• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

“Ik ben niet langer je sterke, zwarte vrouw.” Het is één van de belangrijkste lessen die Patricia da Costa (20) zichzelf heeft moet leren. In alle lagen van de maatschappij loopt ze tegen de kwalijke stereotiepe beeldvorming over zwarte vrouwen aan. Met alle mentale gevolgen van dien. Ze wil nu de vicieuze, generationele cirkel van de ‘sterke, zwarte vrouw’ doorbreken. “Als ik het stereotype van mij afschudt, wat blijft er dan nog over van mijn eigen identiteit?”

Beyoncé, Oprah Winfrey, Michelle Obama. Als we denken aan de ‘sterke, zwarte vrouw’ denken we waarschijnlijk onmiddellijk aan hen. Zwarte vrouwen als zij dragen impliciet de boodschap uit: werk hard, geef nooit op. Zo word je succesvol. In de media worden zij vaak zelfstandig en zonder emoties en zachtheid afgebeeld. Tonen ze die emoties wel, zijn ze zwak. Zwarte vrouwen spiegelen zich aan hen en leren van beroemde zwarte vrouwen impliciet hoe ze zich horen te gedragen.

Ook dichter bij huis krijg je als zwart, jong meisje al snel met het stereotype van de ‘sterke vrouw’ te maken. Zelfs in je eigen familie ontsnap je er niet aan. Zwarte meisjes moeten al van jongsaf aan kunnen koken en het huishouden runnen. Enkel dan zijn ze zogezegd een waardige vrouw en geraken ze van straat. Dat hoorde ik al toen ik dertien was. “Nee, je kunt je niet meer op die manier kleden, daar ben je nu te oud voor.” Of: “Als eerste dochter draag je de verantwoordelijkheid en de zorg voor je broer en zus.”

Overal waar ik kwam, stond de (oudste) zwarte dochter in de keuken. Mijn eigen moeder heb ik op één uitzondering na nog nooit zien of horen huilen. Als zwarte vrouw kan je niet zwak of gevoelig zijn, want je moet altijd opnieuw het goede voorbeeld geven. Jarenlang had ik dat niet door. Het was nu eenmaal mijn cultuur.

Posttraumatisch slaafsyndroom

Pas nu besef ik hoelang mijn jeugd ontnomen werd. Niet alleen door culturele verwachtingen van de ‘sterke, zwarte vrouw’, ook door de seksualisering van al zeer jonge zwarte meisjes. Ik herinner me hoe jongens mij op de basisschool op de billen sloegen als ik een strakke broek droeg. Sindsdien kleed ik me heel bewust zo om maar niet de negatieve aandacht – zoals catcalling – van jongens of mannen te trekken.

Door veel te snel volwassen te worden, begon mijn mentale gezondheid te lijden onder het stereotype van de ‘sterke, zwarte vrouw.’ Door het negatieve zelfbeeld dragen veel zwarte vrouwen trauma’s met zich mee. Maar net omdat ze de rol van ‘sterke, zwarte vrouw’ blijven spelen, is er voor hen geen ruimte om die trauma’s te verwerken. Bovendien leren zwarte vrouwen om klaar te staan voor alles en iedereen, behalve voor zichzelf. Ze zetten hun eigen zorgen opzij. Cijferen zich volledig weg.

“Door het negatieve zelfbeeld dragen veel zwarte vrouwen trauma’s met zich mee. Maar net omdat ze de rol van ‘sterke, zwarte vrouw’ blijven spelen, is er voor hen geen ruimte om die trauma’s te verwerken”

Vaak weten zwarte vrouwen ook niet beter, omdat ze nooit anders hebben gezien van hun moeders en grootmoeders. Onze grootmoeders hebben dit geleerd en geven dit door aan onze moeders die het op hun beurt doorgeven aan ons, hun dochters. Ze doen ook alleen maar wat ze denken dat goed is. Maar daardoor blijft de vicieuze cirkel bestaan. Dr. Joy Degruy noemde die cirkel zelfs het ‘posttraumatische slaafsyndroom’: trauma’s en gewoontes die in de slavernij zijn ontstaan, worden generaties lang doorgegeven, omdat ze gebaseerd zijn op stereotypen en het zeer negatieve zelfbeeld van zwarte mensen.

Identiteitscrisis

De druk van de verantwoordelijkheid die op mijn jonge schouders woog, leer ik stilaan van mij af te schudden. Dat geeft me een bevrijdend gevoel. Anderzijds: het besef hoe hard ik in die rol van de ‘sterke, zwarte vrouw’ zat, gaf mij een identiteitscrisis. Want als de last en de stereotypes van mijn schouders valt, wat blijft er dan nog over van mij? Wie ben ik dan nog? Met de hulp van een therapeut en mijn vriendinnen leerde ik mezelf beter kennen – ontdekken zelfs.

Ik leerde dingen die zo evident zijn, maar voor mij zo enorm moeilijk waren: mezelf op de eerste plaats zetten, leren mijn gevoelens te uiten en beseffen dat ik gezien mag worden. En het belangrijkste: het is oké om fouten te maken, opnieuw te proberen en hulp te vragen. Ik maak nu meer mijn eigen keuzes, zonder altijd rekening te houden van anderen hun mening. Dat helpt in de zoektocht naar mezelf.

“Het is belangrijk dat wij onze dochters trauma’s of stereotypen ont-leren zodat zij ze niet blijven doorgeven aan onze kleindochters”

Het is belangrijk dat wij onze dochters trauma’s of stereotypen ont-leren zodat zij ze niet blijven doorgeven aan onze kleindochters. Maar ook dat we laten zien dat het oké is om onze gevoelens te laten zien en dat het oké is om zacht te zijn.

Neem zwarte meisjes hun jeugd en kinderlijke onschuld niet af. Stop met hen te seksualiseren, en behandel hen gewoon als kinderen, zoals we met andere kinderen doen. Voor ons, zwarte vrouwen, is ook een belangrijke taak weggelegd: laat aan al onze eigen dochters, nichtjes en buurmeisjes zien dat we niet altijd sterk (moeten) zijn en dat ook wij gevoelens hebben die we mogen laten zien. Wij, zwarte vrouwen houden het stereotiepe beeld dat de wereld blijft koesteren over ons mee in stand. Het is een slechte gewoonte die we als zwarte vrouwen moeten doorbreken, zodat we ons kunnen bevrijden van dit stereotype en zacht zijn voor ons en de wereld rondom ons.

Afgelopen vrijdag verzamelden zo’n honderd Antwerpse skaters zich in een mars tegen het recente verbod op de Scheldekaaien. Skaters, rolschaatsers en BMX’ers zouden met hun wieltjes schade aanbrengen aan het straatmeubilair en voor geluidsoverlast zorgen. Maar zelf vinden ze dat zij recht hebben op de openbare ruimte. “Jongeren moeten zichzelf kunnen zijn op straat.”

“Oudere mensen zien jongeren vaak als last, maar het is net belangrijk dat jongeren zichzelf kunnen zijn op straat. Het is een deel van je jeugd om buiten te kunnen zijn en interactie te hebben met anderen. Zo leer je wat het betekent om een burger te zijn.” Skater Ismaël Diallo (17) uit Berchem vindt het een evidentie dat jongeren buiten kunnen zijn. 

Zelf is Diallo vrijdagnamiddag niet aanwezig op het protest. Je ziet het niet elke dag: jongeren die met een skateboard in de ene arm en een protestbord in de andere door de straten wandelen. Ze trekken van het Theaterplein naar de Scheldekaaien, twee plaatsen waar skaters graag komen om trucjes te oefenen. Op die eerste plek werd na 22 uur skaten recent verboden, en nu dreigt ook een volledig verbod op de Kaaien (inmiddels keurde de Antwerpse gemeenteraad het skateverbod goed, red.).

Skatestoppers

Eerder werden op de Kaaien al zogenaamde ‘skatestoppers’ geplaatst. Dat zijn kleine haakjes op banken en trappen die het moeilijk maken om langs de randen te skaten. Nu volgt er een volledig verbod, maar daar willen skaters niets van weten. De vernieuwde Scheldekaaien zijn voor hen een geliefde plaats om ollies en kickflips uit te voeren. Dat is ook zo voor Ismaël Diallo, die de plek graag bezoekt met vrienden. “Op de Kaaien heb je hellingen waar je af kan cruisen en op de trappen kan je sliden. Het is er ook aangenaam en ruim, en je zit midden in de stad.”

“Het is een deel van je jeugd om buiten te kunnen zijn en interactie te hebben met anderen. Zo leer je wat het betekent om een burger te zijn.”

Diallo hoopt dat de stad met deze maatregelen skaten niet verder ontmoedigt. “Skaten is gewoon fun, het is sport zonder prestatiedruk. Zelf vind ik het enorm rustgevend na het studeren. De laatste jaren is de sport populairder geworden, en het zou jammer zijn als mensen ermee stoppen omdat ze niet genoeg ruimte hebben in de stad.”

Creatieve uitdaging

Als alternatief belooft het stadsbestuur nieuwe skateparken aan te leggen. Maar dat is niet hetzelfde, zegt skatelerares Timea Memeth (31), die samen met Red Fox – de jeugdbeweging van PVDA – dit protest organiseerde. “Skaten op straat is een compleet andere discipline dan skaten in parken.” Dat beaamt ook skater Steve Leung (41): “Skaten op straat is een creatieve uitdaging. Je moet naar een obstakel kijken en zelf bedenken hoe je er een trucje op kan doen. In skateparken is dat allemaal veel sterieler.” Leung skate al jarenlang minstens drie keer per week. Dit jaar ondernam hij actie toen de buurtbewoners een skateverbod aanvroegen op het Theaterplein.

Maar die creatieve trucs beschadigen wel het straatmeubilair, dat niet voorzien is op al dat contact met boards en wieltjes. Niet genoeg reden voor een verbod, vinden de betogers. “Je kan die schade voorkomen door metalen latten aan te brengen op banken”, zegt Steve Leung. “Elders in Antwerpen wordt dat al gedaan.” Timea Memeth schreef al een brief naar schepen van ruimtelijke ordening Annick De Ridder (N-VA), waarin ze voorstelde om een crowdfunding op te starten en eventuele schade met dat geld te betalen. Een antwoord van de schepen bleef uit.

Inspraak van de skategemeenschap

Memeth denkt dat het grootste probleem in de overlast zit, of beter: in de gepercipieerde overlast. Ze wijst naar de flatgebouwen aan de overkant van de straat aan de Scheldekaaien. “De eigenaars van deze appartementen komen regelmatig naar beneden en zeggen dan dat mensen moeten stoppen met skaten. Dat vind ik verzuurd: zien ze kinderen niet graag gelukkig? Het verkeer dat hier passeert is overigens nooit stil. Maar de bewoners weten hoe ze zich moeten organiseren, voor kinderen is dat minder evident.”

Ook de beslissing om de Kaaien skatevrij te maken, werd genomen zonder inspraak van de jeugdraad of de skategemeenschap. Groen-politica Yasmia Setta, zelf 24, wil hier verandering in brengen. “In de volgende gemeenteraad wil ik zorgen dat deze regel uitgesteld wordt, zodat de skatecommunity kan betrokken worden bij dit besluit.”

De bevoegde N-VA-schepen van ruimtelijke ordening Annick De Ridder werd gevraagd om een reactie, maar beantwoordde deze niet.

Het streetartfestival Meeting of Styles in het Antwerpse Berchem lokte dit zo’n vijftig graffitikunstenaars. Door de coronabeperkingen waren er vooral Belgische artiesten aan het werk. Reporters Omar en Brent gaven hun ogen de kost en laten jullie met hun foto’s meegenieten van de straatkunst in de stad.

Het was de dag van de gezondheidscontrole op mijn basisschool en ik was ongeveer zes jaar oud. Toen ik aan de beurt was en ik uit het klaslokaal kwam dat de dokterspraktijk was geworden, vroeg een van mijn klasgenoten hoeveel ik woog. Ik vertelde hem het exacte aantal, want tot dat moment had ik het nooit als iets gezien om me voor te schamen. De andere kinderen begonnen te lachen. Sommigen van hen maakten kokhalzende geluiden. Dat was de eerste keer dat ik me realiseerde dat mensen dachten dat er iets mis was met mijn lichaam.

Vanaf dat moment werden de jaarlijkse gezondheidstesten mijn grootste nachtmerrie. Na een tijdje wist ik precies wat ik kon verwachten. Elke keer haalde de dokter die bloederige groeimeter tevoorschijn, wees ernaar en vertelde me dat mijn gewicht meer dan bovengemiddeld was. De jongens in mijn klas leken zich daar ook heel goed van bewust en zouden elke kans aangrijpen om me te laten weten dat ze me walgelijk vonden. Ze wilden niet met me samenwerken, ze wilden me niet aanraken, ze wilden niet dat hun boeken of papieren de mijne raakten. Alsof ze het zo kunnen pakken. De meisjes waren wat subtieler, maar ze hadden altijd een excuus om mij niet te betrekken bij de toneelstukjes of dansjes die ze organiseerden.

Hoe ouder ik werd, hoe duidelijker het werd dat het lichaam waarin ik leefde de wereld erg ongemakkelijk maakte en dat het iets was dat gerepareerd moest worden. Soms waren het ‘nuttige’ opmerkingen, zoals toen mijn vader me vertelde dat werkgevers liever magere mensen aannemen en dat geen enkele jongen ooit met een dik meisje zou willen daten. Andere keren waren mensen gewoon wreed, zoals toen studenten op school me vroegen of ik zwanger was.

Als ik doe alsof ik niet dik ben, zal niemand merken dat ik dik ben

Tot een paar jaar geleden sprak ik met niemand over mijn gewicht. Om de een of andere reden hoopte ik dat als ik deed alsof ik niet dik was, en zolang ik het nooit zou noemen, mensen het niet zouden merken en niets zouden zeggen.

Onnodig te zeggen dat mijn strategie niet werkte. Mensen merkten het wel en ze hadden absoluut iets te zeggen. Op een keer waren ik en een vriend in een restaurant. Op de een of andere manier leidde ons gesprek ertoe dat ik hem vroeg of hij mijn outfit saai vond. Zonder aarzeling zei hij: Nee, dat doe ik niet, maar ik denk wel dat het beter zou zijn als je wat gewicht zou verliezen.

Voor iedereen die ooit iemands gewicht heeft bekritiseerd, dit is wat ik graag wil weten: wat verwacht je precies dat er gaat gebeuren?

Het kostte hem niet eens een halve seconde om met dat antwoord te komen. Het klonk alsof hij al heel lang op een kans had gewacht om dat tegen mij te zeggen en dat het moment eindelijk was aangebroken. Ik was sprakeloos. Dit kwam uit het niets, en vooral: we waren aan het eten! Hoe kun je denken dat het oké is om zoiets te zeggen als iemand aan het eten is? Of ooit, eigenlijk. Ik voelde me misselijk en ik was helemaal bevroren. Ik wilde verdwijnen.

Toen had hij het lef om zich af te vragen waarom ik was gestopt met eten. Hij vroeg me of ik dacht dat hij onbeleefd was en ik zei nee. Ik haalde mijn schouders op en probeerde te doen alsof het me niets kon schelen, terwijl ik niets liever wilde dan naar huis gaan, overgeven en niet bestaan. Tegen die tijd was ik al heel goed geworden in het doen alsof ik niet gekwetst was door die opmerkingen.

Als iemand mij dit vandaag zou aandoen, zou ik opstaan ​​en weggaan. Want ja, het ís onbeleefd. Het is ook een perfect voorbeeld van hoe mensen denken dat ze commentaar kunnen geven op dikke lichamen. Ze moeten je gewoon laten weten hoe ze zich voelen en wat ze denken dat je zou moeten doen. En jij als dik persoon moet het accepteren want ‘ze bedoelen het goed’.

Mijn ‘weerzinwekkende’ lichaam

Voor iedereen die ooit iemands gewicht heeft bekritiseerd, dit is wat ik graag wil weten: wat verwacht je precies dat er gaat gebeuren? Wat hoop je te bereiken, behalve dat je eruitziet als een complete en volslagen eikel? Omdat ik persoonlijk het grootste deel van achtentwintig jaar dik ben geweest. Ik ben alles genoemd wat je maar kunt bedenken. Er is honderden keren tegen me geschreeuwd en met me gelachen. Er is mij verteld dat als ik tijdens mijn jaar in het buitenland niet zou afvallen, ik niet meer naar huis hoefde. En raad eens, schat? Ik ben nog steeds dik. Dus wat is het precies waardoor je denkt dat je dat gaat veranderen? En laten we niet doen alsof mensen die deze dingen zeggen, echt om de gezondheid van dikke mensen geven. Daar ging het nooit over, het is gewoon een excuus om vrij spel te hebben.

Mijn broer vertelde me eens dat hij en enkele andere mensen hadden besproken dat ik geen partner had. Ze waren tot de conclusie gekomen dat ik een mooi gezicht had, maar dat mijn lichaam weerzinwekkend was. Dat was leuk. Ik zal voor altijd onder de indruk zijn van hoe familieleden de meest kwetsende dingen op de meest nonchalante manier kunnen zeggen. We zouden een leuk familiemoment hebben, ik zou plezier hebben en net toen ik een beetje op mijn hoede was, zou plotseling een van hen zeggen: “Serieus Gladys, wanneer ga je hier iets aan doen?” Het is vernederend.

Mijn grootvader was de eerste persoon die ik kende die het goed vond om dik te zijn. En hoewel ik zijn zelfvertrouwen nog niet helemaal heb bereikt, geraak ik daar. En dat zal deels dankzij hem zijn.

Het enige familielid dat nooit iets over mijn gewicht zei, was mijn grootvader, die ook groot is en er altijd enorm zeker over is geweest. Ik heb die man in menig zwembad zien rondstruinen in een strakke speedo met het vertrouwen van een Calvin Klein-model. Ik heb hem twintig broeken zien passen in een kledingwinkel en het leek hem nooit veel te doen als geen van hen paste. Ik heb hem verschillende tuinstoelen zien breken en het weglachen. Ik heb hem een ​​hele groep mensen horen vertellen dat zijn dokter hem dik had genoemd, en waarom hij precies betaalde voor een consult om iets te horen te krijgen dat voor iedereen met ogen heel duidelijk was. Een keer moest hij zijn broek op het werk met ducttape afplakken omdat die zo goed als doormidden was gescheurd. Als hij zich op die momenten ooit slecht voelde, liet hij dat nooit merken.

Ik herinner me dat ik zowel geschokt als jaloers was op zijn nonchalance. Ik bewonderde het, maar ik begreep het niet. De gedachte om die gesprekken te voeren of in soortgelijke situaties te verkeren deed me bijna doodgaan van schaamte. Dus hoe ging hij op deze manier gewoon door met het leven? Ik geloof dat er een verschil is in hoe de samenleving dikke mannen versus dikke vrouwen behandelt, maar toch. Hij was de eerste persoon die ik kende die het goed vond om dik te zijn. En hoewel ik zijn zelfvertrouwen nog niet helemaal heb bereikt, geraak ik daar. En dat zal deels dankzij hem zijn.

Ik dacht dat ik het niet verdiende om bemind te worden

Vroeger geloofde ik elk woord dat mensen tegen me zeiden. Elke keer dat ik gevoelens voor iemand had en zij voelden niet hetzelfde, ging ik ervan uit dat ik te dik voor hen was. Waarom zouden ze me willen als ze met een slank iemand kunnen zijn? Eerlijk gezegd ben ik er nog steeds van overtuigd dat dat in de meeste gevallen de belangrijkste reden was. En natuurlijk is dat hun verlies, maar veel mensen vinden dikke mensen niet aantrekkelijk en als ze dat wel doen (gebaseerd op mijn korte tijd in dating-apps) hebben ze hoogstwaarschijnlijk een fetisj en praten ze alleen met je omdat ze altijd al het bed in wilden duiken met een dikke meid (dit is me eigenlijk al meerdere keren verteld).

Als ik in de spiegel kijk, zie ik niet langer iets dat ik moet repareren om geaccepteerd te worden. Ik zie mezelf en ik zie er goed uit.

Heel lang had ik het gevoel dat ik geen liefde verdiende. Alsof het iets was dat ik zou moeten verdienen door eerst beminnelijk te worden. Als ik een vakantie had gepland met iemand op wie ik verliefd was, zou ik een afslankplan maken en mezelf beloven dat ik voor de vakantie een derde van mijn lichaamsgewicht zou verliezen. Zo zouden ze me eindelijk zien als de onweerstaanbare zwaan die ik was. En dan zouden ze voor me vallen (het heeft nooit gewerkt). Ik had het gevoel dat ik van niemand liefde mocht verwachten zolang ik dik was. De maatschappij geeft je het gevoel dat je je plaats moet kennen. Je kunt de beste vriend zijn, zeker. De grappige vriend zelfs. Maar voor iemand die op mij lijkt, is er altijd ruimte voor verbetering. Ik geloofde dat allemaal. Tot ik het niet meer deed en ik begon te beseffen dat het nooit mijn schuld was.

Wat als ik niet het probleem ben?

Ik kan me niet precies herinneren wanneer of hoe ik aan mijn body positivity-reis begon. Ik denk dat het een combinatie was van dikke activisten op Instagram, zelfverzekerde vrienden die zichzelf dik noemden en er trots op waren, en heel veel Lizzo. Het klinkt misschien gek, maar het feit dat er een dikke vrouw was die zich net als andere popsterren kleedde en gedroeg en zelfs liedjes had over dik zijn, verbaasde me. Omdat ik zoveel vrouwen begon te volgen die op mij leken, begon ik mijn eigen lichaam ook als normaal te beschouwen omdat ik het elke dag zag.

De afgelopen jaren heb ik een bocht van 180 graden gemaakt. Ik kan je niet vertellen hoeveel er is veranderd. Vroeger keek ik naar foto’s van mij en mijn vrienden en bracht ik uren door met het vergelijken van hun benen met de mijne. Ik knipte mijn dikke stukjes uit foto’s totdat eigenlijk alleen mijn oogbollen over waren. Nu zie ik die foto’s en zie ik mezelf. Als ik in de spiegel kijk, zie ik niet langer iets dat ik moet repareren om geaccepteerd te worden. Ik zie mezelf en ik zie er goed uit.

Ik heb ooit een interview gezien waarin Lizzo vertelde hoe ze zou fantaseren over een mes pakken en al het vet van haar lichaam snijden. Dat raakte me hard en ik begon te snikken. Ik dacht vroeger precies hetzelfde. Nu kijk ik naar mijn dijen en buik en ik zie gewoon… mijn dijen en buik. En weet je wat? Ik vind ze leuk.

Ik denk eerlijk gezegd dat de meeste mensen die nog nooit aan de ‘verkeerde’ kant van de gewichtscurve zijn geweest, zich niet realiseren hoeveel ongepaste dingen ze dagelijks zeggen over iemands gewicht.

Het grappige, dé grap, zo je wilt, is dat ik stiekem altijd dacht dat ik mooi was. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik moest veranderen om van mezelf te houden. Ik vond onlangs een lijst met redenen om af te vallen die ik als tiener in mijn portemonnee had. Ik realiseerde me dat al die redenen gingen over geaccepteerd willen worden door mijn familie, willen dat een jongen me leuk vindt, kleding van een specifieke winkel willen die bij me past, niet gepest willen worden… Het ging er nooit om dat ik van mezelf hield omdat daar ging het nooit om. Ik was nooit het probleem.

Vetfobie is overal

Vetfobie zit ingebakken in de samenleving en ik krijg er elke dag mee te maken. Natuurlijk zijn er mensen die veel dikker zijn dan ik en die nog meer haat krijgen. Het is overal, ook in de medische wereld. Ik heb talloze verhalen gelezen van mensen die aan een eetstoornis leden, naar hun dokter gingen en kregen te horen dat ze niet dun genoeg waren om serieus te worden genomen, of zelfs dat ze er geweldig uitzagen, en moesten blijven doen wat ze deden. Dat is zo fout en irritant.

Verschillende van mijn vrienden hebben een verkeerde diagnose gekregen en hun erfelijke ziekten werden jarenlang genegeerd omdat artsen hen net vertelden om af te vallen. Ja, het is echt verdomd vervelend om niet in attracties in pretparken te passen of je zorgen te maken dat de veiligheidsgordel in het vliegtuig niet lang genoeg is, maar dat is het niet alleen. Mensen sterven door vetfobie.

Ik denk eerlijk gezegd dat de meeste mensen die nog nooit aan de ‘verkeerde’ kant van de gewichtscurve zijn geweest, zich niet realiseren hoeveel ongepaste dingen ze dagelijks zeggen over iemands gewicht. Als je me vertelt dat je bang bent om aan te komen, of dat je bent aangekomen en je je vreselijk voelt, hoor ik alleen maar dat de gedachte om op mij te lijken je grootste nachtmerrie is. Ik begrijp absoluut dat iedereen lijdt aan de onmogelijke schoonheidsnormen van de samenleving en dat iedereen zijn eigen worstelingen heeft, maar die opmerkingen zijn voor mij een behoorlijk trigger geworden omdat ze allemaal bijdragen aan de massale zwendel die dieetcultuur en vetfobie is.

Ik zou gewoon graag de gezichten van mensen zien als ik ze zou vertellen: Oh, ik moet echt nog dertig pond aankomen, jongens, ik wil mijn streefgewicht bereiken. Ze zouden denken dat ik gek geworden was. Maar waarom klinkt dat belachelijk voor ons, en het tegenovergestelde niet?

Oh, en stop alsjeblieft met te zeggen dat je je ‘dik voelt’. Vet is geen gevoel. Ik ga vanaf nu exact dezelfde taal gebruiken. Elke keer als ik honger heb, ga ik mensen vertellen ‘hoe mager’ ik me voel. Ik heb vriendinnen die dun zijn en ze praten nog steeds over hoe ze nog een kledingmaat willen verliezen. Ik zou gewoon graag de gezichten van mensen zien als ik ze zou vertellen: Oh, ik moet echt nog dertig pond aankomen, jongens, ik wil mijn streefgewicht bereiken. Ze zouden denken dat ik gek geworden was. Maar waarom klinkt dat belachelijk voor ons, en het tegenovergestelde niet? (Hint: het is vetfobie.)

Ik heb ook vetfobe dingen gedaan en gezegd en ik denk dat dat voor iedereen geldt. Het is gewoon de manier waarop we zijn opgevoed en getraind. Toen mijn vrienden andere dikke mensen belachelijk maakten, deed ik mee. Het is verschrikkelijk en ik schaam me er nu heel erg voor, maar het voelde goed om niet degene te zijn op wie de haat gericht was en om deel uit te maken van de ‘normale’ mensen .

Ik besta gewoon

Ik werd ooit ‘moedig’ genoemd omdat ik in een toneelstuk zat. De persoon vertelde me dat ze het ongelooflijk vonden dat ik op het podium durfde te staan, omdat ze ook groot waren en dat zouden ze nooit hebben gedaan. Ik weet dat ze waarschijnlijk dachten dat het een compliment was, maar… nee. Wat je me eigenlijk vertelt, is dat je denkt dat ik dit niet zou moeten doen en dat ik bijna een waanvoorstelling heb omdat ik denk dat ik het verdien om ook op een podium te staan. Ik ben niet dapper omdat ik vind dat ik het verdien om dezelfde dingen te doen als andere mensen. Net als toen mijn L.O.-leraar vertelde me dat ik ‘zeer zelfverzekerd leek, gezien…’ Ik wás zelfverzekerd. Ik ben altijd behoorlijk zelfverzekerd geweest, zelfs toen iedereen leek te denken dat ik daar geen recht op had.

Het jachtseizoen op dikke mensen is altijd open.

Als je in een dik lichaam leeft, wordt alles wat je doet als een statement beschouwd. Veel huid laten zien? Je promoot een ongezonde levensstijl. Laat je niet veel huid zien? Je bent duidelijk onzeker vanwege je lichaam. Vragen om als een mens behandeld te worden? Hoe durf je mensen zwaarlijvigheid op te dringen.

Hoe een bondgenoot te zijn?

Soms proberen mensen aardig en begripvol te zijn, maar door dat te doen, minimaliseren ze het trauma dat dikke mensen wordt toegebracht. Ik weet dat je het goed bedoelt als je zegt dat je “gewoon niet om die opmerkingen geeft omdat mensen toch iets te zeggen hebben.” Maar als je te maken hebt gehad met zoveel misbruik omwille van je bestaan, is het echt niet zo eenvoudig.

Natuurlijk krijgt iedereen wel eens nare opmerkingen, maar de mensen die me zeggen dat ik me er maar geen zorgen over moet maken, zijn duidelijk nog nooit door vreemden uitgescholden dat ze moeten afvallen. Die mensen hebben nooit al hun moed moeten verzamelen om een ​​topje zonder mouwen aan te trekken voor een festival, alleen om in de auto te stappen en te worden begroet met: “Wow, je armen zijn enorm!” Het jachtseizoen op dikke mensen is altijd open… Als je dan echt gelooft dat jijzelf het probleem bent en dat je het verdient om op die manier behandeld te worden, dan breekt dat je oprecht.

Dikke mensen hebben bondgenoten nodig en ik ben erg trots om te zeggen dat de meeste van mijn vrienden actief vechten tegen vetfobie. Om mezelf te beschermen, moet ik me ook omringen met mensen die het op zijn minst proberen te begrijpen. Ik begrijp dat veel mensen nog steeds erg in de greep zijn van de eetcultuur en ik kan het ze niet kwalijk nemen. Maar ik ben te ver gekomen om in de buurt te zijn van mensen die de hele tijd over die dingen praten.

Als vriend of partner van een dik persoon vind ik het belangrijk dat je probeert rekening te houden met hun ervaringen. Dikke mensen moeten nadenken over dingen die niet eens bij anderen opkomen. Ik heb stress over het feit dat de stoelen in het vliegtuig te klein zijn of dat de gordel niet lang genoeg is. Ik voel me niet op mijn gemak op die goedkope plastic terrasstoelen. Sterker nog, ik kan mijn benen bijna horen schreeuwen: “We houden het niet lang meer vol, meid.” Als je me meeneemt naar die leuke boetiek en je je afvraagt ​​waarom ik niets probeer, is dat omdat ik weet dat er geen enkel item is dat bij me past.

Ik verdiende het niet om me al die jaren zorgen te maken over de meest ‘flatterende’ outfit. Ik verdiende het niet om blazers te dragen tijdens een hittegolf omdat ik niet wilde dat mensen mijn lichaam zouden zien. En jij ook niet.

Ik en een vriend zijn van plan binnenkort naar IJsland te gaan en we willen walvissen spotten (don’t!). Mijn vriend hoeft niet na te denken over dat soort dingen. Maar ik ben al uren bezig ben met het vergelijken van verschillende organisaties, het bekijken van hun foto’s en proberen uit te vinden welk bedrijf ons geen speciale pakken zal laten dragen, omdat ik weet dat ik er waarschijnlijk niet in zal passen. Ik ben niet in de stemming om me zo te schamen voor een groep mensen. Sterker nog, tot een paar jaar geleden zou ik waarschijnlijk hebben gelogen en gezegd dat het me niet leuk leek en dat ik het niet wilde doen. Net zoals ik zwemmen ‘haat’.

Het is een proces

Eerlijk? Ik word nog steeds heel boos als ik denk aan de dingen die mensen tegen me hebben gezegd en me hebben aangedaan. Soms voel ik nog steeds wrok jegens mijn vrienden en familie en dat is niet eerlijk. We leren allemaal en God weet dat ik wat onzin heb verteld waar ik me vandaag voor schaam. Ik weet ook dat de meesten van hen spijt hebben dat ze die dingen ooit hebben gedacht of gezegd. Maar dat neemt het trauma niet weg. Ik heb dit nooit verdiend. Ik verdiende het niet om me al die jaren zorgen te maken over de meest ‘flatterende’ outfit. Ik verdiende het niet om blazers te dragen tijdens een hittegolf omdat ik niet wilde dat mensen mijn lichaam zouden zien. En jij ook niet.

Ik heb deze post een paar jaar geleden al eens geschreven. Destijds noemde ik het ‘Ik ben een grote meid’. Dat was geen spontane beslissing. Ik besloot dat ‘grote meid’ lekker zacht klonk, en ik kon het zeggen zonder me slecht te voelen. Het woord dik was uitgesloten. Destijds was het te pijnlijk om dat woord te gebruiken.

Vandaag heb ik bijna een punt bereikt waarop ik het kan gebruiken zoals het bedoeld is. Zonder ineenkrimpen. Maar ik ben er nog niet helemaal. Ik weet dat het niets meer is dan een bijvoeglijk naamwoord, net als blauw, blond of lang. Ik ben de eerste die dat aan andere mensen vertelt. Ik raak eraan gewend om het nu actief te gebruiken en ik probeer mensen elke keer te corrigeren als ze doen alsof het een slecht woord is (maar noem iemand niet dik tenzij je weet dat ze zich op hun gemak voelen met die term. Misschien is die persoon nog steeds aan het worstelen, en in dat geval kan het erg kwetsend zijn).

Toen het stuk voor het eerst werd gepubliceerd, waren de reacties overweldigend positief. Ik kreeg zoveel berichten van mensen die ook op hun zelfliefdereis waren en het maakte me heel blij. Hoewel een familielid me wel vroeg waarom, als het me echt zo dwars zat, ik niet gewoon op dieet ging. Hoe hard je ook probeert, sommige mensen zullen het gewoon nooit begrijpen.

Het breekt mijn hart dat er zoveel mensen zijn die zich hun hele leven zorgen maken over hun gewicht of denken dat ze niet mooi genoeg zijn.

Ik ben er trots op dat ik, terwijl ik dit stuk aan het herschrijven was, ontdekte dat sommige dingen die ik in de originele tekst deelde niet meer waar zijn. In de oude versie van de blogpost schreef ik over hoe ik nog steeds bang was om in mouwloze tops het huis uit te gaan, hoe ik nog steeds doodsbang was om naar het strand te gaan en hoe ik niet de enige aan tafel wilde zijn om dessert bestellen. Twee jaar later ben ik helemaal over die dingen heen. Dit is het bewijs dat op een dag, de dingen die je vandaag onmogelijk lijken, je misschien niet eens meer bang maken.

Je verdient het om VANDAAG je beste leven te leiden

Onze samenleving is nog steeds ongelooflijk vetfoob en dat is een enorm probleem. Het probleem is echter NIET dikke mensen. Stop met commentaar te geven op de lichamen van mensen. Stop met het complimenteren van gewichtsverlies. Bemoei je met je eigen verdomde zaken.

Alsjeblieft, alsjeblieft, laat vetfobie je er niet van weerhouden om te doen wat je wilt doen. Weg met die kleding die je nooit heeft gepast of die je tien jaar geleden paste en waarvan je jezelf blijft vertellen dat je ze ooit weer zult dragen. Stop met dingen uit te stellen, want je wilt ze alleen doen als je dun bent. Je bent geen ‘voor’ in een ‘voor en na’ advertentie.

Het breekt mijn hart dat er zoveel mensen zijn die zich hun hele leven zorgen maken over hun gewicht of denken dat ze niet mooi genoeg zijn. Ik weet dat het moeilijk is, ik wel. Het kostte me meer dan twintig jaar om op dit punt te komen en het doet soms nog pijn. Maar ik had nooit gedacht dat ik een punt zou bereiken waarop ik me op mijn gemak zou voelen om dit te delen. En hier ben ik dan.

Voor het geval niemand je dit heeft verteld: je verdient het om onbeschaamd je absoluut beste leven te leiden, ongeacht in welk lichaam je momenteel woont. Je verdient het om naakt te zijn en te genieten van de zon en lief te hebben en te dansen en te eten en te dragen wat je maar wilt en te nemen zoveel ruimte als je wilt in deze wereld.

Dit najaar start Vzw Atlantiss, een nieuwe vereniging in Liezele (Puurs) voor kinderen die nood hebben aan extra ondersteuning op gebied van mentaal welzijn op school. De kinderen kunnen er ook terecht wanneer ze een time-outmoment nodig hebben tijdens de schoolweek. De aangeboden activiteiten zijn niet alleen ontspannend, maar ook pedagogisch en therapeutisch onderbouwd. Maïté Van Den Bossche (38) en Paulien Leysen (27) zijn de initiatiefnemers.

“In onze praktijk Atlass kwamen we geregeld kinderen tegen die uitvielen op school omwille van sociale, psychische of sensorische overprikkelende redenen”, vertelt Maïté. “Paulien gaf aan dat die kinderen eigenlijk nergens terecht kunnen. Er bestaan uiteraard wel dagbestedingen voor die doelgroep, maar we vonden nergens een plek waar er echt gewerkt werd aan de dieperliggende oorzaken op sociaal, sensorisch, psychisch en emotioneel gebied”. In de eerste plaats hopen de oprichters de kinderen weer terug wat stabiliteit te geven. “Het is uiteraard mooi meegenomen als ze bij ons ook terecht kunnen om tot rust te komen, maar die diepere laag bereiken is ons ultieme doel”, vervolgen de dames.


 

Daginvulling op maat

Atlantiss richt zich op kleuters en lagere schoolkinderen van 4 tot 12 jaar met autisme en hoogsensitiviteit. Ook kinderen die niet zo’n diagnose kregen, maar wel gelijkaardige noden hebben, zijn welkom. Dat kunnen onder andere sensorische verwerkingsproblemen, sociaal emotionele moeilijkheden, een laag zelfbeeld en faalangst zijn.

“Leven in deze maatschappij met een open hart leidt niet altijd automatisch tot plezier. Erg gevoelige kinderen geraken sneller gestresseerd, worden vaak minder begrepen en krijgen soms kritiek over zich heen. We zien dat veel kinderen zich terugtrekken, vervelend gedrag vertonen en kwijtraken wie ze écht zijn, waar ze écht goed in zijn. Het is mooi om te voelen hoe kinderen zich dan beetje bij beetje open gaan stellen, verbinding met je gaan maken en vanuit die basis beginnen te groeien op allerlei andere ontwikkelingsgebieden. Wij willen samen met hen terug naar die basis”, vertellen Maïté en Paulien.

“Even kinderen weer kind laten zijn en samen ontdekken waar het echt om draait in het leven. Heel vaak zitten zij al in een ‘overlevingsmodus’ eerder dan dat ze gewoon ‘leven’. Stressverlagend werken bij kinderen heeft volgens ons altijd een helend effect. Van zodra we daartoe komen, is er weer ruimte voor ontwikkeling. En dan hebben we het niet over de ontwikkeling zoals die van schoolse vaardigheden, maar wel over de ontwikkeling van bijvoorbeeld een positief zelfbeeld, eigen talenten herkennen en durven gebruiken, leren omgaan met moeilijke momenten en gevoelens.”

 

“Onze activiteiten vertrekken allemaal vanuit de noden van de kinderen. Een greep uit ons aanbod van activiteiten is samen koken, voorleessessies, emotieregulatietechnieken, sociale vaardigheidssessies en mindfulness”, leggen Maïté Van Den Bossche en Paulien Leysen uit. Daarnaast is er ook veel aandacht voor Sherborne bewegingspedagogiek waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van een positief zelfwaardegevoel en de bekwaamheid om relaties aan te gaan en met anderen te communiceren.

De activiteiten vinden elke dinsdag plaats. De exacte startdatum is nog niet bekend. Wie op de hoogte wil blijven kan de Facebookpagina van Atlantiss volgen, waar regelmatig een update wordt geplaatst.
 

Sensorische noden en mogelijkheden

De ruimtes worden prikkelarm ingericht met voldoende mogelijkheden om toch op zoek te kunnen gaan naar tactiele, visuele en auditieve prikkels. Zowel Maïté als Paulien houden van pure, natuurlijke inrichtingen zoals je die wel eens tegenkomt in Steinerscholen. “Natuurlijke materialen zoals hout, pasteltinten, textielstoffen en schapenvellen zien er niet alleen erg leuk uit, ze zijn ook nog eens uitermate geschikt voor kinderen die kampen met sensorische over- of onderprikkeling. Bij de inrichting houden we rekening met die sensorische noden van de kinderen, dus het zal nog bijgeschaafd worden als we de startgroep(en) kennen”, vertellen de initiatiefnemers.

Oproep

“Onze werking is voor een groot deel afhankelijk van sponsors en fondsenwerving en daarom willen we een warme oproep doen aan iedereen die ons daarbij zou willen helpen. We denken aan bedrijven die een goed doel willen steunen op lange termijn. Zij zullen op onze eeuwige dankbaarheid kunnen rekenen. Ook initiatieven rond De Warmste Week of eigen initiatieven zijn ontzettend welkom. Elke eurocent wordt ontzettend gewaardeerd!”

“Het lijkt ons heel interessant om samen te werken met stagiaires. Op deze manier kunnen we de groepjes af en toe nog een stukje kleiner maken of uitzonderlijk zelfs individueel werken. Ervaring of kennis vinden wij daarbij minder belangrijk dan voeling hebben met de kinderen en een positieve ingesteldheid om het verschil te gaan betekenen voor hen”, besluiten Maïté Van Den Bossche en Paulien Leysen.

Surf voor meer informatie naar
www.atlantiss.be.

Eind mei gingen gingen 430 mensen zonder papieren in de Brusselse Begijnhofkerk, de ULB en de VUB in hongerstaking. Hoeveel mensen jonger dan 26 daar tussen zitten, kan en wil de Unie van Mensen Zonder Papieren voor Regularisatie (USPR) niet meedelen omwille van de precaire situatie waarin ze zich bevinden. Journaliste Luka Van Royen slaagde erin een vertrouwensrelatie met enkele van hen uit te bouwen en geeft een gezicht en een stem aan het jonge verzet.

Op 31 januari van dit jaar besloot de USPR de Brusselse Begijnhofkerk te bezetten, nadat arbeiders zonder papieren hun werk en dus inkomen waren verloren als gevolg van de coronapandemie. Eind mei gingen 430 actievoerders uiteindelijk over tot een hongerstaking. Hoeveel jongeren er vandaag precies aanwezig zijn onder de hongerstakers blijft onduidelijk, maar dat het er heel wat zijn, is zeker.

Even terug naar de ochtend van 7 mei: Brussel ontwaakt na het opheffen van de avondklok. Het contrast tussen de toestand van de jongeren in de Begijnhofkerk en de situatie buiten is groot. In de kerk weten ze geen blijf met hun kopzorgen, die al maanden en jaren dezelfde zijn. Allen verlangen ze naar een leven zonder angst, waarin ze vrij kunnen werken en geld kunnen verdienen. Aan de andere kant van de deur viert de jeugd feest in de straten van Brussel. De sfeer is uitgelaten, de jongeren juichen om hun herwonnen vrijheid.

Intussen zijn we meer dan 50 dagen verder. In de media circuleren beelden van uitgemergelde actievoerders met dichtgenaaide monden. Sommigen van hen kwamen als minderjarige naar België en zijn hier nu vijf, tien of twintig jaar later, nog steeds. Ze proberen te overleven door informeel te werken in de horeca, bouw of schoonmaaksector, waar ze blootgesteld worden aan de risico’s op economische en psychische uitbuiting en de schending van hun mensenrechten. De jongeren onder hen zijn het meest kwetsbaar.

Muriel Goncalves, woordvoerster van Dokters van De Wereld, bevestigt de kwetsbaarheid van de hongerstakers: ‘Ze zijn hopeloos. De organisaties die de hongerstakers ondersteunen zijn onderbemand en de regering blijft stil. We kunnen de mensen niet genoeg helpen op het vlak van hun mentale gezondheid. Meerdere keren per dag moeten er ambulances komen om de mensen te helpen met fysieke ongemakken en de gevolgen van de hongerstaking, maar velen zijn ondertussen te zwak om aan te geven dat ze ook nood hebben aan psychologische begeleiding. Er zijn al meer dan zes zelfmoordpogingen geweest. De stilte en uitzichtloosheid zetten mensen steeds vaker aan om van suïcidale gedachten effectief over te gaan tot de daad.’

Intussen hebben de actievoerders voor het grootste deel van de hulpverlening de deuren gesloten, tot er politieke beslissingen worden genomen over hun toekomst. De situatie wordt elke dag ondraaglijker, vertellen de hongerstakers me aan de telefoon. Vrijdag 16 juli gingen ze nog een stap verder: ze hebben al het flessenwater dat voor hen voorzien was, uit de kerk gezet en de deur weer dichtgetrokken. De dorststaking gaat door tot de overheid haar stilte doorbreekt.

Yassin (23), Marokko

Een aantal weken geleden bezoek ik de universiteitscampus van de ULB. Op de middag is het hier nog vrij stil. Aan de glazen wand van het gebouw hangen spandoeken: ‘Ici des travailleurs sans papiers en grève de la faim depuis 23 mai‘ en ‘Liberté, égalité, dignité‘ . De vloer ligt bezaaid met rijen en rijen matrassen. ‘De meeste jongeren zijn nog niet wakker,’ vertelt een van de actievoerders me. ”s Nachts kunnen ze niet slapen, ze liggen wakker van de zorgen.’

Yassine is pas om acht uur deze morgen in slaap gevallen. Hij werd al drie keer opgenomen in het ziekenhuis omdat hij gestopt is met eten. ‘Het is mijn enige middel om mijn stem te laten horen aan een dove regering,’ zegt hij. ‘Ik ben al vijftien kilogram vermagerd, maar dat is niet het ergste. Ik ben ook mijn moreel kompas kwijt.’

In tegenstelling tot veel andere hongerstakers heeft Yassine geen familie in België. ‘Deze bezetting kan zonder papieren eindigen. Dat zou een ramp zijn, want hier hebben we niet zes maanden voor afgezien. Ik heb geen werk meer, geen huis meer, geen familie. Als er geen oplossing komt, slaap ik straks op straat aan het station van Brussel-Zuid. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik in de kou slaap. Met officiële papieren kan ik tenminste met zekerheid een kamer huren en mijn huur betalen.’

Charaf (25), Marokko

Ook Charaf heeft last van slaapproblemen. ‘Overdag zorg ik voor de anderen. Ik vertaal de gesprekken tussen de hongerstakers en de dokters, ga medicatie halen en begeleid mensen naar de dokter. Maar ’s nachts valt het me zwaar, dan kan ik niet slapen. Ik ben echt verdrietig. Het wachten op nieuws duurt nu wel heel lang.’

Het is zwaar voor hem om dag na dag de mentale en fysieke toestand van iedereen in de hongerstaking te zien. ‘Gisteren nog kreeg een hongerstaker te horen dat zijn vader is gestorven in Algerije. Hij stortte in want hij heeft geen papieren om naar de begrafenis te gaan.’

Charaf is ondertussen drie jaar in België. Hij kwam hier in de eerste plaats om zijn moeder bij te staan tijdens haar behandeling tegen kanker. ‘Ik kreeg een visum voor tien dagen. Ik besliste om toch langer bij haar te blijven omdat ze bleef aftakelen, maar kort daarna overleed ze. En nu heb ik de kracht niet om terug te keren naar haar leeg huis in Marokko.’

Charaf wil ook niet meer in Marokko leven, waar het gezondheidssysteem ontoereikend is. ‘De dokters daar hadden gezegd dat mijn moeder drie keer een kuur moest volgen voor ze een scan kreeg. Maar dat hielp niet. Toen we dat in België tegen de dokters vertelden zeiden die dat ze minstens zeven keer die medicatie had moeten nemen.’

Ondanks dat hij niet legaal kan werken, is hij toch dankbaar voor de ervaringen en kansen die hij hier al gekregen heeft. ‘Ik werkte onder andere in een restaurant. Daar verdiende ik maar 60 euro voor een shift van dertien uur. Het waren lange dagen waarin je enkel werkt, eet en slaapt.’ Ondertussen heeft Charaf een een gelijkwaardigheidserkenning gekregen voor zijn opleiding als elektrotechnicus. Hij hoopt met zijn vaardigheden aan de slag te kunnen gaan en bij te dragen aan de maatschappij.

Ahmed* (24), Marokko

Ahmed* viert deze week zijn 24ste verjaardag. Dat doet hij middenin de hongerstaking. ‘Ik heb familie in België, maar die wil me niet helpen. Daarom wil ik anoniem blijven. Het is een kwestie van mijn waardigheid behouden.’

In Marokko wilde Ahmed studeren, maar dat werd hem onmogelijk gemaakt. ‘Er was altijd wel iets. De examens werden zomaar afgelast of zonder mededeling op een andere campus georganiseerd. Het openbaar vervoer naar de campus reed onregelmatig en was duur. Een keer duwde de politie iemand uit het raam van een studentenhotel op de campus en werd het vermomd als zelfmoord. Als je in Marokko geen banden hebt met belangrijke mensen, geraak je nergens. Het is allemaal corruptie en vriendjespolitiek.’

Hij besloot om hier een nieuw leven op te bouwen, maar tot nu toe zonder succes. ‘Ik ben moe van deze hongerstaking,’ zegt hij. Na vijf jaar in België heeft hij geen geldige verblijfspapieren en het gebrek aan toekomstperspectief in combinatie met de stress en hongerstaking eisen hun tol. Dat geldt trouwens niet alleen voor Ahmed. De meeste hongerstakers zijn uitgeput. De organisatie Dokters van de Wereld, die actief is in de bezetting, deed al een oproep aan verpleegkundigen, kinesisten, psychologen en artsen om de bestaande ploegen op de drie sites te versterken.

Mohamed (23), Marokko

Later op de dag zijn ook de jongeren in de Begijnhofkerk wakker. Telkens belanden onze gesprekken weer op hun verlangen naar ware vrijheid en waardigheid, iets wat ze zowel in hun land van herkomst als hier niet lijken te vinden. ‘Marokko is een geweldig land,’ zegt Mohamed. ‘Prachtige natuur, prachtige mensen. We zijn in alles het beste, behalve in het respecteren van mensenrechten. We hebben geen vrijheid, er nauwelijks gelijkheid, de gezondheidszorg is erbarmelijk en het onderwijs is van laag niveau.’

Mohamed strijdt al bijna vijf jaar tegen lymfenklierkanker. In Marokko kon hij geen behandeling krijgen en dus kwam hij naar Europa omdat hij hoopte hier meer kans te maken op herstel. ‘Ik kreeg telkens een visum voor kort verblijf, voor de duur van mijn behandeling,’ zegt hij. ‘In de tussenperiodes werd ik verzocht terug te keren naar Marokko. Maar dat kon niet. Ik strijd vandaag mee voor een duurzaam verblijfsstatuut, niet een waarbij ik elke keer bang moet zijn om teruggestuurd te worden.’

Aymen (21), Algerije

Wanneer ik een week later arriveer aan de Begijnhofkerk zijn de deuren al een week gesloten. De hongerstakers besloten tijdelijk niemand binnen te laten. ‘De overheid sloot de deur voor onderhandelingen en komt maar niet met een oplossing. Dus wij sluiten de deur ook’, legde een woordvoerder van de USPR uit.

Aymen zit toevallig als enige op een bankje voor de kerk. Omdat hij astma heeft komt hij af en toe buiten een luchtje scheppen. Twee jaar geleden betaalde hij 3.000 euro aan een mensensmokkelaar om samen met tientallen mensen die hij niet kende, in rubberbootje vanuit Ghazaouet in het noorden van Algerije naar Europa te varen. Kletsnat spoelde hij aan op het strand van Almeria in Spanje, zonder geld of opvangnet.

Van daaruit liftte hij mee met drugssmokkelaars naar Marseille. Die zagen in hem vooral een makkelijke prooi: ze wilden hem inzetten als koerier, maar dat zag Aymen totaal niet zitten. ‘Ik heb veel gezien, en ik wil geen drugsgeld. Ik bleef even in Marseille, maar in die stad gelden maar twee mogelijkheden voor iemand zoals ik: in de drugshandel werken of honger lijden.’

In België wilde Aymen werk vinden. Het liefst op een legale manier, maar als het moest ook in de informele economie. Ik leg hem een paar cijfers voor. Onder andere dat van recent onderzoek van de Nationale Bank, dat aantoont aan dat niet-EU migratie voor een groei van 1,5 procent van het Belgische BBP zorgt. ‘Als wij legaal zouden kunnen werken, zou deze groei nog meer zijn,’ merkt Aymen droog op.

‘Natuurlijk was ik liever met een legaal visum naar hier gekomen, maar dat was onmogelijk. Enkel de elite kan dat. Je moet een huis op je naam moet hebben staan, 5.000 euro op je bankrekening hebben en hier een domicilie adres kunnen opgeven. Dat zijn criteria waar jongeren zoals ik, die zichzelf uit armoede willen halen door te werken, niet aan kunnen voldoen.’

Na zes maanden politieke bezetting weten de jongeren nog steeds niet wat er morgen zal gebeuren. ‘Mijn leven staat al te lang op pauze,’ zegt Aymen. ‘Het is mijn droom om mijn dromen te bevrijden. Vandaag ben ik niet eens meer vrij om te dromen over de toekomst. Eerlijk gezegd denk ik er nu zelfs al aan om terug te keren naar Algerije, al weet ik dat ik daar ook geen kansen zal krijgen.’

In Algerije wacht Aymen geen toekomst. ‘De buurt waar ik woonde was onleefbaar. Het geweld, de voortdurende dreiging: telkens als ik mijn appartement verliet, moest ik me bewapenen met een mes. Ik was bang voor mijn eigen leven.’

Zijn ouders konden hem niet beschermen. ‘Zij werken dag en nacht in het ziekenhuis. Met het loon dat ze verdienen kunnen we net het hoofd boven water houden.’

De laatste twee jaar heeft Aymen alles gezien en meegemaakt in Europa. ‘Ik heb niets meer te verliezen. Alles zou ik doen voor een eenvoudig leven hier. Een zoals dat van andere jongeren. Als ik geen papieren krijg, wordt het moeilijk, want iedereen hier zal tegelijk werk en een huis moeten zoeken…’

Aymen heeft hier geen familie die hij om hulp kan vragen. Aan vrienden vraagt hij dat liever ook niet. ‘Het is gewoon hoe ik ben, als persoon. Enkel mijn ouders zal ik om iets vragen, maar zij zijn hier niet. Zelfs al moet ik buiten op de grond slapen, ik zet mijn hongerstaking voort, tot ik iets in mijn handen heb. En als mensen zeggen dat het absurd is om te willen sterven voor papieren, dan zeg ik: een deel van mij is toch al dood.’

Ilyas (24), Marokko

Ilyas is naast hongerstaker ook verpleger in de Begijnhofkerk. Sinds het begin van de bezetting zet hij zich dag en nacht in voor de anderen. Hij kwam naar België om zijn studies af te ronden en zijn gezondheid op te volgen. ‘Ik heb diabetes type 1. De ziekte onder controle houden is onmogelijk voor mij in Marokko.’

Toen hij een medische regularisatie aanvroeg in België, werd hij geweigerd. ‘Ik voel me heel ongemakkelijk zonder papieren. Ik ben bang voor de politie. Waarom mag ik hier niet komen werken en doen waarvoor ik gestudeerd heb?’

Dienst Vreemdelingenzaken weigerde zijn aanvraag voor regularisatie omdat de nodige medicatie voor diabetes type 1 beschikbaar is in Marokko. ‘Ik zou elke maand een bloedtest moeten doen en dure medicatie kopen. De sociale zekerheid in Marokko is niet zoals hier. Ik kan dat niet maandelijks betalen.’

Zijn vader overleed lang geleden, waardoor hij op jonge leeftijd al een veel verantwoordelijkheid kreeg. De hongerstaking heeft grote gevolgen voor hem. ‘Ik werd een week lang opgenomen in het ziekenhuis. Ook psychisch zijn er ondraaglijke dagen. Mijn suikerspiegel steeg soms tot 550 mg/dl (een suikerspiegel is te hoog vanaf 200 mg/dl, nvdr.), mijn arts in het ziekenhuis heeft mij contact gebracht met een psycholoog.’

Ondanks zijn situatie zit hij niet stil. ‘Ik volgde een opleiding informatica, een basiscursus Nederlands en behaalde een reddersopleiding bij de Rode Halve Maan.’ Al die vaardigheden kan hij hier niet gebruiken zolang hij geen verblijfsvergunning heeft. ‘Ik geef niet op. Ik blijf écht in de kerk tot de regering met een oplossing komt.’

Mohamed (21), Rif-Republiek

Mohamed voert mee actie in de kerk, maar besliste na een maand om zijn hongerstaking te stoppen. Hij kon de uitzichtloosheid van de situatie niet meer aan. ‘Na een bezetting van 150 dagen was er nog steeds geen duidelijk antwoord of oplossing. Elke dag word je wakker met stress in diezelfde kerk. Het enige wat je kunt doen is wachten. Het is moordend voor je mentale gezondheid. De drang om terug te werken en betekenis te geven aan mijn leven werd ondraaglijk. Ik ben dan maar opnieuw op zoek gegaan naar werk zonder vergunning.’

Anderhalf jaar verblijft Mohamed nu in België en hij wil niet langer als onbestaand beschouwd worden. ‘Ik kan geen goed appartement huren, geen auto kopen, zelfs niet vrij rondwandelen zonder zorgen. Ik kwam naar Europa om mijn familie te helpen. In Marokko was dat onmogelijk. Als je maar om de twee maanden een week kunt werken kun je niet genoeg verdienen om te overleven. Waar ik woonde zijn er geen kansen voor jonge mensen.’

Na vijf maanden bezetting zakt de moed hem in de schoenen. ‘Sammy Mahdi kan misschien wel vragen om te stoppen met de hongerstaking, maar daar verandert mijn situatie niet door. Hij biedt geen oplossing aan en ik blijf gewoon vastzitten in deze situatie waar ik al vijf maanden tegen strijd. Elke dag ga ik slapen met dezelfde zorgen waar ik mee wakker ben geworden.’

Mohamed* (19), Marokko

Mohamed* kwam naar België toen hij nog maar 15 jaar oud was. ‘Na meer dan 50 dagen is de situatie zowel fysiek als mentaal uitputtend, maar ook gewoon gevaarlijk,’ zegt hij. ‘Ik heb zeer weinig energie. Het is moeilijk om te praten. Maar ik kan wel zeggen dat ik trots ben om hier te zijn en samen te vechten voor mensenrechten. Ik wil ook positief blijven, ook al kan ik momenteel mijn studies niet afmaken en heb ik maar heel weinig toegang tot informatie. Zoals iedereen hier heb ik maar een droom, een wens: een leven leiden zoals iedereen.’

Mohammed Amine (16), Marokko

Mohammed Amine is een van de jongsten in de kerk. Hij doet niet mee aan de hongerstaking en verblijft momenteel alleen thuis omdat zijn moeder, Nadya, wel meedoet. Beiden maken zich zorgen om elkaar. Dankzij de bezetting durft Mohammed voor het eerst in zijn leven te dromen over zijn toekomst. ‘Ik leerde nieuwe mensen kennen in de kerk en ik ontdekte de fotografie. Nu is het zomervakantie, en verveel ik me wel. Mijn vrienden gaan bijna allemaal op reis, maar dat kan ik niet.’

Toch blijft hij positief. ‘Ik heb het gevoel dat het bijna gedaan is. We zijn nu voorbij de 50 dagen. Ik heb zoveel geleerd hier. Voor de bezetting voelde ik me verloren. Ik zag mijn moeder amper, omdat ze twee jobs combineert om rond te komen.’

Vier jaar geleden vluchtte Mohamed Amine samen met zijn moeder weg uit Marokko na jaren van huiselijk geweld toegebracht door haar echtgenoot, die politieagent is in de stad waar ze vandaan komen. Telkens wanneer zijn moeder een klacht wilde indienen, dreigde haar intussen ex-man dat ze haar zoon nooit meer zou terugzien. Bij haar aankomst in Marokko, toen ze een humanitaire regularisatieprocedure wilde opstarten, werd haar bewijsmateriaal gevraagd. ‘Dat had ze niet,’ zegt Mohamed Amine. ‘Omdat ze in Marokko uit schrik om me kwijt te geraken, nooit naar het ziekenhuis of politiekantoor is gegaan. Het was een kwestie van sterven of vluchten. En we hebben voor het tweede gekozen.’

*Namen met een sterretje zijn schuilnamen om de anonimiteit van de jongeren te bewaren.

Met Een nieuwe wereld in 100 dagen (Pelckmans) schreef Vera Van Renterghem de verhalen neer van honderd jongeren met diverse achtergronden. Ze stelde daarbij telkens dezelfde vraag: hoe zou de wereld eruit zien als jij voor een dag alles kon beslissen? Het boek is een mozaïek van de meest uiteenlopende verhalen, en geeft een unieke inkijk in het leven en de gedachten van jongeren.

Het idee voor het boek kwam van Vera Van Renterghem zelf. Ze ging langs bij verschillende open en gesloten instellingen en interviewde drie jaar lang honderden jongeren met zeer diverse achtergronden. “Jongeren hebben zoveel te vertellen en zitten vol met capaciteiten die de wereld niet eens ziet,” zegt ze. “De stad Sint-Niklaas organiseert jaarlijks een voorleestour met ongeveer zestig scholen. Daar kreeg ik van de organisatie zelf de vraag of ik met OKAN-leerlingen (Onthaalonderwijs voor Anderstalige Kinderen, nvdr.) wilde werken. Ik vond het meteen een fantastisch idee.”

Voor Vera Van Renterghem was het project een stimulans en een teken dat ze in toekomst meer met kinderen moest werken. “Ik snak naar meer inclusie van kwetsbare jongeren in de samenleving. Ik wil jongeren de kans bieden om hun stem te laten horen. Ze zijn een deel van onze wereld en zijn meer dan welkom om voor verandering te zorgen.”
Volgens Van Renterghem zijn er in onze samenleving zowel blije als gebroken jongeren. “De gebroken jongeren zijn zij die wegens bepaalde gebeurtenissen in hun leven geen normaal leven hebben kunnen leiden of bepaalde tekorten hebben ervaren. Die jongeren horen er ook bij en moeten de kans krijgen om hun beperkingen in krachten om te zetten.”

Vertrouwen winnen

Vera Van Renterghem kreeg de kans om bij verschillende open en gesloten instellingen, gemeenschappen en organisaties langs te gaan en te praten met jongeren. “Het was vooral mijn taak om het vertrouwen van de volwassenen begeleiders te winnen,” zegt ze. “Maar na enkele gesprekken lukte het dan toch. Zeker instellingen die drugsverslaafde jongeren behandelen laten externe personen maar  moeilijker binnen. Soms moet je een trapje hoger optreden om het te doen slagen.”


Als het aan Vera Van Renterghem had gelegen, had ze alle jongeren die ze tijdens haar bezoeken gesproken heeft, aan het woord gelaten, maar dat was niet mogelijk. “We hebben uiteindelijk op een heel natuurlijke manier geselecteerd,” zegt ze. “Ik moest er over waken dat niet enkel de enthousiaste jongeren zouden deelnemen. Ik heb vooral jongeren proberen te stimuleren die teruggetrokken en voorzichtig waren. Zij durven hun stem niet te laten horen, maar hebben wel pakkende verhalen. Ik was aanvankelijk begonnen met jongeren van veertien tot zestien jaar, maar daarna heb ik ook wat oudere jongeren aangesproken. Rond die leeftijd zijn jongeren erg bezig met het ontwikkelen van hun eigen identiteit en is er veel groepsdruk.”

Hoe ziet haar ideale wereld eruit, mocht zij het voor een dag voor het zeggen hebben? “Ik zou de macht aan de jongeren geven.”

Unieke gemeenschappen

Van Renterghem rondde haar boek in etappes af. Ze benaderde eerst de moeilijk bereikbare jongeren en werkte vervolgens in fases verder. “Tijdens het tweede jaar richtte ik mij vooral op een ruimere groep van jongeren die deel uitmaakten van unieke gemeenschappen, zoals de woonwagenbewoners of de gemeenschap van de kermismedewerkers.”  De allerlaatste groep die ik had benaderd was de eenvoudigste groep. Dat waren jongeren die ik meteen kon aanspreken. “Het doel was om 100 authentieke verhalen te verzamelen, als fundament om een nieuwe wereld te boetseren. Alle jongeren en hun verhalen zijn uniek. Het meisje dat uit de gemeenschap van woonwagenbewoners kwam, bijvoorbeeld, had moeite met de ongelijkheid tussen jongens en meisjes in haar cultuur. Ze droomde van een wereld waarin iedereen gelijk was. Dus gingen we vanuit die insteek aan de slag. In het gesprek boetseerden we samen een wereld waarin jongens en meisjes gelijk zijn.”

Power to the youth

Alle jongeren hebben zelf hun verhaal neergepend. “Ik was slechts een hulpmiddel,” zegt Van Renterghem. “Voor de jongeren die moeite hadden met schrijven, ben ik zelf aan de slag gegaan, maar op het einde waren het toch zij die mij bleven inspireren.”

Vera Van Renterghem kan er niet een verhaal uitpikken dat haar het meest is bijgebleven. Volgens haar schuilt er achter elk verhaal uren en uren van gelach, gepraat en ja, ook tranen. Hoe ziet haar ideale wereld eruit, mocht zij het voor een dag voor het zeggen hebben? “Ik zou de macht aan de jongeren geven,” zegt ze. “En ik zou de aard van de mens ook veranderen. Ik zou hem puur maken, en jaloezie, pessimisme en onzekerheid elimineren. Eén van jongeren in mijn boek was een boedistisch jongen die mij een les leerde. Hij zei dat als een kopje vuil is, het kopje zélf niet vuil is. Enkel wat erop zit is vuil. Jongeren zijn magisch en ik zal hen altijd een stem blijven geven.”

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Op 23 mei gingen in de Begijnhofkerk in Brussel bijna 500 niet-geregistreerde werknemers, beter bekend als mensen zonder papieren, in hongerstaking. Maandenlang voerden ze vreedzaam protest in Brussel in de hoop op die manier een legaal verblijfstatuut te verkrijgen. Drie weken later rijden de ambulances de Begijnhofkerk en de universiteitscampussen van de VUB en ULB op en af.

Intussen liet Staatssecretaris Sammy Mahdi (CD&V) al via Twitter weten dat hij ‘deze actie beschouwd als chantage’. Maar, zelfs al mocht het chantage zijn, zegt dat dan niet meer over het beleid dat Mahdi voert dan over de hongerstakers zelf? Alstublieft, wacht niet tot er iemand sterft. Een hongerstaking voor wettig verblijf is namelijk niet meer dan een noodkreet voor een menswaardig bestaan.

Migratie-expert Andrew Crosby (VUB) schreef in een artikel op de website DeWereldMorgen al dat het huidige repressief beleid van vrijwillige of gedwongen terugkeer geen structurele oplossing biedt voor de migratiestromen die we vandaag kennen. “Migratie is helemaal geen individuele keuze,” zegt hij hierover, “maar een structureel fenomeen van onze hedendaagse wereldeconomie. Dat soort beleid (van Mahdi, nvdr.) heeft dus geen impact op de migratiestromingen zelf, enkel op de migratieroutes en de verblijfsstatus van de mensen.”

Afgelopen weekend kwam het rustige dorpje Vresse-Sur-Semois tot leven door de luide motoren van rallywagens. Het was de eerste manche van het Belgian Rally Championship (BRC) waar weer publiek werden toegelaten sinds de coronacrisis vorig jaar uitbrak. Meer dan 250 professionele en amateurrallypiloten streden er om een podiumplaats.

In het anders zo rustige en pittoreske Ardeens dorpje Vresse-Sur-Semois, in de provincie Luxemburg kon je de hele dag genieten van snelle en luide rallywagens. In totaal waren er 256 wagens ingeschreven, verdeeld in verschillende categorieën. Er waren twaalf verschillende etappes. De routes lagen tussen Gedinne, Bohan, Oizy en Bellefontaine.

Hoe werkt een rally?

Een rally bestaat uit een reeks speciale stages, dat zijn de parcours waar de piloten op racen. In de  wagen zit de rallypiloot aan het stuur, met naast hem zijn copiloot. De copiloot heeft een klein boekje bij, het roadbook, met daarin de aanwijzingen van de stage die ze moeten afleggen. Het is belangrijk dat de copiloot de aanwijzingen op tijd geeft, zodat de piloot kan anticiperen op het komende stuk wegdek.

De piloot die de snelste tijd heeft gereden doorheen alle stages is de uiteindelijke winnaar van de rally. Tijdens de stages krijgen de wagens het zwaar te verduren. Daarom wordt er tussen de stages een service change voorzien. Dat geeft het rallyteam de kans om de wagen op te lappen voor ze terug gaan racen.

Eerste keer in deze streek

Ook bijzonder is dat dit de eerste editie was van de South Belgian Rally, dat een onderdeel is van de BRC. Dat heeft een grote economische impact op de streek, vooral voor de horecagelegenheden, die na de coronacrisis alle bezoekers met open armen ontvangen. Omdat het evenement een van de eerste evenementen in zijn categorie was die voor het eerst weer met publiek konden doorgaan, was het voor veel autoliefhebbers geen twee keer nadenken voor ze een ticketje kochten.

Zware crash, piloot en co-piloot ok

Het was voor de deelnemers een hele tijd geleden dat ze nog een race gereden hadden. Sommigen hadden minder geluk. De Luxemburger Grégoire Munster crashte met zijn Hyundai i20 tijdens de vierde etappe in Bellefontaine . De etappe werd stilgelegd en Munster werd met rugpijn naar het ziekenhuis afgevoerd. Piloot en copiloot kwamen ongedeerd uit het ongeluk.

Gisteren is in de Jos Smolderensstraat in de wijk Nieuw Zuid een school in aanbouw ingestort. Op het moment van publicatie vielen er twee doden te betreuren. Volgens de laatste berichten zijn er nog drie bouwvakkers vermist. Onze reporter Roman Sedov was ter plaatse en maakte onderstaande foto’s.