• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

Op 26 april speelde City Pirates Merksem een match tegen KVC Wilrijk. Het werd 4-1 in het voordeel van City Pirates. Onze reporter John Amoh was ter plaatse om de match in beeld vast te leggen. Bekijk hieronder het resultaat:

Passanten en buurtbewoners in de Antwerpse Lamorinièrestraat richtten vrijdagnamiddag hun blik naar omhoog. Niet naar de blauwe lucht, maar naar vallende bakstenen. Die bleken afkomstig te zijn van een schoorsteen. De brandweer rukte uit om de schoorsteen te onderzoeken en ervoor te zorgen dat de situatie weer veilig werd. Het tafereel lokte veel nieuwsgierigen. Niemand raakte gewond. Roevi Aisenthal was reporter ter plaatse.

© 2026 StampMedia / Roevi Aisenthal

Vooruit Antwerpen organiseerde in Café Kiebooms zaterdag op het De Coninckplein een studiedag over de leefbaarheid van de stad. Verschillende organisaties en bewoners gingen daarbij samen in gesprek over de vraag hoe wijken aangenamer en veiliger kunnen worden voor iedereen. “Vooral vrouwen voelen zich onveilig.” 

In Café Kiebooms op het De Coninckplein bracht Vooruit Antwerpen zaterdag verschillende organisaties en bewoners samen voor een studiedag rond een leefbare stad. De vraag die centraal stond: hoe kunnen wijken aangenamer en veiliger worden voor iedereen? 

J100, United 2060 en studiebureau Endeavour onder anderen namen deel. J100 bracht het perspectief van jongeren binnen, United 2060 vertegenwoordigt buurtorganisaties en bewoners uit Antwerpen-Noord, en Endeavour kijkt naar hoe stedelijke ruimte beter kan inspelen op maatschappelijke noden. 

“Er is een groot onveiligheidsgevoel op het De Coninckplein” – Kim Verwimp (buurtbewoner)

De studiedag kwam er na een duidelijke noodkreet uit de buurt. “Er is een groot onveiligheidsgevoel op het De Coninckplein. Vooral vrouwen voelen zich onveilig”, zegt bewoner Kim Verwimp. Ze wijst ook op andere problemen: “Er is veel drugsproblematiek en sluikstort in de wijk.” 

Tijdens de sessie gingen deelnemers open met elkaar in gesprek. Er werden vragen gesteld langs beide kanten en ervaringen gedeeld. Thema’s zoals betaalbaar wonen, welzijn en veiligheid kwamen daarbij vaak terug. “Mensen zoeken naar signalen vanuit de politiek om hen daarbij te helpen”, aldus Verwimp. 

“Mensen die hier al tien of twintig jaar wonen bevestigen dat die problemen al lang spelen” – Nisrine Bolakhrif (reporter StampMedia)

Ook onderzoek uit de buurt zelf werd gedeeld. Nisrine Bolakhrif, reporter bij StampMedia, doet onderzoek naar veiligheid en leefbaarheid rond het De Coninckplein. Ze bracht de eerste resultaten mee. “Er zijn nu al meer dan honderd ingevulde enquêtes”, vertelt ze. “De cijfers bevestigen wat bewoners al langer aangeven. Signalen die al jaren leven in de buurt komen opnieuw duidelijk naar boven in de data.”  Onder meer problemen als zwerfvuil, openbaar drugsgebruik en een algemeen gevoel van onveiligheid komen in dat onderzoek naar voren. “Mensen die hier al tien of twintig jaar wonen bevestigen dat die problemen al lang spelen”, zegt Bolakhrif. 

De studiedag was geen eenmalig initiatief. Vooruit Antwerpen wil de komende tijd op verschillende plekken in Antwerpen dergelijke bijeenkomsten houden. Zo wordt er onder meer gewerkt aan een buurtfeest om bewoners opnieuw dichter bij elkaar te brengen. Verwimp is daar een groot voorstander van. “We moeten de samenhang in de wijk opnieuw versterken.” 

Alexia Dhertoge, beter bekend onder haar artiestennaam Alice Mae, won begin 2025 De Nieuwe Lichting, een muziekwedstrijd van Studio Brussel. “Dit jaar was de eerste keer in mijn volwassen leven dat ik de Nieuwe Lichting volgde als fan, niet om mezelf in te schrijven.”

In 2025 won Alexia Dhertoge onder haar artiestennaam Alice Mae de Nieuwe Lichting, een muziekwedstrijd van Studio Brussel. “Dit jaar was de eerste keer in mijn volwassen leven dat ik de Nieuwe Lichting volgde als fan, niet om mezelf in te schrijven”, zegt ze. Haar overwinning was het resultaat van hard werken en niet opgeven. Dat klinkt natuurlijk cliché, maar het is wel zo. Goede muziek valt niet zomaar uit de lucht en dat beseft Alexia ook. Ze weet een balans te vinden tussen haar dromen en de realiteit. “Als artiest moet je wel een beetje durven dromen. Mijn droom is om op de mainstage van Rock Werchter te staan. Maar ik ben ook een realist. Rock Werchter gaat morgen niet bellen en vragen: ‘Hé, wil je op de mainstage staan?’ Je moet er wel voor werken.”

Muziek als leidraad

Lang voor ze zelf nummers begon te schrijven, was Alexia al bezig met muziek. Al snel hadden haar ouders door dat ze daar iets mee wou doen. Ze begon dan ook op zevenjarige leeftijd met de muziekschool. Daar deed ze zang en later ook piano. “Ik herinner me dat ik als kind zong over alles wat ik deed. Dan maakte ik liedjes over ik die met mijn poppen speelde”, vertelt Alice Mae lachend. “Ik kan me eigenlijk geen periode herinneren in mijn leven dat ik niet met muziek bezig was. Muziek is een heel universele taal. Je kan elkaar begrijpen, ook al kom je uit een totaal andere leefwereld.”

“Toen ik zeventien of achttien jaar was, ben ik zelf nummers beginnen te schrijven. Ik wou dat niet onder mijn eigen naam doen om de simpele reden dat ik Alexia slecht vind klinken, zeker in het Engels. Zo is Alice Mae ontstaan. Dat is nu tien jaar geleden”, vertelt ze.

“Het is zonder toeters en bellen. We staan daar ook gewoon in jeans en sneakers”

– Alice Mae

De sound van haar muziek is erg jaren ‘90 en 2000. Ze ziet het als no-nonsens rock. “Wij willen gewoon dat het rockt. Het moet niet veel meer zijn dan dat. Het is zonder toeters en bellen. We staan daar ook gewoon in jeans en sneakers.”

Goesting overstemt stress

Al van haar veertiende staat Alexia op een podium. Keer op keer stapt ze kalm en ontspannen het podium op. Ze ervaart weinig stress voor en tijdens optredens. Voor een volle wei van Crammerock, een Belgisch festival in Stekene, zal ze niet op trillende benen het podium betreden, maar wel met veel goesting. “Raar hè? Soms denk ik dat ik krankzinnig ben omdat ik zo weinig stress ervaar. Maar in mijn hoofd zeg ik gewoon: ‘nice, cool, we gaan ons amuseren.’ Mijn vader kwam deze zomer elke keer kijken. Meestal heeft hij samen met mijn vrienden stress in mijn plaats”, vertelt ze.

“Ik vind het belangrijk om in alles plezier te hebben. Aan de andere kant moet het ook goed zijn” – Alice Mae

Ze beschrijft zichzelf dan ook als nonchalant en perfectionistisch tegelijk. Alice Mae: “Nonchalant in de zin dat je de dingen niet altijd super serieus moet nemen. Ik vind het belangrijk om in alles plezier te hebben. Aan de andere kant moet het ook goed zijn.”

Naast haar muziek werkt Alexia fulltime als jeugdhuisondersteuner in Geraardsbergen. Ze doet dat met passie. Daar kan ze focussen op de jongeren en even afstand nemen van Alice Mae. Ooit ziet ze het wel zitten om fulltime muziek te maken, maar ze vindt het belangrijk om naast Alice Mae nog iets anders te doen. “Als ik altijd als Alice Mae zou werken, zou het voor mij voelen alsof ik de hele tijd met mezelf bezig ben. Dat voelt raar”, vertelt ze. “Als ik fulltime muzikant zou zijn, zou ik vrijwilliger worden in een dierenasiel om afwisseling te hebben.”

Volwassen zijn

Waar je Alice Mae ziet, zie je de club of messed up grown ups. Dat is ooit ontstaan uit de lyrics van een nummer, maar nu uitgegroeid tot een groep waarin fans zich kunnen herkennen. Alice Mae: “De club of messed up grown ups is het type volwassene dat het wel belangrijk vindt om het leven te grijpen. Het type mensen dat naar festivals gaat en al eens een pint te veel drinkt en op dat moment niet wil bezig zijn met hoe het belastingsysteem in elkaar zit. Het volwassen zijn lijkt soms voor de hand liggend, terwijl dat niet het geval is.”

De club of messed up grown ups is het type volwassene dat het wel belangrijk vindt om het leven te grijpen. Het type mensen dat naar festivals gaat en al eens een pint te veel drinkt en op dat moment niet wil bezig zijn met hoe het belastingsysteem in elkaar zit” – Alice Mae

Veel van haar muziek slaat ook terug op dat volwassen zijn. Of zoals ze het zelf beschrijft: “Langs de ene kant weet je niet wat je moet doen, maar aan de andere kant denk je ook: ‘fuck it’, we doen het op onze eigen manier.” In haar teksten probeert ze dat te vatten.

Een blik op de toekomst

Het komende jaar staan er nog heel wat optredens op de planning voor Alice Mae. In het najaar komt haar debuutplaat eraan. “Het gekke is, aan een debuutplaat schrijf je al je hele leven. Er zitten nummers bij die vier jaar geleden geschreven zijn, andere drie maanden geleden. Dus dat is wel een interessante mix.”

Ze kijkt op naar carrières van bands zoals Clouseau, die al veertig jaar bestaan. “Mijn droom is om binnen twintig jaar met de band in een tourbus te zitten ergens in Europa en te kunnen zeggen: ‘Amai, de Nieuwe Lichting is al twintig jaar geleden.’”

Op 3 mei opent in Arenberg de tentoonstelling ‘In Plain Sight’, een expo die opkomende kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samenbrengt, met daarnaast werk van de Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza. Het project wil niet alleen kunst tonen, maar ook de vragen stellen: wie krijgt vandaag een plek in de kunstwereld? En wie blijft onzichtbaar?

De expositie ‘In Plain Sight’ opent op 3 mei in Arenberg. Achter de expo staat het Antwerpse collectief Nana Benz, in samenwerking met het creatieve duo Fouzia&Brecht. Wat begon als een idee binnen het team, groeide uit tot een ambitieus project met een duidelijke maatschappelijke insteek.

“Nana Benz werd opgericht omdat er een plek ontbrak die echt gericht is op de Afrikaanse diaspora”, vertelt Graciëlle Kwizera, vrijwilliger in het productieteam van Nana Benz. “En er leeft nog altijd een beeld van Afrika alsof het één geheel is, terwijl het zo’n divers continent is.” Vanuit diezelfde visie kruisten de paden van Nana Benz en het creatieve duo Fouzia&Brecht, die via de persoonlijke sponsor van Elijah Muwereza zijn werk te zien kregen. Vanuit die samenwerking groeide het idee voor ‘In Plain Sight’.

“We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)

De expo brengt kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora samen en wil die diversiteit zichtbaar maken. Niet via één verhaal, maar via meerdere perspectieven: kunstenaars met verschillende achtergronden, ervaringen en stijlen. Die focus is bewust. “We hebben er expliciet voor gekozen om enkel kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora te tonen, omdat zij vaak als ééndimensionaal worden gezien.”

Voor wie?

Naast representatie speelt ook toegankelijkheid een grote rol in het project. Volgens Graciëlle blijft kunst voor veel mensen ontoegankelijk. Niet alleen mentaal, maar ook financieel. “Er hangt nog altijd een beeld rond kunst alsof het voor een bepaalde groep is, rijkere mensen. We wilden die drempel verlagen en tonen: dit is ook een wereld waar jij bij hoort.”

Met een gratis tentoonstelling probeert ‘In Plain Sight’ die barrière effectief te doorbreken. Maar tegelijk legt het project een dieper probleem bloot: toegang tot kunst is niet alleen een kwestie van interesse, maar ook van middelen. “Kunst is geen gratis hobby. Materiaal kost geld, opleidingen kosten geld… en zo krijg je een sector die eerder voor de ‘rijke’ is omdat het door de hoge kosten niet voor iedereen even toegankelijk is.”

Die vaststelling raakt aan een bredere ongelijkheid binnen de kunstwereld. Wie de middelen heeft om te creëren, studeren en netwerken, heeft automatisch een voorsprong. Initiatieven zoals deze expo proberen dat patroon te doorbreken, maar leggen tegelijk bloot hoe diep die structuren verankerd zijn.

De rode draad

Oegandese kunstenaar Elijah Muwereza, wiens werk de basis vormde voor de expo, kan zelf niet aanwezig is in Antwerpen. Toch blijft hij een centrale figuur binnen In Plain Sight. Zijn werk vormt de rode draad van de tentoonstelling en creëert een inhoudelijke verbinding tussen de verschillende werken en verhalen.

Tijdens de expo wordt er ook geld ingezameld om zijn artistieke praktijk verder te ondersteunen en de creatie van nieuw werk mogelijk te maken. Die ondersteuning wordt niet alleen gezien als een versterking van zijn huidige werk, maar ook als een investering in de toekomst: met de ambitie dat hij op termijn kan doorgroeien naar een rol waarin hij andere kunstenaars kan inspireren en begeleiden.

Voor Elijah betekent deelname aan de expo meer dan alleen blootstelling. “Ik voel me gehoord en gezien in een ruimte vol mensen.”  Zijn werk vertrekt vanuit persoonlijke ervaringen: een jeugd gekenmerkt door armoede en leven op straat. Die herinneringen vertaalt hij naar grote, gelaagde schilderijen waarin gevoelens centraal staan. “Dit zijn mijn gevoelens en herinneringen. Schilderen geeft mijn ziel rust.”

“Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik” – Elijah Muwereza (kunstenaar)

Zijn kunst gaat niet alleen over zichzelf, maar ook over bredere verhalen binnen zijn gemeenschap. Toch botst hij op een herkenbaar probleem binnen de kunstwereld: een gebrek aan ruimte voor andere stemmen. “Ik vind altijd gelijkaardige schilderijen, maar geen kunstenaar zoals ik.”

Volgens hem ligt de focus bovendien te vaak op competitie en technische perfectie, terwijl persoonlijke expressie onderbelicht blijft.

Zeven kunstenaars, zeven verhalen

Naast Elijah tonen ook zes Belgische kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora hun werk. Hun verhalen lopen uiteen, maar raken aan gelijkaardige thema’s. Graciëlle ziet duidelijke lijnen terugkeren: “Het gaat vaak over eenzaamheid en jezelf blootleggen.”

Sommige kunstenaars verkennen hun dubbele identiteit, anderen brengen kwetsbare zelfportretten rond mentale gezondheid. Er zijn ook werken die focussen op familie en voorouders. Die diversiteit maakt de expo gelaagd: geen eenduidig verhaal, maar een verzameling persoonlijke perspectieven. De titel van de expo, ‘In Plain Sight’ verwijst naar wat zichtbaar lijkt, maar vaak niet écht gezien wordt. Volgens de organisatie gaat het over de kloof tussen zelfbeeld en hoe anderen naar je kijken, zeker binnen de Afrikaanse diaspora, waar stereotypen nog steeds een rol spelen.

Meer dan alleen kijken

De vernissage op 3 mei wordt meer dan een klassieke opening. Bezoekers krijgen de kans om de kunstenaars te ontmoeten en hun verhalen te horen. Er staat een panelgesprek met de kunstenaars op het programma, aangevuld met een spoken word performance. Eén werk wordt bovendien live voorgedragen door de maker.

Het gaat er niet alleen om kijken naar kunst, maar ook om beleven en begrijpen. De tentoonstelling loopt tot 30 mei en blijft gratis toegankelijk, met als doel een zo breed mogelijk publiek aan te spreken.

“Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste” – Graciëlle Kwizera (vrijwilliger productieteam Nana Benz)

Hoewel de expo meer ruimte creëren voor kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora en een meer divers publiek aantrekken, blijven de organisatoren realistisch. “Of we die kloof echt gaan verkleinen, dat weet ik niet, maar participatie is het belangrijkste”, aldus Graciëlle. Of ‘In Plain Sight’ die systemen zal veranderen, is ook onzeker. Maar dat het gesprek wordt geopend, staat vast. Daar ligt de kracht van de tentoonstelling: niet alleen tonen wat zichtbaar is, maar ook blootleggen wat nog steeds buiten beeld blijft. Voor Elijah is de boodschap alvast eenvoudig: “Als ze niet komen, breng ik het werk naar hen.”

Op zaterdag 23 mei organiseert Nana Benz een festival in Arenberg naar aanleiding van Africa Day. Info en tickets vind je hier.

Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.

Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.

In Nederland circuleert een nieuwe vorm van online pesten. Het is bekend onder de naam ‘Jumpen’ of ‘zeg sorry’-video’s. Het fenomeen speelt zich voornamelijk af op het sociale media platform Snapchat. “Dit asociaal gedrag is echter niet helemaal nieuw”, verklaart hoofddocent Global Digital Media Daniel Trottier aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam.

Een nieuwe vorm van cyberpesten, genaamd Jumpen, verspreidt zich in Nederland. Bij dit fenomeen worden slachtoffers uitgezocht op Snapchat en vervolgens in het echte leven opgewacht voor slagen en mishandeling. Ze worden geslagen, bevolen om op de knieën te gaan en sorry te zeggen tegen hun ‘baas’. Jumpen is daardoor ook bekend onder ‘zeg sorry’-video’s. De daders filmen de gehele actie en plaatsen dit achteraf online. NOS duidt dat Jumpen verschillende vormen kan aannemen. Zo moest een slachtoffer zijn broek uit trekken, werd hij bespuugd en ondergespoten met saus. Vervolgens moest hij sorry zeggen terwijl hij werd gefilmd.

Een verlengde van Happy slapping

Volgens Daniel Trottier, hoofddocent Global Digital Media Daniel Trottier aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam (EUR), is het fenomeen van slachtoffers slaan en filmen niet helemaal nieuw. “Het feit dat het wordt opgenomen door een smartphone, klinkt een beetje nieuw, maar als je kijkt naar de ‘Happy slaps’ uit het Verenigd Koninkrijk van twintig jaar geleden, doet zich vandaag een gelijkaardig fenomeen voor.” ‘Happy slapping’ was een verschijnsel uit 2005 waarbij onbekende slachtoffers met een klaptelefoon werden geslagen in het gezicht. Ook hier werd het pestgedrag gefilmd en verspreid naar anderen. 

Toch zijn er enkele verschillen tussen Happy slapping en het Jumpen van nu. In de periode van Happy slapping waren er bijvoorbeeld nog maar amper online platformen. “Dit was voor de tijd van sociale netwerken, het verspreiden van dit soort video’s was daardoor moeilijker.” stelt Trottier.

“Dat is toch al in België?”

In Zuid-Holland komt Jumpen al enkele maanden voor. Midden maart kaartte de politie het probleem aan in de media na meerdere klachten. 

Verschillende Vlaamse jongeren lijken al vertrouwd zijn met het fenomeen. Zo legt Mohammed (16) uit: “Dat is wanneer een persoon wordt geforceerd zijn excuses aan te bieden aan iemand anders, op video.” Ook Redwan (18) heeft er al eens van gehoord: “Dat is mensen pesten en sorry laten zeggen op camera.” Beide beschouwen Jumpen als onacceptabel. “Ik vind het eerlijk gezegd niet oké, als er een probleem is, dan kan je dat op een andere manier oplossen”, aldus Redwan. Bij anderen is de naam Jumpen minder bekend. “Het klinkt niet heel nieuw. Het is eerder een moderne naam. Ik herken het wel”, vertelt Joep (18).

“Ik vind het eerlijk gezegd niet oké, als er een probleem is, dan kan je dat op een andere manier oplossen” – Redwan (18)

Verder vermoeden de jongeren dat het fenomeen zich al in België voordoet: “Ik denk eerlijk gezegd dat het al is overgewaaid.” geeft Redwan (18) aan. Ook Leyla (16) zegt: “De kans is groot dat het van Nederland naar België komt. Jongeren komen snel in contact met elkaar, vooral door sociale media.” Voor sommigen is het zelfs al een vanzelfsprekendheid. Adbulla (13): “Dat is toch al in België?”

De drijfveer van daders

Daniel Trottier spreekt ook over de motivatie van de daders. In de eerste plaats speelt de ervaarde groepsdruk van jongeren een rol. “Het wordt vooral gedaan om het met mensen in hun sociaal netwerk te delen. Om te zeggen, kijk wat ik heb gedaan, hoor ik nu bij de groep?” De jongeren maken met andere woorden video’s om ze te delen met de mensen waarnaar ze opkijken. Ze zoeken zo een manier om zichtbaarheid te verkrijgen.

“Het wordt vooral gedaan om het met mensen in hun sociaal netwerk te delen. Om te zeggen, kijk wat ik heb gedaan, hoor ik nu bij de groep?” – Daniel Trottier (hoofddocent Global Digital Media, EUR)

Een ander aspect is de drang om viraal te gaan. De video’s die initieel op Snapchat worden gepost, worden later ook gedeeld op andere platformen. “In het algemeen zien we dat video’s, vooral virale video’s, die bestaan op één platform, ook snel rondgaan op andere platformen.” Trottier wil verder onderzoek doen naar of het idee van ‘viraal gaan’ speelt bij jongeren voor het maken van zeg sorry-video’s. 

Tegelijkertijd merkt Trottier op dat dit soort video’s van geweld niet altijd viraal kunnen gaan door de moderatie op online platformen zoals Instagram en Facebook. Gebruikers krijgen daar vaak eerst een waarschuwing te zien voordat ze de inhoud kunnen bekijken. Dat herkent ook Jening (22): “Op Instagram krijg je een melding dat de video geweld bevat. Je klikt daar pas op als je het ook echt wilt zien.” Voor Snapchat is dat minder het geval. “Het zou goed zijn als Snapchat wat meer actief was omtrent moderatie”, zegt Daniel Trottier.

Als laatste kan het online aspect een extra drijfveer zijn voor daders om meer schade te brengen aan het slachtoffer. Daniel Trottier verklaart: “Het is één ding om in het fysieke leven slachtoffer te worden, maar als je ziet of weet dat het filmpje dat gemaakt werd populair is, en mensen in je omgeving kunnen het zien, doet het nog meer pijn.”

Ben je zelf slachtoffer van dit soort geweld? Stap dan zeker naar de politie of bel anoniem en gratis naar de hulplijn 1712. Ook bij Tele-onthaal kun je terecht op het nummer 106. 

Kom je dit soort video’s of ander geweld tegen op sociale media? Rapporteer de video.

StampMedia · Waait het Snapchat fenomeen ‘Jumpen’ over naar ons land?

Stel je voor: je zit helemaal alleen in een donkere ruimte opgesloten, je roept en roept maar niemand komt je helpen of aandacht geven. Je hoort stemmen aan de andere kant van de deur, maar niemand luistert naar jou, iedereen negeert je. Dat is het geval voor duizenden dieren in Vlaanderen, en dit moet dringend stoppen.

We denken vaak dat dierenmishandeling of -verwaarlozing ‘ver van ons bed is’, maar het is jammer genoeg veel dichter bij je in de buurt dan je verwacht. De cijfers van De Vlaamse Inspectie Dierenwelzijn tonen dit heel mooi aan. In 2024 werden er bijna 7.500 meldingen van verwaarlozing of -mishandeling geregistreerd, dat zijn ongeveer twintig meldingen per dag.

Nog opvallender zijn de cijfers van de inbeslaggenomen dieren in Vlaanderen. Volgens Business AM worden er minstens 5.500 dieren in beslag genomen, dat is veel te veel. Bovenop die cijfers kunnen tien procent van die baasjes hun huisdier terug krijgen, wat een schande is.

Huisdier of handtas?

We zien dieren te vaak als modeaccessoire. Als de trend over is, worden ze vaak weer in de kast gestoken als een oude handtas die niet meer ‘in’ is. Uit cijfers van het platform adopteer.be blijkt dat er in 2025 meer dan 20.000 dieren via asielen een nieuwe thuis vonden. Dat is enerzijds prachtig, maar het legt ook een dieper probleem bloot. Al die dieren zaten daar omdat hun vorige ‘baasje’ de verantwoordelijkheid niet kon of wilde dragen en dat is heel onmenselijk.

Er moet hier onmiddellijk een einde aan komen, want dieren zijn levende wezens evengoed als mensen. Er moeten meer inspecties en procedures uitgevoerd worden voordat mensen een dier kunnen kopen, net zoals wanneer je een baby wil adopteren. Er zouden grondigere controles moeten uitgevoerd worden om te controleren of dat de mensen geen ‘impulsaankoop’ aangaan, maar echt van plan zijn om het huisdier een goed leven te geven.

Grote boetes zijn niet genoeg

Elk dier verdient een fantastisch leven met veel aandacht en ruimte. Als ik Ben Weyts, Vlaams minister van Dierenwelzijn (N-VA) was, was hier al lang een einde aan gekomen. Hij voert wel grote boetes in, maar dat is helemaal niet genoeg om er een stop aan te zetten. Grote boetes houden mensen duidelijk niet tegen om toch hun huisdieren te verwaarlozen of mishandelen.

Niet iedereen verdient een huisdier. Praktisch gezien is het bijna onmogelijk om bij iedereen te gaan controleren of de thuissituatie goed is om een huisdier in huis te halen of niet. Toch moet het duidelijk gemaakt worden dat dit niet zo verder kan. Dieren hebben alle rechten om goed behandeld te worden, evengoed zoals mensen.

Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.

We hebben allemaal geleerd om mensen in nood te helpen. Het is een vorm van beleefdheid die ons vaak van jongs af aan wordt aangeleerd. Maar wat gebeurt er wanneer onze impuls om te helpen verandert in de aanname dat iemand hulp nodig heeft?

Als het om mensen met een beperking gaat, kan de goedbedoelde drang om te helpen soms omslaan van vriendelijk naar betuttelend of zelfs neerbuigend. Dus de vraag is: moeten we automatisch inspringen om mensen met een beperking te helpen, of moeten we het eerst vragen? Het antwoord is eenvoudig: vraag het. Altijd.

“Je moet hulp aanbieden, niet opdringen”

Ongevraagde hulp zendt een boodschap uit, ook al is die goed bedoeld. We denken misschien dat we behulpzaam zijn, maar voor mensen met een beperking kan het aanvoelen alsof we hun capaciteiten inschatten op basis van wat we zien. Het ontneemt iemand de regie, terwijl die persoon misschien jaren heeft gewerkt aan strategieën, hulpmiddelen en technieken om zelfstandig door het leven te gaan. Bovendien verschillen behoeften, mogelijkheden en voorkeuren sterk van persoon tot persoon en van situatie tot situatie. Precies daarom is het zo belangrijk om te vragen of iemand hulp wil. ‘Kan ik je helpen?’ of ‘Wil je hulp?’ zijn eenvoudige zinnen die teruggeven wat ongevraagde hulp wegneemt: keuze. Zoals sledgehockeyspeler Thomas Bogaerts zegt: “Vraag gewoon of je kunt helpen, ga er niet van uit dat we iets niet kunnen.”

Zo’n vragen erkennen de ander als expert van de eigen behoeften. Ze creëren verbinding in plaats van bemoeienis. En belangrijk: ze geven iemand de mogelijkheid om nee te zeggen. Die ‘nee’ is essentieel. Het is een uiting van zelfstandigheid, een statement dat zegt: “Ik red het wel.” Voor veel mensen met een beperking is onafhankelijkheid niet alleen wenselijk, maar het resultaat van hard werk.

Held van het moment?

Leren omgaan met ruimtes, systemen en situaties die niet met jou in gedachten zijn ontworpen, vraagt doorzettingsvermogen en oefening. Wanneer iemand ongevraagd komt helpen, kan dat proces worden onderbroken. Dat betekent niet dat je geen hulp mag aanbieden, wel dat je ze niet mag opdringen. Als iemand lijkt te worstelen en de situatie suggereert dat hulp welkom kan zijn, vraag het gerust. De meeste mensen waarderen het gebaar, of ze de hulp nu aannemen of niet.

Zegt iemand ja? Volg dan hun aanwijzingen. Vraag hoe je het beste kunt helpen en luister naar hun instructies. Het gaat hier niet om jou als held van het moment.

Het bredere probleem ligt in hoe we naar beperkingen kijken. Te lang heeft de samenleving gewerkt vanuit een liefdadigheidsmodel dat mensen met een beperking ziet als zielig en hulpbehoevend.

“Een beperking wist bekwaamheid niet uit”

De realiteit is anders. Mensen met een beperking zijn experts in aanpassing. Ze zijn probleemoplossers, innovators en gewoon mensen die hun leven leiden. Eerst vragen voordat je helpt is een kleine maar betekenisvolle manier om dat te erkennen. Dus de volgende keer dat je iemand met een beperking ziet en je instinct zegt dat je moet helpen, vraag het eerst en vertrouw op het antwoord. Die eenvoudige vraag maakt een wereld van verschil.

De reeks ‘Nieuw Leven’ vertelt verhalen van mensen bij wie het leven plots een andere richting insloeg. Door ziekte, een ongeval of een beperking werden vanzelfsprekende dingen onzeker en moest een nieuwe balans worden gevonden. In interviews en fotoreportages delen zij hun ervaringen over verlies, veerkracht, identiteit en opnieuw thuiskomen in een lichaam en leven dat veranderd is.

Reporter Lune van der Putte hoopt dat er binnenkort meer winkels open zullen zijn op zondag. “Eerlijke concurrentie is mogelijk, ook op zondag”

Lidl wil in heel België open op zondag en hopelijk volgen meer supermarkten, kleding- en interieurwinkels dat voorbeeld. Lidl volgt het voorbeeld van onder meer Delhaize en Albert Heijn, en is daarmee de eerste discounter die open zal zijn op zondag. 

Ik ben opgegroeid in een middelgrote stad in Nederland. Tot ik op mijn twintigste naar Antwerpen verhuisde, kon ik daar altijd op zondag de stad in. Een grotere, bruisende en levendige stad, daar zou ik mijn studententijd beleven. Maar toen ik op mijn eerste zondag de Meir opliep, werd ik jammerlijk verrast. 

Dé winkelstraat van Antwerpen was leeg, op een paar verdwaalde toeristen en mijn verdwaalde zelf na. Shoppen op zondag bleek onmogelijk in ’t Stad. Op een paar zuinige koopzondagen na. Boodschappen doen kon wel, maar alleen als je een zak met geld meenam. De goedkope supermarkten zoals Aldi, Lidl en Colruyt houden hun deuren gesloten op de dag van God. 

Je kan begrijpen dat ik blij was te horen dat de Lidl ’s zondags open wil gaan. Dat zal mijn leven een stuk makkelijker, en vooral, goedkoper maken. Maar nu rest mij nog wel een vraag: waarom doen niet meer winkels dat? 

Wie zich op zaterdag de Meir waagt, komt steevast in een shoppende mensenfile terecht. Tja, momenteel hebben de stedelingen maar één vrije weekenddag om zich in hun noden te voorzien. Als de winkels ook op zondag opengaan, kan die drukte over twee dagen gespreid worden. 

Het zal daarnaast zorgen voor meer studentenjobs. Met hun doordeweekse schoolverplichtingen werken studenten graag in het weekend. Een extra dag zal vrijkomen om het armoedige studentenleven te bekostigen. 

“In de Belgische wet staat dat winkels een verplichte sluitingsdag moeten hebben. Dat hoeft niet per se op zondag te zijn. Toch kiezen velen daar nog steeds voor”

Bovendien zal het ondernemers helpen in hun concurrentie met online-verkopers. Webshops als Bol en Amazon zijn altijd open. En hebben daarmee momenteel het zondagmonopolie. En al die online aankopen zijn, met hun gas uitstotende bezorging, niet goed voor het milieu. Dus waarom ontwaakt Stad Antwerpen niet uit haar zondagsslaap? 

In de Belgische wet staat dat winkels een verplichte sluitingsdag moeten hebben. Dat hoeft niet per se op zondag te zijn. Toch kiezen velen daar nog steeds voor. Historisch gezien was zondag een rustdag. Het was de dag waarop men naar de kerk ging. Maar de westerse wereld is geseculariseerd, dus waarom die verplichte sluiting? 

De wet wil met deze regel twee dingen bereiken. Het moet de werknemers rust garanderen en de kleinere ondernemers beschermen tegen de 7-dagenconcurrentie van grote ketens. In principe ben ik het eens met beide. Maar ik denk dat die rust, zowel als de kleine ondernemer, voldoende beschermd kan worden. 

Begrijp mij niet verkeerd: dit is geen betoog over de voordelen van het neoliberalisme. Survival of the fittest staat niet in mijn woordenboek. De winkels moeten open kunnen op zondag, met als voorwaarde dat de kleine ondernemer beschermd wordt. 

Dat kan bijvoorbeeld door de belastingen voor kleine ondernemers te verlagen. Zo zullen ze beter kunnen concurreren met de multinationals in de stad. En blijft er meer geld over voor extra personeel op zondag. In combinatie met de extra inkomsten zorgt dat ervoor dat zij niet uit het straatbeeld hoeven te verdwijnen. 

Om dat te kunnen bewerkstelligen, zullen de grote ketens juist een verhoogde belasting moeten betalen op zondag. Met het geld dat vrijkomt, kunnen de kleine winkels ondersteund worden. Eerlijke concurrentie is mogelijk, ook op zondag. 

En wat de bescherming van de personeelsrust betreft: de opening op zondag zal geen verplichting zijn, maar een keuze van de winkel zelf. Bovendien kunnen de openingsuren op zondag korter zijn dan in de rest van de week. Het zou al enorm helpen als de stad van twaalf tot vier uur tot leven mag komen. 

Een opening van meer winkels op zondag zou dus zorgen voor een aangenamere stad in het weekend. Of je er nu woont of een dagje komt winkelen. Het geeft mensen de kans om goedkoper boodschappen te doen en ook meer vrijheid om hun weekend in te delen. Ik hoop dus dat meer winkels in gesprek zullen gaan over hun openingstijden en het voorbeeld van Lidl zullen volgen.  

Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.

Op elke leeftijd blijft er ergens een meisje in ons zitten. Dat is precies wat Dorothée Van Den Berghe laat zien in Meisje (2002). De film volgt drie vrouwen die elk op hun eigen manier zoeken naar vrijheid, liefde en identiteit. Tijdens een bijzondere vertoning op 35 mm in De Cinema, georganiseerd door de podcast Girls On Film, werd opnieuw duidelijk hoe herkenbaar en eerlijk dit verhaal nog altijd is.

‘Meisje’ is een film die elk meisje moet zien. De film, geregisseerd door Dorothée Van Den Berghe, werd uitgebracht in 2002. De focus in het verhaal ligt op de ontplooiing van de identiteit van de vrouw, die op elke leeftijd kan gebeuren, en doorheen de tijd zowel gevonden als verloren wordt. In 93 minuten wordt duidelijk dat je jezelf nooit helemaal gaat vinden, en dat daar niets mis mee is.

Op 10 maart speelde ‘Meisje’ in De Cinema, tijdens de tour van de podcast ‘Girls On Film’. Zij programmeren er films die geregisseerd zijn door vrouwen. 

Als wij borsten in een film zien, zijn die vaak perfect, terwijl we in ‘Meisje’ gewone borsten zien: niet helemaal rond, met kleine tepels en niet allebei even groot

‘Meisje’ vertelt het verhaal van Muriel, Martha en Laura. Muriel is een twintigjarig dorpsmeisje. Ze verlangt naar het stadsleven en laat dan ook haar boerendorp achter om in Brussel te gaan wonen. Een gevoel dat veel jonge vrouwen ervaren, denk ik. Al snel merkt ze dat het stadsleven toch niet zo gemakkelijk is. Tijdens haar zoektocht naar een job solliciteert ze bij een museum, maar wordt afgewezen. Wanneer ze vriendelijk naar de baas kijkt, antwoordt hij dan toch dat hij zal zien wat hij kan doen. Een voordeel van een vrouw zijn, neem ik aan? Echter heeft vrouw zijn ook meer dan genoeg nadelen: ze wordt diezelfde avond nog nagefloten.

Muriel heeft nog nooit seks gehad, al had ze een vriend in haar oude dorp. Wanneer ze op date gaat, en het op het punt staat te gebeuren, loopt ze weg. Dat toont de harde realiteit: hoewel je ernaar kunt verlangen, kan je er tegelijk ook bang voor zijn, of het zelfs een beetje vies vinden. Zeker de eerste keer.

In de loop van de film lijkt ze bij elke keuze die ze maakt twijfels te hebben. Het open einde maakt duidelijk dat die twijfels nooit zullen verdwijnen. Haar zestigjarige moeder Martha, gespeeld door Frieda Pittoors, is ziek en droomde er altijd van om haar dochter mama te zien worden. Ze maakt zich zorgen over haar dochter, omdat zij plots besliste om in de stad te gaan leven. Langs de andere kant wil ze haar dochter ook de vrijheid geven om zichzelf te ontdekken.

Laura is de huisbaas van Muriel. Ze is 35 jaar, haar partner is een paar jaar jonger dan zij. Wanneer ze voor de grap aan haar vriend vraagt wanneer ze aan kinderen gaan beginnen, breekt er ruzie uit. Later in de film wordt duidelijk dat het geen grap was. 

Tussen stabiliteit en vrijheid

Laura gaat op zoek naar een stabieler leven, een periode die veel vrouwen herkennen. Ze ontmoet Alain, een man van haar leeftijd. Pas een tijd later komt Laura erachter dat Alain al kinderen heeft. Eerst vond ze dat verschrikkelijk, ze wilde kinderen van haar eigen vlees en bloed, maar stilaan begint ze voor Alains kinderen te zorgen alsof het de hare zijn.

Ondertussen krijgt Martha promotie op haar werk en begint er iets romantisch te bloeien tussen haar en haar baas. Hoewel ze al decennialang getrouwd is met haar man, begint ze een affaire. Haar verlangen naar ‘jong zijn’ was te groot, al weet ze dat vreemdgaan niet per se een goede beslissing is.

Soms wil je stabiliteit in je leven, op andere momenten smacht je naar vrijheid

De film werd getoond op 35 mm, zo werd de film gedraaid in 2002. Het gebruik van fotografische film in plaats van digitale bestanden zorgde voor een unieke beeldkwaliteit.

Van Den Berghe gaf na de film een korte speech. Hoofdrolspeelsters Els Dottermans (Laura) en Charlotte Vanden Eynde (Muriel) zaten ook in de zaal. Ze vonden het heel speciaal om zichzelf nog eens terug te zien op een groot scherm, vooral in een tijd waarin regisseurs streven naar perfectie.

Vrouwen worden vaak glorieus afgebeeld, of net als een gek. Heel onrealistisch dus, want de meeste vrouwen zitten gewoon daartussen. Als wij borsten in een film zien, zijn die vaak perfect, terwijl we in ‘Meisje’ gewone borsten zien: niet helemaal rond, met kleine tepels en niet allebei even groot.

Ook waren de vrouwen niet geschoren. Want vroeger hoefde je niet perfect te zijn. Els noemt films van tegenwoordig “preuts”. Ik, geboren in 2006, ben te jong om dat te beamen, maar ik geloof dat ze gelijk heeft.

‘Meisje’ laat je beseffen dat elke vrouw, ongeacht leeftijd, nog steeds een meisje is en voor altijd een meisje zal blijven. Soms wil je stabiliteit in je leven, op andere momenten smacht je naar vrijheid. Zoeken naar je identiteit doe je voortdurend. Het is een zoektocht voor het leven, zonder eindbestemming.

Kunst verandert voortdurend en brengt verandering teweeg. In de reeks ‘Kunst in transitie’ onderzoekt StampMedia hoe kunst meebeweegt met thema’s als gender, identiteit, cultuur en duurzaamheid. In woord, beeld en geluid zoeken reporters naar wat kunst vandaag betekent en waar ze naartoe evolueert.

Lees hier alle stukken in de reeks ‘Kunst in transitie’.