Klassenjustitie in België? Drie jaar na proces-Sanda Dia blijft de twijfel bestaan

Na de zaak rond Sanda Dia, waarvan het proces eindigde op 26 mei 2023, klonk één begrip luider dan ooit in het publieke debat: klassenjustitie. Het woord dook op tijdens protesten, ging viraal op sociale media en werd uitvoerig besproken in opiniestukken. Voor velen leek het alsof justitie niet voor iedereen op dezelfde manier werkt. Het vertrouwen in het Belgische rechtssysteem kreeg opnieuw een deuk. Toch blijft een cruciale vraag onbeantwoord: waarom wordt klassenjustitie in België nauwelijks structureel onderzocht?

Het proces rond Sanda Dia, waarover de rechter zich op 26 mei 2023 uitsprak, draait om de dood van de twintigjarige student in december 2018 na een fatale ontgroening van studentenclub Reuzegom. Tijdens die ontgroening werd Dia onderworpen aan extreme en vernederende opdrachten, waaronder het drinken van grote hoeveelheden alcohol en visolie en langdurige blootstelling aan ijskoud water. Zijn gezondheidstoestand verslechterde ernstig, maar hulp kwam pas laattijdig. Na afloop van de ontgroening werd hij in kritieke toestand opgenomen in het ziekenhuis, waar hij later overleed aan de gevolgen van onder andere onderkoeling en orgaanfalen. De uiteindelijke straffen, zonder effectieve celstraffen, leidden tot brede verontwaardiging. Al snel verschoof de discussie van de feiten naar de context: de betrokken studenten kwamen uit welgestelde milieus met sterke netwerken, wat bij velen het gevoel voedde dat sociale status mogelijk een rol speelde in de afhandeling van de zaak.

Zo kwam het debat over klassenjustitie in een stroomversnelling. Dat begrip verwijst naar de overtuiging dat mensen met meer middelen en invloed voordelen genieten binnen het rechtssysteem, bijvoorbeeld via betere juridische bijstand of mildere straffen. Of dat in deze zaak effectief zo was, is nooit bewezen, maar het wantrouwen bij een groot deel van het Vlaamse publiek was duidelijk en hardnekkig.

Binnen de juridische wereld klinken gemengde geluiden. Advocaat Gautier De Wachter van advocatenkantoor Dewa Law ziet weinig impact op de praktijk: “Ik heb niet echt gemerkt dat dat veel invloed heeft gehad. Ik kan geen voorbeelden geven waar de filosofie van rechtbanken veranderd is.” Strafpleiter Titus Reign Ntekedi ziet wel een effect, maar vooral in de sfeer rond justitie: “Wanneer een zaak veel media-aandacht krijgt, speelt dat mee in het hoofd van juristen.” Tegelijk wijst hij op de kloof tussen publieke opinie en juridische realiteit, waarin procedures en bewijzen doorslaggevend blijven.

Systeemkritiek

Advocaat Gautier De Wachter begrijpt dat voorzichtigheid nodig is. “We moeten oppassen met grote conclusies op basis van individuele zaken. Dossiers met veel media-aandacht leiden vaak tot snelle en veralgemeende oordelen.” Toch klinkt er kritiek vanuit de maatschappij dat België achterop hinkt in vergelijking met landen zoals Nederland. Het debat over klassenjustitie wordt al jaren gevoerd, maar grootschalig en objectief onderzoek ontbreekt nog steeds.

“Een pro-deozaak creëert klassenjustitie. Mensen die betalen, worden anders behandeld, ook door hun advocaat”

Strafpleiter Titus Reign Ntekedi

Volgens Ntekedi zijn er wel degelijk structurele elementen die ongelijkheid kunnen versterken. Hij wijst onder meer op het systeem van pro-deobijstand. “Een pro-deozaak creëert in principe klassenjustitie”, zegt hij. Het probleem zit volgens hem in de vergoeding. “Hoe kan ik een dossier grondig behandelen als ik niet betaald word en niet genoeg tijd krijg om de zaak volledig te bestuderen?” Daardoor ontstaat er volgens hem een verschil tussen wie een advocaat uitgebreid kan betalen en wie afhankelijk is van gratis juridische bijstand. “Mensen die betalen worden anders behandeld, ook door hun advocaat.”

Volgens Ntekedi gaat het daarbij niet om slechte intenties. “Het is geen kwestie van wil. Het is een gevolg van hoe het systeem werkt. Geld en justitie zijn nu eenmaal met elkaar verbonden.”

Ontbrekend onderzoek

Toch blijft de vraag waarom België nauwelijks onderzoekt of sociale klasse daadwerkelijk een rol speelt binnen justitie. In Nederland gebeurt dat wel. Daar voert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van Justitie regelmatig studies uit naar ongelijkheid in het rechtssysteem. Daarbij wordt onder meer gekeken naar inkomen, opleidingsniveau en sociale afkomst.

In België bestaat een dergelijk structureel onderzoek voorlopig niet. De Hoge Raad voor de Justitie erkent wel dat het thema meer aandacht krijgt. Volgens de Raad hangt het vertrouwen van burgers in justitie af van verschillende factoren. “Een rechter moet alle elementen in een zaak kunnen identificeren en zich bewust zijn van de signalen die hij uitstuurt naar de rechtzoekende.”

Hoewel concreet onderzoek beperkt blijft, lijkt daar verandering in te komen. De Hoge Raad werkt mee aan een wetenschappelijke studie van de Universiteit Antwerpen, UHasselt en KU Leuven. Die studie moet nagaan of er binnen de rechtspraak sprake is van vooroordelen. Onderzoekers bekijken of bepaalde kenmerken van betrokkenen of rechters een invloed hebben op beslissingen. Ook de Justitiebarometer, een grootschalige bevraging naar het vertrouwen in justitie, hield in 2024 voor het eerst rekening met socio-economische achtergrond. Daarnaast organiseerde de Hoge Raad in oktober 2023 een studiedag over klassenjustitie. Nationale en internationale experten uit journalistiek en wetenschap gingen er in gesprek over het thema. Binnen de werkgroep Diversiteit worden bovendien nieuwe initiatieven voorbereid, al zijn concrete plannen nog niet bekend.

Antwerpse fraudezaak legt gevaren van paysafecards bloot: “Ouderen zijn vaak het doelwit”

Een eenvoudige routinecontrole bracht een opvallende fraudezaak aan het licht. Een 24-jarige Nederlander heeft een 86-jarige vrouw voor 10.000 euro opgelicht met paysafecards, een betaalmiddel dat steeds vaker opduikt in fraudedossiers. “Zodra die codes zijn doorgestuurd, kunnen criminelen het geld onmiddellijk gebruiken of verder doorverkopen, waardoor het erg moeilijk wordt om het bedrag nog te recupereren.”

De term paysafecards duikt vaak op in frauderechtszaken. Ook gisteren was dat het geval. In het Vlinderpaleis in Antwerpen stond A.S., een Nederlander geboren in 2004, terecht voor de oplichting van een 86-jarige vrouw voor 10.000 euro via paysafecards. Voor deze feiten zat hij zes maanden in voorarrest. De man liep, samen met een andere beklaagde die de rechtszaak niet bijwoonde, tegen de lamp bij een routinecontrole door de politie. Bij die controle vonden de agenten duizenden euro’s in cash, vier paysafecards en drie kaartlezers. De twee werden opgepakt en verhoord. Het vonnis van de rechter volgt op 16 juni.

Telefonische oplichting

Een paysafecard is een prepaid betaalkaart waarmee je online kunt betalen zonder een bankrekening of kredietkaart. Je koopt een paysafecard in een winkel of online. Daarop staat een unieke code of PIN. Met die code kan je betalingen uitvoeren op websites die paysafecard accepteren. Die kaarten zijn verkrijgbaar in tankstations en eventueel in bepaalde bel- en krantenwinkels.

“Fraude met paysafecards is zeker geen nieuw fenomeen”, zegt advocaat Mohamed El Manouti van advocatenkantoor SUE. Er zijn twee manieren om fraude te plegen via paysafecards. “Bij de eerste vorm worden slachtoffer telkens opgebeld door buitenlandse nummers. Wanneer ze dan opnemen, wordt er onmiddellijk weer opgehangen. Vervolgens worden ze gebeld door iemand die zich voordoet als medewerker van een advocatenkantoor met de mededeling dat de Belgische staat een rechtszaak tegen telefonische overlast hebben gewonnen en recht hebben op een grote som geld”, voegt El Manouti toe.

“Fraude met paysafecards is zeker geen nieuw fenomeen”

Mohamed El Manouti (Advocaat advocatenkantoor SUE)

Voor ze dat bedrag ontvangen, moeten de slachtoffers advocatenkosten betalen. Dit kunnen ze doen door paysafecards te kopen en dan de codes door te sturen naar de oplichters, zodat zij die kunnen gebruiken. “Zodra die codes zijn doorgestuurd, kunnen criminelen het geld onmiddellijk gebruiken of verder doorverkopen, waardoor het erg moeilijk wordt om het bedrag nog te recupereren”, zegt El Manouti.

Er is ook nog een andere manier van fraude met paysafecards. Wat advocate Katrien Peysmans-De Ryck van advocatenkantoor MPDR vaak merkt, is dat er vaak eerst een bankkaart ontvreemd wordt. Vaak gaat het om fraude waarbij oudere slachtoffers worden geviseerd.

“Ouderen zijn vaak het doelwit.” Oplichters bellen ouderen op in naam van Card Stop. Ze beweren dat de bankkaart kapot is, vragen de pincode en komen de kaart vervolgens aan huis ophalen om die te ‘vernietigen’. “Nadat de bankkaart ontvreemd is, wordt er een paysafecards aangeschaft. Met deze kaarten kan dan anoniem betaald worden. Het is een soort waardebon of betaalmiddel waarmee er anoniem betaald kan worden.”

Onderneem zelf actie

Tegenwoordig worden veel mensen, vooral ouderen, telefonisch opgelicht. “Mensen komen meestal pas te laat tot het besef dat ze zijn opgelicht. Vaak is dat pas vanaf het moment dat er geld van hun rekening is gegaan”, zegt advocaat Peysmans-De Ryck. Volgens haar is het van belang dat ze Cardstop bellen vanaf het moment dat ze beseffen dat ze opgelicht zijn. Zo kan er geen geld van hun rekening worden overgezet of kunnen er geen Paysafecards worden aangekocht.

“Banken zouden mensen actiever moeten waarschuwen”

Katrien Peysmans-De Ryck (Advocaat MDPR)

“Het is ook belangrijk dat mensen nooit hun bankkaart aan iemand geven. Ook wanneer iemand hen opbelt met de boodschap dat er een probleem is met de betaalkaart en vraagt om de kaart mee te geven voor vernietiging, mogen ze dat nooit doen”, aldus Katrien Peysmans-De Ryck. Ze benadrukt dat dit niet de gebruikelijke gang van zaken is en dat het daar vaak fout loopt. Daarnaast zegt de advocaat dat er meestal oudere slachtoffers worden uitgekozen. “Zij zijn zich meestal niet bewust van het risico. Ik zie echt een patroon in dat soort dossiers.” Volgens haar hebben de banken hierin ook een verantwoordelijkheid. “Ze zouden mensen actiever moeten waarschuwen.” Vaak worden er op deze manier honderden of zelfs duizenden euro’s gestolen door oplichters.

Langer werken en minder waardering: waarom Brussel dinsdag rood, groen en blauw kleurde

De drie grote vakbonden ACV, ABVV en ACLVB, kwamen gisteren samen voor de nationale betoging in Brussel. 40.000 mensen uit verschillende sectoren liepen van het Noordstation naar het Zuidstation om te pleiten voor een socialer beleid. “We willen meer waardering van de regering.”

Jacques (62) woont al dertig jaar in Sint-Gillis en vertelt dat hij vandaag op straat komt, niet voor één kleur, maar om de gezamenlijke boodschap van alle vakbonden te steunen. Hij draagt daarom ook de kleuren van de ACV, ABVV en ACLVB: groen, rood en blauw.

De vakbonden staakten samen tegen het beleid en de maatregelen van de regering-De Wever om verschillende redenen. Olivier Remy, woordvoerder van ACV Puls, legt uit: “Mensen uit verschillende sectoren zijn hier omdat ze meer waardering willen van de regering. Iedereen moet langer werken, maar het wordt de mensen niet makkelijker gemaakt om dat vol te houden. Daarnaast is de druk op werknemers groot, waardoor velen langdurig ziek worden.” 

“De druk op werknemers is groot, waardoor velen langdurig ziek worden”

Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)

Waar Jacques vooral bang voor is, is dat mensen die langdurig ziek zijn of tijdelijk werkloos zijn tussen twee jobs, langer moeten werken. Bijgevolg zouden ze minder verdienen. Volgens Jacques gaat het om “tot wel driehonderd euro per maand”. Voor mannen zoals ik is dat veel geld.” Na een loopbaan van 42 jaar zou hij normaal gezien al met pensioen kunnen gaan, maar door de nieuwe maatregelen van de regering-De Wever zal hij nog zo’n vijf jaar moeten werken.

Zesde protest

 “Het is de zesde keer in ongeveer anderhalf jaar dat er protest wordt gevoerd voor een andere wereld”, gaat Remy verder. Of de acties ook echt effect zullen hebben op het beleid, blijft volgens hem een raadsel. “Dat is een moeilijke vraag, maar niets doen omdat je niet zeker bent dat het op korte of middellange termijn effect zal hebben, is ook geen optie.”

“We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”

Olivier Remy (woordvoerder ACV Puls)

Volgens Remy is het belangrijk dat mensen zich blijven uitspreken en organiseren. “Je moet blijven opkomen, je stem laten horen, samenwerken en je verenigen.” Hij wijst erop dat eerdere acties al kleine veranderingen hebben opgeleverd. “Voor de betrokken mensen is dat echt belangrijk.” Toch blijft de ambitie groter. “We hopen dat er op middellange termijn echt een ander beleid komt”, besluit Remy.

Gemengde gevoelens

De staking is vreedzaam verlopen. Of Jacques vooral staakte voor een extra verlofdag, blijft onduidelijk. Zelf is hij niet erg positief over de betogingen vandaag en verwacht hij niet veel effect. “Ze gaan niet veel veranderen deze week. De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet. Er zit wat sleet op de betogingen. Het is ook al de zesde betoging.” Hij hoopt toch dat de stemming van het federaal parlement van deze week verband houdt met de betogingen van vandaag.

“De maatregelen van De Wever zullen toch worden doorgeduwd, of we hier nu betogen of niet”

Jacques (betoger)

Jérémy (44), vertegenwoordiger van het socialistische ABVV, is positiever. Zijn stakingsdag bracht hij door op café. Hoewel hij niet deelnam aan de betoging, is zijn boodschap wel duidelijk: “Fuck N-VA!”

De betoging tegen de maatregelen van regering-De Wever in Brussel is vreedzaam verlopen. © Floris Cornips

Solliciteren via Instagram: Artificiële intelligentie als nieuwe carrièrecoach voor jongeren?

Voor jongeren verloopt solliciteren steeds vaker via de kanalen waar ze dagelijks actief zijn: sociale media. Bedrijven spelen daarop in met nieuwe tools die het proces sneller en eenvoudiger maken, zoals het Nederlandse uitzendbureau Youth Capital, die op 14 april solliciteren via Instagram lanceerde. De vraag is alleen of die digitale versnelling het sollicitatieproces ook echt beter maakt.

Youngcapital, een Nederlands uitzendbureau voor jongeren, lanceerde op 14 april een manier om via Instagram te solliciteren met een AI-chatbot. Via de chatfunctie kunnen jongeren in hun vertrouwde omgeving met enkele berichten aangeven wie ze zijn en naar welk type job ze op zoek zijn. Volgens Youngcapital zijn er in korte tijd al meer dan 2.000 sollicitaties in Nederland via de tool binnengekomen. Dat België hierin zou volgen, vinden experts een logische volgende stap. Chris Demeyere, social media expert bij Punchline, vindt het geen verrassing dat solliciteren steeds meer via sociale media verloopt. “Vandaag starten sollicitaties op een bepaald niveau bijna allemaal via sociale media”, zegt hij. “Het is logisch om AI in dat proces te gebruiken, maar dat maakt het systeem niet automatisch beter.”

Maar liefst 38 procent van jongeren tussen 19 en 26 jaar gebruikt liever AI voor hulp bij het solliciteren dan het advies van hun ouders. Toch ziet Demeyere ook problemen met de betrouwbaarheid van de selectie: AI kan wel inschatten wie meestal een goede match lijkt, “maar daardoor vallen minder gewone of afwijkende kandidaten sneller uit de boot”. Hij benadrukt ook dat AI vandaag nog altijd aan het handje moet worden gehouden. Volgens hem ontbreekt er nog onderscheidend redeneren en een volwassen beslissingsmodel.

AI werkt volgens Demeyere vooral op basis van taalpatronen: het kan aangeven waar meestal ‘ja’ op gezegd wordt, maar kan niet garanderen dat elke beslissing klopt. Daarom raadt hij aan om AI vooral te gebruiken in de voorbereiding, bijvoorbeeld voor een eerste filtering of om vragen te genereren, maar altijd met een mens die elk gesprek meevolgt en de uitkomst nakijkt.

Gericht op jongeren

De keuze van Youngcapital voor Instagram is volgens Demeyere logisch. Jongeren brengen er veel tijd door, het platform is toegankelijk en de advertentiemogelijkheden zijn sterk uitgebouwd. “Als je kijkt naar waar jongeren zitten, dan is Instagram één van de belangrijkste kanalen, zeker in België en Nederland”, legt hij uit. Voor serieuze loopbaangesprekken blijft Linkedin volgens hem wel het belangrijkste professionele platform, maar voor bereik en snelheid zijn Instagram, Snapchat en Tiktok bijzonder aantrekkelijk.

Medeoprichter van Youngcapital Hugo de Koning noemt de Instagram-tool dan ook een noodzakelijke vernieuwing. “We kijken altijd naar wat slimmer en sneller kan in het sollicitatieproces”, zegt hij. De AI-chatbot moet fungeren als een soort persoonlijke carrièrecoach die de wensen van gebruikers vertaalt naar concrete vacatures. Doordat alles binnen Instagram blijft, hoeven jongeren het platform niet te verlaten, wat de drempel om effectief te solliciteren verlaagt.

Mark Maldeghem, CEO van Jobat, noemt de Instagram-chat van Youngcapital “een logische stap voor een generatie die minder graag mailt”. Tegelijk wijst hij erop dat Jobat zelf ook AI gebruikt om vacatures beter te matchen en te verspreiden via onder meer Instagram en Linkedin. “De data van Instagram staan allemaal op servers buiten Europa”, zegt hij. “Daar zijn ook beperkingen aan wat je mag doen.”

Tiktok

De grootste uitdaging zit volgens hem in de korte aandachtsspanne op zulke platforms: “Op een paar minuten tijd moet de vacature een passend persoon vinden.” Over Tiktok is hij daarom terughoudend. Het platform werd vooral gebouwd rond korte, vluchtige video’s, waardoor het moeilijk is om in één beperkte interactie genoeg gestructureerde informatie te verzamelen voor een serieuze sollicitatie. Daarbovenop spelen ook privacy- en datakwesties mee: de Europese toezichthouder legde Tiktok in 2025 nog een boete van 530 miljoen euro op wegens problemen met de bescherming en overdracht van gebruikersdata buiten de EU. De vraag is volgens Maldeghem dan ook of Instagram wel het juiste kanaal is voor serieuze sollicitaties.

Demeyere ziet het anders. “Wat valt er te verliezen?” Hij legt uit dat AI vooral dient om snel te filteren en voor te bereiden, maar dat de echte beoordeling en verantwoordelijkheid bij mensen liggen. “Er blijft altijd een menselijke schakel nodig”, besluit hij.

Opinie | Een gemiste kans: Theroux kijkt toe terwijl de manosfeer groeit

De documentaire ‘Inside the Manosphere’ staat sinds begin maart op Netflix. Louis Theroux probeert de complexiteit van de omstreden online community te tonen. De aantrekkingskracht van dit omstreden gedachtengoed is verontrustend. Als we kijken naar de cijfers van Ipsosuit maart 2026 vindt een kwart van de Gen Z-mannen dat een vrouw niet onafhankelijk moet zijn en twintig procent dat een vrouw geen seks mag initiëren. Als samenleving hebben we een gedeelde verantwoordelijkheid in deze groeiende populariteit en net daar slaat Louis Theroux de bal mis.

De manosfeer is een online netwerk van websites, fora en sociale media, gemaakt door en voor mannen, waarop traditionele mannelijkheid en vrouwvijandigheid worden gepropageerd. Toxische hypermannelijkheid, zelfontwikkeling en antifeminisme staan er centraal. Zo deed de ondertussen veroordeelde Harrison Sullivan, ook bekend onder de naam ‘HSTikkyTokky’, alarmerende uitspraken: “Ik coach jongens hoe ze een fucking echte man kunnen zijn, hoe ze geld moeten verdienen, hoe ze buiten het systeem kunnen staan, hoe ze niet onder een baas hoeven te werken die hen vertelt wat ze moeten doen.”

Onzekerheid als verdienmodel

Cijfers van Ipsos tonen aan dat de impact van dit problematische gedachtengoed niet te onderschatten zijn. Nochtans grijpt Theroux geen enkele kans om de content creators te confronteren met deze cijfers, noch haalt hij de cijfers aan in zijn documentaire. De weerslag is ongezien en daarvan blijft de kijker volledig in het ongewisse. Door deze invloed op de nieuwe generatie niet te benadrukken, blijft deze ideologie een ver-van-mijn-bedshow voor vele Netflixkijkers. Tegelijkertijd blijft de populariteit onder jonge mannen alsmaar groeien.

De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators. De twijfels en onzekerheden van jonge mannen vormen hun inkomen. De aanhangers van hun content hebben het vertrouwen in onze maatschappij verloren. Die gevoelens nemen de bovenhand en wij, als samenleving, bieden niet langer het vangnet waar ze naar hunkeren. Die gedeelde verantwoordelijkheid laat Theroux links liggen, waardoor we nog steeds niet verder kijken dan onze neus lang is en blijven steken in kortzichtigheid.

“De manosfeer dient als verdienmodel voor de controversiële content creators”

In plaats van de kijker bewust te maken van de maatschappelijke invloed van deze ideologie, kijkt Theroux passief toe terwijl de influencers het heft in eigen handen nemen. In de documentaire doen de controversiële mannen aan pedojagen, een fenomeen waarbij burgers zelf op zoek gaan naar personen die verdacht worden pedofiele gevoelens te hebben. Zo zette iemand van het team van Harrison Sullivan een date op met een oudere man, door zich voor te doen als een jong meisje. Vervolgens wachtten ze hem op en sloegen hem in elkaar. Het volledige gebeuren werd uitgezonden op de livestream van HSTikkyTokky. Theroux hield zich op de achtergrond, zonder de problematische aard van de situatie te erkennen. “Ik ging weg en keek vanop een afstand toe”, stelt Theroux in een voice-over tijdens de scène.

Manosfeervriendjes

Het gebrek aan een scherpzinnige blik en een journalistieke benadering wordt ook zichtbaar wanneer Theroux zich meer zorgen lijkt te maken over zijn reputatie en zijn relatie met de content creators dan het aannemen van een kritische houding. Zo vraagt hij herhaaldelijk aan Harrison Sullivan: “Gaat het goed tussen ons? Echt? Want soms weet ik het niet zo zeker.” Hij wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes. Hoewel een vriendschap niet noodzakelijk is om de waarheid te achterhalen of controverses aan het licht te brengen.

“Theroux wil voortdurend garanderen dat hij op goede voet staat met zijn manosfeervriendjes”

Toch legt Theroux ook enkele contradicties bloot. Wanneer Harrison Sullivan gevraagd wordt of hij OnlyFansmeisjes managet, ontspint zich een monoloog waarin hij zichzelf tegenspreekt: “Ik manage ze zelf niet, maar ik heb wel een agentschap gekocht dat dat doet. Ben ik het ermee eens? Nee. Verdien ik eraan? Ja. Ik ben een zakenman. Ik doe het verdomme niet voor mijn plezier. Mijn dochter heeft niets te zoeken op Onlyfans, ik zou haar dan onterven.” In deze onthullende uiteenzetting komt zijn tegenstrijdige mentaliteit duidelijk naar voren. Theroux toont de mens achter het controversiële verdienmodel door een rustige en vasthoudende vraagstelling te hanteren.

Een comfortabel bedje van ongemak

Louis Theroux heeft een welbekende documentairestijl waarbij hij de gewoonte heeft om zich volledig onder te dompelen in de leefwereld van zijn onderwerp. Daarbij is hij niet verlegen om de ongemakkelijkheid op te zoeken. Dat blijkt uit eerdere documentaires, ‘The Settlers’, die toont hoe de groeiende gemeenschap van religieus-nationalistische Israëlische kolonisten zich in de Westelijke Jordaanoever vestigden.

In ‘Inside the Manosphere’ is dat niet anders en besluit hij actief deel te nemen aan de omstreden podcast ‘Fresh and Fit’ van Myron Gaines. Daar wordt hij zelf onderwerp van gesprek, zowel in de podcast als in de bijhorende livestream. Toch rijst de vraag of het noodzakelijk is voor Theroux om deze schadelijke content te voeden. De online community wordt gekenmerkt door choquerende uitspraken en over de aard van deze onthutsende inhoud bestaat geen twijfel. Theroux’ deelname is een ongelukkige journalistieke keuze en reduceert hem slechts tot een speelbal van de podcasthost, Myron Gaines.

Nochtans heeft deze immersietechniek hem al opmerkelijke resultaten opgeleverd, zoals in ‘The City of Crystal Meth’. Daar slaagt hij erin om via onthullende conversaties een indringend beeld te schetsen van de verwoestende gevolgen van een methverslaving. Om die realiteit tastbaar te maken voor de kijker, was het ook niet nodig om meth te gebruiken.

Manipulatieve werkwijze

Dat Louis Theroux het onderwerp wordt van de content blijkt nogmaals aan het einde van de documentaire. Harrison Sullivan, HSTikkyTokky, filmt Theroux ongevraagd voor zijn livestream. “HS lijkt van tactiek veranderd te zijn en wilt me onder druk zetten”, zegt Theroux in de documentaire. Het bekijken van dit fragment voelt aan als een soort teruggekaatste ongemakkelijkheid.

“De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf”

De manipulatieve werkwijze van de manosfeer-influencers toont hoe ze het visuele medium beter beheersen dan Theroux zelf. Ook Theroux merkt dat op. Hij wijst hen op het verschil tussen hun vlogachtige aanpak en zijn eigen documentaireaanpak: “Tegen wie heb je het? We zitten nu niet op sociale media. Dit is een echte documentaire.” De snelheid van Harrisons livestream neemt de documentaire van Theroux over. Daardoor lijkt de documentairemaker steeds minder bekwaam voor het analyseren van de community van de manosfeer. Zijn documentairestijl botst met de snelheid en visuele logica van de online platformen van de manosfeer-influencers. Een documentairemaker die dichter bij deze digitale cultuur staat en de dynamiek van sociale media beter beheerst, zou een scherpere en meer maatschappelijk geëngageerde inkijk kunnen bieden in deze community.

Opinie |  Een pleidooi voor een efficiënt én eerlijk hoger onderwijs 

Als Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) het hoger onderwijs efficiënter wil maken, doet ze er beter aan de zogenaamde ‘bewust eeuwige student’ met open armen te verwelkomen in plaats van er met de vinger naar te wijzen, vindt Oona-Lisa Desmet. 

Minister Demir houdt van efficiëntie. Dat blijkt uit het beleidsvoorstel dat De Morgen in januari kon inlezen. Ze pleit voor een verstrenging van de studievoortgangsregels. Studenten moeten minstens 54 studiepunten van de 60 opnemen, slagen voor 80 procent van de opgenomen studiepunten en krijgen maximaal vier examenkansen per vak over hun volledige studietraject.  

Waarom? Ongeveer 35 procent van de studenten behaalt het bachelordiploma binnen de vooropgestelde studieduur. Dat is weinig, té weinig volgens Demir en daarom worden de cijfers gebruikt als verantwoording voor het voorstel. De vraag is echter wat er schuilt achter de overige 65 procent van de studenten. Hebben ze een gebrek aan motivatie? Doen ze dat bewust, dat ‘eeuwig’ studeren? De cijfers missen context, ze zeggen niets over de achtergrond van studenten, en het is daar waar het schoentje knelt binnen dit beleidsvoorstel. 

Weerspiegeling van het dagelijkse leven 

Dé student volgt immers niet altijd de meeste lineaire en mooi geplaveide weg. Het gebeurt dat er eens een steen losligt of ontbreekt. Dat de student een andere richting uit moet of eerst de weg moet herstellen vooraleer verder te kunnen. Zo gaat het er ook aan toe in het dagelijkse leven en laat onderwijs nu net daar de weerspiegeling van zijn.  

Sommigen moeten studies combineren met werk, iets wat het beleid zelf stimuleert via voordelige werkstudentenregelingen. Anderen kampen met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Niet iedere thuissituatie is even stabiel. En niet elke student heeft de bagage om meteen te functioneren in het hoger onderwijs, een systeem doordrenkt van impliciete normen, regels en verwachtingen, zoals academische taal en bepaalde voorkennis. Die 65 procent van de studenten over dezelfde kam scheren en strenger aanpakken om de motivatie te verhogen? De context toont ons dat het dan de meest kwetsbaren zullen zijn die door de uniforme regels zullen worden getroffen. 

“Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student”

Oona-Lisa Desmet 

Die individuele verhalen staan bovendien niet los van bredere structurele keuzes. Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student. Maar als ook de bredere structurele factoren in rekening worden gebracht, dan vertelt ons dat een ander verhaal.  

Er wordt namelijk bespaard op het hoger onderwijs, waardoor studiekosten stijgen. Sommigen worden daardoor verplicht om tijd te maken voor een studentenjob om studies te kunnen betalen. Tijd die dus niet naar de studies kan gaan. Daarnaast zorgen besparingen voor minder begeleiding en grotere groepen, waardoor net die studenten die extra ondersteuning nodig hebben, minder worden opgevangen. We moeten dus verder durven kijken dan de simplistische individualisering en inzetten op de betaalbaarheid van studeren.  

2.000 opties 

Tot slot is het hoger onderwijs geen afgesloten ruimte in het bredere onderwijsveld. Hoe het middelbaar wordt ervaren en de keuzes die daar al dan niet worden gemaakt, hebben een invloed op de mate waarin het verder studeren vlot verloopt. Je bent 18 en hebt keuze tussen meer dan 2.000 opties. Enkel jij maakt de keuze en wordt er dan ook voor verantwoordelijk gesteld.  

De voorgestelde maatregelen drijven die verantwoordelijkheid alleen nog maar op, maar maakt de student er ook een meer doordachte studiekeuze door? Begint het ‘efficiënt’ studietraject niet eerder bij de ondersteuning in dat studiekeuzeproces in plaats van sanctionering na de eerste bachelorjaren?  

“We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten” 

Oona-Lisa Desmet 

De huidige ondersteuning schiet tekort. De SID-IN-beurs, een informatiemarkt voor zesdejaars, en de open-les-weken geven dan wel een oppervlakkig beeld van het aanbod, maar helpen niet in het leren kennen van de eigen interesses. Wat nodig is, zijn structurele gesprekken met ruimte voor zelfreflectie, realistische verwachtingen en het doorbreken van vooroordelen over zowel leerlingen, als opleidingen zelf. Het herwaarderen van niet-academische paden is hierbij een must. 

Het is het welbevinden van studenten dat ertoe doet en dat de basis vormt om tot leren te komen. Studenten die zich goed voelen, geloven in hun toekomstkansen, hun capaciteiten en komen tot betere leerprestaties. Efficiëntie in het hoger onderwijs begint dus niet bij strengere regels, maar bij het creëren van omstandigheden waarin elke student kan slagen. 

Kortom: er is méér dan alleen de student die wat harder moet studeren en wat meer zijn best moet doen. We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten. Dus nogmaals, wanneer Demir het hoger onderwijs efficiënter wil, kan ze beter in plaats van met de vinger te wijzen naar de ‘bewust eeuwige student’, haar armen gebruiken om deze heel ver te openen zodat de focus verschuift van uitsluiting naar verwelkoming.  

Wie blijft onzichtbaar? Expo ‘In Plain Sight’ in Arenberg doorbreekt het beeld

Op 3 mei opent in Arenberg de tentoonstelling ‘In Plain Sight’, een expo die opkomende kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samenbrengt, met daarnaast werk van de Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza. Het project wil niet alleen kunst tonen, maar ook de vragen stellen: wie krijgt vandaag een plek in de kunstwereld? En wie blijft onzichtbaar?

De expositie ‘In Plain Sight’ opent op 3 mei in Arenberg. Achter de expo staat het Antwerpse collectief Nana Benz, in samenwerking met het creatieve duo Fouzia&Brecht. Wat begon als een idee binnen het team, groeide uit tot een ambitieus project met een duidelijke maatschappelijke insteek.

“Nana Benz werd opgericht omdat er een plek ontbrak die echt gericht is op de Afrikaanse diaspora”, vertelt Graciëlle Kwizera, vrijwilliger in het productieteam van Nana Benz. “En er leeft nog altijd een beeld van Afrika alsof het één geheel is, terwijl het zo’n divers continent is.” Vanuit diezelfde visie kruisten de paden van Nana Benz en het creatieve duo Fouzia&Brecht, die via de persoonlijke sponsor van Elijah Muwereza zijn werk te zien kregen. Vanuit die samenwerking groeide het idee voor ‘In Plain Sight’.

“We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)

De expo brengt kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samen en wil die diversiteit zichtbaar maken. Niet via één verhaal, maar via meerdere perspectieven: kunstenaars met verschillende achtergronden, ervaringen en stijlen. Die focus is bewust. “We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien.”

Voor wie?

Naast representatie speelt ook toegankelijkheid een grote rol in het project. Volgens Graciëlle blijft kunst voor veel mensen ontoegankelijk. Niet alleen mentaal, maar ook financieel. “Er hangt nog altijd een beeld rond kunst alsof het voor een bepaalde groep is, rijkere mensen. We wilden die drempel verlagen en tonen: dit is ook een wereld waar jij bij hoort.”

Met een gratis tentoonstelling probeert ‘In Plain Sight’ die barrière effectief te doorbreken. Maar tegelijk legt het project een dieper probleem bloot: toegang tot kunst is niet alleen een kwestie van interesse, maar ook van middelen. “Kunst is geen gratis hobby. Materiaal kost geld, opleidingen kosten geld… en zo krijg je een sector die eerder voor de ‘rijke’ is omdat het door de hoge kosten niet voor iedereen even toegankelijk is.”

Die vaststelling raakt aan een bredere ongelijkheid binnen de kunstwereld. Wie de middelen heeft om te creëren, studeren en netwerken, heeft automatisch een voorsprong. Initiatieven zoals deze expo proberen dat patroon te doorbreken, maar leggen tegelijk bloot hoe diep die structuren verankerd zijn.

De rode draad

Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza, wiens werk de basis vormde voor de expo, kan zelf niet aanwezig is in Antwerpen. Toch blijft hij een centrale figuur binnen In Plain Sight. Zijn werk vormt de rode draad van de tentoonstelling en creëert een inhoudelijke verbinding tussen de verschillende werken en verhalen.

Tijdens de expo wordt er ook geld ingezameld om zijn artistieke praktijk verder te ondersteunen en de creatie van nieuw werk mogelijk te maken. Die ondersteuning wordt niet alleen gezien als een versterking van zijn huidige werk, maar ook als een investering in de toekomst: met de ambitie dat hij op termijn kan doorgroeien naar een rol waarin hij andere kunstenaars kan inspireren en begeleiden.

Voor Elijah betekent deelname aan de expo meer dan alleen blootstelling. “Ik voel me gehoord en gezien in een ruimte vol mensen.”  Zijn werk vertrekt vanuit persoonlijke ervaringen: een jeugd gekenmerkt door armoede en leven op straat. Die herinneringen vertaalt hij naar grote, gelaagde schilderijen waarin gevoelens centraal staan. “Dit zijn mijn gevoelens en herinneringen. Schilderen geeft mijn ziel rust.”

“Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik” – Elijah Muwereza (kunstenaar)

Zijn kunst gaat niet alleen over zichzelf, maar ook over bredere verhalen binnen zijn gemeenschap. Toch botst hij op een herkenbaar probleem binnen de kunstwereld: een gebrek aan ruimte voor andere stemmen. “Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik.”

Volgens hem ligt de focus bovendien te vaak op competitie en technische perfectie, terwijl persoonlijke expressie onderbelicht blijft.

Zeven kunstenaars, zeven verhalen

Naast Elijah tonen ook zes Belgische kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora hun werk. Hun verhalen lopen uiteen, maar raken aan gelijkaardige thema’s. Graciëlle ziet duidelijke lijnen terugkeren: “Het gaat vaak over eenzaamheid en jezelf blootleggen.”

Sommige kunstenaars verkennen hun dubbele identiteit, anderen brengen kwetsbare zelfportretten rond mentale gezondheid. Er zijn ook werken die focussen op familie en voorouders. Die diversiteit maakt de expo gelaagd: geen eenduidig verhaal, maar een verzameling persoonlijke perspectieven. De titel van de expo, ‘In Plain Sight’ verwijst naar wat zichtbaar lijkt, maar vaak niet écht gezien wordt. Volgens de organisatie gaat het over de kloof tussen zelfbeeld en hoe anderen naar je kijken, zeker binnen de Afrikaanse diaspora, waar stereotypen nog steeds een rol spelen.

Meer dan alleen kijken

De vernissage op 3 mei wordt meer dan een klassieke opening. Bezoekers krijgen de kans om de kunstenaars te ontmoeten en hun verhalen te horen. Er staat een panelgesprek met de kunstenaars op het programma, aangevuld met een spoken word performance. Eén werk wordt bovendien live voorgedragen door de maker.

Het gaat er niet alleen om kijken naar kunst, maar ook om beleven en begrijpen. De tentoonstelling loopt tot 30 mei en blijft gratis toegankelijk, met als doel een zo breed mogelijk publiek aan te spreken.

“Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)

Hoewel de expo meer ruimte creëren voor kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora en een meer divers publiek aantrekken, blijven de organisatoren realistisch. “Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste”, aldus Graciëlle. Of ‘In Plain Sight’ die systemen zal veranderen, is ook onzeker. Maar dat het gesprek wordt geopend, staat vast. Daar ligt de kracht van de tentoonstelling: niet alleen tonen wat zichtbaar is, maar ook blootleggen wat nog steeds buiten beeld blijft. Voor Elijah is de boodschap alvast eenvoudig: “Als ze niet komen, breng ik het werk naar hen.”

Op zaterdag 23 mei organiseert Nana Benz een festival in Arenberg naar aanleiding van Africa Day. Info en tickets vind je hier.

Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.

Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.

Waait het Snapchat fenomeen ‘Jumpen’ over naar ons land?

In Nederland circuleert een nieuwe vorm van online pesten. Het is bekend onder de naam ‘Jumpen’ of ‘zeg sorry’-video’s. Het fenomeen speelt zich voornamelijk af op het sociale media platform Snapchat. “Dit asociaal gedrag is echter niet helemaal nieuw”, verklaart hoofddocent Global Digital Media Daniel Trottier aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam.

Een nieuwe vorm van cyberpesten, genaamd Jumpen, verspreidt zich in Nederland. Bij dit fenomeen worden slachtoffers uitgezocht op Snapchat en vervolgens in het echte leven opgewacht voor slagen en mishandeling. Ze worden geslagen, bevolen om op de knieën te gaan en sorry te zeggen tegen hun ‘baas’. Jumpen is daardoor ook bekend onder ‘zeg sorry’-video’s. De daders filmen de gehele actie en plaatsen dit achteraf online. NOS duidt dat Jumpen verschillende vormen kan aannemen. Zo moest een slachtoffer zijn broek uit trekken, werd hij bespuugd en ondergespoten met saus. Vervolgens moest hij sorry zeggen terwijl hij werd gefilmd.

Een verlengde van Happy slapping

Volgens Daniel Trottier, hoofddocent Global Digital Media Daniel Trottier aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam (EUR), is het fenomeen van slachtoffers slaan en filmen niet helemaal nieuw. “Het feit dat het wordt opgenomen door een smartphone, klinkt een beetje nieuw, maar als je kijkt naar de ‘Happy slaps’ uit het Verenigd Koninkrijk van twintig jaar geleden, doet zich vandaag een gelijkaardig fenomeen voor.” ‘Happy slapping’ was een verschijnsel uit 2005 waarbij onbekende slachtoffers met een klaptelefoon werden geslagen in het gezicht. Ook hier werd het pestgedrag gefilmd en verspreid naar anderen. 

Toch zijn er enkele verschillen tussen Happy slapping en het Jumpen van nu. In de periode van Happy slapping waren er bijvoorbeeld nog maar amper online platformen. “Dit was voor de tijd van sociale netwerken, het verspreiden van dit soort video’s was daardoor moeilijker.” stelt Trottier.

“Dat is toch al in België?”

In Zuid-Holland komt Jumpen al enkele maanden voor. Midden maart kaartte de politie het probleem aan in de media na meerdere klachten. 

Verschillende Vlaamse jongeren lijken al vertrouwd zijn met het fenomeen. Zo legt Mohammed (16) uit: “Dat is wanneer een persoon wordt geforceerd zijn excuses aan te bieden aan iemand anders, op video.” Ook Redwan (18) heeft er al eens van gehoord: “Dat is mensen pesten en sorry laten zeggen op camera.” Beide beschouwen Jumpen als onacceptabel. “Ik vind het eerlijk gezegd niet oké, als er een probleem is, dan kan je dat op een andere manier oplossen”, aldus Redwan. Bij anderen is de naam Jumpen minder bekend. “Het klinkt niet heel nieuw. Het is eerder een moderne naam. Ik herken het wel”, vertelt Joep (18).

“Ik vind het eerlijk gezegd niet oké, als er een probleem is, dan kan je dat op een andere manier oplossen” – Redwan (18)

Verder vermoeden de jongeren dat het fenomeen zich al in België voordoet: “Ik denk eerlijk gezegd dat het al is overgewaaid.” geeft Redwan (18) aan. Ook Leyla (16) zegt: “De kans is groot dat het van Nederland naar België komt. Jongeren komen snel in contact met elkaar, vooral door sociale media.” Voor sommigen is het zelfs al een vanzelfsprekendheid. Adbulla (13): “Dat is toch al in België?”

De drijfveer van daders

Daniel Trottier spreekt ook over de motivatie van de daders. In de eerste plaats speelt de ervaarde groepsdruk van jongeren een rol. “Het wordt vooral gedaan om het met mensen in hun sociaal netwerk te delen. Om te zeggen, kijk wat ik heb gedaan, hoor ik nu bij de groep?” De jongeren maken met andere woorden video’s om ze te delen met de mensen waarnaar ze opkijken. Ze zoeken zo een manier om zichtbaarheid te verkrijgen.

“Het wordt vooral gedaan om het met mensen in hun sociaal netwerk te delen. Om te zeggen, kijk wat ik heb gedaan, hoor ik nu bij de groep?” – Daniel Trottier (hoofddocent Global Digital Media, EUR)

Een ander aspect is de drang om viraal te gaan. De video’s die initieel op Snapchat worden gepost, worden later ook gedeeld op andere platformen. “In het algemeen zien we dat video’s, vooral virale video’s, die bestaan op één platform, ook snel rondgaan op andere platformen.” Trottier wil verder onderzoek doen naar of het idee van ‘viraal gaan’ speelt bij jongeren voor het maken van zeg sorry-video’s. 

Tegelijkertijd merkt Trottier op dat dit soort video’s van geweld niet altijd viraal kunnen gaan door de moderatie op online platformen zoals Instagram en Facebook. Gebruikers krijgen daar vaak eerst een waarschuwing te zien voordat ze de inhoud kunnen bekijken. Dat herkent ook Jening (22): “Op Instagram krijg je een melding dat de video geweld bevat. Je klikt daar pas op als je het ook echt wilt zien.” Voor Snapchat is dat minder het geval. “Het zou goed zijn als Snapchat wat meer actief was omtrent moderatie”, zegt Daniel Trottier.

Als laatste kan het online aspect een extra drijfveer zijn voor daders om meer schade te brengen aan het slachtoffer. Daniel Trottier verklaart: “Het is één ding om in het fysieke leven slachtoffer te worden, maar als je ziet of weet dat het filmpje dat gemaakt werd populair is, en mensen in je omgeving kunnen het zien, doet het nog meer pijn.”

Ben je zelf slachtoffer van dit soort geweld? Stap dan zeker naar de politie of bel anoniem en gratis naar de hulplijn 1712. Ook bij Tele-onthaal kun je terecht op het nummer 106. 

Kom je dit soort video’s of ander geweld tegen op sociale media? Rapporteer de video.

StampMedia · Waait het Snapchat fenomeen ‘Jumpen’ over naar ons land?

(Opinie) “Ga er niet zomaar van uit dat iemand hulp nodig heeft, vraag het eerst”

We hebben allemaal geleerd om mensen in nood te helpen. Het is een vorm van beleefdheid die ons vaak van jongs af aan wordt aangeleerd. Maar wat gebeurt er wanneer onze impuls om te helpen verandert in de aanname dat iemand hulp nodig heeft?

Als het om mensen met een beperking gaat, kan de goedbedoelde drang om te helpen soms omslaan van vriendelijk naar betuttelend of zelfs neerbuigend. Dus de vraag is: moeten we automatisch inspringen om mensen met een beperking te helpen, of moeten we het eerst vragen? Het antwoord is eenvoudig: vraag het. Altijd.

“Je moet hulp aanbieden, niet opdringen”

Ongevraagde hulp zendt een boodschap uit, ook al is die goed bedoeld. We denken misschien dat we behulpzaam zijn, maar voor mensen met een beperking kan het aanvoelen alsof we hun capaciteiten inschatten op basis van wat we zien. Het ontneemt iemand de regie, terwijl die persoon misschien jaren heeft gewerkt aan strategieën, hulpmiddelen en technieken om zelfstandig door het leven te gaan. Bovendien verschillen behoeften, mogelijkheden en voorkeuren sterk van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Precies daarom is het zo belangrijk om te vragen of iemand hulp wil. ‘Kan ik je helpen?’ of ‘Wil je hulp?’ zijn eenvoudige zinnen die teruggeven wat ongevraagde hulp wegneemt: keuze. Zoals sledgehockeyspeler Thomas Bogaerts zegt: “Vraag gewoon of je kunt helpen, ga er niet van uit dat we iets niet kunnen.”

Zo’n vragen erkennen de ander als expert van de eigen behoeften. Ze creëren verbinding in plaats van bemoeienis. En belangrijk: ze geven iemand de mogelijkheid om nee te zeggen. Die ‘nee’ is essentieel. Het is een uiting van zelfstandigheid, een statement dat zegt: “Ik red het wel.” Voor veel mensen met een beperking is onafhankelijkheid niet alleen wenselijk, maar het resultaat van hard werk.

Held van het moment?

Leren omgaan met ruimtes, systemen en situaties die niet met jou in gedachten zijn ontworpen, vraagt doorzettingsvermogen en oefening. Wanneer iemand ongevraagd komt helpen, kan dat proces worden onderbroken. Dat betekent niet dat je geen hulp mag aanbieden, wel dat je ze niet mag opdringen. Als iemand lijkt te worstelen en de situatie suggereert dat hulp welkom kan zijn, vraag het gerust. De meeste mensen waarderen het gebaar, of ze de hulp nu aannemen of niet.

Zegt iemand ja? Volg dan hun aanwijzingen. Vraag hoe je het beste kunt helpen en luister naar hun instructies. Het gaat hier niet om jou als held van het moment.

Het bredere probleem ligt in hoe we naar beperkingen kijken. Te lang heeft de samenleving gewerkt vanuit een liefdadigheidsmodel dat mensen met een beperking ziet als zielig en hulpbehoevend.

“Een beperking wist bekwaamheid niet uit”

De realiteit is anders. Mensen met een beperking zijn experts in aanpassing. Ze zijn probleemoplossers, innovators en gewoon mensen die hun leven leiden. Eerst vragen voordat je helpt is een kleine maar betekenisvolle manier om dat te erkennen. Dus de volgende keer dat je iemand met een beperking ziet en je instinct zegt dat je moet helpen, vraag het eerst en vertrouw op het antwoord. Die eenvoudige vraag maakt een wereld van verschil.

De reeks ‘Nieuw Leven’ vertelt verhalen van mensen bij wie het leven plots een andere richting insloeg. Door ziekte, een ongeval of een beperking werden vanzelfsprekende dingen onzeker en moest een nieuwe balans worden gevonden. In interviews en fotoreportages delen zij hun ervaringen over verlies, veerkracht, identiteit en opnieuw thuiskomen in een lichaam en leven dat veranderd is.

(Opinie) Laat Antwerpen en haar winkels ontwaken op zondag

Reporter Lune van der Putte hoopt dat er binnenkort meer winkels open zullen zijn op zondag. “Eerlijke concurrentie is mogelijk, ook op zondag”

Lidl wil in heel België open op zondag en hopelijk volgen meer supermarkten, kleding- en interieurwinkels dat voorbeeld. Lidl volgt het voorbeeld van onder meer Delhaize en Albert Heijn, en is daarmee de eerste discounter die open zal zijn op zondag. 

Ik ben opgegroeid in een middelgrote stad in Nederland. Tot ik op mijn twintigste naar Antwerpen verhuisde, kon ik daar altijd op zondag de stad in. Een grotere, bruisende en levendige stad, daar zou ik mijn studententijd beleven. Maar toen ik op mijn eerste zondag de Meir opliep, werd ik jammerlijk verrast. 

Dé winkelstraat van Antwerpen was leeg, op een paar verdwaalde toeristen en mijn verdwaalde zelf na. Shoppen op zondag bleek onmogelijk in ’t Stad. Op een paar zuinige koopzondagen na. Boodschappen doen kon wel, maar alleen als je een zak met geld meenam. De goedkope supermarkten zoals Aldi, Lidl en Colruyt houden hun deuren gesloten op de dag van God. 

Je kan begrijpen dat ik blij was te horen dat de Lidl ’s zondags open wil gaan. Dat zal mijn leven een stuk makkelijker, en vooral, goedkoper maken. Maar nu rest mij nog wel een vraag: waarom doen niet meer winkels dat? 

Wie zich op zaterdag de Meir waagt, komt steevast in een shoppende mensenfile terecht. Tja, momenteel hebben de stedelingen maar één vrije weekenddag om zich in hun noden te voorzien. Als de winkels ook op zondag opengaan, kan die drukte over twee dagen gespreid worden. 

Het zal daarnaast zorgen voor meer studentenjobs. Met hun doordeweekse schoolverplichtingen werken studenten graag in het weekend. Een extra dag zal vrijkomen om het armoedige studentenleven te bekostigen. 

“In de Belgische wet staat dat winkels een verplichte sluitingsdag moeten hebben. Dat hoeft niet per se op zondag te zijn. Toch kiezen velen daar nog steeds voor”

Bovendien zal het ondernemers helpen in hun concurrentie met online-verkopers. Webshops als Bol en Amazon zijn altijd open. En hebben daarmee momenteel het zondagmonopolie. En al die online aankopen zijn, met hun gas uitstotende bezorging, niet goed voor het milieu. Dus waarom ontwaakt Stad Antwerpen niet uit haar zondagsslaap? 

In de Belgische wet staat dat winkels een verplichte sluitingsdag moeten hebben. Dat hoeft niet per se op zondag te zijn. Toch kiezen velen daar nog steeds voor. Historisch gezien was zondag een rustdag. Het was de dag waarop men naar de kerk ging. Maar de westerse wereld is geseculariseerd, dus waarom die verplichte sluiting? 

De wet wil met deze regel twee dingen bereiken. Het moet de werknemers rust garanderen en de kleinere ondernemers beschermen tegen de 7-dagenconcurrentie van grote ketens. In principe ben ik het eens met beide. Maar ik denk dat die rust, zowel als de kleine ondernemer, voldoende beschermd kan worden. 

Begrijp mij niet verkeerd: dit is geen betoog over de voordelen van het neoliberalisme. Survival of the fittest staat niet in mijn woordenboek. De winkels moeten open kunnen op zondag, met als voorwaarde dat de kleine ondernemer beschermd wordt. 

Dat kan bijvoorbeeld door de belastingen voor kleine ondernemers te verlagen. Zo zullen ze beter kunnen concurreren met de multinationals in de stad. En blijft er meer geld over voor extra personeel op zondag. In combinatie met de extra inkomsten zorgt dat ervoor dat zij niet uit het straatbeeld hoeven te verdwijnen. 

Om dat te kunnen bewerkstelligen, zullen de grote ketens juist een verhoogde belasting moeten betalen op zondag. Met het geld dat vrijkomt, kunnen de kleine winkels ondersteund worden. Eerlijke concurrentie is mogelijk, ook op zondag. 

En wat de bescherming van de personeelsrust betreft: de opening op zondag zal geen verplichting zijn, maar een keuze van de winkel zelf. Bovendien kunnen de openingsuren op zondag korter zijn dan in de rest van de week. Het zou al enorm helpen als de stad van twaalf tot vier uur tot leven mag komen. 

Een opening van meer winkels op zondag zou dus zorgen voor een aangenamere stad in het weekend. Of je er nu woont of een dagje komt winkelen. Het geeft mensen de kans om goedkoper boodschappen te doen en ook meer vrijheid om hun weekend in te delen. Ik hoop dus dat meer winkels in gesprek zullen gaan over hun openingstijden en het voorbeeld van Lidl zullen volgen.  

Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.