• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

Sharenting, sharewatte? Heb jij zo’n stel moderne ouders met een Facebook- of Instagramaccount en posten ze soms foto’s van jou? Dan krijg jij vast en zeker wel eens te maken met dit fenomeen. Sharenting (lees: share + parenting) gaat namelijk over ouders die voortdurend foto’s van hun kroost op sociale media plaatsen. Sterker nog, de term slaat niet alleen op de foto’s zelf, maar ook op het delen van berichten over hun kinderen.

Ouders die een gênante vakantiefoto van hun kind op Facebook delen, mag dat wel zomaar? In de Belgische wetgeving bestaat het “Recht op afbeelding”. Deze wet bepaalt dat je toestemming moet vragen aan iemand voor je hem of haar fotografeert, én dat je deze vraag moet herhalen alvorens je die foto publiceert. De overheid hanteert hierbij de leeftijd van 12 jaar als richtsnoer. Ben je ouder dan 12, dan word je bestempeld als een ‘minderjarige met onderscheidingsvermogen’ en moeten zowel je ouders als jijzelf toestemming geven. Ben je jonger dan 12, dan behoor je tot de ‘minderjarigen zonder onderscheidingsvermogen’ en kan je zelf geen toestemming geven. Dat betekent dat je ouders je vertegenwoordigen en dus in jouw naam spreken. Toch is de Belgische wetgeving nog niet helemaal up-to-date, want een concrete definitie van sharenting is bijvoorbeeld nog niet in de wetteksten opgenomen. Bovendien is het niet altijd even helder hoe de verhouding tussen ouder en kind zich manifesteert in deze context.

Toestemming a.u.b.

Maar hebben kinderen jonger dan 12 dan helemaal niets in de pap te brokken? Naima Charkaoui, kinderrechtencommissaris ad interim, licht toe: “Wettelijk gezien mogen ouders zelf beslissen welke foto’s zij en derden delen van hun minderjarig kind. Toch vinden wij dat een kleuter bijvoorbeeld best al een eigen mening kan hebben over een bepaalde foto. Een kind heeft het recht om zijn of haar mening te laten horen, ongeacht de leeftijd. Zeker als het over het kind zelf gaat. Volgens het Kinderrechtenverdrag moet daar trouwens rekening mee gehouden worden. Als ouder moet je het dus ernstig nemen als je kind uitdrukkelijk vraagt om bepaalde foto’s van hem of haar niet te delen. Het is dan aan de ouders om met hun kind in dialoog te gaan en er met hen over te praten. Op die manier toon je niet alleen respect voor de mening van je kind, maar leer je het van kindsbeen af dat je niet zomaar een foto van iemand online plaatst.”

“Een kind heeft het recht om zijn of haar mening te laten horen, ongeacht de leeftijd.”

Ruimte voor verbetering

Vlaanderen heeft de laatste jaren een inhaalmanoeuvre gedaan op het vlak van mediawijsheid. Denk bijvoorbeeld aan de oprichting van de website ikbeslis.be. “Momenteel bereiken soortgelijke initiatieven echter nog niet iedereen. Bovendien garanderen ze niet dat elke ouder die noodzakelijke klik maakt om er voorzichtiger mee om te springen. Ouders moedigen sharenting vaak onder elkaar aan, zonder dat ze het zelf goed en wel beseffen. Door fanatiek dergelijke foto’s te liken en erop te reageren, geven ze namelijk het signaal aan andere ouders om zo’n foto’s te blijven delen”, verduidelijkt Charkaoui. In een digitaal tijdperk waar iedereen zomaar zijn hele leven in de kijker zet, is er dus nog wel ruimte voor verbetering op het vlak van bewustwording en mediawijsheid.

Bevoegde instanties

Indien minderjarigen zich niet goed voelen bij de foto’s die hun ouders van hen online delen, kunnen ze zelf de stap naar het kinderrechtencommissariaat zetten. Daar wordt de situatie vervolgens bekeken en besproken. Naargelang de aard van de klacht kan er overlegd worden om de stap te zetten naar de Gegevensbeschermingsautoriteit. “We merken echter vaak dat jongeren zelf afhaken bij verdere stappen. Meestal schamen ze zich voor de situatie of zitten ze er ietwat verveeld mee. Op zich is dat erg jammer, want ik vind dat er soms te licht over het portretrecht van jongeren wordt gegaan”, aldus nog Charkaoui.

#babyspam

Instamoms zijn momenteel the next big thing op Instagram en kunnen meestal rekenen op een arsenaal aan trouwe volgers. Ze pronken graag met hun lieveling op sociale media en delen naarstig de laatste ouderschapstrends met elkaar. Ellen Engels (25) is sinds 5 maanden de trotse mama van baby Emile en heeft zich ook ontpopt tot zo’n echte Instamom. “Ik ontken niet dat ook ik me schuldig maak aan baby-spam. Op die manier kan ik vrienden en kennissen op de hoogte houden. Emiles oma heeft zelfs speciaal een Instagram-account aangemaakt om haar kleinkind te zien opgroeien, fantastisch toch?” Een andere Instamom is Michelle De Vos (23). Zij is fotografe in bijberoep en specialiseert zich in zwangerschaps- en babyfotografie. De foto’s die ze van haar kleine spruit Liam online plaatst, dienen als visitekaartje voor haar werk. “Ik post regelmatig originele foto’s van mijn zoontje op Facebook en Instagram. Op die manier hou ik niet alleen onze familieleden up-to-date, maar kunnen toekomstige mama’s en papa’s ook mijn werk als fotografe bekijken.”

“Emiles oma heeft zelfs speciaal een Instagramaccount aangemaakt om haar kleinkind te zien opgroeien, fantastisch toch?”

Belang van privacybewustzijn

Niet elke mama met een Instagramaccount ontwikkelt zich echter tot een Instamom. Sandra Kleipas (37) is daar een voorbeeld van. Zij is mama en plusmama van drie jongens van 9, 16 en 18. Ze is altijd erg bewust omgegaan met hun online privacy én die van andere kinderen. “Ik scherm online zowel mijn gezin af als bijvoorbeeld de kinderen van familieleden. Om professionele redenen ben ik heel actief op sociale media zoals Facebook en Instagram. Dat mijn gezin ziet hoe actief ik zelf online ben, maakt het des te moeilijker om aan hen de gevaren van het internet uit te leggen.” Toch is het onderwerp ten huize Sandra zeker bespreekbaar, zodat de jongens het verschil leren kennen tussen het gebruik van sociale media voor zakelijke of privéredenen.

Dat die online voorzichtigheid belangrijk is, zag Sandra bijvoorbeeld al bij kennissen. Een foto van hun kind verscheen toen op een website met minder goede bedoelingen. Ondertussen is die website offline gehaald, maar Sandra houdt het voorval altijd in gedachten voor ze zelf foto’s post. Met haar familie heeft ze bovendien wederzijdse afspraken gemaakt over de online privacy van de drie jongens. Toch blijken haar huidige maatregelen niet altijd te volstaan. “Recent plaatste de sportvereniging van mijn 9 jaar oude zoon een foto van hem online. Niet alleen zijn gezicht is herkenbaar, ook zijn naam staat erbij. Dat vind ik lastig, want eens dat op het internet staat, krijg je dat er nooit meer helemaal af. Niet dat zoiets écht erg is, maar wat mij betreft is het helemaal niet nodig.”

Wat het voor Sandra ook moeilijker maakt, is dat de jongens zelf wel online aanwezig willen zijn: “De twee oudste hebben al accounts op sociale media, maar met de jongste hebben we afgesproken om te wachten tot hij naar het middelbaar gaat. Hij wil bijvoorbeeld ook graag verschijnen op mijn sociale media. Dat hebben we dan opgelost door hem een eigen hashtag te geven, #Kleinefilosoof. Zo weten mijn volgers dat het over hem gaat, zonder dat ik daarmee zijn naam en zijn gezicht openbaar maak.” 

Controle in eigen handen

Kinderen en jongeren zijn echter niet altijd blij met de online aandacht die ze krijgen van hun ouders. Jolien Sannen (25) is erg bewust bezig met haar online privacy: “Ik selecteer zorgvuldig de foto’s die ik op sociale media plaats. Zo ga ik er bijvoorbeeld niet mee akkoord dat mijn ouders zomaar foto’s van mij online zetten. Op die manier weet ik niet wie die foto’s te zien krijgt en kunnen ze misschien in verkeerde handen terechtkomen. Ik heb daar graag zelf de controle over. Gelukkig respecteren mijn ouders mijn standpunt hierin en zullen ze nooit een foto van mij online plaatsen zonder mijn toestemming.”

Kayin Luys (19) heeft een gelijkaardig standpunt over online privacy. Hij staat kritisch tegenover de deelcultuur van het internet: “Ik denk dat we niet voorzichtig genoeg kunnen zijn, er kunnen altijd mensen met slechte bedoelingen zijn. Vooral sociale media zijn meestal voor iedereen toegankelijk en ik vind niet dat de hele wereld zaken heeft met wat ik in het dagelijkse leven doe. Daarnaast denk ik niet dat mijn ouders hun sociale media erg sterk beveiligd hebben. Ze houden er wel rekening mee dat ik niets online wil zien over mezelf waarvoor ik geen toestemming heb gegeven.”

Kayin is zelf bewust niet erg aanwezig online. “Ik probeer het onder controle te houden. Op vlak van sociale media heb ik bijvoorbeeld enkel een Facebookaccount en dat is voornamelijk voor schoolzaken. Ook bij mijn studentenjob, waar al eens foto’s van mijn collega’s en mij op sociale media verschijnen, weten ze dat ik dat liever niet heb.”

Het merendeel van Kayins vrienden en zijn tweelingzus zijn eveneens voorzichtig online. Zijn vader heeft daarentegen sinds anderhalf jaar een actief leven op Facebook en Instagram. “Ik zie dat hij en oudere familieleden veel meer delen op het internet. Ik denk dat zij sociale media anders ervaren dan wij: zij voelen misschien nog die eerste prikkels van online aanwezigheid, zodat ze nog alle leuke dingen met elkaar willen delen. Ik denk dat tieners over het algemeen al wat meer privacybewust zijn. Het is niet nodig dat iedereen alles over ons kan terugvinden op het internet.”

Meer informatie vind je hier, hier en hier

Martin Speer (32) en Vincent-Immanuel Herr (30), twee ambitieuze Berlijners, zorgden ervoor dat vorig jaar 30.000 jongeren voor het eerst met een Interrail Pass gratis door Europa konden reizen. De twee Duitsers dromen ervan om in de toekomst alle Europeanen op hun achttiende verjaardag een gratis Interrail Pass te kunnen toesturen.

Martin Speer (32) en Vincent-Immanuel Herr (30) zijn activisten, schrijvers, maar bovenal grote dromers. In 2014 trokken ze als student door Europa met hun eerste Interrail Pass. In elk land nam hun bewondering voor Europa nog een beetje toe. “Die reis heeft ons veranderd. Voordien was Europa een abstract concept, nu staat het voor een gevoel van verbondenheid”, zegt Speer.

Revolutionair project

Toen ze op een avond in Wenen genoten van een etentje, overviel het idee hen: waarom krijgt niet elke Europeaan op zijn achttiende verjaardag een brief van de Europese Commissie met een gratis Interrail Pass? Een jaar later schreven ze een opiniestuk voor de Duitse krant Die Zeit. De positieve reacties stroomden binnen. De Europese Commissie kwam met een eerste voorstel, maar dat bleek te ingewikkeld. “De Commissie was nog niet klaar voor zo’n revolutionair project. Zelfs nu moeten ze daar nog veel leren, maar ze staan wel open voor nieuwe ideeën”, zegt Speer.

De twee verhoogden de druk op het Europees Parlement. Herr gaf een TED Talk en ze startten de onlinepetitie #FreeInterrail. Ondertussen hebben 40.000 jongeren de petitie ondertekend. In 2016 zette Manfred Weber, eurovoorzitter van de Europese Volkspartij en spitskandidaat voor de Europese Commissie, er zijn schouders onder.

Herr en Speer willen met het project de Europese identiteit bij jongeren versterken.

Na vier jaar kwam het idee van Speer en Herr tot leven dankzij DiscoverEU, een proefproject onder de vleugels van de Europese Commissie. Zo konden 30.000 jongeren vorig jaar voor de eerste keer op reis met een gratis Interrail Pass. Ondertussen pleit Weber ervoor “om de omvang van het project te vergroten, zodat in de toekomst alle Europeanen op hun achttiende verjaardag een gratis Interrail Pass krijgen”.

Herr en Speer willen met het project de Europese identiteit bij jongeren versterken. “De vriendschappen en connecties die ze overhouden aan hun ervaring zal hun visie veranderen”, zegt Speer. Alle Europese achttienjarigen kunnen zich twee keer per jaar aanmelden voor een selectieronde. Bij het verdelen van de tickets wordt ook rekening gehouden met het aantal inwoners per land. De winnaars krijgen een gratis Interrail Pass waarmee ze gedurende 30 dagen Europa kunnen ontdekken. In die periode mogen ze zeven keer de trein nemen.

Wie niet waagt

Een van de geluksvogels was Jarne Van Buggenhout (19) uit Antwerpen. Vorige zomer vertrok hij met vier vrienden naar Kopenhagen, Stockholm, Praag en Wenen. DiscoverEU was voor hem een katalysator om zowel nieuwe mensen als andere culturen te leren kennen. “Voor mij is identiteit vloeibaar. Ik voel mij Antwerpenaar, Vlaming en Belg, maar ik ben ook trots om Europeaan te zijn, want we vormen een heel diverse unie waarin elke cultuur evenwaardig is.”

De Gentse Cara Van Molle (18) had de eerste keer minder geluk, maar ze waagde het er in december nog eens op en kon toch een ticket bemachtigen. Ze bezocht Kopenhagen, Oslo, Stockholm en Luleå. “Ik voel me minstens evenveel Europeaan als Belg. Na deze reis heb ik een duidelijker beeld over  waar Europa voor staat. In die zin ben ik meer Europeaan geworden.”

Patricija Gedaite (19) uit Litouwen reisde vorig jaar door Italië. “Europa opent deuren. Ik voel me deel van een familie die steun biedt aan al haar leden.”

Ook bedenker Martin Speer ziet het zo. “Iedereen heeft wel die ene gekke nonkel of een vervelend klein zusje, maar je blijft familie. En die werkt het best wanneer iedereen samenkomt en een oplossing zoekt waarmee de meesten het eens zijn.”

700 miljoen euro

Het DiscoverEU project zit momenteel in een proefperiode. “De Commissie stelt voor om 700 miljoen euro vrij te maken voor het project, zodat ongeveer 1,5 miljoen jongeren tussen 2021 en 2027 Europa kunnen ontdekken”, zegt Nathalie Vandystadt, woordvoerster voor de Jeugdwerking van de Europese Commissie. De toekomst van het project ligt nu in handen van de nieuwe Commissie na de verkiezingen in mei.

Op het de Coninckplein in Antwerpen kwam vandaag dertig mensen met Tibetaanse roots samen om aandacht te vragen voor de ontvoering van de elfde pänchen lama van Tibet door China in 1995. Een pänchen lama duidt normaal gezien de nieuwe dalai lama aan, maar van de man en zijn gezin is sinds de ontvoering niets meer vernomen. De groep start in hartje Antwerpen aan een fietstocht die hen naar Brussel zal brengen.

In 1951 integreerde China Tibet in de Volksrepubliek China en noemde het deel dat onder controle staat van Peking de Tibetaanse Autonome Regio.

Volgens China ging het om een ‘vreedzame bevrijding van de Tibetanen van een feodaal systeem van lijfeigenschap’, maar de Tibetaanse regering in ballingschap zag de annexatie als een vijandelijke invasie.

China en Tibet kennen sindsdien een bijzonder complexe en woelige relatie. In 1911, nadat China eeuwenlang bestuurd was geweest door keizers, werd de laatste keizer van de troon gestoten, wat de geboorte van de republiek China inluidde. Bij het ontstaan van de republiek China verklaarde de regio Tibet zichzelf onmiddellijk onafhankelijk, en bleef dat ook tot de Chinese invasie in 1951.

Vanaf dan verkreeg China – via het 17 puntenakkoord – de macht over Tibet. In punt 15 van het akkoord staat dat China een militaire en bestuurlijke commissie en een militair hoofdkwartier in Lhasa kan opzetten.

Gespannen relatie

De afgelopen zeventig jaar zijn de relaties tussen beide landen bijzonder gespannen. De toenmalige regering van Tibet ging vanaf 1951 in ballingschap en trachtte vanuit het buitenland politieke druk uit te oefenen en de rest van de wereld te sensibiliseren voor de volgens hen schending van de mensenrechten door China in Tibet.
In 1996 bracht deze Tibetaanse regering in ballingschap een artikel uit dat stelde dat het 17 punten-akkoord niet gedragen was door het Tibetaanse volk, omdat het onder druk was opgelegd.

Ontvoerd

De ontvoering van de jonge Tibetaanse monnik Gendün Chökyi Nyima door de Chinese autoriteiten zorgde voor groeiende spanningen tussen Tibet en China, dat een repressieve politiek voert in Tibet en geen dissidente stemmen duldt.

Gendün Chökyi Nyima was zes toen hij samen met zijn ouders werd ontvoerd. Hij was een van de belangrijkste religieuze figuren in Tibet en wordt vandaag door de Tibetaanse regering in ballingschap nog steeds gezien als de elfde reïncarnatie van de pänchen lama. Dat is na de dalai lama de hoogste spirituele leider binnen de gelugtraditie in Tibet. Een pänchen lama is een lama (een leraar, een religieus leraar, een goeroe) die uit mededogen zou zijn geïncarneerd om gelovigen te leiden op het pad naar de verlichting. De pänchen lama is degene die de opvolger van de dalai lama aanduidt.

De jonge Gendün Chökyi Nyima werd door de veertiende dalai lama Tenzin Gyatso benoemd. De Tibetaanse Autonome Regio, die onder controle staat van Peking, heeft echter Gyancain Norbu als elfde pänchen lama benoemd. Die tweeledige erkenning staat ook bekend als de pänchen lama- controverse.

Transparant communiceren

Vandaag, op de verjaardag van de elfde pänchen lama van Tibet, wil de Tibetaanse gemeenschap met deze fietstocht aandacht vragen voor de ontvoering 24 jaar geleden. Daarbij vraagt ze dat de Chinese autoriteiten transparant communiceren over waar de inmiddels dertigjarige Gendün Chökyi Nyima en zijn ouders zich bevinden en eisen ze de vrijlating van de pänchen. “China heeft geen enkel recht om een Tibetaanse lama te erkennen,” zegt een van de demonstranten. “Nog nooit in de geschiedenis van China en Tibet is zoiets gebeurd. Wij gaan dus niet akkoord met de benoeming van de pänchen lama door China.”

Volgens de Chinese regering leiden Gendün Chökyi Nyima en zijn familie een gewoon leven ergens in China en wordt hun locatie enkel uit privacyoverwegingen niet vrijgegeven.

De leerlingen van het zesde jaar communicatie en media van de campus Sint-Ursula Lier organiseerden ook dit jaar weer een buitenspeeldag. In het jeugdcentrum Moevement konden kinderen van 4 tot 12 jaar zich een hele namiddag uitleven.

De buitenspeeldag wordt jaarlijks georganiseerd door de Vlaamse overheid en Nickelodeon om kinderen aan te sporen om een hele namiddag buiten te spelen. De leerlingen Communicatie en Media van het Sint-Ursula Instituut in Lier bedachten weer enkele toffe activiteiten zoals bumper ball, fietsparcours, grime en nog veel meer. Er waren ook verschillende springkastelen aanwezig voor de kinderen.

Ook de ouders werden niet vergeten: er waren hapjes, drankjes en zitplaatsen, zodat ook zij een leuke namiddag konden beleven. Voor de leerlingen zelf was het een onvergetelijke belevenis. Zij organiseerden namelijk niet alleen het evenement, maar begeleidden ook de activiteiten. Voor velen een leuke eerste ervaring in het begeleiden van jonge kinderen.

Ook volgend jaar zal de buitenspeeldag in Lier georganiseerd worden, en ook dan is iedereen natuurlijk welkom.

Joppe De Campeneere (21) studeert in Gent, schrijft, maakt editorials over mode en beauty, en is queer. Op zijn platform Sparkel combineert hij al zijn voorliefdes. Hij creëert er een plek waar iedereen zichzelf kan zijn. “Ik hou niet van labels, en queer zijn betekent vrijheid voor mij.” 

Joppe, je identificeert jezelf als queer. Wat betekent dat precies voor jou?

“Het label queer komt het dichtst in de buurt van ‘geen label’. Dat klinkt contradictorisch, maar het is zeer moeilijk om de term queer te definiëren. Voor mij betekent het vrijheid, los van heteronormativiteit en de verwachtingen van alles wat onze maatschappij als ‘normaal’ beschouwt. Het is een vrijheid om mezelf niet te moeten definiëren, om mezelf te zijn, mezelf uit te drukken en mijn relaties vorm te geven. Andere labels duwen mensen in een hokje. En als je in zo’n hokje zit, kan je er niet meer uit, omdat het label anders niet meer bij je past. Queer daarentegen houdt alle opties open.”

Sinds wanneer gebruik je het begrip queer?

“Op mijn dertiende ben ik uit de kast gekomen als homo. Op dat moment startte ik mijn journey of self discovery: ik begon mezelf meer en meer in vraag te stellen. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik mode erg leuk vond, maar me geïntimideerd voelde door wat mannen volgens de norm mogen en kunnen dragen. Ik wilde méér doen met mode. Ik had verschillende zotte ideeën in mijn hoofd, maar kon die niet uiten via mannenmode en dus bleef ik op m’n honger zitten. Ik wilde de hokjes laten vervagen en begon vrouwenkledij te dragen. Dat zorgde voor veel reacties, niet alleen in mijn omgeving, maar ook bij andere queers.

“Ik had verschillende zotte ideeën in mijn hoofd, maar kon die niet uiten via mannenmode.”

Op die manier ben ik met queerness in contact gekomen. Daarna heeft het nog een tijdje geduurd vooraleer ik me echt als queer uitte. Het heeft lang geduurd voor ik zelf wist wie ik was en wat ik wilde doen. Lange tijd zei ik ook: “I’m just a boy in a dress, and it is not that deep”, maar het is dus wel dieper dan dat. Ik weet trouwens niet of ik me nog volledig als boy kan definiëren, zeker omdat daar dan meteen verwachtingen bij komen kijken. Als je zegt dat je een man bent, horen daar automatisch enkele eigenschappen bij, eigenschappen die ik niet heb. Gender is voor mij iets heel artificieel.”

Hoe groot is de queer beweging? Ken je veel mensen in je directe omgeving die ook queer zijn?

“In mijn directe omgeving ken ik best veel queers, maar ik besef goed genoeg dat dat een bubbel is. In mijn leven lijkt het bijna vreemd dat mensen niet open minded zijn of niet weten wat queer betekent. Hoewel ik veel queers ken, is het moeilijk om te spreken van een echte beweging omdat queerness zo divers is. Er is natuurlijk wel een gemeenschappelijke basis, zoals de afkeer van het heteronormatieve, maar het is niet zo dat alle queers als één grote beweging voor hetzelfde staan. Zo zijn er queers die queerness als iets anarchistisch en politiek zien, maar dat geldt voor mij helemaal niet. Hun definitie van queer is niet minder juist dan de mijne, het gaat gewoon over verschillende ideeëen. We hebben wel een andere visie van hoe de wereld er zou moeten uitzien, maar trekken aan hetzelfde zeel.

Je praat over een bubbel. Wanneer je uit je bubbel komt, heb je dan het gevoel dat Vlaanderen klaar is voor queerness?

“Ik weet niet of Vlaanderen er ooit klaar voor zal zijn. Mensen houden immers van wat ze kennen en kijken vaak niet verder dan wat hen is aangeleerd. Ik merk dat ik de neiging heb om te zeggen dat het bij mij best wel meevalt. Ik krijg hier in Gent wel regelmatig opmerkingen of vreemde blikken op straat, maar dat ben ik ondertussen gewend. Maar wanneer ik op plaatsen kom die buiten mijn bubbel vallen, word ik vaak aangestaard en voel ik me regelmatig ongemakkelijk tot onveilig. Ik merk dat wij, homo’s of queers, mensen wel wat kunnen bijleren, maar het is niet onze fucking job om iedereen wakker te schudden. Mensen moeten zelf hun horizon verbreden.”

“Het is niet onze fucking job om iedereen wakker te schudden. Mensen moeten zelf hun horizon verbreden.”

Krijg je regelmatig te maken met homofobie?

“Extreme homofobie kom ik de laatste tijd minder tegen, maar mensen zijn vaak nog onwetend. Dat is volgens mij nog gevaarlijker dan extreme homofobie, omdat het moeilijker weg te krijgen is. Wat me opvalt, is dat mensen, die zich gender-of persoonsgewijs anders uitdrukken dan de norm, vaak als attractie worden gezien, en niet als mens. Veel mensen zijn enthousiast over mij. “Yas, Queen!”, klinkt het dan. Soms heb ik het gevoel dat ik word gezien als een soort performance, terwijl dit wel mijn dagelijks leven is.

Queers worden leuk gevonden zolang ze mensen een toffe tijd bezorgen, zolang ze een spektakel zijn. Als we discriminatie of geweld aanklagen, is de reactie vaak: “Maar ja, je hebt ook wel rare kleren aan, hé.” Die redenering houdt geen rekening met het menselijke aspect, en dat stoort mij het allermeest. Dat leeft ook binnen het homomilieu. Mensen denken vaak mee te zijn met hun tijd, maar er is nog veel werk aan de winkel om ons als een evenwaardige persoon te zien.”

Op Sparkel gaat het vooral over queerness, maar je schreef ook al over mode en beauty voor Flair, Knack Weekend en Enfnts Terribles. Wil je graag verdergaan in de modewereld?

“Ja, ik wil mijn stem gebruiken om de modewereld diverser te maken, en dan zeker qua queerness. Ik wil mensen inspireren en met hen in dialoog gaan. (aarzelt) Ik wil een boegbeeld zijn, maar daar beslis ik zelf natuurlijk niet over. Mensen denken dat ik in de ‘boekskes’ wil staan, en dat ik alleen maar beroemd wil worden, maar daar gaat het voor mij niet om. Mijn hoofddoel is om de modewereld van binnen uit te veranderen. Ik hoef daarvoor niet zelf in een magazine te staan. Ik wil echte verandering doorvoeren.”

TEDxFlanders was 3 april toe aan zijn tiende editie. Dertien sprekers vertelden in twaalf minuten hun ideas worth spreading. Wij vragen presentatice Khadija Rejdy en vrijwilligster Emmy Stevens wat TEDx zo bijzonder maakt. Sprekers Thierry Geerts, CEO van Google en Nadia Aimé, technologisch en sociaal onderneemster, doen hun ideeën uit de doeken.

Khadija, je bent diversiteitsmanager en ondernemer. Hoe ben je bij TEDxFlanders betrokken?

TEDx heeft me gevraagd om hier te komen presenteren. Ik vind het een mooie kans, omdat de hele dag rond het delen van kennis draait. Dit initiatief moet worden voortgezet, daaraan mogen meewerken is een privilege.

TEDx is een zeldzame plek waar we kennis kunnen uitwisselen, los van het internet.

Emmy, jij bent student. Waarom vrijwillig je bij TEDx?

TEDx is een zeldzame plek waar we kennis kunnen uitwisselen, los van het internet. Binnenkort maak ik mijn studies psychologie af. Ik hoop in de toekomst nog met Team TEDx te kunnen samenwerken.

“Het is praktischer om een TEDx-video te bekijken dan een boek te lezen.”

Thierry, jij bent CEO van Google België, waarom ben je hier?

Ik heb een boek geschreven over de impact van digitalisatie. Veel mensen zijn daar nu nog bang voor. Ik wil hen motiveren om de wereld te verbeteren door middel van de beschikbare technologie. Daarover mogen spreken op TEDx is fantastisch.

Waarvoor staat TEDx voor jou?

Het is praktischer om een TEDx-video te bekijken dan meerdere dagen een boek te lezen. Met zo’n video krijg je in een paar minuten al een idee van iemand zijn verhaal of ideeën. Dat vind ik ook meteen het grootste voordeel aan TEDx. Daar tegenover staat dat het best stresserend is. Ik ben het niet gewend om precies 12 minuten te spreken met een aftelklok erbij.

Wat heb je op het podium verteld?

Ik heb net een boek geschreven over digitalisatie. Ondanks het succes van het boek in België blijf ik promotie maken, omdat we in ons land nog bang zijn van digitalisatie. We hebben echt nog veel werk.

Vier jaar lang was ik hier vrijwilliger, nu treed ik aan als spreker.

Nadia, jij bent technologisch en sociaal onderneemster. Wat betekent dat?

Mijn organisatie heet ‘She leads digital’, daarmee willen we jongeren en vrouwen alles aanleren wat met de digitale wereld te maken heeft.

Hoe is je presentatie verlopen?

Vier jaar lang was ik hier vrijwilliger, nu treed ik aan als spreker. Dat was best emotioneel voor mij. TEDx is een platform waarop mensen hun ideeën kunnen delen, maar ook hoe zij de wereld zien en hoe ze die vormgeven. Het is een platform waarop mijn ideeën impact hebben.

Hack Belgium is een driedaagse bijeenkomst van 28 tot en met 30 maart in het Brusselse Tour&Taxis, voor iedereen die geïnteresseerd is in innovatie en die nadenkt over de toekomst. Het is de derde keer dat dit event georganiseerd wordt. StampMediareporter Mustafa Körükçü ging een kijkje nemen op de eerste dag.

De bedoeling van Hack Belgium is om verder na te denken dan morgen en je kan er ook innovatie ontdekken. Zo is er bijvoorbeeld een stand met een robotarm. Die is volledig mensvriendelijk. Normale geautomatiseerde robots in fabrieken zitten in een kooi, omdat ze niet mensvriendelijk zijn en tot schade of zelfs tot de dood kunnen leiden. Maar deze arm is teamvriendelijk. Dus dat betekent dat hij kan samenwerken met een mens. Vanaf het moment dat er een obstakel is, zal de robot direct stoppen.

Op Hack Belgium 2019 zijn er geen winnaars, het is dus geen wedstrijd. Je begint zonder idee en eindigt met een idee. Aan het einde van de drie dagen kun je je idee pitchen bij experts in hun vakgebied. Hack Belgium duurt drie dagen en gaat over heel veel thema’s: openbaar vervoer, slimme steden, rookpreventie bij jongeren, etc. Je kunt innovatie ook ervaren in de experimenteerruimte: daar kun je proeven van virtual reality, biologisch inkt en leer kweken met bacteriën. Er waren ook standjes waar je informatie kon krijgen over drones, internet of things, etc.

Op Hack Belgium kun je nadenken over je eigen werk, en ideeën bespreken met mensen die niet in jouw sector werken. Met een frisse blik stellen zij vaak de vragen waar je als professional misschien niet meer aan denkt. Ook de VDAB, Actiris, Le Forem en De Lijn waren aanwezig. Zij proberen de problematieken rond werkgelegenheid te bespreken en er nieuwe oplossingen voor te vinden.
De sfeer op Hack Belgium was zeer gezellig, bij de bezoekers onderling voelde je zelfs een zekere verbondenheid. De bedoeling van Hack Belgium is om steeds groter te worden. “Als we 2.000 mensen bijeen krijgen, hebben we onze job gedaan,” aldus Leo Exter, een van de oprichters van Hack Belgium.

Op zondag 24 maart verzamelden zo’n 4.000 betogers in het centrum van Brussel om te protesteren tegen racisme. Dat zijn er 1.000 meer dan bij de vorige editie. Aanleiding voor de betoging is de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie van afgelopen donderdag. 

Op de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie, kaartte organisator Platform 21/3 reeds aan waarom er betoogd werd. “We staan samen op tegen haat en agressie, die onze maatschappij verdelen in wij-zij denken, en blijven strijden voor een samenleving waar iedereen op gelijke voet meetelt”. Platform 21/3 is een samenwerking tussen verschillende middenveldorganisaties die werd opgericht naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Ze pleit voor het invoeren van een aantal concrete eisen, neergepend in een platformtekst op haar website.

Aantal dossiers racisme stijgt

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia zag afgelopen jaar het aantal dossiers over racisme stijgen met 11%. Over een periode van vijf jaar is dat aantal zelfs met 55% gestegen. Het centrum vraagt een nationaal actieplan. 

Platform 21/03 pleit voor een gecoördineerd interfederaal actieplan. De vereniging heeft zes eisen die daar deel van moeten uitmaken. De eisen omvatten o.a. praktijktesten met sancties, geen verbod op levensbeschouwelijke tekens en een afschaffing van de nieuwe vreemdelingenwet. 

De meeste meldingen van racisme bij Unia gingen over media (24,9%), waarvan 68% over racisme op het internet. Nog eens een kwart van de meldingen (24,1%) gingen over de aankoop van goederen en diensten, zoals het huren van een woning, en 19% gingen over racisme op het werk.


Lees verder onder de foto’s

Racisme op de woon- en arbeidsmarkt

Tijdens de betoging praten we met Angela (39). Zij werkt voor Samenlevingsopbouw in Brussel. “Wij werken vaak met mensen die het moeilijk hebben en uitgesloten worden. Wij worden ook veel geconfronteerd met racisme en discriminatie. Dus ik vond het belangrijk om hier vandaag te zijn. Voor mij is het prioritair dat alles wat te maken heeft met discriminatie op de woningmarkt en arbeidsmarkt wordt aangepakt. Mensen  worden geweigerd voor een job of een huis omwille van hun afkomst en dat zorgt ervoor dat ze het moeilijk hebben om een menswaardig leven te leiden.”

Iets verderop ontmoeten we Olivier (32). Hij is hier om mensen te tonen dat we samen kunnen leven zonder discriminatie. “We hebben dat niet nodig in 2019. We moeten de grenzen van ons denken verleggen en ophouden met mensen in te delen op basis van huidskleur of ras. Dit is broodnodig. Voor onszelf en voor onze kinderen.” 

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Na 43 jaar dienst is de Sea King-helikopter op 21 maart 2019 voor de allerlaatste keer uitgevlogen van de luchtmachbasis in Koksijde. Dankzij een speciale afscheidsvlucht langs de tien kustgemeentes en een formatievlucht met twee buitenlandse Sea King-helikopters kon het publiek afscheid nemen van de legendarische helikopter.

Het vertrouwde beeld van de kleurrijke Sea King-helikopters aan de Belgische kust is voorgoed verleden tijd. Op donderdag 21 maart 2019 steeg de enige nog operationele Sea King, RS05, voor de laatste keer op vanop de Luchtmachtbasis van Koksijde. Na 43 jaar dienst blijven de Sea King-helikopters nu voor goed aan de grond.

Herinneringsvlag voor elke kustgemeente

Donderdagochtend stijgt de Sea King om 9 uur op in Koksijde. Op het programma staat een speciale afscheidsvlucht langs de volledige kustlijn. In elk van de 10 kustgemeentes landt de Sea King kort op het strand waarbij 1ste sergeant chef Rudy Bleys, de langst werkende onderhoudsmecanicien van de Sea King, telkens een herinneringsvlag overhandigt aan de burgemeester van de gemeente. Op de vlag staat de eindbalans van 43 jaar Sea King in België: bijna 60.000 vlieguren, 3.309 oproepen (scrambles) en 1.757 personen die gered werden.

Wilfried Vandaele, burgemeester van De Haan, wacht de Sea King op aan de rotonde in Wenduine. De helikopters waren vaak te zien in zijn badstad en kwamen ook regelmatig op bezoek bij evenementen. Zo herinnert de burgemeester zich het evenement met het langste strandlaken ter wereld.

Stipt om 10.00u landt de Sea King vlak voor de rotonde op het strand terwijl de Vrijwillige Blankenbergse Reddingsdienst vanop zee, en de brandweer vanop hun ladderwagen op de rotonde, reddingsfakkels afsteken. De bemanning overhandigt de vlag aan de burgemeester waarna ze opnieuw in de Sea King stapt. Vlak na het opstijgen draaien de piloten de Sea King nog één keer volledig rond om hem te tonen, waarna hij koers zet naar de volgende landingsplaats in Bredene.

Formatievlucht met Duitse en Noorse Sea King

In de namiddag stijgt er rond 15.30u nog een speciale formatievlucht op vanop de Luchtmachtbasis van Koksijde. Een Noorse en Duitse Sea King zijn speciaal voor het afscheid van onze Sea King naar België gevlogen. Als eerbetoon vliegen ze samen met de Belgische Sea King over een deel van West-Vlaanderen. Ook de NH-90-helikopter, de opvolger van de Sea King, en de Alouette III, een andere helikopter die vanop de Basis in Koksijde opstijgt, vliegen mee.

Met die laatste vlucht valt definitief het doek over 43 jaar Belgische Sea King.

Op 7 maart zakten politici uit heel België af naar de Universiteit Gent om hun ideeën over Europa te verkondigen tijdens het ‘European Election Debate’. Het debat was een organisatie van studentenkring Politeia in samenwerking met het nieuwsmedium POLITICO en het Centrum voor EU Studies (CEUS) aan de UGent. Aanvankelijk leken alle Belgische kandidaten het over bijna alles eens te zijn, maar geleidelijk aan doken steeds meer twistpunten op.

Als eerste noemenswaardig EU-debat in het verkiezingsjaar 2019 was het ‘European Election Debate’ het startschot voor de verkiezingscampagne. Het panel bestond uit politici van beide kanten van de taalgrens die voor de gelegenheid het debat in het Engels voerden. Ryan Heath (POLITICO) en Thomas Jacobs (CEUS) leidden het debat in goeie banen.

Communautaire spanningen?

Wie naar het debat afzakte met de verwachting om grote communautaire spanningen te voelen, was eraan voor de moeite. Het enige wat de aanwezigen deed beseffen dat de taalgrens nog steeds bestaat, was een grappend steekje van Cédric Du Monceau (cdH) naar Johan Van Overtveldt (N-VA) toen het over Erasmus ging. Du Monceau verdedigde – net zoals het volledige panel – het project Erasmus uitbundig. “Eénmaal men een andere regio ontdekt is men niet langer bang van die regio, een Waal die de landsgrens oversteekt zal niet langer bang zijn van een Vlaming.”, verkondigde Du Monceau al wijzend naar Van Overtveldt.

Erasmus

De eenheid waarmee de politici over het Erasmusproject spreken, is opvallend. Cornillie (sp.a) benadrukt de noodzaak voor kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen, Van Overtveldt zegt dat Erasmus geen eliteproject mag worden.  Anderen spreken over de ambitie om het uit te breiden naar studenten buiten de universiteiten. De redenen waarom onze politici Erasmus zo’n warm hart toedragen, variëren wel: waar Philip Claeys (Vlaams Belang) het heeft over de ‘Europese beschaving’, benadrukt Petra De Sutter (Groen) dat ‘mensen Europa weer graag moeten zien’. Ironisch genoeg ontkracht wetenschappelijk onderzoek de mythe dat Erasmus het Europagevoel bevordert: jongeren die kiezen voor Erasmus zijn voor hun ervaring meer EU-gezind en tijdens hun verblijf in het buitenland worden stereotypen vaak nog versterkt. Wat niet belet dat het vaak een fantastische ervaring is voor studenten, iets wat de aanwezige politici duidelijk benadrukken. In de marge van dat onderwerp volgt een discussie over het Europees onderwijsbeleid. Er is opnieuw consensus: iedereen vindt dat onderwijs geen bevoegdheid van de EU kan worden, maar voldoende voorwaarden toevoegen en projecten sturen moet zeker mogelijk zijn. Onderwijs is de bron van onze diversiteit en die moet gekoesterd worden. Even leek het wel of politiek verschil onbestaand is.

Klimaatsverandering

Na het hoofdstuk onderwijs gaat het over klimaatsverandering. Ook daar bestaat grote eensgezindheid, zelfs over het idee van een CO2-taks, al is er in de argumentatie niet overal even veel enthousiasme. Cédric du Monceau (CdH) oppert het idee om geld bij te drukken voor klimaatfinanciering. Op dat punt geeft de minister van financiën weerwerk: “Politici moeten weliswaar redelijk blijven wanneer ecologisten aan de Europese Centrale Bank (ECB) vragen om de klimaattransitie te financieren.” De ECB is volgens Van Overtveldt geen politiek orgaan, maar een economisch orgaan. Ook een CO2-taks wordt met veel reserve onthaald. Eva De Bleeker (Open VLD) pleit om de anti-dumpingwetgeving uit te breiden zodat ook sociale en milieuaspecten meegenomen worden.

Petra De Sutter (Groen) vraagt om een Europees Commissaris voor klimaatsverandering die er voor kan zorgen dat ecologische maatregelen verweven geraken in alle beleidsmaatregelen die een impact hebben op de klimaatsverandering. “We hebben maar twaalf jaar tijd”, aldus De Sutter. Nicole Dewandere (Ecolo) geeft nog meer tegengas. Volgens haar moet de EU afstappen van de ziekelijke focus op economische groei. ‘De-growth’ als beleidsvoorstel, dat gaat net iets verder dan wat de Vlaamse (Groen en sp.a) linkerzijde laat horen. Ter rechterzijde reageert Philip Claeys (Vlaams Belang) fel op de vraag wie de klimaatspijbelaars steunt. Als enige zegt hij dat klimaatspijbelaars op school moeten zijn. “Op de oude school van mijn dochter werden leerlingen verplicht om naar de protesten te gaan. Leerlingen die op school willen blijven, moeten zaken doen als de school opruimen. De groene beweging is dit hele fenomeen aan het misbruiken,” vertelt Claeys. Valérie Glatigny (MR) daarentegen neemt het sterk op voor de studenten: “Ja, de jongeren zijn soms contradictorisch, met hun GSM’s en vliegreizen bijvoorbeeld, maar wij zijn dat ook, en vooral: het is aan de politiek om grenzen te leggen en contradicties op te lossen!”

Valérie Glatigny populair bij het publiek

De verrassing van de avond is toch wel Valérie Glatigny (MR). In de interactieve poll waar het publiek live mocht kiezen wie hen het meest overtuigt, wordt ze tweede, net achter Petra De Sutter en voor Johan Van Overtveldt. Ze positioneert zich als ‘humble advisor’ die pas in de politiek is gestapt, een discours dat duidelijk aanslaat bij het publiek. Haar Europees discours met heel wat emotie voor het project is een schot in de roos. In haar openingsstatement maakt ze duidelijk dat Europa voor haar iets persoonlijk is: met haar Duitse man woont ze in de Ardennen. Ze wordt er door haar grootouders dagelijks op gewezen dat veel Europeanen vergeten zijn dat het Europees project ons voor oorlog beschermt. Volgens Glatigny moeten we vandaag meer dan ooit streven naar het terugnemen van controle over ons continent. Met leiders als de Franse president Macron en de Deense Eurocommissaris voor Mededinging Vestager heeft ze daar het volste vertrouwen in. Het is geen tijd voor kleine berekeningen tussen links en rechts, het is tijd om samen te komen tegen populisme. Grote woorden, maar ze bewees er wel mee dat een Waalse jonge politica geen schrik moet hebben om de taalgrens over te steken.

Migratie

Soms is de vraag belangrijker dan het antwoord. Thomas Jacobs gooit een knuppel in het hoenderhok met wat cijfers uit de Eurobarometer:

“Begin 2018 vond 56% van de Belgen dat migratie een positieve impact heeft op de samenleving. 83% vindt dat België meer migratie nodig heeft op lange termijn. En 46% van de Belgen vindt dat de media migratie te negatief framen, terwijl maar 10% vindt dat de media migratie te positief framen. Dus blijkbaar is migratie voor de Belgen minder problematisch dan voor hun politici. Wij heeft gelijk: de bevolking, of de politici?” Sommige politici (Claeys, Van Overtveldt) plaatsen ernstige vraagtekens bij de cijfers en merken op dat zij andere data gezien hebben. De Sutter en Glatigny benadrukken dat de politici en de bevolking allebei gelijk hebben. In het debat over migratie laat De Sutter zich zeer negatief uit over de trend naar ‘identiteitspolitiek’, terwijl De Wandere waarschuwt voor de ‘politiek van de angst’. Ook bij de allerlaatste vraag over Europese defensie verschillen de meningen, met pleidooien gaande van inzetten op conflictpreventie in plaats van subsidiëring voor de defensie industrie (Dewandere) tot een enthousiaste oproep voor één Europees leger (De Bleeker).

Tot slot

De debatformule zorgde voor veel dynamiek. De panelleden kregen maximum een minuut om te reageren op stellingen. Dankzij de livestreaming en twitter wall kreeg het debat ook een breder en meer interactief karakter. Fors verhitte discussies waren er niet, wel een diversiteit aan perspectieven. Het ging eigenlijk niet enkel over de EU. Vlaamse studenten leerden Waalse politici kennen, en de goed vertegenwoordigde internationale studenten leerden de Belgische politiek beter kennen. Uit het debat is gebleken dat België een beetje mini-Europa is: de grote meningsverschillen zitten niet tussen de taalgroepen maar wel tussen de politieke ideologieën. En toch blijft er ook een relatief Belgische consensus: de vraag naar een ‘Beljump’ of ‘Byegium’ was nooit aan de orde. De vraag op 26 mei is vooral hoe we de EU moeten bijspijkeren. Wie in de zaal of achter zijn scherm het debat gevolgd heeft, weet alvast aan wie hij dit werk best toevertrouwt.

Panel

Valérie Glatigny – MR

Petra De Sutter – Groen

Eva De Bleeker – Open VLD

Jan Cornillie – sp.a

Philip Claeys – Vlaams Belang

Nicole Dewandere – Ecolo

Cédric Du Monceau – cdH

Johan Van Overtveldt – N-VA

Moderatoren

Ryan Heath

Thomas Jacobs

Dit artikel gratis overnemen op je website?