• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Binnenland

Een job is meer dan een manier om geld te verdienen. Het is vaak ook het eerste wat we over onszelf vertellen. Wat als het antwoord ontbreekt?

Als we iemand voor het eerst ontmoeten, stellen we al snel de vraag: wat doe je? Wat we eigenlijk bedoelen: wat is jouw job? Alsof we via het antwoord een klein stukje van die persoon kunnen begrijpen. Maar wie ben je eigenlijk als je geen job hebt?

In België bedroeg de jeugdwerkloosheidsgraad volgens Statbel in het tweede kwartaal van 2026 18,2 procent bij jongeren van 15 tot 24 jaar. Bij laaggeschoolden lag de werkloosheidsgraad op 15,5 procent, tegenover 3,7 procent bij hooggeschoolden.

Ik denk niet graag in cijfers, want achter die 18,2 procent zit een persoon. Iemand die vanochtend wakker werd en opnieuw vacatures opende. Iemand die een sollicitatie stuurde en daarna de hele dag naar zijn telefoon keek. Iemand die Nederlands leert en ondertussen probeert uit te leggen dat die meer kan dan wat er op zijn cv staat. Iemand die al zo vaak “nee” heeft gehoord dat het woord langzaam iets over zichzelf begint te zeggen. En dat is waar ik bang voor ben. Niet alleen dat iemand zonder werk zit maar dat iemand op een dag begint te denken: misschien ben ik het probleem.

Meer dan een cv

We vragen elkaar zelden: wie ben je? Het lijkt wel alsof een job iemands identiteit volledig bepaalt. Een job levert niet alleen geld op, het geeft je ook ritme, mensen om je heen, ervaring en een gevoel dat je ergens bij hoort. Maar daardoor kan er iets vreemds gebeuren. We beginnen onze waarde te koppelen aan wat we produceren. Alsof een mens pas zichtbaar wordt wanneer die iets doet dat op een cv past. Maar stel je voor dat we alles weghalen. Geen job, geen diploma, geen salaris, geen functietitel, wie ben je dan?

We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. Daarom is ‘probeer gewoon harder’ een te klein antwoord op een te groot probleem

Werkloos zijn betekent niet automatisch dat je niets doet. Sommige mensen zoeken elke dag werk. Anderen leren een taal, volgen een opleiding of doen vrijwilligerswerk. Sommigen zorgen thuis voor iemand of zijn gewoon even moe. Dat laatste vergeten we soms. Niet iedereen die stilstaat, is lui. Sommige mensen zijn gewoon even aan het proberen opnieuw te beginnen. En natuurlijk hebben we ook een verantwoordelijkheid tegenover onszelf. We kunnen zoeken, leren, vragen stellen, hulp zoeken en nieuwe dingen proberen.

We moeten eerlijk zijn: niet iedereen begint op dezelfde plaats. De cijfers laten dat ook zien. Daarom is “probeer gewoon harder” een te klein antwoord op een te groot probleem. Wat als je deze tijd anders bekijkt? Misschien is een periode zonder werk niet alleen een lege plek op je cv maar ook een tussenruimte. Een plaats tussen wat je was en wie je aan het worden bent. Je kunt een taal leren, een cursus volgen, vrijwilligerswerk doen, een idee proberen, schrijven, een podcast beginnen, mensen ontmoeten. Of ontdekken dat de richting die je jarenlang voor jezelf zag, eigenlijk helemaal niet jouw richting is. En nee, je hoeft niet elke dag iets indrukwekkends te doen, je bent geen machine. Je mag een dag hebben waarop je niets bereikt, je mag twijfelen, je mag moe zijn, maar probeer één ding niet te doen: je hele leven uitstellen tot iemand je een baan geeft.

Tussenhoofdstuk

Misschien ben je niet gewoon werkloos, maar onderweg. Iemand die vandaag nog niet weet waar die thuishoort, is niet automatisch verloren. Misschien ben je gewoon nog onderweg, en dat ziet er niet altijd mooi uit. Soms ziet het eruit als wachten, twijfelen of opnieuw beginnen. Soms als een lege inbox of een afgewezen sollicitatie. Of als wakker worden en niet weten wat je volgende stap is. 

Een tussenhoofdstuk is nog altijd een hoofdstuk. Dus als je vandaag geen werk hebt, probeer dan niet te denken: “Ik ben niemand.” Je bent iemand die nog onderweg is naar een antwoord.

Op 26 september 2026 vierde het De Coninckplein het Maanfeeest, een eeuwenoude Chinese traditie om de oogst te vieren. Reporter Ahmad Hardan ging ter plaatsen om het in beeld vast te leggen.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan

‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat op 5 september bewoners, bezoekers en organisaties uit de omgeving samenbracht op het De Coninckplein. Wij vroegen hen hoe zij naar het plein kijken.

De meningen lopen uiteen. “Mijn zus gaat ’s avonds liever met de fiets dan te voet”, vertelt een buurtbewoner. Een andere bezoeker zegt: “Ik vind het plein best wel getto.” Anderen vinden dan weer dat het plein onterecht een slechte reputatie heeft: “De negatieve naam is vaak onterecht.”

Journalisten: Fatima Noori en Nisrine El Hajri
Audiomontage: Noor Laurent

‘Allemaal Coninck’ is een buurtfeest dat bewoners en organisaties van het De Coninckplein in Antwerpen samenbrengt. Of dat is toch de bedoeling. Want wat als het feest voorbij is? Wat blijft er dan over voor de buurt? En wat zou de stad moeten doen voor het plein en de problemen die er zijn? 

Journalist: Ahmad Hardan
Camera: Dries Basraoui

Van eetkraampjes tot boeken lezen of podcasts maken: op het De Coninckplein kon het vandaag allemaal tijdens Allemaal Coninck, een buurtfeest dat bewoners en organisaties samenbrengt. Het feest staat in het teken van verbinding in de buurt. Verschillende reporters legden het feest vast in video en podcast. Abdulmasih Alkak zorgde voor foto’s.

Foto’s: © 2026 Stampmedia / Abdulmasih Alkak

Terwijl de regering het asielbeleid verstrengt, belanden mensen op straat, wachten ze maanden op een eerste gesprek of raken ze verstrikt in administratieve procedures. Loes Schutyser en Igor Baisier volgden een half jaar lang drie mensen die vastlopen in het huidige asielbeleid en onderzochten hoe (on)menswaardig het beleid in de praktijk is.

Eind december. Het vriest. We wandelen een route van talloze kilometers die nieuwkomers afleggen in Brussel. We starten aan de dranghekken in Belliardstraat 68. Daar ligt het registratiecentrum, waar nieuwkomers hun eerste aanmelding doen. Auto’s razen voorbij en sirenes loeien onophoudelijk. Een vrijwilliger met een hesje van Vluchtelingenwerk Vlaanderen verwijst ons door naar hun juridische helpdesk, zo’n drie kilometer verderop. Terwijl we daar onze verkleumde handen verwarmen, komt een jonge vrouw binnen. Ze rolt een buggy voort met een ingeduffeld kindje erin. Ze sleurt haar hele hebben en houden mee. Haar ogen vallen bijna toe, ze lijkt doodmoe. Haar naam is Jennifer. Ze is 23. Ze vertelt dat ze al weken rondzwerft samen met haar dochter, Larissa. Ze is wanhopig op zoek naar hulp, onderdak en eten. Een advocate van de helpdesk vraagt ons om voor hen spaghetti te halen om de hoek. Jennifer is zwanger, ze heeft de afgelopen twee dagen amper gegeten.

Jennifer werd geboren in Sierra Leone. “Een goede vriend dwong me tot seks, omdat hij mijn schoolrekeningen betaalde.” Ze werd zwanger en beviel van een zoon, waarna hij haar verliet. “Ik had geen andere keuze dan sekswerk om rond te komen.” In 2024 vluchtte ze zonder haar zoon. Ze stak met een rubberboot de Middellandse Zee over en kwam Europa binnen via Turkije, waar ze werd opgepikt door de kustwacht.

In Turkije werkte ze een paar weken zonder papieren in een vervuilende fabriek. Ze vluchtte nogmaals per boot naar Griekenland. “Daar kwam ik terecht in een opvangkamp, waar ik beviel van Larissa, een tweede kind dat verwekt werd door een man die me misbruikte.”

Kort daarna werd een asielprocedure gestart. In Griekenland had ze weinig tot geen sociale ondersteuning en rechten. Jennifer leefde er in een opvangkamp en mocht Larissa niet bezoeken toen die met longproblemen voor drie maanden werd opgenomen in het ziekenhuis.

“Als Griekenland goed voor me was, zou ik hier niet zijn”, vertelt ze. Afgelopen winter besloot ze verder te vluchten, weg uit de precaire omstandigheden daar. Hetzelfde patroon van misbruik dreigde zich bovendien te herhalen. Met onveilige seks betaalde ze een vliegticket naar Brussel. Opnieuw zwanger kwam ze aan in ons land. Ze sliep de eerste twee nachten met Larissa in het Zuidstation, waar haar weinige bezittingen werden gestolen. “Hulpverleners pikten ons op van straat.

Dankzij Humanitarian Hub kreeg ik op verschillende plaatsen toch onderdak. Zo verbleef ik even in een krot in Leuven.” Omdat ze er niet veilig was, moest ze opnieuw onderdak zoeken. Het bleef een constante zoektocht.

“Toen ik klein was, wilde ik verpleegster worden, nu kan dat niet meer”

Jennifer (23)

In januari bleek dat Jennifer al sinds haar aankomst zwanger is. In februari onderging ze een abortus, omdat het in deze situatie onmogelijk is om voor een tweede kind te zorgen. “Sindsdien voelt het alsof mijn leven voorbij is”, zegt ze. “Toen ik klein was, wilde ik verpleegster worden, nu kan dat niet meer. Mijn droom is verdwenen.”

“Onmenselijk”

Dit soort verhalen zijn steeds meer een regel dan een uitzondering. Dat vertellen Paola en Aasta, twee hulpverleners van Vluchtelingenwerk Vlaanderen die dagelijks met een team de straat op gaan. Sinds augustus 2025 zijn er nieuwe crisismaatregelen voor asielzoekers. Daarin wordt gesteld dat mensen die reeds in een andere Europese lidstaat asiel kregen, geen recht meer hebben op opvang.

In principe heeft Jennifer wél recht op opvang, vertelt Paola. “Dat basisrecht is voorzien in nationale én internationale regels. Volgens die regels mag de overheid geen opvang weigeren aan mensen die in een procedure zitten of kwetsbaar zijn.” Paola stelt zich luidop de vraag: “Wie is meer kwetsbaar dan een alleenstaande zwangere vrouw, met bovendien een klein kindje?”

Jennifers advocate startte daarom een beroepsprocedure bij de Arbeidsrechtbank, die bevoegd is voor opvangkwesties. Ze kreeg gelijk. Jennifer en Larissa mochten intrekken in een tijdelijk opvangcentrum voor Oekraïners in Anderlecht. Na drie weken moesten ze terug verhuizen, deze keer naar het Rode Kruis transitcentrum in Sint-Lambrechts-Woluwe. Ondanks het dak boven hun hoofd blijft hun situatie uitzichtloos. We ontmoeten ze in hun kleine kamer. Jennifer zit mentaal aan de grond. Ze slapen in één bed en hebben geen eigen badkamer. Ze weet niet hoe haar procedure verloopt, heeft geen sociaal assistente en in het centrum is er bijna geen daginvulling: “Ik zit de hele dag op mijn kamer. Ik ga alleen naar beneden om te eten. Ik houd Larissa zo lang mogelijk wakker, zodat ze ’s nachts doorslaapt. Ik ben doodop.”

Blijven of teruggaan?

Mahad (34) vluchtte uit Somalië op zijn zestiende. In september 2025 kwam hij naar ons land. Al tien maanden slaapt hij op straat, vlak voor de Humanitarian Hub, wachtend op zijn eerste interview bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Het interview werd al vier keer uitgesteld, met een simpele stylostreep. “Ik wil gewoon een antwoord. Blijven of teruggaan?”

De Humanitarian Hub is een dagcentrum dat draaiende gehouden wordt door verschillende ngo’s. Er is ruimte om even te bekomen, op te warmen met koffie, thee of een maaltijd. Er zijn stopcontacten, douches en een pleintje waar gevoetbald kan worden. Kortom, een toevluchtsoord voor zij die elke nacht op straat slapen, verdoken tussen al hun bezittingen, in de kou, in de regen en zelfs in de sneeuw.

Twee Afghaanse zussen, die naast Mahad slapen, vertellen dat hun matras al weken niet meer droogt. “Veel mensen leven er in spanning, maar ik probeer optimistisch te blijven.” Hij helpt anderen door te vertalen, doet klusjes in het centrum en is ondertussen deel van het vaste team in de Hub geworden.

In oktober vorig jaar was de Hub nog zeven dagen op zeven open, maar door een krimpend budget waren ze genoodzaakt om op woensdagen en uiteindelijk zelfs het hele weekend te sluiten. Eind april dit jaar ontruimde de politie alle tenten. “Nu slapen we in nabijgelegen parken. Mijn tent en slaapzak werden na één dag al gestolen. Sindsdien slaap ik onder een fleecedeken.”

Administratieve rompslomp

Hulpverleners en advocaten spreken van een kafkaiaans systeem: “Administratieve procedures, die in theorie niet zo moeilijk zijn, worden in de praktijk op zo’n manier uitgewerkt dat het een doolhof wordt waar niemand nog aan uit kan”, vertelt Thomas Willekens, beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Zijn collega’s Paola en Aasta beginnen stilaan te denken dat het doelbewust complex is.

François gaat als vrijwilliger soms mee met het ochtendteam naar het registratiecentrum. “We zijn vanaf zeven uur aanwezig om vragen te beantwoorden en informatie te verspreiden. Mensen staan vaak al langer aan te schuiven, sommigen slapen hier zelfs, omdat ze bijvoorbeeld in Luik verblijven en er anders niet tijdig geraken met het openbaar vervoer.” Om half negen stipt sluit het kantoor weer en de rest van de rij moet de volgende dag terugkomen. Geen registratie betekent géén recht op opvang.

Ook Mahad vindt zijn weg niet in het kluwen aan procedures en regels. Hij is verder gevlucht door Europa nadat zijn vijfjarige verblijfskaart verviel in Italië. Nochtans had hij Italië niet moeten ontvluchten, vertelt zijn advocate Evelien Verstraeten: “Een vervallen kaart betekent niet automatisch dat je verblijfsvergunning vervallen is. Het vernieuwen van een verblijfskaart is mogelijk. Dat wist hij echter niet.” Mahad verbleef erna in verschillende landen, maar kreeg nergens asiel door zijn statuut in Italië. Zo belandde hij in België.

Mahad zit nog steeds met veel vragen, vooral voor DVZ: “De vorige keer vroeg ik hen: wat is er aan de hand met mijn situatie? Ze zeiden: we kunnen je niets vertellen, kom gewoon nog eens terug.” Er zit veel ruis op de communicatie tussen Mahad en de instanties, vertelt Verstraeten: “Ik wacht al meer dan een maand op Mahads dossier om meer duidelijkheid te krijgen, dat is essentieel om het interview te kunnen voorbereiden.”

In juni keerde Mahad voor de vierde keer terug naar de DVZ, voor zijn allereerste interview. “In het vorige regeerakkoord streefde men ernaar om een asielprocedure binnen de zes maanden af te ronden. Het aankomende Europees migratiepact wil die termijn nog verkorten”, aldus Verstraeten. Volgens haar schuilt in die wachttijd het grootste pijnpunt van de asielprocedure: “Als een asielzoeker van augustus 2025 tot juni 2026, dus bijna een jaar, moet wachten om nog maar door de eerste fase van de procedure te geraken, dan ga je mij niet wijsmaken dat dat ligt aan hem. Op die manier kan men framen dat asielzoekers eeuwig op straat blijven rondzwerven. Intussen slapen ze op straat, hebben ze niks en raken ze zelfs niet vooruit in hun procedure. Dat is schandalig.”

“Als een asielzoeker bijna een jaar moet wachten om maar door de eerste fase van de procedure te geraken, ga je mij niet wijsmaken dat het aan hem ligt”

Evelien Verstraeten (advocaat Mahad)

Geconstrueerde crisis?

Het is een grijze vrijdag, het miezert en het waait hard. Aan het Zuidstation in Brussel liggen rijen matrassen in de ondergrondse tramhalte. Om de hoek liggen er uitwerpselen op de grond. De moed zakt ons bijna in de schoenen. We gaan langs bij sociale organisaties in Brussel op zoek naar mensen die willen getuigen over het asielbeleid. Eerst gaan we naar Samusocial, een organisatie die instaat voor de dak-en thuislozenopvang in de hoofdstad, enkele straten verderop. Daar staat een man op straat doelloos voor zich uit te staren. Hij heet Franco en rommelt in zijn koffer op zoek naar een dikkere jas, omdat hij beseft dat het een lange dag kan worden.

Franco (56) heeft drie kinderen in Angola en lijdt aan diabetes. Hij kon medisch onvoldoende geholpen worden in zijn thuisland en kwam daarom naar België. Hij startte een procedure tot medische regularisatie. Via die procedure kunnen mensen zonder wettig verblijf in België een verblijfsvergunning aanvragen, op voorwaarde dat ze lijden aan een ernstige ziekte en er geen adequate medische zorg is in het land van herkomst.

Toen hij in maart in Brussel aankwam, zakte hij op straat ineen door te hoge glucosewaarden. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis, maar drie dagen later stond hij alweer op straat. “Ik ga dan maar op zoek naar een tempel van Jehovah’s Getuigen, want zij helpen mij wel.”

Franco heeft recht op opvang volgens zijn statuut van medische regularisatie, maar daarvan was hij de eerste dagen na zijn aankomst niet zeker. Nadat hij werd ontslagen uit het ziekenhuis, dat was op een vrijdagmiddag, kon hij zich niet meer registreren. Dat kon pas ten vroegste op maandagochtend. Zoals eerder al vermeld: zonder registratie geen recht op opvang. Hij werd door het ziekenhuis doorverwezen naar een centrum van het Rode Kruis, maar die verwezen hem op hun beurt door naar de nachtopvang van Samusocial. Helaas bleek daar geen plaats te zijn voor het hele weekend.

Franco’s laatste redmiddel was om voor de ingang te wachten tot tien uur ‘s avonds. Vanaf dan kan je inbellen in de hoop alsnog een plek te bemachtigen van iemand die niet kwam opdagen. Opvallend is dat bijna niemand in die wachtrij dat nummer kan bellen, aangezien ze na hun aankomst vaak nog niet over een Belgische sim- of prepaidkaart beschikken. Je hebt hiervoor immers een geldig identiteitsbewijs nodig. Ook Franco had dat niet. We hielpen hem met onze telefoon en vonden een bed bij een andere nachtopvang in de buurt.

Franco had dat weekend anders op straat geslapen. Veel voorbijgangers ontwijken de zoekende blikken en stappen vluchtig door. De buurt rond Samusocial is grimmig, drugsdealers en andere louche types komen lonken aan de ingang. Terwijl we wachten, wordt iemand hardhandig buitengezet door de beveiliging van Samusocial. Hij is onder invloed van drank en drugs. Hij trapt hard op de gesloten stalen deur, de klink breekt af. Hij neemt die mee en druipt af. Vanuit de verte komt de klink plotseling aangevlogen, rakelings langs ons hoofd.

Het moet een vreemde eerste impressie zijn van ons land voor nieuwkomers zoals Franco. Hij is diepgelovig en beweert dat wij die dag als engelen door God gezonden zijn om hem te helpen. Voor anderen, die ijsberen aan de deur, zijn we dat allesbehalve. Een van hen is Jalloh (28) uit Sierra Leone, hij kwam die dag aan in België. Voor hem is er geen vrij bed meer die avond, ook niet met onze hulp. Jalloh vluchtte eerst naar Griekenland, maar voelde zich daar onveilig, net als Jennifer. Hij volgt ons tot aan het perron, waar wij de trein opstappen. Zijn eerste nacht in België brengt Jalloh door in het kille Zuidstation, zoals tientallen andere nieuwkomers die nacht.

Streng maar rechtvaardig?

Van Bossuyt wil met een strenger beleid komen tot minder asielaanvragen en minder mensen op straat. Willekens (Vluchtelingenwerk Vlaanderen) weigert dat te geloven en kijkt op twee manieren naar de problematiek: “Enerzijds is er de cijfermatige kant van het verhaal. Het verleden leert ons dat het aantal asielaanvragen in België schommelt ondanks jarenlang verstrengen. Ons beleid oefent geen invloed uit op externe schokken, zoals conflicten in Oekraïne, Eritrea of Syrië. Die conflicten zorgen voor een piek, maar als de intensiteit van de schok afneemt, zien we een daling.”

Een tweede en vaak vergeten invalshoek, is de menselijke, volgens Willekens. “Het is duidelijk dat Van Bossuyt een hardvochtig en ontradend beleid wil voeren. Het gevolg is dat zelfs gezinnen met kinderen op straat worden gezet, omdat zij al bescherming hebben gekregen in een andere Europese lidstaat, althans juridisch, want in de praktijk stelt die bescherming weinig of niets voor.” Volgens hem is de slinger doorgeslagen: “Tot op welk punt willen we gaan en vanaf wanneer verlaten we daarmee onze eigen normen en waarden?”

“Dat Van Bossuyt mensenrechten schendt, is intussen geen mening meer, maar een feit”

Ellen Desmet, professor migratierecht (UGent)

“Dat Van Bossuyt mensenrechten schendt, is intussen geen mening meer, maar een feit”, vertelt Ellen Desmet, professor migratierecht (UGent). Zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, als de Raad van State en het Grondwettelijk Hof hebben de minister al teruggefloten. Het recht op opvang, gegarandeerd door het Europees recht, wordt dagelijks geschonden. Elke asielzoeker die een asielaanvraag indient, opent een recht op opvang. Het waren vooral mannen, zoals Mahad en Franco, die niet onmiddellijk opvang kregen en zich op een wachtlijst moesten registreren.Sinds de nieuwe crisismaatregelen van kracht zijn, geldt hetzelfde voor vrouwen en kinderen.

Nationale rechtbanken veroordeelden ons land hiervoor al meer dan vijftienduizend keer, ook onder de vorige regering. Toch weigert Van Bossuyt de dwangsommen hiervoor te betalen. Dat baart ook Verstraeten zorgen: “Volgens die redenering moet je buurman vanaf morgen zijn verkeersboetes niet meer betalen.” Van Bossuyt doet haar soms denken aan Trump: “Elke andere minister had al lang moeten opstappen, maar ze profiteert van de negatieve framing rond migratie.”

Hard zonder hart

De nieuwe richtlijnen van de minister botsen op verontwaardiging, dat bleek eerder uit een open brief van het Fedasil-personeel in De Standaard begin april. Haar beleid treft echte mensen, maar die hoeft ze niet in de ogen te kijken, vertelt Verstraeten. “Nog nooit heeft zij een asielzoeker voor zich gehad waaraan ze het heeft moeten uitleggen. Dan denk ik: kom maar eens een dag met mij meedraaien en zien wat het effect is van uw beleid.” Verstraeten is als juriste bezorgd over onze rechtsstaat: “Van Bossuyt heeft gezworen op de Grondwet en veegt er nu haar voeten aan.”

“Van Bossuyt heeft gezworen op de Grondwet en veegt er nu haar voeten aan”

Evelien Verstraeten (advocaat)

‘Het strengste migratiebeleid ooit’ is een ideologische keuze, daar kan men over van mening verschillen, maar de rechtsstaat is geen voer voor debat, zegt professor Desmet. “Ik vraag mij soms af, Van Bossuyt is juriste van opleiding, wringt het dan niet dat ze de uitspraken van al die rechtscolleges naast zich neerlegt, alsof het vodden papier zijn?”

Daarnaast waarschuwt ze voor een gevaarlijke tendens waarbij critici en het Europees Hof weggezet worden als links en activistisch: “Die framing zet de deur open om de rechten van andere kwetsbare groepen af te bouwen. Wie zijn de volgende: werklozen, gepensioneerden?”

“De vraagstukken van vandaag hebben we niet alleen te danken aan Van Bossuyt, maar haar houding is wel zorgwekkend”, vervolgt Desmet. “Ze zegt dat ze het arrest van het Grondwettelijk Hof – dat haar verbiedt om opvang te weigeren aan mensen die al bescherming kregen in een ander EU-land, tot het Hof van Justitie zich daarover uitspreekt – respecteert. Tegelijk roept ze een andere juridische grondslag in om haar beleid verder te zetten, die er echter niet is.”

Op 12 juni 2026 trad het Europees asiel-en migratiepact in werking, het strengste dat de Europese Unie ooit stemde. Dat pact zal het leven van asielzoekers er niet eenvoudiger op maken, vreest Verstraeten: “Het pact zal ontaarden in chaos. Ze willen de procedures performanter maken, maar dat doe je niet door budgetten te verminderen en termijnen te verkorten.”

“Maak van migratie een positief verhaal”

Volgens beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Willekens, investeren we te veel in een negatief beleid dat mensen kapot maakt. “Waarom kunnen we niet op een positieve manier investeren, zodat we mensen meekrijgen en deel laten uitmaken van onze samenleving? Dat begint met het volgen van wat er in de wet staat: opvang bieden aan iedereen die daar recht op heeft.” Professor Desmet deelt die bedenking: “Puur op vlak van opvang is het een geconstrueerde crisis. Van Bossuyt wil de kiezer harde maatregelen tonen, terwijl opvang perfect op een menselijke manier kan georganiseerd worden, zoals bij natuurrampen of voor Oekraïense vluchtelingen.”

“Waarom kunnen we niet op een positieve manier investeren, zodat we mensen meekrijgen en deel laten uitmaken van onze samenleving?”

Thomas Willekens (beleidsmedewerker Vluchtelingen Vlaanderen)

Jennifer zal zo goed als zeker moeten terugkeren naar Griekenland, vertelt Paola. “Ik durf het haar nog niet te zeggen, omdat ze zo instabiel is. Door het gebrek aan ondersteuning, sociale rechten en financiële steun in het Griekse opvangsysteem is de kans groot dat er misbruik wordt gemaakt van haar kwetsbare positie.”

Jennifer en Franco bellen ons nog bijna wekelijks om ons te bedanken, maar ook om hulp te vragen. Sinds haar eerste interview bij DVZ leeft Jennifer in permanente stress voor de toekomst. Ze krijgt zware medicatie om te kunnen slapen. Tijdens een ontmoeting geven we Jennifer de Bijbel waar ze al lang om vroeg en proberen we haar moed in te spreken, maar ze barst in tranen uit: “Mijn leven is voorbij. Ik ben zo dom. Ik bid elke dag.” We slikken beiden onze woorden in, omdat we niet willen liegen. Voor Jennifer, Larissa, Mahad, Franco en alle kwetsbare asielzoekers zijn het behoorlijk barre tijden.

Wat nu?

Het is intussen september 2026. Mahad wacht nog steeds op een definitieve beslissing. Zijn tweede interview vond plaats op 12 juni, de dag waarop het Europees Migratiepact in werking trad. “Als ik een negatieve beslissing krijg, dan keer ik terug naar Somalië”, zegt hij. Mahad maakte intussen alle seizoenen mee op straat. Na de vrieskou van deze winter, was er zelfs een hittegolf.

Jennifer kreeg een negatieve beslissing, haar advocate ging in beroep. We horen haar nog regelmatig. Ze is radeloos, ze voelt zich niet begrepen en ze leeft in constante spanning. Als haar beroep verworpen wordt, moet ze terugkeren naar Griekenland. Franco werd overgebracht naar een centrum in Jodoigne en stelt het goed.

We vroegen de minister om een reactie, maar haar woordvoerster liet weten dat ‘ze niet wenst mee te werken aan het onderzoek.

Woensdag vond de grootste zonsverduistering sinds 1999 plaats in ons land. Reporter Ahmad Hardan trok naar de Scheldekaaien in Antwerpen waar je de eclips goed kon waarnemen. Daar sprak hij met Peter, die zowel deze als de vorige zonsverduistering aanschouwde.

Kan je jezelf eens voorstellen?

“Goedendag, ik ben Peter, en ik ben hier in Antwerpen om naar de verduistering te kijken.”

Je was bij de zonsverduistering in 1999?

“Ja, die van de vorige eeuw. Dat is ondertussen al bijna 27 jaar geleden. Toen was ik wel een beetje jonger dan vandaag.” 

Wanneer heb je het beter kunnen ervaren, vandaag of in 1999? 

“De zonsverduistering van toen was niet zo spectaculair als vandaag, want toen was het bewolkt. Vandaag was de lucht veel helderder, de lucht is helemaal open en blauw. We kwamen toen ook net terug van een verre reis, we waren erg moe. Dus vandaag is de ervaring veel en veel aangenamer.”

Was jij in 1999 in Antwerpen aanwezig om de zonsverduistering te kijken? 

“Toen was ik in Brussel. Brussel is natuurlijk bijna even mooi als Antwerpen, maar niet even mooi.” 

Wil je nog iets toevoegen? 

“Het leven is mooi, en met de zonsverduistering is het leven ook nog mooier.”

Op 12 augustus vond de grootste zonsverduistering in 27 jaar plaats. Vanaf 19.17 uur schoof de maan voor de zon. Ongeveer een uur later bereikte de verduistering haar hoogtepunt: in België was negentig procent van de zon bedekt. Het werd merkbaar kouder en de hemel kleurde donkerder. Onze reporters brachten de zonsverduistering in beeld aan Steenplein in Antwerpen.

© StampMedia / Fatima Noori, Taha Bousder, Zain Alnajjar, Ahmad Hardan

Op 26-jarige leeftijd liet Öykü Uslu Turkije achter zich om in België een nieuw leven op te bouwen. Het was een zoektocht naar professionele kansen, maar onderweg moest ze doorzetten, zo ontdekte ze wie ze echt was. Vandaag werkt ze als huisarts en kijkt ze terug op een traject vol uitdaging, maar ook groei. “Mijn thuis is nu hier.”

Je bent al vroeg uit huis gegaan. Hoe kwam dat?

“Ik kom uit Bodrum. Dat is een kleine stad, een dorp eigenlijk, al is het een gekende toeristische plaats. Ik had altijd het gevoel dat ik daar niet echt succesvol kon zijn. Ik wilde meer doen, ergens anders naartoe gaan. Daarom ben ik op mijn veertiende vertrokken naar een grotere stad, Izmir, om naar de middelbare school te gaan.”

Hoe was die ervaring?

“Het was niet gemakkelijk. Ik verbleef daar in een soort internaat, met zestien meisjes in één kamer. Maar het heeft mij wel gevormd. Daarna ben ik op mijn achttiende naar Istanbul gegaan om geneeskunde te studeren. Eigenlijk ben ik dus al van jongs af aan op zoek naar meer kansen en een grotere wereld.”

Een nieuwe start

Wanneer heb je beslist om naar België te verhuizen?

“Dat is lang geleden (denkt na). Dat zal 2018 geweest zijn. Ik ben in Turkije afgestudeerd en heb daar anderhalf jaar gewerkt als basisarts. Ik wilde mijn horizon verbreden en besloot om te emigreren. Ik solliciteerde voor jobs in België, Nederland en Duitsland. Mijn partner ging naar Nederland voor een master, dus dacht ik: ik zal ook ergens vlakbij iets zoeken. Uiteindelijk kreeg ik antwoord van UHasselt.”

Hoe was die eerste periode hier?

“De reis zelf was niet zo moeilijk, maar integreren was niet zo makkelijk. Ik sprak geen Nederlands en voelde me een buitenbeentje. Tijdens de middagpauze op het werk sprak niemand Engels en was ik de enige die geen woord Nederlands sprak.”

Werd je warm ontvangen of heb je hard moeten vechten voor een plaats?

“Een combinatie van de twee, maar ik heb vooral hard moeten vechten. Ik had de indruk dat mensen hier niet zo gemakkelijk vrienden maken. Op het werk voelde ik zo’n grens: we zijn collega’s, maar niet echt vrienden. Dat was voor mij choquerend.

Voor mijn doctoraat zat ik voortdurend in het labo. Dat was totaal anders dan wat ik had gestudeerd, ik had nog nooit zoiets gedaan dus moest ik alles leren van nul. In het begin liep het onderzoek niet zo goed, daardoor werd ik meer uitgesloten door mijn collega’s. Ik herinner me zelfs een dag dat iedereen samen ging eten en ik van niets wist. Dat voelde echt als: je hoort er niet bij. Maar na een jaar ging het beter met het onderzoek en werd ik wel uitgenodigd. Dat vond ik een beetje hypocriet.”

Een nieuwe richting

Hoe ben je huisarts geworden?

“Ik wilde sowieso een specialisatie doen en dat werd huisartsgeneeskunde. De eerste twee jaren waren moeilijk, maar de drie jaren daarna maakten me blij. Ik had een beter gevoel bij collega’s en patiënten.”

Was de taal nog een probleem?

“In het begin wel. Ik was altijd in mijn hoofd aan het vertalen van Engels naar Nederlands of van Turks naar Engels en dan naar Nederlands. Dat was vermoeiend. Na een jaar ging het beter en kreeg ik meer zelfvertrouwen.”

Welke mensen hebben een belangrijke rol gespeeld in je integratie?

“Mijn praktijkopleider heeft mij veel gesteund. Ze zei altijd: het komt goed, je bent een goede dokter. Mijn partner speelde ook een grote rol. Als iemand zoveel vertrouwen in je heeft, denk je ook dat je het kan.”

Tussen twee huizen

Voel je je meer Belg of Turk?

“In eerste instantie Turks en daarna Belg. Mijn familie en vrienden zijn nog in Turkije, dus dat blijft voor mij belangrijk. Maar ik heb hier mijn leven opgebouwd.”

Wat betekent thuis voor jou vandaag?

“Hier eigenlijk. Ik heb echt mijn thuis hier. Als ik naar Turkije ga, spreek ik over het huis van mijn ouders. Maar na tien dagen mis ik mijn eigen (t)huis. Dat is hier, met mijn partner.”

Gisteren protesteerden zo’n drieduizend mensen tegen de besparingsplannen in het Franstalig onderwijs. Leerkrachten, studenten en vakbondsleden kwamen op straat uit onvrede over hervormingen die volgens hen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs bedreigen. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, zorgden relschoppers in de hoofdstad voor extra onrust en volgde er een gespannen confrontatie met de politie.

Ongeveer drieduizend leerkrachten, studenten en vakbondsleden hebben donderdag in Brussel betoogd tegen de geplande besparingen in het Franstalige onderwijs. Hoewel de manifestatie grotendeels vreedzaam verliep, kwam het op verschillende plaatsen tot rellen. Vooral rond het Centraal Station liep de spanning op, waar betogers onder andere fietsen en steps in brand staken. De politie zette een waterkanon en traangas in om de situatie onder controle te krijgen.

De manifestanten protesteerden tegen een reeks hervormingen die volgens hen het onderwijs verder onder druk zetten. Zo zouden de inschrijvingsgelden stijgen, moeten leerkrachten meer uren presteren zonder extra verloning en wordt geraakt aan de vaste benoeming. Volgens de actievoerders dreigen die maatregelen de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs ernstig te ondermijnen, terwijl de sector al kampt met een groot lerarentekort.

Christophe, leerkracht in het secundair onderwijs, trok uit solidariteit met zijn Franstalige collega’s naar Brussel. Vooral de hervorming van de vaste benoeming baart hem zorgen. “Die benoeming is essentieel voor kwaliteitsvol onderwijs. Ze geeft leerkrachten de autonomie en zekerheid die nodig zijn om hun werk goed te doen”, zegt hij.

“Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren”

Christophe (leraar secundair onderwijs)

Volgens hem overstijgt de problematiek de taalgrens. “Wat vandaag in Wallonië gebeurt, kan morgen in Vlaanderen gebeuren. Samen staan we sterker.” Hij wijst erop dat het onderwijs al langer onder zware druk staat. “Het lerarenberoep is zwaar en er zijn grote tekorten. Besparen op personeel is maatschappelijk onverantwoord.”

Toekomst onder druk

Ook studenten vrezen de gevolgen van de hervormingen. De 19-jarige communicatiestudente Gaëlle Carillon uit Luik maakt zich zorgen over de stijgende kosten. “De inschrijvingsgelden gaan omhoog terwijl de ondersteuning afneemt. Voor veel jongeren wordt studeren zo moeilijker”, zegt ze. “Onderwijs moet toegankelijk blijven voor iedereen, anders groeit de ongelijkheid.”

Vakbonden spreken van een cruciaal moment voor het Franstalige onderwijs. Jorre Dewitte van de Franstalige socialistische onderwijsbond noemt de betoging historisch. Volgens hem zal een nieuw decreet leiden tot minder investeringen in schoolinfrastructuur, een afbouw van het ziekteverlofstelsel en mogelijke jobverliezen in het secundair onderwijs. “Het is een kwestie van politieke keuzes. Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”, klinkt het.

“Terwijl miljarden naar defensie gaan, wordt er bespaard op onderwijs”

Jorre Dewitte (Franstalige socialistische onderwijsbond)

Voor leerkracht Claire draait het protest om meer dan arbeidsvoorwaarden alleen. “We verzetten ons tegen hervormingen die schadelijk zijn voor leerlingen, leerkrachten en de samenleving”, zegt ze. “Uiteindelijk gaat het over de toekomst van jongeren.”