Category Archives: Ongecategoriseerd
Vandaag is het Belgische nationale vrouwendag. Ik hoor het sommigen al denken: “Daar begint weer een of andere feministische twintiger te zagen over vrouwenrechten. Is er nog niet genoeg gendergelijkheid in België ondertussen?” Wel, sta me toe u te overtuigen: we’re on our way, but we’re not quite there yet’.

Natuurlijk is er ondertussen veel vooruitgang geboekt. Vrouwen hebben in België ondertussen al – hoera – 72 jaar lang stemrecht. We hebben in België ondertussen wetten om discriminatie te bestrijden en om de integratie van het genderperspectief in wetsontwerpen te waarborgen. Sinds dit jaar moet elke magistraat een opleiding volgen over seksueel en intrafamiliaal geweld. De werkzaamheidsgraad van vrouwen is enorm gestegen. Het aantal vrouwelijke parlementsleden groeit en steeds meer vrouwen bekleden leidinggevende posities.
Ondanks deze stappen in de goede richting is het belangrijk om op een dag als vandaag even in eigen Belgische boezem te kijken. Geen enkele vrijheid of gelijkheid is immers voor altijd en in elke omstandigheid verworven. De huidige coronacrisis en de maatregelen die in het leven geroepen zijn om haar te bezweren zijn hiervan een (soms minder) mooi voorbeeld. Het is daarom belangrijk om waakzaam te blijven en te blijven ijveren voor maatregelen die de gelijkheid van vrouwen en mannen nastreven en waarborgen.
Het is ons immers nog niet gelukt om volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen te realiseren. De loonkloof is nog niet gedempt en er is nog geen gelijk loon voor gelijk werk. De werkzaamheidsgraad bij oudere vrouwen en vrouwen van buitenlandse origine is in België nog steeds erg laag. Geweld tegen vrouwen komt nog steeds in alle lagen van de samenleving voor en elke aanranding, verkrachting of vernedering van vrouwen binnen of buiten relaties is er nog steeds een te veel.
Vrouwen nemen vandaag nog steeds meer zorgtaken op dan mannen en ook in de zorgsector zijn voornamelijk vrouwen aan het werk. De huidige coronacrisis maakt extra zichtbaar hoe waardevol dat zorgende werk is en hoe essentieel het is om onze samenleving draaiende te houden. Toch krijgt zorgarbeid niet dezelfde waardering als ‘productieve arbeid’ en veel van die zorg wordt weinig, niet genoeg of niet betaald.
Ook in de Belgische media is er nog een weg te gaan. Als ik zie dat verschillende media bij de berichtgeving over de moord op een burgemeester haar leven reduceren tot een banaal voorval in haar privéleven, dat een vrouw in een krantenkop nog al te vaak geen naam krijgt wanneer ze iets presteert, en dat een krant naar aanleiding van deze nationale vrouwendag een artikel publiceert en hierbij in zijn vraagstelling (aan nota bene haast enkel blanke vrouwen) vertrekt vanuit het “man-zijn” dan zeg ik … ook in de Belgische media zijn we er nog niet.
Coronacrisis
Naast de ‘gewoonlijke’ uitdagingen op vlak van gendergelijkheid, komt hier dit jaar nog een enorme uitdaging bij. De huidige coronacrisis is naast een gezondheidscrisis ook een enorme economische en sociale crisis. De negatieve gevolgen van COVID-19 zullen wereldwijd veel groter zijn voor vrouwen en meisjes, en dit zowel op vlak van hun gezondheid, zorgtaken, veiligheid, als op sociaal en economisch vlak. In tijden van crisis en quarantaine lopen vrouwen een hoger risico op geweld, op jobverlies, op verlies van inkomen en op uitbuiting en misbruik. Het geweld op meisjes en vrouwen neemt wereldwijd toe ten gevolge van de coronacrisis. Vrouwen worden bovendien nog onvoldoende vertegenwoordigd op de cruciale besluitvormingsplaatsen om te reageren op huidige pandemie.
Toekomst
Dit jaar kende België met Sophie Wilmès haar eerste vrouwelijke premier en de huidige federale regering is de meest vrouwelijke ooit. Het regeerakkoord staat bol van ambitie op vlak van gendergelijkheid en de federale regering heeft de realisatie van gendergelijkheid en de rechten van vrouwen en meisjes tot prioriteit voor België uitgeroepen.
Deze ambities zijn beloftevol en in antwoord op de huidige coronacrisis is het cruciaal om in te zetten op maatregelen die de realisatie van gendergelijkheid tot doel hebben. De manier waarop we op deze crisis reageren zal een invloed hebben op vlak van gendergelijkheid in België. Zoals de secretaris-generaal van de VN Antonio Gutteres onlangs zei: “ook al is het crisis, dit is hét moment om naar een meer gelijke samenleving te gaan. Richt je dus op vrouwen en meisjes in alle inspanningen om socio-economische antwoorden te vinden, ook voor fiscale stimulerende maatregelen, sociale hulpprogramma’s en sociale bescherming.”
Maak de combinatie van betaalde arbeid en zorg mogelijk. Breid vaderschapsverlof uit. Maak van gendergerelateerd geweld een prioriteit, zowel in de strijd tegen huiselijk geweld en geweld op vrouwen als via de aanpak van seksueel geweld. Neem in elke besluitvorming een genderperspectief mee.
Ook de vierde macht kan nog enkele stappen in de goede richting zetten. Gebruik jullie macht om de samenleving te laten evolueren in positieve zin, om geweld op vrouwen niet te tolereren of aan te wakkeren en om uiteindelijk mee te zorgen voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in alle opzichten.
En tot slot, zoals de onlangs overleden Amerikaanse opperrechter Ruth Bader Ginsburg antwoordde op de vraag wanneer er genoeg vrouwen in het Hooggerechtshof zetelen: “When there are nine”. Hiermee bedoelde ze niet dat alle rechters vrouwelijk moeten zijn, maar dat wanneer er niemand meer opkijkt van het feit dat alle opperrechters vrouwen zijn (wanneer er negen mannelijke opperrechters zijn, is er namelijk niemand die hier van opkijkt), wanneer het geen nationaal nieuws of ‘opmerkelijk’ is dat er x-aantal vrouwelijke ministers zijn, wanneer een topvrouw gewoon top is, wanneer een programma als Justice for All ook vrouwelijke advocaten cast of nog béter, wanneer gender of de afwezigheid ervan in zijn geheel totaal geen issue is: ja, dan pas zullen we er zijn.
Midden augustus raakt bekend hoe een chatgroep van meer dan zeshonderd leden oproept tot geweld tegenover jonge LHBTI+-ers. Een zoveelste klap voor een gemarginaliseerde groep die vaak een deel van de identiteit wegstopt uit schrik voor represailles. Hierin spelen de media een rol door foutieve, laattijdige of nalatige berichtgeving. ‘Het is ontmenselijkend dat journalisten ons als nieuwsobjecten zien.’
Ik sta wat te ijsberen in een zilveren jurk wanneer mijn goede vriendin vraagt of ik uit de paskamer wil komen. De herinnering aan een wildvreemde die me gisteren in de supermarkt ‘homo’ toefluisterde, spookt nog door mijn hoofd. Een garderobe die langs alle kanten glinstert, zal de foutieve perceptie die de maatschappij van me heeft nog minder ten goede komen. Ik hak de knoop door en schuifel met m’n blik op de grond richting de kassa. De weg naar het recht op zelfexpressie loopt over een hobbelig pad.
In augustus krijg ik nogmaals de bevestiging dat mijn angst voor de blik van de buitenwereld gerechtvaardigd is. Dat het niet normaal is voor iemand als ik om rond te lopen in een kleed.

Het Laatste Nieuws onthult dat er een chatgroep bestaat waarin meer dan 600 groepsleden expliciet geweld tegenover jonge LHBTI+-ers (homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgender -en intersekse personen) verheerlijken via honderden filmpjes en foto’s. Veel beeldmateriaal wordt willekeurig van het internet geplukt, maar er zijn ook video’s die de leden zelf maken in Blankenberge, Antwerpen, Roeselare en Leuven. Uit de gelekte chatberichten blijkt dat leden via TikTok en Instagram op zoek gaan naar slachtoffers of geld bieden aan anderen om iemand in elkaar te slaan. De oorspronkelijke chatgroep is ondertussen opgedoekt, maar volgens VRT NWS circuleren er nog veel andere op het net die oproepen tot haat en geweld.
Çavaria, de Vlaamse belangenverdediger van de LHBTI+-gemeenschap, roept slachtoffers van geweld op om aangifte te doen. In een persbericht laat de organisatie weten dat dit nodig is om een correct beeld te vormen van waar en onder welke omstandigheden deze problemen zich voordoen.
Kompany
Bij het lezen van de krantartikelen rond de bende van de chatgroep bekruipt me echter een gevoel van onbehagen, want in de eerste alinea’s van zowel Het Laatste Nieuws als De Morgen krijg ik de allochtone herkomst van de beruchte groepsleden voorgeschoteld. Door de uitvoerige berichtgeving rond de vechtpartij in Blankenberge die een week daarvoor plaatsvond, ontstaat de vrees dat dit tot een zoveelste discussie rond afkomst zal uitdraaien. Dat leidt af van het echte probleem, dus zal dat in dit artikel niet benoemd worden.
Op de dag dat de feiten bekend raken, is het nieuws niet te vinden in het VRT-avondjournaal. Het hoofditem dan is de vroegtijdige stop van Vincent Kompany als voetbalspeler. De ombudsman laat in een mail die op Facebook circuleert weten dat dit komt door de beperkte personeelsbezetting. Hij meldt eveneens dat ze binnen de justitie-redactie voorrang gaven aan een gewonde agent in Schaarbeek. In een reactie op dat Facebook-bericht merkt VRT-journalist Riadh Bahri op dat de openbare omroep het nieuws wel op de radio bracht en dat het twee dagen later ook online stond en in het journaal aan bod kwam. Volgens Bahri werkt de VRT liever traag en correct dan snel en met fouten. Zijn reactie is ondertussen verwijderd.
‘Natuurlijk is het belangrijk dat er geen fouten zitten in je berichtgeving’, zegt Inke Gieghase (die/hun*), een freelance journalist met expertise in de genderthematiek. ‘Maar nieuws dat van belang is voor de veiligheid van velen pas twee dagen na de feiten brengen, is problematisch. Een redactie als die van hun zou in staat moeten zijn om dit sneller te verwerken. Een kort bericht op de dag zelf was al goed geweest. Het draait hier niet om nieuwswaarde, maar om de veiligheid van een gemarginaliseerde groep.’
Die manier van handelen is geen unicum wanneer het aankomt op LHBTI+-nieuws. Zo staan Bruce Van Steenwinkel (hij/hem) en Nick Braekevelt (hij/hem) in 2019 in alle grote kranten. Tijdens de nacht van 28 december, in de buurt van de Sint-Baafskathedraal te Gent, vallen drie mannen de twintigers aan. De daders hebben het op hun genderexpressie gemunt, want Vansteenwinkel en Braekevelt dragen op dat moment mascara. Een dag of twee later vertellen ze aan VRT NWS dat de geweldplegers ‘vuile homo’, ‘ik spuw op jullie’ en ‘disgusting’ riepen. Voor Braekevelt zijn het die verbale uitingen die duidelijk maken dat de daders niet slaan om te slaan, maar dat het geweld op zijn persoonlijkheid is gericht. Zowel Braekevelt als Vansteenwinkel worden met ernstige verwondingen op het AZ Sint-Lucas binnengebracht. De politie van Gent start meteen een onderzoek op en gaat na of er camerabeelden zijn van het incident. Hoewel de slachtoffers aangeven dat het hier om gaybashing gaat, spreekt De Standaard over een ‘mogelijke gaybashing’. Het Nieuwsblad en Het laatste Nieuws behandelen de geweldpleging zoals de slachtoffers dit benoemen.
Op 11 mei 2020 berichten diezelfde kranten dat de politie de zaak seponeert wegens onvoldoende bewijzen. Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws, die in december zelf nog schreven dat het hier om gaybashing gaat, steken plots ook het woord ‘vermoedelijk’ mee in hun verslaggeving. ‘Ik weet nog goed dat Bruce en ik ons bij journalisten moesten verdedigen dat het hier effectief om homohaat ging’, getuigt Braekevelt aan de telefoon. ‘Ergens is het een beetje vreemd dat je die verantwoording aan de slachtoffers vraagt.’
Braekevelt vertelt verder hoe sommige journalisten zich behoorlijk agressief opstelden wanneer ze na de feiten een getuigenis probeerden te bemachtigen: ‘Ik zei meteen tegen Bruce dat ik geen twintig interviews wou doen. Wanneer ik dan aan een journalist van VTM vertelde dat ik het wou houden bij mijn interview voor het VRT-journaal, kreeg ik de vraag waar ik dacht mee bezig te zijn. Hij maakte er haast een punt van dat VTM het nieuws niet zou brengen als we niet met hem babbelden. In mijn ogen lijkt dat alsof homohaat niet belangrijk genoeg is wanneer je er geen exclusief nieuwsitem van kan maken. Op zo’n moment voel je je redelijk ontmenselijkt, want ze zien je als een nieuwsobject. Uiteindelijk heeft VTM ons verhaal uitgezonden zonder interview in het middagnieuws, daar ze wisten dat de VRT haar reportage pas tegen de avond klaar ging hebben.’
‘Niemand waarschuwde ons trouwens dat het nieuws rond de seponering gepubliceerd zou worden. De zaak was ook al sinds 12 maart afgedaan omdat de politie geen bewijs vond. Die beslissing valt te begrijpen; maar ik vraag me wel af of dit nieuws moedwillig later in de pers verscheen. Misschien wouden ze op die manier niet laten uitschijnen dat dit onderzoek al zo vroeg stopgezet was. De politie zal zelf wel beseffen dat dit een gevoelig thema is’, concludeert Braekevelt.
Zijn verhaal doet Lander Verschaeren (20, hij/haar/die) uit Duffel denken aan een eigen botsing binnen de mediawereld: ‘Vorig jaar ging ik samen met een vriend helpen bij het filmen van een spotje voor De Warmste Week. Daarin hadden ze LHBTI+-personen nodig. Voor de opname van start ging, kwamen we er achter dat er in onze groep figuranten zaten zonder dat die ook maar iets te maken hadden met onze gemeenschap. Ze werden gewoon geschminkt en kregen wat glitter over zich heen gegooid. Zoiets kan je echt niet maken, maar de producers snapten totaal niet waarom we kwaad waren. Ze geven je meteen het gevoel dat je ambetant bent en drama maakt om niets, maar het is niet aan de meerderheid om te beslissen wat betwistbaar is voor een minderheid. Ik begrijp dat dit vanuit een onwetendheid kan komen, maar het wordt problematisch wanneer we vanuit onze eigen ervaringen spreken en je daar nog steeds niet naar wilt luisteren. Ze willen wel over ons spreken, maar niet met ons.’
Jij bepaalt het label, het label bepaalt jou niet
Gieghase merkt op dat het vooral de informatie rond transgender personen is die vervalt in foutieve nieuwsvoering: ‘Mediakanalen brengen dit vaak te sensationeel of leggen de focus te veel op het fysieke, terwijl dit niet de volledige realiteit van een transgender persoon weerspiegelt.’ Tot die groep rekenen ook sommige non-binaire personen zich. Onder dit paraplubegrip, soms ook genderqueer genoemd, bevinden zich alle genderidentiteiten die zich buiten het binaire gendermodel begeven. Dit gaat om personen die zich niet expliciet man of vrouw of juist geen van beiden voelen. Hun genderidentiteit komt in veel gevallen niet overeen met hun biologisch geslacht, wat zich al dan niet kan uiten in de genderexpressie via spraak, houding, kleding of kapsel.
Verschaeren is, net als Gieghase, non-binair. Wanneer ik hen in augustus ontmoet op het terras van het Vooruit-café in Gent, draagt die een parelmoeren ketting die het hangertje rond mijn hals doet verbleken. Ook de lichtroze oogschaduw, de florale jumpsuit en hun lange haren doen enige jaloezie bij me opborrelen. De zonnige omstandigheden vragen om een luchtige anekdote: ‘Ik vind het een onnozele metafoor, maar eigenlijk is dit allemaal begonnen in de buik van mijn moeder. Bij mijn tweelingbroer konden ze zien dat hij een jongen was, maar ik zat met mijn benen toe. Ze zagen dus niet welk geslacht ik had’, lacht Verschaeren.
Thomas Mangelschots uit Gent (hij/haar/die), die ik enkele dagen later aan dezelfde terrastafel ontmoet, duidt dat de invulling van dat non-binaire en de daarmee gepaarde genderexpressie voor iedereen iets anders kan zijn. ‘Ik zweef tussen man en vrouw en voel me op mijn sterkst wanneer mensen kunnen zien dat mijn kleding volgens hun perceptie niet strookt met mijn geslacht, maar dat betekent daarom niet dat dit de enige invulling hiervan is. Zo zijn er non-binaire personen die zich met geen enkel gender identificeren. Bij anderen wisselt dat gender van dag tot dag. Jij bepaalt de invulling van dit label. Het label bepaalt jou niet. Uiteindelijk is kleding ook slechts een aanvulling op hoe je je voelt. Je genderexpressie verandert dus niets aan je gender zelf. Daarom kan je ook niet uitgaan van iemands gender puur op hoe iemand eruitziet.’
Onzichtbare groep
Volgens onderzoek van Het Instituut voor Gelijkheid van mannen en vrouwen identificeert 22% van de transgender personen in België zich als non-binair. Dat percentage valt echter niet terug te vinden in de burgerlijke staat door een gebrek aan juridische erkenning. Bij een aanpassing van geslacht zijn immers alleen man of vrouw een keuze. Wie zich hier niet in thuis voelt, kan zich niet laten registeren zoals hij/zij/die dat wilt en wordt zo uitgesloten. Çavaria geeft diezelfde kritiek in 2018. De belangenorganisatie vindt de transgenderwet, die geslachtswijziging mogelijk maakt, discriminerend voor mensen met een niet-binaire genderidentiteit. Daarom dienen ze een klacht in bij het Grondwettelijk Hof.
In juni 2019 haalt çavaria haar gelijk en verklaart het Grondwettelijk Hof dat de transgenderwet inderdaad ongrondwettelijk is. In de nabije toekomst kan naast ‘M’ en ‘V’ eventueel ook een ‘X’ toegekend worden aan de burgerlijke staat. Het parlement moet de nieuwe regeling nog uitwerken, maar dat kan volgens jurist en ombudsvrouw Gender Annelies D’Espallier nog wel even duren: ‘Experts waarschuwen voor het idee dat je een vergaarbak zou maken van non-binaire personen wanneer je een X toevoegt aan het paspoort. Als je een volledige groep gaat identificeren op basis van een gendernotatie, maak je hen vatbaarder voor discriminatie. Of die ‘X’ nu goed is voor elke non-binaire persoon, moet dus in vraag gesteld worden.’
Dog whistles
Wanneer ik over Twitter scroll, merk ik inderdaad dat een ‘X’ op de identiteitskaart geen gelijkwaardigheid of tolerantie garandeert. In december 2019 post de 18-jarige Boran Verstraete (hij/hem) uit Tienen foto’s op Twitter waarin hij een rokje draagt. Bij de foto’s vermeldt Verstraete dat hij het fijn zou vinden dat dit soort kleding voor alle genders genormaliseerd wordt. Tal van mensen zijn het daar niet mee eens, want er volgt een grote stroom homofobe reacties.
Commentaren als deze komen niet alleen van de zogenaamde internet trolls. Ook machtsfiguren als N-VA-politicus Theo Francken tweeten regelmatig over hoe abnormaal ze dit vinden. Vorig jaar vroeg hij zich bij een reclame rond mannenlingerie af of ‘de wereld doordraait nu mannen hun wenkbrauwen epileren en zich schminken.’ Volgens hem wordt er ‘disproportioneel veel aandacht gegeven aan een marginaal verschijnsel waar 99% van de mannen geen boodschap aan heeft.’ Na kritiek verwijdert hij zijn tweet, maar wanneer online kledingwinkel Zalando haar ‘Zerotype’-campagne lanceert, laat Francken opnieuw van zich horen. Op de campagneposter staat een jongen in een jurk, wat volgens hem ‘iets lijkt om terug te sturen.’ Na een reeks aan kritieke reacties verdwijnt de tweet opnieuw, maar Het Laatste Nieuws zet Francken zijn boodschap in de kop van een artikel dat ze hierrond publiceren. Verschaeren: ‘Zo’n uitspraken noemen ze dog whistles. Francken zijn achterban ziet en hoort wat hij bedoelt, terwijl hij zich nadien nog makkelijk kan terugtrekken en beargumenteren dat hij dit niet zo bedoelde. Maar ondertussen is zijn boodschap wel overgebracht. Van mij mag je die praat verkopen op café, maar zo’n uitspraken hebben geen recht op een mediaplatform. Meningen als deze zijn niet vernieuwend of prikkelend. Het is simpelweg haatdragende taal.’
Rok op de Meir
De Morgen, Knack en De Standaard behandelen dit conflict via columns of door de excuses die çavaria van Francken eist als hoofdpunt te gebruiken. Het Nieuwsblad stuurt ondertussen een cishet richting de Meir in Antwerpen om er met een rok over straat te wandelen. Cishet is een afkorting voor cis hetero personen en duidt op het feit dat deze mensen zich identificeren met het geslacht dat ze toegewezen kregen bij de geboorte. Hoewel het bij Zalando om het doorbreken van stereotypes gaat, lijkt in het stuk dat de journalist schreef vooral de stoerheid van het kledingstuk van belang. Over non-binariteit of genderfluïditeit rept de reporter geen woord. Een selectie uit de gebruikte quotes; ‘Een dag als man met een rok begint met het vinden van een rok voor een man’, ‘Ik zie zijden rokken, bloemetjesrokken, minirokken. Ik dacht het niet. Wat ik niét wil, is een wandelend uithangbord worden voor genderneutraliteit, extravagantie of Aalst Carnaval. Wat ik wél wil, is als man gewoon de vrijheid van een rok voelen. Zoals Schotten. Maar dan met onderbroek’ of ‘Tot m’n verbazing vind ik mezelf er niet onnozel uitzien. Veeleer een Schot die van zware gitaren houdt.’
Verschaeren reageert gefrustreerd: ‘In plaats van te kijken hoe het is om rond te lopen in een rok, kan je luisteren naar de mensen die al heel lang zeggen hoe het is. Op het einde van de dag doet hij die rok ook uit, terwijl ik daar niet onderuit kan. Als de insteek van het artikel is om het bij de binaire hardnekkigheden te houden, waarom schrijf je dit dan? Als medium heb je de verantwoordelijkheid om hier juist mee om te gaan, zeker wanneer het om gevoelige thema’s als gender gaat. Als je die nuance niet kan aanbrengen, kies dan een ander onderwerp.’
Blik op de buitenwereld
Elias Moyson uit Herentals (hij/hem) bemerkt het gevaar van personen of nieuwsbronnen die de identiteit van gender non conforme personen in vraag stellen. ‘Door kenmerken van onze identiteit te zien als bediscussieerbare feiten, dehumaniseer je ons compleet. We worden gespreksonderwerpen in plaats van mensen. Het vergt weinig moeite om dan te zien hoe iemand de stap naar geweld zet. ’Dat maakt Oostendenaar Kasper Ooms (18, hij/haar/die) pijnlijk duidelijk wanneer die met een paarse waaier in de hand vertelt over hun confrontaties met een transfobe leerkracht: ‘Na één van mijn examens riep ze dat ik een “janet’’ was en dat ik uit de kast moest komen. Toen ik twee maanden later in de studiezaal zat te scrollen op Instagram en er foto’s van drag queens op mijn scherm verschenen, pakte diezelfde leerkracht mijn handen vast en riep dat ik wijvenhanden had. De studiezaal zat vol en iedereen kon dit horen. Ik wou toen iets terugzeggen, maar ik was te verstijfd.’
Ooms is niet alleen. Uit de scholierenenquête die çavaria in 2017 afneemt, blijkt dat meer dan veertig procent van de 484 ondervraagde LHTBI+-scholieren te maken kreeg met verbaal geweld vanwege hun genderexpressie. Zes procent werd om diezelfde reden al in elkaar geslagen.
Daarnaast kreeg een tiende van de ondervraagden te maken met negatieve opmerkingen van leerkrachten. Iets meer dan de helft van de leerlingen heeft die incidenten ook gemeld bij het schoolpersoneel. Daarvan geeft slechts veertig procent aan dat het personeel goed reageerde op hun melding. Twintig procent van de LHBTI+-leerlingen miste op zijn minst één dag school omdat ze zich onveilig voelden. Zes procent miste zelfs vier of meer dagen in dezelfde maand.
Heteroseksuele norm
Henny Bos (zij/haar), genderprofessor aan de Vrije Universiteit Amsterdam, vindt een verklaring voor deze negatieve attitude naar LHBTI+ers toe in de heteronormatieve samenleving waar we ons in bevinden. Bos: ‘Onze gemeenschap ziet binaire heteroseksualiteit als de normale gang van zaken. Men gaat er dus van uit dat een seksuele of romantische relatie het best past tussen twee personen van het tegengestelde geslacht. Elke mogelijke afwijking ten opzichte van deze norm bekijkt de grote menigte met verbazing. Hierdoor dien je uit te leggen waarom je niet in het hokje van man of vrouw past of waarom je op hetzelfde geslacht valt.’
Dat resulteert vaak in stereotiepe veronderstellingen die mannen en vrouwen reduceren tot enkele gefixeerde karaktertrekken. Zo verwachten we niet dat mannen een kleedje of make up dragen, of dat vrouwen een auto kunnen repareren. Wanneer iemand zich buiten zo’n gendercategorie begeeft, kan dat voor zowel innerlijk conflict als onbegrip van buitenaf leiden.
Mangelschots: ‘Momenteel heb ik nog moeite met korte kleedjes, want zelfs vrouwen voelen zich daar onzeker in vanwege het fetisjisme dat de heteronormativiteit hier aan vast hangt. Mannen zien hen daardoor als lustobject. Door dat sociale stigma ligt die drempel nog te hoog voor mij. Mijn queerness gaat me hier alleen maar meer een doelwit door maken.’
Uit onderzoek van de Universiteit van Gent blijkt dat mannen die druk sterker ervaren dan vrouwen. Volgens de wetenschappers wordt jongens vanaf dag één wijsgemaakt dat gevoeligheid tonen een zwakte is, dat stoer en gespierd zijn de norm is en dat zij de baas dienen te zijn.
Mannen die van deze norm afwijken of zich vrouwelijker gedragen, worden daarom niet gezien als “echte man”. De schrik om uit de boot te vallen, leidt vaak naar de drang tot genderconformiteit. Verschaeren: ‘Mensen zien experimenteren met je gender als een marginaal verschijnsel, maar iedereen heeft hier baat bij. Het begrip van mannelijkheid is te benauwend. Vroeger hoorde ik continu van mijn heteroseksuele vrienden dat ze nieuwe dingen wilden dragen of doen, maar ze durfden niet. Vrouwelijkheid wordt namelijk meteen geassocieerd met zwakte. Ze willen zo niet gezien worden, want dat is beschamend. Een cisvrouw die wat mannelijker is, is ook nog niet volledig geaccepteerd, maar hier spelen die vooroordelen minder.’
Het doorbreken van deze heteronormativiteit ligt echter niet voor de hand. Volgens Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis in Amsterdam, zijn de meeste mensen immers gehecht aan die binaire man/vrouw-opdeling. Deze krijgen velen met de opvoeding mee, waardoor dat als ‘normaal’ of ‘natuurlijk’ aanvoelt. In dit proces spelen ouders, leraren, vrienden, buren, publieke figuren en fictieve personages een rol als voorbeeld of boodschapper. Dat doen ze door enerzijds bepaald gedrag als normaal voor te stellen, en anderzijds bepaalde ideeën af te wijzen. Precies omdat gender zo gelaagd is, is het alomtegenwoordig.
Cishet journalistiek
Volgens onderzoek aan de Universiteit van de Amerikaanse staat Ohio kan negatieve mediarepresentatie van transgender en non-binaire personen leiden tot een gevoel van schaamte en depressie. Trans Media Watch, een organisatie die zich bezighoudt met de representatie van transgender personen in de media, stelt op haar beurt dat positieve representatie voor een gevoel van blijdschap en betrokkenheid zorgt. Getuigen in hun studie geloven ook dat positieve mediarepresentatie een educatieve functie kan vervullen. Van journalisten mag dan ook verwacht worden dat ze de diversiteit binnen een samenleving op een correcte manier weergeven.
Volgens Brits mediaprofessor Andrew Calcutt zit het belang daarvan in het feit dat mensen hun wereldbeeld vormen door wat de media als waarheid voorstelt. De keuzes die journalisten maken op vlak van onderwerpen, invalshoeken, bronnen en stijl van berichtgeving kleuren de werkelijkheid. In hun werkwijze dienen ze er dus rekening mee te houden dat sommige groepen kwetsbaarder zijn dan andere.
‘Ik heb zelf jarenlang met twijfels rond mijn eigen genderidentiteit gezeten omdat ik geen informatie had over termen als non-binair, genderqueer of iets dat buiten de hokjes van man of vrouw ligt’, aldus Gieghase. ‘Die informatie was niet voorhanden. Daardoor dacht ik op een bepaald moment dat ik een trans man was, aangezien dit het enige was dat ik kende. Nu besef ik dat er veel meer kennisgeving nodig is rond die thematiek. Ik wil niet dat mensen hetzelfde moeten meemaken als ik. Informatie rond gender moet verspreid worden op een correcte manier. Door zelf in de journalistiek te rollen, merk ik hoe slecht de media hiermee omgaat. Journalisten schrijven over andermans ervaringen, maar vaak zit er niemand op de redactie die kan nalezen of de manier waarop wel oké is. Dat gaat zo vaak uit van een cishet-perspectief, wat een grote invloed heeft op hoe het verhaal tot stand komt.’
‘De media hebben een groot effect op het denkpatroon van mensen, maar als ze hier op de foute manier mee omspringen dan gaat dit niet op een juiste manier veranderen’, concludeert Gieghase. Ik weet dat het moeilijk is want de meeste verdienmodellen rekenen op clicks, maar als het om een persoonlijk verhaal gaat, is het niet oké om de titels of koppen compleet uit hun context te rukken. Consulteer daarom mensen die ervaring hebben met gevoelige onderwerpen en laat hen de teksten nalezen. Bij de meeste kranten lijkt er echter een enorme weerstand te zijn tegen zulke progressie. Je ziet wel vaker dat ze diverse mensen op de voorgrond plaatsen om progressief over te komen, maar het systeem erachter is nog steeds dat van twintig jaar geleden; wit, mannelijk en cis. Dat moet veranderen.’
* Sommige non-binaire personen gebruiken de genderinclusieve voornaamwoorden die, hun en hen. Anderen gebruiken dan weer ook hij en/of zij. In dit artikel wordt dan ook verwezen naar de non-binaire getuigen met hun voornaamwoorden.
Vanaf 2022 biedt de universiteit van Hasselt “Sociale Wetenschappen” aan. In totaal volgen er nu zo’n 60 000 studenten les in het hartje van Limburg. Met de komst van de nieuwe studierichting zal dat aantal wellicht stijgen. “We willen uitbreiden door meer opleidingen aan te bieden op onze campussen in de stad”, vertelt rector Bernard Vanheusden.
De nieuwe studierichting “Sociale Wetenschappen” zal binnen twee jaar in één van de Hasseltse campussen gedoceerd worden. “Het aantal studenten dat kiest voor UHasselt is de voorbije tien jaar verdubbeld. De bestaande opleidingen trekken aan en dat willen we graag zo houden”, legt Vanheusden uit. De groei is, naar eigen zeggen, ook te zien in de campussen van de omliggende gemeente Diepenbeek. “Daar zitten bijna al onze gebouwen overvol, om die reden krijgt de opleiding economie binnenkort een splinternieuw gebouw in Hasselt.”

Niet alleen de opleidingen trekken studenten aan, ook de manier waarop er lesgegeven wordt. Geen ellenlange uren in de aula, maar contacturen waarbij studenten samenzitten in een o-vorm en op die manier de les met elkaar bespreken en verwerken. “Studenten krijgen op voorhand rollen en in een ideale les komt de docent er niet tussen. Al sturen we in de praktijk wel bij waar het nodig is.”
Eenzaamheid door corona
Door de huidige coronacrisis vinden er geen fysieke lessen meer plaats op de campussen. En dat kan ervoor zorgen dat sommige studenten zich eenzaam beginnen te voelen. De universiteit wil dat absoluut vermijden en stippelt een plan uit om online activiteiten aan te bieden.
“Deze week bespreken we nog hoe we extra sportactiviteiten kunnen doen. Denk maar aan een online yogales via Facebook. Ik ben ervan overtuigd dat onze studenten verschillende talenten hebben, dit is het geschikte moment om eens te tonen wat zij in hun mars hebben.” Wat er concreet op tafel ligt zal de komende dagen duidelijk worden.
Internationale bekendheid
Hasselt is, in tegenstelling tot de grotere steden van ons land, iets minder bekend in het buitenland. En daar wil het rectoraat verandering in brengen. “We gaan inspelen op ons innoverend onderwijs en academische onderzoeken om mee te kunnen spelen met de wereldtop”, concludeert Bernard Vanheusden.
Complottheorieën bestaan al langer dan vandaag. Maar de laatste jaren is er QAnon, een complottheorie die meer aandacht krijgt dan alle andere. Binnen die theorie worden verschillende samenzweringen samengebracht in één groot overkoepelend complot. Het begon allemaal heel klein op internetforum 4Chan, groeide verder uit tot Pizzagate en sinds de coronacrisis zijn de aanhangers van de theorie uitgegroeid tot een internationale groepering.
Volgens het Amerikaans zakentijdschrift Forbes gelooft meer dan de helft van de Amerikaanse republikeinen de QAnon-theorie. Dat is dus een heel grote groep van mensen. Maar wat is QAnon? Waarin geloven ze? Zijn ze een bedreiging voor de samenleving? Of is er geen reden tot morele paniek?
Q
De vraag is: wat is QAnon eigenlijk? Het is een complottheorie die in 2017 ontstond in de Verenigde Staten van Amerika en een grote aanhang kent bij Trumpvolgers. QAnon is dus een vrij nieuwe beweging. Volgers krijgen een vals gevoel van angst, maar ook een gevoel van ‘belang’. Al wie gelooft in QAnon ziet zichzelf als een waakzame en ‘wakkere’ burger. De term ‘The Great Awakening’ is daar een verwijzing naar.

Alles begon in 2017, toen een anoniem account een bericht plaatste op het populaire Engelstalige internetforum 4Chan. De onbekende noemt zichzelf Q. De letter ‘Q’ verwijst naar de rangorde van kennis over staatsgeheimen van de Amerikaanse overheid binnen het Departement van Energie, de zogenaamde Q Clearance Patriot. Anon is op de website een afkorting voor ‘anoniem’. Q lijkt hiermee te suggereren dat hij of zij een heel belangrijke informant uit het Witte Huis is. Q beweert geheime informatie over de Amerikaanse staat te bezitten en deelt die op websites als 4Chan en 8Chan. Sommige aanhangers geloven dat president Trump de onbekende Q is, maar daar is niet iedereen in de beweging het mee eens.
De basisidee van de theorie van QAnon is dat de wereld wordt overheerst door een groep van satanische pedofielen die het bloed van kinderen drinken om jong te blijven. Eén van de bekendste hashtags van QAnon is #savethechildren. Volgens de theorie bestaat de satanische pedofielenkring – ook bekend als de Cabal – uit verschillende bekendheden, voornamelijk politici en een aantal bekende Amerikanen en nu ook bekende Nederlanders. Slechts enkele bekendheden zouden niet tot de satanische pedofielenkring behoren. President Trump is de belangrijkste daarvan. De aanhangers van QAnon zien Trump als de redder van de wereld. Ze geloven dat Trump binnen de Amerikaanse overheid tegen de Cabal strijdt.
In ieder geval, Q haalt met zijn post de media. Voordien waren er al accounts die van een aantal gelijkaardige complotten melding maakten. Maar Q is de eerste die ook van buitenaf aandacht krijgt.
Het onverklaarbare
Bij een complottheorie gaan mensen speculeren, leggen ze bepaalde gebeurtenissen samen en gaan die vervolgens met elkaar verbinden. Het centrale idee bij een complottheorie is altijd macht. Het is een strijd van machtigen – politici, overheidsinstellingen en (rijke) bekendheden – tegen ‘machtelozen’. Er is ook altijd een ingrijpende gebeurtenis in het spel, die de overheid of meerdere machthebbers verborgen houden voor de grote massa. Dat kan gaan van ‘5G veroorzaakt het coronavirus’ tot ‘hagedismensen hebben de wereld in handen’. Het gaat dus vaak over gevaren waar mensen zich tegen zouden moeten verzetten. Complottheorieën zijn echter nooit bewezen.
Eén van de bekendste complottheorieën is de Flat Earth-theorie. De aanhangers geloven dat de wereld plat is. Ze zijn er van overtuigd dat de NASA, verschillende overheden en wetenschappers een groot complot op poten hebben gezet, om zo de waarheid te verbergen. Aanhangers van die complottheorie maken gretig gebruik van sociale media. Op Facebook zijn er verschillende groepen als Flat Earth Society, Official Flath Earth and Globe Discussion, Flat Earth versus the Globe, enzovoort. De leden bevestigen elkaar in hun overtuiging dat de aarde plat is. Daarvoor posten ze allerhande documenten en video’s waarin ze wetenschappers verkeerd interpreteren of zelfs fout citeren. Daarnaast maken ze ook eigen video’s die als bewijs moeten dienen.
Net zoals bij QAnon gaat het bij Flat Earth over mensen die vaak weinig kennis hebben over een bepaald thema, maar er toch allerlei verklaringen voor trachten te vinden. In gesprek gaan met hen is vaak moeilijk. Bij elke confrontatie met andere ideeën haken ze snel af, of grijpen ze terug naar de valsheid van een tegenbewijs zonder echt aan te tonen waarom het vals is. Ze aanvaarden bewijzen niet als ‘echte’ bewijzen.
Bij een gebeurtenis die moeilijk te verklaren is, of wanneer de officiële verklaring te eenvoudig lijkt, grijpen mensen terug naar iets dat even moeilijk of waanzinnig lijkt. Mensen brengen zo een soort magie over het onverklaarbare waardoor de wereld meer vatbaar is.
Sekskring van de Clintons
QAnon komt pas echt op gang in 2016 tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen wanneer het complot van Pizzagate ontstaat. Door de grote media-aandacht is het een trigger voor een plotse stijging in aanhangers van QAnon. Het complot kadert in de verkiezingsstrijd en richt zich voornamelijk tegen de democraten, meer specifiek tegen Barack Obama en Hillary Clinton, die op dat moment tijdens de presidentsverkiezingen tegenkandidaat is van Trump.
De aanhangers geloven dat Obama, de familie Clinton en anderen betrokken zijn bij een sekskring. Het complot is gebaseerd op een aantal via Wikileaks gelekte mails uit het Witte Huis. Daarin staan bestellingen van voornamelijk pizza’s. Volgens het complot zijn de pizzabestellingen codetaal voor de bestelling van kinderen en seks. Zo zou walnootsaus in de bestellijst verwijzen naar een interraciaal orgie. Daarnaast geloven de samenzweerders ook dat een aantal pizzaketens in Amerika kinderen vasthouden. Een aanhanger van Pizzagate gaat in december 2016 gewapend naar één van de pizzazaken. Om de kinderen uit de kelder te redden, lost hij in het restaurant verschillende geweerschoten. Uiteindelijk blijkt dat de zaak geen kelder heeft. In oktober 2017 claimen mensen op 4Chan dat Hillary Clinton gearresteerd zal worden op basis van het Pizzagate-verhaal, wat niet gebeurt. Daarnaast beweert Q dat er rellen zullen ontstaan, wat ook nooit gebeurt.
The Great Awakening
Hoewel de beweringen en de complottheorieën weerlegd kunnen worden, blijft er toch een grote groep mensen in QAnon geloven. Q heeft intussen duizenden gecodeerde ‘Q drops’ gepost die de Qanon-aanhangers stuk voor stuk decoderen. De ‘drops’ worden ook ‘breadcrumbs’ genoemd. De aanhangers die de ‘drops’ proberen te decoderen zijn de ‘bakers’. De ‘bakers’ zijn ervan overtuigd dat ze door het decoderen van de boodschappen uiteindelijk de waarheid over de Cabal zullen ontdekken, waardoor wij, de wereld, steeds dichter bij ‘The Great Awakening’ zullen komen. ‘The Great Awakening’ is het moment waarop alle mensen zullen beseffen dat de Cabal de wereld beheerst. Mensen zullen dan in opstand komen en de QAnon-volgers als helden onthalen. De aanhangers van QAnon plaatsen zichzelf als superieur boven de anderen, die ze vaak ‘sheeple’ noemen, een samentrekking van ‘sheep’ en ‘people’.
Gevaar of mafkezen?
Voor sommigen klinkt QAnon als een bezigheid van een stel mafkezen. Volgens anderen zijn ze het grote gevaar voor de huidige samenleving en onze democratie. De Amerikaanse federale politiedienst FBI noemt de Qanon-samenzweerders “extremisten die een binnenlandse terreurdreiging vormen”. De angst voor QAnon is terug te brengen tot het gevoel dat het een bedreiging vormt voor onze waarden en normen. De onzekerheid van de coronacrisis en de bijhorende lockdown zorgen er bovendien voor dat mensen sneller in de rabbitholes terecht komen. Ze gaan op zoek naar verklaringen en gaan daardoor steeds meer in complottheorieën geloven.
Bij de tegenhangers van de complottheorieën ontstaat ondertussen een soort morele paniek. Er komt een vijandige en gemediatiseerde reactie op QAnon en op de algoritmes van sociale media. De tegenhangers beschouwen die algoritmes van sociale media namelijk als een van de oorzaken van het groeiende aantal aanhangers. De algoritmes analyseren je surfgedrag en geven je meer van hetzelfde. Zo komen de samenzweerders vaak terecht in ‘internet rabbitholes’ waar ze overspoeld worden door steeds meer uitspraken en beelden die de theorie bevestigen.
Het feit dat QAnon steeds vaker in de aandacht komt, geeft de aanhangers vanuit hun tunnelvisie meer bevestiging van de juistheid van hun theorie. Zij beschouwen de media immers als handlangers van de Cabal.
De vraag is of de paniek terecht is en of QAnon effectief een bedreiging is voor de toekomst van onze democratie
In de zomer van 2015 kende België een piek van het aantal asielaanvragen. In Europa zochten in dat najaar ongeveer een miljoen mensen op de vlucht bescherming, waarvan 39.000 vluchtelingen in ons land terechtkwamen. Turkieh (23), Zaid en Fatima (25) begonnen ook een nieuw leven in België. Hoe is het hen de afgelopen vijf jaar vergaan? En wat zijn hun dromen?
Vijf jaar jaar geleden kwam Fatima (25) uit Bagdad aan in België. “Ik wou een betere toekomst,” zegt ze. “Ik hou van tekenen en kunst.” Ze wist dat ze wou studeren, en haar talenten wou gebruiken. “Ik schreef me in bij de opleiding architectuur. Het moet een goed gevoel geven als je over straat loopt, en je eigen werk ziet,” zegt ze.
Het eerste jaar in België was voor Fatima zwaar. “Ik kende niemand. Ik moest alles zelf uitzoeken: de culturele gebruiken en het systeem,” zegt ze. “Zeker de taal is moeilijk. Ik volgde wel Nederlandse lessen en een inburgerscursus, en dat heeft mij wel geholpen.”
“Ik vind het moeilijk om weinig sociale contacten te hebben. Dat doet mij pijn,” vertelt Fatima. Het is anders dan ze gewoon is in haar thuisland waar ze altijd omringd is door haar familie. “Ik denk vaak aan mijn familie. Leven zonder hen is koud. Maar ik heb er ook veel uitgeleerd: ik moet nu mijn eigen plan trekken en zelf initiatief nemen.”
“Ik heb mezelf opgeraapt. In mijn hart weet ik dat als ik iets wil bereiken, ik er ook voor moet werken. Ik kan niet de hele dag thuis zitten en heel te tijd denken hoe moeilijk het nu is. Ik moet mezelf uitdagen en verder geraken. Ik ben blij dat ik deze kans krijg. Want in Irak had ik het ook moeilijk. Ik wil mezelf omringen met mensen die mij inspireren en waar ik van kan leren.”

Zaid (25) vluchtte van de oorlog in zijn thuisland Syrië. Eerst woonde hij in Turkije: “Maar daar kon ik niet werken of studeren,” vertelt hij. “Daarom heb ik beslist om naar België te komen.” Op 21 mei 2015 kwam hij aan in ons land.
Zaid wist meteen dat hij graag wou studeren. “Mijn droom is om onderzoek te voeren naar kanker,” zegt hij vastberaden. Maar die droom lukt niet zonder slag of stoot. “Ik had de indruk dat de Belgische overheid niet wil dat vluchtelingen beslissen om verder te studeren. Ze willen dat we zo snel mogelijk werken. Ze proberen zo weinig mogelijk in ons te investeren,” legt hij uit.
“Ik had me goed voorbereid omdat ik wist wat ik wou,” gaat Zaid verder. “Ik ben me uitgebreid gaan informeren op studiebeurzen voor de studierichting farmaceutische wetenschappen, en ik heb uitleg gevraagd aan andere studenten. Ik volgde op dat moment Nederlandse lessen en een inburgeringscursus, daar hebben ze mij wél verder geholpen en de juiste informatie gegeven. De sociaal assistenten daarentegen hebben mij niet goed begeleid.”
“Het heeft heel lang geduurd voor ik groen licht kreeg van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) dat ik mag verder studeren. Daardoor had ik bijna de deadline gemist om mij in te schrijven aan de universiteit. Ik ken heel wat vluchtelingen die de moed hebben verloren door de ingesteldheid van de sociaal assistenten. Ze zijn gewoon gaan werken, zonder enig diploma.”
Dat vindt Zaid jammer. “Jonge vluchtelingen hebben nog de energie om iets van hun leven te maken. Maar het beleid dwingt je om keuzes te maken waar je niet helemaal achter staat. Als ze mensen echt kansen zouden geven, kunnen vluchtelingen mooie doelen bereiken,” zegt hij.
Ook Turkieh (23) kwam in 2015 terecht in België. Net als Zaid vluchtte ze van de burgeroorlog in Syrië. “Het gebied waar ik woonde was gevaarlijk. Ik kon niet zomaar over straat lopen,” herinnert ze zich. “Mensen schoten met geweren. Er waren altijd gevechten tussen burgers en de overheid. Elke keer als mensen protesteerden op straat, probeerde de overheid hen te doden.”
“Ik moest me verschuilen zodat mijn leven niet in gevaar liep. Soms vlogen de kogels tot in mijn huis en beschadigden ze de muren. Na de gevechten moest ik altijd de kogels in huis zoeken en weggooien.”
Ze besloot om te vluchten. “Toen ik in Brussel aankwam, voelde ik me voor de eerste keer sinds lange tijd veilig. Ik was fysiek en mentaal uitgeput,” vertelt Turkieh. “Mijn verloofde was al in België en kon me meteen helpen.”
Nu studeert ze bedrijfsmanagement. “Het eerste jaar was moeilijk omdat ik moeite had met de taal. Ik vond het moeilijk om alles te onthouden in een vreemde taal en dan ook nog eens te studeren. Alles duurt voor mij twee keer zo lang als de gemiddelde student,” legt Turkieh uit. “Ik had een aanvraag ingediend bij mijn hogeschool om meer tijd te krijgen tijdens de permanente testen en examens, maar dat werd jammer genoeg niet goedgekeurd.”
“Ik vind het niet moeilijk om me aan te passen. Ik heb al veel vrienden gemaakt: we praten en lachen samen. Soms spreek ik ook met hen af ‘s avonds. Ik ben gefocust om een mooie toekomst te creëren en een carrière op te bouwen. Als ik later kinderen heb, wil ik ze een gewoon leven kunnen geven.”
Jozefien Daelemans’ column ‘Een man in een jurk vormt zelden een bedreiging’ doet het stof opwaaien. De hashtag #draageenrokje is aan het trenden op twitter en Instagram en jonge mannen posten trotse foto’s in hun rok. Maar waarom zijn genderidentiteit en genderexpressie zo’n hot topics de voorbije jaren?
Jozefien: “Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 10% tot wel 20% van de jongeren zich vandaag niet thuis voelt in de klassieke man-vrouwhokjes. Ik denk dat een deel van Generation Z die hokjes te beperkend vindt. Jongeren krijgen tegenwoordig ook zo’n breed aanbod aan inspiratie over wie ze willen zijn en hoe ze zich kunnen kleden. Ik groeide op zonder internet , mijn wereld bestond uit de Humo, de Flair, MTV en televisie. Dat was alles. Nu is er, dankzij het internet en sociale media, een waaier van mogelijkheden en rolmodellen.”

Jouw column kreeg veel positieve aandacht op sociale media. Maar het waren niet allemaal positieve reacties: Dries Van Langenhove tweette nog dat artikels als het jouwe het abnormale normaliseren. Hij linkte “mannen in jurken” ook meteen aan kindermisbruik.
Waarom denk je dat sommige mensen zo angstig zijn over het doorbreken van genderstereotypen?
“Ik weet niet of Dries Van Langenhove m’n stuk heeft gelezen, maar mannen in jurken en genderfluïditeit zijn niets nieuws. Het heeft altijd al bestaan. Als sommige mensen dan zo’n artikel lezen, stuikt hun mensbeeld misschien in elkaar. Als iemand je wereldbeeld aantast, dan kan ik me wel voorstellen dat mensen heel defensief reageren. Maar als je zelf genoeg vertrouwen hebt in je eigen genderexpressie, dan hoef je helemaal niet zo agressief te reageren.”
Wat is het belangrijkste dat we moeten meenemen uit de acties rond gender en body positivity?
“Ik heb al vaak gemerkt dat films, reclame en onze maatschappij in het algemeen die genderhokjes projecteren op mensen. Ik zie dan hoe die hokjes mensen beperken, ongemakkelijk of zelfs ongelukkig maken. Ik vind het geweldig dat deze generatie daar iets aan wil veranderen.”
Dries Van Langenhove reageert
Op Jozefien Daelemans’ commentaar dat “als je genoeg vertrouwen hebt in je eigen mannelijkheid, je helemaal niet zo defensief hoeft te zijn”, reageerde Dries Van Langenhove als volgt:
“Dat is een belachelijke talking point van extreem linkse zijde uit Amerika. Als je kritiek hebt op transgenderisme, dan heb je zogezegd “fragile masculinity”. Ik vind dat een belachelijk argument. Dat zou dan impliceren dat ik niet mannelijk genoeg ben en daarom kritiek heb op mannen die jurken dragen.”
Je linkte ook kindermisbruik aan mannen in jurken, nochtans komt pedoseksualiteit in een heel heterogene groep mannen voor. Waarom deed je dat?
“Ik heb niet gezegd dat alle mannen in een jurk kinderen misbruiken. Ik heb gewoon gezegd dat als we mannen in jurken gaan normaliseren, dan gaan de verkeerde mensen misbruik maken en meesurfen op die golf van transgenderisme om in de buurt van kinderen te komen. Zoals gebeurd is bij de ‘Drag Queen Story Hour’ waar mannen in drag boeken voorlezen aan kinderen.”
Dus je vindt dat een man die niet in drag gekleed is, maar in een gewone jurk, dat dat wel moet kunnen?
“Een man die zich als een man kleedt is normaal. Een man die een jurk draagt is abnormaal. Iedereen moet gewoon doen wat hij of zij wil, maar ik heb nog steeds het recht om te zeggen wat ik al dan niet normaal vind.”
Mensenrechtenadvocate Kati Verstrepen neemt het al meer dan dertig jaar op voor de minderbedeelden in onze samenleving. Aanvankelijk al pleitend aan de balie, maar vandaag ook als voorzitster van de Liga voor Mensenrechten. Tegenwoordig hangen boven die mensenrechten dreigende wolken, meent Verstrepen, al vallen er ook enkele lichtpuntjes te ontwaren: “Het huidig regeerakkoord stemt mij hoopvol.”
Het eerste wat mij opvalt aan de consultatieruimte waar ik Verstrepen ontmoet, is het prachtig gerestaureerd interieur. Al sinds 1988 ontvangt ze cliënten in advocatenkantoor ‘Antigone’, een gerenoveerd herenhuis uit de vorige eeuw. Nochtans geeft de voorgevel van dit pand in Antwerpen-Noord weinig prijs van de pracht aan de binnenkant. “Vroeger liep ik vaak langs dit huis. De eigenaars waren van plan het te ontmantelen. Gelukkig kon ik het zelf voor een spotprijs kopen. Er kwam veel opknapwerk bij kijken, maar het resultaat mag er zijn.”
Het had zomaar een metafoor kunnen zijn voor de professionele levenswandel die Verstrepen aflegde. Toen ze 32 jaar geleden in de buurt neerstreek, had ze geen toekomst als mensenrechtenadvocate voor ogen. Als één van de weinige advocaten in een deel van de stad dat talloze nationaliteiten herbergt, rolde ze geheel toevallig in het vreemdelingenrecht. Destijds een onderbelichte rechtstak waar – zo ontdekte Verstrepen – niettemin een boeiende wereld achter schuilde. Vol met mensen die net als het pand waar ze dagelijks werkt, verlangen naar een kans op een nieuw begin.

Met 32 jaar als advocate op de teller kent Verstrepen de even inspirerende als tragische verhalen van vluchtelingen in ons land. Al schakelt ze tijdens ons gesprek van die persoonlijke histories even moeiteloos over naar nationale en Europese politiek. Voor ik het goed en wel besef zijn we al twee uur aan de praat. Over het coronavirus, politieke onwil maar ook de verantwoordelijkheid die ik als journalist draag.
Wat doet de Liga voor Mensenrechten precies?
Wij zijn een waakhond voor de mensenrechten in ons land. We proberen mensen bewust te maken van onrechtvaardigheden in België en het belang van mensenrechten duidelijk te maken. Voor velen zijn al die mensenrechtenverdragen en conventies niet meer dan stoffige wetgeving. In werkelijkheid komen we er dagelijks onbewust mee in contact. Tot slot proberen we politici ervan te overtuigen bepaalde wetten al dan niet te stemmen of amendementen toe te voegen. Als de mensenrechten te zeer in het gedrang komen, proberen we de wet te laten vernietigen door het Grondwettelijk Hof.
Worden jullie er vaak van beschuldigd een politieke organisatie te zijn?
Nee. Wat mensen ons wel verwijten is dat we er niet zijn voor de gewone man. Dat is een misvatting, want mensenrechten zijn er voor iedereen. Zo hebben we ons met hand en tand verzet tegen de controle van de inkomensgarantie voor ouderen. Een probleem dat ook de modale Vlaming trof. Jammer genoeg komt de Liga daarover niet aan bod in de media. Meestal worden we alleen bevraagd als het om vreemdelingenkwesties gaat. Daardoor voed je een verkeerde perceptie. Als mensen kwade mails naar mij sturen, verwijs ik hen naar de website. Daar staan alle belangen opgesomd waar we ons als organisatie voor inzetten.
Op die website valt onder meer te lezen dat jullie zich bekommeren om privacy en discriminatie. Volstaan instellingen als Unia en de Gegevensbeschermingsautoriteit dan niet om die belangen te waarborgen?
Beiden leveren schitterend werk. Toch blijven het overheidsinstellingen waardoor hun beweegruimte beperkt is. Zo was het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit over de vingerafdrukkenwet ronduit vernietigend. Helaas zijn hun aanbevelingen niet-bindend en is hun rol dus uitgespeeld. In die gevallen heb je de Liga nodig om zulke wantoestanden aan de kaak te stellen. Ook kunnen wij vanuit een helikoptervisie de verschillende mensenrechtenschending in kaart brengen. Momenteel liggen de bevoegdheden –zoals privacy en discriminatie- versnipperd over verschillende overheidsinstanties.
Stoort het u dat jullie geen zitje aan de tafel kregen tijdens de coronacrisis?
Het is logisch dat in een nationale veiligheidsraad virologen zetelen. Het doet wel pijn om te zien dat economen hun zegje mogen doen maar mensenrechtenspecialisten simpelweg worden genegeerd. Zo ben ik ervan overtuigd dat we onze stempel hadden kunnen drukken op het beleid in de woonzorgcentra. Natuurlijk moet je maatregelen nemen om bejaarden te beschermen, maar je kan het niet maken dat een koppel, waarvan één van beiden op sterven ligt, elkaar niet mag zien omdat ze op een andere afdeling verblijven. Tegelijkertijd moest besmet personeel blijven werken om een personeelstekort te voorkomen. Bij mensenrechten moet je steeds op zoek naar een evenwicht. Volksgezondheid moet je tegenover de menselijke waardigheid afwegen. We hadden de impact kunnen verzachten.
Hoe merkt u dat het virus er inhakt bij asielzoekers?
Het is een kwetsbare groep die zowel rechtstreeks als onrechtstreeks getroffen is door de coronacrisis. Dat is pijnlijk duidelijk gebleken bij het aanmeldpunt van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Normaal kan je daar als asielzoeker terecht om jezelf te registreren. Als je geen plaats hebt om te overnachten, verwijst de DVZ je naar FEDASIL. Zij zorgen dan voor een opvangplek. Bij het uitbreken van het virus in maart heeft de overheid dat aanmeldpunt gesloten. Daardoor konden mensen zich niet meer aanmelden en kwamen ze ook niet in aanmerking voor opvang. Pas na veel protest uit het middenveld kwam er een oplossing. Nu kan een asielzoeker zich digitaal aanmelden, maar dat is zo ingewikkeld dat nauwelijks iemand daar in slaagt.
Hoe lijden ze onder de economische gevolgen?
Veel vluchtelingen werken met dagcontracten. Zij zijn de eerste die door werkgevers worden ontslagen wanneer de inkomsten dalen. Velen komen ook in de horeca terecht als afwassers of kamermeisjes. Net één van de sectoren die het zwaarst is getroffen. Voor technische werkloosheid komt die groep ook niet in aanmerking. Het gevolg is dat ze daardoor vrijwel onmiddellijk moeten aankloppen bij het OCMW.
Een tweede probleem doet zich voor bij de gezinsherenigingen. Om je buitenlandse partner en kinderen naar België over te brengen, moet je een vast arbeidscontract kunnen voorleggen. Ook moet je aantonen dat je minstens 1560 euro per maand aan inkomsten hebt. In normale omstandigheden is dat al geen sinecure. Door de crisis worden die voorwaarden bijna onhaalbaar.
Wat weerhoudt de politiek om een daadkrachtig beleid uit te tekenen?
Politici zijn er van overtuigd dat de achterban absoluut geen vreemdelingen wil. In bepaalde kringen scoor je gemakkelijk om vreemdelingen de schuld van alles te geven. Het postje ‘Asiel en Migratie’ bleek in het verleden al een uitstekende manier voor politici om electoraal te winnen zonder al te veel moeite te doen op inhoudelijk vlak.
Al denk ik ook dat politici gewoonweg geen voeling hebben met wat er leeft bij de bevolking. Tijdens de ‘Refugee Walk’ van Vluchtelingenwerk Vlaanderen dit jaar haalden vrijwilligers bijna een half miljoen euro op. Dan kan je onmogelijk stellen dat er geen draagvlak is. Alleen worden zulke verhalen onderbelicht. De media pikken de actie amper op. Wat wel het journaal die dag haalde, was de betoging van het Vlaams Belang tegen de Vivaldi-regering.
In het programma ’Touché’ op Radio 1 kaartte u al aan dat journalistiek een verkeerd beeld in de hand werkt. Zo schetsen volgens u woorden als ’tsunami aan vluchtelingen’ een vervormd beeld van de werkelijkheid. Welk frame komt volgens u te weinig aan bod in de media?
De succesverhalen krijgen te weinig aandacht. Op televisie toont het programma ‘Durf Te Vragen’ van Siska Schoeters heel mooi de mensen achter de cijfers. Zij gaat op bezoek bij mensen en stelt hen pertinente vragen die de kijker altijd al zelf heeft willen stellen. Bijvoorbeeld: ben jij naar hier gekomen om ons werk af te nemen? Zo help je misvattingen de wereld uit. Wat me dan weer onvoorstelbaar stoorde bij dat programma was dat ze enkel mensen aan het woord lieten in het Engels. Dan heb geen research gedaan. Er zijn zo veel vluchtelingen in België die perfect Nederlands praten. Dan voed je opnieuw dat stereotiep beeld van de vreemdeling die zich weigert aan te passen. Een bepaalde insteek kan nefast zijn voor een nieuwsverhaal. Ik pleit er voor om in de opleiding journalistiek enige tijd te spenderen aan het belang van mensenrechten. Journalisten in spe moeten zich bewust zijn van de gevaren van dehumanisering.
Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wanneer je over grote fenomenen als de migratiecrisis schrijft, val je onvermijdelijk terug op statistieken. Cijfers hebben nu eenmaal geen menselijk gelaat.
Akkoord. Dat hebben we ook opgemerkt tijdens de coronacrisis. Toch volstaat het nooit om alleen naakte cijfers te geven. Je hebt duiding nodig. De keuze van beelden is op dat vlak cruciaal. Vaak worden foto’s van een massa haveloze mensen gebruikt bij artikels. Dat beeld wekt angst op bij de mensen. Het verhaal van de burgerlijk ingenieur uit Afghanistan die hier aan de slag is als schoonmaker krijg je dan weer niet te lezen.
Vorig jaar nam de Liga een enquête over mensenrechten af bij de Vlaming. Twee op drie vindt dat die in ons land worden geschonden. 91% van de ondervraagden vindt mensenrechten belangrijk. Tegelijkertijd was Vlaams Belang de grote winnaar van de verkiezingen vorig jaar en lijken burgerbewegingen als de klimaatjongeren en ‘Black Lives Matter’ plots prominent aanwezig. Gaan we er volgens u op voor- of achteruit?
Ik ben er van overtuigd dat mensenrechten er op achteruit gaan. De politieke polarisatie in Amerika, Amnesty International dat door India gedwongen wordt stopgezet, het onmenselijk beleid van de Europese Unie tijdens vluchtelingencrisis, Hongarije en Polen die de rechtstaat uitkleden, …. Tien jaar geleden was het niet zo erg. Al geef ik toe dat u me spreekt op een kantelmoment.
Koestert u dan toch enige hoop?
Het asiel- en migratiebeleid van de afgelopen jaren was onbestaande. Er was geen overkoepelend visie, enkel ad-hocbeslissingen en tweets. Wat mij hoopvol stemt in het huidige regeerakkoord is dat er uitdrukkelijk wordt vermeld dat de internationale rechtsregels gerespecteerd moeten worden. Dat zou evident moeten zijn, maar dat is het in deze tijden helaas niet. Mijn enige vrees is dat men doet uitschijnen dat gezinsherenigingen nog strenger worden. De voorwaarden waar je vandaag aan moet voldoen, worden al uiterst strikt geïnterpreteerd. Zeg dan gewoon dat er geen gezinshereniging bestaat. Dan weten mensen tenminste waar ze aan toe zijn.
Het grootste lichtpunt is voor mij de jeugd. Er staan overal jongeren op die het onrecht in de wereld niet meer pikken. Klimaatmarsen, racismebetogingen, … Als ik lezingen geef op school zijn jongeren een en al oor. Daarnaast treedt met de huidige regering een jonge ploeg met nieuwe gezichten aan. Politici als Sammy Mahdi, Annelies Verlinden en Zakia Khattabi breken met de oude politieke kaste. Dus ja, ik koester enige hoop.
Een van mijn ambities is om op een dag naar Pakistan te verhuizen om daar als celebrity manager voor beroemdheden te gaan werken. Dat is een mix tussen een manager en een persoonlijk assistent. Hoe zou het zijn om als celebrity manager te werken? En hoe ziet zo’n leven er dan precies uit? Ik had onlangs de gelegenheid om een van de meest bekende celebrity managers in Pakistan te interviewen. Afifa Rehmani gaf me een overzicht van haar studies, haar leven als manager, een dag in haar leven en enkele gouden tips in de public relationswereld.
Voor we van start gaan met het interview, wil ik je vragen hoe het met je gaat.
“Het gaat goed met me, dank je. Het is de afgelopen weken erg ontspannend en minder hectisch geweest. Ik heb de kans gekregen om wat tijd voor mezelf te nemen.“
Je hebt een heel specifiek beroep. Wat heb je gestudeerd?
“Ik heb mijn studie afgerond aan de American University van Sharjah in de Verenigde Arabische Emiraten. Ik heb een bachelordiploma in massacommunicatie en public relations. Het was best interessant. Naast PR had ik de mogelijkheid om een cursus Journalistiek of Reclame te doen, maar uiteindelijk koos ik voor PR. Ik had al een basiskennis van journalistiek en reclame, dus voor PR kiezen gaf een goede balans. Daarna heb ik stage gelopen bij het Amerikaanse reclamebureau JWT, waar ik erg van heb genoten.“

Waarom ben je teruggekeerd naar Pakistan?
“Ik kwam terug naar Pakistan voor mijn gezin. Ik bouwde een carrière op in Pakistan en begon een baan in brand activation. Daarna ben ik overgestapt naar PR en nu ben ik celebrity manager. Zie je, er was eigenlijk altijd een connectie met showbizz en beroemdheden. Eerlijk gezegd hebben we in Pakistan niet veel bekwame of getalenteerde celebrity managers. Er is een gebrek aan mensen die beroemdheden begeleiden in Pakistan. Je hoort altijd Pakistaanse beroemdheden klagen en zoeken naar betere managers. Ik zou zeggen dat er zeker een gat in de markt is. “
Je hoort altijd Pakistaanse beroemdheden klagen en zoeken naar betere managers. Ik zou zeggen dat er zeker een gat in de markt was.
Wat deed je bij je vorige jobs in brand activation en PR?
“In de brand activation was ik strategisch planner en creatief directeur voor verschillende Pakistaanse merken. We deden de marketing van merken in winkelcentra en winkels. Ik heb ook in Dubai gewerkt. Mijn baan als PR-manager had toen al te maken met beroemdheden. Ik heb gewerkt voor een Fashion & Lifestyle bureau. PR is in Pakistan niet populair, maar we hebben ondertussen stappen gezet. De meeste bedrijven hier doen interne communicatie of bedrijfscommunicatie. Modemerken en ontwerpers benaderen wel PR-bureaus, dus voor die profielen komen zulke bureaus goed van pas. “
Heb je moeite gehad om van start te gaan in je huidige baan als celebrity manager?
“Nee, helemaal niet. Het ging eigenlijk allemaal vrij vlot. In Pakistan zie je geen enorme reikwijdte van PR. Er zijn hier ook niet veel goede PR-bedrijven. Als je hier PR-manager wil worden, moet je vooral weten wat je doet en hoe je met situaties om moet gaan. Maar overleven, dat is een ander verhaal (lacht)“.
Hoe zag je schema eruit vóór de covid-19-crisis?
“Hectisch. De beroemdheid die ik begeleid, was bezig met een film. Ik moest de opnames bijwonen en ervoor zorgen dat alles in orde was. Ik was daar soms een hele nacht. De opnames begonnen ‘s morgens vroeg en eindigden de volgende ochtend. Tijdens de pandemie zelf mocht ik niet altijd al die opnames bijwonen. “
“Nu is er een limiet op het aantal mensen dat op de set aanwezig mag zijn. Je moet kijken of je verplicht bent of niet, en je mag alleen aanwezig zijn als het noodzakelijk is. Normaal gesproken is het hele team van managers aanwezig. Wanneer je beroemdheid aan een personage werkt, zal hij of zij dat intensief doen en je laten weten wanneer je afspraak in hun schema past. De corona-uitbraak heeft een aantal voordelen opgeleverd. Mijn leven is nu behoorlijk ontspannend.“
Wat zijn je belangrijkste taken als celebmanager?
“Mijn werkdag bestaat uit het verzorgen van de personal branding van de beroemdheid die ik begeleid. Het is geen gemakkelijke taak. Je moet in verbinding staan met alle mogelijke contacten van je beroemdheid en daarnaast ook hun hele programma uit je hoofd kennen. Jij bent de belangrijkste persoon die ervoor moet zorgen dat de beroemdheid er goed uitziet of niet, goed eet en genoeg water drinkt. Je moet er zelfs voor zorgen dat hun make-up en garderobe goed geregeld is. Je wordt soms ook om inbreng gevraagd over de scènes die ze hebben opgenomen. Je moet al hun gewoontes kennen en ervoor zorgen dat ze zich goed voelen en blij zijn. Wij zijn ook degenen die hun agenda beheren.“
Als je beroemdheid getrouwd is, moet je ervoor zorgen dat je het nummer hebt van de echtgenoot, chauffeur, kok en eigenlijk iedereen waarop je kan vertrouwen. Een celebrity manager zijn is geen nine to five job.
Ben jij ook verantwoordelijk voor hun profilering op social media?
“Als ze willen dan kan dat. Maar vaak ook niet. De meeste beroemdheden huren een aparte social media manager in die aan hun sociale media werkt, maar als manager geef je zeker ook daarover je input.”
Ik kan me voorstellen dat dergelijke taken wel wat stress met zich kan meebrengen. Hoe ga je daarmee om?
“Dat gaat allemaal vrij soepel. Ik kan goed met stress omgaan. Het hangt eigenlijk allemaal af van de beroemdheid die je begeleidt en de relatie die je met hem of haar hebt. Het hangt ook af van hoe ze je behandelen. Sommigen zijn erg kalm en andere kunnen ophef maken over de kleinste dingen. Het is gemakkelijker om te werken met mensen die van nature gemakkelijk in de omgang zijn. Ik werk niet meer voor een bureau of bedrijf. Ik ben een naam op mezelf. Als je je eigen baas bent, zoek je je eigen methode om mee te werken.
Met mannelijke sterren werken is voor mij gemakkelijker dan met vrouwelijke. Dat heb ik geleerd uit persoonlijke ervaring. Je moet ook altijd 24 op 7 met hen verbonden zijn en alles van hen weten. Als ze bezig zijn met een opname en je bent niet fysiek aanwezig, dan moet je telefoon altijd aan staan. Je moet altijd voor ze bereikbaar zijn.
Als je beroemdheid getrouwd is, moet je ervoor zorgen dat je het nummer hebt van de echtgenoot, chauffeur, kok en eigenlijk iedereen waarop je kan vertrouwen. Een celebrity manager zijn is geen nine to five job. Het is een job van 24 uur per dag. Dat geldt trouwens ook voor de PR-wereld.“
Als je een celebrity manager wil worden, zou ik adviseren om heel veel geduld te kweken.
Wat zie je als een uitdaging in je werk?
“Als ik voor een beroemdheid werk waar ik niet mee opschiet. Op die manier blijf je bij iemand die je niet echt leuk vindt. Ik heb een paar beroemdheden geweigerd om die reden. Ik excuseer mezelf en vertel ze dat ik als manager niet geïnteresseerd ben. Als je niet met elkaar overweg kunt, kan je geen verbinding maken en dan kan je niet samenwerken. Geld is heel aantrekkelijk, maar het heeft geen zin om samen te werken met een persoon die je niet mag. “
Dat lijkt zo nuchter, streng en egocentrisch.
(lacht) “Als je al een aantal jaar in deze sector werkt, leer je de verschillende kleuren en schakeringen van mensen kennen. In het begin voel je de verleiding om elke kans te grijpen die je tegenkomt. Als je groeit en volwassen wordt, begin je ook volwassen beslissingen te nemen. Als je uit eigen overtuiging iets gaat doen, voel je je meer op je gemak. Je hebt het gevoel uniek te zijn en iets anders te doen. Ik ben iemand die het eerlijk wil spelen. Zelfs als iemand niet eerlijk tegen mij is. Je moet zelf altijd eerlijk zijn. Daarom is het soms beter om een beroemdheid te weigeren en te vertellen dat je niet geïnteresseerd bent in plaats van half werk te leveren. “
Kun je enkele gouden tips geven voor jonge professionals celebrity management willen worden?
“Als je een celebrity manager wil worden, zou ik adviseren om heel veel geduld te kweken. Je kan ook best inzicht hebben in conflictbeheersing en communicatie. Communicatie is eigenlijk de sleutel tot alles. Zorg ervoor dat je zelfvertrouwen hebt en wees in staat om je eigen mening te geven. Weet wanneer je moet spreken en wanneer niet. En ten slotte moet je ook kunnen inschatten wanneer je oordeel belangrijk is.”
VTM-journaliste Romina Van Camp (34) is naar de Verenigde Staten vertrokken om er tot in detail verslag uit brengen van de presidentsverkiezingen. StampMedia-reporter Noreen Muhammad ging voor haar vertrek met haar in gesprek. Romina vertelt ons over haar ambities, hoe haar leven als journalist er uit ziet, hoe ze het beste uit haar werkdag haalt, en hoe ze positief blijft.
Romina Van Camp werkt op de buitenlandredactie van VTM Nieuws en maakt voornamelijk reportages over de Amerikaanse en Britse politiek. Het was altijd haar droom om actief nieuwsverhalen te brengen uit het buitenland. Voor de presidentsverkiezingen in Amerika die in november plaats vinden, vertrok ze naar de Verenigde Staten om reportages te maken over die verkiezingen. Het zijn ondertussen haar tweede Amerikaanse presidentsverkiezingen. “De geschiedenis leert ons dat buitenlandse verhalen ook een grote impact hebben op onze eigen maatschappij”, begint Van Camp met haar verhaal.
Leven als journalist
“Journalist zijn is écht keihard werken”, lacht Van Camp. “Bij zeer intensieve opdrachten in het buitenland ben je continu achter mensen aan het aanlopen en verhalen aan het zoeken. Je slaapt niet veel maar je haalt er zoveel energie en voldoening uit. Het geeft ongelooflijk veel adrenaline. Als ik vier weken door de VS reis, dan moet ik thuis wel even bekomen van de intense reis en de jetlag.”

Tijdens de lockdown heeft Romina het moeilijk. Op een gegeven moment klopt ze bij haar bazen aan om aan te tonen dat ze nog bestaat.“Ik heb tijdens de lockdown veel vanuit Antwerpen verslag gebracht over de maatregelen in de stad en de provincie. Op deze manier kon ik toch ook mijn steentje bijdragen aan de verslaggeving.”
Romina’s werkdag begint om 9.30u. Alle journalisten krijgen dan een briefing en nadien moet de eerste reportage afgewerkt worden voor de uitzending van 13u. Om 14.15u vindt een tweede briefing plaats waarin de plannen voor het nieuws van 19u uit de doeken worden gedaan. Wat er om 14u15 gezegd wordt, komt vaak niet overeen met hoe het om 19u op antenne eruit ziet. Dat is afhankelijk van het nieuws en de live gebeurtenissen die binnenkomen. “Dat gedeelte wanneer er breaking news gebeurt, blijft altijd spannend. Ik stress daar bijna nooit voor. Het is gewoon kwestie van de knop omdraaien, aanpassen en kijken waar de focus ligt.”
“De eindredacteur bepaalt welke journalist welk onderwerp behandelt. Het is dan de bedoeling dat je dat onderwerp uitwerkt, interviews aflegt, op pad gaat met de cameraman en de reportage monteert. Ik monteer het liefst zelf. Ik doe dat héél graag en kan op deze manier zien hoe mijn eindproduct eruitziet. Ik visioneer en beluister alle interviews en op basis van de straffe quotes die ik wil gebruiken begin ik mijn tekst te schrijven.”
“Soms werk ik ook tijdens de weekends en feestdagen. Ik vind dat echt leuk want dan kan ik in de week dingen doen die je normaal niet kan doen. Dan regel ik graag afspraken bij de tandarts en zo, doe ik boodschappen en neem ik tijd voor mezelf. In het weekend heb je ook een hele andere vibe op de redactie. Dat maakt het best aangenaam.”
Tegenslagen
De grootste tegenslagen waarmee je als journalist te kampen krijgt zijn volgens Romina vooral als een reportage niet lukt of als er iemand voor een interview benaderd wordt en die persoon maar niet bereikbaar is of mee instemt.
“Het is moeilijk om interviews af te nemen als je ter plekke de mensen moet overtuigen. Het komt er dan op neer om de geïnterviewde duidelijk te maken waarom je het belangrijk vindt om zijn/haar verhaal te brengen. Als de geïnterviewde dan toch niet mee wil werken, is het puzzelen en nadenken hoe je er alsnog een stuk over kan brengen.”
“De grootste fout die beginnende journalisten maken is dat ze vooraf een heel plan al uitstippelen maar wanneer je ter plaatse gaat is het meestal dat de situatie heel anders is dan dat je het voor ogen had”, zegt Romina. “Je mag jezelf nooit op voorhand te hard inprenten hoe het eindproduct gaat zijn. Soms kan het slechter uitvallen en soms ook beter. In het begin was ik een stresskip en was het zoeken hoe ik een tekst moest schrijven, maar na een bepaald moment krijg je een klik en zie, voel en kan je het.”
Positiviteit
Wat de boodschap naar positiviteit tijdens een tegenslag is, deelt Van Camp het volgende over: “Ik ben een piekeraar en heb in mijn jeugdjaren een tijd gehad dat ik lang met zaken in mijn hoofd kon zitten. Ik heb door de jaren geleerd dat ik zaken moet loslaten. Ik heb dat bijvoorbeeld ook tijdens mijn reportages. Als een reportage niet lukt, dan probeer ik dat los te laten en begin ik de dag nadien positief aan mijn volgende reportage. Naarmate je ouder wordt, leer je beter relativeren en laat je dingen sneller los.”
“Als een reportage eens niet goed gelukt is door technische problemen of tijdgebrek dan mag je dat niet te veel aan je hart laten komen. De volgende dag is weer een nieuwe dag met nieuwe uitdagingen en nieuwsfeiten. Mijn bazen zijn ervan bewust wat ik allemaal in mijn mars heb en dat ik vele richtingen uit kan. Als er eens een tegenslag is dan weten ze dat ik er alles aan heb gedaan om het op te lossen.”
Grootste uitdagingen
Eén van de grootste uitdagingen doorheen Romina’s carrière zijn haar eerste Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016. Die verkiezingen zijn voor haar als journalist het summum. In 2015 behandelt ze ook het nieuws rond de vluchtelingencrisis en volgt ze vluchtelingen op hun route doorheen Europa in Griekenland, Macedonië, Servië, Kroatië, enzovoort.
Enkele andere uitdagingen die het journalistenleven volgens Romina met zich meebrengt zijn uit de auto stappen, je neus uitsteken, je oor te luister leggen en mensen zoeken om te interviewen. “Voor dagelijkse nieuwsuitzendingen ben je erg tijdsgebonden en dat is niet altijd evident. Je hebt niet altijd de kans om het hele verhaal van begin tot einde te volgen. Je hebt zoveel materiaal maar je kan jammer genoeg niet alles gebruiken omdat je in een bepaalde tijdspanne zit. Het is met momenten dan best frustrerend dat je maar 1,5 minuut krijgt om een heel verhaal te brengen.”
“Met de vluchtelingencrisis besefte ik ook dat dit de verhalen zijn die ik wil doen. Ik wil in België de mensen laten begrijpen waarom vluchtelingen op de vlucht gaan. Het is mijn taak als journalist om buitenlandse zaken begrijpbaar te maken in de Belgische media.”
Journalisten in een negatief daglicht
De reden waarom journalisten zo vaak in een negatief daglicht gesteld worden, is volgens Van Camp de opkomst van sociale media. Mensen kunnen er snel commentaar geven en kritiek uiten. Enkele jaren geleden plaatste ze een foto op Twitter van een herdenkingsmoment na een aanslag in Londen. Naast burgemeester Sadiq Khan waren tal van andere mensen te zien, waaronder ook een groep moslima’s. “Ik had een foto van die meisjes genomen omdat ik het zo schoon vond dat ze daar in hun schooluniform stonden. Ik kreeg op die foto haatdragende reacties. Zulke opmerkingen blijven lang in je hoofd zitten. Ik ben met die reacties naar mijn toenmalige baas gegaan omdat ik de drang voelde om erop te reageren, maar hij adviseerde me om dat beter niet te doen en sindsdien ben ik niet meer zo actief op Twitter. Het is niet mijn medium. Wat trouwens ook niet goed is door er niet op te reageren, want dan laat je je als journalist doen. Ik wil gerust met die mensen in debat gaan, maar als je begint te beledigen dan steek ik er geen energie in.”
“Ik denk dat Donald Trump ook wel een rol speelt waarom mensen zo negatief naar journalisten kijken. Hij had vier jaar geleden fake news gelanceerd. In het begin dacht ik: “amai wat is dat?” Doorgaans zijn burgers ook mondiger en kritischer geworden naar de media toe. Als ik een reportage maak, mijn gezicht en naam daaraan koppel dan wil ik dat het een goed product is. Jij bent zelf de eindverantwoordelijke van het eindproduct. Op alles dat je maakt kan je kritiek krijgen. Voor ik het inzend, controleer ik of alles klopt. Ik ben een grote controlefreak.”
Ambities
Romina’s ambitie is om te blijven doen wat ze nu doet: buitenlandse nieuwsverhalen brengen. Op termijn wil ze ook een leading lady van VTM Nieuws worden. ”Als ze mij ooit vragen om Greet De Keyser op te volgen als VS-correspondent zou dat een droom zijn die uitkomt. Ik wil altijd met mijn koffer kunnen vertrekken. Als de geschiedenis zich voor jouw ogen afspeelt, wil je daarbij zijn.” Soms reflecteert Romina over haar ambities en worstelt ze met het feit of ze niet té ambitieus is. “Ik ben soms zo gulzig en snak altijd naar meer. Ik stel mezelf soms de vraag of ik niet gewoon tevreden kan zijn met wat ik nu heb.”
Ze voelt de constante ambitie en drang om iets te betekenen. In 2016 werd ze genomineerd voor de Belfius Persprijzen met één van haar reportages over de vluchtelingencrisis. Ze won nipt niet, maar stelt wel als doel dat ze de volgende keer met de winst wil gaan lopen. “Er gaat een moment komen dat ik tegen het plafond aanloop en niet meer kan doorgroeien of het gevoel heb dat ik alles al gedaan heb. Dat wordt hét moment om na te gaan of dit wel hetgeen is dat ik wil blijven doen.”
Woensdag 21 oktober is de dag van de verzorgenden en zorgkundigen. Samen met de coronacijfers die terug in het rood staan en het feit dat een kwart van de zorgverleners denkt aan stoppen, kan deze dag dienen om iedereen nog maar eens bewust te maken van de sector. Maar hoe zit dat bij studenten? Ervaren zij ook die druk?
Volgens Chris Sorel, opleidingscoördinator Verpleegkunde aan Thomas More, is er op school niet meteen een andere sfeer onder de studenten, buiten de mondmaskers dan. Al nuanceert zij dat wel: “Ik hoor wel van collega’s dat studenten bang zijn om met covidpatiënten in contact te komen. Ze zien dat vaak niet zitten en het maakt hen ook bang.”

Scholen kregen de vraag van ziekenhuizen of derde- en vierdejaars studenten op de covidafdeling mogen bijstaan. “De sfeer in de ziekenhuizen is nu anders. De kans dat je in contact komt met mensen die achteraf positief blijken te zijn, bestaat. Goede begeleiding en opvolging van het mentaal welzijn vinden we hierbij erg belangrijk”, vult Sorel aan.
Werkzekerheid
“Dit jaar zijn veertig mensen meer ingeschreven in vergelijking met vorig jaar. De reden waarom is moeilijk te zeggen”, licht Sorel toe. Meer inschrijvingen klinkt in de eerste plaats contradictorisch, omdat de zorgverleners en studenten uit de zorg veel druk ervaren. “Covid had als gevolg dat de zorg meer in de media kwam. Tijdens economische crisissen kiest men ook sneller voor een zorgopleiding, omdat je zo jobzekerheid hebt.”
Louise Vincent (22) is studente Vroedkunde aan de UCLL hogeschool: “Ik ben begonnen aan deze opleiding omdat ik het fijn vind mensen te helpen. De coronacrisis heeft dat helemaal doen veranderen. Regelmatig zie je mensen die niet beter worden.” Deze periode brengt voor heel wat studenten stress met zich mee. “Ik begon met stage tijdens de coronacrisis. Wij moesten ons als student heel flexibel opstellen. Elke week hielpen wij op een andere afdeling en soms zelfs in een ander ziekenhuis. Daardoor moest je telkens van nul beginnen. Ik zal blij zijn als deze keer meer mensen het serieus zouden nemen”, verklaart Louise.
Stages veranderen
Dat het op dit moment duistere tijden zijn voor de zorg, begrijpt ook Charline Poppe (19) maar al te goed. Zij studeert verpleegkunde aan de UCLL hogeschool. “Als ik hoor hoe in sommige woonzorgcentra corona heeft toegeslagen, dan kan ik wel geloven dat mijn collega”s daar de moed in de schoenen zakt. Zorg toedienen is wat moeilijker geworden, maar we trekken onze plan. Ik vind juist dat het op zo’n momenten belangrijk is om door te zetten en er volledig voor te gaan. Ik heb er nog steeds veel zin, ondanks corona.”
Toch ontglipt niet iedere student de motivatie om door te zetten. Voor Manon Rottiers (22), vijfdejaars student Geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen, is de gedrevenheid om door te zetten meer dan ooit aanwezig. Ze legt uit: “Ik heb altijd, zoals bij de meeste studenten onder ons, de visie gehad om mensen te helpen. De crisis die we vandaag doormaken, motiveert me juist om dat ene verschil te maken en een goede dokter te worden.”
Al ondervindt Manon toch ook nadelen aan de crisis. “De stages worden wel wat anders ingericht. Zo kunnen wij bijvoorbeeld nu geen volledige maand op een spoeddienst staan. Simpelweg omdat ze daar niet voldoende materiaal hebben om ons te beschermen.” Dat zorgt ervoor dat studenten bijvoorbeeld stage moeten lopen in een triagepost (plek waar patiënten met symptomen getest worden, red.). “Dat is heel jammer omdat op de spoed veel verschillende ‘ziektes’ voorkomen. Daardoor leer je snel nadenken en vlot een diagnose te stellen. Op zo’n triagepost is dat absoluut niet het geval”, aldus Manon.
Jerusalema
Tussen alle bezorgdheden door blijft de coronahit Jerusalema voor kracht zorgen. Al sinds maart dansen veel politiekorpsen, brandweerkazernes maar vooral ziekenhuizen op het nummer van Master KG. Vorige week waagde ook een ziekenhuis uit Wilrijk zich aan het dansje. Verpleegkundige Karin Mettens (61) organiseerde het hele gebeuren: “Ik denk dat we dit vooral gedaan hebben voor een samenhorigheidsgevoel te creëren en om sterk te staan tegen de tweede golf. Die zal pittig worden.” Dat de politiek niet genoeg inspanningen levert voor de zorgsector is voor Karin intussen wel duidelijk: “Ze zouden achter ons moeten staan en geen dingen beloven om ze dan uiteindelijk niet waar te maken. Een betere verloning zou ook welkom zijn, zodat eindelijk terug veel meer mensen voor de zorg gaan kiezen.”
Bekijk het filmpje hieronder.