Category Archives: Ongecategoriseerd
Met meer dan 31.000 deelnemers was de 37ste editie van de Antwerp Ten Miles de succesvolste ooit. De Ten Miles van zestien kilometer is het grootste recreatieve loopevenement van België. Reporter Mauro Claessens legde de Ten Miles vast op camera.
Voor het eerst in de Belgische voetbalgeschiedenis vond er dinsdagavond een iftar plaats in een voetbalstadion. In de Ghelamco Arena, de thuisbasis van eersteklasser KAA Gent, kwam een honderdvijftigtal moslims en niet-moslims samen om de vasten te breken met het achterliggende idee van solidariteit en samenwerking. De opbrengst van de benefiet-iftar gaat naar de slachtoffers van de aardbevingen in Syrië en Turkije.
KAA Gent, Karama Solidarity, Voem en Averroes, een jeugdhuis in de Brugse Poort, stonden mee aan de wieg van deze originele iftar. “We willen de mensen samenbrengen en onze cultuur delen met hen. Tegelijk kunnen we samen een goed doel steunen”, zegt mede-organisator Idries Bensbaho, ambassadeur van Karama Solidarity en werknemer bij Voem.
Tickets waren in enkele dagen tijd helemaal uitverkocht. De opbrengst gaat naar de projecten van Karama Solidarity, dat goede doelen van over de hele wereld ondersteunt. Zo staan ze ook de slachtoffers bij van de aardbevingen in Turkije en Syrië, die begin dit jaar plaatsvonden.
Met een groot succes zorgden de vrijwilligers voor een sober driegangenmenu met linzensoep, rijst met vlees of falafel en groenten. Als dessert was er baklava en chebakia.
Doorheen de avond kwamen verschillende mensen aan het woord, zoals de Gentse burgemeester Mathias De Clercq (Open VLD). Er werd ook voorgedragen uit de koran en wie wilde, kon voor de iftar nog bidden.
Er waren tal van bekende gezichten te spotten in de Ghelamco Arena. Niet alleen de Gentse burgemeester was aanwezig, ook onder meer staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) en Groen-voorzitter Nadia Naji tekenden politiek present. Marathonloper Bashir Abdi en AA Gent-speler Tarik Tissoudali waren eveneens van de partij. Die laatste liet nog twee gesigneerde shirts veilen voor het goede doel. Zij genoten allen mee van de warme sfeer in het stadion.
De bezoekers waren heel enthousiast over het hele concept en blij dat ze zo ook een steentje konden bijdragen voor de Turkse en Syrische slachtoffers van de aardbevingen. “Ik vind het leuk om dit samen te doen, omdat ik niks van de islam ken en zo eens in contact kom met de moslimgemeenschap”, zegt bezoeker Wim Snauwaert nog.
Dit artikel gratis overnemen op je website?
De christelijke Goede Week valt ook dit jaar samen met het joodse Pesach en de islamitische vastenmaand ramadan. In het Antwerpse district Borgerhout vonden er daarom zaterdag verschillende paasactiviteiten plaats, gevolgd door een iftar aan een ellenlange tafel doorheen de straten van Boho.
Onder de noemer Tikkeneike – een zachtgekookt eitje in het Antwerpse dialect – konden buurtbewoners zaterdag in Borgerhout verschillende activiteiten bijwonen: de kinderen konden paaseitjes gaan zoeken in het districtshuis, er waren lezingen en panelgesprekken, en er waren marktkraampjes.
’s Avonds was het tijd voor een grootschalige iftar. Dat is voor moslims de eerste maaltijd na zonsondergang tijdens de islamitische vastenmaand ramadan. Maar liefst 1.000 tafelgasten konden genieten van een gratis maaltijd aan een kilometerlange tafel, die van het districtshuis op het Moorkensplein tot aan cultuurhuis De Roma op de Turnhoutsebaan was opgesteld.
De activiteiten werden verzorgd door het district Borgerhout, de middenstandsvereniging Boho2140, de Roma en de vzw’s Voem (Vereniging voor de ontwikkeling en emancipatie van moslims, red.) Karama Solidarity en FMV (Federatie voor Marokkaanse verenigingen, red.).
In jeugdcentrum De Branderij in Borgerhout zijn woensdagavond tientallen jongeren samengekomen voor een iftar. Dat is de maaltijd na zonsondergang tijdens de vastenmaand ramadan. De iftar werd georganiseerd door de J100, een samenwerking tussen verschillende Antwerpse jongerenorganisaties.
De J100 bouwt bruggen tussen jongeren uit verschillende jeugdwerkingen, zoals JES en KRAS, maar ook jeugdwerkers en andere organisaties. Om dat extra in de verf te zetten, organiseerde de J100 woensdagavond een iftar. Tijdens die maaltijd, na zonsondergang, doorbreken moslims het vasten tijdens de ramadan. Tientallen jongeren waren aanwezig.
Hafsa Zoug (19) uit Borgerhout is vrijwilliger bij JES en komt als pleinpatron op verschillende pleintjes in Antwerpen. Een pleinpatron is een vertrouwenspersoon voor de jongeren en helpt mee evenementen organiseren en opzetten in de wijk.
“Het zou leuk zijn, mocht deze iftar ieder jaar georganiseerd worden, want het brengt ons allemaal samen”, zegt Hafsa Zoug. “De maand ramadan is er één van bezinning, samen zijn met familie, vrienden en het is een moment om dichter bij je geloof te komen. De andere dagen ben ik thuis gebleven, maar vandaag heb ik deze kans gegrepen om met alle jeugdorganisaties samen de vasten te verbreken. Hierna ga ik nog naar de moskee.”
Filip Balthau (56) is coördinator bij JES Antwerpen. Hij is tevreden om hier met iedereen samen te zijn. “We wisselen gedachten uit en doen wat meer aan bezinning. Bij de J100 gaat het ook over sociale engagement, en dat wil ik opnemen in deze stad en in mijn buurt.”
“Ik vind het een mooi initiatief dat alle jeugdorganisaties samenkomen zodat iedereen ziet waar we mee bezig zijn”, vult Soufian Abdouni (30) aan. Hij is opbouwwerker bij Samen op straat Kiel. “De maand ramadan betekent bezinnen, en komaf proberen te maken met onze slechte eigenschappen. Het is de bedoeling dat je deze maand ‘traint’ om het de rest van het jaar vol te houden. Na de iftar breng ik alle jongeren veilig terug naar huis.”
Deze publicatie kwam tot stand dankzij een exclusieve samenwerking met Gazet van Antwerpen. Zes jongeren van StampMedia draaiden in de eerste week van de paasvakantie mee op de stadsredactie van Gazet Van Antwerpen. Ze brachten verhalen uit hun eigen leefwereld, maar speelden ook in op het dagelijkse nieuws in en rond Antwerpen.
Bekijk hier alle publicaties die de jongeren tijdens de mediaweek bij GVA hebben gemaakt.
Het eerste illusiemuseum van Vlaanderen heeft zijn deuren geopend op de Frankrijklei. Bij Illusion Antwerpen stap je in een wereld van optische illusies, goocheltrucs, technische hoogstandjes en fata morgana’s.
Elke kamer verbergt een verrassing. Is het een lichtkoepel of een paraplu? Sta je op z’n kop of hangt de keuken ondersteboven? In het parallel universum is niets wat het lijkt. “Een rondgang in het museum is veel meer dan alleen maar kijken”, zegt medewerker Bianca. “De ervaring is ook interactief. Met digitale spelletjes en 3D-video’s ontdek je de diepste geheimen van deze speelhal. De aanwezige misleiding is telkens opnieuw een uitdaging voor het brein.”
Iedereen welkom
Bij elke beleving krijg je via video een uitleg in je eigen taal. Dat lijkt geen overbodige luxe want mensen uit alle hoeken van de wereld komen naar deze plek. Niet alleen trekt het bezoekers van verschillende landen aan, ook van alle leeftijden.
Kinderen zijn hier helemaal in hun element. Telkens weer worden ze omvergeblazen door de speciale effecten. Kleintjes kijken met veel verwondering naar de zwevende schaakborden en fonteinen waar het water naar boven stroomt.
Deze publicatie kwam tot stand dankzij een exclusieve samenwerking met Gazet van Antwerpen. Zes jongeren van StampMedia draaiden in de eerste week van de paasvakantie mee op de stadsredactie van Gazet Van Antwerpen. Ze brachten verhalen uit hun eigen leefwereld, maar speelden ook in op het dagelijkse nieuws in en rond Antwerpen.
Bekijk hier alle publicaties die de jongeren tijdens de mediaweek bij GVA hebben gemaakt.
Jeugdvoorziening Emmaüs in Antwerpen heeft sinds kort een nieuwe collega: zorghond Sam geeft er emotionele ondersteuning aan jonge slachtoffers van onveilige thuissituaties. Hij biedt een houvast in moeilijke momenten als een gesprek met gezinsleden of bezoek aan de jeugdrechtbank. “Ik vind het graaf dat hij zo’n cape heeft, als zorghond. Hij is echt onze held.”
Een emotionele zorghond is een hond die rust brengt voor wie last heeft van emotionele spanningen of stress. Bij woede of verdriet zoekt hij contact. “Bij ruzie plaatst Sam zich tussen de jongere en de persoon waarmee hij ruzie heeft. Is de jongere bedroefd of gespannen, dan legt hij zijn hoofd op zijn schoot”, vertelt Thijs Van Vijnckt, hoofdbaasje van Sam en teamcoördinator bij jeugdvoorziening Emmaüs.
Sam, labrador-retriever, wordt specifiek ingezet voor jongeren tussen 12 en 20 jaar. Zij verblijven voor korte of langere tijd in de voorziening. Hij vergezelt er hen bij alledaagse bezigheden in de leefgroep, maar ook bij één-op-ééncontacten, waarbij hij een positief effect heeft op trauma-gerelateerd gedrag. Dat kan gaan over een gesprek bij de therapeut, met gezinsleden of tijdens een bezoek aan de jeugdrechtbank.
Hachiko
Soms vraagt een jongere om na een moeilijk moment even bij Sam te kunnen zitten. Begeleider Thijs Van Vijnckt neemt de jongere dan mee naar een apart lokaal, waar hij de hond en de jongere even alleen laat. “Achteraf zie en hoor ik dat het de jongere het goed doet. Dan zeggen ze: ‘Ik ben blij dat ik het er niet nog eens met een begeleider over moest hebben, want ik heb het gehad met mensen’.”
Dat Sam op die manier kan helpen, is het resultaat van het Europees project ‘Victim Support Europe’. Dat project subsidieerde de tweejarige opleiding van Sam bij Hachiko en Canisha, twee erkende trainingscentra voor hulphonden. Uit de ervaringen met Sam stelden ze een draaiboek op met richtlijnen. Daarmee kunnen ook andere organisaties emotionele zorghonden opleiden. “Dit project is nog maar het begin”, zegt Kaye Botte, trainster bij Hachiko. “We hopen nog meer honden te mogen plaatsen en jongeren te helpen.”
Gescreend en getraind
Zorghonden moeten makkelijk te trainen en te belonen zijn, zowel op vlak van eten als van hoe hij omgaat met mensen. Sam doorliep een uitgebreid traject van twee jaar, waarbij hij in de eerste plaats gescreend werd op leerbaarheid. Tijdens de screening kijken de begeleiders ook of de hond niet te gevoelig is voor externe geluiden of prikkels van bijvoorbeeld ruzies. Al die factoren zaten goed bij Sam.
Na selectie werden hoofdbaasje Thijs Van Vijnckt en de andere begeleiders tijdens de laatste maanden van het traject betrokken bij de opleiding. Kaya Botte: “Daardoor kregen we zicht op waar de jongeren ter plekke nood aan hebben.” Enkel zo kunnen we de zorghond optimaal laten meedraaien in de organisatie.”
Commando’s als ‘head rest’, waarbij Sam zijn hoofd op de schoot van jongere legt, werden daardoor verfijnd. “Sam legt nu niet alleen op commando, maar ook spontaan zijn hoofd op hun schoot. Dat werkt beter om te troosten”, weet Botte.
“Zo’n hond kent allerlei commando’s, terwijl een andere hond alleen maar ‘zit’ en ‘poot’ kan” – Esma (15)
‘Zit’, ‘poot’, ‘kies maar’
Tijdens zijn opleiding leerde Sam een aantal unieke commando’s. Dat ervaart Esma (15) die al een drietal weken in de voorziening verblijft, ook. “Het is ook wel gek, zo’n hond kent allerlei commando’s, terwijl een andere hond alleen maar ‘zit’ en ‘poot’ kan.”
Omdat Sam ingezet wordt voor jongerenzorg, leerde hij ook het commando ‘kies maar’. Jongeren in de jeugdzorg hebben vaak een psychische kwetsbaarheid, waardoor keuzes maken een uitdaging is. “Sam helpt hen zo bij het maken van moeilijke keuzes”, zegt Van Vijnckt.
“Bij gevoelige gespreksonderwerpen verbinden we aan elk van die voorwerpen een onderwerp. Het ene voorwerp staat voor ‘praten over de situatie bij mama’, het andere voor ‘praten over de situatie bij papa’. Het voorwerp dat Sam dan willekeurig met zijn poot aanwijst, bepaalt het gespreksonderwerp. Alleen Sam kan dat, geen enkel mens kan dat vervangen.” Sam ondersteunt jongeren in bepaalde keuzes, hij treedt op als een ‘neutrale’ tussenfiguur. Het biedt geen garanties, maar het is een extra hulpmiddel voor begeleiders.
“Sam kan mij op één of andere manier intens rustig laten voelen” – Jayden (15)
Naast commando’s heeft de zorghond een sterk empathisch vermogen. De hond voelt of de jongere nood heeft aan een geruststellend gebaar, speelse ontmoeting of even met rust gelaten wil worden. “Hij kan zich in je positie verplaatsen”, zegt Esma. “Als je rustig bent, is hij dat ook. En als je wil spelen, wil hij ook spelen.”
Ook Jayden (15), die al meer dan negen maanden bij Emmaüs verblijft, heeft een goede ervaring met Sam. “Niet alle dagen zijn even goed, maar Sam kan mij op één of andere manier intens rustig laten voelen. Hij moet niet eens iets speciaals doen, er gewoon zijn is vaak genoeg.”
Geen zorghond voor elke jeugdorganisatie
Sam maakte de voorbije maanden al een groot verschil voor de jongeren van Emmaüs. Thijs Van Vijnckt: “Eén van onze jongeren had het regelmatig moeilijk wanneer hij naar jeugdrechter moest. Er konden dan wel eens verwijten van zijn kant komen. Toen we Sam voor het eerst meenamen naar de jeugdrechtbank, veranderde het gedrag van de jongen compleet. Toen hij voelde dat hij boos zou worden, richtte hij zich tot Sam en begon hem te strelen. Daardoor werd hij niet kwaad op de jeugdrechter. Dat was voor hem de eerste keer.”
“Een zorghond in huis halen is een beslissing die de organisatie zelf moet maken” – Niels Heselmans (woordvoerder agentschap Opgroeien)
Ondanks het draaiboek en de succesverhalen, worden viervoeters als Sam niet structureel in jeugdvoorzieningen ingezet. Er hangt namelijk een aanzienlijk kostenplaatje van zo’n 25.000 euro aan vast. De training en opvolging van Sam vragen ook veel tijd en inspanning. “De budgetten worden niet berekend op basis van het feit of er een zorghond aangevraagd wordt of niet”, zegt Niels Heselmans, woordvoerder van het agentschap Opgroeien. “Dat is een beslissing die de organisatie zelf moet maken. Niet iedere organisatie is bovendien van plan om hier budget voor uit te trekken, of heeft medewerkers die bereid zijn een training te volgen en de hond in huis te nemen.”
De focus ligt voor Opgroeien veeleer op het verspreiden van kennis over emotionele zorghonden. “We gaan voorzieningen niets opleggen, maar als de intrinsieke motivatie er is, geven we hen zeker de ruimte om er ook daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.”
Naar jaarlijkse gewoonte werd er afgelopen zondag over het hele land betoogd tegen racisme. Ook in Antwerpen kwamen mensen op straat. Onder meer organisator Platform 2103, Antwerps Jeugdwerk en jeugdwerkingen als Kras en Jes protesteerden mee.
25 jaar na de oorlog met buurland Servië leven de Kosovaren nog altijd op de rand van een nieuwe oorlog. Reporter Alexandro Yaramis trok samen met Redon Berisha, een in Kosovo geboren Oost-Vlaming, naar het getormenteerde Oost-Europese land. Hij sprak er met Ramush Haradinaj, het voormalig Kosovaars guerrillalid en ex-premier. “We zijn een onafhankelijke staat, we zijn vrij, maar dat wil niet zeggen dat we leven zonder spanningen.”
Nog geen twee jaar geleden leerde ik Redon kennen bij een vriend thuis in Woesten, een dorpje bij Ieper in het diepe West-Vlaanderen, waar ook ik vandaan kom. We keken toen met een groepje vrienden naar mijn documentaire ‘Atra’, die voornamelijk over mijn Assyrische roots ging. Een van die vrienden was Redon Berisha, een jonge kerel uit Geraardsbergen.
Het klikte al snel tussen ons, ook al wisten we niets van elkaar af. “Ik kom uit Kosovo, maar ben Albanees”, vertelde hij me trots. Ik herkende mezelf in hem. Mijn ouders zijn Assyriërs, maar komen uit Turkije. “In Kosovo hebben we tussen 1998 tot 1999 een verschrikkelijke oorlog meegemaakt met onze Servische buren”, zei hij me toen.
Redon en ik ontwikkelden een mooie vriendschap. De verhalen die hij me had verteld over Kosovo, en hoe het oorlogsverleden daar de levens van de mensen blijft beïnvloeden, hadden me sterk aangegrepen. Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, bedacht ik me: die oorlog, aan de rand van Europa, is schrikwekkend. Maar 25 jaar geleden was er ook een oorlog op Europees grondgebied, die het leven aan zoveel mensen heeft gekost. Wat doet dat met de mensen vandaag? En hoe leeft het oorlogsverleden verder in hun hoofden?
Ik besloot om naar Kosovo te gaan, samen met Redon, om te ontdekken hoe dat verleden de geesten van de mensen heeft gevormd.
Een bord vol worstjes
Op 29 april neem ik het vliegtuig naar Pristina, de hoofdstad van Kosovo. Ik heb er afgesproken met Redon, die al enkele dagen voor mij is gearriveerd en bij zijn familie verblijft. We ontmoeten elkaar op de Adem Jashari luchthaven – vernoemd naar de Kosovaarse vrijheidsheld. Nog even onze koffers ophalen en dan rijden we richting Pejë, een stadje in het noordwesten van Kosovo, en onze verblijfplaats voor de komende zes dagen. Pejë ligt op nog geen twee uur rijden van de luchthaven. Buiten is het al donker, dus mijn eerste kennismaking met Kosovo is minimaal. Onderweg stoppen we even in een supermarkt waar we samen met Redons familie eten. “Probeer eens Cevapi, dat is typisch Kosovaars”, zegt iemand. Een foto op de menukaart toont een bord vol worstjes.
Na de maaltijd rijden we naar het appartement van Redons familie. Bij aankomst verschijnt er een grote grijns op zijn gezicht. “Wat heb ik het hier gemist. Hier voel ik mij echt thuis”, zegt hij. “Dit wordt je huis voor de volgende dagen. Doe maar alsof je thuis bent”, benadrukken Redons ouders.
De volgende ochtend moeten we al vroeg uit de veren: Redon wil me voorstellen aan zijn hele familie om samen het Suikerfeest, het einde van de ramadan, te vieren. We vertrekken naar Baran, een naburig dorpje. Het prachtige uitzicht op de Rozajeberg doet me even wegdromen. Je zou haast vergeten dat er zich hier nog niet zo lang geleden een verschrikkelijke oorlog heeft afgespeeld.
“Het is zó lang geleden dat we nog eens met de hele familie samengekomen zijn”, zegt hij, en haalt me uit mijn dagdroom. “We zijn intussen verspreid over de hele wereld: er wonen mensen in Amerika, Zweden, Duitsland, België en hier in Kosovo. Oorspronkelijk komen we allemaal uit Baran, maar door de oorlog zijn we uitgezwermd.”
Het communistisch staatsapparaat
Intussen is Rusland, een bondgenoot van Servië, al twee maanden geleden Oekraïne binnengevallen. Dat heeft invloed op de regio: in Kosovo vreest men voor destabiliseringspogingen. Dat gevoel wordt versterkt door de brief van de Kosovaarse president Vjosa Osmani. Daarin vraagt ze de Amerikaanse president Joe Biden om hulp om NAVO-lid te worden. Ook de Kosovaarse premier Albin Kurti dringt er op aan om de aansluitingsprocedure bij de Europese Unie en de NAVO te versnellen.
Tussen 1943 en 1992 was Joegoslavië een socialistische staat op de Balkan in Zuidoost-Europa. Het ontstond in 1918 – na het einde van de Eerste Wereldoorlog – uit delen van Oostenrijk-Hongarije die zich verenigden met Servië en Montenegro en het Koninkrijk Joegoslavië. In 1940 vielen Duitsland, Italië, Hongarije en Bulgarije het koninkrijk aan. Onder leiding van Josip Broz, beter bekend als maarschalk Tito, vochten de partizanen tegen de bezetters. Zijn doel was om de bezetters te verdrijven, maar hij had ook nog een tweede, belangrijker plan: het installeren van een communistisch staatsapparaat. De partizanen werden gesteund door de geallieerden, de VS, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie. In 1946 riepen de communisten uiteindelijk de verkiezingsoverwinning uit: de Federale Volksrepubliek Joegoslavië was geboren. Aan het hoofd van de nieuwe natie kwam Ivan Ribar, maar de werkelijke macht lag bij maarschalk Tito, die uiteindelijk in 1953 staatshoofd werd.
Joegoslavische oorlogen
Tito gaf het communisme in zijn land een eigen gezicht door de Russische expansiedrang naar het Westen tegen te houden en zijn land los te weken van het Oostblok. Zijn regime was dictatoriaal en zijn politieke tegenstanders werden vakkundig de mond gesnoerd. Na zijn dood in mei 1980 zorgden ideologische en vooral etnische spanningen in Joegoslavië tot gewelddadige confrontaties. In 1986, toen het nationalisme in Servië zijn hoogtepunt bereikte, zorgde dat ervoor dat de oude binnenlandse republieken steeds verder uit elkaar dreven. De eeuwenoude tegenstellingen tussen Serviërs, Albanezen, Kroaten en Bosniërs leidden in 1991 tot de Joegoslavische oorlogen en uiteindelijk tot het uiteenvallen van de multi-etnische Joegoslavische statenbond in 2001.
Kosovo radicaliseert
De zwaarste gevechten braken uit in de deelrepubliek Bosnië-Herzegovina: daar probeerden de Serviërs het gebied als Joegoslavië bijeen te houden. Tijdens de oorlogen maakten meerdere partijen zich schuldig aan etnische zuiveringen. Uiteindelijk werd Joegoslavië verdeeld onder internationale arbitrage.
In 1991 roept Slovenië de onafhankelijkheid uit en krijgt daar de internationale erkenning voor. Dezelfde dag roept ook Kroatië de onafhankelijkheid uit, maar daar zou het nog tot 1995 duren voor het ook effectief zo was.
Daarna wilden ook de andere deelstaten Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Montenegro en Kosovo onafhankelijk worden. Slobodan Milosevic, de voormalige socialistische president van Servië, pookte het nationalisme in Kosovo, toen nog een zuidelijke provincie van Servië, op, maar botste daarbij op Albanees verzet.
Kosovo was grotendeels bewoond door Albanezen en zij zagen Kosovo niet als deel van Servië. Het gevolg was dat een deel van hen radicaliseerde en het UCK oprichtte: een bevrijdingsleger dat aanslagen pleegde op Servische militaire doelen.
Maar Belgrado antwoordde meteen en zeer meedogenloos: naast een groot militair offensief om de UCK de kop in te drukken moet ook de Albanese burgerbevolking het ontgelden. Aanvankelijk werd de UCK nog door de NAVO als terroristische organisatie gecategoriseerd, maar als snel ziet de internationale gemeenschap dat Milosevic steeds harder optreedt en niet zwicht onder diplomatieke druk. Daarop volgt een groot luchtoffensief van de NAVO, dat er uiteindelijk voor zorgt dat het Servisch leger zich terugtrekt uit Kosovo en dat de UCK de wapens moest neerleggen. Uiteindelijk werd Kosovo pas in 2008 onafhankelijk. Veel ex-UCK-leden verwierven politieke ambten en zijn tot op vandaag nationale helden.
Gerechten van thuis
Terug naar Baran, naar het dorp van Redons ouders. Het Suikerfeest, normaal gezien het hoogtepunt van de ramadan, verloopt bij de Barisha’s sinds twee jaar niet meer zoals vroeger. Redons neef werd twee jaar geleden namelijk vermoord in Chicago. En de pandemie heeft het er niet beter op gemaakt om te reizen. Vanuit het huis wordt er iets in het Albanees geroepen. “Binnen enkele minuten kunnen we eten. Kom, we zullen onze handen wassen en aan tafel zitten”, zegt Redon.
Aan tafel herken ik heel wat gerechten van thuis. Dat is niet zo’n verrassing: de Ottomanen – mijn voorouders – hebben ook hier hun culinaire stempel achtergelaten. Het eten is heerlijk: verse groenten uit de tuin, vlees van uit het dorp. “Eet nog”, gebiedt iemand me met luide stem. Maar dat lukt me niet meer. De hele familie kijkt me aan. Ik besef dat ik het onderwerp van gesprek ben. Kosovo is niet zo’n toeristisch land en niet-Albanezen zijn hier schaars.
“Ramush Haradinaj komt morgen in het nabijgelegen dorp Çallopek een monument voor de Albanese martelaren inhuldigen”, zegt Fahri, de vader van Redon. Hij weet waarom ik hier ben. “Zou je hem willen interviewen? Ik ken mensen in zijn entourage.” Enkele uren later stuur ik mijn perskaart, identiteitskaart en vragen door. Of het effectief tot een interview zal komen, is nog niet zeker.
Misdaden tegen de mensheid
De 54-jarige Ramush Haradinaj was commandant van de guerrillabeweging UCK, die tijdens de Kosovaarse oorlog vocht voor Kosovaarse onafhankelijkheid. Hij was de bevelhebber voor West-Kosovo, een gebied dat zo goed als de helft van Kosovo omvat, met onder andere de steden Pejë, Gjakova en Prizren.
Na de tussenkomst van de NAVO schoof hij de wapens aan de kant en stichtte Haradinaj de partij Alliantie voor de Toekomst van Kosovo. Hij behaalde een meerderheid van de stemmen en mocht zo eind 2004 aantreden als premier van Kosovo. Drie maanden later trad Haradinaj af omwille van z’n eerste proces in het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Hij werd beschuldigd van oorlogsmisdaden en andere misdaden tegen de mensheid tegen etnische Serviërs, collaborerende Kosovaarse Albanezen en Roma. Door gebrek aan bewijs werd hij in 2008 vrijgesproken. Vandaag zetelt hij in het parlement en is hij nog steeds voorzitter van de partij Alliantie voor de Toekomst van Kosovo.
“Ik beloof je niets”, benadrukt Fahri. Maar in mijn hoofd speelt het interview zich al af. Ook de andere familieleden van Redon vinden het spannend dat ik misschien hun held zal mogen interviewen. Ik heb veel vragen voor Ramush Haradinaj, vooral omdat hij voor de Kosovaren een held is. Bizar, vind ik. Mijn opzoekwerk toont aan dat er ook een wrede kant aan hem is.
Het symbool van onafhankelijkheid
De volgende ochtend vertrekken we al vroeg naar Çallopek. Op het centrale plein draait een lokale dj traditionele muziek, jong en oud wacht geduldig op de komst van Haradinaj. Het heeft veel weg van een dorpsfeest. Er staan een vijftigtal stoelen. Zelfs de dorpsimam is aanwezig.
Wanneer er een SUV komt aangereden, staken de mannen hun gesprekken en gaan ze naast elkaar staan. ‘Hij is er! Zorg dat je klaarstaat.’ Haradinaj groet zijn publiek met een stevige handdruk en neemt plaats op de eerste rij, naast de imam van het dorp. De bezoekers zijn nieuwsgierig, maar weinig mensen hebben hem ooit al in het echt gezien. De burgemeester neemt het woord. De vader van Redon fluistert enkele vertalingen in mijn oor, zodat ik toch kan begrijpen wat er wordt gezegd. Enkele minuten later neemt Ramush Haradinaj zelf het woord. En net zoals overal in Kosovo wapperen ook hier de UCK-vlag en de vlag van Albanië naast elkaar. Op de voorgrond staat het te onthullen monument onder een rood doek.
Die UCK-vlag kom je in Kosovo vaker tegen dan de Kosovaarse vlag. Samen met de oudste inwoner van het dorp en enkele andere inwoners onthult Haradinaj het oorlogsmonument. Voor de Kosovaren is Haradinaj het symbool van de onafhankelijkheid van Kosovo.
Bloedvergieten moet stoppen
“Je mag hem interviewen, maar hij heeft niet veel tijd”, zegt een vertrouweling van Ramush me. Ik roep mijn vertaler erbij en zet mijn camera klaar voor opnames. “Vous parlez français?”, vraagt een glunderende Haradinaj me. “Parce que moi je parle aussi français.” Ondertussen heeft er zich een groep oudere mannen rondom Haradinaj en mij gevormd. Ze mompelen wat onder elkaar. “Vandaag zijn we hier om hulde te brengen aan de slachtoffers van de oorlog. Dat doen we overal in het land”, zegt Haradinaj.
Ik vraag hem naar de invloed van de NAVO op het gewapend conflict met Servië in de jaren 90. “Zoals je wellicht weet, hielpen de Amerikanen en ook andere NAVO-staten om Milosovic een halt toe te roepen”, antwoordt Haradinaj. “Het bloedvergieten moest stoppen. Ik hoop dat ze dat ook zullen doen in Oekraïne. Wat we daar zien, is heel herkenbaar voor onze mensen.”
De brand hier is geblust maar volledig gedoofd is het nooit. Dat voel je overal. Na iets meer dan twintig jaar ligt het onderwerp nog steeds gevoelig. De buitenlandse steun voor Kosovo was groot en dat is ze nog steeds. Verschillende landen stuurden blauwhelmen naar Kosovo.
Het leger is belangrijk
De kans dat je hier militaire wagens tegenkomt terwijl je het land doorkruist is groot. Vaak zijn het KFOR, een door NAVO geleide internationale vredesmacht die de vrede en veiligheid bewaakt in Kosovo. De Belgische blauwhelmen verlieten het land in 2010. Kosovo heeft sinds 2019 een eigen leger. “We zijn een onafhankelijke staat, we zijn vrij, maar dat wil niet zeggen dat we leven zonder spanningen”, zegt Haradinaj. “Een leger is belangrijk. Ons leger is heel jong, en is getraind door de NAVO. Op termijn willen we ook deelnemen aan buitenlandse vredesmissies.”
Kosovo vraagt al enkele jaren om lid te worden van de NAVO, maar stuit voortdurend op een njet. De bestaande dertig lidstaten moeten daarvoor het protocol over de toetreding ondertekenen en bekrachtigen in hun eigen parlement. In afwachting daarvan wordt de kandidaat-lidstaat al gedeeltelijk in het bondgenootschap geïntegreerd. In het geval van Kosovo is dat nog niet voor morgen. Een paar NAVO-lidstaten erkennen Kosovo namelijk niet als onafhankelijke staat. In sommige gevallen is men bang om precedenten te scheppen. In Spanje zit de schrik er bij de regering goed in dat de roep naar een onafhankelijk Baskenland of Catalonië daardoor nog groter zou worden. “We hebben gevochten voor onze vrijheid”, zegt Haradinaj. “Dat hebben de rechters in Den Haag ook gezien. Dat is de waarheid over mij en mijn land. Mijn volk vrij zien betekent veel voor me. Dat is een grote mijlpaal.”
De slachtpartij van Mejë
In West-Europa heerst de perceptie dat de Kosovo-oorlog een religieus geïnspireerd conflict van christenen tegen moslims was. Haradinaj ontkent dat met klem. “Dat is totaal niet zo. Wij etnische Albanezen zijn gemixt. Kijk maar naar de slachtoffers die de Serviërs hebben gemaakt. Vaak zaten daar ook christenen tussen.” Later ontdek ik het zelf op de begraafplaats van Mejë, in Gjakova (West-Kosovo), waar de grootste slachtpartij van de Kosovo-oorlog zich afspeelde. Op 27 april 1999 werden daar 372 Albanese Kosovaren afgeslacht in een veld als vergeldingsactie voor de moord op zes Servische politieagenten.
Om te begrijpen wat er zich daar afspeelde rijden we naar Moglik, in Gjakova (West-Kosovo). Daar woont Redons tante, Safetë Zyberi. Zij maakte de Kosovo-oorlog van de 1998-1999 van dichtbij mee. Onderweg valt me meteen iets op. Iets dat ik ook al zag toen ik in het zuidoosten van Turkije was. Een conflict is zichtbaar door de plaatsnaambordjes: sommige dorpen staan zowel in het Albanees als het Servisch aangeduid, andere staan alleen in het Albanees. We rijden het dorpje Molliq binnen. Ik zie een muur met twee gigantische vlaggen, de Albanese en de Amerikaanse. We rijden een smal straatje in en parkeren bij een huis met een metalen deur.
Diepe wonden
Tante Safetë is niet op de hoogte van ons bezoek. De voordeur staat op een kier. Redon stapt als eerste de tuin in. Hij roept zijn tante en een paar seconden later komt een kleine vrouw naar buiten. Ze pakt Redon onhandig vast. Hij moet door z’n knieën zakken om haar stevige knuffel te beantwoorden. Even later zitten we in de woonkamer. Safetë brengt nog snel gebak en drankjes voor het interview begint, maar die blijven onaangeraakt tot op het einde. Ondanks dat de getuigenis via een tussenweg bij mij belandt, hang ik aan haar lippen. “Ik heb veel meegemaakt”, begint Safetë. “De Serviërs hebben mijn man vermoord.” Ik kijk naar Redon en wacht geduldig op vertalingen. Maar die laat even op zich wachten. Hij heeft het er moeilijk mee. Kort daarna volgen tranen bij Redon en zijn tante. Ze hebben allebei de oorlog meegemaakt. Redon is enkele jaren voor de oorlog geboren in Kosovo en kon nog samen met zijn ouders vluchten. Zelfs na meer dan twintig jaar zijn de diepe wonden niet geheeld.
Koelbloedige executies
“Wat er gebeurde in de Oekraïense stad Boetsja, deed me denken aan de slachtpartij in Mejë”, zegt Safetë. In Boetsja, een voorstad van Kiev werd eerder dit jaar duidelijk welk bloedbad het Russische leger hadden aangericht. Honderden Oekraïense burgers werden in koelen bloede geëxecuteerd. De VN sprak zelfs van oorlogsmisdaden.
Het tekent de hele gruwel van de oorlog. Op 27 april 1999 begonnen de bombardementen hier in de regio. “We trokken van Molliq naar Mejë, vlakbij de Albanese grens”, gaat Safetë verder. “Daar werden we opgehouden. Agressief haalden ze mijn man van de aanhangwagen die vasthing aan een tractor. Zo werden de gezinnen uit de dorpen verzameld. Ik had nooit gedacht dat ik hem nooit meer zou terugzien. Ze hebben vooral de mannen, maar ook jongens in een veld verderop koelbloedig geëxcuteerd. Ik kwam er pas drie maanden later achter. Samen met mijn vier kinderen zat ik zeker een maand in Albanië. Toen ik terugkwam naar Kosovo ging ik samen met andere familieleden op zoek naar mijn man. Het duurde twee maanden we hem vonden. Ik herkende zijn jas, er hing bloed aan. Vanaf die dag stortte mijn leven volledig in. Ik bleef achter met mijn kinderen. De oorlog was misschien over, maar we hadden geld, noch eten. Gelukkig hielpen de blauwhelmen ons. Ze deelden eten en drinken uit.”
“Hopelijk zien die Servische soldaten nooit meer een dag licht!” Ik vraag haar naar het belangrijke luchtoffensief van de NAVO in 1999 en waarom er hier in de straat een gigantische Amerikaanse vlag hangt naast de Albanese vlag. “Dankzij de VS staan we nu waar we staan,” zegt ze. “Ik zou het goed vinden als we lid zouden worden van de NAVO. Want zonder hen, zonder de Amerikanen, was er wellicht geen enkele etnische Albanees meer in Kosovo. En dan hadden we dit gesprek zelfs niet gehad. Ik vind het ergens erg dat ik niet ben gevlucht naar Europa. Kosovo is nog maar ‘net’ uit een oorlog en dat voel je nog. Mijn familie in Europa heeft het veel beter. Wij zien nog altijd af. Onze economie is nog niet op punt en de spanningen blijven. Maar de angst is er niet meer. Alhoewel, met de Serviërs weet je nooit.”
Enkele jongeren van Brake-Out trokken de straten van Antwerpen op en maakten deze knappe foto’s. Brake-Out is een driejarig programma voor jongeren met een beperking, autismespectrumstoornis of een niet-aangeboren hersenletsel.
Ook dit jaar konden jongeren in Antwerpen en Brussel tijdens Point of U meer leren over verticale video’s maken, media en acteren. Reporter Yara Johri was erbij.
Next Gen content creators kwamen samen in De Studio in Antwerpen om workshops te volgen van grote namen uit de industrie, zoals Krukdroog, Maimouna Badjie en zelfs Matteo Simoni, die alle vragen over acteren beantwoordde.
Het weekend werd afgesloten met de uitreiking van de POU Achievement Awards, waarbij StuBru-gezicht Flo Windey en danser Joffrey Anane de grote winnaars waren. OSKI gaf tot slot een energiek concert. His vibe was immaculate.
Dit jaar werden alle workshops en talks gelivestreamd. Je kan dus alles herbekijken op het Youtubekanaal van Point of U.