• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

Lab X in xs versie. De jongeren van Lab X zijn gaan wandelen door de lege straten van Doel. Er zijn ook foto’s genomen tijdens de wandeling. Aminata heeft achteraf ook een gedicht geschreven over Doel. Die gaat als volgt: Het doel van Doel Laat me je vertellen wat ik bedoel. Ik voel me slecht, vermoeid en ik denk ik dat ik haar aandoening heb. Hoe dat komt? Vraag het aan onze overheid, die hier een kerncentrale willen zetten, dat was hun bedoeling. Protesteren! Dat gaan we doen. Dat is en blijft ons doel. “Save the world” is de motto. Maar wilden kerncentrales zetten voor onze otto. Ze dachten met een paar biljetten is alles voorbij. We zijn niet dom als klei. We zijn verhuisd voor ons gezondheid maar Doel blijft ons eigendom en onze spookstad. Zo heten we eigenlijk, spookstad. -Aminata

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Exclusiviteit in de mode is voor de jeugd steeds meer het nieuwe normaal. De trend begint zelfs al bij kinderen die op sociale media actief zijn, laat styliste Farah El Bastani weten. De jeugd, in dit geval tussen de 13 en 16 jaar, vindt het geweldig om zich aan de hand van exclusieve kleding te onderscheiden van de rest. Opvallen is tegenwoordig het belangrijkste.

Exclusieve mode is in een opmars bij de jeugd. Jongeren willen cool zijn. Exclusiviteit geeft status en daar snakt de jeugd naar. Geneau Lambrichts is een negentienjarige jongen uit Hasselt, die een jaar geleden zijn winkel ‘Hympala’ opstartte in Hasselt. “De naam is afkomstig uit Letland”, laat Geneau weten. “Een vriend uit Letland vertelde me eens dat het woord hympala daar tweedehandskledij betekent.” In zijn winkel verkoopt Geneau exclusieve items, die hij zelf koopt bij online verkopen, ook wel drops genoemd, of die hij overkoopt van anderen. Ook hij ziet dat exclusiviteit meer een trend wordt in vergelijking met vroeger. “Vroeger droegen mensen exclusieve kleding omdat ze dat mooi vonden. Nu is dat anders. De mensen dragen het nu vooral omdat het zo’n grote hype is. Ik heb dit jaar zeker het driedubbele verkocht van vorig jaar.

Het zijn nu vaak dertien- tot vijftienjarigen die Jordan schoenen komen kopen met mama of papa. Iedereen op school draagt die sneakers en zij moeten het dus ook hebben. Het is vooral die leeftijd die er echt mee bezig is. Laatst was er een jongen van vijftien jaar denk ik, die met zijn oma een trui kwam kopen van 800 euro. Dat vind ik dan wel echt gek”, vertelt Geneau.

De student marketing aan PXL Yannick Weemaels (18) uit Hasselt is een jaar geleden gestart met het doorverkopen van exclusieve items die hij online goedkoop op de kop kon tikken. Dat doet hij in zijn eentje, in zijn vrije tijd. “Het meest speciale voorwerp dat ik al verkocht heb, was de Jordan 1 schoen van rapper Travis Scott. Die heb ik gekocht voor 160 euro en doorverkocht voor zo’n 2200 euro”, vertelt Yannick.

Het begon als een hobby, maar het liep zo goed dat Yannick ermee doorging. Hij koopt zijn stuks aan bij online verkopen. De prijzen zijn daar vaak een stuk goedkoper, maar de hoeveelheid items is dan ook beperkt. Snel zijn is dus de boodschap, tenzij je de trucjes kent. “Er zijn speciale manieren om meer kans te maken om te kunnen kopen. Zo is er het platform Discord. Op Discord kan je groepen van mensen betalen, die er dan voor zorgen dat jij bovenaan de wachtlijst van mensen komt te staan en dus sneller kan kopen. Daar betaal je dan per maand voor”, vertelt Yannick. Maandelijks betaalt hij tussen de dertig en zestig euro aan platforms als Discord.

Ook Robbe Geuens (19), student grafische en digitale media aan Hogeschool AP Antwerpen, voelt zich thuis in deze wereld. Hij is vooral geïnteresseerd in de merken Off-White, Supreme, Nike Air Jordan en Palace: “Ik vond de hedendaagse mode te casual en te saai. Tot vier jaar terug was ik me er totaal niet van bewust dat er zoiets bestond als exclusieve mode voor jongeren. Ik kwam terecht in een wereld die ik helemaal niet kende. Ik vond vooral alle ontwerpen heel opvallend”, vertelt hij.

Dat opvallende aspect ziet ook Geneau steeds meer terugkomen in de exclusieve modesector. “Opvallen is tegenwoordig het belangrijkste. Kijk bijvoorbeeld naar Supreme. Zij kunnen eender wat maken, hun logo erop zetten en het verkoopt. Drie jaar geleden heeft Supreme daardoor ook zijn echte doorbraak gemaakt”, vertelt Geneau.

Persoonlijke grens 

Robbe Geuens kijkt wel eerst naar het prijskaartje alvorens hij iets koopt. “Ik ben in staat om veel geld uit te geven aan een exclusief item of merkkledij, ja. Maar iedereen heeft natuurlijk zijn persoonlijke grens. Ik durf tot vierhonderd euro te gaan, alles boven dat bedrag vind ik te duur. Natuurlijk, hoe hoger de prijs, hoe exclusiever een kledingstuk meestal is”, legt hij uit.

“Sommige dingen zijn wel echt overdreven duur, maar de prijzen zijn zo hoog, omdat iemand het er toch voor over blijkt te hebben. Dat bedoel ik dus met het feit dat iedereen andere grenzen heeft. Vroeger verschoot ik er enorm hard van hoe duur alles was. Ondertussen ben ik op het punt gekomen dat ik 250 euro voor een paar schoenen nog best wel goedkoop vind. Ik denk dat je het sowieso normaliseert met de jaren. Tenslotte, als ik iets echt wil hebben, vind ik het niet snel te duur. Dan durf ik er wel enkele honderden euro’s voor op tafel te gooien”, vertelt hij. “Er hangt geen één exclusief item in mijn kledingkast dat mijn ouders betaald hebben. Daarom hebben zij er niet veel over te zeggen. Maar ik denk dat ze het wel leuker zouden vinden mocht ik gewone schoenen aanhebben van Jack & Jones.”

Sociale media iconen als voorbeeld

Styliste Farah El Bastani ziet de groei van exclusiviteit als een gevolg van beïnvloeding door sociale media. Exclusiviteit geeft status en daar snakt de jeugd naar: “Jongeren worden heel erg beïnvloed door advertising op sociale media. Daarnaast kijken ze op naar idolen die wandelende reclameborden zijn van luxe modemerken zoals Gucci, Supreme, Louis Vuitton of Nike. Influencers beïnvloeden jongeren op die manier. Het allerbelangrijkste voor jongeren is nog steeds cool zijn. En wie is er cooler dan de idolen naar wie ze opkijken? Vandaar het kopieergedrag”, vertelt ze.

“Luxemerken kleden alle bekendheden, maar dat is altijd al het geval geweest. Wat we nu zien, is dat merken beginnen te adverteren op de platformen waar generatie Z zich thuis voelt. Gen Z communiceert met vrienden, voornamelijk op Snapchat en Instagram. Het is dan ook daar waar merken willen zijn. Naast gesponsorde ads gebruiken ze ook influencers om hun merken te etaleren. Denk bijvoorbeeld aan de Kardashians. Je ziet ook grote merken meer en meer voor jongeren kiezen in hun grote campagnes. Zo was Jaden Smith (17) het gezicht van Louis Vuitton en koos Calvin Klein voor Kendall Jenner en Justin Bieber”, licht Farah toe.

“Vroeger kon de jeugd haar idolen enkel zien op tv en in magazines. Ze konden dus enkel beïnvloed worden via die kanalen. Nu kunnen die idolen alles met ons delen. Door de opkomst van de sociale media kunnen we de levens van onze idolen op de voet volgen. We kijken mee via hun Snapchat, via hun Instagram Stories. We worden daar voortdurend door beïnvloed.”

Demi Crapa (21) uit Maasmechelen is studente Journalistiek aan de PXL Hogeschool Hasselt en is gek op mode. Ze staat er telkens weer versteld van hoe die modewereld elk jaar opnieuw op de nieuwste trends springt die te zien zijn tijdens de Paris Fashion Week of New York Fashion Week. “Ik vind exclusiviteit heel leuk, omdat niet iedereen dan rondloopt met dezelfde kleren en je dan speciaal bent. Als je zo”n item kan vastkrijgen, heb je het gevoel van “Wauw, kijk, ik heb dat!” en niet veel mensen kunnen zeggen dat ze dat kledingstuk hebben. Op die manier kan je je look echt mooi maken, vind ik, door op te vallen”, laat Demi weten. 

Een nieuwe held in de mode

Hanka van der Voet, docente aan de Master Fashion Strategy ArtEZ, doet onderzoek naar de hype rond het bekende merk Off-White. Off-White is ondertussen uitgegroeid tot een groot exclusief merk met als uithangbord hun speciale riemen. “Mijn studie begon eigenlijk vanuit een fascinatie. Ik zag heel veel mensen op straat met Off-White riemen aan en Off-White tassen om hun schouder. Ook op sociale media zag ik het veel voorbij komen. Het was duidelijk iets wat erg populair aan het worden was, een soort nieuwe held in de mode.”

“Ik begon foto’s te maken van mensen op straat die het merk droegen, gewoon omdat ik het leuk vond. Die postte ik op mijn Instagram. Sindsdien krijg ik steeds meer foto’s toegestuurd van andere mensen en begon ik ze gewoon allemaal te verzamelen”, vertelt Hanka.

“Ik heb mijn onderzoek gevoerd door heel veel over Off-White te lezen. Verder heb ik heel veel interviews gedaan met ontwerpers en producenten van het merk. Ik heb geprobeerd op basis daarvan een reflectie te geven van de populariteit van hun kleding. Ik denk dat ik eruit kan concluderen dat Off-White zeer populair is binnen de streetwear mode en dan specifiek in de luxury-streetwear. Dat is de wat duurdere sector.”

“Ik denk dat streetwear net zo’n allure heeft omdat het iets betaalbaarder is dan de klassieke ideeën over exclusiviteit. Ik vind het nog steeds echt belachelijk duur. Een riem van Off-White kan je al wel kopen voor zo’n 240 euro, maar de kwaliteit schijnt niet heel erg hoog te zijn. Wat ik dan ook heb gedaan binnen mijn onderzoek is kijken naar forums. Op Reddit, een van de grootste fora websites, kan je veel reviews lezen over kledij. Het bleek daar heel erg tegen te vallen. Er komen bijvoorbeeld snel gaten in de items. Toch blijven jongeren de items kopen als statussymbool”, vertelt Hanka.

Het statussymbool gaat namelijk boven kwaliteit. Dat vertelt ook styliste Farah El Bastani: “Als we sneakers van een bepaald merk dragen, geven die ons een bepaalde status. Dat de kwaliteit niet de allerbeste is, is eigenlijk bijzaak. We kopen en dragen ze voor de naam en de allure. Ik denk dat dat niet snel zal veranderen. 

Ongelijkheid

Mode-expert Aurélie Van De Peer stelt zichzelf de vraag waarom exclusiviteit zo’n groot gegeven is in de mode: “Exclusiviteit kent een positieve connotatie, maar toch heeft het ook de negatieve connotatie van uitsluiting. Exclusiviteit bestaat alleen maar bij gratie van mensen die er niet bij horen en dus worden buitengesloten. Op die manier zijn er mensen die als niet-modieus worden beschouwd. Het is noodzakelijk voor de mode van de toekomst om na te denken over dat paradigma van exclusiviteit. Mode wordt nu meer vormgegeven op een manier dat je er goed uit moet zien. Toch is de vraag: “Wat met mensen die niet beantwoorden aan het beeld dat een mode-industrie ontwerpt?” Ik vind dat die modewereld zich moet afvragen of ze zich dit nog kunnen veroorloven. Exclusiviteit is tegenwoordig een soort vanzelfsprekendheid. Maar is het wel vanzelfsprekend? Ik vind het de moeite waard om die vraag te durven stellen.” 

Studente psychologie aan AP Nui Ligthart (19) uit Testelt kan zich vinden in de kritiek van mode-expert Aurélie. “De meerderheid van de gezinnen kan zich geen exclusieve kledij veroorloven en kan er dus geen waarde aan hechten. Ik denk dat het voor de gezinnen uit de lagere sociale klasse eerder als een verwenning aanvoelt wanneer ze een exclusief kledingstuk kunnen kopen. Voor iemand uit een rijker gezin wordt dat waarschijnlijk als iets heel normaals gezien. Anderzijds ben ik wel van mening dat je op veel manieren bij de groep kan horen. Niemand uit je vriendenkring vraagt bijvoorbeeld om het labeltje in je trui te tonen om te laten zien dat het wel echt is, dus je kan zeker iets dragen wat niet echt is, maar een beetje doen alsof. Zo hoor je er alsnog bij”, vertelt ze. 

“Ik denk niet dat exclusiviteit binnenkort zal overheersen en de winkels er dus mee zullen volhangen”, vertelt styliste Farah. “De overgrote meerderheid kan zich niet enkel luxemerken veroorloven. Jongeren willen graag gaan werken om het te kunnen betalen, maar er is niet opeens veel meer geld bij iedereen om het uit te geven aan dit soort luxe producten.”

Farah hoopt dat exclusiviteit snel over haar hoogtepunt heen zal zijn: “De overvloed aan prikkels en advertising op sociale media is niet gezond voor kinderen en jongeren. Want hoewel we het nu voornamelijk hebben over jongeren, iedereen moet beseffen dat dit al begint bij kinderen. Ook zij zijn steeds online.”

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Kansarme gezinnen helpen met gedoneerde schoolspullen, dat is de missie van Vrijzinnig Limburg. In samenwerking met Huis van de Mens, zetten de leerkrachten niet-confessionele zedenleer een inzamelpunt op, op de school waar zij lesgeven. Een groot succes waar de organisatie die uiteindelijk de gedoneerde spullen zal ontvangen, DOMO vzw, zeker en vast veel aan zal hebben.

In tijden van corona een Warmste Week actie op poten zetten, het is geen evidentie. Toch wist het Hasseltse Huis van de mens een mooi initiatief uit te bouwen. In samenwerking met het merendeel van de Hasseltse GO! Next-scholen, zetten ze een inzamelactie voor schoolspullen op poten. Dat alles ten voordele van DOMO vzw, een vereniging die zich inzet tegen kansarmoede. Een groot succes, zo bleek toen we langsgingen op de Sportschool in Hasselt.

Zedenleer

Eric-Jan Van Der Linden, leerkracht zedenleer van de sportschool hielp mee met het initiatief. “Het is een actie van het Huis van de Mens, waar wij als leerkrachten zedenleer ons bij aangesloten hebben”, zegt Van Der Linden. “We willen in eerste instantie meewerken voor het goede doel,  maar we geven ook informatie over de vzw. Zo willen we aan de ene kant onze leerlingen informeren over kansenarmoede en het probleem onder de aandacht brengen. Aan de andere kant willen we ook aan de leerlingen die het zelf moeilijk hebben thuis, laten zien dat we er om geven.”

De organisatie die de spullen ontvangt, kan ze in elk geval goed gebruiken. DOMO vzw is een organisatie die ondersteuning biedt aan kansarme gezinnen met jonge kinderen. Onder de slogan ‘Elk kind kansen geven’, coachen en ondersteunen vrijwilligers de gezinnen waar mogelijk.

“Aan de andere kant willen we ook aan de leerlingen die het zelf moeilijk hebben thuis, laten zien dat we er om geven.” Eric-Jan Van Der Linden, leerkracht Zedenleer

Succesvol

De call to action viel in Limburg in elk geval niet in dovemansoren. Na het rondsturen van een mail kreeg het Huis van de Mens massaal reactie van de scholen. De sportschool, de hotelschool, het atheneum, Level 1, Level X, Van Veldeke en de Tienerschool Herx besloten deel te nemen en voorzagen elk een inzamelpunt. Op de sportschool werd er zelfs veel meer ingezameld dan aanvankelijk verwacht. “We hadden geen concrete verwachtingen of een doel, we willen gewoon ons steentje bijdragen. Door vanuit de scholen mee te doen bereiken we letterlijk duizenden mensen meer”, vertelt Van Der Linden.

Een kort bezoekje aan de sportschool leerde alvast dat het succes niet overdreven was. Een grote berg ingezamelde spullen prijkt aan de trap van de sporthal. Een mooier resultaat had Vrijzinnig Limburg niet kunnen verwachten. De inzamelactie was een groot succes en is volgens de deelnemende partijen zeker voor herhaling vatbaar. 

Al lange tijd is het aantal plaatsen in de jeugdinstellingen een probleem. Het plaatstekort zorgde ervoor dat het aantal bedden in de laatste tien jaar steil omhoog ging. Toch daalde de jeugdcriminaliteit in die periode met 40 procent. Voor Magda Massoels, afdelingshoofd gemeenschapsinstellingen,  leidt dat tot een vreemde conclusie: “De jeugdcriminaliteit daalde en het aantal plaatsen ging steil omhoog. En toch voelt het alsof er plaats te weinig is”, stelt ze verbaasd.

Wanneer minderjarigen een ‘als misdrijf omschreven feit’ plegen, kan de jeugdrechter niet kiezen om hen in een reguliere gevangenis, maar wel in een jeugdinstelling te plaatsen. We spraken met Magda Massoels, afdelingshoofd van die gemeenschapsinstellingen binnen het agentschap Opgroeien dat zich richt tot alle kinderen van min negen maanden tot 25 jaar. Zelf is ze verantwoordelijk voor de zes campussen van de instellingen in Vlaanderen. Massoels geeft aan waar het probleem precies ligt, maar volgens haar is dat niet bij het plaatsgebrek.

Meer plaats, minder criminaliteit

Hoewel het aantal plaatsen steeg en de criminaliteit daalde, is er nog altijd te weinig plaats in de jeugdinstellingen. Voor Massoels is het daarom duidelijk dat het plaatsgebrek niet aan opvangcapaciteit te wijten is, maar wel aan de manier waarop de plaatsen worden ingevuld: “Ook al zijn er heel wat zinvolle alternatieven, toch zien we nog te veel een reflex naar die geslotenheid. Als je een jongere niet opsluit, voelt het alsof er straffeloosheid is”, zegt ze. Vooral de onzichtbaarheid van alternatieve, ambulante maatregelen is waar het schoentje wringt.

“Als je een jongere niet opsluit, voelt het alsof er straffeloosheid is”

Wanneer de jeugdrechter een jongere niet meteen opsluit, duurt het vaak weken voordat de ambulante maatregelen starten. Dat zijn maatregelen zoals een leerproject of een intensieve opvoedende begeleiding. Ze volgen op de feiten, maar vinden niet in geslotenheid plaats.  Massoels geeft aan dat de coronamaatregel rond het ‘kortverblijf’ in de gemeenschapsinstellingen daarin een tussenvorm creëerde. “Dat is voor jongeren waarvoor ambulante maatregelen wel kunnen, maar waar die zichtbaarheid van de straf en een snelle opstart twee voorwaarden zijn.” In die situatie blijven jongeren veertien dagen in de groep ‘kortverblijf’. Tijdens het verblijf starten onmiddellijk de ambulante maatregelen. “Zo maken we eigenlijk een versnelde doorstart voor een aantal jongeren en zo zorg je ervoor dat het gevoel van straffeloosheid verdwijnt”, legt Massoels uit.

Wanneer een jongere feiten pleegt, kan de rechter er dus voor kiezen om de minderjarige in een gesloten instelling te plaatsen. Die maatregel is momenteel gebaseerd op de oude jeugdbeschermingswet van 1965. Er is dus nood aan vernieuwing. “Op dit moment is de wetgeving een allegaartje om à volonté naar maatregelen te grijpen”, vertelt Magda Massoels. “Jongeren weten daardoor na een tijd niet meer waarom ze hier zitten.”

Een nieuw decreet jeugddelinquentie

In de afgelopen jaren werd er hard gewerkt aan een nieuwe wetgeving. Op 1 september 2019 ging het nieuwe decreet rond jeugddelinquentie al gedeeltelijk van start. De artikelen rond de gemeenschapsinstellingen zullen in 2022 in werking treden. Dat decreet kan transparantie en duidelijkheid geven over wie er in het systeem van gemeenschapsinstellingen terechtkomt en dat is waar volgens Massoels de oplossing ligt. “We moeten stoppen met plaatsen bij te bouwen en ervoor zorgen dat aan de voordeur de juiste jongeren binnenkomen. Het eerste wat je je daarvoor moet afvragen is: hoe groot is de kans op herval?”

Een risico-inschatting kan die vraag beantwoorden. Enkel de jongeren die daar hoog op scoren, zullen nog in de gemeenschapsinstellingen terecht komen. “Op dit moment mag iedereen binnen,” vertelt Massoels. “Daar moeten we mee stoppen.” Voor haar is het enerzijds belangrijk dat enkel de jongeren binnenkomen die door een gesloten maatregel geholpen worden. Anderzijds is het belangrijk dat jongeren niet te lang in opsluiting moeten blijven. “We moeten de duur van die geslotenheid afbouwen, want dat heeft veel negatieve effecten”, benadrukt ze. “Als je de bijwerkingen niet onder controle houdt, is het medicijn erger dan de ziekte.”

“Soms is de beste reactie op jeugddelinquentie niets doen, zou je kunnen zeggen”

Wanneer het nieuwe decreet een jongere in een gemeenschapsinstelling plaatst, zal er dus in de eerste weken een risico-inschatting volgen. Het wetenschappelijk model waarop deze inschatting zich baseert, is het RNR- (Risk-Need-Responsivity) Model van Andrews en Bonta. ‘Samen met het Good Lives Model van Tony Ward vormt het de basis van ons handelen’, licht Massoels toe. ‘Bovendien heeft elk individu zijn eigen ‘beste’ traject: criminaliteit piekt op zeventienjarige leeftijd, maar zwaar reageren is niet altijd de beste keuze. Soms is niets of weinig doen veel effectiever. Om dat te weten, moet je onderzoek doen in de eerste weken: dan pas weet je welke maatregel het beste past’, besluit Massoels.

“Meer dan de helft van de jongeren die bij ons binnenkomen, kunnen ook met een ambulant alternatief verdergaan.” Dat kan wanneer de jongere een laag of medium risico vormt op recidive, de kans op herval. Bovendien moet hij of zij voldoende beschermende factoren in zijn leven hebben, zoals een beschermende omgeving. Als dat het geval is, krijgt de rechter het advies om de jongere zo snel mogelijk terug naar huis te sturen met alternatieve maatregelen.

Voldoende plaats

Wanneer Magda Massoels alle elementen op een rij zet, is ze ervan overtuigd dat er wel voldoende plaats is. “Alleen moeten we monitoren of de juiste jongere op de juiste plaats zit”, benadrukt ze. Het creëren van extra plaatsen is volgens Massoels slechts een tijdelijke symptoombestrijding. Om een structurele oplossing te vinden voor het plaatsgebrek bestaat de oplossing uit twee delen. “Zorg enerzijds voor een filter aan de voordeur en anderzijds voor een kortere periode in opsluiting,” concludeert Massoels. “Daarvoor geeft het nieuwe decreet jeugddelinquentie een aantal handvaten.”

Federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) ligt onder vuur na een interview van afgelopen vrijdag in Terzake. Daar verklaarde hij dat niet-essentiële winkels eind oktober moesten sluiten om een ‘schokeffect’ te creëren. Een uitspraak die niet alleen wrevel veroorzaakte op sociale media, maar ook een politiek spel ontketende. ‘Hij heeft zijn eigen geloofwaardigheid ondergraven’, zegt specialist in overheidscommunicatie Wannes Heirman.

Het was N-VA-voorzitter Bart De Wever die zondagavond als eerste Vandenbrouckes uitspraak viseerde op Twitter. ‘Wij gingen ervan uit dat de premier en de minister van Volksgezondheid zich baseerden op ratio en wetenschap. Niet dus’, klonk het. Die kritiek kwam er omdat Vandenbroucke zei dat winkelen geen groot risico is, als dat op een gecontroleerde manier gebeurt. Daarom noemde hij de sluiting van niet-essentiële winkels een ‘schokbeslissing’. ‘Op een bepaald moment moet je zeggen: den blok erop’, aldus Vandenbroucke.

Wij gingen ervan uit dat de premier en de minister van Volksgezondheid zich baseerden op ratio en wetenschap. Niet dus. Als je middenstanders te gronde wil richten en het draagvlak voor maatregelen wil wegslaan, dan moet je het zo aanpakken. pic.twitter.com/pdoQhIuOXu

— Bart De Wever (@Bart_DeWever) November 29, 2020

Politiek spel

Vandenbrouckes woorden veroorzaakten een storm op sociale media en in het politiek landschap. ‘De Wever knipte dat fragment uit een groter interview en was zich heel bewust van de storm die hij daarmee ging creëren’, zegt Wannes Heirman. ‘Hij kon tot dan toe niets fundamenteel inbrengen tegen Vandenbroucke, omdat die elke beslissing maakte op basis van wetenschappelijk onderzoek. Maar met dit fragment kon de oppositie zich gemakkelijk profileren: ‘Als wij regeerden, zouden we de winkels niet hebben gesloten.’’

Ook heel wat partijen uit zowel de oppositie als coalitie vragen nu expliciet naar versoepelingen van de coronamaatregelen rond de kerstperiode. Die zogenaamde ‘kerstcoalitie’ bestaat uit onder andere CD&V-voorzitter Joachim Coens, MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez en minister-president van de Waalse regering Elio Di Rupo (PS). Zo pleit Di Rupo voor een afschaffing van de avondklok tijdens kerst, maar de kerstmaatregelen blijven even streng.

De kerstcoalitie dringt daar volgens Heirman deels op aan omdat Vandenbroucke zijn geloofwaardigheid heeft ondergraven. ‘Andere partijen kunnen nu afleiden uit zijn uitspraak dat zijn genomen kerstmaatregelen ook psychologisch zijn, in plaats van maatregelen op basis van wetenschappelijk bewijs. Hij heeft daarmee dus de geloofwaardigheid van andere maatregelen ondermijnd’, stelt Heirman.

Liegen mag nooit

Vandenbrouckes uitspraak heeft niet enkel effect op politici, maar ook op de bevolking. Volgens Heirman is dit een geval van bijzonder ongelukkige communicatie, maar met grote gevolgen. ‘Vandenbroucke heeft een belangrijke wet in de overheidscommunicatie geschonden’, legt hij uit. ‘In je functie als officiële overheidsfunctionaris mag je nooit liegen. Dat is een van de grootste doodzondes in het Belgisch politiek systeem.’

“Hij creëerde de impressie dat hij zijn beslissingen nam op basis van wetenschappelijk bewijs. Die impressie heeft hij nu zelf ontkracht”

Liegen had voor ex-minister van Landbouw en Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) vorig jaar nog grote gevolgen. Zij moest zich ontdoen van haar ministertitel nadat ze beweerde dat de Youth For Climate-betogingen opgezet spel waren, opgevolgd door de Staatsveiligheid. ‘Zover zal het Frank Vandenbroucke niet komen’, zegt Heirman. ‘Zo flagrant was zijn leugen niet. Hij heeft zeker nog een toekomst als minister van Volksgezondheid, maar het is spijtig dat dit gebeurd is.’

Volgens Heirman zal Vandenbroucke nu ook een extra tandje moeten bijsteken om in de toekomst zijn geloofwaardigheid weer waarde te geven. ‘Hij creëerde de impressie dat hij zijn beslissingen nam op basis van wetenschappelijk bewijs. Die impressie heeft hij nu zelf ontkracht. Hij was een sterke leider en dwong gezag af. Als wetenschapper en academicus hechtte de bevolking ook veel waarde aan zijn woorden. Ik denk dat hij zelf beseft dat hij die uitspraak beter niet had gedaan of toch minstens beter een andere verwoording had gekozen’, aldus Heirman.

Kordate communicatie

Politiek journalist en expert bij de VRT Ivan De Vadder noemt Vandenbroucke ‘het symbool van een streng beleid’. Volgens professor Heirman durft Vandenbroucke strenger optreden in de coronacrisis omdat hij gesteund wordt door een parlementaire meerderheid. ‘Die electorale meerderheid had Maggie De Block, de voormalige minister van Volksgezondheid (Open VLD) van de tijdelijke regering, niet’, zegt Heirman. ‘Daarom durven Vandenbroucke en De Croo nu kordater communiceren.’

Vandenbroucke gaf intussen rapporten van adviesorgaan Celeval vrij. Daarin beval Celeval in het advies van 29 oktober expliciet aan de niet-essentiële winkels te sluiten. Hiermee hoopt Vandenbroucke de storm aan kritiek in te dijken en zijn beslissing te rechtvaardigen.

Van januari tot en met september 2020 heeft Glass Recycling Logistics (GRL) vijftien procent meer glas opgehaald in Tongeren dan dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van Limburg.net, opdrachtgever van GRL. Die stijging heeft alles te maken met de coronacrisis.

In de periode van januari tot en met september dit jaar verzamelde Limburg.net 557 ton glas in Tongeren. In dezelfde periode vorig jaar was dat nog 483 ton glas. Dat is een stijging van vijftien procent. “Dat komt door de coronacrisis”, zegt Kris Boes van Limburg.net. “Vooral in de periode van de lockdowns zien we dat mensen opmerkelijk meer glas deponeren in de glasbollen. Het glas ophalen gebeurt door twee ploegen. Een opruimploeg gaat elke vrijdag de glasbolsites in Tongeren controleren. Ze kijken hoe vol de glasbol is en zorgen ervoor dat de sites proper blijven. Elke dinsdag gaat een ledigingsploeg de glasbollen in Tongeren ledigen”, legt Boes uit.

“Niet alle glasbollen in Tongeren zijn vol genoeg om wekelijks leeg te maken. De ledigingsploeg bepaalt op basis van de gegevens van de opruimploeg hoe vaak ze die glasbollen leeg maken.” Volgens Limburg.net zijn meest gebruikte glasbolsites in Tongeren gelegen in de Oude Blaarstraat, Cesarlaan, stadspark De Motten en Hazelreik. Ondertussen waarschuwt de stad Tongeren om geen glas naast de glasbollen te zetten: “Vuil trekt vuil aan. In een mum van tijd wordt de onmiddellijke omgeving van de glasbol een stortplaats. Vuil glas trekt bovendien ook ongedierte aan. Daarnaast worden de glasbollen machinaal leeggemaakt. Bijgeplaatst glas moet handmatig opgeruimd worden en dat is duurder.”

“Soms kan het gebeuren dat de glasbol vol is. Meestal zetten de mensen hun glas dan naast de glasbollen, maar dat is sluikstorten. Als de glasbol vol is, dan neem je dat best mee naar een andere glasbolsite in de buurt. Je kan je glas ook deponeren in het recyclagepark. Een laatste mogelijkheid is het gewoon meenemen naar huis en het op een later moment deponeren, maar zet het zeker niet gewoon naast de glasbol”, waarschuwt Boes.

Limburg.net merkt ook op dat sluikstorten naast de glasbollen een steeds groter probleem wordt. “Dat sluikstorten kan gaan van aquariums tot matrassen tot speelgoed tot bouwpuin. We zien de hoeveelheid elk jaar stijgen. Dat heeft niets te maken met een volle glasbol, dat heeft gewoon te maken met de mentaliteit van de mensen”, besluit Boes.

Geen hashtag die de voorbije jaren zo een opgang maakte als #BlackLivesMatter. Wat op het internet startte, groeide uit tot een mondiale protestbeweging. Maar hoeveel kans op slagen heeft zo’n online revolutie?

‘Please, I can’t breathe.’ Het was de laatste zin die de Amerikaan George Floyd uitsprak toen een agent op 25 mei 2020 minutenlang zijn knie in diens nek zette. Floyd stierf. Dat lazen we later niet enkel in de krant, maar we konden het ook allemaal zien. De 17-jarige Darnella Frazier filmde de gebeurtenis en plaatste de video op Facebook, niet wetende dat die ene druk op de opnameknop een ongeziene golf aan protesten tegen racisme en politiegeweld zou ontketenen. Het filmpje van 8 minuten en 46 seconden ging viraal op sociale media. Wereldwijde protesten, gesteund door de Black Lives Matter-beweging, volgden.

In de nasleep rijst de vraag hoeveel mensen hun dood, in tegenstelling tot George Floyd, niet op camera werd vastgelegd. Kan u hun namen opnoemen? Wellicht niet. Wanneer dit doordringt, kunnen we niet anders dan stilstaan bij de rol van sociale media bij het ontstaan van protesten. Zijn zij een belangrijke katalysator van protest? En wat is hun invloed op lange termijn? 

De BLM-protesten hebben hun naam en faam mede te danken aan de nieuwe media. Wat begon als een hashtag is inmiddels uitgegroeid tot een sociale (protest)beweging, met wereldwijde bekendheid. “We don’t deserve to be killed with impunity. We need to love ourselves and fight for a world where Black lives matter. Black people, I love you. I love us. We matter. Our lives matter.” Het zijn woorden uit de ‘open liefdesbrief aan zwarte mensen’ die de Amerikaanse mensenrechtenactivist Alicia Garza in 2013op haar Facebookpagina postte. Met de tekst wilde ze haar machteloosheid uiten over de vrijspraak van buurtwacht George Zimmerman. Die schoot het jaar daarvoor de zwarte tiener Trayvon Martin dood omdat hij hem voor een gangster aanzag. Zimmerman beriep zich op zelfverdediging en ging vrijuit. Martin was onbewapend. Het vonnis kwam bij vele Amerikanen hard aan. Duizenden mensen trokken de straat op om te protesteren. 

BLACK TWITTER

Terug naar Alicia Garza’s open brief op Facebook. De Amerikaanse activiste Patrisse Colors deelt Garza’s Facebookpost. Ze voegt er – als eerste ooit – de hashtag #BlackLivesMatter aan toe. Geen van beide dames beseft het, maar op dat moment – in 2013 – wordt de BLM-beweging geboren. De hashtag gaat pas viraal nadat ze wordt opgepikt door ‘Black Twitter’, een subcultuur op de sociale netwerksite Twitter. 

Dat we spreken over ‘Black Twitter’ en niet ‘Black Instagram’ of ‘Black Facebook’ is niet toevallig. Afro-Amerikanen zijn sterk vertegenwoordigd op Twitter. Maar liefst een derde van de Afro-Amerikaanse internetgebruikers is er actief, tegenover een vijfde van de witte Amerikanen. Dat blijkt uit cijfers van een studie uit 2015 van het Pew Research Centre. Op Black Twitter gaan ze met elkaar in gesprek over cultuur, ras en identiteit. Het is een platform voor protest én voor hoop. Zo wordt er  aandacht gevraagd voor politiegeweld, ongelijkheidskwesties en institutioneel racisme in de VS. Daarnaast focust ‘Black Twitter’ ook op het vieren van de zwarte cultuur. Door het delen van ludieke filmpjes en foto’s proberen de gebruikers het gebrek aan diversiteit in de populaire mediacultuur te compenseren. 

Uit statistieken van Twitter, die het PEW Research Center in 2018 publiceerde, blijkt dat de hashtag #BlackLivesMatter na de dood van Trayvon Martin, gemiddeld dertig keer per dag werd gedeeld. Een jaar later krijgt de hashtag vleugels nadat de Amerikaanse agent Darren Wilson de ongewapende zwarte tiener Michael Brown doodschoot, en ook werd vrijgesproken. #BlackLivesMatter verscheen gemiddeld 58.747 keer per dag op Twitter in de weken na Browns dood. In de tien dagen na Floyds dood werd de hashtag maar liefst 47,8 miljoen keer gebruikt. 

PARADOX

Miljoenen socialemediagebruikers struikelen online vervolgens over elkaar om hun steun aan de BLM-beweging te uiten. Op 5 juni 2020 start een weekend van wereldwijd protest. Voor het eerst krijgt de beweging op wereldwijde schaal navolging. Door het thema op miljoenen schermen over de hele wereld te brengen hebben sociale media bijgedragen aan het verspreiden van het protestvuur. 

De hamvraag blijft of BLM dankzij haar activiteiten op sociale media, ook sociale en politieke verandering zelf in gang heeft kunnen zetten. Volgens sociologen Mehmet Fatih Yigit en Bulent Tarman zijn sociale media de meest effectieve instrumenten om sociale veranderingen in goede banen te leiden. Techno-socioloog Zeynep Tufekci denkt daar anders over. “Technologie versterkt sociale bewegingen, maar paradoxaal genoeg worden ze op dezelfde manier erdoor verzwakt.”

Tufekci maakt de vergelijking met vijftig jaar geleden. Toen was het nog zware arbeid om een protestbeweging op de been te krijgen. In 1955 werd Rosa Parks gearresteerd omdat ze op de bus weigerde haar zitplaats af te staan aan een witte passagier. Om een  boycot van het openbaar vervoer als protest mogelijk te maken, moesten tweeënvijftig flyers handmatig gedrukt worden met een stencilmachine om ze vervolgens één voor één te verspreiden. Vandaag maak je met enkele kliks een Facebook-evenement aan waar duizenden mensen zich op aanwezig kunnen zetten. Volgens Tufekci zijn het net de arbeidsintensieve logistieke taken die een beweging sterk maakten. “Zo werd een organisatie gecreëerd van mensen die samen konden nadenken, collectief moeilijke beslissingen konden nemen, consensus bereikten, innoveerden en het belangrijkste: samen konden doorgaan ondanks alle hindernissen.”

Beperkte impact

Ook politicoloog Jonathan Pinckney, die in 2017 meewerkte aan een Harvard-onderzoek naar de effectiviteit van straatprotesten, ziet de dubbelzinnigheid in van sociale bewegingen zoals BLM, die dankzij sociale media in een mum van tijd groot worden. “Een snelgroeiend protest is niet hetzelfde als het oprichten van een sterke beweging met een duurzame achterban, infrastructuur en strategie. Natuurlijk maakt een snel opgekomen, grote protestbeweging indruk”, zegt Pinckney in een interview op issuemakers.nl. “Maar politici weten dat er geen organisatie achter zit met de kracht om op lange termijn te volharden. Zo kunnen ze gewoon wachten tot het overwaait. Snel een enorme groep mensen mobiliseren is knap, maar niet genoeg voor een succesvol protest.” Zal BLM door een gebrek aan organisatie en hiërarchie in de praktijk geen grote impact hebben? Een groot sociale medianetwerk met zwakke banden. Is dat hoe we BLM moeten samenvatten? 

Sander Van Haperen, die doctoreerde met een onderzoek naar de rol van sociale media in de BLM-protesten, nuanceert. Van Haperen stelde in zijn doctoraatsproef vast dat protestbewegingen zoals BLM door het gebruik van sociale media niet minder hecht zijn. De groepsvorming zou niet fundamenteel zijn veranderd. Wel zijn er meer aanleidingen gekomen om je aan te sluiten bij een protest. Bovendien blijven de lokale ‘offline’ omstandigheden en netwerken belangrijk. “Sociale media zijn een weerspiegeling van onze sociale netwerken en de meeste contacten hebben we met mensen in de buurt. Hoewel het dus in theorie mogelijk is om via sociale media veel grotere groepen mensen te bereiken, groeit protest in de praktijk gewoon via lokale gemeenschappen.” 

TIME FOR CHANGE?

Maar is dat voldoende om ook echt het systeem te veranderen? The New York Times-journalist Nate Cohn zag in een van zijn artikels alvast een lichte verschuiving. Cohn houdt zich vooral bezig met verkiezingen, opiniepeilingen en demografie. Voor The Upshot, een website van The New York Times waarop datavisualisatie wordt gecombineerd met conventionele journalistieke nieuwsanalyse, ging hij na hoe de publieke opinie over BLM is geëvolueerd. Hij komt met opvallende cijfers. Uit een onderzoek van Civiqs blijkt namelijk dat in de twee weken nadat de video met een stikkende George Floyd zich verspreidde via sociale media, de steun van BLM bij de Amerikaanse stemgerechtigden bijna evenveel toenam als in de twee jaar daarvoor. Daarnaast wezen ook de wekelijkse opiniepeilingen van de universiteit van Los Angeles (UCLA) op een aanzienlijke toename van betrokkenheid. Enerzijds in de aversie tegenover de politie, anderzijds in de overtuiging dat Afro-Amerikanen veel discriminatie ervaren. 

Volgens Cohn is het belangrijkste dat uit een opiniepeiling van de Universiteit van Monmouth bleek dat 76 procent van de Amerikanen racisme en discriminatie als een ‘groot probleem’ beschouwt. Een stijging met 26 procent op twee weken tijd. Daarnaast toonden de opiniepeilingen aan dat een meerderheid van de Amerikanen gelooft dat de politie eerder dodelijk geweld gebruikt tegen Afro-Amerikanen, terwijl in 2013 – toen BLM begon – een grote meerderheid van de kiezers het niet eens was met deze uitspraak. Een ander onderzoek is dat van het Pew Research Center uit 2014.  Daarin werd vastgesteld dat 23% van de socialemediagebruikers in de VS zegt dat sociale media hun opinie over politieke kwesties – waaronder BLM wordt vermeld – heeft veranderd. Daaruit zouden we kunnen besluiten dat de BLM-beweging dankzij zijn grote bereik op sociale media, een wezenlijke invloed heeft gehad op de publieke opinie. 

ECHOKAMERS

Maar er is ook slecht nieuws. Sociale media zijn namelijk niet enkel een zegen voor het democratisch protest. Volgens Vyacheslav Polosenski, onderzoeker aan het Oxford Internet Institute, brengen sociale media zowel nieuwe opportuniteiten als bedreigingen met zich mee. “Sociale mediaplatformen zoals Facebook en Twitter hebben in principe wel de mogelijkheid om de mens met uiteenlopende meningen in contact te brengen, maar de voorkeuren uit de gebruikte algoritmes voor personalisering zorgen dat gebruikers vooral met een bevestiging van de eigen ideeën worden geconfronteerd”, stelt Polosenski in het artikel The biggest threat to democracy? Your social media feed.

Daarmee verwijst Polosenski naar de zogenaamde echokamers waarvoor heel wat onderzoekers waarschuwen. Sociale media zouden volgens hen een echokamer zijn waarin enkel informatie en meningen voorkomen die met je eigen opinie overeenstemmen. Dat kan zorgen voor negatieve gevoelens tegenover de opinie van mensen en groepen die er een andere mening op nahouden. Zo wordt het internet een kanaal dat tegenstellingen tussen verschillende ideologieën versterkt, in plaats van plek waar publiek debat gevoerd kan worden.

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Kim Achtergaele (22), studente radiojournalistiek, lijdt aan misofonie. Dat is een afkeer van bepaalde repetitieve geluiden zoals slikken. Daardoor kon ze geen lange babbels aan met mensen aan tafel. Ze vertelt ons hoe ze ermee om leerde gaan: van irritatie tot oordoppen en muziek.

“Toen ik jong was, konden ze er totaal geen naam op plakken. Er was helemaal niets over gekend. Daarom noemde ik misofonie toen ‘het vervelende-mensensyndroom’.” Misofonie ontwikkelt zich bij de meesten aan het begin van de tienerjaren. Bij Kim was dat op haar twaalfde. Ze merkte dat geluiden meer en meer begonnen op te vallen. Het begon met bestek en alles wat op porselein klingelde, maar het evolueerde naar het letten op hoe iemand spreekt en slikt. “Hoe beter je een persoon kent, zoals bijvoorbeeld een van je ouders, hoe harder je daarop begint te letten. Zij die het dichtst met je samenleven, beginnen je het hardst te irriteren. Dat is rot. Je kan niet boos worden op iemand omdat die een appel eet, maar vanbinnen wil je die vermoorden,” aldus Kim.

Misofonie verbergen

Als ze vroeger examen had, was het moeilijk om te focussen. Ze concentreerde zich veel meer op het geklik van de pen van haar vriendin, wat ze achteraf ook uitsprak. “Toen zei ze me om gewoon eens oordoppen aan te doen. En nu draag ik die heel veel. Toen waren er dat van die kleurrijke en die vielen hard op. Dan vroeg iedereen altijd wat ik in mijn oor had en moest ik steeds zeggen dat ik oordoppen droeg. Dat was zo gênant. Nu heb ik dus vleeskleurige oordoppen die je niet ziet. Het dragen maakt je wel een beetje doof.” Om niet te moeten uitleggen wat misofonie is, zegt Kim vaak dat ze niet goed hoort en dat mensen wat luider moeten praten. Ze zoekt liever een uitvlucht dan te moet uitleggen dat ze oordoppen draagt.

‘Misofonie is als een paniekaanval, maar met meer woede’

“Je kan het eigenlijk een beetje vergelijken met een paniekaanval, maar met meer woede. Je denkt effectief dat die persoon een geluid maakt om mij te irriteren. Ik zat ooit zestien uur op een vliegtuig. De persoon achter mij was de hele vlucht aan het niezen en die voor mij was aan het hoesten. Ik werd compleet gek op dat moment. Om rustiger te worden heb ik dan mijn oordoppen ingedaan en er een koptelefoon met muziek overheen gezet. Na een kwartier was het al beter.”

Impact op gezin

Voor Kim was haar vriend Thomas een grote steun. In het begin van de relatie maakte hij een aantal geluiden waardoor haar stoppen doorsloegen. Ze kon daar niet tegen en vroeg hem om te stoppen. Vooral met slikken. “Hij vond eerst dat hij zich niet moest aanpassen. Maar toen ik uitlegde dat ik daar echt niet tegen kan en dat ik dat niet kan afzetten, maakte hij een klik en vroeg hij me wat hij kon doen om het me gemakkelijker te maken. Dat vond ik zo cool! “ Maar terwijl het bij Thomas vooral slikken is, is dat bij andere personen anders. Volgens Kim heeft haar mama bijvoorbeeld een gekke manier van spreken.

‘Bewegingen hangen vast aan geluiden’

“Het zijn echt vooral mondgeluiden die repetitief zijn van nature. Dingen zoals slikken, het tikken met je voeten, hoesten, het schrapen van je keel … Al zijn er ook bewegingen bij die vasthangen met geluiden. In principe hoor ik het geluid niet als ik oordoppen en een koptelefoon aanheb.” Toch kan Kim ook gek worden omdat ze weet welk geluid een bepaalde beweging maakt. Ze moet het gekraak van een appel niet horen om te weten welk geluid dat maakt. Tijdens de lockdown is het erger geworden. “Daarvoor kon ik nog eten met enkel oordoppen, maar nu moet daar altijd een koptelefoon bij met muziek. Dat is heel vervelend, want wanneer gaat het ooit genoeg zijn? Misschien wil ik nog een koptelefoon over een koptelefoon (lacht).”

Behandeling

Toch is het als radiostudente geen probleem, hoewel ze daar vroeger veel schrik voor had. De helft van de tijd neemt volgens Kim de adrenaline over. “Dat en het verhaal dat iemand brengt is vaak goed genoeg om die misofonie te onderdrukken. Al is het al voorgekomen dat een persoon met wie ik bel zo’n vervelende stem heeft dat ik het geluid ervan stiller zet. Dan hoor ik nog wel wat ze zeggen, maar hoor ik de stem minder.”

“Er is een boek over misofonie geschreven dat ik heel leuk vond. Dat was een heel leerrijk boek. Ik zit ook in enkele Facebookgroepen waar ik veel uithaalde. Dat was niet altijd even slim, want andere mensen hun irriterende geluiden ontdekken, kan ervoor zorgen dat je die overneemt.” Als het gaat over remedie, weet Kim dat het AMC in Amsterdam een plek is waar ze onderzoek doen en een gedragstherapiebehandeling hebben. Ze denkt eraan die wel eens te proberen. De therapie leert je niet om het te ontwijken, maar om ermee om te gaan. “Ik ben er zeker van dat ik het ooit wel eens zal doen. De vraag is wanneer? Wanneer gaat het echt mijn oren uitkomen?”

In de lente van 2018 fotografeerde Stamp-reporter Luka Van Royen de solidariteitsmars tijdens de begrafenis van de Koerdisch-Iraakse peuter Mawda Shawri.
De tweejarige Mawda stierf op 17 mei 2018 door een politiekogel tijdens een achtervolging op de E-42 in Namen. Ze zat samen met haar ouders en broertje in een een bestelwagen, bestuurd door een mensensmokkelaar die hen naar Engeland zou brengen. Het proces tegen de agent die schoot begon gisteren in Bergen. Dat bracht een nieuwe golf van solidariteit met zich mee. In het hele land vonden gisteren acties plaats als steunbetuiging aan de familie Shawri, dankzij de campagnes van #justice4Mawda.

De actiegroep wil hiermee het structureel politiegeweld aankaarten dat plaatsvond tijdens die bewuste nacht. Er werd massaal informatie verspreid via sociale mediakanalen. Zondagavond introduceerden de activisten een postercampagne, gevolgd door acties op maandag. Aan alle grote rechtbanken in het land hingen activisten kinderkleertjes op aan een wasdraad en schreven ze boodschappen aan het beleid en als steunbetuiging aan de ouders van Mawda. De ingezamelde kleren worden doorgegeven aan vzw Humain, een organisatie die zich inzet voor mensen op de vlucht.

Op haar zesde kreeg Kerry-Lynn Van Ham de diagnose alopecia areata, een ziekte waarbij het lichaamshaar geheel of gedeeltelijk uitvalt. Nu, 21 jaar later, wil ze zichzelf niet langer verstoppen onder sjaals en pruiken. ‘Ik heb vaak gehuild, maar mensen mogen me nu zien zoals ik ben.’

Kerry-Lynn kreeg de diagnose van alopecia areata toen ze amper zes jaar was. ‘Mijn haar zat vast tussen de schommel. Toen mijn ouders het eruit haalden, zagen ze een kale plek op mijn hoofd.’ Die leek op het eerste gezicht onschuldig, maar ook tijdens het kammen en slapen verloor Kerry-Lynn meer haar dan normaal. ‘Mijn ouders dachten niet meteen aan alopecia, omdat het bij jonge kinderen zelden voorkomt. Maar na onderzoek konden we niet om de diagnose heen.’

Na de diagnose ging het snel. Ze verloor op korte tijd al haar hoofd- en lichaamshaar. ‘Mijn wenkbrauwen en wimpers heb ik gelukkig nog wel’, relativeert ze. ‘Al verdwijnen die af en toe om nadien terug te groeien. Daar ben ik blij om, want heel wat mensen met de totalis-vorm van de ziekte hebben dat geluk niet.’

Toch geen kanker?

Als kind zag ze zelf geen graten in haar haaruitval. ‘Voor mijn ouders was het veel erger’, zegt ze. ‘Plots zag ik er voor veel mensen heel ziek uit. Ik had sowieso al een bleke huid, maar de combinatie met een sjaaltje op mijn hoofd creëerde verwarring. Mijn ouders kregen vaak de vraag of ik kanker had en al dan niet zou sterven.’

Op dat moment had de Antwerpse zelf weinig last van haar ziekte, maar dat was anders voor haar ouders. ‘Als kind wil je gewoon kind kunnen zijn. En als ouder wil je niet dat iemand je kind op zo’n manier bekijkt en benadert.’ Alopecia treedt voornamelijk op bij jongvolwassenen, maar het kan in principe op elke leeftijd voorvallen. ‘Omdat een jong kind zonder haar zeldzaam is, kregen mijn ouders regelmatig vervelende vragen.’

Door de vreemde blikken van omstaanders, begon Kerry-Lynn sjaaltjes met extensions, kunstmatige haarverlengingen, te dragen. ‘Die had mijn mama eronder genaaid. Zo kwam er soms een paardenstaart of een haarlok van onder mijn sjaaltje uit zodat ik me toch comfortabeler zou voelen. Mijn ouders bleven naar oplossingen zoeken en steunden me altijd. Maar ik kwam plots ook mijn eigen gevoelens tegen.’

Vieze blikken en lelijke commentaar

Kerry-Lynns zorgeloosheid over haar ziekte veranderde toen ze ouder werd en naar de middelbare school ging. Ze droeg vanaf dan een volledig op maat gemaakte pruik met echt haar, maar bleef commentaar krijgen van andere kinderen. ‘Ik begon me dat aan te trekken. Ik voelde me minder vrouwelijk en begon mijn ziekte meer te camoufleren. Het gepest woog op mijn zelfbeeld. Ik heb me vaak afgevraagd waarom net ik opgezadeld zit met deze diagnose.’

Ook vandaag moet ze nog steeds negatieve reacties incasseren. ‘Onlangs sprak een vreemde man me op café aan om me te vertellen dat ik wat meer moeite zou mogen doen om een mooiere pruik te kopen. Het viel volgens hem te hard op’. ‘Zo’n man denkt dat hij er goed aan doet mij zomaar te vertellen dat het er niet uitziet. Maar ik voelde me ongemakkelijk en geshockeerd. Ik had me opgemaakt en voelde me mooi. Als dan een wildvreemde je komt vertellen dat dat helemaal niet zo is, is dat een harde klap.’

Ver van genormaliseerd

Naast negatieve reacties kreeg ze ook het gevoel dat ze ‘de enige’ vrouw was zonder haar. ‘Ik zag op straat niemand zonder haar’, zegt ze. ‘Dat wordt verstopt in het straatbeeld, waardoor ik dat bij mezelf ook ging doen. Wanneer ik dan toch iemand zie die zonder haar buiten durft komen, put ik daar steun uit. Dan besef ik dat ik dat ook wil kunnen. Stap voor stap lukt me dat ook.’

Wat volgens Kerry-Lynn ook niet helpt, is de torenhoge prijs van een deftige pruik. Een handgemaakte pruik op maat kost gemakkelijk bijna 2.000 euro. Het ziekenfonds betaalt daar ongeveer een tiende van terug. ‘Dat is te weinig’, zegt ze. ‘Zij zien dat als esthetische luxe. Maar als jonge vrouw vind ik hoofdhaar absoluut geen overbodigheid.’

Een nieuw begin

Sinds vorig jaar heeft de Antwerpse een nieuwe partner: Eliot. Hij heeft haar kijk op zichzelf en haar ziekte helemaal veranderd. ‘Dankzij Eliots steun durf ik eindelijk te zijn wie ik ben. Ik kan nu aan de buitenwereld tonen dat het niet uitmaakt of je ‘anders’ bent. Wees wie je bent, altijd en overal.’

Onder dat motto wil Kerry-Lynn nu ook anderen met zulke onzekerheden een hart onder de riem steken. ‘Voor mijn relatie voelde ik me vaak niet geaccepteerd. Als niemand in je omgeving je accepteert, ga je dat zelf ook niet doen.’ Tot een maand geleden kwam ze nooit buiten zonder pruik ‘Het was tijd voor een nieuw begin. En wonder bij wonder voelde dat ontzettend bevrijdend en zelfs normaal. Ik kreeg het gevoel dat ik mezelf had teruggevonden.’

‘Je kan iets lang negeren, maar pas wanneer je het omarmt, kan je er echt gelukkig mee zijn.’

Onder andere via haar Instagramaccount, h_alopecia, wil ze mensen bereiken die het om eender welke reden ook moeilijk hebben zichzelf te omarmen. ‘Samen sta je sterker. Ik wil steun geven, ervaringen delen en zelfs leuke foto’s maken met zij die ook alopecia hebben. Vrouwen zonder haar moeten meer in het straatbeeld komen.’