Category Archives: Cultuur
Wanneer mensen aan de Gentse Feesten denken, denken ze snel aan uitgaan. Maar dat is echter het topje van de ijsberg. Reporters Rob Declerck en Fatima Noori gingen een namiddag op verkenning naar wat er nog allemaal te beleven valt op de Gentse Feesten.
Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.



De slogan van de Gentse Feesten dit jaar luidt: ‘Op goe geluk’. Dit om de spontane ontmoetingen en ontdekkingen doorheen de stad samen te vatten. Reporter Menno Lambreghts heeft zijn wandeling in een reeks foto’s vastgelegd.






De Belgische Celtic folk-rock band, Herby and The Kelpies bracht opzwepende muziek naar de Korenmarkt. Als het van het publiek afhing konden ze zeker nog 2 uur langer door spelen.


In de Sint-Niklaaskerk kon je de Gentse reuzen bewonderen. De eerste reus die je ziet is een eerbetoon aan Eli De Rijck. Hij was bijna 50 jaar lang nauw betrokken bij de Gentse feesten. En heeft het mee vorm gegeven.



Hier en daar kregen beginnende artiesten de kans van de stad Gent om hun muziek te laten horen als straatmuzikant. Om zo te kunnen dromen en misschien wel op te klimmen naar een act op een echt podium.




Die Verdammte Spielerei was ook natuurlijk present. Ze bestaan uit een groep muzikanten waarbij Stefaan De Winter zingt. Wandelend door de straten laten ze hun muziek weerklinken. Of gewoon op een podium. Het maakt hen niet uit. Misschien staan ze ooit wel is op te treden voor koning Filip in het paleis van Laken. Niks is hun te gek. In Nederland hebben ze ook al mogen optreden. De groep is een fenomeen en hebben al een prijs gewonnen.



Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.
Straatmuzikanten vormen een onmisbaar onderdeel van de Gentse Feesten. Terwijl bezoekers van podium naar podium trekken, zorgen zij voor onverwachte concerten op straathoeken en pleinen. Reporters Fatima Noori en Mauro Putman spraken vijf straatmuzikanten tijdens de Feesten.

Straatmuziek bestaat al eeuwen. Al in de middeleeuwen trokken rondreizende muzikanten van stad naar stad om op pleinen en markten hun muziek te brengen en ook vandaag zijn straatmuzikanten nog altijd een vast onderdeel van het straatbeeld. Ze zorgen voor sfeer, brengen mensen samen en geven voorbijgangers een onverwacht muzikaal moment. Tijdens de Gentse Feesten krijgen ze bovendien een extra podium, want tussen de drukke pleinen, optredens en feestvierders vullen tientallen straatartiesten de stad met muziek.
Hoewel de Gentse Feesten vooral bekendstaan om hun grote concerten en podia, zijn het vaak straatmuzikanten die voor de meest spontane ontmoetingen zorgen. Als straatmuzikant moet je de voorbijgangers overtuigen even stil te staan bij jouw muziek. Net daarin schuilt volgens veel artiesten de charme van straatmuziek.
Intieme interactie
De Brusselse straatmuzikant Nicolas maakt ieder jaar even tijd om naar Gent te komen. Voor hem zijn de Gentse Feesten een kans om een nieuw publiek te bereiken. Toch hoeft het voor hem niet altijd zo druk te zijn. “Het contact met het publiek is het leukste. Het is telkens een uitdaging om mensen te laten stoppen en echt naar je muziek te laten luisteren”, vertelt hij. Opvallend genoeg verkiest hij geen enorme mensenmassa. “Ik speel liever voor kleinere groepjes. Dat voelt gezelliger en persoonlijker aan.”
“Ik heb de eerste keer twee uur met mijn ukelele rondgelopen omdat ik niet durfde te beginnen. Uiteindelijk heb ik mezelf verplicht om gewoon te starten en sindsdien speel ik zonder problemen”
Hanne Neutens (straatmuzikant)

Die voorkeur voor een intiem publiek klinkt ook bij Hanne Neutens, die naast haar band Jamina regelmatig als straatmuzikant optreedt. Zij probeert de grootste drukte zelfs bewust te vermijden. “Ik kom extra vroeg om de drukte voor te zijn, aangezien ik liever voor een klein groepje speel dan voor een grote massa. Tegen de avond wordt het te druk voor mij en dan stop ik er ook gewoon mee.”
Volgens Neutens draait straatmuziek vooral om interactie. “Op een podium blijft het publiek vanzelf staan, maar op straat moet je hun aandacht verdienen.” Dat maakt ieder optreden anders. Ze herinnert zich nog goed hoe spannend haar eerste optreden was. “Ik heb de eerste keer twee uur met mijn ukelele rondgelopen omdat ik niet durfde te beginnen. Uiteindelijk heb ik mezelf verplicht om gewoon te starten en sindsdien speel ik zonder problemen. Je leert dat het helemaal niet erg is als het eens niet werkt.”
Ook Marie en Walter, die in Gent wonen en samen straattheater brengen, zien de straat als de ideale plek om contact te maken met mensen. Volgens hen is de straat een oefenterrein waar je meteen merkt of een act aanslaat.
“Op straat kan alles gebeuren. Mensen kiezen er zelf voor om te stoppen en te luisteren. Dat geeft een energie die je nergens anders vindt”
Joele (Italiaanse straatmuzikant die in Spanje woont)
“Mensen hebben niet betaald om naar ons te komen kijken. We moeten hun aandacht verdienen en dat maakt straatoptredens zo bijzonder.” Ze spelen niet alleen tijdens de Gentse Feesten, maar overal waar dat kan. Omdat ze geen vaste contracten hebben, hangt hun inkomen af van de giften van het publiek. Tijdens de Gentse Feesten treden ze vier tot vijf keer per dag op.

Afgeleid door andere activiteiten
Voor de Italiaanse muzikant Joele, die in Spanje woont, vormen de Gentse Feesten een halte tijdens zijn Europese tournee. Hij begon ooit als straatmuzikant in Australië en treedt tegenwoordig vaak op in cafés. Toch blijft de straat voor hem iets unieks. “Op straat kan alles gebeuren. Mensen kiezen er zelf voor om te stoppen en te luisteren. Dat geeft een energie die je nergens anders vindt.”
De grote drukte tijdens de Gentse Feesten vindt hij een uitdaging. Overal klinkt muziek en worden bezoekers afgeleid door andere activiteiten. Daarom zoekt hij liever een plek waar minder omgevingsgeluid is. Toch is hij onder de indruk van het festival. “Er is hier ontzettend veel te beleven. Ik heb gisteren nog een band ontdekt die me echt heeft omvergeblazen en dat is het leuke aan de Gentse Feesten: je ontdekt voortdurend nieuwe artiesten.”
Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.
Wie de Gentse Feesten alleen kent van beelden van overvolle pleinen, pinten in de lucht en feestvierders die tot in de vroege uurtjes doorgaan, ziet maar een klein stukje van het verhaal. Achter tien dagen muziek, theater en gezelligheid schuilt een geschiedenis van meer dan 180 jaar. Een geschiedenis die begon met een eenvoudig idee: mensen samenbrengen.
De Gentse Feesten ontstonden in 1843. België was toen nog een jong land en Gent groeide uit tot een belangrijke industriestad. Het stadsbestuur besloot verschillende volksfeesten, markten en kermissen samen te voegen tot één groot stadsfeest. Het doel was niet om een festival vol optredens te organiseren, maar om inwoners uit alle lagen van de bevolking samen te brengen. Arm of rijk, jong of oud: iedereen moest zich welkom voelen.
Meer dan anderhalve eeuw later leeft dat oorspronkelijke idee nog altijd voort. Vandaag behoren de Gentse Feesten tot de grootste culturele stadsfestivals van Europa. Jaarlijks zakken honderdduizenden bezoekers af naar de Gentse binnenstad. Toch draait het festival om veel meer dan alleen muziek en uitgaan.
Wie door de straten wandelt, ontdekt een stad die bruist van cultuur. Op bijna ieder plein klinkt live muziek. Straattheater trekt nieuwsgierige voorbijgangers aan. Comedians laten het publiek lachen, terwijl kunstenaars en muzikanten hun talent tonen aan iedereen die even blijft staan. Kinderen kunnen genieten van animatie en workshops, terwijl liefhebbers van theater, dans en literatuur ook hun plaats vinden in het uitgebreide programma.
Dat maakt de Gentse Feesten bijzonder. Er is geen vast parcours en geen juiste manier om het festival te beleven. Soms ontstaat het mooiste moment onverwacht: een muzikant in een steegje, een klein theaterstuk op een verborgen plein of een gesprek met iemand die je enkele minuten daarvoor nog niet kende.
Natuurlijk wordt er gefeest. Natuurlijk vloeit er alcohol. Maar wie denkt dat de Gentse Feesten alleen daarom draaien, mist de essentie
FATIMA NOORI
Toch blijven de Gentse Feesten voor sommigen het festival van bier en uitbundige nachten. Natuurlijk wordt er gefeest. Natuurlijk vloeit er alcohol. Maar wie denkt dat de Gentse Feesten alleen daarom draaien, mist de essentie.
De Gentse Feesten zijn een plek waar generaties samenkomen. Waar grootouders met hun kleinkinderen wandelen, gezinnen overdag genieten van straatanimatie en vrienden elkaar ieder jaar opnieuw ontmoeten. Overdag heerst er een ontspannen sfeer, terwijl de stad ’s avonds verandert in een bruisend decor vol muziek en licht. Net die combinatie maakt het festival uniek.
Weet je trouwens waarom de Gentse Feesten precies tien dagen duren? Dat is geen toeval. De feesten starten traditioneel op de vrijdag vóór de Belgische nationale feestdag van 21 juli en eindigen op de zondag erna. Daardoor vallen er twee volledige weekends binnen het festival, zodat zoveel mogelijk mensen de kans krijgen om deel te nemen. Dat eenvoudige idee toont opnieuw waar de Gentse Feesten eigenlijk om draaien: zoveel mogelijk mensen samenbrengen.
Misschien is dat wel de grootste kracht van de Gentse Feesten: in een tijd waarin we steeds vaker naast elkaar leven in plaats van met elkaar, bewijzen de Gentse Feesten dat ontmoeting nog altijd bestaat. Niet omdat iedereen hetzelfde is, maar omdat iedereen er een plaats vindt. De ene komt voor een concert, de andere voor een theaterstuk, een kinderactiviteit of gewoon voor een wandeling door een bruisende stad. En precies daarin schuilt de schoonheid van de Gentse Feesten.
Ze herinneren ons eraan dat cultuur mensen kan verbinden. Dat een stad pas echt leeft wanneer haar pleinen gevuld zijn met muziek, gesprekken en gelach. En dat een festival niet alleen draait om wat er op het podium gebeurt, maar vooral om wat er tussen de mensen ontstaat.
Misschien zijn de Gentse Feesten daarom al meer dan 180 jaar een vaste waarde. Niet omdat mensen er alleen komen om te feesten, maar omdat ze er ieder jaar opnieuw thuiskomen in een stad die haar deuren openzet voor iedereen.
Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.



Francy Nsiengi Nkielo Ange, de echte naam van Kulturr, staat bekend om zijn hybride muziekstijl waarin de Franse rapper melodieuze rap combineert met R&B, en Afrikaanse en Caraïbische invloeden. Dat toonde de charismatische zanger uit Saint-Denis tijdens een stomende editie van Couleur Café.










© 2026 StampMedia / Yara Johri
Ook tijdens de zomer van 2026 vind je StampMedia terug op tal van festivals. Daar maken we video- en fotoreportages, podcasts, we schrijven artikels, … Doe gezellig mee!
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2026.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2025.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2024.
Bekijk: Onze reportages tijdens de festivalzomer van 2023.
In ‘Wayward Sanctuaries‘ gaan 15 kunstenaars op zoek naar manieren om een thuis te creëren. De tentoonstelling is gecureerd door Leana Boven en is een samenwerking tussen ‘The Constant Now’, Kunsthal Mechelen en de Brakke Grond. De expo brengt werk van verschillende kunstenaars die elk op hun eigen manier kunst hebben gemaakt over thema’s zoals thuis, identiteit, herinneringen en de betekenis van een veilige plek.
De tentoonstelling is nog te zien tot 9 augustus in Kunsthal Mechelen.


Consultation
van Aïcha Ouattara

Limenomyces Apertus & Latest Hair Styles
van Aya Koné & Joseph Thabang Palframan




Gossip
van Charbel Alkhoury

Sans Titre (1-5) & Kevin
van Collyns Charts



Knocking on Heaven’s Door
van Elise El Yousfi

Kamber di Abuelita
van Emily Walter





Deze stoel ziet je zitten
van Eveline Bumba

Dam Portrait
van Hsiao-Hsi Chen

FLOOR ROOF
van Jiyoung Chu & Thuy Lê Thi Thu

In Ancestral Gut I Trust
van Jonabel Huavas

Que reste-il
van Kadia Doumbouya

Delacroix’s pitch & mon sanctuaire
van Kenny Mala Ngombe


TARRAFE (drifting inside)
van Luz E.L. Bran



© 2026 StampMedia / Sedra Al-Qudah
Cultuurhuizen moeten een breder en diverser publiek aantrekken, maar tegelijk staan subsidies voor participatie- en inclusieprojecten onder druk. Volgens jongeren en experten voelen veel bezoekers zich daardoor nog steeds niet echt welkom in de sector.
Een zwarte bezoeker krijgt een zwarte stempel op haar hand tijdens een cultureel evenement. Wanneer ze later opnieuw binnen wil, ziet de security de stempel nauwelijks. “Dat lijken kleine dingen”, zegt inclusieve marketeer en auteur Hamza Ouamari, “maar zulke signalen bepalen of iemand terugkomt.”
De Vlaamse overheid wil cultuur toegankelijker maken voor een breder publiek. Tegelijk verdwijnen middelen voor organisaties die net op die participatie inzetten. Zo verliezen amateurkunstenorganisaties tot 13,5 procent van hun subsidies en vallen geplande steunmaatregelen voor kleine bovenlokale projecten weg. Kenniscentrum cultuuronderzoek geeft aan dat voor meer dan de helft van niet-bezoekers ‘zich niet thuis voelen’ of ‘het niet gewoon zijn’ een belangrijke reden is om niet te gaan. Daardoor ontstaat er dus een duidelijke tegenstelling: de overheid vraagt cultuurhuizen om inclusiever te werken, maar vermindert tegelijk de middelen waarmee ze dat kunnen doen.
“Je leert waar je wel en niet welkom bent”
Elise (21) zit al bijna haar hele leven in een rolstoel. Voor haar is cultuur meer dan vrije tijd. Ze schrijft, speelt toneel en houdt van woordkunst. “Cultuur is voor mij geen luxe,” zegt ze. “Ik heb het nodig.” Toch botst ze vaak op praktische drempels. Door haar beperking houdt ze voortdurend rekening met toegankelijkheid, onderweg, op school en in culturele ruimtes. Daardoor kiest ze vooral plekken waarvan ze weet dat ze haalbaar zijn.
Volgens Hamza Ouamari zit inclusie niet in goede bedoelingen, maar in wat bezoekers echt ervaren: “Hoe wordt iemand onthaald? Zijn er curatoren die op hen lijken, die verhalen brengen vanuit hun referentiekader? Of voelt het alsof je enkel de dominante norm binnenstapt?”
Voor een project stuurde Ouamari jongeren als ‘mystery visitors’ naar culturele instellingen. De jongeren kwamen geen grote incidenten tegen, maar wel veel kleine signalen. “Een zwarte bezoeker kreeg een zwarte stempel op haar hand en had daarna moeite om opnieuw binnen te komen omdat die nauwelijks zichtbaar was.”
Ook de inrichting van gebouwen speelt volgens hem mee. “Als er objecten vastgeplakt zijn aan tafels, krijg je het gevoel dat men verwacht dat jij iets zou stelen.” Volgens Ouamari stapelen die ervaringen zich op. “Het zijn bijna micro-agressies van de omgeving. Eén moment is nog te verdragen, maar als je de hele dag door herinnerd wordt aan je positie als ‘anders’, dan haak je op een bepaald moment af.”
Cultuur als iets wat je moet kennen
Samuel (27) is fotograaf en gebruikt cultuur om tot rust te komen en mensen te ontmoeten. Toch merkt hij dat cultuur niet vanzelfsprekend toegankelijk is. “Je moet weten waar en bij wie je moet zijn.” Die afstand herkent ook Seba (22). Hij werkt in de bouw en kijkt online naar architectuurvideo’s, maar ziet zichzelf niet als cultuurbezoeker. “Een museum binnenstappen? Dat doe ik gewoon niet.” Hij noemt het geen bewuste keuze. Culturele instellingen voelen voor hem ver weg. “Alsof ze niet voor mij bedoeld zijn.” Van jongs af aan focust Seba op werk en financiële zekerheid. Hij wil later een eigen huis kopen.
Tijdens de coronaperiode begon hij te drummen en gaf hij zelfs drumles aan zijn vriendin. Maar toen hij opnieuw voltijds werkte, verdween muziek opnieuw naar de achtergrond. Volgens Departement Cultuur, Jeugd en Media neemt ongeveer dertig tot veertig procent van de Vlamingen nauwelijks of geen deel aan klassieke cultuuractiviteiten. Onderzoek van Statistiek Vlaanderen bevestigt dat beeld. Vlamingen met een hoger diploma gaan twee tot drie keer vaker naar culturele activiteiten zoals musea of theater dan mensen met een lager opleidingsniveau. Volgens specialist onderzoek bij het LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst) Josefiene Poll wordt cultuur in veel instellingen nog altijd als neutraal voorgesteld, terwijl toegang sterk afhangt van sociale codes en achtergrond.
“Diversiteit op affiches is niet genoeg”
Volgens Ouamari zetten instellingen sterk in op zichtbaarheid. “Je ziet diversiteit op affiches en in video’s. Maar eenmaal binnen voelt de ervaring vaak anders dan verwacht.” Volgens het rapport van Digitaal Vlaanderen (Kunst & Erfgoed) haakt ongeveer 20 tot 25 procent van potentiële bezoekers af door onduidelijke communicatie of digitale drempels (tickets, websites, info).
Voor Alessia (25) gaat die drempel verder dan alleen communicatie. Haar ouders migreerden vanuit Italië naar België en kunst speelde altijd een belangrijke rol in haar leven. Toch moest ze haar kunstopleiding stopzetten omdat de kosten voor materialen te hoog opliepen. De combinatie van studeren en werken leidde uiteindelijk tot een burn-out.
Later werkte ze als onthaalmedewerker in een museum, maar ook van binnenuit bleef de culturele sector voor haar afstandelijk aanvoelen. “Ik voel me er nog altijd niet echt thuis”, vertelt ze. “Kunst wordt vaak op een elitaire manier gepresenteerd, terwijl ik kunst net associeer met iets huiselijks en verbindends.”
Samen met expert Ouamari spreekt ze in onderstaand audiostuk over inclusie en diversiteit in de cultuursector. Waarom voelen veel mensen zich nog niet aangesproken door culturele instellingen? Hoe kunnen minderheidsgroepen beter betrokken worden? En hoe zorg je ervoor dat diversiteit niet alleen zichtbaar is op affiches, maar ook voelbaar wordt in de praktijk?
Ook kunstenaar Mounir Eddib herkent dat spanningsveld. Hij werkte al rond het mijnverleden van zijn familie en vertrekt in zijn werk vanuit persoonlijke en collectieve geschiedenis.
Bij zijn solotentoonstelling in Z33 (Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur) in Hasselt kreeg hij veel persaandacht. Toch stoorde hij zich aan hoe media zijn verhaal brachten. In een artikel omschreef een journalist hem als ‘van medewerker bij Aldi tot kunstenaar’. Volgens hem leggen media en instellingen te veel nadruk op iemands achtergrond, in plaats van op het werk zelf. Hij wil erkend worden “zoals mijn ‘witte’ collega’s: met mijn naam, mijn werk en mijn praktijk. That’s it.”

“Ik denk dat we in oppervlakkige relevantie blijven steken,” zegt hij over hoe de sector met inclusie omgaat. Volgens Ouamari is het debat de voorbije jaren wel veranderd. “Tien jaar geleden ging het gesprek over: is diversiteit nodig? Vandaag gaat het over: wat moeten we doen?” Toch blijft de situatie volgens hem kwetsbaar. “Inclusie is ook het eerste waarop bespaard wordt.”
Beleid versus beleving
In de beleidsnota Cultuur 2024–2029 van Vlaams minister van Welzijn, Cultuur, Armoedebestrijding en Gelijke Kansen Caroline Gennez (Vooruit) ligt de nadruk op publiekswerking en maatschappelijke impact. Cultuurhuizen moeten niet alleen meer bezoekers bereiken, maar ook nieuwe doelgroepen aanspreken en hun maatschappelijke rol versterken.
Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt
Rachida Lamrabet (juriste en auteur)
In een schriftelijke reactie benadrukt het kabinet dat publieksverbreding daarom niet mag worden herleid tot cijfers. Cultuurorganisaties worden aangespoord om drempels weg te werken en ruimte te maken voor participatie, inspraak en diverse stemmen. Die visie wordt ook meegenomen in de beoordeling van subsidieaanvragen. Toch blijft onduidelijk hoe in de praktijk wordt gemeten of die inclusie ook effectief wordt ervaren. In de reactie worden geen concrete criteria genoemd die nagaan of bezoekers zich welkom voelen in cultuurhuizen, of hoe die beleving wordt opgevolgd of geëvalueerd. De nadruk ligt vooral op beleidsdoelstellingen en de instrumenten die organisaties moeten inzetten, niet op de vraag hoe het publiek die inspanningen ervaart.
Volgens juriste en auteur Rachida Lamrabet raakt de discussie precies dat spanningsveld. “Het gaat over macht: wie bepaalt wat cultuur is, wie mag spreken en wie gehoord wordt,” stelt ze. Zolang die vragen niet expliciet worden gesteld, blijft inclusie volgens haar vooral een beleidsbegrip, en minder een dagelijkse praktijkervaring. Ook inclusie-expert Hamza Ouamari wijst op dat verschil tussen intentie en beleving. “Iedereen zegt: we zijn inclusief en iedereen is welkom, maar dat betekent niet dat dat zo ervaren wordt,” zegt hij. De deur staat open, maar dat betekent nog niet dat iedereen zich ook echt welkom voelt.
Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.
Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.
Halverwege haar termijn als stadsdichter van Antwerpen blikt schrijver en dichter Esohe Weyden (27) voldaan terug. “Veel mensen denken dat de poëzie in Antwerpen dood is, maar ze is net springlevend.”
“Zeg, ik heb een leuk project!”, kan het klinken als je haar tegenkomt. Esohe Weyden is de eerste stadsdichter die niet is aangewezen door de stad zelf. Daardoor moet ze zelf op zoek naar partners: “Ik ben aangesteld door de culturele sector, wat het financieel moeilijk maakt. Je kan veel creatieve ideeën hebben, en de vraag is dan: hoe werk je die concreet uit? Maar als je mensen benadert en zegt dat je een leuk project in gedachten hebt, zijn ze eigenlijk altijd enthousiast.”
Vurig weerlegt ze daarmee het misverstand dat Antwerpen geen groot literair hart meer zou hebben. “We hebben vorig jaar negen projecten opgezet, en nu loopt het ook zo’n vaart. Dat had ik aan het begin van mijn aanstelling echt nooit verwacht,” vertelt ze blij verrast.
Maatschappelijke vertolker
De zoektocht naar partners en het stadsdichterschap haalden haar meteen uit haar vertrouwde bubbel. “Vanaf mijn eerste gedicht voelde ik een verantwoordelijkheid om niet alleen vanuit mezelf, maar voor én met anderen te schrijven.”
Voor Weyden verschoof zo de focus van een doorgaans individueel artistiek proces naar een rol als maatschappelijk vertolker.“Veel gedichten zijn geschreven met input van verschillende mensen.” ‘Vredeswens aan mijn medemens’schreef ze bijvoorbeeld in dialoog met een buurtwerkorganisatie uit Borgerhout. “Ik ben met de vrijwilligers en leden gaan praten om te horen wat er leeft. Met de kernwoorden die ik daar verzameld heb, kwam ik tot het gedicht.”
Door haar vele gesprekken met de bewoners van Antwerpen, merkte Weyden dat bepaalde thema’s diepgeworteld zijn. “Een issue dat vaak bovendrijft, is de ervaring van roots in oorlogsgebied. Wij hebben veel met mensen gesproken over wat het betekent om uit een oorlogsgebied te komen, over de blijvende band met achtergebleven familieleden en het knagende gevoel van machteloosheid op afstand.”
Dankzij haar nauwe contact met collega-stadsdichters Benzokarim (Rotterdam) en Myriem El-Kaddouri (Kortrijk) ontdekte ze dat die thema’s daar ook leven. “Wat er in Antwerpen speelt, is even urgent in andere grote havensteden zoals Rotterdam, maar ook in kleinere steden als Kortrijk.”
Mensen hebben vaak het gevoel dat talen als het Arabisch en Farsi minderwaardig zijn ten opzichte van het Nederlands, Frans of Engels
Esohe Weyden
Een tweede onderwerp dat haar na aan het hart ligt, is meertaligheid. “In mijn gesprekken naar aanleiding van het stadsgedicht ‘Vredeswens voor mijn medemens’ vertrouwden mensen mij toe dat zij vaak het gevoel hebben dat er een hiërarchie heerst tussen talen. Alsof talen als het Arabisch en het Farsi minderwaardig zijn ten opzichte van het Nederlands, Frans of Engels.”
Net die getuigenissen inspireerden haar om over de rijkdom van meertaligheid te schrijven. “Voor velen van hen is Nederlands de vierde of vijfde taal. Zij ondervinden vaak moeilijkheden om hun gedachten en emoties perfect uit te drukken. Daardoor vinden ze het lastig om zich een volwaardig onderdeel van de stad te voelen.”
Ondanks die sociale betrokkenheid bewaakt Weyden scherp haar grenzen over welke onderwerpen ze wil behandelen. “Ik heb al een paar keer een mail gekregen van een inwoner die na dertig jaar zijn parkeerplaats voor de deur kwijt was. Er staat een paal, waardoor het nu een plek is voor iemand met een beperking. Hij vroeg of ik daar geen stadsgedicht over wilde schrijven”, glimlacht ze. “Dat doe ik dus niet. Bij zulke verzoekjes voel je wel dat dit een louter individuele of praktische klacht is. Wel probeer ik de thema’s te vangen waarvan ik voel dat ze door veel mensen gedragen worden.”
Vroeger dacht ik dat poëzie per definitie moeilijk en ondoorgrondelijk moest zijn. Door ouder te worden, besef ik dat dat niet is hoe ik wil schrijven
Esohe Weyden
Om die brede groep ook echt te bereiken, kiest Weyden resoluut voor een vorm van dichtkunst die toegankelijk is. “Vroeger dacht ik dat poëzie per definitie moeilijk en ondoorgrondelijk moest zijn. Door ouder te worden, besef ik dat dat niet is hoe ik wil schrijven. Ik streef naar een bevattelijke en eigentijdse poëzie. Ik wil dat het mijn taal is, maar ook dat het diepgang heeft. Vaak probeer ik twee betekenissen in mijn gedichten te steken, die resoneren met elkaar.”
Spoken word
Een bijzonder moment in haar traject is het gedicht ‘In het stoombad van de stad’, dat ze schreef voor de twintigste verjaardag van bibliotheek Permeke. Het stuk pronkt nu trots op de gevel. “Het was het eerste stadsgedicht dat op een grote publieke plaats gepresenteerd werd, maar er hangt ook veel nostalgie voor mij vast aan die plek: het was precies daar waar mijn passie voor poëzie ontsprong. Je gedicht er te zien hangen, en te weten hoeveel andere mensen eraan hebben bijgedragen, is een heel bijzonder gevoel. Dat heeft de drempel voor alle projecten die daarna volgden meteen erg hoog gelegd”, geeft ze toe.

Ook haar achtergrond in spoken word heeft een invloed op haar traject als stadsdichter. Ze merkt dat performances vaak een grote impact hebben. “Mensen luisteren dan echt.” Spoken word is een vorm van podiumkunst waarbij de tekst centraal staat, maar de voordracht de doorslag geeft. “Toen ik net startte, wilde ik aan elk gedicht een performance koppelen. Het gedicht ‘Thuis is vloeibaar’ is bijvoorbeeld tot leven gebracht voor de gasten van restaurant Samenloop. Het was een culinaire poëzieavond, met poëzie geserveerd aan tafel tijdens het diner.”
“Op die manier sluipt die spoken word-achtergrond wel altijd binnen in mijn werk”, vertelt ze. “En het is nog een beetje geheim, maar ik kan wel al zeggen dat er een grote slotshow aankomt om het stadsdichterschap in schoonheid af te ronden. Daar zul je echt voelen dat de spoken word mooi samenkomt met hoe ik de functie neerleg.”
Die invulling van het stadsdichterschap vervult Weyden niet vanuit verzet, maar vanuit een gevoel van noodzaak. “Ik schrijf vanuit de overtuiging dat ik een verhaal te vertellen heb, vanuit een notie van onrechtvaardigheid.”
Schoonheid in het loslaten
Naast haar scherpe maatschappelijke blik hecht Weyden veel waarde aan de troostende kracht van poëzie. “Het is een momentje van rust in de chaos. Het is even stilstaan en wat je leest, laten binnenkomen. Misschien is poëzie vandaag daarom zelfs nog een belangrijker medium dan in de tijd van Shakespeare”, grapt ze.
In contrast met die grote woorden, is haar uiteindelijke doel opvallend bescheiden. “Als er één persoon is die op het juiste moment een gedicht van mij leest, en er iets aan heeft, dan kan ik met vrede het stadsdichterschap afsluiten.” Bij de vraag of ze er nog twee jaar zou bijdoen, moet ze lachen. “Nee, daar zit de schoonheid van de functie in: loslaten, en zien wat er dan weer uit voortkomt.”
Tot slot een warme boodschap van Weyden om deze ode aan poëzie af te sluiten. “Ik denk dat we veel verder zouden komen als we meer empathie zouden hebben voor onze medemensen.” Voor haar blijft dat immers de essentie van haar werk: verbinden, vertragen en woorden geven aan wat onuitgesproken blijft. “Ik vind dat poëzie niets moet, maar eigenlijk alles kan zijn.”
Het stadsdichterschap van Esohe Weyden wordt feestelijk afgesloten met een concert in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Tickets en info vind je hier.
Luis Oscar Santos, alias Oski, staat als opkomende artiest aan de vooravond van (inter)nationale erkenning. Binnen de productiewereld heeft hij stilaan zijn plek opgeëist als gevestigde naam. Nu staat ook zijn eigen muzikale carrière op het punt van doorbreken, met het aankomende album ‘Luis’ en een geplande show in Trix aan de horizon.
“Ik zie mezelf niet als architect of als wetenschapper, dat zou onnatuurlijk aanvoelen. Neen, ik ben een muzikant, een producer en een artiest. Uiteraard hoort daar in 2026 ook content creator bij, en kan je me stalken op mijn socials. Maar al die rollen hebben voor mij één verbindend element: ze zijn mijn creatieve outlets.”
“Ik heb het altijd in me gehad om de ideeën die in mij opkomen, om te vormen tot iets creatiefs. Zonder muziek of kunst zou ik helemaal niet weten wat te doen. Het is de richting die ik puur voor mezelf heb ontdekt, en ik wil er zo ver mogelijk in gaan. Als het dan niet werkt, heb ik het op zijn minst geprobeerd.”
“Voor zolang ik me kan herinneren, heb ik een sterke verbinding met muziek gevoeld. Daarin voel ik me volledig vrij. Ik probeer die verbinding te uiten in mijn eigen projecten, maar ook door anderen te helpen hun visie tot leven te brengen. Toch is dat de laatste tijd moeilijker geworden. Zeker in België moet je vaak voldoen aan bepaalde verwachtingen om op de radio gedraaid te worden of streams te behalen. Terwijl ik eigenlijk gewoon muziek wil maken om muziek te maken.”
Koffiebar in Gent
“Dat proces van muziek maken is soms heel chaotisch, zoals bij mijn nieuwe nummer ‘Love me too much’. Het begon met een beat die ik op de trein naar Engeland maakte, maar die is een tijdje blijven liggen omdat hij afweek van wat ik normaal zou zingen of rappen.”
“In Amsterdam had ik ineens een eureka-moment, waarna ik alles opnam in Los Angeles en het uiteindelijk afwerkte in een koffiebar in Gent. Het nummer is heel naturel ontstaan, zonder deadlines. Ik ben sowieso heel ambitieus en wil altijd laten zien wat ik kan. Soms schiet ik daarmee in mijn eigen voet. Mensen zeggen weleens dat mijn muziek ‘te vol’ is. In de intro van ‘Love Me Too Much’ probeerde ik bewust iets explosiefs en dramatisch te doen, en dat is volgens mij gelukt.”
“Als de drang om te delen het imperfecte gevoel overstijgt, dan denk ik: we sturen het de buitenwereld in en we zien wel”
Oski
“Diezelfde drang om alles perfect te willen doen, speelde ook mee bij mijn show in Trix. Het werd onmogelijk om de show neer te zetten die ik voor ogen had toen de samenwerking met mijn manager stopte. We kenden elkaar al zeven jaar en hij was één van mijn beste vrienden. Een nieuw album uitbrengen was in die periode ook moeilijk.”
“‘Oké, even een stap terugzetten’, dacht ik. Ik wilde alles opnieuw aanpakken, maar dat doe je niet in twee maanden. Er zijn altijd elementen die beter kunnen, maar als de drang om te delen het imperfecte gevoel overstijgt, dan denk ik: we sturen het de buitenwereld in en we zien wel.”

De egoïstische producer
“Wanneer ik voor mezelf produce, moet ik met niemand rekening houden. Ik kan gewoon mijn eigen oor volgen. Maar als ik voor een ander werk, wordt het moeilijker. Je moet de ideeën van de artiest tot leven brengen. Je geeft er je eigen draai aan, maar zij moeten erin geloven. Als producer mag je dan ook geen ego hebben. Je moet afstand kunnen nemen van je werk en het kunnen loslaten. Dat heb ik in het begin écht moeten leren.”
“Soms komt een artiest met een song die al volledig geschreven is en geef ik alleen de finishing touches. Anderen willen vanaf nul beginnen, en dan word je als producer ook mee schrijver. Het is fijn als je daar erkenning voor krijgt, maar uiteindelijk draait het om de artiest en het nummer.”
“Ik wil ook graag dertig jaar – wie weet zestig jaar – meedraaien en muziek blijven maken”
Oski
“In die samenwerking leer je elkaar heel goed kennen. Het geeft me een ander perspectief op hoe je songs ontwikkelt en ik kan met nieuwe invloeden werken. Dat neem ik allemaal weer mee naar mijn eigen producties.”
Dromen van Mexico
“Natuurlijk heb ik ook mijn eigen inspiraties. Tyler, the Creator is een icoon omdat hij alles zelf doet: rappen, zingen, producen, kleding ontwerpen én muziekvideo’s regisseren. Hij doet het op zijn eigen manier.”
“En op vlak van producen is er Max Martin. Mensen kennen zijn naam misschien niet, maar zijn hits wel: onder andere ‘California Girls’ en ‘Baby One More Time’. Hij gaat al dertig jaar mee en blijft hits maken. Ik wil ook graag dertig jaar – wie weet zestig jaar – meedraaien en muziek blijven maken. Voor mezelf én voor anderen.”
“Toch wil ik de draad niet kwijtraken van mijn eigen artistieke projecten. Producen is mijn job. Msijn artistieke projecten zijn persoonlijker. Daarmee wil ik mensen samenbrengen.”
“Ik vind het prachtig om op een festival al die verschillende mensen te zien die niets gemeen hebben, behalve dat ze daar zijn voor dezelfde muziek. Als artiest moet je dan authentiek zijn. Als de kloof tussen de artiest en de persoon te groot is, krijg je onauthentieke kunst. Oski is een deel van mij, maar alles wat Oski is, is ook Oscar.”
“Oski is deel van mij, maar alles wat Oski is, is ook Oscar”
Oski
“Die zoektocht naar wie ik precies ben als artiest én als mens, hoor je heel sterk terug op mijn debuut. Met dit eerste album ben ik echt op zoek gegaan naar mijn muzikale identiteit. Die identiteit is geen constante, want ik hou van experimenteren. Ik wil niet twintig keer dezelfde song maken. Dat is ook belangrijk naar de toekomst toe: het moet verschillend genoeg en persoonlijk genoeg zijn.”
“Ik droom ervan wel eens om ooit naar Mexico te trekken, naar mijn roots, en daar een lange periode muziek te schrijven in het Spaans. Als ik dat nu zou doen, zou het inhoudsloos zijn omdat ik de verbinding nog mis. Ik wil niet praten over dingen waar ik niets van afweet. Kijk naar Bad Bunny: zijn recente muziek gaat echt over Puerto Rico en de samenleving daar. Hij heeft échte dingen te vertellen. Dat wil ik ook kunnen met mijn achtergrond. Ik word misschien niet zo populair als Max Martin of Bad Bunny, maar ik blijf trouw aan mezelf. Authenticiteit en passie zijn voor mij de kern, in mijn kunst en in het leven. Als ik dat kan vasthouden, kan ik nog heel lang meedraaien.”
Actrice Evelien Bosmans (36) is overal: op televisie, in film, op het podium en in een podcast. Die open houding kenmerkt haar: ze zegt ja als iets haar overtuigt, ontwikkelt zich steeds meer als maker en vindt evenveel voldoening in repetitieruimtes met kwetsbare jongeren als op grote podia. Een gesprek over de ‘speelboer’ die haar werk almaar meer koppelt aan een sociale dimensie en over een theaterlandschap dat almaar verder versplintert.
“Het leuke aan mijn job, en tegelijkertijd ook de valkuil, is dat het heel divers is. Ik heb het geluk dat ik in al die wereldjes mag werken, waardoor het nooit hetzelfde is.” Veelzijdigheid typeert Eveliens carrière, maar projecten combineren noemt ze zelf “een huzarenklus”. Toch is dat puzzelwerk inherent aan de sector. “Je krijgt geen maandloon van een paar keer theater te spelen. Je moet dat combineren met draaidagen, bijvoorbeeld. Die puzzel maakt dat je ervan kunt leven.”
Ondanks haar succes kampt ze soms met het ‘imposter syndrome’. In rustige periodes duikt weleens twijfel op. “Dan denk ik: o jee, nu ben ik door de mand gevallen”, lacht ze. “Gelukkig valt er dan altijd iets uit de lucht.” Aan werk voorlopig geen gebrek: met The Forest School op de planken, nieuw regiewerk bij Tutti Fratelli (Hero Ni यं Ni Hero), de reeks Breendonk dit najaar en tal van andere projecten zit haar agenda goed vol.
Van speler tot maker
Vlaanderen leerde haar kennen als actrice, maar Evelien Bosmans ontpopte zich de afgelopen jaren almaar meer tot maker. “Ik dacht altijd dat ik niet echt een ei te leggen had. Ik vond het leuk om in de droom van iemand anders te stappen en die waar te maken. Op school noemden ze mij een ‘speelboer’: ik speelde wat ze mij vroegen. De laatste jaren, met ouder worden, is dat aan het veranderen.”
Nu werkt ze regelmatig als regisseur bij Tutti Fratelli, het Antwerpse gezelschap dat theater maakt met kwetsbare jongeren. Na een telefoongesprek met artistiek leider Nico Sturm stapte ze mee in het project, samen met collega Daphne Wellens. “Ze is mijn beste vriendin, dus het voelt heel logisch. We hebben allebei geacteerd bij Bert Scholiers en ook daar waren we sterk betrokken bij het maakproces. We spreken dezelfde taal en hebben dezelfde vocabulaire ontwikkeld. Daardoor voelt het heel organisch om dat nu samen te doen.”

Sociale dimensie
Haar werk binnen Tutti Fratelli heeft bovendien een sterke sociaal-artistieke dimensie, die een kant van haar blootlegt die er al langer was. “Er zit ergens wel een maatschappelijk werkster in mij. Ik vind het leuk dat dat er nu wat meer uitkomt.” Die manier van werken sijpelt ook door in haar spel als actrice.
In januari ging ‘The Forest school’ in première, een voorstelling over en door mensen met een autismespectrumstoornis. Daar ervaarde ze hoe dat sociaal-artistieke ook haar positie als speler verandert. “Wat ik fijn vind, is dat je jezelf dienstbaar moet opstellen, want het gaat niet over jou. Bij dit soort projecten moet je jezelf aan de kant zetten en focussen op de mensen naast je, op degenen met wie en voor wie je iets wil maken.”
“Als het niet om jezelf gaat, maar om anderen, dan gaat het spelen veel gemakkelijker”
Evelien bosmans


Het repetitieproces verliep niet zonder frictie. “Inherent aan mensen met ASS is dat ze niet houden van verandering, terwijl repeteren net voortdurend veranderen is. Bovendien zit ik op een ander spectrum; ik ben chaotisch en zij zijn gestructureerd. Ik vergat voortdurend mijn teksten en dan vroeg ik aan één van hen of ik een tekst mocht lenen. Zij keken dan van: ‘Hoe leef jij, hoe kun je zo functioneren?’, lacht ze.
Net in die tegenstelling ontdekte Bosmans een nieuwe manier van spelen. “Ik leerde dat het allemaal niet zo belangrijk is. Als het niet om jezelf gaat, maar om anderen, dan gaat het spelen veel gemakkelijker.” Die sociaal-artistieke dimensie is voor haar intussen onmisbaar. “Als je met wat je graag doet, iets kan betekenen voor anderen, geeft dat vaak meer voldoening dan een hoofdrol vertolken op een groot podium.”
Representatie op het scherm
Die maatschappelijke betrokkenheid beperkt zich niet tot het theater. In ‘F*** you very, very much’ en ‘De Club’ speelt Evelien Bosmans personages die bijdragen aan representatie op het scherm. Die rollen vindt ze belangrijk, maar ze brengen ook uitdagingen met zich mee. “Zulke rollen zijn soms eng om te vertolken. Zeker mijn personage in ‘De Club’, omdat die non-binair was. Ik vroeg me af of ik dat wel moest spelen. De regisseur gaf toen aan: ‘Zolang we niemand non-binair vinden, is het belangrijk dat er toch representatie is.’ Zo heb ik het voor mezelf gekaderd. Ik heb geprobeerd het met liefde te vertolken.”
Ze bereidt zulke rollen voor door verhalen te verzamelen en te praten met mensen die deze ervaringen kennen. “Ik denk dat het als acteur heel belangrijk is om nieuwsgierig te zijn naar de ander.” Die nieuwsgierigheid typeert haar en is ook voelbaar tijdens het interview, in de vragen die ze zelf voortdurend stelt.
“Door dat gulzige ‘ja-zeggen’ heb ik een eclectisch carrièrepad gecreëerd binnen het acteren”
Evelien bosmans
Een eclectisch carrièrepad
Terwijl andere acteurs doelgericht hun carrièrepad uitstippelen, noemt Evelien Bosmans zichzelf een ‘veel te gulzige ja-zegger’.” Als iets of iemand haar overtuigt, doet ze het — van kinderprogramma’s als Dag Sinterklaas tot de oorlogsfilm Radioman en de fictiereeks Breendonk, die dit najaar uitkomt. “Door dat gulzige ‘ja-zeggen’ heb ik een eclectisch carrièrepad gecreëerd binnen het acteren. Het is divers en daar hou ik van. Ik ga niet plots een liedje beginnen zingen op de radio, maar ik zou ook niet graag alleen cultfilms doen. Dan zou ik veel te hard op mijn honger blijven zitten.”

Toch besloot ze vorig jaar buiten haar vertrouwde speelveld te stappen met de podcast Geisha, die ze samen met haar zus maakte. Wat begon als een spontaan idee op vakantie in Gran Canaria, werd een goedgekeurde pitch bij VRT. “Het was spannend en we begonnen er naïef aan.” Het project bleek uitdagender dan gedacht: een lijvig subsidiedossier, een lang maakproces, persoonlijke verhalen onthullen en de reacties van familieleden. “Het was moeilijker dan verwacht, maar wel fijn om met mijn zus te doen.”
Versnipperd werkveld
Volgend jaar speelt ze in ‘A Streetcar named desire’, met Kevin Janssens en Clara Cleymans. Die productie werd al vijftig keer verkocht, een schril contrast met het gesubsidieerde circuit, waar voorstellingen hooguit twaalf keer gespeeld worden. “Dat klopt eigenlijk niet. Je maakt iets in drie maanden en het wordt twaalf keer opgevoerd. Dat is zo minimaal. De moeite en investering van iedereen die eraan meewerkt, staat niet meer in verhouding.”
Met speeldagen verspreid over maanden en verloning per dag wordt het werkveld almaar meer versnipperd. “Je moet jobs combineren om ervan te kunnen leven.” Daarnaast ziet ze getalenteerde vrienden thuiszitten zonder werk en merkt ze dat het voor vrouwen die ouder worden moeilijker wordt. “Die representatie is er spijtig genoeg nog niet, maar ik ben benieuwd naar de toekomst.”
Toekomst en dromen
Ondanks de onzekerheden kijkt de actrice positief naar haar parcours. “Ik had dit nooit verwacht, en daar zal ik eeuwig dankbaar voor zijn. Ik kom niet uit een artistiek nest, dus ik dacht nooit dat ik hier mijn beroep van kon maken.”
Of ze nog grote dromen koestert? “In het buitenland gaat het vaak mis en daar komt veel teleurstelling bij kijken. Maar een Franse film bijvoorbeeld, dat zou ik fijn vinden. Ik heb eerder met Compagnie Marius en STAN in Frankrijk gespeeld, en in het Frans werken vind ik superleuk. Voor een belle époque mogen ze mij ook altijd bellen.”
Uiteindelijk draait het voor Evelien Bosmans niet om grote dromen, maar om het plezier en de voldoening van projecten die samen ontstaan en uitgevoerd worden. “Het leukste vind ik dingen maken met vrienden en gelijkgestemden, en dat die projecten geld krijgen, gemaakt en gespeeld worden. Dat is voor mij een realistische droom.”