Category Archives: Ongecategoriseerd
Op 28 januari konden studenten van de Karel de Grote Hogeschool (KdG) ’s middags twee uur lang ontspannen door voor honden te zorgen. Het initiatief komt van Animal Assisted Projects vzw (AAP) en KdG zelf. Studenten die zich bezig houden met de dieren zouden minder stress hebben.
“De bedoeling van dit initiatief is echt om de studenten doen te ontspannen,” zegt Marnicq Mengels, medewerker Dienst Communicatie van Karel de Grote Hogeschool en initiatiefnemer. Mengels is van mening dat honden de stress bij studenten kunnen weghalen. De studenten mogen met de dieren gaan wandelen, ze eten geven, aaien en knuffelen.
“De examenperiode en de periode erna zijn heel drukke periodes voor de studenten. Het viel me op hoeveel druk en stress het met zich meebrengt,” vertelt Mengels. Hij haalde zijn inspiratie bij een filmpje op het internet waar honden in een luchthaven de reizigers ontspannen. “Ik dacht dat het mogelijk moest zijn om ook zoiets op onze campus te doen. Ik ben meteen beginnen googelen en uiteindelijk bij AAP vzw terecht gekomen.” AAP vzw is een organisatie die bezoekjes met honden regelt in onder andere bejaardenhuizen, om zo de bewoners gezelschap te houden.
De examens op de hogescholen zijn dan wel voorbij, Mengels is van mening dat het toch een geweldig moment is om dit te organiseren. “Ik vind het zeker en vast niet te laat. We hebben ook doelbewust gekozen voor deze periode. Als we dit hadden georganiseerd tijdens de examens zouden de studenten minder tijd hebben gehad om met de honden bezig te zijn. Hun tijd is dan zeer kostbaar. Ik had schrik dat het effect van deze ‘therapie’ in die periode een beetje verloren zou gaan.”
Het initiatief blijkt een succes. De studenten gaan maar al te gretig in op het initiatief. “We hebben dit over de drie campussen verspreid en via foto’s houden we regelmatig contact met elkaar. Op elke campus was er veel volk bij de dieren. Ik zou zeggen dat het een geslaagd initiatief was.”
De studenten zelf
Chelsy (20) studeert verpleegkunde en is weg van het initiatief. “Ik heb net examen gehad en straks heb ik ook nog les. Dit is dus een perfect tussendoortje voor mij. Je krijgt enorm veel liefde en ze knuffelen graag. Ik woon op een appartement dus daar kan ik eigenlijk geen hond hebben. Daarom dat ik dit een leuk idee vind.”
Ook de vrijwilligers die de honden begeleiden, zijn enthousiast. Veronique is een van die vrijwilligers. “Buddy vind het natuurlijk ook een geweldig idee. Hoe meer aandacht hij krijgt, hoe gelukkiger het beestje is. Ik hoop gewoon dat de studenten hem niet te veel koekjes geven en te hard knuffelen, anders heb ik straks geen hond meer (lacht).”
Het enthousiasme van de studenten lijkt er op te wijzen dat het niet bij deze ene editie blijft.
Op zaterdag 26 januari waren Ketnetprogramma Nachtwacht en zangeres Laura Tesoro de grote winnaars tijdens ‘het Gala van de Gouden K’s’ in het Antwerpse Sportpaleis. Dat is een awardshow waar kinderhelden in de bloemetjes worden gezet. Nachtwacht en Laura Tesoro gingen elk met twee awards naar huis. Onze fotograaf Stefan Lambrechts was erbij om de sterren te fotograferen op de rode loper.
Met 35.000 waren ze op donderdag 24 januari, de scholieren die al voor de derde keer op rij betogen voor een beter klimaatbeleid. Oprichtster Anuna De Wever slaagde erin om zelfs Franstalige leerlingen naar de hoofdstad te krijgen. “Dit wordt misschien de grootste klimaatmars ooit,” zei een ambitieuze De Wever.
Na een wandeling van een zestal kilometer eindigt de betoging waar ze startte: aan het Centraal Station. Hier spreekt Anuna de menigte nog een keer toe, met scherpe kritiek op het Belgisch klimaatbeleid: “Wij slaan onze lessen over, maar jullie hebben het verzorgen van onze planeet overgeslagen”. De speeches worden afgesloten met een minuut stilte voor het klimaat. Op verschillende andere plaatsen in België werden kleine acties gevoerd. Zo verzamelden er in Antwerpen een 500-tal leerlingen en gaf de Lummense kleuterschool ‘De Wondere Wereld’ een petitie af aan het gemeentehuis.
Peltenaar Olivier Van Herck maakt met zijn vriendin Zoë Agasi al twee jaar lang een wereldreis op eigen spierkracht. De burgerlijk ingenieur gaf zijn job in Rotterdam op om te voet, met de fiets en per zeilboot op ontdekkingsreis te gaan. Enkel een spoedoperatie kon hun ontdekkingsreis even halt toeroepen.
Van Herck is geboren in Leuven, maar verhuist al snel met zijn ouders naar Neerpelt . Hij keert terug naar zijn geboortestad om voor burgerlijk ingenieur te studeren. Tijdens een skivakantie in Frankrijk leert hij Zoë Agasi kennen. Hij volgt de liefde naar het Nederlandse Rotterdam. Na vijf jaar in Nederland vertrekken ze op een wereldreis van twee jaar op eigen spierkracht. “Het is een van de allermooiste manieren om de wereld te ontdekken. We reizen op een tempo waar je alles kan zien. Met een auto of een motor kan je het landschap niet ruiken, voelen of horen. Met de fiets, de kano, zeilboot of te voet kan je iets ontdekken”, vertelt Van Herck.
Van Herck heeft zijn baan even op pauze gezet om de reis te kunnen maken. “Mensen vinden het raar dat ik mijn job opgeef voor twee jaar. Ze denken dat ik dan alles kwijt ben of dat ik geen werk meer vind. Maar ik denk er anders over. Ik studeer aan de universiteit van de wereld. Ik leer elke dag zoveel waardevolle dingen die je op geen enkele werkplek of universiteit kan leren”, benadrukt hij.
“Olivier was eerder een teruggetrokken jongen. Hij wilde nooit opvallen, maar je kon altijd op hem vertrouwen. Zijn mooiste eigenschap is zijn warme intelligentie. Hij gebruikt zijn mogelijkheden om anderen te helpen. Olivier is een enorme om-denker”, vertellen Lieve Swinnen en Ignace Van Herck, de ouders van Olivier Van Herck.
Terug naar huis, of niet
“We zijn onze reis begonnen zonder een einddatum en reizen zolang we het leuk vinden. We zijn helaas even terug naar huis moeten komen omdat Zoë geopereerd moest worden. Die terugkeer zat niet in ons plan. Dat heeft ook wel zijn voordelen. We kunnen nog eens een keer frieten eten. Maar hierna gaan we gewoon onze reis verder zetten in Noord-Amerika”, vertelt Van Herck. Het koppel gaat de uitdaging aan om 1.000 kilometer te hiken over de Appalachian Trail, een 3.500 km lange afstandswandelpad door de Appalachen in het oosten van de Verenigde Staten. Daarna gaan ze de Northern Forest Canoe Trail volgen, is een 1.200 kilometer lange kanoroute langs historische waterwegen van Old Forge in New York, naar Fort Kent in Maine. Het is een van de zwaarste kanotochten ter wereld.
“Als we eenmaal in Canada zijn aangekomen kunnen we naar rechts, Europa, of naar links, Azië. Er staat nog niets vast. We zullen ooit wel terugkeren. We leerden uit de Zuid-Amerikaanse cultuur dat familie erg belangrijk is.”
Het koppel dacht dat ze 30 euro voor twee personen gingen uitgeven per dag. Uiteindelijk blijkt het minder te zijn. Familie, vrienden en toevallige voorbijgangers die een verblijf of eten aanbieden, steunen het jonge koppel. Ze werken ook samen met bedrijven die hun kleding sponsoren. Dat is nochtans niet het oorspronkelijke doel. “Ik wou onafhankelijk en zelfvoorzienend zijn, maar het blijkt dat de reis veel mensen inspireert”, zegt Van Herck.
Het onbekende
“We vertrokken met de fiets zonder enige ervaring. We wisten niet wat we moesten verwachten of zelfs welke banden we nodig hadden. Ik had een weddenschap met Zoë over de eerste lekke band. Pas na 1.200 kilometer hadden we prijs. In Brazilië hadden we meer problemen met onze banden. Op de wegen lag glas en afval. De kwaliteit van de banden was ook niet ideaal”, vertelt Van Herck.
“We kiezen voor de fiets omdat het toegankelijk is. We moeten wel al onze benodigdheden meenemen. Ik heb nooit het gewicht van onze bagage gewogen. Maar toen we met het vliegtuig terug moesten keren, en het op de luchthaven op de weegschaal moest, stond de teller op 40 kilogram, inclusief fiets. Eten en drinken voor een paar dagen weegt rond de vijf kilogram.”
Het koppel is nog niet zonder eten gestrand, zonder water wel. Ze hebben maximaal vier liter water voor twee personen bij zich. Van Herck en Agasi rekenen erop dat ze onderweg een bron vinden en hebben altijd een filter op zak om van een rivier te kunnen drinken. ‘Olivier is de planner, hij is een echte ingenieur. Problemen worden opgelost met een plan’, vertellen de ouders van Olivier Van Herck. “Olivier plant alles ver vooruit, is gestructureerd en geordend. Hij zal geen ochtend opstaan en zich afvragen: “Hoe komen we vandaag aan eten of drinken?”
“Als ik Olivier niet bij me had zou ik al lang verhongerd of uitgedroogd zijn. Het is maar twee of drie keer gebeurd dat we geen water meer hadden. Stiekem vinden we het heel leuk om water te vragen. Het is een aanknopingspunt voor een gesprek met de lokale bewoners”, glimlacht Zoë Agasi.

Olivier Van Herck vult aan: “We hebben soms bewust geen water bij. De mensen zijn geïnteresseerd in ons verhaal. Uiteindelijk kan dat leiden tot een warme maaltijd en slaapplek.” Het koppel is tijdens de reis nog niet snel ziek geworden. Ze vragen aan de bewoners of het water drinkbaar is. Ze zijn één keer ziek geworden omdat ze het niet gevraagd hadden, met een toiletbezoek als gevolg.
Klein stukje van de wereld
Het koppel doorkruiste al zeventien landen en krijgt overal respect wanneer mensen merken dat ze met de fiets zijn. Ze stellen vragen over hun afkomst en hun kennis van het Spaans. Hoewel ze samen een taalcursus Spaans volgen, leert het koppel vloeiend Spaans spreken door rond te reizen en met bewoners in contact te komen. “Volgens mij kent Olivier zes talen, maar zelf is hij het er niet mee eens”, lacht zoë Agasi.
Op iets meer dan twee jaar tijd heeft het koppel 20.000 kilometer gefietst. Ze vertrokken in Amsterdam, fietsten door Europa, bezochten de Canarische Eilanden en zeilden naar Zuid-Amerika met een pitstop in Afrika. Ze kwamen aan in Brazilië en fietsten helemaal naar het zuiden. Daarna zijn ze terug naar Colombia gereisd.
Tijdens de tocht beschrijven en filmen ze hun belevenissen. “Je kunt onze avonturen volgen op onze blog met als naam Weleaf”, vertelt Van Herck. “Weleaf is een woordspeling. “Wij vertrekken”, maar dan geschreven in het Engels met de letter f. Het betekent blaadje. Dat willen we ook uitstralen. We reizen met de kracht van de natuur en op eigen spierkracht.”
Gastvrijheid
Wanneer het koppel niet bij lokale bewoners verblijven, slapen ze in een tent. Ze zoeken eerst een plek via het initiatief ‘warmshowers.org’, een gemeenschap van fietsers over heel de wereld die een verblijfplaats aanbieden aan andere fietsers. In kleine dorpjes is dat netwerk niet actief, en moeten ze de tent opzetten. “Meestal vraag ik dan om mijn tent in de tuin op te stellen. De mensen zijn vriendelijk”, vertelt Van Herck.
Het koppel slaapt soms in kamers waarin het kouder is dan buiten. “Warm water is sowieso een luxe. Dan kom je thuis en besef je dat alles hier vanzelfsprekend is.”
Als ze een slaapplek verlaten, laten ze voor de bewoners een visitekaartje achter met foto’s van hun reis. “Waarom mensen ons helpen? Ze zeggen dat ze het een eer vinden dat wij op bezoek zijn geweest. Ons bezoek aan hun leven is volgens die mensen een van de mooiste dagen van het jaar. De bewoners verwachten niets anders dan dat we er gewoon zijn. Het is een eenvoudige levensles. Het delen van je tijd is het mooiste wat je kan geven aan de mens”, benadrukt Van Herck.
Het is nog niet zeker of de wereldreis stopt na hun wandel- en kanotrip. Er valt in de wijde wereld nog veel te ontdekken. Ook als je dat allemaal op eigen spierkracht doet.
Sinds oktober kent Antwerpen naast de deelfiets, de deelscooter en de deelauto een nieuw deelsysteem: de elektrische step. De alternatieven voor de auto worden steeds populairder. Maar wat is hun meerwaarde? We vroegen het aan schepen Koen Kennis, twee gebruikers en een mobiliteitsexperte.
“Die systemen worden veelvuldig gebruikt”, zegt Koen Kennis, schepen van Mobiliteit, Middenstand en Toerisme (N-VA). “Deelmobiliteit biedt extra alternatieven voor de vele verplaatsingen in de stad. Mensen worden mobieler en deelvoertuigen worden door meerdere reizigers gebruikt. Dit is positief omdat zo de beperkte ruimte in de stad optimaler benut wordt. Dat betekent dat deelsystemen algemeen aanvaard zijn en een terechte plaats krijgen in het openbaar domein. Maar we zijn als stad wel streng. Zo moeten deelvoertuigen minimale gebruikscijfers halen en moet elke aanbieder ons streng reglement toepassen.”
“Want we willen geen overaanbod creëren, dus we hebben het aantal aanbieders en het aantal voertuigen in de stad drastisch beperkt. Het is de bedoeling dat de systemen die we vandaag hebben, kwalitatief zijn en kunnen uitgroeien tot vaste elementen in ons verplaatsingspatroon. We laten enkel bedrijven toe die kwaliteit leveren voor de burger en die van blijvende aard zijn.”
Geen vergunning
“Zo hebben we de steps van Lime dezelfde dag waarop ze zijn gelanceerd, nog uit de straten verwijderd omdat het bedrijf niet over een vergunning beschikte. Onze handhavingsdiensten hebben ze die ochtend meteen opgemerkt en kort op de bal gespeeld. Op die manier zien we dat onze regelgeving werkt.”
Chloe Minnen, student (21 jaar):
“De deelsteps van Bird vielen mij op, omdat ze er leuk uitzien en gebruiksvriendelijk zijn. Je downloadt de app, zoekt een step bij jou in de buurt op de kaart, betaalt vervolgens met MasterCard en je bent vertrokken. Ik gebruik de steps omdat mijn kot redelijk ver ligt van mijn school en als student wil ik liefst zo lang mogelijk uitslapen. Je moet je ook niet inspannen en je kan ze na gebruik achterlaten waar je wil.”
“Vroeger had ik een abonnement op de huurfietsen van Velo Antwerpen. Maar dat heb ik niet zoveel gebruikt. Vaak stonden er geen fietsen meer in het dichtstbijzijnde station. De stations stonden soms ook vol, waardoor je in alle haast nog een plaats moest zoeken om op tijd je fiets in de stalling te zetten.”
“Anderzijds vind ik de steps best prijzig. Je betaalt een startbedrag van 1 euro voordat je de step kan gebruiken. Daarna komt er per minuut dat je stept, 15 eurocent bij. Na 9 uur ‘s avonds kan je ze niet meer gebruiken, omdat ze moeten worden opgeladen door de chargers. Ik zou het fijn vinden om er ’s nachts, na het uitgaan, mee naar mijn kot te kunnen rijden. Dat geeft toch een veiliger gevoel.”
Duur
Evelien Van Bockstal, mobiliteitsexperte bij studiebureau Vectris:
“Ik ben zeer enthousiast over de deelsteps. Ze komen almaar meer in het straatbeeld en het is een heel gemakkelijk vervoermiddel. De plooifiets vind ik lomp en wat zwaar, maar de step is heel praktisch. Ook neemt ze weinig plaats in en dat is in Vlaanderen met ons ruimtebeleid handig.”
“Een nadeel is dat de deelstep geen vaste stelplaats heeft. De step blijft wat rondslingeren in de stad. Ik hoop dat het stadscentrum steeds meer autovrij zal worden gemaakt. Het is leuk dat initiatieven zoals de steps hieraan meehelpen.”
Mustafa ‘Musti’ Körükçü, fotograaf bij Stampmedia (24 jaar):
“Ik gebruik de steps omdat ze handig zijn. Ze zijn heel flexibel en manoeuvreerbaar. Met een fiets moet je veel vaker remmen en maak je grotere bochten. Zo geraak je met de steps snel in het stadscentrum.”
“Een nadeel is wel dat de steps niet handig zijn op de Antwerpse kasseien. Je voelt de schokken redelijk hard. Verder vind ik de app ook wat omslachtig. Het neemt veel tijd in beslag voordat je aan het steppen bent. En ze zijn ook redelijk duur. De tijd blijft lopen tot de step effectief op slot ligt.”
“Ik erger mij ook aan mensen die zich niet aan de regels houden. Ze nemen bijvoorbeeld met twee personen één step of ze gebruiken de steps op voetpaden. Dat mag wettelijk niet en de app verbiedt het. Mensen durven ook al eens de step mee naar huis te nemen, terwijl dat absoluut niet mag.”
Dit artikel gratis overnemen op je website?
Een delegatie van ongeveer 1.000 ‘gele hesjes’ kwam zaterdag samen in Brussel om opnieuw te betogen tegen de hoge brandstofprijzen en de dure belastingen. Er werd opgeroepen om vanuit het Jubelpark samen te vertrekken richting de Wetstraat. De Brusselse politie liet in de loop van de week al weten met man en macht te zullen uitrukken. Zo was er een gebied rond het Europees Parlement afgesloten. Ongelukkigen die in de perimeter terecht komen, werden door de politie gecontroleerd en al dan niet naar de betoging beleid.
Het protest begint al vroeg op de morgen. Verschillende betogers blokkeren de E17 tussen Frankrijk en België. Ondanks dat de gele hesjes zich omschrijven als een niet-gewelddadige beweging, lopen de gemoederen al snel op. Verschillende agenten komen in aanraking met stenen of glasscherven. Hier en daar houden mensen hun vingers in de oren om de oorverdovende bommen niet te horen. Kort na de middag escaleert het geweld wanneer een kleine groep via de Montoyerstraat door het politiecordon kan binnendringen. Verschillende betogers gooien met stenen en zelfs een verkeersbord, waarop de politie antwoordt met traangas.
Een van de betogers is Marc C., een 52-jarige man uit Dendermonde. Momenteel woont hij samen met zijn vrouw en twee kleinkinderen in Hamme. Hij is na zijn beroepsopleiding aan de slag gegaan als schilder. Samen met zijn collega en vriend is hij vandaag op de betoging aanwezig. “Dankzij hem ben ik bij de Facebookgroep binnen geraakt. We zijn vanochtend samen naar hier gekomen. Later kwam de rest van de groep. Zij zijn bij het Centraal station tegengehouden door de politie en hebben rechtsomkeer moeten maken naar huis.” Dat geldt ook voor verschillende andere actievoerders zegt politiewoordvoerster Ilse Van de Keere: “We controleren iedereen die naar Brussel komt om deel te nemen aan de actie van de gele hesjes.” Daarnaast stoppen verschillende treinen, metro’s en bussen op bepaalde plaatsen niet.
Slechte organisatie
Marc voelt zich net als andere betogers slachtoffer van de hoge dieselprijzen en dure belastingen. “Met mijn twee dieselauto’s moet ik jaarlijks 700 euro extra betalen doordat de prijzen omhoog gaan. Het is altijd de kleine man die het voelt, terwijl grote bedrijven en politici genieten van verschillende voordelen waardoor ze weinig tot zelfs geen belastingen betalen. Hier moet verandering in komen en daarom betogen we.” Marc’s groep was ook vorige week aanwezig. Hijzelf moest werken, en kon er dus niet bijzijn. Nu hij een vrije dag heeft, is hij er wel bij. “Zoiets vind ik nuttiger dan in mijn luie zetel commentaar te leveren via Facebook. De meerderheid van die mensen is vandaag ook niet komen opdagen. Ondanks dat we hier met 500-tal mensen zijn en er op verschillende andere plaatsen acties gevoerd worden, is de betoging slecht georganiseerd.” Volgens Marc spraken sommige groepen spraken af om 10u, anderen om 11u. Omdat het niet duidelijk is wie de leiders van de beweging zijn, is het volgens hem ook niet mogelijk om met een delegatie naar premier Michel te gaan om eventueel te onderhandelen.
“Ook het geweld dat de groepering met zich meebrengt speelt niet in ons voordeel. Ikzelf ben er wel van overtuigd dat mijn groep die meedoet aan de actie, 100% tegen het geweld is. Vanaf het moment dat er geweld uitbreekt, zijn we weg.” Zijn groep bleef ook vorige week weg van het geweld. Marc vindt het terecht dat de politie de geweldplegers preventief oppakt: “Hoewel zij ook slachtoffer zijn van de hoge belastingen, doen ze wel hun werk om de betoging in goede banen te laten leiden. Toch hoop ik dat zij en andere ordediensten ook zullen inzien dat wij op een geweldloze manier een verschil proberen maken.”
Uiteindelijk pakt de politie enkele honderden betogers op. Rond 17u keert de rust terug in Brussel.
Vandaag opent het vernieuwde Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Naar aanleiding daarvan lieten Lieven Miguel Kandolo en Zoë Nassel hun licht schijnen op de eerste twee afleveringen van de Canvas-reeks “Kinderen van de kolonie”. Elk vanuit hun eigen perspectief, de ene Belgisch-Belgisch en de andere met Congolese roots. Hier Lieven Miguel Kandolo.
Mijn vader is Congolees (hij is een Tetela, afkomstig uit het Kasaï-gebied), mijn moeder is Angolese. Toch hebben mijn vader en grootouders mij pas rond mijn zestiende verteld over het koloniale verleden van hun land. Het was het jaar dat Congo zijn vijftigste onafhankelijksheidsverjaardag vierde en we op school ook leerden over de Belgische aanwezigheid in het land van mijn voorouders.
Ik begrijp dat je een kind nog niet kunt vertellen dat Leopold II en zijn regime miljoenen Congolezen heeft vermoord, ze als tweederangsburgers behandelde, hun handen afhakte, ze als slaven tewerkstelde of op grote schaal Congolese vrouwen misbruikte.
Mijn ouders valt niets te verwijten. Zij hebben ook geleden onder het post-kolonialistisch racisme in België, ze lijden er nog steeds onder. Praten over dit verleden is moeilijk, vooral omdat het allemaal zo persoonlijk is.
Arme Congolezen
Op school had ik het gevoel dat er meer moest zijn dan wat we leerden over Congo. Dat er een andere, duistere geschiedenis was dan wat we voorgeschoteld kregen: die van België als redder van de onbeschaafde Congolezen. Het probleem met de eindtermen is dat begrippen als ‘Belgisch Congo’ of ‘dekolonisatie’ er niet in voorkomen. Alleen de grote lijnen worden uitgetekend. De verschillende netten krijgen veel vrijheid om het vak geschiedenis in te vullen.
Na de onafhankelijkheid van Congo is in de koloniale geschiedenis van België – die vanaf dan postkoloniaal werd – de nadruk gaan liggen op die ‘arme’ Congolezen, willoze slachtoffers van een meedogenloze heerser. Nooit heb ik gehoord over het verzet dat de Congolezen geboden hebben, of de prekoloniale beschaving van het land waar mijn vader geboren werd.
Dit eurocentrisch denken is al langer een probleem, en dat heb ik ook ervaren de afgelopen jaren. Ondanks het feit dat ik hier geboren ben, en hier naar school gegaan ben, voelde ik dat er toch iets niet klopte met mijn kennis over Congo en het koloniale verleden van België.
Ik verlangde naar meer informatie over de blanke overheersing in Congo. Dus begon ik documentaires te bekijken, online te lezen, en dook ik in de geschiedenis van de etniciteit van mijn vader – en dus deels de mijne.
De ruwe waarheid
Mijn lange weg naar mentale dekolonisatie ging enkele jaren geleden van start. Hoe meer ik las en met mensen sprak, hoe meer ik – tot mijn verbazing – ontdekte dat er in het onderwijs en in de media helemaal niet objectief gesproken werd over het Belgische koloniale verleden.
Integendeel. Ik sprak met oudere Congolezen: van hen leerde ik verhalen die in het niets verzonken bij wat ik altijd had gehoord: dat er wel degelijk groot verzet was van de Congolese bevolking en dat sommigen onder hen werkelijk alles hebben gedaan om zich te bevrijden van de koloniale ketenen. Ik voelde frustratie, verdriet, teleurstelling.
Ik voel hetzelfde nu ik naar Kinderen van de Kolonie kijk en geconfronteerd word met de ruwe waarheid: dat Congolese “arbeiders” belasting moesten betalen aan hun eigen kolonisator en daarmee betaalden voor hun eigen neergang. Deze arbeiders hadden geen idee van wat de Belgische overheid met hun belastinggeld deed.
Katholieke priesters die rituele of religieuze voorwerpen afpakten van de lokale bevolking, met het argument dat die kwaadaardige krachten zouden veroorzaken, maar die dan jaren later teruggevonden werden in het museum van Midden-Afrika in Tervuren.
Witte winkels
Ik was geschokt toen ik vernam dat de koloniale samenleving in Congo volledig gesegregeerd was. Met wijken voor Belgen en wijken voor Congolezen. Met winkels voor witte mensen en winkels voor Congolezen.
Die laatste mochten niet binnen in de witte winkels. Over de apartheid in Zuid-Afrika was ik al veel langer op de hoogte dan op wat er zich decennia lang in mijn eigen vaderland heeft afgespeeld.
Ik ben blij dat deze reeks er is. Kinderen van de Kolonie is een eerste aanzet tot een objectieve en minder eurocentrische geschiedenis van Congo. Ik ben een Congolese-Angolese Belg. Door mijn aderen vloeit het bloed van mijn beide Afrikaanse ouders.
Mijn grootouders hebben geleden onder de beslissingen die hier in dit kleine, witte landje genomen zijn. Beslissingen die genomen zijn zonder na te denken wat de gevolgen voor de lokale bevolking in dat enorme Afrikaanse land zouden betekenen.
Decennialang hebben we niet durven kijken naar de gevolgen van de imperialistische kolonisering die ons land heeft gevoerd. Tot op vandaag zijn de wonden nog vers. Een reeks als Kinderen van de Kolonie kan daar verandering in brengen, het debat op gang brengen en misschien komt er dan eindelijk gehoor voor de frustratie, het verdriet, de teleurstelling van veel mensen met Afrikaanse roots. Het begin van een lange weg naar mentale en structurele dekolonisatie.
Van 30 november tot 13 januari kun je voor de derde keer naar het lichtsculpturenfestival China Light in de Zoo van Antwerpen.Tijdens dit lichtfeest wandel je tussen de lichtsculpturen die het verhaal vertellen van de Lotusprinses en haar geliefde.
Na twee succesvolle edities in de Lotto Arena vond op vrijdag 30 november Rode Neuzen Dag XL plaats in het Antwerps Sportpaleis. Rode Neuzen Dag is een initiatief van VTM, Qmusic en Belfius gericht op jongeren met psychische problemen. De actie wist ondertussen al 4.269.073 euro in te zamelen, mede dankzij het XL-evenemt. Onze reporter ging ter plaatse.
Afgelopen donderdag trok de Parade Noorderlicht door de straten van Antwerpen Noord. Studenten, kunstenaars en buurtbewoners stapten samen naar het buurtfeest op de campus Spoor Noord.
De parade is een initiatief van AP Hogeschool en District Antwerpen om de diversiteit van de Antwerpse wijk te vieren.