(Recensie) De film ‘Meisje’ toont dat je voor altijd een meisje zal zijn

Op elke leeftijd blijft er ergens een meisje in ons zitten. Dat is precies wat Dorothée Van Den Berghe laat zien in Meisje (2002). De film volgt drie vrouwen die elk op hun eigen manier zoeken naar vrijheid, liefde en identiteit. Tijdens een bijzondere vertoning op 35 mm in De Cinema, georganiseerd door de podcast Girls On Film, werd opnieuw duidelijk hoe herkenbaar en eerlijk dit verhaal nog altijd is.

‘Meisje’ is een film die elk meisje moet zien. De film, geregisseerd door Dorothée Van Den Berghe, werd uitgebracht in 2002. De focus in het verhaal ligt op de ontplooiing van de identiteit van de vrouw, die op elke leeftijd kan gebeuren, en doorheen de tijd zowel gevonden als verloren wordt. In 93 minuten wordt duidelijk dat je jezelf nooit helemaal gaat vinden, en dat daar niets mis mee is.

Op 10 maart speelde ‘Meisje’ in De Cinema, tijdens de tour van de podcast ‘Girls On Film’. Zij programmeren er films die geregisseerd zijn door vrouwen. 

Als wij borsten in een film zien, zijn die vaak perfect, terwijl we in ‘Meisje’ gewone borsten zien: niet helemaal rond, met kleine tepels en niet allebei even groot

‘Meisje’ vertelt het verhaal van Muriel, Martha en Laura. Muriel is een twintigjarig dorpsmeisje. Ze verlangt naar het stadsleven en laat dan ook haar boerendorp achter om in Brussel te gaan wonen. Een gevoel dat veel jonge vrouwen ervaren, denk ik. Al snel merkt ze dat het stadsleven toch niet zo gemakkelijk is. Tijdens haar zoektocht naar een job solliciteert ze bij een museum, maar wordt afgewezen. Wanneer ze vriendelijk naar de baas kijkt, antwoordt hij dan toch dat hij zal zien wat hij kan doen. Een voordeel van een vrouw zijn, neem ik aan? Echter heeft vrouw zijn ook meer dan genoeg nadelen: ze wordt diezelfde avond nog nagefloten.

Muriel heeft nog nooit seks gehad, al had ze een vriend in haar oude dorp. Wanneer ze op date gaat, en het op het punt staat te gebeuren, loopt ze weg. Dat toont de harde realiteit: hoewel je ernaar kunt verlangen, kan je er tegelijk ook bang voor zijn, of het zelfs een beetje vies vinden. Zeker de eerste keer.

In de loop van de film lijkt ze bij elke keuze die ze maakt twijfels te hebben. Het open einde maakt duidelijk dat die twijfels nooit zullen verdwijnen. Haar zestigjarige moeder Martha, gespeeld door Frieda Pittoors, is ziek en droomde er altijd van om haar dochter mama te zien worden. Ze maakt zich zorgen over haar dochter, omdat zij plots besliste om in de stad te gaan leven. Langs de andere kant wil ze haar dochter ook de vrijheid geven om zichzelf te ontdekken.

Laura is de huisbaas van Muriel. Ze is 35 jaar, haar partner is een paar jaar jonger dan zij. Wanneer ze voor de grap aan haar vriend vraagt wanneer ze aan kinderen gaan beginnen, breekt er ruzie uit. Later in de film wordt duidelijk dat het geen grap was. 

Tussen stabiliteit en vrijheid

Laura gaat op zoek naar een stabieler leven, een periode die veel vrouwen herkennen. Ze ontmoet Alain, een man van haar leeftijd. Pas een tijd later komt Laura erachter dat Alain al kinderen heeft. Eerst vond ze dat verschrikkelijk, ze wilde kinderen van haar eigen vlees en bloed, maar stilaan begint ze voor Alains kinderen te zorgen alsof het de hare zijn.

Ondertussen krijgt Martha promotie op haar werk en begint er iets romantisch te bloeien tussen haar en haar baas. Hoewel ze al decennialang getrouwd is met haar man, begint ze een affaire. Haar verlangen naar ‘jong zijn’ was te groot, al weet ze dat vreemdgaan niet per se een goede beslissing is.

Soms wil je stabiliteit in je leven, op andere momenten smacht je naar vrijheid

De film werd getoond op 35 mm, zo werd de film gedraaid in 2002. Het gebruik van fotografische film in plaats van digitale bestanden zorgde voor een unieke beeldkwaliteit.

Van Den Berghe gaf na de film een korte speech. Hoofdrolspeelsters Els Dottermans (Laura) en Charlotte Vanden Eynde (Muriel) zaten ook in de zaal. Ze vonden het heel speciaal om zichzelf nog eens terug te zien op een groot scherm, vooral in een tijd waarin regisseurs streven naar perfectie.

Vrouwen worden vaak glorieus afgebeeld, of net als een gek. Heel onrealistisch dus, want de meeste vrouwen zitten gewoon daartussen. Als wij borsten in een film zien, zijn die vaak perfect, terwijl we in ‘Meisje’ gewone borsten zien: niet helemaal rond, met kleine tepels en niet allebei even groot.

Ook waren de vrouwen niet geschoren. Want vroeger hoefde je niet perfect te zijn. Els noemt films van tegenwoordig “preuts”. Ik, geboren in 2006, ben te jong om dat te beamen, maar ik geloof dat ze gelijk heeft.

‘Meisje’ laat je beseffen dat elke vrouw, ongeacht leeftijd, nog steeds een meisje is en voor altijd een meisje zal blijven. Soms wil je stabiliteit in je leven, op andere momenten smacht je naar vrijheid. Zoeken naar je identiteit doe je voortdurend. Het is een zoektocht voor het leven, zonder eindbestemming.

Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.

Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.

Wat er echt gebeurt als we onze CO₂ compenseren

We trekken er massaal op uit, altijd op zoek naar de snelste en goedkoopste weg naar onze vakantiebestemming. De enorme hoeveelheid CO₂ die die extra vlucht de atmosfeer in jaagt, lijkt ons daarbij nauwelijks te deren. Toch groeit het bewustzijn: kan het ook anders, zonder dat het klimaat de volledige rekening betaalt? En zijn de zogenaamde carbon credits de oplossing?

Consumenten trekken er massaal op uit, altijd op zoek naar de snelste en goedkoopste weg naar hun vakantiebestemming. Maar een vliegtuigticket naar de zon kost soms minder dan een gemiddelde lunch. In maart 2024 werd KLM door de rechter veroordeeld voor misleidende duurzaamheidsclaims, en nieuwe Europese regels verbieden binnenkort vage termen als ‘CO₂-neutraal’ als die enkel op compensatie rusten. Maar kan het ook zonder dat het klimaat de volledige rekening betaalt?

Een carbon credit vertegenwoordigt het verwijderen of verminderen van CO₂ of een gelijkwaardig broeikasgas. Het kernidee is simpel: als je CO₂-uitstoot, kun je die impact compenseren door een project te financieren dat ergens anders dezelfde hoeveelheid CO₂ verwijdert of vermindert.

Voor Margo Tossyn, Mentor Manager bij Debateville en een fervent reiziger, is de afweging tussen prijs en milieu dagelijkse kost. Hoewel ze zich pijnlijk bewust is van de uitstoot die haar vliegreizen veroorzaken, stuit ze in de praktijk op een harde grens: haar portefeuille. “Ik compenseer mijn vluchten tot nu toe niet, omdat de kosten simpelweg te snel oplopen als je dat consequent wilt doen”, erkent ze.

Het dilemma van Margo legt een diepere systeemfout bloot. Terwijl een vliegtuigticket naar een verre bestemming soms slechts vijftig euro kost, betaal je voor de trein naar diezelfde plek algauw driehonderd euro. “Mensen zouden sneller iets bijbetalen wanneer het niet enkel gaat om het abstract compenseren van uitstoot, maar je er bijvoorbeeld concreet een boom voor kunt planten”, aldus Tossyn. Voor haar ligt de oplossing dan ook bij een actievere overheid die treintickets goedkoper maakt en vliegen duurder, zodat reizigers niet langer uit gemakzucht voor het vliegtuig kiezen.

Groene beloftes

Wat koop je eigenlijk precies wanneer je die extra euro’s voor het klimaat neerlegt? In de kern is een carbon credit een belofte dat er ergens ter wereld één ton CO₂ uit de lucht wordt gehaald, bijvoorbeeld door bomen te planten of uitstoot te voorkomen. Hierbij moet een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen twee verschillende markten. Aan de ene kant is er de gereguleerde markt, waar grote vervuilers onder strikt toezicht van instanties zoals het Europese ETS verplicht betalen voor hun uitstoot. Daarnaast bestaat de vrijwillige carbonmarkt, waar consumenten en bedrijven er zelf voor kunnen kiezen om hun voetafdruk te compenseren. Het is op deze laatste markt dat de meeste reiscompensaties plaatsvinden.

Volgens onderzoeksjournalist Ties Gijzel van Follow the Money en auteur van het boek ‘Wie betaalt mag vervuilen’ werkt dit systeem echter niet altijd hoe het hoort. Hij verwijst naar wetenschappelijke studies waaruit blijkt dat het overgrote deel van de carbon credits het gewenste doel simpelweg niet bereikt. “We moeten terug naar de tekentafel”, stelt hij resoluut.

De theoretische twijfels over deze markt krijgen in Tanzania een heel concreet gezicht. Seleman Wilson, student milieuwetenschappen aan de Universiteit van Moshi, ziet de schaduwkant van dergelijke projecten van dichtbij. Wanneer westerse bedrijven land opeisen om bomen te planten, ontstaan er volgens hem vaak felle landdisputen waarbij mensenrechten worden geschonden. Mensen worden bijvoorbeeld verjaagd van een stuk land voor een project. “Zo ontstaan conflicten waarbij mensenrechten geschonden worden”, zegt Seleman. Daarnaast stelt Wilson dat de onderlinge concurrentie tussen projecten ervoor zorgt dat de lokale gemeenschap vaak aan het kortste eind trekt.

Ties Gijzel vult dit aan met schrijnende voorbeelden waarbij rangers worden ingehuurd om herbebossingsprojecten te bewaken. Het gevolg is dat de lokale bevolking letterlijk van hun eigen land wordt verdreven. Hoewel de Tanzaniaanse overheid probeert om de bevolking via ngo’s te informeren, blijkt dit in de praktijk verre van evident.

Controle tot in de wortels

Hoe zorg je er dan voor dat de euro van Margo niet leidt tot het drama van Seleman? Lies Syryn, Operations Manager bij Go Forest, gelooft dat de sleutel ligt in een goede interne controle waarbij mogelijke samenwerkingspartners volledig worden doorgelicht voordat er een mogelijke samenwerking plaatsvindt. Go Forest heeft een brede waaier aan projecten in hun portfolio; zo hebben ze naast carbon-creditprojecten ook projecten op de niet-gecertificeerde markt. Al gaat de voorkeur van Syryn uit naar die laatste. In de niet-gecertificeerde markt gaat er meer geld rechtstreeks naar het project zelf, in plaats van naar grote certificeringsstandaarden zoals Verra of The Gold Standard, legt ze uit.

Daarnaast is de reductie van CO₂ belangrijk volgens Syryn en zou dat de eerste taak moeten zijn in plaats van het compenseren van de uitstoot. Die impact gaat volgens haar verder dan louter CO₂ capteren op het terrein en is nagenoeg hetzelfde, mits er een ijzersterke due diligence (gepaste zorgvuldigheid, waarbij je eerst grondig onderzoek doet voordat je al dan niet een contract sluit of een overeenkomst aangaat met een andere partij, red.) wordt uitgevoerd. Go Forest onderwerpt lokale partners daarom aan een meervoudige interne controle, waarbij de structuren en de voordelen voor zowel de organisatie als de gemeenschap nauwgezet worden onderzocht. Zo wordt gegarandeerd dat projecten daadwerkelijk jobs creëren en geen mensenrechtenschendingen veroorzaken. Als extra veiligheidsnet bezoekt Go Forest de projecten ook twee tot drie keer per jaar fysiek om controles op het terrein uit te voeren.

Toch erkent ook Syryn dat er een fundamenteel probleem blijft bestaan: het gebrek aan centrale controle op de vrijwillige markt. Waar het Kyoto Protocol ooit strenge voorwaarden schiep voor de gereguleerde markt, schiet de huidige Europese regelgeving voor de vrijwillige markt nog tekort. Instanties zoals Verra proberen dit gat weliswaar te dichten met complexe certificeringsprocedures, maar volgens Syryn blijft een breder wettelijk kader noodzakelijk.

Aan het eind van de rit blijft de verantwoordelijkheid verdeeld. Volgens Margo Tossyn ligt de bal nu vooral bij de grote instanties om burgers beter te informeren en positief gedrag te stimuleren. De horizon heeft een prijs, maar die prijs is veel complexer dan een simpel groen vinkje bij de aankoop van een vliegtuigticket.

(Opinie) “Er hangt nog steeds een stigma rond mentale gezondheid, alleen hebben we het nu in een ander jasje gestoken”

In een tijd waarin er steeds meer bewustwording is rond mentale gezondheid, lijkt het alsof gedrag sneller wordt omgezet in een diagnose, alsof we leven in een labelmaatschappij. Bovendien blijven psychologische en psychiatrische problemen elk jaar stijgen. Als we geloven dat we beter omgaan met mentale kwetsbaarheid, waarom gebeurt dat dan en waarom laten we het als maatschappij toe?

Het is opvallend hoe gemakkelijk gedrag tegenwoordig wordt gepathologiseerd, zonder voldoende rekening te houden met de grote verscheidenheid tussen individuen. We leven in een maatschappij waarin ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en autisme een trend lijken. In mijn omgeving hoor ik deze stoornissen dagelijks ter sprake komen. Op school kennen klasgenoten elkaar stoornissen toe voor de grap. Termen als ‘autist’ of ‘bipolair’ worden zelfs als scheldwoorden gebruikt. Bovendien circuleren er op sociale media tal van video’s over die stoornissen, waarin vaak wordt gesteld: “Als je één van deze kenmerken vertoont, heb je waarschijnlijk ADHD of ASS.”  

De overtuiging leeft dat we aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt in de geestelijke gezondheidszorg, maar onze kijk op mentale gezondheid vertoont nog steeds opvallende gelijkenissen met hoe men er vroeger naar keek. Er hangt nog steeds een stigma rond mentale gezondheid, alleen hebben we het nu in een ander jasje gestoken. Wie afwijkt van de gangbare morele en sociale normen, wordt vandaag al snel als neurodivergent beschouwd, terwijl soortgelijk gedrag vroeger eerder bestempeld werd als waanzin of hysterie.

Filosoof Michel Foucault beschreef het concept van waanzin in zijn boek ‘Histoire de la folie’. In de zeventiende eeuw merkte hij namelijk een ommekeer in de perceptie van ‘anders zijn’. In de middeleeuwen werd afwijkend gedrag gezien als een teken van wijsheid of een bijzondere verbondenheid met het spirituele. Maar die kijk sloeg snel om. Er ontstond een grens tussen wat als normaal en abnormaal werd beschouwd. Wie niet voldeed aan de gangbare normen, werd als ‘abnormaal’ gezien en was dus ‘waanzinnig’. Die waanzinnige individuen werden opgesloten in instellingen en moesten worden gedisciplineerd tot “normale” burgers, zelfs wanneer dat gepaard ging met wrede en onmenselijke behandelingen. In de loop van de achttiende en negentiende eeuw gaat het een stapje verder en worden waanzinnigen als ziek bestempeld. De medische behandeling blijft disciplinerend, zodat mensen zich opnieuw gaan gedragen zoals maatschappelijk van ze wordt verwacht. Iets later worden hun gedragingen als symptomen gezien en ondergebracht in stoornissen, wat sterk aanleunt bij wat de DSM-5 vandaag tracht te doen.

Een sociaal construct

Vandaag de dag worden diagnoses gesteld op basis van DSM5, een handboek voor het classificeren van psychische stoornissen. Belgische psychotherapeut en onderzoeker Paul Verhaeghe gaf in zijn boek ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’ kritiek op dit systeem: de DSM-5 biedt volgens hem weinig ruimte voor de individuele variatie die in de praktijk voorkomt. Daarnaast stelt hij dat de symptomen slechts eigenschappen en gedragingen zijn die volgens de gangbare sociale normen te veel of te weinig optreden. De criteria die zouden vertellen of je een stoornis hebt, zijn niet medisch maar nog steeds zonder uitzondering sociaal. Vanaf dat je niet aan de sociale verwachtingen voldoet, heb je een brein dat ‘anders werkt’. Nu word je alleen niet opgesloten als je buiten de sociale normen valt, zoals vroeger wel werd gedaan, maar krijg je wel een label. Er wordt naar je gekeken alsof jij een probleem hebt en in sommige gevallen wordt er ook verwacht dat je er zelf mee aan de slag gaat, zodat je terug binnen het kader past van wat maatschappelijk aanvaard is.

Tegelijk worden er steeds meer mensen gediagnosticeerd. Psychische problemen lijken bovendien toe te nemen. Alleen al het feit dat het aantal mensen met een burn-out in België de pan uitrijst, signaleert dat er maatschappelijk iets grondig fout loopt. Maar daar staan we niet echt bij stil. In plaats daarvan richten we ons op het individu en gebruiken we onze kennis over stoornissen om te pathologiseren en niet om effectieve hulp te ontwikkelen.

Echter zouden we volgens mij alleen zo een halt kunnen toeroepen aan het stijgende aantal problemen.

“Het feit dat het aantal mensen met een burn-out in België de pan uitrijst, signaleert dat er maatschappelijk iets grondig fout loopt”

Of we ooit van de pathologiserende trend zullen afstappen, blijft de vraag. Het systeem dat wij zelf hebben gecreëerd, leidt tot een vast behandelingskader. Wat als ‘te veel’ wordt gezien, moet worden verminderd, en wat als ‘te weinig’ wordt beschouwd, moet worden versterkt – met impliciete maatschappelijke normen als maatstaf. Door gedrag steeds sneller te herleiden tot labels en diagnoses, reduceren we mensen tot categorieën en verliezen we uit het oog wie ze in hun geheel zijn. We willen het gedrag van anderen verklaren, zelfs wanneer dat hun vrijheid om zichzelf te zijn ondermijnt – en dat anno 2026. Onze manier van kijken naar mentale gezondheid staat niet los van de samenleving die we zelf vormgeven. Alleen als we bereid zijn minder te oordelen en meer te begrijpen, kunnen we vermijden dat pathologisering de plaats inneemt van oprechte betrokkenheid.

Recensie | ‘The Housemaid’ is een thriller vol manipulatie en onverwachte twists

‘The Housemaid’ werd de laatste tijd op Tiktok massaal besproken en gedeeld door fans van spannende thrillers. De film, geregisseerd door Paul Feig, vertelt het verhaal van Millie, een jonge vrouw die als huishoudster gaat werken bij een rijk gezin. Wat in eerste instantie een gewone job lijkt, verandert al snel in een beklemmende situatie vol geheimen, manipulatie en onverwachte wendingen.

De thrillerfilm ‘The Housemaid’, gebaseerd op het populaire boek van Freida McFadden, is al een tijdje een echte hype op sociale media. Vooral op platforms zoals Tiktok werd het verhaal massaal gedeeld en besproken. Na het bekijken van de film begrijp je volledig waarom zoveel mensen hier zo enthousiast over zijn.

Het verhaal volgt Millie Calloway (Sydney Sweeney), een jonge vrouw die wordt aangenomen als huishoudster bij een rijk gezin, de Winchesters. In het begin lijkt haar job zelfs een beetje vreemd, omdat het huis er al perfect uitziet en er op het eerste gezicht weinig werk te doen is. Toch voel je al snel dat er iets niet klopt en dat er meer speelt dan je aanvankelijk denkt. Naast haar huishoudelijke taken moet Millie ook zorgen voor het dochtertje van het gezin, dat zich nogal afstandelijk en vreemd gedraagt, wat de sfeer in huis nog ongemakkelijker maakt.

Wat het verhaal extra interessant maakt, is dat Millie zelf ook een geheim met zich meedraagt. Ze is pas vrijgekomen uit de gevangenis en probeert haar leven opnieuw op te bouwen. Omdat ze nergens anders  terecht kan, is deze job voor haar een enorme kans.

De kamer die ze krijgt, lijkt in eerste instantie een groot voordeel, maar dat gevoel slaat al snel om. Het blijkt namelijk een kleine zolderkamer te zijn waarvan het slot alleen langs buiten werkt en waarvan het raam niet open kan. Dit zorgt meteen voor een beklemmend en ongemakkelijk gevoel, zowel voor Millie als voor de kijker. Wanneer ze dit probleem aankaart bij Nina Winchester (Amanda Seyfried), de vrouw des huizes, reageert die vriendelijk en begripvol. Toch blijft er iets aan haar gedrag dat niet helemaal vertrouwd aanvoelt.

Nina’s stemmingswisselingen en vreemde gedrag zorgen ervoor dat je als kijker begint te twijfelen aan haar mentale toestand

De volgende ochtend verandert de sfeer volledig. Millie wordt wakker door luid geschreeuw en ontdekt dat het hele huis overhoop ligt. Nina beschuldigt haar meteen van iets waar ze niks van weet en reageert overdreven boos, wat voor verwarring en spanning zorgt.

Vanaf dat moment wordt duidelijk dat er iets grondig mis is binnen dit gezin, en vooral Nina lijkt steeds onvoorspelbaarder te worden. Haar stemmingswisselingen en vreemde gedrag zorgen ervoor dat je als kijker begint te twijfelen aan haar mentale toestand.

Daartegenover staat Nina haar man, Andrew Winchester (Brandon Sklenar), die net het tegenovergestelde lijkt. Hij komt rustig, vriendelijk en zorgzaam over en probeert de situatie telkens te sussen wanneer Nina uitvalt. Hierdoor krijgt Millie steeds meer vertrouwen in hem, en dat zorgt ervoor dat ze zich langzaam meer op haar gemak begint te voelen in het huis.

Naarmate het verhaal vordert, wordt Nina’s gedrag steeds extremer en onvoorspelbaarder. Dit zorgt ervoor dat Millie en Andrew dichter naar elkaar toe groeien. Hun band verandert geleidelijk in een romantische relatie. De film bevat meerdere intieme scènes die het verhaal nog aantrekkelijker maken.

Manipulatie en controle

Wanneer Nina uiteindelijk vertrekt en Andrew verlaat, lijkt alles eindelijk rustig te worden. Millie en Andrew lijken gelukkig samen en het voelt alsof het verhaal een meer positieve richting uitgaat. Maar dat gevoel duurt niet lang. Millie maakt een fout die alles verandert, en vanaf dat moment begint de waarheid stukje bij beetje naar boven te komen.

‘The Housemaid’ laat je voortdurend twijfelen aan wat echt is. Dankzij de sterke opbouw, de onverwachte plottwist en het overtuigende acteerwerk blijft de film boeien van begin tot einde

Het einde van de film liet mij sprakeloos achter. Het is lang geleden dat een thriller me zo heeft weten te verrassen. De spanning wordt goed opgebouwd en blijft aanwezig tot de laatste minuten. De film laat je voortdurend twijfelen aan wat echt is. Dankzij de sterke opbouw, de onverwachte plottwist en het overtuigende acteerwerk blijft de film boeien van begin tot einde. De acteerprestaties zijn ook sterk. Vooral Amanda Seyfried weet haar rol heel overtuigend neer te zetten, terwijl Sydney Sweeney goed laat zien hoe haar personage evolueert doorheen het verhaal.

‘The Housemaid’ is nu te zien in de bioscoop.

Sledgehockeyspelers vragen meer aandacht voor parasport: “Je leven stopt niet omdat je een beperking hebt”

Een groep Belgische sledgehockeyspelers van het Antwerp Phantoms Para Ice Hockey-team roept op tot meer media-aandacht en een dieper maatschappelijk begrip van het leven met een beperking. “Er wordt heel weinig aandacht besteed aan mensen met een beperking die aan sport doen.”

Voor Luc Joossens (58), Axel Lindekens (61) en Thomas Bogaerts (26) is sport niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een weg naar gemeenschap, identiteit en herstel na ingrijpende gebeurtenissen in hun leven. “Er wordt heel weinig aandacht besteed aan mensen met een beperking die sporten”, zegt Luc Joossens, de doelman van de Antwerp Phantoms. Sporten voor mensen met een beperking worden ook wel parasport genoemd. “Het is alsof we gebrekkig en minderwaardig zijn.”

“Mensen denken dat er geen leven meer overblijft. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking” – Luc Joossens (58)

Het probleem gaat veel verder dan de ijsbaan. Er bestaat nog altijd een kloof tussen hoe de maatschappij vaak naar een beperking kijkt en hoe mensen met een beperking hun leven daadwerkelijk leiden. “Veel mensen denken nog steeds dat je niets meer kunt doen als je een beperking hebt”, zegt Luc. “Mensen gaan er vaak van uit dat er geen leven meer is. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking.”

Die veronderstelling beïnvloedt mensen met een beperking. Axel Lindekens, die zijn benen verloor door complicaties na een tumor, zegt dat hij opgroeide met het idee dat hij zich altijd extra moest bewijzen. “Mijn moeder zei altijd dat ik me meer zou moeten bewijzen dan mensen zonder beperking, en ergens had ze gelijk”, zegt hij. “Je moet altijd net iets beter doen dan iedereen anders.”

Voor Thomas Bogaerts, die verlamd raakte na een landbouwongeval, komen reacties vaak voort uit een misplaatste vorm van medelijden. “Mensen denken dat je altijd medelijden moet hebben met mensen met een beperking, maar dat is niet altijd nodig. Vraag gewoon of je kunt helpen, maar ga er niet automatisch van uit dat we iets niet kunnen.”

Het probleem gaat veel verder dan de ijsbaan. Er bestaat nog altijd een kloof tussen hoe de maatschappij vaak naar een beperking kijkt en hoe mensen met een beperking hun leven daadwerkelijk leiden. “Veel mensen denken nog steeds dat je niets meer kunt doen als je een beperking hebt”, zegt Luc. “Mensen gaan er vaak van uit dat er geen leven meer is. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking.”

Die veronderstelling beïnvloedt mensen met een beperking. Axel Lindekens, die zijn benen verloor door complicaties na een tumor, zegt dat hij opgroeide met het idee dat hij zich altijd extra moest bewijzen. “Mijn moeder zei altijd dat ik me meer zou moeten bewijzen dan mensen zonder beperking, en ergens had ze gelijk”, zegt hij. “Je moet altijd net iets beter doen dan iedereen anders.”

Voor Thomas Bogaerts, die verlamd raakte na een landbouwongeval, komen reacties vaak voort uit een misplaatste vorm van medelijden. “Mensen denken dat je altijd medelijden moet hebben met mensen met een beperking, maar dat is niet altijd nodig. Vraag gewoon of je kunt helpen, maar ga er niet automatisch van uit dat we iets niet kunnen.”

Gebrek aan bewustzijn

De verhalen van deze atleten tonen een terugkerend patroon: een beperking wordt te vaak gezien als een beperking van mogelijkheden. Een deel van het probleem is dat sporten voor mensen met een beperking nauwelijks voorkomen in de reguliere media. “De enige momenten waarop er echt over wordt gesproken, zijn tijdens wereldkampioenschappen of de Paralympische Spelen”, zegt Axel. De Paralympische Spelen zijn de Olympische Spelen voor mensen met een beperking.

Het gebrek aan bewustzijn heeft nog andere gevolgen. Veel mensen die pas een beperking krijgen, weten vaak niet eens dat parasport bestaat. “Eerlijk gezegd, als het revalidatiecentrum me hier niet had gebracht voor een introductiesessie, had ik misschien nooit geweten dat sledgehockey bestond”, zegt Thomas. “Anders kom je zoiets bijna nooit tegen.”

Zelfs Luc, die via zijn zoon jarenlang in de hockeywereld zat, had nog nooit van sledgehockey gehoord. “Toen ze zeiden: ‘Je moet sledgehockey proberen’, dacht ik: wat is dat in hemelsnaam?” Sledgehockey is een variant van ijshockey die is ontworpen voor spelers met een fysieke beperking. De atleten zitten op een slee met schaatsijzers eronder en gebruiken twee korte sticks.

“Een soort broederschap”

Op het ijs herontdekken deze spelers hun mogelijkheden, kracht en kameraadschap. Aangepaste sporten bieden structuur en fysieke uitdaging, maar misschien nog belangrijker: een gemeenschap van mensen die elkaars ervaringen begrijpen. “Je kent elkaars problemen en er is een gevoel van verbondenheid”, zegt Luc. “Het is een soort broederschap.”

De impact gaat veel verder dan alleen moraal. Parasport kan een cruciale rol spelen in revalidatie — niet alleen medisch herstel, maar ook het heropbouwen van een gevoel van normaliteit.

“Er bestaat geen pad dat voor iedereen werkt. Je moet je eigen weg vinden” – Thomas Bogaerts (26)

“Bij een team gaan is niet alleen goed voor je fysieke conditie”, legt Luc uit. “Je wisselt ervaringen uit die dokters niet hebben. Dokters kennen hun vakgebied, maar wij weten hoe het echt is om met een beperking te leven.”

“Er zijn zoveel ideeën over hoe je met je beperking zou moeten omgaan”, vult Thomas aan. “Je moet gewoon ontdekken wat voor jou werkt. Geen enkel pad past voor iedereen. Je moet je eigen weg vinden.”

Het leven gaat door

“Probeer alles wat je vroeger deed en keer terug naar je normale leven”, zegt Axel. “Sommige dingen zullen lukken, andere niet, maar je vindt wel wat voor jou werkt.” Vaak wordt gedacht dat je leven voorbij is wanneer je zo’n ingrijpende gebeurtenis meemaakt, maar volgens hen is dat absoluut niet waar.

“Het is zeker mogelijk om met een beperking te sporten, maar sommige mensen denken er gewoon niet aan. Je dagelijkse leven stopt niet omdat je een beperking hebt”, zegt Luc. “Als er meer media-aandacht voor zou zijn, zouden mensen zich misschien minder verloren voelen na een ingrijpende gebeurtenis.”

De reeks ‘Nieuw Leven’ vertelt verhalen van mensen bij wie het leven plots een andere richting insloeg. Door ziekte, een ongeval of een beperking werden vanzelfsprekende dingen onzeker en moest een nieuwe balans worden gevonden. In interviews en fotoreportages delen zij hun ervaringen over verlies, veerkracht, identiteit en opnieuw thuiskomen in een lichaam en leven dat veranderd is.

Clara van den Broek over theatervoorstelling ‘Dekaloog’: “We hebben nood aan betekenis, zelfs als die niet waar is” 

‘Dekaloog’ van Skagen is een geactualiseerde multimediale vertaling van Kieslowski’s tiendelige iconische filmreeks over de tien geboden naar het podium. Theatermaker Clara van den Broek vertelt meer over de inhoud en de tiendelige vorm van het stuk: in elk luik worstelen de personages met een van de tien geboden die in de reeks aan bod komen. Ze tonen bovendien hoe de maatschappij hierop reageert.

Van februari tot mei was de voorstelling ‘Dekaloog’ van theatergezelschap Skagen te zien in theaterzalen: een grootschalige hybride ervaring waarin het gezelschap al zijn eerdere experimenten met verschillende formats, media en technologie combineert tot een geheel. “We proberen steeds een stapje verder te zetten”, vertelt Clara van den Broek, theatermaker en toneelspeler bij Skagen, “anders wordt het voor ons ook maar saai.” En dus kan het publiek zich deze keer ook verheugen op een kunstinstallatie in het KMSKA en een podcast.

Kieslowski

Tijdens hun opleiding drama aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen kwamen Clara en haar medestudenten in contact met de filmserie ‘Dekaloog’ van de Poolse filmregisseur Kieslowski. De diepgaande morele dilemma’s in de films trokken hen meteen aan: “Je wordt als toeschouwer helemaal mee het probleem in gezogen”, stelt Clara. Nu, 25 jaar nadat zij en haar medestudenten Skagen oprichtten, vertelt ze dat ze altijd al het gevoel hadden dat ze daar eens iets mee wilden doen.      

“Die geboden zijn eigenlijk niet religieus, ze zijn echt puur samenlevingsgericht”

“De films presenteren steeds een dilemma rond een morele waarde waarover we het allemaal eens zijn”, maar dan wel in een context waarin we toch niet meer zo overtuigd zijn van ons oordeel. Zo is bijvoorbeeld het personage Maya haar kind verloren aan haar plusmoeder, die het meisje opvoedt alsof het haar eigen kind is. Maar handelt Maya dan moreel wanneer ze haar kind zelf weer steelt, oftewel: “Kan je iets stelen dat al van jou is?” Clara vraagt zich af wat die morele waarde om niet te stelen dan nog betekent: “Er is geen antwoord. Je moet het zelf oplossen, en dat is denk ik net interessant. Wij hebben in het stuk zelf ook geen standpunt ingenomen.”

Adaptatie

Skagen vertaalde Kieslowski’s gelijknamige filmcyclus naar het podium, maar goot de tien delen in tien verschillende media. Zo creëerden ze onder andere een Instagramchallenge, een radiopodcast, een chatstory, een kunstinstallatie in het KMSKA en een 69-novelle die het voortraject van de voorstelling vormen. Tot dit voortraject krijg je als toeschouwer toegang na aankoop van je ticket voor de voorstelling, waardoor je al uitgebreid kennis maakt met de personages voordat je ze op het podium ziet verschijnen. Daarna volgt de grote finale: de theatervoorstelling.

“Vorm is altijd inhoud. Als je iets in een bepaald medium trekt, dan krijg je daar de hele dramaturgie van dat medium bij”

De theatervoorstelling bestaat ook uit verschillende delen, die “allemaal een beetje genreoefeningen zijn. Zo is een deurenkomedie een heel plat genre, waarin gelachen wordt met alles. Een Instagramchallenge is dan weer zeer snel en licht”, legt Clara uit. “Vorm is altijd inhoud. Als je iets in een bepaald medium trekt, dan krijg je daar de hele dramaturgie van dat medium bij. Dat is op zich ook een fijn experiment.”

Tien geboden

Ondanks de vele wijzigingen, blijft de geest van Kieslowski’s werk overeind. Net zoals in de filmserie, vormen de tien geboden de rode draad in zowel het voortraject als de voorstelling. “De tien geboden zijn de basis van de moraal voor een groot deel van de wereld, ze zijn in die zin helemaal niet gedateerd. Zo zijn ze nog zeer actief in onze samenleving, ons rechtssysteem en onze omgang met de ander”, aldus Clara. ‘Dekaloog’ belicht de tien geboden dus vanuit een maatschappelijk perspectief: “Ik denk dat we het daarover allemaal eens zijn in de groep: de geboden zijn eigenlijk niet religieus, ze zijn echt puur samenlevingsgericht. We hebben geprobeerd om ze te vertalen naar vandaag: in media van vandaag en met vraagstellingen van vandaag.”

“We zijn gewoon moleculen. De geest is het product van al die elektrische verbindingen, en als dat stopt, dan stopt alles”

Niet alleen als maatschappij, maar ook als individu verhouden we ons nog steeds tot de tien geboden. Wanneer Wojtek iemand vermoordt, is het voor het publiek duidelijk dat het overtreden van het gebod ‘u zult niet doden’ verachtelijk is, maar op andere momenten blijkt het toch niet zo eenvoudig om een moreel oordeel te vellen. Zo overtreedt Dorota het gebod ‘u zult niet liegen’ wanneer ze erover liegt dat ze zwanger is van iemand anders dan haar echtgenoot, omdat ze hem niet wil kwetsen.

“Onvermijdelijk, maar ook ontstellend”

Onder meer door dit worstelen met de tien geboden komen er erg geladen thema’s en taboes aan bod in het stuk, zoals impotentie, incest, moord en overspel. Door die thema’s expliciet aan te kaarten, drukt Skagen het publiek met de neus op de feiten die soms onze samenleving tekenen. “Dat hoort er zeker bij,” zegt Clara, “dat die zaken gebeuren zonder dat ze altijd opvallen. Zulke gebeurtenissen zijn nog altijd schering en inslag, maar toch leven we gewoon verder; onvermijdelijk, maar ook ontstellend.”

Voor het publiek zijn deze thema’s zwaar om te verwerken. Ook de filmserie van Kieslowski is “een baksteen in je maag”, zo stelt Clara. Daarom gebruikt Skagen in ‘Dekaloog’ humor die “de zware kost net iets behapbaarder maakt” om hiervoor te compenseren.

Materialisme versus zingeving

Hoe zwaar deze thema’s ook zijn, de tien geboden blijven onze samenleving dus wel indirect vormgeven. Maar religie gaat uiteraard veel verder dan het opstellen van geboden, en deze nood erkent Clara: “Wij hebben misschien iets extra’s nodig: een zingeving die meer is dan louter samenlevingsregels.”

Clara legt uit dat ze zelf hetzelfde materialistische wereldbeeld heeft als dokter Roman in de podcast: “We zijn gewoon moleculen. De geest is het product van al die elektrische verbindingen, en als dat stopt, dan stopt alles.” Daartegenover stelt ze, evenals haar personage Nadia, dat de mens toch nood heeft aan meer: “Maar ik leef toch alsof er meer is. We hebben een perspectief nodig dat breder is dan dit materialisme. We hebben nood aan betekenis, zelfs als die niet waar is.” 

Dit toont haar fascinatie voor andere culturen. “We hebben nood aan rituelen. En die rol werd vroeger vaak, of altijd, deels door religie ingevuld. Eigenlijk zie je dat dat universeel is”, legt Clara uit. “Het Oude Testament spreekt bijvoorbeeld over dezelfde zaken als het boeddhisme en het taoïsme, maar ook als je verhalen leest van Native Americans, dan gaan die eigenlijk over hetzelfde: dat we allemaal verbonden zijn in een groter geheel.”

“We hebben nood aan rituelen. En die rol werd vroeger vaak, of altijd, deels door religie ingevuld”

Die verbondenheid raakt Clara: “Dat is een van mijn fundamentele redenen om te spelen”, geeft ze toe. “Samen zijn met het publiek is heel vervullend en geruststellend. Je hebt plots contact met mensen die je van haar noch pluim kent. Je ziet elkaar misschien maar één keer, maar geeft elkaar het kostbaarste dat we hebben: tijd en aandacht.”

Wie bereid is om tijd en aandacht vrij te maken, kan zelf naar ‘Dekaloog’komen kijken. Nadat je een maand hebt doorgebracht in de fictieve wereld van het stuk, vel je als toeschouwer zelf een oordeel over de moraliteit van de personages, en over hoe de tien geboden doorwerken in onze maatschappij. Clara raadt aan om het voortraject volledig te volgen, omdat je zo al “uitgebreid kennis maakt met de personages, om ze vervolgens in het echt op het podium te zien verschijnen.”

Brussels minister Elke Van den Brandt (Groen): “Brussel heeft niet de tijd om eventjes in de wachtkamer te zitten”

Na 613 dagen stil te hebben gestaan, kreeg Brussel in februari eindelijk een regering.
Elke Van den Brandt (Groen) trad uit als minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid en kreeg dezelfde titel in de nieuwe regering. Ze heeft veel werk voor de boeg: “Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen, met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”

Brussel heeft bijna twee jaar zonder regering gezeten. Hoe is de partij Groen omgegaan met onzekerheden?

“Ik vond dat een verschrikkelijke periode, want ik zie mijn stad graag. Dat was een periode waarin alleen negatief over Brussel werd gesproken. Waarin ook geen nieuwe initiatieven konden genomen worden, waardoor veel organisaties in onzekerheid zaten. Ik heb ideeën, ik heb projecten, ik wil de stad vooruit zien gaan, maar veel zaken konden niet. Je zit in een soort wachttijd, maar Brussel heeft niet de tijd om eventjes in de wachtkamer te zitten. Hier is nog veel werk en dat heeft zich laten merken. Ik ben er eigenlijk nog altijd kwaad over, want die periode heeft veel schade aangericht.”

Wat heeft Groen wel bereikt in deze periode?

“Ik hoop dat wij hebben kunnen tonen dat je heel standvastig op je inhoud kunt zijn, maar wel constructief in de samenwerking. In die periode was het voornaamste doel: we moeten opnieuw een regering hebben. We wilden gewoon een ploeg die Brussel graag ziet en daarbinnen zouden we wel knokken voor onze standpunten.

Het mobiliteitsplan is heel controversieel geweest. Zeven partijen met elk hun eigen visie, dat is veel. Dan moet je wel gaan zoeken naar die compromis. Wij hebben de verkiezingen gewonnen met Groen, ik heb mijn persoonlijke score kunnen verdubbelen, dus ik ben wel gaan onderhandelen. Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen op mobiliteit, op publieke ruimte. Dat moet ik nu ook waarmaken. Met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”

“Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft ‘Good Move’ hetzelfde”

Georges-Louis Bouchez (MR) maakte een felle opmerking over het zogenaamde einde van ‘Good Move’, het Brusselse mobiliteitsplan. Wat vond u hiervan?

“Ergens vond ik dat wel grappig, want hij had voor de onderhandelingen al beslist dat hij dat ging zeggen. ‘Good Move’ heeft veel positieve effecten gehad: er is minder autoverkeer door het centrum, er is minder lawaai en vervuiling, er wordt meer gefietst en gewandeld en de horeca doet het goed. Het huidige plan loopt nog tot 2030. De opvolger krijgt een nieuwe naam en de circulatieplannen zullen meer toegespitst zijn rond scholen. Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft het hetzelfde.”

Brussel wordt weleens een filestad genoemd, sommigen schrijven dat toe aan de zone dertig. Klopt dat?

“We hebben dat allemaal onderzocht toen we die invoerden. We hebben tien vaste trajecten binnen Brussel bepaald en gemonitord om te kijken of je langer onderweg bent. Dat is niet het geval. In een stad is de gemiddelde snelheid eigenlijk al maar achttien kilometer per uur, omdat je vaak moet stoppen. Een file wordt vooral bepaald door het aantal auto’s aan kruispunten. We voorzien slimme verkeerslichten aan kruispunten voor een vlotte doorstroming en we proberen mensen te overtuigen om zich op andere manieren te verplaatsen. Iedereen die op de fiets zit, staat al niet mee in de file.”

En er komen ook steeds meer fietsers bij, maar volgens cijfers van het Fietsobservatorium voelen die zich almaar onveiliger en was er in 2025 een forse stijging van het aantal fietsdoden. Hoe komt dit?

“Er zijn drie keer meer fietsers. Brussel stond nog niet bekend als fietsstad. We hebben al veel fietspaden aangelegd zodat je veilig kan fietsen, maar er is nog werk. 2025 was een slecht jaar voor verkeersveiligheid in Brussel. Er waren twintig verkeersdoden, wat heel veel is. Maar in het algemeen zien we tegenover tien jaar geleden wel een sterke daling.

We volgen het reële veiligheidsrisico voor fietsers op. We zien dat het aantal ongevallen niet meestijgt met het aantal fietsers. Het ongevalsrisico wordt dus niet groter, maar dat gevoel bij mensen wel. Dat komt omdat er nu meer diversiteit is tussen fietsers: kinderen, jongeren, ouderen. Dat gevoel van veiligheid is echt belangrijk en daarom blijven we inzetten op aparte fietspaden, waarop mensen op hun eigen tempo kunnen fietsen. We voelen nog steeds dat we daar een inhaalbeweging aan het maken zijn.”

“In Brussel mikken we op om de 9 minuten een bus. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen”

In Vlaanderen wordt bespaard op De Lijn. Is dat ook een trend bij de MIVB in Brussel?

“Integendeel, wij blijven investeren in de MIVB. Daar ben ik trots op: in Brussel hebben wij goed openbaar vervoer. We hebben de vorige regeerperiode ingezet op groei en het aanbod met vijftien procent doen toenemen, twee nieuwe tramlijnen ingericht en het jongerentarief sterk verlaagd.

We vragen aan de MIVB om een aantal inspanningen rond besparingen, maar dat mag het aanbod niet raken. Dat ga ik ook blijven verdedigen, want het is heel contraproductief om te besparen op openbaar vervoer. Als er te weinig mensen een bepaalde bus nemen, moet je die niet schrappen. Je moet dan net meer bussen inleggen, zodat het een toegankelijker alternatief wordt. Anders krijg je mensen nooit uit de auto.

In Brussel mikken we op ‘om de negen minuten een bus’. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen. Als er nieuwe bussen worden aangekocht, moeten die elektrisch zijn, dat is goed voor de luchtkwaliteit en we merken dat die ook meer worden geapprecieerd in woonwijken. Het is de bedoeling dat mensen de MIVB als een goede vriend gaan zien. Dat vraagt veel investeringen, maar daardoor zie je wel dat in Brussel meer dan de helft van de mensen geen wagen heeft. Mensen gaan zich anders verplaatsen en daardoor winnen we plek.”

“Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, je merkt dat mensen daar echt naar snakken”

Groen wordt alsmaar groter in steden, maar gaat federaal achteruit. Waarom is dat contrast zo groot?

“Omdat je in de steden veel meer voelt waarover het gaat. Als ik hier in Brussel wordt verkozen, is dat omdat mensen weten dat het leven er zo beter op wordt. Omdat wij zeggen: we gaan bomen planten in de straat, we gaan fietspaden aanleggen zodat uw kind veilig naar school kan, we leggen extra bussen in. Mensen voelen concreet wat het voor hen betekent om een groenbeleid te hebben. Ik heb in Brussel veel weerstand gehad, maar ook veel steun ervaren. En dat liep tot nu toe moeilijker met ons federaal beleid. Dat veel meer uitleggen, dat is een uitdaging voor Groen.”

Denkt u dat de nieuwe partijvoorzitter, Aimen Horch, Groen nieuw leven in kan blazen?

“Ik geloof er heel hard in. Hij deed zijn campagne voor het voorzitterschap rond ‘hoop’. Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, alternatieven bieden voor doemscenario’s, je merkt dat mensen daar echt naar snakken.

Hij wil ook vechten voor de mensen, het opnemen voor de jongeren, heeft een achtergrond in migratie en in armoede. Hij brengt andere ervaringen mee en dat hebben we echt nodig in de politiek. Ik ben blij dat Aimen stemmen gaat vertolken die nog te weinig vertolkt zijn.

Brussel is een solidaire stad, met heel veel mensen die elkaar helpen. Zo moeten we ook aan politiek doen: empathisch zijn en compromissen zoeken. Ik geloof erin dat je dat moet tonen om mensen ook dat beeld te geven: het kan écht anders.”

Recensie | Van internetfenomeen naar bioscoophorror: ‘Backrooms’ laat niemand ontsnappen aan zijn eigen onrust (★★★)

Wat begon als een raadselachtige foto op een internetforum groeide uit tot een van de opvallendste online horrorfenomenen van de afgelopen jaren. Met ‘Backrooms’ zet Kane Parsons zijn succesvolle webserie om in een speelfilm die uitblinkt in sfeer en spanning, maar tegelijkertijd kijkers met veel vragen achterlaat.

‘Backrooms’ is sinds vorige week woensdag te zien in de cinemazalen. De film is gebaseerd op een van de vreemdste internetfenomenen van de afgelopen jaren. Het concept ontstond uit een foto die in 2019 op een internetforum werd gedeeld: een verlaten, geel verlichte ruimte zonder duidelijke uitgang. Rond dat beeld ontstonden talloze verhalen over een verborgen dimensie waarin mensen onverwacht kunnen verdwalen.

De 21-jarige maker Kane Parsons, ook bekend als Kane Pixels, maakte van dat uitgangspunt de virale Youtube-serie ‘Backrooms’. Met die reeks, waaraan hij op zestienjarige leeftijd begon, wist hij indruk te maken door zijn visuele precisie en beklemmende sfeer. In zijn film werkt hij dat concept verder uit, met een verhaal dat niet alleen inzet op horror, maar ook op onrust, mysterie en psychologische spanning.

De film probeert op die manier meer te zijn dan een horrorervaring. Hij wil ook iets zeggen over herinnering, schuld en desoriëntatie

De film volgt Clark, een meubelverkoper die toevallig in de backrooms terechtkomt: een eindeloze omgeving vol lege kamers, vreemde objecten en vervormde echo’s van de werkelijkheid. Wat begint als een mysterieus en bijna abstract concept, groeit later uit tot een psychologische nachtmerrie waarin personages niet alleen fysiek, maar vooral mentaal worden getest. De film probeert op die manier meer te zijn dan alleen een horrorervaring. Hij wil ook iets zeggen over herinnering, schuld en desoriëntatie.

Visueel is de film bijzonder sterk. De eindeloze gangen, het onnatuurlijke licht en de subtiele camerabewegingen zorgen voortdurend voor een gevoel van ontregeling. Parsons kiest er bewust voor om weinig expliciete horror te tonen. In plaats daarvan speelt hij met suggestie en spanning, waardoor je als kijker continu het gevoel hebt dat er iets niet klopt, zonder dat je precies weet wat. Dat maakt de film intrigerend en ongemakkelijk tegelijk.

De scène waar blijkt dat de backrooms meer zijn dan een fysieke plek, voelt beklemmend. Parsons kiest hier niet voor grote uitleg of overdreven actie, maar voor subtiele spanning en een ongemakkelijke sfeer die langzaam onder je huid kruipt. Daardoor blijft de scène langer hangen dan je op het eerste gezicht zou verwachten. Het is precies in dit soort momenten dat de film zijn sterkste kant laat zien.

Wanneer mysterie een valkuil wordt

Toch is ‘Backrooms’ niet vrij van kritiek. Naarmate de film vordert, voelt de plot voor sommigen te vaag of zelfs willekeurig aan. Wat aanvankelijk nog mysterieus werkt, kan later uitmonden in onduidelijkheid die de spanningsboog verzwakt. Daarnaast komt de brug tussen de fysieke backrooms en de mentale toestand van de personages niet altijd even overtuigend over. De film suggereert veel, maar legt niet altijd even helder uit waarom die twee lagen zo sterk met elkaar verbonden zijn. Daardoor blijft het concept indrukwekkend, maar voelt de uitwerking soms minder stevig dan de visuele vormgeving doet vermoeden.

De acteerprestaties versterken het geheel. Vooral de geloofwaardigheid van Clark en Mary zorgt ervoor dat de psychologische spanning overeind blijft. Tegelijk blijft de film op sommige momenten te lang in dezelfde toon hangen, waardoor een duidelijke opbouw naar een echte climax ontbreekt. Die aanpak past bij de sfeer van de film, maar laat sommige kijkers met te veel vragen achter. Het resultaat is een film die fascineert door zijn sfeer en verbeelding, maar die niet voor iedereen even bevredigend zal zijn.

‘Backrooms’ is daarmee een opvallende en gewaagde horrorfilm, die vooral sterk is in sfeer, beeld en de onrust die hij oproept. Parsons laat zien dat hij een goed gevoel heeft voor spanning en visuele controle, maar zijn film toont ook hoe moeilijk het is om een sterk internetidee om te zetten in een echt overtuigend verhaal. De film is meeslepend, beklemmend en vaak erg origineel, maar blijft soms net te vaag om helemaal te overtuigen.

‘Backrooms’ speelt momenteel in de zalen van Kinepolis en Pathé.