• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

Zondag 7 juni kwamen er meer dan 10.000 mensen samen in Brussel om te betogen tegen het politiegeweld in de Verenigde Staten en om hun stem uit te spreken tegen het dagelijkse racisme in de Belgische samenleving.

Twee weken geleden werd ik wakker met de beelden van een zwarte man die smeekte om zjin leven, terwijl een witte politieman zijn knie op zijn nek duwde. Die zwarte man heet George Floyd. Meer dan acht minuten lang werd hij tegen de grond geduwd. “I can’t breathe” waren zijn laatste woorden.

Omstaanders filmden het gebeuren, vroegen de agent om op te houden, wezen hem op het feit dat Floyd niet kon ademen en dat ze hem zware schade toebrachten. Maar de agenten die erbij stonden ondernamen niets. George Floyd overleefde het niet en stierf op weg naar het ziekenhuis.

George Floyd, Breonna Taylor, Ahmaud Arbery: het zijn allemaal bekende slachtoffers van politiebrutaliteit in de Verenigde Staten. Ook in België zijn er al verschillende doden gevallen ten gevolge van buitensporig geweld door politieagenten. Ik denk daarbij aan Adil, Mawda, Mehdi, en zoveel anderen.

Het is genoeg geweest. Dat was de boodschap van Black Lives Matter-betoging in Brussel. Gerechtigheid moet er komen. De agenten in kwestie moeten opgepakt en vervolgd worden. 

All Lives Matter 

Dat alle levens er toe doen, spreekt voor zich. Wie ‘Black Lives Matter’ zegt, wil daarmee niet zeggen dat andere, niet-zwarte levens niet belangrijk zijn. Het wil eenvoudigweg zeggen dat het leven van zwarte mensen evenwaardig is aan dat van alle anderen. Zwarte Amerikanen zouden niet bang moeten zijn om vermoord te worden door de politie,want de belangrijkste taak van de politie is om burgers te beschermen. All lives can’t matter until black lives matter as much as white lives do.

Vreedzaam protest in Brussel?  

Rond 15u was het tijd voor de speech. De betogers riepen luidkeels “Justice”, “Black Lives Matter”, “George Floyd” “Justice Pour Adil”. Ik kreeg kippenvel, want als zwarte man was het heel hoopgevend om te zien dat meer dan 10.000 mensen waren samengekomen in tijden van corona. Ik kreeg hoop op een beter toekomst voor mij, mijn familie en andere zwarte mensen die hier wonen.

Sommige mensen waren bang om naar de betoging te komen, maar deelden wel de positieve berichten op hun sociale media. Veel mensen luisteren naar podcasts, kijken naar films en lezen boeken over racisme. Dat is positief. Als we jonge burgers blijven informeren en als zij zichzelf gaan verrijken, kunnen we zorgen voor betere politieagenten in de toekomst.
 

Ik maakte tijdens de betoging beelden van borden, slogans en gezichten van mensen. Het protest was vreedzaam tot ongeveer 17u. Daarna moesten we naar huis. Maar als 10.000 mensen die met de trein of de metro naar huis moeten, zorgde voor veel chaos. Ik besloot nog even in Brussel te blijven met vrienden. We gingen in het park zitten en aten samen pizza om het vreedzame protest dat we net hadden getoond, te vieren. Ik wil niet teveel woorden wijden aan de plunderaars en de mensen die het vreedzame en solidaire karakter van de betoging hebben besmeurd. De media hebben zich grotendeels op die negatieve gebeurtenissen gefocust. Uiteraard betreur ik de rellen en plunderingen, maar het is niet de essentie van de betoging en het protest. De essentie is dat duizenden mensen hebben aangetoond dat ze genoeg hebben van het structureel racisme en discriminatie in een samenleving waar ze al decennia deel van uitmaken.

Meryam Bouyahyaoui (30) opende vlak voor de coronacrisis haar eerste kapperszaak in Burcht. Door de maatregelen van de overheid moest ze kort nadien de deuren weer sluiten. Ze deelt haar ervaring als jong, startend onderneemster in onzekere tijden.  

In 2009 studeerde Meryam af aan het PIHS, de kappersschool in Gent. “Daarna ben ik een tijdje aan de slag gegaan in verschillende kapperszaken in Gent en Antwerpen. Zes jaar geleden werd ik zwanger van mijn eerste kindje en dat viel niet meer te combineren met mijn job in het kapsalon. Toen ben ik overgeschakeld op thuiswerk: klanten konden bij mij hun haren laten knippen of ik kwam bij hen thuis. Dat was veel beter te combineren met mijn kindje, maar toch bleef het knagen om ooit een eigen zaak te beginnen.” Een tweede kindje en een verhuis van Gent naar Melsele later, kwam de droom dichterbij. “Intussen zijn de kinderen 4 en 6 jaar. Het moment leek me rijp.” 

“Achteraf bekeken was het misschien wel een teken.”

Droomvakantie of droomzaak?

De krokusvakantie naderde en Meryam had samen met haar man een vakantie naar Italië geboekt. “Twee dagen nadat ik geboekt had, kwam er plots een pand vrij in Burcht. Niet te groot, niet te klein en niet ver van huis. Ik nam contact op met de eigenaar en kon al snel een kijkje komen nemen.” Het pand voldeed aan alle verwachtingen. “Op aanraden van mijn man hebben we onze reis geannuleerd en gekozen om voluit voor dit project te gaan. Ik moest mijn kans wagen. Nu of nooit. Achteraf bekeken was het misschien wel een teken. Hoe zou het afgelopen zijn als ik in de krokusvakantie naar Italië was geweest?”

In drie weken tijd was ze klaar voor de opening. “Het ging veel vlotter dan ik gedacht had. Ik heb al mijn spaargeld in de zaak gestoken, maar het was elke cent waard. Ik ben mijn eigen baas en ik heb een zaak die mijn persoonlijkheid en passie weerspiegelt. Dit ben ik.” Begin maart opende het salon onder de naam Hairstylist Meryam Bou de deuren. “Het was één groot feest. De dagen nadien kreeg ik enorm veel afspraken, berichtjes en telefoontjes. In een mum van tijd was ik volgeboekt.” 
 

Kappers open of dicht?

Maar toen brak de coronacrisis ook in ons land uit. België ging op 18 maart in lockdown light. Kappers mochten openblijven. “Dat snapte ik niet. Ik kan toch onmogelijk genoeg afstand bewaren? De klanten waren ook bang. Niemand wist hoe de situatie zou evolueren.” Er werd massaal afgebeld. De eens zo volle agenda was plots weer leeg. “Ik doe veel bruidskapsels of kapsels voor andere speciale gelegenheden, maar alle feesten en samenkomsten werden geannuleerd en de klanten hadden mij niet meer nodig. Dat was begrijpelijk, maar ook moeilijk. Mijn allergrootste droom en nachtmerrie kwamen dezelfde week uit.”

Op 24 maart besloot de Nationale Veiligheidsraad – na veel protest – om ook kapperszaken te sluiten. “Toen zat ik toch wel even in een dipje. Ik belde de laatste klanten en al mijn leveranciers af. Mijn salon was nog maar net open en ik moest alweer dicht. Ik had hier zo veel geld in gestoken. Was dat nu allemaal verloren?” 
 

Hinderpremie

Gelukkig kwam Meryam in aanmerking voor de hinderpremie. “Ik zat echt met de handen in het haar. Helaas alleen figuurlijk. (lacht) Ik wist niet zeker of ik in aanmerking zou komen voor een tegemoetkoming van de overheid. Eigenlijk heb ik geluk gehad dat ik niet een week later ben opengegaan, zoals ik oorspronkelijk van plan was. Anders had ik geen overbrugging ontvangen.” Ook dat was een teken voor Meryam. “Het lijkt een kleine zaak, maar er zijn veel kosten. Alle starterspakketten met haarproducten die ik gekocht had, de huur, het materiaal, noem maar op. Met de tegemoetkoming van 4.000 euro kon ik dat gelukkig betalen. Klanten kunnen ook nog steeds terecht om haarproducten te kopen via Instagram. Dat helpt een beetje om de kosten te dekken, maar als iets op is, kan ik het voorlopig niet bijbestellen.” 
 

Ondanks de lockdown en de maatregelen van de overheid bleef Meryam berichtjes krijgen. “Mensen vroegen of ik nog aan huis kwam of dat ze bij mij thuis konden komen. Maar ik had mezelf voor de coronacrisis al voorgenomen dat ik niet meer aan huis zou komen, zodra ik een eigen zaak had. Mijn gezin combineren met zowel het salon als thuiswerk, dat zag ik niet zitten. Enkele vaste klanten vroegen of ik geen uitzondering kon maken. Maar eens ik daarmee begin, wordt die uitzondering de regel. En ik wil ook niet in de problemen geraken.”  

“De zaak is er nu. Ze is van mij en dat kan niemand me meer afpakken.”

Toch weer open

Vanaf 18 mei mag Meryam weer aan de slag. “Enkel op afspraak, om het zo veilig mogelijk te houden. Klanten moeten zelf een mondmasker meebrengen of kunnen er één aankopen in het salon. Er is ook ontsmettende handgel voorzien voor de klanten. Ik werk één op één en neem per dag maximaal vijf klanten aan. Zo heb ik tussendoor genoeg tijd om alles grondig te ontsmetten.” Vijf klanten per dag is minder dan de helft van wat Meryam normaal doet. “Minder klanten, ja, maar één op één werken is ook tijdrovend. Normaal neem ik er tijdens lange behandelingen, zoals een kleuring, nog een andere klant bij. Terwijl het product inwerkt bij de ene klant, kan ik een andere knippen. Dat gaat nu niet meer. Ik moet per klant van A tot Z werken.” 

Ondanks de maatregelen, maakt Meryam zich toch zorgen. “Als het van mij afhing, zou ik pas in juni opengaan. Mijn kindjes moeten ook weer naar school en dat houdt me wel wakker. Ook omdat de opvang enkel voor kinderen van ouders met essentiële beroepen is. Hoewel ik haren heel belangrijk vind, is het mijne geen essentieel beroep.” (lacht) Maar ze blijft positief. “De zaak is er nu. Ze is van mij en dat kan niemand me meer afpakken.” 

Voir cette publication sur Instagram

Une publication partagée par ???????????????????? (@hairstylistmeryambou) le

12 maart. De Nationale Veiligheidsraad zit samen en besluit de bevolking maatregelen op te leggen om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan. Ook voor studenten zijn de gevolgen groot: de universiteiten sluiten hun deuren, het onderwijs wordt digitaal voortgezet. De studentenredacties blijven niet bij de pakken zitten en herorganiseren zich om – ook tijdens de quarantaine – medestudenten op vrijwillige basis te blijven informeren, inspireren én amuseren.

Louise De Vliegere maakt al drie jaar deel uit van de redactie van het Antwerps studentenblad ‘dwars’. Ook zij worden getroffen door de lockdown en passen hun werking aan volgens de huidige omstandigheden. Voor dit artikel zocht ze uit hoe de verschillende studentenredacties omgaan met de geldende beperkingen, en of ze die ook kunnen omzetten in een positief verhaal.  

Veto, dwars, Schamper en de Moeial zijn respectievelijk de studentenbladen van de Katholieke Universiteit Leuven, de Universiteit Antwerpen, de Universiteit Gent en De Vrije Universiteit Brussel. Redactioneel onafhankelijk, gratis en voor én door studenten. Al is in tijden van corona niets een evidentie.   

Fysiek versus digitaal

De redactievergadering. Wat een wekelijkse bijeenkomst was waarin creativiteit, discussie en collectiviteit centraal stonden, is voor velen nu een digitale doorn in het oog. “Wij zijn overgestapt naar Skype-calls, louter voor korte updates”, vertelt Jade, redactiechef bij de Moeial. Ook de redactie van dwars schakelde over naar dit platform, zegt hoofdredacteur Tino Mourik. Dat het contact niet overal vlot verloopt, getuigt Ella Roose, coördinator bij Schamper. “Een videocall organiseren met twintig man is niet evident, de structuur is zoek en het verloopt ronduit chaotisch. Daarom kiezen we er nu voor om inhoudelijke zaken te regelen via Facebook.” Bij de redactie van Veto wordt er volgens hoofdredacteur Ana Van Liedekerke creatiever omgesprongen met de huidige beperkingen: “De redactievergadering hebben we vervangen door een systeem waarin de redacteurs filmpjes maken om hun idee voor een artikel te pitchen.”  

“Een videocall organiseren met twintig man is niet evident, de structuur is zoek en het verloopt ronduit chaotisch.” – Ella Roose, Schamper

Hoe erg lijdt het sociaal contact hieronder? Tino spreekt van een extra barrière: “Sommige studenten blijven liever op de achtergrond. Door het gebrek aan fysiek contact zijn ze nu nog minder geneigd input te geven tijdens een digitale vergadering. Voor iedereen is het trouwens moeilijk inschatten wanneer je iets kan zeggen; je moet lef tonen om iemand anders te onderbreken.” Volgens Ella is feedback en kritiek overbrengen in het echte leven al niet gemakkelijk en wordt dat er op digitale wijze niet beter op.  

Print versus web

Terwijl de redactie van Veto bij het ingaan van de lockdown besloot om de publicatie van de vier laatste magazines dit academiejaar volledig stop te zetten, trachtte Schamper toch nog een gedrukte versie af te leveren. “In overleg met de drukker hebben we de oplage van 4.000 exemplaren verlaagd naar 400, maar we hebben de situatie duidelijk verkeerd ingeschat. Er staan nog dozen vol in het redactielokaal. Die gaan naar het archief, er zit weinig anders op”, vertelt Ella.  

Bij de Moeial merken ze dat de quarantaine ook voordelen heeft; Er worden heel wat kosten bespaard zegt Jade: “We werken momenteel enkel online waardoor er drie gedrukte magazines wegvallen en ons budget onaangeroerd blijft. We spelen met het idee om een abonnementsysteem op poten te zetten en dit academiejaar nog een laatste magazine af te werken en te bezorgen via de post.”   

Continuïteit is belangrijk, zegt Ana. Nu alle content digitaal verschijnt, is dat niet anders: “We houden ook tijdens de quarantaine rekening met de volledigheid van ons archief, een digitaal vormgegeven exemplaar is daar onderdeel van.” Ook de redactie van dwars koos al snel voor de digitale vlucht vooruit. “Met een verlaten campus en afwezige professoren beseften we dat we onze dwarsligger niet op de traditionele wijze aan de man zouden kunnen brengen.” Maar dat hoeft voor Tino geen probleem te zijn: “Onze redactie zet steevast in op web-only artikels, hun aandeel is gewoon fors gestegen.”  

Ander nieuws versus corona

Of die toename aan digitale content een schot in de roos is? De redacties zien de online leescijfers de lucht ingaan. Bij Veto spreken ze over een stijging van 50 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar. De Moeial registreert een verdubbeling van het aantal clicks en likes op Instagram en een stijging van 85 procent qua reacties op Facebook.  

“We hebben een verdubbeling van het aantal clicks en likes op Instagram geregistreerd en een stijging van 85 procent qua reacties op Facebook.” – Jader Pieters, de Moeial

Dat corona de actualiteit beheerst, betekent overigens niet dat de studentenredacties zich beperken tot dat thema. Er gebeuren immers nog andere nieuwswaardige zaken. Volgens Tino is het zoeken naar de juiste balans. “De universiteit gaat door, wetenschappelijk onderzoek loopt niet weg, het leven is niet gestopt”, klinkt het. Veto verlegt de focus op de universitaire beslissingen en is bijvoorbeeld ook geïnteresseerd in hoe het gesteld is met de Leuvense daklozen en hoe het toelatingsexamen voor de studenten geneeskunde georganiseerd zal worden. Daarnaast brengen ze ook lichtere thema’s, waaronder recensies van online muziekvoorstellingen. Bij Schamper merken ze vooral de nood van redactieleden om opiniestukken te schrijven, ook lezersbrieven stromen vlot binnen. Ze proberen bovendien meer in te spelen op de actualiteit.  

Strakke deadlines versus meer tijd

Nu de online redacties op volle toeren draaien, worden de verschillen pas echt duidelijk. Geen eindredactieweekend. Geen boekje dat gelay-out moet worden. Geen deadline van de drukker. “Het klopt dat er heel wat tijd is vrijgekomen, maar wij proberen daar als redactie nuttig gebruik van te maken. We zetten in op bijkomende eindredactielezingen van onze artikels, om zo de hoogst mogelijke kwaliteit te bereiken”, legt Tino uit. Bij de Moeial noemen ze de eindredactie zelfs de grootste aanpassing die ze hebben uitgevoerd. “Nu er geen boekjes meer gedrukt worden, is het nalezen van de vormgegeven teksten in InDesign volledig weggevallen. Het tijdrovende aspect is verdwenen, artikels worden nu sneller online geplaatst.”  

Artikels op papier behouden wel hun meerwaarde, vindt Ana. “Beeldmateriaal komt beter tot zijn recht op papier. Daarenboven zijn we door de quarantaine gedwongen om meer gebruik te maken van illustraties en stockbeelden.” Bij Schamper maken ze dan weer meer gebruik van cartoons en Photoshop en bij de Moeial worden zelfs gedigitaliseerde schilderkunsten niet geschuwd.  

We zijn momenteel nauwelijks in staat om mensen aan te spreken en warm te maken voor een functie binnen de hoofdredactie, dat beschouwen we als een grote beperking.” – Ana Van Liedekerke, Veto

Heden versus toekomst

De hoofdredacties kijken alvast vooruit. Naast de verkiezingen van de studentenraden is het binnenkort hoog tijd om nieuwe hoofdredacties aan te stellen en de toekomst van de bladen te verzekeren. Ana vreest dat de zoektocht naar opvolging van de huidige redactie een van de grootste uitdagingen wordt. “We zijn momenteel nauwelijks in staat om mensen aan te spreken en warm te maken voor een functie binnen de hoofdredactie, dat beschouwen we als een grote beperking.” Naar een platform is het alleszins niet meer zoeken: “Voor de verkiezingen zullen we net zoals voor onze redactievergaderingen gebruik maken van Zoom.” Ook Schamper organiseert zijn verkiezing van een nieuwe hoofdredactie online. Zij verkiezen Microsoft Teams.  

“Deze quarantaine is een goed excuus om te kijken wat werkt. We hebben meer tijd om te schrijven en om te experimenteren.” – Tino Mourik, dwars

Nadelen worden voordelen

In tijden van nood leren we onszelf beter kennen. En dat is voor de studentenredacties niet anders. “Deze quarantaine is een goed excuus om te kijken wat werkt. We hebben meer tijd om te schrijven en om te experimenteren, we moeten op zoek naar oplossingen”, zegt Tino. Bij Schamper beseffen ze nu dat ze nog niet klaar zijn voor de digitalisering: “We hangen te hard vast aan onze structuur van tweewekelijkse edities, al merken we nu de voordelen van online artikels. Het komt erop aan om onze huidige structuur te herbekijken en bepaalde digitale aanpassingen te behouden. Ook na corona.” En op deze manier komt er ook nog iets goeds voort uit deze crisis.   

Nu iedereen in zijn kot moet blijven, ligt de Belgische kust er verlaten bij. Geen gezellige drukte op de dijk, geen volle terrassen, geen rijen aan de ijskramen. Het strand is leeg, de winkels dicht. Ik trok er – in eigen gemeente – met mijn camera op uit om de stilte en de rust vast te leggen. De coronacrisis aan de kust, in 15 beelden.   

Om het coronavirus in te dijken besliste de Veiligheidsraad vorige week om massa-evenementen zeker tot na de zomer te annuleren. Daarmee werd de grootste angst van duizenden muziekliefhebbers bewaarheid: de zomer van 2020 wordt er een zonder festivals. Een ramp, ook voor artiesten die op het punt stonden om door te breken. Wij spraken met enkelen van hen en polsten ook bij het afgelaste Sfinks Festival en de Antwerpse concertzaal De Roma.

Tussenstop voor rijzende sterren

De beslissing om de festivalzomer af te gelasten, sloeg bij veel muzikanten in als een bom. Tours, optredens en inkomsten vallen weg. Ook rijzende sterren lijden onder de impact van het virus. Bram Vanhove, die al enige naam had gemaakt als drummer bij blackwave. en Coely, ondervindt extra moeilijkheden om zijn eigen band Collective Conscience van de grond te krijgen: “Met Collective Conscience maken we een experimentele mix van jazz en hiphop,” zegt Vanhove. “Een niche-stijl die moeilijk te verkopen is aan het grote publiek. We hadden het geluk dat we als Artist in Residence bij muziekcentrum Trix een jaar lang gratis toegang kregen tot studio- en opnamemateriaal, maar vanwege de quarantaine kunnen we daar nu natuurlijk niet meer terecht.”

Als drummer bij grotere artiesten was de zomer van Bram ook volgepland met festivals. Die belangrijke bron van inkomsten droogt nu op. “De winter is voor elke artiest een lastige periode om te overleven. De zomer maakt dat normaal weer goed, maar nu is er niks meer. Als mijn moeder mijn huur niet zou betalen, stond ik op straat.”

“Als mijn moeder mijn huur niet zou betalen, stond ik op straat”

De 19-jarige Thibaut Sevens, bekend van MNM UrbaNice, studeert aan PXL-Music in Hasselt. Onder de naam Sevens lost hij al enkele maanden singles op streamingplatformen als Spotify. Ook zijn zomer veranderde drastisch door de maatregelen. “Ik had 24 optredens en een tour in Nederland met Nona, maar die vallen nu allemaal in het water. Door die shows had ik uiteraard veel meer erkenning en naamsbekendheid kunnen verwerven, waardoor mijn fanbase sneller zou groeien.” Ook voor andere artiesten ziet Thibaut het somber in. “Ik ken mensen die twee jaar aan hun album hebben gewerkt en dat begin 2020 dropten om nadien te toeren. Zij gaan er aan onderdoor. Ze hebben niks om op terug te vallen.”

IKRAAAN, de artiestennaam van Ikraan Hayi (22) uit Mechelen, was dit jaar finaliste van de Nieuwe Lichting van Studio Brussel. Ze maakt R&B en soul trap in het Nederlands. Eerder dit jaar bracht ze haar debuut-ep Happy Pill uit, waarmee ze een clubtour door Vlaanderen zou doen. Maar na de eerste show in Leuven werd die al stopgezet. Rouwig is Ikraan daar niet echt om. “Ik vind dat de quarantaine een moment moet zijn om te reflecteren, om aan jezelf te werken als persoon. De muziek komt dan wel. De lockdown heeft me inzicht bijgebracht, omdat ik niet de hele tijd afgeleid wordt door optredens en school.”

“In quarantaine kan je reflecteren, aan jezelf werken. De muziek komt dan wel”

De meeste artiesten denken er wel anders over. Ze zetten nog steeds alles op alles om hun muziek de wereld in te sturen. Zo plaatsen tal van artiesten live-streams op het internet waardoor fans van thuis uit optredens kunnen bijwonen. Dat is echter niet voor iedereen even evident. Bram getuigt. “Als je een zanger of soloartiest bent, is het gemakkelijk om je ding te doen. Jean en Willem van blackwave. kunnen zonder probleem hun muziek overbrengen via live-streams omdat ze enkel hun stem en een backing track nodig hebben. Als we echt iets met de live-band willen uitbrengen, moet alles eerst apart opgenomen worden. Niet simpel. We zijn wel van plan om het te proberen, maar we moeten nog meer materiaal verzamelen.”

Geen publiek, geen inkomsten

Niet enkel kleine artiesten, maar ook zalen als De Roma in Borgerhout kreunen onder de lege agenda. “De financiële impact is heel groot”, vertelt Danielle Dierckx, algemeen coördinator van De Roma. “We hebben zo lang mogelijk gewacht om geplande evenementen te annuleren, maar de ernst van de situatie maakte al snel duidelijk dat er niets meer zou kunnen doorgaan.” Voor een organisatie als De Roma, die slechts 12 procent van de omzet uit subsidies haalt, is dit problematisch. De rest wordt grotendeels verdiend via ticketverkoop en consumpties aan de bar. Als er geen activiteiten zijn en er geen publiek in de zaal is, dan smelten die inkomsten als sneeuw voor de zon.

“De financiële last zullen we nog heel lang voelen”

Gelukkig kan De Roma nog altijd beroep doen op giften van particulieren. “We hopen het op die manier te kunnen redden”, zegt Danielle. “Hoeveel weken of maanden deze quarantaineperiode ook duurt, het is duidelijk dat we de financiële last nog heel lang zullen voelen. Daarom is het superbelangrijk om te weten wanneer wij opnieuw mensen in onze zaal mogen ontvangen zodat we ons daarop kunnen voorbereiden. Als de deuren weer opengaan, kan het dat wij bijkomende maatregelen moeten treffen zoals de temperatuur opmeten, scannen en mondmaskers voorzien. Dat regel je niet van de ene op de andere dag.”

Laat het festivalgras maar groeien!

Een zomer zonder Werchter – het zal een raar beeld zijn. Maar voor kleinere evenementen zoals het Boechoutse Sfinks Festival is dit een regelrechte ramp. Sfinks Festival bestaat uit twee evenementen: Sfinks Mixed in juli en het kleinere zusje Sfinks Mundial in mei. Je krijgt er muziek die niet dagelijks op de radio te horen is, een nationaal én internationaal divers aanbod. “Zowel Sfinks Mixed als Sfinks Mundial zijn geannuleerd, omdat we ervan uitgaan dat ze allebei als massa-evenement bekeken worden,” zegt Patrick De Groote, coördinator van Sfinks. “Hoewel de term ‘massa-evenement’ nergens duidelijk wordt afgebakend, hebben we het zekere voor het onzekere genomen. Onze twee festivals samen trekken ruim 120.000 bezoekers. Het zijn ook onze twee enige bronnen van inkomsten, en die vallen nu dus compleet weg.”

“Wij betalen onze artiesten voor online content”

“We zijn volop bezig met online content te bedenken”, vertelt Patrick. “Zo ging er vorige week een dj-set online van Papa Mojito, een van de artiesten die op onze zomeraffiche stonden. We betalen hen daarvoor om zo toch nog een beetje financiële steun te bieden.”

De organisatie probeert met de artiesten tot een gentleman’s of gentlewoman’s agreement te komen, om de line-up voor volgend jaar te behouden. “Zo zijn er weliswaar geen onmiddellijke inkomsten, maar hebben de artiesten wel iets om naar uit te kijken.”

Volgens Patrick is de algemene financiële schade nog niet bekend. “We maken momenteel gebruik van de regeling voor tijdelijke werkloosheid, maar het is nog onduidelijk hoe lang die geldt. Daarnaast hebben we begrepen dat het ministerie van Cultuur een noodfonds heeft opgericht, maar dat zou gedeeld moeten worden met jeugd, sport en de sierteelt. Afhankelijk van die vergoedingen weten we wat het financieel verlies is dit boekjaar. Pas nadien kunnen we maatregelen treffen om dat zo goed en zo kwaad mogelijk in te perken.”

Vanuit de verschillende vrijwilligersgroepen komt veel steun en dat is bij de organisatie van Sfinks niet anders. “We merken dat er heel veel begrip is bij onze vrijwilligers. Die verbondenheid blijft. Tijdens het online concert van Papa Mojito zagen we heel veel bekende gezichten tussen de kijkers die positief reageerden en hun steun betuigden. Onze vrijwilligersgemeenschap is sterk genoeg. Volgend jaar staan we er weer”, zegt Patrick De Groote.  

“Sfinks is voor mij niets dan liefde”

Milou Verstappen (26) werkt al jaren als vrijwilliger op Sfinks Mixed en kan Patricks vermoeden bevestigen. Aan de inkom controleert zij de feestgangers die het terrein betreden, maar niet dit jaar. “Ik ga het zeker missen. Vooral dan de sfeer en de gezelligheid. Nadat het festival zijn deuren sluit voor de dag, is de backstage nog open voor artiesten, vrijwilligers en medewerkers. Heerlijke momenten”, vertelt Milou. “Sfinks is voor mij niets dan liefde. Ieder jaar, na afloop van het festival, kijk ik alweer uit naar de volgende editie. Intussen heb ik een hechte vriendengroep overgehouden aan al die jaren vrijwilligerswerk.”

Toekomstmuziek

Ondanks de situatie blijven veel artiesten en organisaties hoopvol uitkijken naar de toekomst en staan ze te popelen om weer aan de slag te kunnen. “Ik ben nu veel in de studio aan het werk om mijn skills bij te schaven”, vertelt Sevens. “Wanneer de quarantaine voorbij is, wil ik veel nieuwe tracks kunnen uitbrengen. Volgend jaar wil ik veel shows doen en wil ik proberen om op Pukkelpop en Dour te staan”, aldus Sevens. Hij blijft niet bij de pakken zitten en focust zich op zijn creativiteit. “De quarantaine heeft toch nog een positieve zijde: door de extra tijd ben ik nog veel meer bezig met eigen nummers dan voordien.”

Ook Patrick De Groote staat stevig in zijn schoenen. Sfinks zal sowieso herrijzen. “Op een bepaald moment zullen festivals weer mogelijk zijn. Tegen dan zullen we de nodige aanpassingen gedaan hebben. Het zal anders zijn, maar ik ga ervan uit dat ons team flexibel en creatief genoeg is om daarmee om te kunnen gaan.”

“Het contact tussen mensen wordt meer dan ooit belangrijk”

Tot slot bekijkt ook De Roma de toekomst rooskleurig: “Samen met onze vrijwilligers en onze medewerkers staan we te popelen om de zaal te openen”, zegt Danielle Dierckx. “Het is een beetje koffiedik kijken wanneer dat zal kunnen, maar zodra dat mogelijk is, starten we met enkele kleinere activiteiten.”

Naast een concertzaal is De Roma ook een belangrijke schakel voor het sociale weefsel in Borgerhout en heel Antwerpen. “Het contact tussen mensen wordt meer dan ooit belangrijk na deze moeilijke periode. We zullen er alles aan doen om van De Roma zo snel mogelijk weer een plek van ontmoeting te maken.”

Voor sommige jongeren is dit een periode van rust: geen fomo, geen sociale druk. Andere jongeren lijken onder de impact van het coronavirus te lijden. Maar wat met de jongeren die actieve mentale ondersteuning nodig hebben? En wat met psychologische hulp na de lockdown? Zal dit een wake-up call zijn voor grondige hervormingen?   

De gezondheidscrisis treft iedereen. Toch lijken vooral jongeren enorm kwetsbaar voor de effecten van de lockdown. Steven Dewulf staat erg dicht bij die doelgroep. Hij is van opleiding psycholoog en is actief in het psychiatrisch ziekenhuis Asster in Sint-Truiden. “De drempel voor opname voor jongvolwassenen tussen 18 en 25 jaar wordt door die jongeren zelf als hoog ervaren”, aldus Dewulf. “Eén derde van de hulpbehoevende jongeren zet de stap naar psychologische hulpverlening, ondanks vele verschillende en waardevolle initiatieven om de drempel te verlagen.” De residentiële geestelijke gezondheidszorg biedt momenteel nog behandelingen aan: jongvolwassenen in crisis kunnen opgenomen worden. Tegelijk zijn er vragen die op dit moment onvoldoende beantwoord kunnen worden, terwijl de situaties waarin zij zich bevinden soms allesbehalve gunstig zijn. Jongvolwassenen zijn dan ook een kwetsbare bevolkingsgroep. Ze zoeken naar autonomie, proberen nieuwe rollen uit, waarbij ze vaak afstand nemen van de context waarin ze zijn opgegroeid. Jongeren kunnen die cruciale stappen nu niet of minder zetten. De huidige crisis veroorzaakt een bijkomende druk. De vraag naar geestelijke gezondheidszorg zal dus vermoedelijk stijgen.”  

Online hulp  

Dat jongeren meer hulp zoeken is ook merkbaar bij organisaties zoals Tele-Onthaal. “Tele-Onthaal ontvangt tegenwoordig 20% meer oproepen dan gewoonlijk”, zegt coördinator Jennifer Pots. Wij ontvangen zowel telefoon- als chatgesprekken en het zijn voornamelijk de chatgesprekken waarmee we veel jongeren bereiken. De voorbije weken hebben we die gesprekken met 30% zien stijgen. De coronacrisis heeft een beduidende impact op jongeren.”  

Heel wat jongeren vallen in deze periode terug op de online bijstand van hun psycholoog. “Ik bel mijn psycholoog om een afspraak te maken, log in op Skype en mijn consultatie kan beginnen”, aldus Kenneth Dobbels, een 24-jarige student. “Het enige wat ik mis, is privacy. Ik kan me wel verplaatsen naar mijn kamer, maar met anderen in huis heb je toch altijd het gevoel dat er iemand meeluistert.”  Dat probleem heeft Jelena Lasoen (22) dan weer niet. Zij heeft haar eigen appartement. Haar psycholoog zit alleen in haar bureau en zo is de privacy aan beide kanten verzekerd. “Mijn psycholoog belt me via FaceTime op het afgesproken uur. Het verschilt dus niet zo veel van een gewone consultatie.” Betalen doet ze via een overschrijving met de gsm en dat is het gewone tarief (tussen 50 en 55 euro).  

“De manier waarop we momenteel met geestelijke gezond om gaan, is echt schandalig. Er wordt nauwelijks rekening gehouden met onze mentale gezondheid. Deze coronacrisis weegt enorm op mij. Ik heb altijd veel afleiding gehad, was omringd door andere mensen en kon buitenkomen. Dat is nu weggevallen. Ik weet dat de overheid het druk heeft en dat elke sector nadelen ondervindt, maar ik had toch meer mentale ondersteuning verwacht. Dat mis ik echt”, vertelt Jelena. Ze is haar psycholoog erg dankbaar dat hij haar via een virtueel kanaal opvangt.       

De terugbetaling van de consultaties gebeurt bij de twee jongeren op een andere manier. “Ik breng het bewijsje binnen bij het ziekenfonds en het geld wordt op mijn rekening gestort”, vertelt Kenneth. Bij Jelena is het een ander verhaal. “Ik ben ondertussen al vijf en een half jaar in behandeling bij de psycholoog en alleen de helft van de eerste twaalf behandelingen heb ik terug gekregen. De afgelopen vier jaar heb ik alles uit eigen zak moeten betalen, ook al ben ik door een dokter doorverwezen”, zegt ze. De terugbetaling van geestelijke zorg wordt door elke mutualiteit op een andere manier georganiseerd.    

 Afstandelijk 

“Van zodra de corona-maatregelen versoepelen en ik weer naar de praktijk van mijn psycholoog mag, ga ik er heen. Ik wil terug die face-to-face-consultaties”, zegt Kenneth. Voor hem zijn de virtuele afspraken te afstandelijk. Hij vindt het moeilijk om openhartig over zijn gevoelens te praten.  Dat geldt ook voor Jelena: “Mijn psycholoog laat me zelf de keuze of ik, eens de maatregelen versoepeld zijn, weer naar de praktijk wil komen of toch van thuis uit op virtuele consultatie blijf gaan. Geen moeilijke beslissing voor mij: ik verkies fysieke gesprekken boven alles.” Jelena is het eens met Kenneth dat de virtuele gesprekken te afstandelijk zijn en dat ze haar gevoelens niet echt kan of durft te uiten wanneer ze niet in de vertrouwde omgeving van de praktijk zit. “Er zijn te veel belangrijke factoren die meespelen als je niet tegenover je gesprekspartner zit. Denk maar aan gezichtsuitdrukkingen of lichaamstaal. Mijn psycholoog kent me door en door en ziet wanneer ik spanning voel. Dat is niet evident via Skype of Facetime.     

Lichaamstaal   

En die lichaamstaal is juist zo belangrijk, zegt klinisch psychologe en psychotherapeute Farida Zarouali. “Je mist heel veel kleine hints die weggeven hoe je cliënt zich voelt wanneer je via een scherm moet communiceren.” Uiteraard pik je wel dingen op, want je kan de persoon voor je nog zien, maar therapie is heel intens en diepgaand en daarom is een face-to-face-gesprek veel effectiever.”  Volgens Zarouali moeten we nu roeien met de riemen die we hebben. Telefonische gesprekken vindt ze helemaal geen oplossing. “Dan heb je nog minder contact en is het gesprek nog afstandelijker. Ik maak gebruik van Whereby, een klinische software die beter beveiligd is dan Skype of FaceTime. Privacy blijft uitermate belangrijk.”    

Psychotherapeute Mariken Becker ziet daarentegen geen graten in telefonische consultaties. “Ik heb het gevoel dat mensen net openhartiger zijn. Via een computerscherm zit je constant naar elkaar te kijken, terwijl je als cliënt in de praktijk even kan wegkijken als het je te veel wordt. Ik merk ook dat mensen veel sneller durven te huilen wanneer er enkel telefonisch contact is. Dat is zeer belangrijk tijdens traumaverwerking. Het lucht op. ”    

“Zo’n 40 procent maakt gebruik van de online sessies.”

Verschillende behandelingen

Volgens Zarouali is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen een psycholoog en een psychotherapeut. Een psycholoog heeft een masterdiploma psychologie en mag zich na vijf jaar ‘klinisch psycholoog’ noemen. Een psychotherapeut verdiept zich verder en volgt bijkomende opleidingen. Zij spitsen zich toe op emotionele begeleiding en dat gaat gepaard met zeer intensieve gesprekken. “Daarom is het in deze tijden ook zo moeilijk voor psychotherapeuten om hun cliënten goed bij te staan. Tijdens de gesprekken moeten we diep graven naar trauma’s en gedachten die mensen juist willen verdringen en zo snel mogelijk vergeten. Ze blijven dan ook vaak voor een lange tijd naar de praktijk komen.”   Met nieuwe cliënten voert Farida eerst een intakegesprek om aan te voelen of er een klik is. “Ik aanvaard nu wel nieuwe cliënten van wie de trauma’s tijdens deze crisis aangescherpt worden, maar over het algemeen zijn het voornamelijk mensen die ik al langer opvolg.”  

Cliënten maken dan ook gebruik van de online sessies “Zo’n 40 procent maakt gebruik van de online sessies. Sommigen zelfs wekelijks in afwachting van een versoepeling van de maatregelen.” Ook Becker merkt dat haar cliënten er baat bij hebben om hun hart te kunnen blijven luchten. “Het zijn onzekere tijden. Als ik op deze manier mijn cliënten kan blijven bijstaan, zal ik dat zeker doen.”    

We gingen op zoek naar de sociale zekerheid in het verlaten centrum van Antwerpen. Maar die is tijdens de coronacrisis een stuk minder zichtbaar. Terwijl veel mensen nu terugvallen op sociale zekerheid vanuit de overheid, zijn andere instituten gesloten. Want wat met de koffiebarretjes en de stamkroegen? En de kunstsector? Die bieden sommigen toch ook (sociale) zekerheid?

In volle coronatijd moest ik mijn kot uit om me te verplaatsen van Antwerpen naar Leuven met het openbaar vervoer. Het was de uitgelezen kans om met de camera in de hand op zoek te gaan naar tekenen van de crisis onderweg. Sommige veranderingen waren duidelijk: gesloten winkels, dankbetuigingen en lege straten. Maar ik spotte ook zorgverleners op weg naar huis, en een groot aantal fietskoeriers. Hier zijn vijftien beelden die voor zichzelf spreken.

TEMPELHOF-SCHÖNEBERG – Heb je misschien een creatief brein en wil je uitgroeien tot een groot kunstenaar? Of wie weet ben je wel een geboren radiomaker? Dan heeft de Berlijnse wijk Schöneberg alvast twee verdoken parels in petto. Zowel de Duitse ‘Malzfabrik’ als het historisch rijke Deutschlandfunk Kultur maken nu onherroepelijk deel uit van het Berlijnse artistieke landschap.

Wie in de Duitse hoofdstad Berlijn het kleurrijke Schöneberg bezoekt, kan er niet naast kijken: vier immense schoorstenen die uitsteken boven alles wat het district omvat. Werken doen ze niet meer, maar ze maken deel uit van het gigantische complex dat tot twintig jaar geleden gebruikt werd voor de moutproductie van bier. “Vandaag zijn het niet meer de machines die hun werk doen, maar wel opkomende kunstenaars, bedrijven en andere creatievelingen,” zegt Anna Hoffman, HR-verantwoordelijke van de Malzfabrik.

Grootste moutfabriek van Europa

De fabriek, die uit meerdere afzonderlijke gebouwen bestaat, is zichtbaar vanuit elke uithoek van het district Schöneberg. Aan de hoofdingang word je meteen overvallen door interesse, maar ook grote onwetendheid. De industriële grootsheid van het gebouw toont dat er vroeger hard gewerkt werd. Maar nu is het er opvallend stil. Alleen de ruis van een kille, winterse bries is hoorbaar. Toch staat het complex er met een soort van onoverwinnelijke trots.

Anna Hoffman werkt er intussen acht jaar. Toch zijn er nog altijd plekken in het gebouw waar ze zelf nog nooit is geweest. “De Malzfabrik was vroeger de grootste moutfabriek van Europa,” begint ze haar verhaal. “Ze werd gebouwd in 1917 en bestond toen uit twee hoofdgebouwen,” zegt ze, en ze wijst naar de twee grote constructies vlak achter de ingang. Een van die gebouwen was tijdens de Tweede Wereldoorlog compleet verwoest. Vijf jaar later werd het heropgebouwd om opnieuw te kunnen gebruiken. Er werden ook twee nieuwe gebouwen naast geplaatst. Die werden ingericht met een efficiëntere technologie, voor de moderne moutproductie.

Overal stukjes fabriek

Wie iets verder kijkt, ziet overal authentieke restanten. Zo vallen de verroeste wegwijzers naar de toenmalige Weissbierhalle en Waggonschuppen meteen op. Onder de geparkeerde auto’s zie je de restanten van een oud functionerend treinspoor. “Via deze sporen werd het mout in één klap getransporteerd naar brouwerijen over heel Europa,” verduidelijkt Anna. Maar vanaf 1961 werd transport naar het oosten van Berlijn onmogelijk. “De muur heeft daar een serieus stokje voor gestoken.”

Een van de gebouwen aan de achterkant van het domein is recent omgetoverd tot een inventieve kantoorruimte. “Bedrijven met een positieve sociale impact kunnen ons overtuigen om hier een kantoor te krijgen,” zegt Anna, terwijl ze zich een weg baant langs de verouderde sporen. “In het gebouw ernaast vind je kunstateliers. De huurprijs van zo’n atelier ligt laag zodat elke kunstenaar, groot of klein, het kan betalen.”

In het gebouw ernaast zijn de meeste gangen en ruimtes nog compleet leeg, verouderd en verlaten. “Er is een plan om hier binnen dit en tien jaar iets van te maken, maar daar is nog geen zekerheid over,” zegt Anna. Het is er koel, donker en de echo die weerklinkt is immens. In sommige ruimtes staan er zelfs nog onaangeroerde machines die vroeger gebruikt werden. ‘Daarmee wasten ze het mout. Zo werd het zoeter en dat zou het bier lekkerder maken.’ In andere ruimtes zijn zelfs nog resten van het mout te zien op de grond.

Ook het milieu profiteert ervan

De Malzfabrik zet niet alleen in op kleinschalige kunstprojecten, maar ook mensen met groene vingers kunnen aan de slag in de tuinen en de serres van het complex. Zo won de Malzfabrik verscheidene prijzen voor haar duurzaamheid. “Een groot deel van het domein bleef ongebruikt,” zegt Anna, terwijl we de fabrieksgebouwen achter ons laten en een groene oase van rust ons welkom heet, met graspleintjes, een vijver en een ruime serre vol planten.

De vijver is honderd procent natuurlijk en duurzaam. Anna: “Het regenwater komt in de vijver via filterende kanalen. In de zomer kun je er zelfs in zwemmen, maar best niet met te veel mensen, want dan heeft de vijver langer nodig om te herstellen.”
Anna wijst naar een arbeider in de serre waar aan efficiënte stedelijke landbouw wordt gedaan. “Hij gebruikt het water waar vissen in hebben gezwommen,” zegt ze. De uitwerpselen van de vissen bevatten gunstige voedingsstoffen die de groei van de planten bevorderen.”

Alle beetjes helpen

Voor al die creatieve, culturele en milieuvriendelijke projecten krijgt de Malzfabrik ook wat steun van hogerop. “De stad Berlijn heeft de Malzfabrik als monument gecatalogeerd en dus krijgen we gedeeltelijk subsidies,” zegt Anna. “De stad doet er veel aan om de Berlijnse monumenten ook effectief als monument te behouden. We moderniseren alles in de mate van het mogelijke, maar proberen uiteraard ook om de oorspronkelijk kleuren en materialen te behouden.”

RIAS werd gemoderniseerd radiohuis

De nu meer cultureel getinte Malzfabrik heeft dus haar functie doorheen de jaren compleet omgegooid. Vier kilometer verder vind je het radiostation Deutschlandfunk Kultur, dat ook een heftige geschiedenis met zich meedraagt. Het is in tegenstelling tot de Malzfabrik wel altijd bij zijn oorspronkelijke kerntaak gebleven: radio maken.

Deutschlandfunk Kultur is vandaag niet meer weg te denken uit het Berlijnse medialandschap. Het in 1994 opgerichte radiostation maakt deel uit van het grotere Deutschlandradio en zendt vandaag cultuurgerelateerde programma’s uit.

Alle Berlijners kennen Deutschlandradio. Er gaat namelijk een enorm rijke geschiedenis aan vooraf. Ooit droeg het radiostation de naam RIAS (Rundfunk im amerikanischen Sektor). Ten tijde van de bezetting van Berlijn was dat radiohuis enorm belangrijk voor de West-Berlijners. Het stond onder toezicht van de Amerikanen, door zijn ligging in de Amerikaanse sector.

Radio van 1946 tot nu

Wie het majestueuze gebouw binnenwandelt, kan het voormalige RIAS-teken onmogelijk negeren. Brigitte Stephan, al 15 jaar communicatiemedewerkster bij Deutschlandradio: “Je kan het RIAS-teken nooit weghalen. Het heeft zoveel betekenis voor de inwoners van West-Berlijn. Het is en blijft een symbool van vrijheid en verzet tegen de DDR.”

Dat het huidige radiostation veel belang hecht aan zijn waardige geschiedenis, valt af te leiden uit de authenticiteit van het gebouw. Niet enkel het teken boven de ingang bleef bewaard, maar ook een aantal originele studio’s. Zo zijn er bijvoorbeeld de voormalige live-studio, die vandaag gebruikt wordt als vergaderruimte. Desondanks is alles origineel gebleven. Dat is ook het geval met de oudste studio van het gebouw. Ooit werden daar uitzendingen gemaakt, terwijl hij vandaag enkel nog dient als herinnering.

“We bewaren de studio’s, om de geschiedenis niet verloren te laten gaan, maar ook als eerbetoon aan Hans Rosenthal,” zegt Stephan. “Hij was een heel bekende showmaster die onlosmakelijk verbonden blijft aan onze identiteit.” Het gebouw is dan ook gelegen aan de Hans-Rosenthal-Platz.

Vereeuwigd verleden

Het staat als een paal boven water dat het verleden van Deutschlandfunk Kultur te belangrijk en ingrijpend is om te verwaarlozen. Werknemers zijn er dan ook rotsvast van overtuigd: de geschiedenis van het radiostation zorgt voor een nooit geziene folklore.

Op vrijdag 6 maart kwamen duizenden jongeren bij elkaar in het centrum van Brussel om te protesteren tegen klimaatverandering. De mars eindigde voor de Europese commissie, waar Greta Thunberg enkele van de belangrijkste slogans van de beweging “Fridays for Future” herhaalde.

Dit artikel gratis overnemen op je website?