• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Ongecategoriseerd

We trekken er massaal op uit, altijd op zoek naar de snelste en goedkoopste weg naar onze vakantiebestemming. De enorme hoeveelheid CO₂ die die extra vlucht de atmosfeer in jaagt, lijkt ons daarbij nauwelijks te deren. Toch groeit het bewustzijn: kan het ook anders, zonder dat het klimaat de volledige rekening betaalt? En zijn de zogenaamde carbon credits de oplossing?

Consumenten trekken er massaal op uit, altijd op zoek naar de snelste en goedkoopste weg naar hun vakantiebestemming. Maar een vliegtuigticket naar de zon kost soms minder dan een gemiddelde lunch. In maart 2024 werd KLM door de rechter veroordeeld voor misleidende duurzaamheidsclaims, en nieuwe Europese regels verbieden binnenkort vage termen als ‘CO₂-neutraal’ als die enkel op compensatie rusten. Maar kan het ook zonder dat het klimaat de volledige rekening betaalt?

Een carbon credit vertegenwoordigt het verwijderen of verminderen van CO₂ of een gelijkwaardig broeikasgas. Het kernidee is simpel: als je CO₂-uitstoot, kun je die impact compenseren door een project te financieren dat ergens anders dezelfde hoeveelheid CO₂ verwijdert of vermindert.

Voor Margo Tossyn, Mentor Manager bij Debateville en een fervent reiziger, is de afweging tussen prijs en milieu dagelijkse kost. Hoewel ze zich pijnlijk bewust is van de uitstoot die haar vliegreizen veroorzaken, stuit ze in de praktijk op een harde grens: haar portefeuille. “Ik compenseer mijn vluchten tot nu toe niet, omdat de kosten simpelweg te snel oplopen als je dat consequent wilt doen”, erkent ze.

Het dilemma van Margo legt een diepere systeemfout bloot. Terwijl een vliegtuigticket naar een verre bestemming soms slechts vijftig euro kost, betaal je voor de trein naar diezelfde plek algauw driehonderd euro. “Mensen zouden sneller iets bijbetalen wanneer het niet enkel gaat om het abstract compenseren van uitstoot, maar je er bijvoorbeeld concreet een boom voor kunt planten”, aldus Tossyn. Voor haar ligt de oplossing dan ook bij een actievere overheid die treintickets goedkoper maakt en vliegen duurder, zodat reizigers niet langer uit gemakzucht voor het vliegtuig kiezen.

Groene beloftes

Wat koop je eigenlijk precies wanneer je die extra euro’s voor het klimaat neerlegt? In de kern is een carbon credit een belofte dat er ergens ter wereld één ton CO₂ uit de lucht wordt gehaald, bijvoorbeeld door bomen te planten of uitstoot te voorkomen. Hierbij moet een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen twee verschillende markten. Aan de ene kant is er de gereguleerde markt, waar grote vervuilers onder strikt toezicht van instanties zoals het Europese ETS verplicht betalen voor hun uitstoot. Daarnaast bestaat de vrijwillige carbonmarkt, waar consumenten en bedrijven er zelf voor kunnen kiezen om hun voetafdruk te compenseren. Het is op deze laatste markt dat de meeste reiscompensaties plaatsvinden.

Volgens onderzoeksjournalist Ties Gijzel van Follow the Money en auteur van het boek ‘Wie betaalt mag vervuilen’ werkt dit systeem echter niet altijd hoe het hoort. Hij verwijst naar wetenschappelijke studies waaruit blijkt dat het overgrote deel van de carbon credits het gewenste doel simpelweg niet bereikt. “We moeten terug naar de tekentafel”, stelt hij resoluut.

De theoretische twijfels over deze markt krijgen in Tanzania een heel concreet gezicht. Seleman Wilson, student milieuwetenschappen aan de Universiteit van Moshi, ziet de schaduwkant van dergelijke projecten van dichtbij. Wanneer westerse bedrijven land opeisen om bomen te planten, ontstaan er volgens hem vaak felle landdisputen waarbij mensenrechten worden geschonden. Mensen worden bijvoorbeeld verjaagd van een stuk land voor een project. “Zo ontstaan conflicten waarbij mensenrechten geschonden worden”, zegt Seleman. Daarnaast stelt Wilson dat de onderlinge concurrentie tussen projecten ervoor zorgt dat de lokale gemeenschap vaak aan het kortste eind trekt.

Ties Gijzel vult dit aan met schrijnende voorbeelden waarbij rangers worden ingehuurd om herbebossingsprojecten te bewaken. Het gevolg is dat de lokale bevolking letterlijk van hun eigen land wordt verdreven. Hoewel de Tanzaniaanse overheid probeert om de bevolking via ngo’s te informeren, blijkt dit in de praktijk verre van evident.

Controle tot in de wortels

Hoe zorg je er dan voor dat de euro van Margo niet leidt tot het drama van Seleman? Lies Syryn, Operations Manager bij Go Forest, gelooft dat de sleutel ligt in een goede interne controle waarbij mogelijke samenwerkingspartners volledig worden doorgelicht voordat er een mogelijke samenwerking plaatsvindt. Go Forest heeft een brede waaier aan projecten in hun portfolio; zo hebben ze naast carbon-creditprojecten ook projecten op de niet-gecertificeerde markt. Al gaat de voorkeur van Syryn uit naar die laatste. In de niet-gecertificeerde markt gaat er meer geld rechtstreeks naar het project zelf, in plaats van naar grote certificeringsstandaarden zoals Verra of The Gold Standard, legt ze uit.

Daarnaast is de reductie van CO₂ belangrijk volgens Syryn en zou dat de eerste taak moeten zijn in plaats van het compenseren van de uitstoot. Die impact gaat volgens haar verder dan louter CO₂ capteren op het terrein en is nagenoeg hetzelfde, mits er een ijzersterke due diligence (gepaste zorgvuldigheid, waarbij je eerst grondig onderzoek doet voordat je al dan niet een contract sluit of een overeenkomst aangaat met een andere partij, red.) wordt uitgevoerd. Go Forest onderwerpt lokale partners daarom aan een meervoudige interne controle, waarbij de structuren en de voordelen voor zowel de organisatie als de gemeenschap nauwgezet worden onderzocht. Zo wordt gegarandeerd dat projecten daadwerkelijk jobs creëren en geen mensenrechtenschendingen veroorzaken. Als extra veiligheidsnet bezoekt Go Forest de projecten ook twee tot drie keer per jaar fysiek om controles op het terrein uit te voeren.

Toch erkent ook Syryn dat er een fundamenteel probleem blijft bestaan: het gebrek aan centrale controle op de vrijwillige markt. Waar het Kyoto Protocol ooit strenge voorwaarden schiep voor de gereguleerde markt, schiet de huidige Europese regelgeving voor de vrijwillige markt nog tekort. Instanties zoals Verra proberen dit gat weliswaar te dichten met complexe certificeringsprocedures, maar volgens Syryn blijft een breder wettelijk kader noodzakelijk.

Aan het eind van de rit blijft de verantwoordelijkheid verdeeld. Volgens Margo Tossyn ligt de bal nu vooral bij de grote instanties om burgers beter te informeren en positief gedrag te stimuleren. De horizon heeft een prijs, maar die prijs is veel complexer dan een simpel groen vinkje bij de aankoop van een vliegtuigticket.

In een tijd waarin er steeds meer bewustwording is rond mentale gezondheid, lijkt het alsof gedrag sneller wordt omgezet in een diagnose, alsof we leven in een labelmaatschappij. Bovendien blijven psychologische en psychiatrische problemen elk jaar stijgen. Als we geloven dat we beter omgaan met mentale kwetsbaarheid, waarom gebeurt dat dan en waarom laten we het als maatschappij toe?

Het is opvallend hoe gemakkelijk gedrag tegenwoordig wordt gepathologiseerd, zonder voldoende rekening te houden met de grote verscheidenheid tussen individuen. We leven in een maatschappij waarin ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD en autisme een trend lijken. In mijn omgeving hoor ik deze stoornissen dagelijks ter sprake komen. Op school kennen klasgenoten elkaar stoornissen toe voor de grap. Termen als ‘autist’ of ‘bipolair’ worden zelfs als scheldwoorden gebruikt. Bovendien circuleren er op sociale media tal van video’s over die stoornissen, waarin vaak wordt gesteld: “Als je één van deze kenmerken vertoont, heb je waarschijnlijk ADHD of ASS.”  

De overtuiging leeft dat we aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt in de geestelijke gezondheidszorg, maar onze kijk op mentale gezondheid vertoont nog steeds opvallende gelijkenissen met hoe men er vroeger naar keek. Er hangt nog steeds een stigma rond mentale gezondheid, alleen hebben we het nu in een ander jasje gestoken. Wie afwijkt van de gangbare morele en sociale normen, wordt vandaag al snel als neurodivergent beschouwd, terwijl soortgelijk gedrag vroeger eerder bestempeld werd als waanzin of hysterie.

Filosoof Michel Foucault beschreef het concept van waanzin in zijn boek ‘Histoire de la folie’. In de zeventiende eeuw merkte hij namelijk een ommekeer in de perceptie van ‘anders zijn’. In de middeleeuwen werd afwijkend gedrag gezien als een teken van wijsheid of een bijzondere verbondenheid met het spirituele. Maar die kijk sloeg snel om. Er ontstond een grens tussen wat als normaal en abnormaal werd beschouwd. Wie niet voldeed aan de gangbare normen, werd als ‘abnormaal’ gezien en was dus ‘waanzinnig’. Die waanzinnige individuen werden opgesloten in instellingen en moesten worden gedisciplineerd tot “normale” burgers, zelfs wanneer dat gepaard ging met wrede en onmenselijke behandelingen. In de loop van de achttiende en negentiende eeuw gaat het een stapje verder en worden waanzinnigen als ziek bestempeld. De medische behandeling blijft disciplinerend, zodat mensen zich opnieuw gaan gedragen zoals maatschappelijk van ze wordt verwacht. Iets later worden hun gedragingen als symptomen gezien en ondergebracht in stoornissen, wat sterk aanleunt bij wat de DSM-5 vandaag tracht te doen.

Een sociaal construct

Vandaag de dag worden diagnoses gesteld op basis van DSM5, een handboek voor het classificeren van psychische stoornissen. Belgische psychotherapeut en onderzoeker Paul Verhaeghe gaf in zijn boek ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’ kritiek op dit systeem: de DSM-5 biedt volgens hem weinig ruimte voor de individuele variatie die in de praktijk voorkomt. Daarnaast stelt hij dat de symptomen slechts eigenschappen en gedragingen zijn die volgens de gangbare sociale normen te veel of te weinig optreden. De criteria die zouden vertellen of je een stoornis hebt, zijn niet medisch maar nog steeds zonder uitzondering sociaal. Vanaf dat je niet aan de sociale verwachtingen voldoet, heb je een brein dat ‘anders werkt’. Nu word je alleen niet opgesloten als je buiten de sociale normen valt, zoals vroeger wel werd gedaan, maar krijg je wel een label. Er wordt naar je gekeken alsof jij een probleem hebt en in sommige gevallen wordt er ook verwacht dat je er zelf mee aan de slag gaat, zodat je terug binnen het kader past van wat maatschappelijk aanvaard is.

Tegelijk worden er steeds meer mensen gediagnosticeerd. Psychische problemen lijken bovendien toe te nemen. Alleen al het feit dat het aantal mensen met een burn-out in België de pan uitrijst, signaleert dat er maatschappelijk iets grondig fout loopt. Maar daar staan we niet echt bij stil. In plaats daarvan richten we ons op het individu en gebruiken we onze kennis over stoornissen om te pathologiseren en niet om effectieve hulp te ontwikkelen.

Echter zouden we volgens mij alleen zo een halt kunnen toeroepen aan het stijgende aantal problemen.

“Het feit dat het aantal mensen met een burn-out in België de pan uitrijst, signaleert dat er maatschappelijk iets grondig fout loopt”

Of we ooit van de pathologiserende trend zullen afstappen, blijft de vraag. Het systeem dat wij zelf hebben gecreëerd, leidt tot een vast behandelingskader. Wat als ‘te veel’ wordt gezien, moet worden verminderd, en wat als ‘te weinig’ wordt beschouwd, moet worden versterkt – met impliciete maatschappelijke normen als maatstaf. Door gedrag steeds sneller te herleiden tot labels en diagnoses, reduceren we mensen tot categorieën en verliezen we uit het oog wie ze in hun geheel zijn. We willen het gedrag van anderen verklaren, zelfs wanneer dat hun vrijheid om zichzelf te zijn ondermijnt – en dat anno 2026. Onze manier van kijken naar mentale gezondheid staat niet los van de samenleving die we zelf vormgeven. Alleen als we bereid zijn minder te oordelen en meer te begrijpen, kunnen we vermijden dat pathologisering de plaats inneemt van oprechte betrokkenheid.

‘The Housemaid’ werd de laatste tijd op Tiktok massaal besproken en gedeeld door fans van spannende thrillers. De film, geregisseerd door Paul Feig, vertelt het verhaal van Millie, een jonge vrouw die als huishoudster gaat werken bij een rijk gezin. Wat in eerste instantie een gewone job lijkt, verandert al snel in een beklemmende situatie vol geheimen, manipulatie en onverwachte wendingen.

De thrillerfilm ‘The Housemaid’, gebaseerd op het populaire boek van Freida McFadden, is al een tijdje een echte hype op sociale media. Vooral op platforms zoals Tiktok werd het verhaal massaal gedeeld en besproken. Na het bekijken van de film begrijp je volledig waarom zoveel mensen hier zo enthousiast over zijn.

Het verhaal volgt Millie Calloway (Sydney Sweeney), een jonge vrouw die wordt aangenomen als huishoudster bij een rijk gezin, de Winchesters. In het begin lijkt haar job zelfs een beetje vreemd, omdat het huis er al perfect uitziet en er op het eerste gezicht weinig werk te doen is. Toch voel je al snel dat er iets niet klopt en dat er meer speelt dan je aanvankelijk denkt. Naast haar huishoudelijke taken moet Millie ook zorgen voor het dochtertje van het gezin, dat zich nogal afstandelijk en vreemd gedraagt, wat de sfeer in huis nog ongemakkelijker maakt.

Wat het verhaal extra interessant maakt, is dat Millie zelf ook een geheim met zich meedraagt. Ze is pas vrijgekomen uit de gevangenis en probeert haar leven opnieuw op te bouwen. Omdat ze nergens anders  terecht kan, is deze job voor haar een enorme kans.

De kamer die ze krijgt, lijkt in eerste instantie een groot voordeel, maar dat gevoel slaat al snel om. Het blijkt namelijk een kleine zolderkamer te zijn waarvan het slot alleen langs buiten werkt en waarvan het raam niet open kan. Dit zorgt meteen voor een beklemmend en ongemakkelijk gevoel, zowel voor Millie als voor de kijker. Wanneer ze dit probleem aankaart bij Nina Winchester (Amanda Seyfried), de vrouw des huizes, reageert die vriendelijk en begripvol. Toch blijft er iets aan haar gedrag dat niet helemaal vertrouwd aanvoelt.

Nina’s stemmingswisselingen en vreemde gedrag zorgen ervoor dat je als kijker begint te twijfelen aan haar mentale toestand

De volgende ochtend verandert de sfeer volledig. Millie wordt wakker door luid geschreeuw en ontdekt dat het hele huis overhoop ligt. Nina beschuldigt haar meteen van iets waar ze niks van weet en reageert overdreven boos, wat voor verwarring en spanning zorgt.

Vanaf dat moment wordt duidelijk dat er iets grondig mis is binnen dit gezin, en vooral Nina lijkt steeds onvoorspelbaarder te worden. Haar stemmingswisselingen en vreemde gedrag zorgen ervoor dat je als kijker begint te twijfelen aan haar mentale toestand.

Daartegenover staat Nina haar man, Andrew Winchester (Brandon Sklenar), die net het tegenovergestelde lijkt. Hij komt rustig, vriendelijk en zorgzaam over en probeert de situatie telkens te sussen wanneer Nina uitvalt. Hierdoor krijgt Millie steeds meer vertrouwen in hem, en dat zorgt ervoor dat ze zich langzaam meer op haar gemak begint te voelen in het huis.

Naarmate het verhaal vordert, wordt Nina’s gedrag steeds extremer en onvoorspelbaarder. Dit zorgt ervoor dat Millie en Andrew dichter naar elkaar toe groeien. Hun band verandert geleidelijk in een romantische relatie. De film bevat meerdere intieme scènes die het verhaal nog aantrekkelijker maken.

Manipulatie en controle

Wanneer Nina uiteindelijk vertrekt en Andrew verlaat, lijkt alles eindelijk rustig te worden. Millie en Andrew lijken gelukkig samen en het voelt alsof het verhaal een meer positieve richting uitgaat. Maar dat gevoel duurt niet lang. Millie maakt een fout die alles verandert, en vanaf dat moment begint de waarheid stukje bij beetje naar boven te komen.

‘The Housemaid’ laat je voortdurend twijfelen aan wat echt is. Dankzij de sterke opbouw, de onverwachte plottwist en het overtuigende acteerwerk blijft de film boeien van begin tot einde

Het einde van de film liet mij sprakeloos achter. Het is lang geleden dat een thriller me zo heeft weten te verrassen. De spanning wordt goed opgebouwd en blijft aanwezig tot de laatste minuten. De film laat je voortdurend twijfelen aan wat echt is. Dankzij de sterke opbouw, de onverwachte plottwist en het overtuigende acteerwerk blijft de film boeien van begin tot einde. De acteerprestaties zijn ook sterk. Vooral Amanda Seyfried weet haar rol heel overtuigend neer te zetten, terwijl Sydney Sweeney goed laat zien hoe haar personage evolueert doorheen het verhaal.

‘The Housemaid’ is nu te zien in de bioscoop.

Een groep Belgische sledgehockeyspelers van het Antwerp Phantoms Para Ice Hockey-team roept op tot meer media-aandacht en een dieper maatschappelijk begrip van het leven met een beperking. “Er wordt heel weinig aandacht besteed aan mensen met een beperking die aan sport doen.”

Voor Luc Joossens (58), Axel Lindekens (61) en Thomas Bogaerts (26) is sport niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een weg naar gemeenschap, identiteit en herstel na ingrijpende gebeurtenissen in hun leven. “Er wordt heel weinig aandacht besteed aan mensen met een beperking die sporten”, zegt Luc Joossens, de doelman van de Antwerp Phantoms. Sporten voor mensen met een beperking worden ook wel parasport genoemd. “Het is alsof we gebrekkig en minderwaardig zijn.”

“Mensen denken dat er geen leven meer overblijft. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking” – Luc Joossens (58)

Het probleem gaat veel verder dan de ijsbaan. Er bestaat nog altijd een kloof tussen hoe de maatschappij vaak naar een beperking kijkt en hoe mensen met een beperking hun leven daadwerkelijk leiden. “Veel mensen denken nog steeds dat je niets meer kunt doen als je een beperking hebt”, zegt Luc. “Mensen gaan er vaak van uit dat er geen leven meer is. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking.”

Die veronderstelling beïnvloedt mensen met een beperking. Axel Lindekens, die zijn benen verloor door complicaties na een tumor, zegt dat hij opgroeide met het idee dat hij zich altijd extra moest bewijzen. “Mijn moeder zei altijd dat ik me meer zou moeten bewijzen dan mensen zonder beperking, en ergens had ze gelijk”, zegt hij. “Je moet altijd net iets beter doen dan iedereen anders.”

Voor Thomas Bogaerts, die verlamd raakte na een landbouwongeval, komen reacties vaak voort uit een misplaatste vorm van medelijden. “Mensen denken dat je altijd medelijden moet hebben met mensen met een beperking, maar dat is niet altijd nodig. Vraag gewoon of je kunt helpen, maar ga er niet automatisch van uit dat we iets niet kunnen.”

Het probleem gaat veel verder dan de ijsbaan. Er bestaat nog altijd een kloof tussen hoe de maatschappij vaak naar een beperking kijkt en hoe mensen met een beperking hun leven daadwerkelijk leiden. “Veel mensen denken nog steeds dat je niets meer kunt doen als je een beperking hebt”, zegt Luc. “Mensen gaan er vaak van uit dat er geen leven meer is. Maar er is nog steeds een leven, met of zonder beperking.”

Die veronderstelling beïnvloedt mensen met een beperking. Axel Lindekens, die zijn benen verloor door complicaties na een tumor, zegt dat hij opgroeide met het idee dat hij zich altijd extra moest bewijzen. “Mijn moeder zei altijd dat ik me meer zou moeten bewijzen dan mensen zonder beperking, en ergens had ze gelijk”, zegt hij. “Je moet altijd net iets beter doen dan iedereen anders.”

Voor Thomas Bogaerts, die verlamd raakte na een landbouwongeval, komen reacties vaak voort uit een misplaatste vorm van medelijden. “Mensen denken dat je altijd medelijden moet hebben met mensen met een beperking, maar dat is niet altijd nodig. Vraag gewoon of je kunt helpen, maar ga er niet automatisch van uit dat we iets niet kunnen.”

Gebrek aan bewustzijn

De verhalen van deze atleten tonen een terugkerend patroon: een beperking wordt te vaak gezien als een beperking van mogelijkheden. Een deel van het probleem is dat sporten voor mensen met een beperking nauwelijks voorkomen in de reguliere media. “De enige momenten waarop er echt over wordt gesproken, zijn tijdens wereldkampioenschappen of de Paralympische Spelen”, zegt Axel. De Paralympische Spelen zijn de Olympische Spelen voor mensen met een beperking.

Het gebrek aan bewustzijn heeft nog andere gevolgen. Veel mensen die pas een beperking krijgen, weten vaak niet eens dat parasport bestaat. “Eerlijk gezegd, als het revalidatiecentrum me hier niet had gebracht voor een introductiesessie, had ik misschien nooit geweten dat sledgehockey bestond”, zegt Thomas. “Anders kom je zoiets bijna nooit tegen.”

Zelfs Luc, die via zijn zoon jarenlang in de hockeywereld zat, had nog nooit van sledgehockey gehoord. “Toen ze zeiden: ‘Je moet sledgehockey proberen’, dacht ik: wat is dat in hemelsnaam?” Sledgehockey is een variant van ijshockey die is ontworpen voor spelers met een fysieke beperking. De atleten zitten op een slee met schaatsijzers eronder en gebruiken twee korte sticks.

“Een soort broederschap”

Op het ijs herontdekken deze spelers hun mogelijkheden, kracht en kameraadschap. Aangepaste sporten bieden structuur en fysieke uitdaging, maar misschien nog belangrijker: een gemeenschap van mensen die elkaars ervaringen begrijpen. “Je kent elkaars problemen en er is een gevoel van verbondenheid”, zegt Luc. “Het is een soort broederschap.”

De impact gaat veel verder dan alleen moraal. Parasport kan een cruciale rol spelen in revalidatie — niet alleen medisch herstel, maar ook het heropbouwen van een gevoel van normaliteit.

“Er bestaat geen pad dat voor iedereen werkt. Je moet je eigen weg vinden” – Thomas Bogaerts (26)

“Bij een team gaan is niet alleen goed voor je fysieke conditie”, legt Luc uit. “Je wisselt ervaringen uit die dokters niet hebben. Dokters kennen hun vakgebied, maar wij weten hoe het echt is om met een beperking te leven.”

“Er zijn zoveel ideeën over hoe je met je beperking zou moeten omgaan”, vult Thomas aan. “Je moet gewoon ontdekken wat voor jou werkt. Geen enkel pad past voor iedereen. Je moet je eigen weg vinden.”

Het leven gaat door

“Probeer alles wat je vroeger deed en keer terug naar je normale leven”, zegt Axel. “Sommige dingen zullen lukken, andere niet, maar je vindt wel wat voor jou werkt.” Vaak wordt gedacht dat je leven voorbij is wanneer je zo’n ingrijpende gebeurtenis meemaakt, maar volgens hen is dat absoluut niet waar.

“Het is zeker mogelijk om met een beperking te sporten, maar sommige mensen denken er gewoon niet aan. Je dagelijkse leven stopt niet omdat je een beperking hebt”, zegt Luc. “Als er meer media-aandacht voor zou zijn, zouden mensen zich misschien minder verloren voelen na een ingrijpende gebeurtenis.”

De reeks ‘Nieuw Leven’ vertelt verhalen van mensen bij wie het leven plots een andere richting insloeg. Door ziekte, een ongeval of een beperking werden vanzelfsprekende dingen onzeker en moest een nieuwe balans worden gevonden. In interviews en fotoreportages delen zij hun ervaringen over verlies, veerkracht, identiteit en opnieuw thuiskomen in een lichaam en leven dat veranderd is.

Een kledingmerk opstarten midden in een pandemie? Othi Berry en Beau Keller, twee jonge ondernemers uit Antwerpen en oprichters van DFFRNT, déden het gewoon. “We weten niet tot waar dit avontuur ons zal leiden, maar we zijn blij dat we de stap hebben gezet en laten we hopen dat hier een mooi verhaal uit komt.”

“We zijn alle twee al lang geboeid door mode,” zegt Beau. “En met DFFRNT wilden we een atypisch kledingmerk oprichten. Weg met de focus op streetwear. Wij willen tegen de stroom in zwemmen.” DFFRNT combineert kledingstijlen met kunstvormen als fotografie en poëzie. “Daarom spreken we niet alleen over een kledingmerk, maar over een hele levensstijl,” zegt Othi. “DFFRNT moet de kloof tussen mode en kunst overbruggen.”

Maar zijn er niet al zoveel kledingmerken? Wat kan een nieuw merk nog toevoegen? “Wat is veel? Dat ligt voor iedereen anders. Creativiteit kent geen grenzen,” zegt Othi. “Er is genoeg plaats aan de tafel en eten voor iedereen, zolang je elkaars ruimte respecteert, steunt en de wereld beter wil maken met je missie.” Speelt geld daarbij een belangrijke rol? “Zoals met zoveel dingen in het leven speelt geld niet altijd een belangrijke rol. Het creatief proces, en daar voldoening uit halen is voor ons op dit moment het belangrijkste. Zolang je kan doen wat je graag doet en je dromen kan waarmaken, is geld niet het allerbelangrijkste.”

DFFRNT wil mensen helpen empoweren, legt Beau uit. “Met kledij kun je jezelf uitdrukken op een artistiek niveau. Het zorgt ervoor dat je je goed voelt in je vel.”
Is een vergelijking met het iconische kledingmerk United Colors of Benneton hier op zijn plaats? “DFFRNT zal haar eigen koers uitstippelen en bevaren,” zeggen de makers. “Wij doen het op onze manier. We willen geen shockeffect creëren met onze visie en content.”

Kledingmerk als middel

De oprichters zien het kledingmerk dus niet als een doel, maar eerder als een middel om een boodschap te geven. “We willen met DFFRNT mensen inspireren om zichzelf te zijn en om uit hun comfortzone te treden,” zegt Othi. “Jezelf zijn is belangrijk. We willen met ons kledingmerk mensen uitdagen.”
“Het is niet zo dat we vinden dat we zelf een sociale rol moeten innemen, maar we willen DFFRNT wel als medium gebruiken om onze boodschap door te geven,” vult Beau aan.

Maar het zijn geen gemakkelijke voor de jonge ondernemers, dat zien ze zelf ook in. “Het is inderdaad een onzekere periode voor zelfstandigen. Maar we zijn gedreven, gemotiveerd en geloven in onze dromen. Daaruit putten we kracht. Het kan alleen maar beter worden en opgeven staat niet in ons woordenboek.”

“We willen een sterke – ook online – aanwezigheid creëren,” zegt Othi. “En we willen ook via mond-aan-mondreclame een grote doelgroep bereiken. Voor de lockdown dachten we aan verschillende concepten zoals het organiseren van mode-events. Helaas hebben we die plannen moeten uitstellen.”

Toch geven ze niet op en geloven ze in de kracht van sociale media in dit digitaal tijdperk. “We genereren brand awareness voor ons kledingmerk door in te spelen op sociale media aan de hand van influencers, bloggers, partnerships, contentcreatie, etc.”, zegt Othi. “In elk geval hebben wij onze initiële plannen moeten wijzigen om coronaproof te werk te gaan op het gebied van fotoshoots, logistiek en andere organisatorische taken.”

“Laat je zeker inspireren om authentiek te zijn. Alles is mogelijk zolang je er hard voor werkt en erin gelooft. We weten niet tot waar dit avontuur ons zal leiden, maar we zijn blij dat we deze stap hebben gezet en laten we hopen dat het tot een mooi verhaal zal uitbloeien.”

Othi en Beau kijken uit naar betere tijden: “Dat iedereen wel en gezond blijft, en dat dit zeker en vast niet de laatste keer zal zijn dat jullie van ons horen.”

Op Wereld Autisme Dag gaat er extra aandacht naar hoe het is om een autismespectrumstoornis (ASS) te hebben. Bij mensen met ASS werken de hersenen net wat anders dan bij de meeste mensen. We spreken van een ‘spectrum’ omdat er veel verschillende vormen van autisme zijn, met andere eigenschappen. Seppe is twaalf en heeft autisme. Hij vertelt zijn verhaal.

Hoe voelt het om autisme te hebben?
“Ik voel dat ik niet hetzelfde ben als mijn vrienden, omdat ik vaak anders op de dingen reageer. Mijn vrienden zitten nu in hun puberteit, maar ik voel dat zo niet. Ik zie dat ze zich tegenwoordig anders gedragen, maar ook dat ze anders denken en spreken dan ik. Ik vind soms dingen moeilijk en begrijp niet alles direct. Ik kan ook niet goed tegen veel lawaai en ook taal is moeilijk voor mij.”

Wanneer ben je te weten gekomen dat je autisme hebt?
“Toen ik ongeveer 10 jaar was, via mijn mama en papa. In het vierde leerjaar heb ik samen met mijn ondersteuningsjuf aan mijn klasgenoten verteld wat autisme is, en ook dat ik dat heb. Soms is het moeilijk voor mijn klasgenoten om ermee om te gaan, maar dat begrijp ik wel.”

Wat vind je het moeilijkst?
“Als iemand vervelend tegen mij doet, word ik heel erg kwaad en wil ik met niemand spreken. Dan begin ik te gillen en te rennen en wil ik met dingen gooien. Minder goede punten hebben vind ik ook niet leuk. Ik wil altijd minstens 70% halen, anders voel ik me ongelukkig.”

Zijn er voor jou ook positieve kanten aan?
“Ik geef nooit op, en ik vind het heel belangrijk om mijn best te doen op school. Ik ben ook een doorzetter. Ik speel G-basketbal en ook daar ga ik er altijd helemaal voor.”

Krijg je hulp van begeleiders?
“Ik had vroeger een logopedist en ik krijg nu veel hulp van mijn ondersteuningsjuf Greet en mijn zorgjuf Leslie. Ook mijn eigen juf, Elly, helpt me waar ze kan.”

Wat vind je leuk om in je vrije tijd te doen?
“Ik speel graag basketbal, voetbal en netbal, maar game ook graag op mijn PlayStation. Ik kijk graag filmpjes op YouTube, en schaken — dat heb ik net op school geleerd — vind ik ook fijn.”

“Ik voel dat ik niet hetzelfde ben als mijn vrienden. Ik reageer op veel dingen anders.”

Hoe is het voor jou om naar school te gaan?
“Als er te veel lawaai is, duren de dagen te lang voor mij. De drukte vind ik overweldigend, en dat de andere leerlingen mij niet altijd begrijpen, vind ik lastig. Mijn lievelingsvakken zijn rekenen en lichamelijke opvoeding, ik hou vooral van balsporten en lopen. Ik vind het niet altijd leuk dat mijn klasgenoten mij niet begrijpen, maar dat is omdat zij geen autisme hebben.”

Jouw klasgenoten weten dat je ASS hebt. Hoe gaan ze hiermee om?
“Soms houden mijn beste vrienden er wel rekening mee, dan komen ze voor mij op als ik ergens moeite mee heb. Ik kan bijvoorbeeld niet zo goed tegen onrecht, en dan helpen ze me.”

Welke ondersteuning en hulpmiddelen krijg je op school?
“Juf Greet helpt me als het moeilijk gaat. Ze zoekt samen met mij naar oplossingen. Ik heb ook een rood kaartje voor in de klas, dat ik aan de juf kan laten zien als ik in een conflict zit waar ik niet uit geraak. En ik heb oorbeschermers, die ik opzet als er te veel lawaai is in de klas.”

Volgend schooljaar ga je naar het secundair onderwijs. Kijk je daarnaar uit?
“Ik vind het enorm spannend, omdat alles nieuw zal zijn, je moet nieuwe vrienden maken en er zijn grotere kinderen op school. Ik ga de richting STEM-techniek volgen en ik kijk vooral uit naar het leren programmeren. Om mij voor te bereiden op de overstap heb ik al een workshop gevolgd die ik heel leuk vond.”

Hoe heb je graag dat andere kinderen met jou omgaan?
“Ik vind het fijn als kinderen rustig blijven en op een rustige manier tegen mij praten, en niet te veel lawaai maken of druk doen. Ik hoop dat ze begrijpen dat dat voor mij belangrijk is.”

In 2019 won Manu van Aalst, aka Manuals, Start To DJ op MNM wat hem een maandelijkse set op de radiozender opleverde. Hij is niet enkel dj, maar ook producer. Met zijn 10.800 volgers op Instagram en 41.900 op TikTok is hij erg actief op sociale media, maar daarnaast studeert hij ook nog Music Management

Manu van Aalst: “Start To DJ is een wedstrijd die bekendstaat onder alle dj’s. Ik wilde er al lang aan meedoen, maar dat kan pas vanaf 18 jaar. Toen ik 18 was, voelde ik me er nog niet klaar voor, het jaar daarna wel. Ik plande allerlei acties in de hoop de kans op een selectie te vergroten. Zo heb ik een remix voor Regi uitgebracht en eentje voor 5NAPBACK, de dj-naam voor Laurens Van Herck die in 2016 Start To DJ won. Uiteindelijk heb ik zelf ook gewonnen, wat ik totaal niet verwacht had, zeker omdat andere dj’s op technisch vlak sterker waren. Bij iedere ronde dacht ik: “Nu lig ik eruit”, maar uiteindelijk is mijn werk toch in de smaak gevallen.” (lacht)

“Mijn droom om dj te worden zit in de familie. Mijn tante, vroeger zelf dj, gaf me ooit een heel klein mix-paneeltje. Mijn nonkel ging vaak naar optredens onder meer naar die van de Nederlandse dj Tiësto: hij bracht zelfs een exclusief T-shirt mee voor mij. Ik wilde iets met muziek doen en in het middelbaar dj’de ik als hobby, hoewel ik als kind architect wilde worden. Ik studeerde dus eerst architectuur, maar dat lukte niet echt. Nu studeer ik Music Management en sinds ik Start To DJ won, zijn er veel deuren voor mij opengegaan.”

“Mijn carrière begon dankzij mijn zus. Grappig genoeg, want zij wou eigenlijk zelf dj worden. Ze had dus een dj-set gekocht om mee te oefenen, maar was dat al snel beu. Toen ik in het vijfde middelbaar voor mijn examens moest studeren, lukte dat niet. Ik zag haar dj-set liggen en dacht: “Ik ga dat eens proberen.” Zo ben ik elke dag beginnen oefenen en uiteindelijk besloten mijn beste vriend Viktor en ik om als dj-duo te beginnen. Zo draaiden we dan op sweet sixteens en kleine fuifjes.”

Nooit naar de les

“Voor de coronacrisis kon ik alles goed combineren met school. Ik had mijn lessenrooster zo gepland dat ik maandag, dinsdag en woensdag les had en donderdag en vrijdag al mijn tijd in het draaien kon steken. Nu is dat moeilijker en ben ik minder gemotiveerd voor school. Ik werkte heel hard aan mijn producties en ging bijna niet meer naar de lessen. De crisis zorgt ervoor dat ik nu meer tijd heb, maar deed me ook beseffen dat ik die tijd liever in mijn muziek steek dan in mijn opleiding. Ik was voor al mijn examens geslaagd, maar het probleem is dat ik voor mijn dagelijks werk een nul kreeg, omdat ik nooit naar de les ging.”

“Later zou ik willen leven van mijn muziek door er fulltime mee bezig te zijn. Mijn grootste doel is de hele wereld zien via mijn muziek. Daarbij vind ik het belangrijk dat je trouw blijft aan de mensen die je vanaf het begin hebben gesteund, zoals mijn vrienden en familie. Ik zou hen dan ook zeker willen meenemen op tournee.”

Beste vrienden

“Mijn papa stond eigenlijk meteen achter mij, voor mijn mama lag het iets moeilijker. Zij was voorzichtiger en wilde dat ik mijn diploma haalde. Ze zag natuurlijk dat ik niet meer gemotiveerd was voor mijn opleiding architectuur, maar wel gelukkig werd van muziek maken. Toen wilde ze dat ik er volop voor ging.”

“Het pesten heeft me extra gemotiveerd om er dubbel zo hard voor te werken en te bewijzen dat ik het wél kon”

“Het is niet altijd makkelijk geweest. Voor ik begon met draaien, werd ik al gepest in het middelbaar en toen ik als dj begon, werd er wat mee gelachen. Dat heeft me wel extra gemotiveerd om er dubbel zo hard voor te werken en te bewijzen dat ik het wél kon. Mijn beste vrienden hebben mij wel vanaf het begin gesteund en daar ben ik heel dankbaar voor.”

Meer dan 41.000 volgers

“Naast draaien op MNM doe ik ook nog veel andere dingen. Sinds de lockdown besefte ik dat het als dj moeilijk is om online content te brengen en relevant te blijven. Toch probeerde ik zo actief mogelijk te blijven op sociale media. Op TikTok en Instagram antwoord ik op bijna elk bericht. Er worden veel livestreams georganiseerd, maar ook andere random events. Op sociale media ben ik heel hard gegroeid, vooral op TikTok. Op een jaartje heb ik daar nu meer dan 41.000 volgers.”

“Ik ben nu al zeven jaar dj, maar als ik op straat herkend word, is het 9 op 10 dankzij TikTok. Dat is gewoon gek, want ik maak nog maar een jaar TikToks en veel mensen op de app weten niet dat ik daarnaast ook dj ben. Nu introduceer ik dus stilaan mijn muziek op TikTok. Ik ben wel altijd blij als ik mensen tegen het lijf loop: voor een foto, een praatje of wat dan ook. Het vreemdste wat ik al heb meegemaakt? Ik zat in het kantoor van mijn management in Hasselt en opeens werd er aangebeld. Twee meisjes hadden de locatie van het kantoor opgezocht en vroegen een foto.”

“Als je echt iets wilt, werk daar dan voor, maak er tijd voor en ga ervoor”

Hard work beats talent

“Ik heb niet veel vrije tijd, want ik ben iemand die zijn agenda volpropt. Als ik vrij heb, doe ik wel eens een fotoshoot met een vriend of geef ik tussendoor lessen aan beginnende dj’s en producers. Echt rust nemen doe ik niet vaak. Een relatie wil ik op dit moment ook niet. Ik ben nochtans echt een relatie-persoon, ik heb enkele lange relaties achter de rug. Toen merkte ik dat ik vooral aan mezelf en mijn carrière wilde werken. Ooit stel ik me daar opnieuw voor open, maar op dit moment even niet.”

“Ik zeg altijd: werk hard voor je dromen. Als je een droom hebt, moet je daar gewoon voor gaan en hard werken, ook al gelooft niemand daarin. Er zijn ook vaak mensen die me laten weten dat ik zoveel talent heb en zij niet. Ik antwoord dan dat ik geen talent heb, maar dat je gewoon veel moet oefenen en hard moet werken. Mijn motto is: hard work beats talent. Als je echt iets wilt, werk daar dan voor, maak er tijd voor en ga ervoor.”

Deze maand kan je op 29 maart luisteren naar Manualsmusic op MNM.

De broers Sadjimou (16) en Jules (13) werden op 14 februari tijdens hun treinrit van Brussel naar Beersel gecontroleerd door een conducteur. Jules vergat zijn portemonnee waardoor hij zonder abonnement en identiteitsbewijs zat. Volgens de jongens wou de conducteur de trein niet laten vertrekken omdat ze niet zeker wist dat Jules “een Belg is”.

Het incident vindt plaats op een zondag op de trein van Brussel naar Beersel. “Toen Jules gecontroleerd werd, zag hij dat hij zijn abonnement en identiteitsbewijs niet bij zich had,” vertelt oudere broer Sadjimou. “Ik had wel alles bij en stond naast Jules. De conducteur was boos en geloofde niet dat Jules een Belg was” zegt Sadjimou. “Ze geloofde ook niet dat we broers zijn.”

Daarna weigert de conducteur de trein te laten vertrekken en eist dat de jongens in Etterbeek afstappen. “Toen ik mijn moeder wou bellen om het probleem telefonisch op te lossen, wilde de conducteur dat niet,” zegt Sadjimou. Er was volgens hen zelfs sprake van chantage. “Ze dreigde met een boete van 60 euro per minuut dat de trein vertraging opliep.”

“Zeggen dat mijn zoon geen Belg is terwijl zijn grote broer er bij staat, is niet oke”

Sadjimou belt uiteindelijk toch zijn moeder die dan met de conducteur spreekt. “Ze kon me niet in het Nederlands te woord staan” vertelt de moeder van de twee jongens. De conducteur laat de broers uiteindelijk verder reizen met de trein. De ouders van de jongens hebben de trein opgewacht aan het perron. “Ik wilde laten zien dat mijn jongens niet gelogen hadden,” zegt de mama. “Eens aan het perron wilde de conducteur er niks van weten en is ze niet eens uitgestapt om met ons te spreken.”

De ouders begrijpen dat conducteurs een lastige job hebben als de passagier geen identiteitsbewijs bij heeft. “Ik weet dat het niet makkelijk is voor hen, zeker niet in tijden van de coronacrisis. Maar insinueren dat mijn zoon geen Belg is terwijl zijn grote broer er bij staat en ik het via de telefoon probeer uit te leggen, is niet oke,” voegt de moeder er nog aan toe. De ouders hebben uiteindelijk een mail gestuurd naar de klantendienst van de NMBS, maar daar hebben ze tot op vandaag nog geen antwoord op gekregen.

Dit artikel gratis overnemen op je website?

Jongeren vinden online steeds meer de weg naar sportweddenschappen en dat is geen goed nieuws, want ook de gokproblematiek neemt bij die groep elk jaar toe. Experts hameren op een strengere regelgeving, maar stuiten daarbij telkens op een kapitaalkrachtige goklobby, en een politiek die wel wil, maar vooralsnog geen eensgezindheid vindt. “Als jongeren nu niet gewaarschuwd worden, dan krijgt onze toekomstige generatie en de maatschappij het zwaar te verduren”, klinkt het bij Wim die zelf jarenlang gokverslaafd was.   

Een paar voetbalwedstrijden uitkiezen, een winnaar per duel aanduiden, daar een geldbedrag op inzetten, en hopen dat het wat oplevert. Zo zag de eerste aanraking met gokken eruit voor de 23-jarige Jimmy uit Vlaams-Brabant, “Het krassen van een kraslot buiten beschouwing gehouden, want dat ervaar ik niet als gokken”, voegt hij eraan toe. “Ik was net negentien jaar geworden toen een van mijn vrienden voorstelde om voor een paar euro een weddenschap op een voetbalwedstrijd te plaatsen. Wedden op sport zei me tot dan toe eigenlijk weinig, hoewel ik nochtans een sportliefhebber ben en er eerder al studiegenoten over hoorde spreken. Uit nieuwsgierigheid ging ik in op het voorstel van mijn kameraad om voor wat kleingeld een gokje te wagen, gewoon om eens te ervaren wat zo’n weddenschap eigenlijk inhield.”

“We zetten elk vijf euro in, zodat we in totaal voor tien euro konden spelen. De eventuele winst zouden we achteraf delen. Zoals dat altijd gaat, heb je de eerste keer beginnersgeluk. We wonnen de weddenschap en splitten de winst. Dat was zo’n twaalf euro per persoon, maar dat vond ik toen makkelijk verdiend en mooi meegenomen. Het begin van meer, zo zou blijken. We speelden eerst nog even samen verder, nadien ieder voor eigen rekening. Na een tijdje is die vriend ermee gestopt, omdat hij meer verloor dan won. Ik ben blijven verder spelen, omdat ik ervan overtuigd was dat het mij wel zou lukken om mooie bedragen te winnen.”         

 “Ik wed nu nog steeds op sportwedstrijden en andere evenementen, maar ben wel van het idee afgestapt dat ik er rijk mee ga worden. Er zijn ook periodes dat ik niet gok als ik het te druk heb met andere zaken, maar de momenten dat ik speel ga ik er wel in op. De spanning en de kick trekken me aan. Gokverslaafd zou ik mezelf niet noemen, omdat het mijn gedrag nauwelijks beïnvloedt, maar ik erken wel dat het meer is dan gewoon gokken voor het plezier. Behalve mijn oudere broer, weet niemand anders er iets van af”, aldus de Brabander.

Jimmy is met zijn verhaal geen alleenstaand geval. Jongeren en minderjarigen gokken steeds vaker, waarbij vooral online wedden op sportwedstrijden een populaire vorm is. Voor een deel van hen primeert de amusementswaarde, maar voor een ander, steeds groter wordend deel is gokken een serieuzer gegeven en loert net zoals bij Jimmy een toekomstig gokprobleem of verslaving om de hoek.   

Sportweddenschappen zijn hot         

De cijfers van de afgelopen jaren bij jongeren liegen er niet om. Uit de VAD-leerlingenbevraging van het schooljaar 2017-2018 blijkt dat zo’n 21% van de leerlingen tussen de veertien en achttien jaar al eens gokt voor echt geld. Ruim 10% van de twaalf- tot achttienjarige leerlingen uit het secundair onderwijs geeft aan ooit wel eens een sportweddenschap afgesloten te hebben. Dat is een groeiend cijfer, want in het schooljaar 2013-2014 was dat nog een kleine 7%.       

Belgisch CLapp-Onderzoek (Children’s Ludoliteracy  Acknowledgment & ParentalProficiency) uit 2017 haalt aan dat zelfs kinderen van tien tot twaalf jaar al veelvuldig in aanraking komen met offline (52%) en online gokken (3%).  

“Als we kijken naar de volwassen Belgen ouder dan 18 jaar, dan kampt zo’n 2% van hen momenteel met een gokstoornis”, vertelt gokverslavingsdeskundige Ronny Willemen van CGG zorGGroep
Zin, die spreekt van een mogelijke onderschatting. “In werkelijkheid zullen de cijfers nog hoger liggen, omdat bij velen de problematiek niet geweten is. Wij zien met andere woorden slechts een topje van de ijsberg. Bovendien zoeken jongeren met een gokprobleem vaak pas op latere leeftijd hulp.”     

Een gokverslaving wordt ook wel een onzichtbare verslaving genoemd, omdat bijvoorbeeld bij alcohol of tabak het middelengebruik en de gedragskenmerken duidelijker zichtbaar zijn. “Niemand wist dat ik met gokken bezig was in ernstige proporties”, vertelt de 27-jarige Kasper uit Antwerpen die sinds de zomer van 2020 gokvrij is. “Ik heb er uit schaamte nooit met iemand over durven praten en heb mijn gokprobleem altijd verzwegen, zelfs voor mijn toenmalige vriendin. Op een gegeven moment is ze het toch te weten gekomen, tijdens een gesprek over onze financiële situatie. Ze was in shock. We wilden het probleem eerst zelf aanpakken, maar dat lukte natuurlijk niet. Onze relatie ging erop achteruit, omdat haar vertrouwen in mij was afgenomen nadat ik zolang over mijn gokprobleem had gezwegen en gelogen. Ik ben professionele hulp gaan zoeken, maar dat kon onze relatie niet meer redden”, aldus Kasper.  

 

Jong geleerd is oud gedaan, dat geldt ook voor gokken

Een gokverslaafde weet als geen ander hoe hij zijn probleem verborgen kan houden en daar spelen ook het internet en alle online wedmogelijkheden een grote rol in. België is door zijn vroege regulering van het online wedlandschap in 2011 een van de koplopers in Europa wat betreft online gokken. “De toegankelijkheid en de anonimiteit zijn in mijn ogen de twee grootste problemen”, vertelt Kasper. Iets wat experts en deskundigen bevestigen. “We moeten de drempel trachten te verhogen, door onder meer de startleeftijd op te trekken. Momenteel is die voor sportweddenschappen 18 jaar, maar jongeren zijn op die leeftijd nog kwetsbaar om een verslaving te ontwikkelen, omdat hun hersenen nog niet volgroeid zijn. Een startleeftijd van 21 jaar voor alle kansspelen en gokactiviteiten is veel beter”, klinkt het bij Willemen.           

Wedoperatoren zien die maatregel minder graag in voege treden en wijzen op een ander gevaar dat het optrekken van de leeftijdgrens met zich kan meebrengen. “We zitten met een illegale gokmarkt die het niet zo nauw neemt met regels rond leeftijdslimieten. De kans is dus reëel dat jongeren daar naartoe trekken”, klinkt het bij Dieter Vanlerberghe, manager van de Belgische legale wedoperator Bingoal . “Wij vinden dat een speler nog altijd zijn eigen keuzes moet maken, ook wat betreft het invoeren van vaste stortingslimieten. Om hen daarin bewuste keuzes te laken maken, moet er ingezet worden op verantwoord informeren.”    

Opvallend is dat wedoperatoren in omgekeerde zin wel limieten opleggen, iets waar sommige gokkers zich aan storen. “Mensen die op regelmatige basis veel winst maken, worden door het merendeel van de legale goksites gelimiteerd. Je kan nog maar met een beperkt bedrag inzetten. Dat vind ik een beetje hypocriet. Ook ik heb dat al meegemaakt”, vertelt Jimmy .      

 

Money time           

Hoe hoger de bedragen die worden ingezet, hoe meer spanning een weddenschap met zich meebrengt. Ook Willemen is voorstander van zo’n limiet en haalt aan dat mensen niet altijd in staat zijn om zelf een grens te bepalen. In sommige gevallen leidt dat zelfs tot een schuldenberg. “Als mensen 42% of meer van hun maandinkomen inzetten of lenen, kunnen we spreken van een gokprobleem of verslaving.”     

Wim, een dertiger uit Limburg die sinds augustus 2020 gokvrij is, kan erover meespreken. “Mijn moeder had en heeft nog altijd een zware gokverslaving. Ze stal vroeger zelfs mijn geld, waardoor ik zo goed als blut was. Zelf begon ik rond mijn 20 jaar op slotmachines en later op sportwedstrijden te gokken. Ik dacht dat het de enige legale manier was om snel aan veel geld te raken. Ik heb jarenlang 70% van mijn inkomen gebruikt om te gokken. Ik heb nooit geld gestolen of moeten lenen, maar financieel was dat een erg moeilijke periode. Ik had duizenden euro’s schulden. Toen ik in therapie ging liet ik me financieel in bescherming nemen. Ik heb sindsdien geen schulden meer gehad en loop met bijna geen geld meer op zak. Hoe minder geld er ter beschikking is, hoe minder je kan uitgeven. Ik ben niet fier op mijn situatie, maar ik ken mensen bij wie het nog veel erger is. Er zijn er zelfs die hun huis of auto moesten verkopen.”    
“Wij als gewone burgers en politici zien de financiële en menselijke problemen van anderen niet, maar waar ze die wel zien is bij het OCMW”, vertelt Vlaams Parlementslid Stefaan Van Hecke (Groen). “Mensen komen er aankloppen omdat ze geen geld meer hebben, of omdat ze de spaarboekjes van hun kinderen hebben geplunderd. Dat zijn persoonlijke drama’s die absoluut vermeden moeten worden.”

En of er met veel geld wordt gespeeld. De totale Gross Gaming Revenu (GGR) is het verschil tussen de totale inzetten en de totale uitbetaalde winsten aan de spelers. Het is met andere woorden alles wat de gokbedrijven overhouden aan de inzetten van spelers op online en offline sportweddenschappen. Die GGR was in 2018 ruim 327 miljoen euro, een stijging van bijna 60% op drie jaar tijd. Vooral de omzet van online sportweddenschappen nam erg toe.

Gok met mate, maar niet met maten          

Een van de uitlokkende factoren om met hoge bedragen te spelen, zijn de (welkomst)bonussen, zij het dat wedoperatoren in België die sinds maart 2020 niet meer mogen uitspelen om mensen te lokken naar hun site. “Toen ik nog gokte, waren het de bonussen en gratis bedragen die mij verleidden om naar een goksite te gaan. Dat is iets wat ik bij veel lotgenoten hoor terugkomen. Het is goed dat die lokmiddelen inmiddels afgeschaft zijn, maar er zitten nog gaten en omwegen in het systeem”, haalt Arne Nilis aan die sedert 7 februari 2016 gokvrij is.     

De verleidelijke reclamespots voor sportweddenschappen zijn wel nog toegestaan, zij het sinds de wijziging van de Kansspelwet in 2019 onder strengere voorwaarden. Zo moeten ze onder meer een leeftijdsindicatie en de verantwoorde boodschap ‘Gok met mate!’ bevatten. “Die slogans zijn zo dubbelzinnig. Bovendien weten mensen totaal niet wat verantwoord gokken is”, hekelt Nilis.   

Willemen wil het graag nog drastischer, en is voorstander van een algemeen reclameverbod. “Als je buitenkomt zie je op elke hoek van de straat gokreclame en ook op televisie en internet is het alom aanwezig. Het feit dat je favoriete voetbalclub of speler ook nog eens rondloopt met het logo van een gokkantoor op het shirt, maakt het gekke plaatje compleet. Gokken wordt op die manier genormaliseerd en dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten die reclame durven te verbieden.”      


Gokbedrijven en sportwereld gaan hand in hand

Het merendeel van de Belgische profvoetbalclubs wordt gesponsord door een gokkantoor en ook de Pro League zelf, het orgaan dat in staat voor de organisatie van het Belgische profvoetbal, werkt samen met twee wedpartners. “Dat is zorgwekkend”, klinkt het bij Nilis die zich destijds ook verzette tegen de monsterdeal tussen Club Brugge en Unibet in 2019. “Dat is een verkeerd en tegenstrijdig signaal geven. Veel clubs werken namelijk ook samen met VZW’s of hebben maatschappelijke doelen voor ogen. Jonge spelers die opkijken naar hun sportidolen zullen altijd geconfronteerd worden met de reclame en sponsoring van gokbedrijven op de shirts. We weten allemaal hoe reclame onbewust zijn werk doet.”  

Ook in andere sporten worden ploegen gesponsord door gokoperatoren, denk maar aan de Formule 1 en het wielrennen. Bij Bingoal, actief in het voetbal en het wielrennen, snappen ze dat niet iedereen tevreden is met de sponsoring van wedoperatoren in de sportwereld, maar zij zien dat eerder als een positieve boodschap. “Door de sponsoring en investeringen van ons bedrijf, steunen we de sport en brengen we het legale aanbod in de kijker”, klinkt het bij Vanlerberghe (Bingoal).  

Dat het financiële aspect een grote rol speelt, beseft ook de politiek maar al te goed. Van Hecke (Groen) hamert al lange tijd op een totaalverbod op gokpubliciteit en sponsoring in België en geeft toe dat zo’n algemeen verbod een van de moeilijkste wetsvoorstellen is om erdoor te krijgen “maar ook het belangrijkste”, benadrukt hij. “De Formule 1 werd vroeger gesponsord door allerlei tabaksmerken. Toen daar een verbod op kwam, werd er ook moord en brand geschreeuwd. De Formule 1-sport zou kapot gaan, maar kijk: het verbod kwam er en de sector heeft het toch overleefd.”     

Het Vlaams Parlementslid van Groen acht een invoering van zo’n totaalverbod op lange termijn realistisch. “We zitten anno 2020 – 2021 ook nog met een coronacrisis, een financiële opdoffer voor heel wat sport- en voetbalclubs. Een overgangsperiode van drie jaar lijkt me haalbaar.”

Ondertussen woedt in steeds meer landen en voetbalcompetities het debat om te streven naar een algemeen gokreclame- en goksponsorverbod. Italië was in 2019 het eerste Europese land dat een totaalverbod invoerde, met uitzondering van de Nationale Loterij. Ook in Spanje en Engeland voeren ze hierover een debat. “Idealiter zou hier op Europees niveau een regeling moeten komen, zodat er geen ongelijken zijn in dit verhaal. Maar als we daarop moeten wachten, kan het nog lang duren. Zelf het initiatief nemen naar het voorbeeld van Italië moet het doel zijn. Hoe meer landen het verbieden of bespreekbaar maken, hoe lager de drempel zal worden voor andere landen om te volgen.”    

CD&V-kamerlid Els Van Hoof sluit zich aan bij de mening van haar collega-politicus. “Waarom zou België niet een van die landen kunnen zijn die een voortrekkersrol neemt?”

Gamen is het nieuwe gokken 

Gedragstherapeut en oprichter van het platform Verstandig Gamen Simon De Winter waarschuwt voor nog een ander gevaar dat ook in België de kop opsteekt: gamen. De stap tussen gamen en gokken wordt steeds kleiner, omdat gameontwikkelaars gokelementen in hun videospellen verwerken. “Het feit dat jongeren echt geld spenderen om items in games te kopen en de gamesector gokelementen in spelletjes verwerkt om nieuwigheden te winnen, is verontrustend. Er zijn zelfs minigames in spelletjes die erger zijn dan sommige casinospelen, omdat het winpercentage door de makers achter de game afgestemd is op je profiel”, aldus De Winter.   

Een van de grootste boosdoeners in games zijn de loot boxes of schatkisten. Zo’n loot box is een pakket dat spelitems bevat. Spelers weten op voorhand niet wat er in zo’n loot box zit. De factoren toeval en geluk primeren. Recente studies tonen aan dat zo’n 17,5% van alle Belgische jongvolwassenen ooit al met echt geld betaalde voor een loot box, 75% van de gamers ervaart het zelf als gokken. Loot boxes zijn bijna overal ter wereld te kopen met echt geld. België nam in 2019 als eerste Europese land het besluit om die mogelijkheid te verbieden, omdat het principe indruist tegen de Belgische kansspelwetgeving.     

Volgens De Winter is de beste oplossing om loot boxes en andere gokelementen volledig te schrappen uit games. “Jongeren gaan daardoor niet opeens minder gamen, er zal wel minder aan verdiend worden. Hetgeen nu in de goksector gaande is, moet ook in de gamesector gebeuren. Zowel in België als op Europees vlak weet de politiek niet goed hoe dat in de gamewereld in elkaar zit.”         


Illegale markt doorn in het oog       

De illegale gokmarkt is voor veel legale wedoperatoren een van de grootste boosdoeners in dit verhaal, en het probleem groeit nog. “Alle legale operatoren moeten zich aan de regels van leeftijdgrenzen, speellimieten en bonussen houden, dat in tegenstelling tot de illegale gokindustrie die dat totaal niet doet. Dat is een strijd met ongelijke wapens. De strenge regels die er momenteel zijn, schieten hun doel voorbij als die illegale markt niet consequent wordt aangepakt”, klinkt het bij Bingoal-manager Vanlerberghe.          

Gokverslavingsexpert Willemen nuanceert. “In mijn ogen is die illegale markt niet het grootste probleem, in die zin dat 99% van ons cliënteel actief is of was op legale websites. Er bestaat natuurlijk ook een illegale markt en er moet iets aan gedaan worden om kwetsbare jongeren en burgers daar zoveel mogelijk van weg te houden.” Een kanttekening hierbij is dat de illegale operatoren geen tools aanreiken om spelers door te verwijzen naar hulpinstanties, waardoor jongeren die actief zijn op het illegale circuit minder snel hulp vinden en zoeken, daar waar dat bij legale operatoren wel het geval is, wat maakt dat de hulpvraag er ook hoger ligt.        

De Kansspelcommissie (KSC) – de waakhond van de goksector – laat weten dat de situatie gekend is en unaniem afgekeurd wordt, maar haalt aan dat eenduidige oplossingen voor het probleem niet voor de hand liggen en vaak niet doeltreffend zijn.    

Van Hecke (Groen) spreek over een en-en-verhaal. “Ik zeg niet dat eventuele verstrengingen geen verschuiving naar de illegale gokmarkt zullen creëren, maar dat is geen sterk argument. Datzelfde hoorden we ook toen we een aantal jaar geleden bezig waren met een verstrenging van de wapenwetgeving. Toen zeiden de lobbies ook: ‘hoe moeilijker je het maakt, hoe groter de kans dat mensen het op een zwart circuit gaan halen.’ Ik vind dat geen reden om bepaalde zaken niet in te voeren, maar wel om te pleiten voor een beleid met een strenge wetgeving die goed gecontroleerd wordt én die de illegale websites en gokindustrieën keihard aanpakt.”  


Roes(t)ervaring

“Behalve verstrengingen, moet er ook gefocust worden op preventie en sensibilisering”, haalt Willemen aan. “Het bespreekbaar maken in scholen en sportclubs is daarbij belangrijk, en ik heb ook de indruk dat dit steeds vaker gedaan wordt. Ook campagnes die het thema aankaarten zijn nodig.”     
 

Het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) heeft per leeftijdsgraad een eigen leerlijn opgesteld die leerkrachten en scholen kunnen gebruiken om het thema gokken bespreekbaar te maken bij leerlingen. “In de nieuwe leerlijn ‘verslavingspreventie’ die scholen, leerkrachten, … kunnen gebruiken om rond verslavingsthema’s te werken, raden we aan om enkel klassikaal te werken als gokken in de leefwereld van meerdere leerlingen zit. Merk je als leerkracht dat een van de leerlingen gokt, ga dan best individueel het gesprek aan. Dat blijkt effectiever te zijn dan het thema klassikaal te bespreken”, aldus Ellen Coghe (onderwijs) en Jolien Moernaut (gokken) van VAD.      

Een online enquête van de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent en VAD concludeerde in 2019 dat leden van sportclubs vijf keer meer deelnemen (15%) aan sportweddenschappen in vergelijking met de algemene Belgische bevolking (3%). “Ik heb zelf jarenlang op een degelijk niveau gevoetbald. Het onderwerp sportweddenschappen was geen taboe”, verklaart Kasper.      

           
De Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) zorgt sinds vorig seizoen dat het thema gokken ook besproken wordt binnen de kleedkamermuren. “We zijn momenteel met twee projecten bezig, één gerelateerd aan profvoetbal, het andere aan amateurvoetbal”, vertelt Thibault De Gendt, medewerker bij de KBVB. “In het seizoen 2019-2020 zijn we rond gegaan bij alle 24 profclubs in België. Samen met de Engelse profvoetballer Scott Davies – die zelf veel geld verloor met gokken en ervaringsdeskundige is – hebben we bij elke club een presentatie gegeven over wedstrijdvervalsing en de gevaren van gokken die eraan gelinkt zijn. Dit seizoen willen we die profclubs opnieuw gaan bezoeken, ditmaal om de belofteploegen te informeren. Het coronavirus steekt daar vooralsnog een stokje voor”, verduidelijkt De Gendt die aanhaalt dat de amateurclubs weldra zullen volgen. “In 2020 zijn we in een project gestapt, gesteund door de Europese Unie en UEFA, dat specifiek gericht is op jeugd- en vrouwenvoetbal en inhoudt dat we de leden van die ploegen bewust willen maken van integriteit in het voetbal. Gokken en weddenschappen afsluiten horen daarbij.”       

De Kansspelcommissie en VAD pakten in het verleden al uit met preventiecampagnes. In oktober 2020 bundelden Te Gek – een organisatie die psychische problemen bespreekbaar maakt – en VAD de krachten voor de Te Gek?!-campagne Roes(t) – verwijzend naar een roeservaring. Met de campagne willen beide organisaties de drank-, drug-, en gokproblematiek bespreekbaar maken door middel van georganiseerde activiteiten.       

Politieke slakkengang    

Experts en politici zijn het erover eens dat extra maatregelen en verstrengingen zich opdringen om het gokprobleem in België aan te pakken. “Jongeren raken te snel en te eenvoudig verleid om een gokje te wagen. De talloze wedmogelijkheden die online zijn terug te vinden maken het er niet beter op. De cijfers omtrent de gokproblematiek bij jongeren liggen hoog en ik vrees dat we de piek nog niet bereikt hebben. Een strengere regelgeving dringt zich op”, klinkt het bij ervaringsdeskundige Nilis.   

Van Hoof (CD&V) laat weten dat nieuwe maatregelen op komst zijn, maar dat het wellicht tijd zal vragen. “Het is een proces van lange adem, maar ik denk dat we er wel in zullen slagen om de nodige maatregelen door te voeren. Een belangrijk gegeven zal zijn om geen ongelijkheid in de wetsvoorstellen te creëren, want de goklobby springt daar met al zijn goedbetaalde advocaten maar al te graag op, wat het proces alleen maar vertraagt. Net zoals bij de aanpak van tabak destijds, zullen ook in de goksector stap voor stap zulke voorstellen gerealiseerd worden, maar dat is niet meteen voor morgen”, aldus de Leuvense politica. 
Eensgezindheid in de politiek – op alle beleidsniveaus en bevoegdheidsdomeinen – zal een ander cruciaal element worden om de voortgang en de aanpak van de gokproblematiek niet te bemoeilijken, alsook het afwegen van alle financiële belangen.     


Wedoperator Bingoal geeft aan eventuele verstrengingen te zullen volgen, maar benadrukt de wil om alle sectoren gelijk te behandelen. “Wij denken dat we op een gezonde manier een plaats kunnen hebben in de maatschappij”, laat Vanlerberghe, de leidinggevende tak van Bingoal, weten “Als er nog verstrengingen worden doorgevoerd, zullen wij ons daar ook aan houden, maar dan moeten die voor iedereen gelden en op studie-gebaseerde beslissingen worden genomen. Met iedereen bedoelen we ook de illegale operatoren.”   

Het laatste woord is voor Wim, die een duidelijke boodschap meegeeft. “Gokken is een gevaarlijke spel, een ziekte. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Eerst bij mijn moeder, nadien ook bij mezelf. Iedereen is er vatbaar voor en het maakt alles kapot. Als jongeren nu niet gewaarschuwd worden, dan krijgt onze toekomstige generatie en de maatschappij het zwaar te verduren. Gokken wordt steeds op een slinksere manier gepromoot en dat moet echt aangepakt worden.”

“Wat mezelf betreft wil ik in de toekomst lezingen geven om mijn ervaringen te delen. Er zullen nog moeilijke momenten en teleurstellingen komen, de drang om te gokken zal er altijd zijn, maar daar moet ik ook mee leren omgaan. Ik ben op de goede weg en ben trots op waar ik nu sta”, besluit Wim.



(*Jimmy, Kasper en Wim zijn fictieve namen om de privacy van de getuigen te bewaren).

Tijdens de Week tegen Racisme hebben de Lab X jongeren hun verhaal vertaald naar comics. Bekijk hieronder de resultaten!

Dit artikel gratis overnemen op je website?