerkrachten moesten doorsturen. Maar het wifinetwerk werkte niet altijd goed en het was soms moeilijk om je te kunnen concentreren.

We waren ook heel bang om naar buiten te gaan, zelfs naar de winkel was een grote stap. Dat was maar vijf minuten wandelen, maar we durfden niet. Vaak sliep ik ook met mijn broer en zus in één bed, zo voelden we ons veiliger.”

Wanneer zijn jullie vertrokken?

“Mijn ouders hebben lang getwijfeld. Veel van onze vrienden waren al eerder gevlucht. Mijn vader was bezorgd, want in Oekraïne had hij werk en een inkomen. In België zou hij geen werk hebben en geen geld verdienen, dat is eng om over na te denken. Na gesprekken met onze vrienden die al eerder gevlucht waren en nadat papa met zijn baas en collega’s sprak, hebben ze toch besloten om te vluchten. Omdat onze vrienden naar België waren gevlucht, besloten wij om ook naar hier te komen.”

Hoe kan je jouw eerste dagen in het opvangcentrum beschrijven?

“Toen we aankwamen, kregen we een plaats om te slapen die niet erg comfortabel was. Er stonden veel bedden in één kamer, gelukkig was het toen niet zo druk in het opvangcentrum. We kregen als gezin één kamer, dus we hadden wel een beetje privacy.

Er was een grote refter om te eten. Het eten in België en is anders dan in Oekraïne. Toen we uit het centrum kwamen en naar ons eigen huis verhuisden, aten we alleen maar pizza. Soep en andere gerechten konden we niet eten, omdat we dat niet lekker vonden.

Het was spannend om in het opvangcentrum te verblijven, omdat er veel mensen waren die onder druk stonden. Dan zijn ze soms erg vervelend. We waren heel bang om naar buiten te gaan in een nieuw land, om nieuwe mensen te leren kennen en een nieuwe taal te leren. Meestal zaten we de hele dag in onze kamer. Eén keer per dag gingen we naar buiten.

Mama moest kalmeringspillen nemen om rustig te blijven toen we in het opvangcentrum aankwamen, want ze kon ieder moment bevallen. Dat was niet zo goed voor het baby’tje en daar dacht ze veel aan. Het duurde dan ook niet lang voor ze moest bevallen.”

Hoe was dat dan, die bevalling?

“Tijdens onze tweede nacht in het opvangkamp moest mijn moeder bevallen. Terwijl mijn vader met haar mee naar het ziekenhuis ging, bleven ik met de rest van het gezin alleen achter in het kamp. We waren heel bang. Ik ook, maar ik ben de oudste, dus ik moest me sterk houden.

We zaten met ons vier op de kamer in het centrum. Mijn broertjes waren nog heel klein toen, dus voor hen was het heel beangstigend. Ik als grote zus moet er dan zijn voor hen en voor hen zorgen. De volgende ochtend is papa langsgekomen om te vertellen dat we er een broertje bij hadden gekregen.”

Heb je soms het gevoel gehad dat je niet welkom was in België?

“Soms, bijvoorbeeld bij het maken van een afspraak in het ziekenhuis. De administratie was niet geduldig. Ik moest in de documenten zoeken naar antwoorden, maar het duurde te lang, waardoor de persoon die ik aan de lijn had aflegde. Ik heb toen zeker meerdere keren moeten bellen om iets te vragen en het is altijd via die procedure, dus het duurde soms heel erg lang. Dat is erg frustrerend.”

Praat je vaak over deze periode in je leven met mensen?

“Nee, normaal gesproken praten we hier nooit over. We hebben niet bewust gezegd dat we er nooit over zouden praten, maar niemand doet het. Ik denk dat het is omdat we hier een goed leven hebben, we willen niet terugkijken naar het verleden waarin het niet altijd goed ging.

We zijn gelukkig hier, mijn mama is thuis en zorgt voor de kinderen. Mijn papa studeert ondertussen winkelmanagement aan de hogeschool. We leven in een omgeving met nog andere gevluchte Oekraïeners. Ik heb nieuwe vrienden en een nieuwe thuis. Ik ben gelukkig.”

Tussen Palestina en Rusland: scheiding trok Shadi weg van zijn thuisland

Op vijfjarige leeftijd, na de scheiding van zijn ouders, kwam Shadi (37) naar België. Hij liet zijn familie in Rusland achter en ook zijn vader keerde terug naar zijn geboortedorp in Palestina. Het contact met zijn vader stopte. Tot vijf jaar geleden.

Hoe verliep het contact met je vader na de scheiding?

“We hadden geen contact. Na de scheiding heb ik hem nooit meer gezien of gesproken, tot vijf jaar geleden. Mijn doel was altijd om mijn vader terug te vinden, maar mijn moeder wou mij beschermen dus kreeg mijn vader de kans niet om in contact te blijven met mij. Uiteindelijk was het mijn oma die op haar sterfbed tegen mijn moeder zei: ‘Dat moet je in orde brengen.’ Zo kwam ik na lange tijd opnieuw met hem in contact.

Toen ik terug contact had met mijn vader, kwam ik erachter dat ik nog broers en zussen heb in Palestina. Mijn vader is ondertussen hertrouwd. Ik dacht altijd dat ik enig kind was, dus dat was een verrassing. Ik ben blij dat hij na mijn moeder opnieuw geluk vond.”

Heb je je vader al teruggezien?

“Nee, en ik weet niet of dat nog zal gebeuren. Mijn vader heeft geen interesse om in België te wonen. Hij woont natuurlijk al heel lang in Palestina, ondanks de oorlog. Die mensen gaan daar nooit weg. En ik geef hun ook gelijk. Dat is hun thuisland. Als ze weggaan, dan is het verloren. Dan heeft Israël alles.

Ik raad hem ook aan om in Palestina te blijven. Wat gaat hij hier in België doen? In Palestina zijn er door de oorlog altijd dokters nodig, dus het is oké dat hij daar is. Ik ben zelfs trots dat hij daar is. Als het veiliger was, zou ik ook naar Palestina gaan om te helpen maar door de Israëlische ambassade is het onmogelijk om hem te bezoeken.”

In welke mate spelen jouw roots een rol in jouw leven?

“Ze vormen de manier waarop ik denk en een stuk van mijn identiteit. Ik denk na in meerdere talen, en dat beïnvloedt hoe ik naar de wereld kijk.

Mijn vaders familie heeft altijd in Palestina gewoond. Mijn moeder is Russisch en komt van de kant van Oekraïne. Dat is omdat Oekraïne vroeger tot de Sovjet-Unie behoorde. Langs haar kant zijn we dus van Russisch-Oekraïense origine.

Door mijn achtergrond ben ik ook op zoek gegaan naar antwoorden op levensvragen. Dat heeft mij ertoe gebracht om theologie te bestuderen en uiteindelijk mijn eigen spiritualiteit verder te ontwikkelen. Na dertig jaar ben ik zelf moslim geworden. Ik begrijp nu beter waarom bepaalde dingen gebeuren en sta anders in het leven. Het heeft mij echt geholpen om meer richting en betekenis te vinden.”

Hoe kijk jij naar de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne?

“Voor mij zijn alle conflicten met elkaar verbonden. Het zijn altijd mensen die eronder lijden, en elk conflict is er een te veel. Vaak spelen er grotere belangen mee, zoals macht, geld en politieke invloed, waar je in het nieuws weinig over hoort. Daarom probeer ik verder te kijken dan wat we dagelijks zien en blijf ik kritisch nadenken.

Wat Oekraïne betreft, zie ik vooral hoe gewone mensen het slachtoffer zijn van een conflict dat groter is dan henzelf. Door geopolitieke spanningen heeft die oorlog ook wereldwijde gevolgen, wat het voor mij belangrijk maakt om niet zomaar één kant van het verhaal te volgen.

Voor het conflict Israël-Palestina is het voor mij simpel. Ik kijk op een nuchtere manier naar de oorlog en laat mij niet de mond snoeren door het hele verhaal van antisemitisme. Wij zijn de echte Semieten. De mensen die daar oorspronkelijk woonden, voor 1948, voor 1848, voor 1700 en zelfs voor 1600. Het zijn altijd Palestijnen geweest. Maak je geen illusies. Ik hoop eerlijk gezegd dat Palestina ooit gewoon weer Palestina wordt. Volledig.”

Een toekomst die Antoine zelf schrijft

Antoine Bakhash (29) vluchtte in 2015 uit Aleppo in Syrië. Hij maakte een lange en onzekere reis naar België, maar gaf niet op. Vandaag studeert hij journalistiek en zet hij zich actief in voor studentenrechten. “Ik wil mijn stem gebruiken om anderen te helpen.”

Wie ben je en waar kom je vandaan?

“Ik ben Antoine, 29 jaar. Ik ben geboren in Aleppo, een stad die zwaar getroffen werd door de oorlog in Syrië. Als christelijke minderheid voelde ik me extra kwetsbaar en dat bepaalde mee mijn beslissing om te vertrekken. Ik vluchtte in 2015 naar België door de oorlog. Ik reisde maandenlang naar België en ervaarde veel onzekerheid. Eenmaal aangekomen begon ik aan een nieuw hoofdstuk. Ik moest een nieuwe taal leren en mijn leven volledig opnieuw opbouwen. Ik leerde Nederlands en probeerde mijn plaats te vinden in de Belgische samenleving.”

Wat heeft je verleden gedaan met je mentale gezondheid?

“Mijn verleden raakt mij nog steeds. Als tiener groeide ik op in een oorlogssituatie, wat mijn ontwikkeling sterk beïnvloedde. Lange tijd probeerde ik sterk te blijven en alles zelf te verwerken. Uiteindelijk besefte ik dat mentale ondersteuning belangrijk is en leerde ik beter voor mezelf zorgen. Ik zocht hulp en werd daardoor sterker.”

Waarom koos je ervoor om journalistiek te studeren?

“Mijn ervaringen hebben mijn studiekeuze sterk beïnvloed. Vandaag studeer ik journalistiek, die richting geeft mij de kans om kritisch na te denken en actief deelnemen aan de maatschappij. In Syrië had ik die vrijheid niet om meningen te uiten of politici in vraag te stellen. Hier kan ik mijn stem laten horen en bijdragen aan een samenleving waarin ruimte is voor verschillende meningen. Naast mijn studie werk ik ook als studentenvertegenwoordiger, zowel in Vlaanderen als op Europees niveau. Ik werk rond mensenrechten en de toegankelijkheid van hoger onderwijs. Voor mij vormt onderwijs de sleutel tot een betere toekomst. Onderwijs creëert kansen en verandert levens.”

Voelde je je ooit anders behandeld?

“Ik kreeg soms te maken met vooroordelen. Ik merkte dat mensen mij eerst als ‘vluchteling’ zagen, in plaats van als persoon. Ik mocht een café in Leuven niet binnen omdat er op mijn paspoort stond dat ik een vluchteling was. Toch liet ik mij daardoor niet tegenhouden. Integendeel: het motiveerde mij om mijn plaats in de samenleving nog sterker op te eisen.”

Wat weet je nog over de VRT-reeks ‘Vijf jaar hier’?

“’Vijf jaar hier’ is een reeks gemaakt door Phara de Aguirre. Ze volgde achttien vluchtelingen om te tonen hoe hun leven in België eruitzag. Ik was daar een van. Ik heb daar nog altijd mooie herinneringen aan. Er was veel kritiek op migratie en vluchtelingen maar ik wilde hier een ander beeld aan geven. Na de uitzending heb ik heel veel positieve reacties gekregen. Dat maakte mijn keuze om mee te doen aan die documentaire zoveel beter. Ik zou dat zonder twijfel opnieuw doen.”

Wat betekent thuis voor jou?

“Thuis is een plek waar je jezelf kan zijn en waar je kansen krijgt. België werd voor mij zo’n plek, ondanks de moeilijke start. Geloof in jezelf. Iedereen heeft zijn eigen tempo. Mijn verhaal toont dat een nieuw thuis niet alleen uitdagingen brengt, maar ook kansen biedt. Met doorzettingsvermogen en overtuiging bouw je stap voor stap aan je toekomst.”

Recensie | Van column tot wereldsucces: Candace Bushnell brengt het verhaal achter ‘Sex and the City’ tot leven in de Stadsschouwburg (★★★★★)

Fier, ontwapenend en glamoureus stond Candace Bushnell voor een volle Stadsschouwburg op 21 april met haar one-woman show ‘Real Tales of Sex, Succes and Sex and the City’. Met persoonlijke vragen, levensadvies en interactieve spelletjes wist ze indruk te maken op het publiek.

Het succesverhaal van Candace Bushnell laat zien hoe persoonlijke ervaringen en scherpe observaties kunnen leiden tot een van de bekendste televisieseries ooit. Met ‘Sex and the City’ gaf zij een nieuwe stem aan moderne vrouwen en veroverde ze miljoenen lezers en kijkers over de hele wereld.

Wat een vrouw. Candace Bushnell heet ze. Haar column in the New York Observer vormde de basis voor de televisieserie waarin vier single vrouwen hun dertigerjaren beleven in de nineties in New York. ‘Carrie’ is het alterego dat ze verzon om anoniem haar column voort te zetten, toen haar ouders haar heuglijk vertelden dat ze een abonnement op the New York Observer hadden genomen. Het is van alle tijden: je ouders en je liefdesleven hou je liever ver weg van elkaar. Dat alterego leefde later verder in de serie ‘Sex and the City’, en zo werd het personage Carrie Bradshaw geboren. Op 21 april was Bushnell te zien in Stadsschouwburg in Antwerpen, tijdens de one-woman show ‘Real Tales of Sex, Success and Sex and the City’.

Storytelling en stoefen

Alterego’s terzijde, de show staat in teken van de échte Carrie Bradshaw. Wanneer Bushnell het podium op huppelt, is de toon van de avond gezet: “Ik heb gehoord dat Antwerpen een beetje stil en gereserveerd kan zijn, maar vanavond wil ik dat jullie luid zijn!” Een Amerikaanse die niet hersenloos “Hello, Brussels” brult, dat belooft. Direct daarna flitsen fragmenten uit interviews en fotoshoots van Bushnell voorbij op het doek achter haar. Het toont hoe succesvol ze is geweest, en nog steeds is.

“Terwijl Bushnell levensadvies deelt, telefoongesprekken met vriendinnen laat horen, of komische, interactieve raadspelletjes speelt met het publiek, heeft het kleine meisje in mij de tijd van haar leven”

We krijgen een stukje onbeschaamd stoefen voorgeschoteld. In een razendsnel tempo vertelt Bushnell verhalen die haar hebben gemaakt tot de vrouw die ze vandaag is: van haar vader die beweerde dat geen enkele man ooit van haar zou houden tot het nu. Bushnell is gescheiden en tevreden met haar leven als single in New York, nadat ze een korte periode op het platteland woonde. Ze bespreekt ook haar relatie als 19-jarige vrouw met een bekende auteur, die zo’n twintig jaar ouder was dan haar. Ze vertelt over haar werk als columnist en haar liefdesleven na de menopauze en beantwoordt prangende vragen zoals “Was er een Mr. Big in haar leven?” en heeft Matthew McConaughey effectief de zin  “I really wanna fuck you, baby” tegen haar gezegd? “True or not True? True! – I’m kidding, of course not!”, antwoordt ze. Terwijl Bushnell levensadvies deelt, telefoongesprekken met vriendinnen laat horen, of komische, interactieve raadspelletjes speelt met het publiek, heeft het kleine meisje in mij de tijd van haar leven.

Kwetsbaar en openhartig

Meermaals krijg ik kippenvel wanneer Bushnell op eigenwijze manier haar leven uit de doeken doet. Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat een vrouw vol trots vertelt over haar leven waarin geen enkele man de hoofdrol speelt. Tot haar veertigste was ze nooit getrouwd en wanneer ze zich dan wel aan het huwelijk waagt, duurt het sprookje amper tien jaar. Dat is in de showbizz toch al behoorlijk lang. Het huwelijk wordt in Bushnells leven vervangen door vriendschap. “Mannen komen en gaan, vriendinnen blijven voor het leven”, zegt Bushnell. Al is dit een zin die je wel vaker hoort in girl power-liedjes, -series en -films, is die zin in haar leven de wet.

Opgetogen en energievol verlaat het publiek de zaal na afloop van de show. Bushnells verhaal is inspirerend en doet je geloven dat je als vrouw onbeschaamd over ‘vrouwendingen’ kan schrijven én daardoor enorm succesvol kan worden. Haar droom was om de Pulitzerprijs te winnen, een Amerikaanse literatuurprijs die wordt uitgereikt voor nieuws, kunst en letteren. Het is haar nooit gelukt. Maar is het niet even indrukwekkend dat zij met een column over relaties, seks en het vrijgezellenleven in New York een imperium heeft uitgebouwd? Voor mij is het duidelijk: als er iemand mag opscheppen over haar succes, dan is het wel Candace Bushnell.

Ketamine vanaf volgend jaar strafbaar in het verkeer: “De drug is hip, dat mag niet de bedoeling zijn”

Vanaf 2027 zal de politie tijdens verkeerscontroles ook op ketamine testen. De drug wint al jaren aan populariteit, vooral bij jongeren. Experts waarschuwen dat het onschuldige imago niet strookt met de werkelijkheid: chronisch gebruik kan leiden tot verslaving en ernstige blaasproblemen. “Bij jonge gebruikers kan die schade onomkeerbaar zijn.”

Tot nu toe werd bij verkeerscontroles, naast alcohol, getest op vier drugs: cannabis, cocaïne, heroïne en amfetamines. Cijfers uit 2025 tonen dat in zes procent van de positieve speekselstalen ketamine werd aangetroffen. Experts vermoeden dat het werkelijke aandeel hoger ligt omdat er vroeger niet standaard op ketamine werd getest en dat vaak pas gebeurde na een positieve test op andere drugs.

Op 12 mei 2026 besliste het Federaal Parlement om ketamine op te nemen in lijst van verboden middelen in het verkeer. Rijden onder invloed van ketamine wordt dus strafbaar. Vanaf volgend jaar kan er ook op de drug getest worden achter het stuur. Dat staat in een wetsontwerp van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) dat de Kamer heeft goedgekeurd. Crucke waarschuwt voor de groeiende populariteit bij jongeren en noemt het een zorgwekkende trend in het verkeer.

Populair bij jongeren

Opvallend is het gebruik van ketamine bij jongeren die behoren tot Generatie Z, geboren tussen 1997 en 2012. Die generatie heeft drie keer zoveel kans om in contact te komen met ketamine dan jongeren tien jaar geleden. Toxicoloog en professor Jan Tytgat ziet een stijging. “Als de politie of het parket de drugs in beslag neemt of als er jongeren overlijden, komt dat bij mij terecht. In die situaties kan ik wel zeggen dat ik een trend zie bij jongeren. Er circuleert ook meer ketamine”, zegt Tytgat.

Volgens het Vlaams expertisecentrum Alcohol en Andere Drugs (VAD) kan de stijging deels worden verklaard door de coronapandemie, die een grote impact had op de sociale ontwikkeling van jongeren. Daarnaast is er tegenwoordig sprake van digital overload en schermverslaving, verschijnselen die vroeger minder voorkwamen. Gen Z zou ook meer kampen met een gebrek aan toekomstperspectief. Omdat ketamine relatief goedkoop en toegankelijk is, is het voor jongeren een aantrekkelijke drug.

“Je voelt je helder, maar je bent het niet”

Stan*

“Je zit in een bubbel en bent er gewoon echt niet volledig bij. Je voelt je helder, maar je bent het niet”, zegt Stan*, een jonge twintiger uit Leuven die ervaring heeft met ketamine. Hij is verbaasd dat er pas vanaf 2027 strenger wordt opgetreden tegen ketamine in het verkeer, aangezien de drug al jaren aan een opmars bezig is. “Ik snap dat het onmogelijk is om tijdens een verkeerscontrole op alle drugs te testen, maar ketamine wordt meer gebruikt dan veel mensen denken.”

“Een kaalslag op je levenskwaliteit”

Ketamine is schadelijk voor de blaas bij chronisch gebruik en hoge doseringen. “Bij jongere gebruikers kan deze schade onomkeerbaar zijn”, zegt toxicoloog Tytgat. “Dat is natuurlijk een inbreuk op je levenskwaliteit, veel mensen beseffen dat niet”, waarschuwt hij.

Uroloog Marie-Elise Henckes van het UZ Leuven ziet de laatste jaren steeds meer jonge patiënten met blaasproblemen door ketaminegebruik. “Ketamine is hip en trending, dat mag niet de bedoeling zijn. Het kan leiden tot een schrompelblaas. Dan moeten mensen om de tien of twintig minuten gaan plassen, zowel ’s nachts als overdag, omdat de blaas niet meer de capaciteit heeft om urine op te houden. Dat is zeer pijnlijk en kan zelfs heel schadelijk zijn”, waarschuwt ze.

De stijging in het ketaminegebruik blijkt ook uit het rioolwater. Volgens Maarten Degreef, dokter en drugsexpert bij Sciensano, is er elf keer meer ketamine gevonden in het rioolwater van Antwerpen en Brussel in vergelijking met tien jaar geleden. Dat beeld wordt bovendien ondersteund door grootschalige bevolkingsonderzoeken, waaruit blijkt dat het percentage Belgen dat wel eens ketamine gebruikt de afgelopen jaren is toegenomen van 0,4 procent in 2018 naar 0,6 procent in 2024. Daarnaast is het aandeel verslavingsproblemen gerelateerd aan ketamine verdrievoudigd, van één naar drie procent.

Heb je vragen over drugs of maak je je zorgen over je eigen gebruik of dat van iemand anders? Neem contact op met de Druglijn via druglijn.be of 078 15 10 20 voor informatie, advies en ondersteuning.

*Om de identiteit van de getuige te beschermen, wordt in dit artikel de schuilnaam Stan gebruikt.

Hoe Google abortusinformatie beperkt: “In het advertentiebeleid staat letterlijk dat we geen voorlichting mogen verspreiden”

In een wereld waar vrije meningsuiting op handen wordt gedragen, bepalen communicatiebedrijven en digitale platformen welke informatie zichtbaar wordt gemaakt. Greet Poets, stafmedewerker bij Luna vzw, legt het spanningsveld bloot tussen wetgeving, algoritmes en het gebrek aan transparantie in het advertentiebeleid van Google.

Twee jaar geleden werkte Fara vzw samen met de Thomas More Hogeschool om mensen met vragen over een ongeplande zwangerschap te voorzien van objectieve en veilige informatie over reproductieve rechten. Fara vzw is een organisatie die informatie geeft en begeleiding biedt rond moeilijke of ongeplande zwangerschapskeuzes. Ze kregen voor het project via Google Ad Grants een budget van tienduizend euro per maand. De studenten zouden de voorlichtingscampagne voor het vak ‘Digitale Marketing’ uitwerken, maar de advertentiecampagnes werden geblokkeerd en het account werd gedeactiveerd.

“Abortus is in België een legale medische handeling. Het is belangrijk dat alle opties overwogen kunnen worden, en dat mensen toegang hebben tot alle informatie, zodat ze met nuance tot een keuze kunnen komen. Het is opmerkelijk dat Google daar zo streng tegen optreedt”, stelt Kirsten Elen, orthopedagoge bij Fara vzw. Concrete uitleg van Google blijft uit. “Wij hebben bezwaar ingediend tegen de schorsing van ons account. Het antwoord dat we een jaar later kregen, bevatte geen verdere informatie. Die schorsing geldt bovendien voor al onze toekomstige accounts”, stelt Elen.

We namen meermaals contact op met de persverantwoordelijke van Google voor een reactie, maar kregen geen antwoord op e-mails en berichten. Ook telefonische pogingen bleven onbeantwoord.

Ook Luna vzw, die psychosociale en medische begeleiding biedt als je ongewenst of ongepland zwanger raakt, stoot op de beperkingen die worden opgelegd door techplatformen. “Aanvankelijk was het de bedoeling om Google Advertenties te gebruiken, gepaard met de promotietools van Instagram en Facebook, om ons doelpubliek op de hoogte te brengen van de service die we bieden”, getuigt Greet Poets, stafmedewerker communicatie en kwaliteit bij Luna vzw. “Maar daar hebben we eigenlijk meteen gemerkt dat onze inhoud geblokkeerd werd. Blijkbaar staat er letterlijk in het advertentiebeleid van Google dat we geen abortusadvertenties mogen verspreiden.”

“Op Tiktok circuleren soms gruwelijke beelden van foetussen. Die zijn wel toegelaten door het algoritme, maar een hashtag als ‘#abortus’ niet”

Greet Poets (stafmedewerker communicatie en kwaliteit, Luna vzw)

Op het internet circuleren allerlei video’s over abortus. Elen: “We merken dat er filmpjes zijn van meisjes die bijvoorbeeld vertellen dat abortus illegaal is en advies geven over hoe je alsnog een abortus kan uitvoeren. Maar de context ontbreekt, er wordt bijvoorbeeld niet gezegd in welk land men woont. Landgrenzen vervagen wanneer je video’s bekijkt op je smartphone in de hand: woont dat meisje achter de hoek? Of woont ze in een land waar abortus illegaal is? Dat is moeilijk in te schatten. Daardoor merken we dat Belgische jongeren zich de vraag kunnen beginnen stellen of abortus in ons land misschien ook illegaal is.”

Terwijl deze schadelijke desinformatie ongehinderd door de algoritmes glipt, botst de professionele hulpverlening op de ondoorzichtige advertentieregels van Google. “Wij willen zo neutraal mogelijk alle informatie kunnen verspreiden en het hulpaanbod bij de doelgroep brengen”, stelt Elen, “maar we merken dat dat niet mag.” Wat online wel en niet zichtbaar is, lijkt ook niet altijd logisch of consistent. Zo wijst Poets op opvallende tegenstrijdigheden: “Op Tiktok circuleren soms gruwelijke beelden van foetussen. Die zijn wel toegelaten door het algoritme, maar een hashtag als ‘#abortus’ niet. Daar schrik ik echt van. Ik kan me niet voorstellen dat dat in deze tijd nog een probleem is.”

Restrictielijst

Om hun doelpubliek te bereiken, zijn Luna vzw en Fara vzw actief op het advertentieplatform van Google en op sociale media. Maar de expertisecentra en hulpverleners lopen een groot deel van hun doelpubliek mis omdat het advertentiebeleid van Google hun campagnes, sensibilisering en voorlichting belemmert.

Nadat enkele campagnes van Fara vzw in samenwerking met de Thomas More Hogeschool de status ‘Geschikt (beperkt)’ kregen in Google Ads, concludeerde Lore Van Besien, docente digitale marketing aan de Thomas More Hogeschool en Google Ads & Analytics-experte, dat de oorzaak bij het advertentiebeleid zelf ligt. “België staat op de lijst met landen waar het verboden is om abortusadvertenties te verspreiden. De advertenties die deze markering krijgen, hebben daarom slechts een beperkte zichtbaarheid en worden enkel weergegeven in landen waar abortusadvertenties zijn toegelaten”, verduidelijkt ze.

“Luna vzw is een kleine organisatie, de regels worden opgelegd door een multinational. Het is tevergeefs om daar als kleine vzw kritiek op te geven of die in vraag te stellen”

Greet Poets (stafmedewerker communicatie en kwaliteit, Luna vzw)

Bovendien werd sommige content geweigerd met de foutmelding ‘systemen omzeilen’. Die melding verwijst naar pogingen om de controlesystemen van het advertentieplatform te omzeilen, al blijft de exacte reden vaak onduidelijk. Volgens Van Besien is het moeilijk om te achterhalen of die algemene melding verband houdt met de specifieke beperkingen op abortusadvertenties. “Er ontbreekt een afzonderlijke, duidelijke abortuspolicy waarin precies staat wat wel of niet mag. Alles valt onder het brede beleid rond gezondheidszorg en medische advertenties”, aldus Van Besien.

Volgens haar maakt die vaagheid het beleid weinig transparant.
“Zo werd een campagne voor een studiedag over zwangerschapskeuzes wel goedgekeurd, terwijl een campagne rond lotgenotencontact voor abortusverwerking zonder uitleg werd geweigerd”, vertelt Van Besien. Dat laat veel ruimte voor interpretatie en speculatie. “Je zou vermoeden dat er een politieke agenda achter schuilgaat, gezien Google een Amerikaans bedrijf is. Wij willen als hulpverleningsorganisatie zo neutraal mogelijk overkomen bij alle partijen en ons niet te veel mengen in het politieke discours. Bovendien is Luna vzw een kleine organisatie en worden de regels opgelegd door een multinational. Het is tevergeefs om daar als kleine vzw kritiek op te geven of die in vraag te stellen”, aldus Poets.

In Nederland lijkt het advertentiebeleid van Google minder strikt dan in België. Dat verschil merken organisaties zoals onder andere Fiom, het expertisecentrum rond ongewenste zwangerschap, en Rutgers, een onafhankelijk kenniscentrum rond seksualiteit. Fiom adverteert via Google en andere socialemediaplatformen. Hoewel ze niet op dezelfde obstakels stoten als Belgische organisaties, ervaren ze beperkingen. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld nooit letterlijk de term ‘abortus’.

Volgens Lise Smit, online marketeer en fondsenwerver bij Rutgers, is er een gebrek aan transparantie in de regels en beperkingen van Google rond thema’s binnen seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Bovendien blijft de zoektocht naar geschikte zoektermen een uitdaging. “We merken dat Google Ads die onderwerpen regelmatig afkeurt zonder duidelijke reden. Veel zoekwoorden zijn in principe toegestaan, maar krijgen toch weinig vertoningen. Er ontbreekt daarbij heldere regelgeving.”