• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Buitenland

De festivalzomer is voorbij, en daarmee ook de 24ste editie van Harbin International Beer Festival in China. In de stad Harbin staat de oudste brouwerij van het land. Daarom zien Chinezen de stad niet alleen als de oudste bierstad, maar ook als de geboorteplaats van het moderne Chinese bier. Reporters Ash Mertens en Terence Wong waren op het festival, dat heel de zomervakantie plaatsvond, en blikken nu terug met enkele foto’s. 

Wanneer je het terrein oploopt, is het eerste wat je opvalt de bijzondere podia. Elk podium werd namelijk uitgebaat en aangekleed door een biermerk. Zo had je bijvoorbeeld Snow Golden Crown, Amstel en Budweiser. Maar de belangrijkste was natuurlijk dat van Harbin Beer. Op elk podium stonden trouwens geen wereldsterren, maar wel BC’s (bekende Chinezen, red.). 

Hoewel toegang tot het festival helemaal gratis was, kon je op een heel speciale manier bier kopen. Bier tappen deed je namelijk aan bierbeurskiosken, met verschillende lokale bieren. De prijzen waren dus dynamisch: de koers volgde vraag-en-aanbod van kiosken over het hele terrein én ook over heel China. 

De bieren zelf waren ook heel bijzonder. Naast de klassieke pilsjes en IPA’s had je speciale brouwsels, bijvoorbeeld met passievrucht of druiven. Maar de blikvanger was natuurlijk een Chinese twist op witbier: eentje met jasmijntheeblaadjes. 

Exact drie jaar geleden werd Marokko opgeschud door een aardbeving. Bijna drieduizend mensen lieten het leven en bijna vierhonderdduizend mensen hadden tijdelijk of permanent geen onderdak volgens het Rode Kruis. Tot vandaag leven sommigen in tenten. De schade is nog steeds zichtbaar en op sommige plaatsen gaat de wederopbouw traag. Correspondent Dries Basraoui was ter plaatse om te kijken hoe het er nu aan toe gaat.

Ik ben in Amizmiz, een stad in de provincie Al Haouz in Marokko, op zo’n 55 kilometer ten zuiden van Marrakesh. De stad werd drie jaar geleden zwaar beschadigd door een aardbeving van een magnitude van 6,8. Buiten de stad werden dorpen in de hoger gelegen gebieden met de grond gelijkgemaakt. Ik rijd naar Tafeghaghte, een dorpje buiten Amizmiz in het Atlasgebergte. Door de slechte en smalle wegen ben ik gedwongen om er met de auto stapvoets naartoe te rijden. Wanneer ik het dorp nader, wordt de schade steeds zichtbaarder: grote hopen puin langs de weg, verwoeste huizen en tenten waarin mensen leven die hun huis verloren.

Terwijl ik door het dorp wandel, wordt het overduidelijk dat hier een aardbeving plaatsvond. Maar dat het exact drie jaar geleden was, kan ik me nauwelijks voorstellen. Het schrille contrast tussen wederopbouw en verwoesting is opvallend: aan de ene kant enorme puinhopen en compleet verwoeste huizen, aan de andere kant gerenoveerde huizen met een nieuwe grijze bakstenen voorgevel.

Nog steeds in tenten

Marokkaanse vlaggetjes wapperen boven de tent van Aicha en Ider, een ouder koppel dat sinds de aardbeving noodgedwongen in een tent leeft. Bij slecht weer regent het binnen en wordt de droge aarde modder. Wanneer ik vertel dat ik journalist ben die verslag uitbrengt over het leven drie jaar na de aardbeving, barst Aicha in tranen uit. Alsof alle emoties van de voorbije jaren plots loskomen.

Volgens Ider stierven er zeker 78 mensen in het dorp. Ider verloor ook zijn 65-jarige broer. De hulp werd niet altijd eerlijk verdeeld, vertelt het koppel. Tot vandaag ontvingen ze geen financiële steun. “De gewone hulp werd verdeeld over iedereen, maar wanneer we ons moesten gaan inschrijven om financiële steun te krijgen bij de wijkagent, ontstonden er gevechten over wie er eerst mocht gaan. Ook nu zijn er nog spanningen. Sommigen krijgen steun, anderen niet. Wat zou jij doen als de meeste van je buren ondertussen in een huis leven en jij niet?”

“Wat ik het hardst mis van het leven voor de aardbeving zijn onze dieren. De schapen, geiten en koeien”, vertelt Ider. Als ik hen vraag hoe ze kijken naar de toekomst, zeggen ze: “We kunnen alleen op Allah rekenen. Alleen hij weet wat de toekomst zal brengen.”

Hun verhaal staat in schril contrast met de officiële cijfers van de Marokkaanse overheid. In een persbericht dat de Marokkaanse overheid een jaar geleden verspreidde, staat dat de wederopbouw van de woningen voor 91,33 procent voltooid is en dat de tenten die direct na de natuurramp waren opgezet om de slachtoffers onderdak te bieden, volledig zijn afgebroken.

Ik vertrek terug richting het centrum van Amizmiz. Hoe verder ik ben van de drukke binnenstad, hoe meer schade ik zie. In de buurt achter het stadscentrum ontmoet ik Krimane, een oudere winkeluitbater. Volgens hem stierven 36 mensen uit de buurt. “Het grootste probleem na drie jaar is dat nog niet alle mensen financiële hulp kregen. Ook ik kreeg geen financiële hulp, al is er veel schade aan mijn huis.” Financiële steun van de overheid is broodnodig, vindt hij. “Mensen beschikken niet over de middelen om hun huis zelf te heropbouwen.”

“Mensen beschikken niet over de middelen om hun huis zelf te heropbouwen”

Krimane (winkeluitbater)

Eenmaal terug in het centrum, spreek ik met Walid*, een inwoner die anoniem getuigt. Ook hij vertelt dat de overheid haar best niet heeft gedaan voor de wederopbouw en dat sommige mensen wel hulp kregen en anderen niet. “En wie hulp kreeg, werd niet genoeg geholpen.” Walid ontving van de overheid 2.000 euro voor barsten in de muren van zijn huis. Een schatter vertelde dat hij recht had op 8.000 euro.

Volgens Walid zijn er verschillende projecten aan de gang of gepland, zoals een nieuwe school of plannen voor straatverlichting. “In oktober zou de hele infrastructuur worden aangelegd: riolering, elektriciteit, internet, jongerencentra en huizen.” Officiële bronnen die dat bevestigen, zijn er niet. “Hoewel er plannen zijn, is er drie jaar lang amper iets gebeurd”, beweert Walid.

Op woensdag 23 september 2026 kiest Marokko een nieuw parlement. “Nu de verkiezingen dichterbij komen, bereiden de inwoners van Amizmiz en de provincie Al Haouz – vooral in de door de aardbeving getroffen gebieden – zich voor om te gaan stemmen. Ook zijn er inwoners die overwegen de verkiezingen te boycotten, uit ontevredenheid over de aanpak van de wederopbouw en steun aan de slachtoffers”, vertelt Walid.

Volgens Walid vond er nog maar een week of twee geleden een lichte aardbeving plaats in Amizmiz. “De lokale bevolking is er ondertussen aan gewend geraakt. Tegenwoordig beeft heel Marokko, bang zijn we dus niet meer”, lacht hij.

Gebrekkig gezondheidssysteem in dorpen

Wanneer ik terug in België ben, spreek ik met Petrus Herpoele, hoofd van de delegatie van het Duitse Rode Kruis in Marokko. Herpoele was al in Marokko voordat de aardbeving plaatsvond. Met het Duitse Rode Kruis heeft hij op verschillende plekken in de regio Al Haouz projecten op poten gezet. “Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen wat ontwikkelingsorganisaties, humanitaire hulpverleners en de overheid doen. Er hebben inderdaad veel hulporganisaties tenten voorzien en zo de mensen onderdak gegeven. Vervolgens zoeken we naar een duurzame oplossing. Zo heeft de Marokkaanse overheid een fonds opgericht voor de wederopbouw van huizen. Daar konden mensen de schade aan hun woning laten registreren. Dan komt iemand van de overheid de schade vaststellen en zeggen of iemand al dan niet in aanmerking komt en voor hoeveel.”

“Zaken als een medische hulppost, een dokter of een hulppost met een referentiesysteem naar een meer gespecialiseerd ziekenhuis ontbreken”

Petrus Herpoele (hoofd van de delegatie van het Duitse Rode Kruis in Marokko)

Een van de grootste uitdagingen waar de lokale bevolking op dit moment tegenaan loopt, is het gebrek aan een gezondheidssysteem in de dorpen, zegt Herpoele. “Zaken als een medische hulppost, een dokter of een hulppost met een referentiesysteem naar een meer gespecialiseerd ziekenhuis ontbreken.” De oorzaak daarvan ligt volgens hem bij de onbereikbaarheid van de dorpen. “Het is veel makkelijker om een gezondheidssysteem op poten te zetten in een meer stedelijke omgeving waar iedereen per definitie dicht op elkaar zit.”

Nu, drie jaar na de aardbeving, rondt het Duitse Rode Kruis zijn aardbevingsrespons af. “We blijven de Marokkaanse Rode Halve Maan wel steunen met nieuwe projecten”, zegt Herpoele. “We hebben veel geleerd van de aardbeving. De Marokkaanse Rode Halve Maan is nu beter gewapend om te reageren op rampen in de toekomst.”

Het WK 2030 is nog ver weg, maar Marokko is al volop bezig met zijn voorbereiding. Alleen gaat dat volgens verschillende bewoners ten koste van de lokale bevolking. Zij moeten letterlijk plaats maken voor nieuwe ‘prestigeprojecten’.

Van onze reporter in Casablanca, Marokko.

Wanneer je langs de Marokkaanse kustlijn rijdt in de regio van Casablanca en Rabat valt het je meteen op: langs de weg, aan de kant van de zee, zie je allemaal afgebroken huizen. Het zijn kleine strandhuisjes uit hout of beton, ook wel ‘cabanon’ genoemd. Vaak werden ze illegaal zonder vergunningen gebouwd. De Marokkaanse overheid is al sinds 2024 bezig met het slopen van deze buurten. Ze willen naar eigen zeggen “de buurten moderniseren”. De Standaard schrijft dat zeker 10.000 mensen in Rabat hun huizen hebben moeten verlaten sinds de start van de sloopwerken in 2024.

Wanneer we met de buurtbewoners spreken in de buurt van Casablanca, voelen we duidelijk frustratie en onwetendheid. Youness* is parkeerwachter en woont in de buurt van Aïn Harrouda, een stad zeventien kilometer ten noordoosten van Casablanca. “Het is al even geleden da ze het hier hebben afgebroken”, vertelt hij terwijl hij duidelijk laat merken dat hem onrecht is aangedaan. “Een aantal van deze cabanons zijn vakantiehuizen van rijkere mensen. Zij kwamen hier de zomer doorbrengen.”

“De rijken hebben vaak een tweede woning en hebben geld genoeg. Zij trekken hun plan. Maar waar kunnen wij heen?”

Youness (inwoner Casablanca)

“De mensen die hier alleen hun vakantiehuis hadden, trekken hun plan”, aldus Youness. “Ze hebben vaak een tweede woning en hebben geld genoeg. Voor ons is het heel anders. Waar kunnen wij heen? Wij hebben misschien net als hen geen vergunningen, maar we hebben geen tweede huis.”

Van compensatie is er volgens de mensen die er nog leven weinig te merken. Mensen die geen vergunning hebben, kunnen volgens hen ook niet rekenen op steun. Wie wel kan aantonen dat zijn woning geregistreerd is, krijgt volgens de bewoners een bod dat tot de helft lager kan liggen dan de waarde van hun huidige woning.

De tegenstelling is merkbaar. Hier verliezen mensen hun woningen, terwijl ze iets verderop al met de afwerking van gloednieuwe appartementen bezig zijn. Youness weet alvast dat hij een onzekere toekomst heeft. “Ik kan hier nog even blijven, maar wat ik daarna ga doen, weet ik niet.”

Als ons gesprek eigenlijk al is afgelopen en we elkaar de hand hebben geschud, vraag ik hem nog waarom hij denkt dat dit gebeurt. Ik verwacht een duidelijk antwoord. Dat komt er niet. “Instagram”, zegt hij. “Les photos.”

Ik draai me om. Achter ons staan de nieuwe appartementsgebouwen. Grote borden kondigen ‘woningen te koop’ aan.

*Youness is een schuilnaam.

Wat vandaag in Afghanistan gebeurt, is geen verzameling losse maatregelen. Het is een systematisch beleid dat vrouwen uit het openbare leven wil bannen, schrijft Fatima Noori. “Wat mij misschien nog het meeste pijn doet, is niet alleen wat de taliban doen. Het is wat de rest van de wereld níét doet.”

In een reeks columns neemt Fatima Noori (18) ons, vijf jaar nadat de taliban de macht opnieuw overnamen, mee in haar gedachtewereld over haar geboorteland Afghanistan. Vandaag deel 3: Hoe de wereld toekijkt en koffie drinkt met de taliban. Lees hier de andere columns uit de reeks.

Hoeveel rechten moet je een meisje afnemen voor de wereld ophoudt met wegkijken? Die vraag stel ik mezelf telkens wanneer ik lees dat de taliban opnieuw een wet hebben ingevoerd die vrouwen nog verder uit het openbare leven bant. Niet in één keer, maar stap voor stap worden Afghaanse vrouwen en meisjes onzichtbaar gemaakt. Hun scholen sluiten. Hun werk wordt verboden. Hun stem wordt gesmoord. Hun toekomst wordt afgenomen.

Afghanistan is mijn geboorteland. Tien jaar geleden vluchtte ik met mijn familie naar België. Hier mocht ik opnieuw naar school. Hier ontdekte ik dat een meisje mag dromen, schrijven en haar mening mag uiten. Terwijl ik mijn eerste boek schreef, werden meisjes van mijn leeftijd in Afghanistan  uit de klas gestuurd. Terwijl ik mijn stem vond, werd die van hen steeds verder het zwijgen opgelegd. Dat contrast draag ik iedere dag met mij mee.

Ik ben gevlucht uit Afghanistan, maar Afghanistan is nooit uit mij verdwenen. Iedere wet die een Afghaans meisje haar toekomst ontneemt, voelt ook als een aanval op een deel van mezelf. Ik mag vandaag journalist zijn, op een podium staan en mijn mening uitspreken. Dat zijn geen vanzelfsprekendheden. Dat zijn rechten die miljoenen Afghaanse meisjes vandaag worden ontzegd.

Genderapartheid

Wat vandaag in Afghanistan gebeurt, is geen verzameling losse maatregelen. Het is een systeem dat de helft van de bevolking haar fundamentele rechten ontneemt. Een beleid dat vrouwen uit het openbare leven wil bannen. Vrouwen worden uitgesloten van werk, cultuur, sport en steeds meer aspecten van het dagelijkse leven. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt en hun aanwezigheid in de samenleving wordt steeds verder uitgewist. Daar bestaat een naam voor: genderapartheid.

Afghaanse vrouwen en mensenrechtenverdedigers vragen de internationale gemeenschap al jaren om die situatie ook zo te benoemen. Zij vragen geen medelijden. Zij vragen erkenning. Hun oproep verdient meer dan sympathie. Ze verdient politieke moed.

Toch hoor ik nog altijd dat dit “hun cultuur” of “hun religie” zou zijn. Nee. Dit is geen islam. Dit is geen cultuur. Dit is machtsmisbruik. De islam leert niet dat vrouwen minderwaardig zijn, integendeel. De Koran (9:71) benadrukt de waardigheid van mannen én vrouwen en beschouwt hen als gelijkwaardig in hun menselijkheid en verantwoordelijkheid. De profeet Mohammed moedigde kennis en onderwijs aan voor iedere moslim. Bovendien wordr in de Koran benadrukt dat man en vrouw gelijk zijn en elkaars bondgenoten:

“De gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars beschermers (of bondgenoten). Zij gebieden het goede en verbieden het slechte, onderhouden het gebed, geven de zakaat en gehoorzamen Allah en Zijn Boodschapper.”

De profeet Mohammed moedigde kennis en onderwijs aan voor iedere moslim. Eén van zijn bekendste uitspraken luidt: “Het paradijs ligt onder de voeten van de moeder.” Dat is geen beeld van onderdrukking, maar van respect, waardigheid en eerbied.

“Wie bang is voor een meisje met een boek, een vrouw met een diploma of een moeder met een eigen mening, toont niet zijn macht, maar zijn angst”

Fatima Noori (18)

Religie gebruiken om vrouwen hun rechten af te nemen, is daarom geen religieuze overtuiging. Het is een politieke keuze. De taliban misbruiken het geloof om hun macht te legitimeren. Daarmee doen ze niet alleen onrecht aan Afghaanse vrouwen aan, maar ook aan miljoenen moslims wereldwijd die hun geloof beleven vanuit rechtvaardigheid, mededogen en gelijkwaardigheid.

Wie vrouwen hun stem ontneemt, toont geen kracht. Wie bang is voor een meisje met een boek, een vrouw met een diploma of een moeder met een eigen mening, toont niet zijn macht, maar zijn angst. Want kennis is gevaarlijk voor wie wil overheersen. Vrijheid is bedreigend voor wie alleen kan regeren door anderen klein te houden.

Geen voorpaginanieuws meer

Wat mij misschien nog het meeste pijn doet, is niet alleen wat de taliban doen. Het is wat de rest van de wereld níét doet. Vijf jaar nadat de taliban de macht weer innamen, verdwijnt Afghanistan steeds vaker van de voorpagina’s. Andere conflicten eisen onze aandacht op. Maar voor miljoenen meisjes stopt de onderdrukking niet wanneer de camera’s vertrekken. Hun leven blijft stilstaan.

Mensenrechten zijn geen luxe die alleen gelden wanneer het politiek goed uitkomt. Ze zijn universeel, of ze betekenen niets. Daarom moeten regeringen niet alleen de taal van mensenrechten spreken, maar er ook naar handelen.

In juni ontving Brussel vertegenwoordigers van de taliban voor gesprekken over migratie en terugkeer. De Europese Commissie benadrukte dat zulke contacten geen diplomatieke erkenning van het regime is. Toch voelt dat voor veel Afghaanse vrouwen als verraad. Ze zien hoe dezelfde landen die vrijheid en gelijkheid verdedigen, onderhandelen met de machthebbers die hun dochters het recht op onderwijs hebben ontnomen. Mensenrechten mogen nooit onderhandelbaar worden zodra migratie of geopolitieke belangen op tafel liggen.

“Vijf jaar nadat de taliban de macht weer innamen, verdwijnt Afghanistan steeds vaker van de voorpagina’s”

Fatima Noori (18)

Wanneer een regime dat vrouwen systematisch uitsluit van onderwijs, werk en het openbare leven een plaats krijgt aan de gesprekstafel, ontstaat onvermijdelijk de indruk dat normalisering belangrijker wordt dan gerechtigheid. Ik begrijp dat diplomatie soms noodzakelijk is. Staten moeten met moeilijke regimes kunnen spreken. Maar diplomatie mag nooit betekenen dat onze waarden verdwijnen. Wie met de taliban spreekt, moet mensenrechten niet als een randonderwerp behandelen, maar als het vertrekpunt van elk gesprek.

Blijven dromen en hopen

De taliban vertegenwoordigen niet de Afghaanse bevolking. Afghanistan is meer dan de taliban. Afghanistan bestaat ook uit de vrouwen die blijven vechten, de meisjes die ondanks alles blijven dromen, de journalisten die blijven schrijven, de moeders die hun dochters hoop proberen te geven en de mensen die weigeren hun menselijkheid op te geven.

Toeval bracht mij naar België, maar toeval mag nooit bepalen wie recht heeft op onderwijs, vrijheid en een toekomst. Later zal de geschiedenis zich niet alleen herinneren wat de taliban deden. Ze zal zich ook herinneren hoe de wereld reageerde. Of hoe de wereld niet reageerde. De vraag is niet hoeveel onrecht Afghaanse vrouwen nog moeten doorstaan. De vraag is hoeveel stilte wij nog bereid zijn te aanvaarden.

Opgroeien tussen culturen, schrijft Fatima Noori, is “meerdere werelden meekrijgen, maar niemand die je leert hoe je ze moet combineren.”

In een reeks columns neemt Fatima Noori (18) ons, vijf jaar nadat de taliban de macht opnieuw overnamen, mee in haar gedachtewereld over haar geboorteland Afghanistan. Vandaag deel 2: ‘Ik ben meer dan een migrant uit Afghanistan.’ Lees hier de andere columns uit de reeks.

Ik heb vaak het gevoel dat mensen mij proberen te begrijpen voordat ze mij leren kennen. Ze zien mijn naam. Ze horen mijn accent. Ze vragen waar ik ‘echt’ vandaan kom. Ze plaatsen mij in een vakje nog voor ze mijn verhaal kennen.

Mijn naam is Fatima. Ik ben achttien jaar. Ik ben geboren in Afghanistan en opgegroeid in België. Ik leef tussen twee werelden, maar soms voelt het alsof ik nergens volledig thuishoor. Dat is het vreemde aan opgroeien tussen culturen: je krijgt meerdere werelden mee, maar niemand leert je hoe je ze moet combineren.

Brug tussen werelden

Als kind dacht ik dat identiteit iets eenvoudig was. Dat je ergens geboren werd, een taal sprak, een cultuur had en wist wie je was. Maar wanneer je migreert, verandert alles. Je neemt een verleden mee dat anderen niet altijd begrijpen, terwijl je tegelijkertijd probeert een toekomst op te bouwen in een nieuwe omgeving. Je wordt een brug tussen werelden. Maar niemand vertelt je hoe zwaar het is om altijd een brug te moeten zijn.

In Afghanistan zou mijn leven er waarschijnlijk anders hebben uitgezien. Mijn toekomst zou misschien al grotendeels bepaald zijn. Er zouden verwachtingen zijn over wie ik moet zijn, hoe ik mij moet gedragen, welke keuzes ik moet maken.

In België kreeg ik kansen die ik nooit als vanzelfsprekend beschouw. Ik mocht naar school. Ik mocht schrijven. Ik mocht dromen. Ik mocht mijn stem gebruiken. Maar ook hier ontdekte ik dat vrijheid niet betekent dat je nooit meer hoeft uit te leggen wie je bent.

“Voor mij is identiteit iets waar ik elke dag opnieuw over nadenk. Ben ik Belg genoeg? Ben ik Afghaans genoeg? Ben ik te westers voor de ene groep en te buitenlands voor de andere?”

Fatima Noori (18)

Want soms word je niet gezien als Fatima. Je wordt gezien als migrant. Een woord dat voor sommigen meer zegt dan duizend verhalen. Een migrant wordt vaak bekeken als iemand die iets mist. Iemand die moet bewijzen dat hij erbij hoort. Iemand die dankbaar moet zijn, maar niet te veel ruimte mag innemen. Iemand die voortdurend wordt gevraagd om zijn afkomst uit te leggen, terwijl anderen nooit hoeven te verklaren waarom zij ergens thuishoren.

Maar een mens is meer dan zijn afkomst. Ik ben niet alleen iemand die ooit gevlucht is. Ik ben niet alleen een Afghaans meisje. Ik ben niet alleen een migrant. Ik ben schrijfster. Ik ben reporter. Ik ben dochter. Ik ben vriendin. Ik ben iemand met dromen, twijfels, fouten en herinneringen.

Het moeilijkste aan migratie

Toch voel ik vaak dat mensen eerst mijn achtergrond zien en pas daarna mij. Op school merkte ik dat vaak. Ik zie leeftijdsgenoten die vanzelfsprekend lijken te weten wie ze zijn. Ze bewegen zich door de wereld zonder voortdurend na te denken over hoe anderen hen bekijken. Voor hen is identiteit vaak iets dat gewoon bestaat.

Voor mij is identiteit iets waar ik iedere dag opnieuw over nadenk. Ben ik Belg genoeg? Ben ik Afghaans genoeg? Ben ik te westers voor de ene groep en te buitenlands voor de andere? Die vragen komen niet altijd uit mezelf. Soms worden ze door de omgeving opgelegd. Want wanneer iemand vraagt: “Waar kom je echt vandaan?”, lijkt het soms alsof mijn antwoord: “België”, niet genoeg is.

Alsof ik altijd een voetnoot blijf. Alsof mijn verhaal altijd begint bij mijn vlucht en niet bij mijn dromen. Dat is misschien één van de moeilijkste dingen aan migratie: dat je een nieuw leven opbouwt, maar dat anderen je soms blijven herinneren aan het moment waarop je aankwam.

“Eén van de moeilijkste dingen aan migratie is dat je een nieuw leven opbouwt, maar dat anderen je soms blijven herinneren aan het moment waarop je aankwam”

Fatima Noori (18)

Migranten zijn niet alleen verhalen over verlies. Wij zijn ook verhalen over groei. Over nieuwe kansen. Over mensen die twee talen spreken, twee culturen kennen en verschillende werelden kunnen verbinden.

Opgroeien tussen culturen is niet alleen een strijd. Het is ook een kracht. Je leert verschillende perspectieven begrijpen. Je leert dat er meer dan één manier is om naar de wereld te kijken. Je leert dat identiteit niet iets vaststaand is, maar iets dat groeit.

Toch blijft het moeilijk wanneer je voortdurend gelabeld wordt. Want labels lijken misschien klein, maar ze kunnen zwaar wegen. Migrant. Vluchteling. Buitenlander. Woorden die soms gebruikt worden alsof ze alles over een persoon vertellen.

Ik ben onderweg

Maar geen enkel label kan een volledig mens bevatten. Achter elk label zit een verhaal. Een moeder die haar kinderen een betere toekomst wilde geven. Een kind dat opnieuw moest beginnen. Een jongere die probeert uit te zoeken wie hij of zij is.

Een persoon die niet gevraagd heeft om tussen werelden te leven, maar er toch een thuis probeert te vinden. Ik ben niet volledig oosters. Ik ben niet volledig westers. Ik ben niet één verhaal. Ik ben meerdere verhalen tegelijk.

Misschien ligt mijn identiteit niet in het kiezen tussen twee werelden. Misschien ligt mijn identiteit juist in het feit dat ik beide werelden draag. Ik ben Fatima. Niet alleen een migrant. Niet alleen een Afghaans meisje. Niet alleen iemand met een verleden. Ik ben iemand die onderweg is. En mijn verhaal is nog lang niet af.

Sommige oorlogen eindigen op papier, maar blijven verder leven in de mensen die ze hebben meegemaakt. Afghanistan is daar een voorbeeld van.

In een reeks columns neemt Fatima Noori (18) ons, vijf jaar nadat de taliban de macht opnieuw overnamen, mee in haar gedachtewereld over haar geboorteland Afghanistan. Vandaag deel 1: Afghanistan, meer dan een oorlogsland. Lees hier de andere columns uit de reeks.

Wanneer de wereld over Afghanistan spreekt, gaat het vaak over cijfers: hoeveel soldaten er zijn gesneuveld, hoeveel mensen er zijn gevlucht, hoeveel jaren conflict het land heeft gekend. Maar achter elke statistiek zitten mensen. Families die hun huis verloren. Kinderen die opgroeiden tussen angst en onzekerheid. Ouders die hun kinderen een toekomst wilden geven, maar zelf nooit vrede hebben gekend.

Afghanistan is mijn geboorteland. Het land waar mijn eerste herinneringen liggen. Het land dat mijn familie en ik moesten verlaten omdat veiligheid geen zekerheid meer was. Vandaag woon ik in België, maar Afghanistan blijft een deel van mij. De verhalen van mijn land draag ik iedere dag mee.

Vrede is meer dan stoppen met vechten

Meer dan veertig jaar oorlog heeft diepe wonden achtergelaten. Eerst was er de Sovjetoorlog, daarna de burgeroorlogen, de internationale militaire aanwezigheid en uiteindelijk de terugkeer van de taliban aan de macht in 2021. Veel Afghanen hoopten na zoveel jaren geweld eindelijk op rust. Maar vrede betekent meer dan het stoppen van gevechten. Vrede betekent dat mensen veilig kunnen leven, hun kinderen naar school kunnen sturen en hun toekomst zelf kunnen bepalen.

Vandaag leeft Afghanistan nog altijd in een zware crisis. Miljoenen mensen hebben humanitaire hulp nodig. Armoede, voedseltekorten, klimaatproblemen en een zwakke economie maken het dagelijks leven moeilijk voor veel gezinnen. De internationale hulp is sterk verminderd, terwijl de noden enorm blijven.

“Vrede betekent meer dan het stoppen van gevechten. Vrede betekent dat mensen veilig kunnen leven, hun kinderen naar school kunnen sturen en hun toekomst zelf kunnen bepalen”

Fatima Noori (18)

Maar Afghanistan is niet alleen een humanitaire crisis. Het is ook een crisis van hoop. Een hele generatie jongeren groeit op met herinneringen aan oorlog. Kinderen kennen verhalen over bommen, vluchten en verlies voordat ze verhalen kennen over dromen en mogelijkheden. Veel Afghanen hebben meerdere keren afscheid moeten nemen: van hun huizen, hun familieleden, hun veiligheid en soms zelfs van hun eigen identiteit.

De wereld lijkt Afghanistan vaak te vergeten zodra de grootste krantenkoppen verdwijnen. Maar een oorlog stopt niet wanneer de camera’s vertrekken.

Een moeder die niet weet hoe ze haar kinderen eten moet geven, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog. Een jongere die geen werk vindt omdat de economie is ingestort, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog. Een meisje dat haar dromen moet opgeven omdat haar rechten worden beperkt, leeft nog steeds in de gevolgen van oorlog.

De vader die werk blijft zoeken

Daarom mogen we Afghanistan niet alleen bekijken door de lens van politiek en macht. Achter ieder conflict staan mensen. Natuurlijk is de situatie complex. Afghanistan heeft niet alleen te maken met binnenlandse problemen, maar ook met regionale spanningen, grensconflicten en de gevolgen van internationale keuzes uit het verleden. Recente spanningen aan de grens met Pakistan hebben opnieuw geleid tot slachtoffers en nieuwe ontheemding, waardoor de kwetsbaarheid van de bevolking verder toeneemt.

Maar tussen al die politieke discussies vergeten we soms de gewone Afghanen. De vader die elke ochtend opstaat om werk te zoeken. De moeder die alles doet om haar kinderen hoop te geven. De jongere die ondanks alles blijft studeren. De journalist die blijft schrijven terwijl vrijheid van meningsuiting onder druk staat.

“Een land verdwijnt niet omdat mensen het verlaten. Afghanistan leeft voort in de herinneringen van miljoenen Afghanen over de hele wereld”

FATIMA NOORI (18)

Afghanistan is meer dan oorlog. Afghanistan is ook cultuur. Het is poëzie. Het zijn families. Het zijn mensen die ondanks alles blijven lachen, creëren en dromen. Wat mijn land nodig heeft, is niet alleen medelijden. Het heeft aandacht nodig. Het heeft een internationale gemeenschap nodig die verder kijkt dan tijdelijke belangen en begrijpt dat stabiliteit niet gebouwd kan worden op het vergeten van mensenrechten.

Ik schrijf dit als schrijver, maar ook als iemand die Afghanistan heeft moeten verlaten. Ik weet wat het betekent om een thuis achter te laten. Ik weet wat het betekent om opnieuw te beginnen in een ander land. Maar ik weet ook dat een land niet verdwijnt omdat mensen het verlaten. Afghanistan leeft voort in de herinneringen van miljoenen Afghanen over de hele wereld.

De grootste tragedie van Afghanistan is niet alleen dat het zoveel oorlog heeft gekend. Het is dat de wereld eraan gewend is geraakt. Een volk mag nooit gereduceerd worden tot een nieuwsbericht. Een land mag nooit alleen herinnerd worden door zijn conflicten.

Afghanistan is geen verloren land. Het is een land vol mensen die wachten op een toekomst waarin vrede niet alleen een woord is, maar een werkelijkheid.

Een video van een zware explosie gaat momenteel viraal op social mediaplatform X, met de claim dat de Verenigde Staten Iran hebben aangevallen. De beelden worden massaal gedeeld en zorgen voor onrust, zeker gezien de geopolitieke spanningen in de regio. Maar wat op het eerste gezicht lijkt op breaking news, blijkt bij nader onderzoek een volledig verkeerd geïnterpreteerde gebeurtenis.

Op het socialmediaplatform X, het voormalige Twitter, circuleert momenteel een video waarin wordt beweerd dat de Verenigde Staten een aanval hebben uitgevoerd op Iran. De beelden worden onder meer gedeeld door het account ‘Israel Army’. Volgens de bijhorende claim zouden Iraanse militaire bases zwaar beschadigd zijn geraakt door luchtaanvallen, en zouden meer dan honderd soldaten gewond zijn geraakt. De spectaculaire explosie in de video wordt daarbij gepresenteerd als bewijs van deze vermeende aanval. Maar die bewering klopt niet.

De video toont geen militaire actie in Iran, maar een incident dat plaatsvond in Rusland. Op 12 oktober 2024 ontplofte een gastank bij een tankstation in Grozny, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië. De explosie veroorzaakte een grote brand en had zware gevolgen: een brandende tankwagen werd door de kracht van de ontploffing in de binnenplaats van een woongebouw geslingerd. Volgens officiële bronnen kwamen minstens vier mensen om het leven, onder wie twee kinderen, en raakten meerdere anderen gewond. Over het incident berichtten verschillende internationale media, waaronder ABC News en VOA News.

De beelden werden geverifieerd via visuele analyse en openbronnenonderzoek. Met hulpmiddelen zoals Google Lens werden gelijkaardige beelden opgespoord. Die zoekopdracht leidde echter niet meteen naar het exacte incident. Ook reacties onder de oorspronkelijke posts boden nuttige aanwijzingen. Verschillende gebruikers verwezen naar Tsjetsjenië als locatie. Met specifiekere zoekopdrachten werden vervolgens betrouwbare nieuwsartikels gevonden die dezelfde gebeurtenis en beelden beschreven.

Blauw vinkje

Het profiel ‘Israel Army’ is voorzien van een blauw vinkje. Dat betekent dat het profiel geverifieerd is. Het feit dat de video werd gedeeld door een account met een blauw vinkje kan de indruk wekken dat de informatie betrouwbaar is, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Op X kan een blauw vinkje tegenwoordig verkregen worden via een betaald abonnement, zoals X Premium. In tegenstelling tot vroeger betekent zo’n vinkje dus niet automatisch dat een account officieel, betrouwbaar of geverifieerd is door het platform op basis van identiteit of geloofwaardigheid. Daardoor kunnen ook accounts die geen officiële bron zijn, of zelfs misleidende informatie verspreiden, toch een ogenschijnlijk ‘geverifieerde’ status hebben.

Dat maakt het extra belangrijk om niet alleen af te gaan op visuele signalen zoals een blauw vinkje, maar vooral te kijken naar de inhoud en de bron van de informatie zelf. Ook bij accounts die betrouwbaar lijken, blijft kritische controle noodzakelijk.

Zo’n zeven uur nadat ‘Israel Army’ de video postte werd het account opgeschort. Pas daarna was op het profiel te zien dat het om een parodie-account gaat.

Screenshot Parodie-account Israel Army op X. Geraadpleegd op 11 juni 2026. Bron: X

Reporter Ahmad Hardan schrok toen hij hoorde over de dood van de Libanese journaliste Amal Khalil eind april. Hij maakte daarom een slider als explainer.