Minister Demir houdt van efficiëntie. Dat blijkt uit het beleidsvoorstel dat De Morgen in januari kon inlezen. Ze pleit voor een verstrenging van de studievoortgangsregels. Studenten moeten minstens 54 studiepunten van de 60 opnemen, slagen voor 80 procent van de opgenomen studiepunten en krijgen maximaal vier examenkansen per vak over hun volledige studietraject.
Waarom? Ongeveer 35 procent van de studenten behaalt het bachelordiploma binnen de vooropgestelde studieduur. Dat is weinig, té weinig volgens Demir en daarom worden de cijfers gebruikt als verantwoording voor het voorstel. De vraag is echter wat er schuilt achter de overige 65 procent van de studenten. Hebben ze een gebrek aan motivatie? Doen ze dat bewust, dat ‘eeuwig’ studeren? De cijfers missen context, ze zeggen niets over de achtergrond van studenten, en het is daar waar het schoentje knelt binnen dit beleidsvoorstel.
Dé student volgt immers niet altijd de meeste lineaire en mooi geplaveide weg. Het gebeurt dat er eens een steen losligt of ontbreekt. Dat de student een andere richting uit moet of eerst de weg moet herstellen vooraleer verder te kunnen. Zo gaat het er ook aan toe in het dagelijkse leven en laat onderwijs nu net daar de weerspiegeling van zijn.
Sommigen moeten studies combineren met werk, iets wat het beleid zelf stimuleert via voordelige werkstudentenregelingen. Anderen kampen met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Niet iedere thuissituatie is even stabiel. En niet elke student heeft de bagage om meteen te functioneren in het hoger onderwijs, een systeem doordrenkt van impliciete normen, regels en verwachtingen, zoals academische taal en bepaalde voorkennis. Die 65 procent van de studenten over dezelfde kam scheren en strenger aanpakken om de motivatie te verhogen? De context toont ons dat het dan de meest kwetsbaren zullen zijn die door de uniforme regels zullen worden getroffen.
“Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student”
Oona-Lisa Desmet
Die individuele verhalen staan bovendien niet los van bredere structurele keuzes. Het beleid lijkt ervan uit te gaan dat studievertraging een puur individuele keuze is en alleen afhangt van de inzet van de student. Maar als ook de bredere structurele factoren in rekening worden gebracht, dan vertelt ons dat een ander verhaal.
Er wordt namelijk bespaard op het hoger onderwijs, waardoor studiekosten stijgen. Sommigen worden daardoor verplicht om tijd te maken voor een studentenjob om studies te kunnen betalen. Tijd die dus niet naar de studies kan gaan. Daarnaast zorgen besparingen voor minder begeleiding en grotere groepen, waardoor net die studenten die extra ondersteuning nodig hebben, minder worden opgevangen. We moeten dus verder durven kijken dan de simplistische individualisering en inzetten op de betaalbaarheid van studeren.
Tot slot is het hoger onderwijs geen afgesloten ruimte in het bredere onderwijsveld. Hoe het middelbaar wordt ervaren en de keuzes die daar al dan niet worden gemaakt, hebben een invloed op de mate waarin het verder studeren vlot verloopt. Je bent 18 en hebt keuze tussen meer dan 2.000 opties. Enkel jij maakt de keuze en wordt er dan ook voor verantwoordelijk gesteld.
De voorgestelde maatregelen drijven die verantwoordelijkheid alleen nog maar op, maar maakt de student er ook een meer doordachte studiekeuze door? Begint het ‘efficiënt’ studietraject niet eerder bij de ondersteuning in dat studiekeuzeproces in plaats van sanctionering na de eerste bachelorjaren?
“We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten”
Oona-Lisa Desmet
De huidige ondersteuning schiet tekort. De SID-IN-beurs, een informatiemarkt voor zesdejaars, en de open-les-weken geven dan wel een oppervlakkig beeld van het aanbod, maar helpen niet in het leren kennen van de eigen interesses. Wat nodig is, zijn structurele gesprekken met ruimte voor zelfreflectie, realistische verwachtingen en het doorbreken van vooroordelen over zowel leerlingen, als opleidingen zelf. Het herwaarderen van niet-academische paden is hierbij een must.
Het is het welbevinden van studenten dat ertoe doet en dat de basis vormt om tot leren te komen. Studenten die zich goed voelen, geloven in hun toekomstkansen, hun capaciteiten en komen tot betere leerprestaties. Efficiëntie in het hoger onderwijs begint dus niet bij strengere regels, maar bij het creëren van omstandigheden waarin elke student kan slagen.
Kortom: er is méér dan alleen de student die wat harder moet studeren en wat meer zijn best moet doen. We hebben maatregelen nodig die wat meer doen dan alleen de focus leggen op de sanctionering van studenten. Dus nogmaals, wanneer Demir het hoger onderwijs efficiënter wil, kan ze beter in plaats van met de vinger te wijzen naar de ‘bewust eeuwige student’, haar armen gebruiken om deze heel ver te openen zodat de focus verschuift van uitsluiting naar verwelkoming.
Stel je voor: je zit helemaal alleen in een donkere ruimte opgesloten, je roept en roept maar niemand komt je helpen of aandacht geven. Je hoort stemmen aan de andere kant van de deur, maar niemand luistert naar jou, iedereen negeert je. Dat is het geval voor duizenden dieren in Vlaanderen, en dit moet dringend stoppen.
We denken vaak dat dierenmishandeling of -verwaarlozing ‘ver van ons bed is’, maar het is jammer genoeg veel dichter bij je in de buurt dan je verwacht. De cijfers van De Vlaamse Inspectie Dierenwelzijn tonen dit heel mooi aan. In 2024 werden er bijna 7.500 meldingen van verwaarlozing of -mishandeling geregistreerd, dat zijn ongeveer twintig meldingen per dag.
Nog opvallender zijn de cijfers van de inbeslaggenomen dieren in Vlaanderen. Volgens Business AM worden er minstens 5.500 dieren in beslag genomen, dat is veel te veel. Bovenop die cijfers kunnen tien procent van die baasjes hun huisdier terug krijgen, wat een schande is.
Huisdier of handtas?
We zien dieren te vaak als modeaccessoire. Als de trend over is, worden ze vaak weer in de kast gestoken als een oude handtas die niet meer ‘in’ is. Uit cijfers van het platform adopteer.be blijkt dat er in 2025 meer dan 20.000 dieren via asielen een nieuwe thuis vonden. Dat is enerzijds prachtig, maar het legt ook een dieper probleem bloot. Al die dieren zaten daar omdat hun vorige ‘baasje’ de verantwoordelijkheid niet kon of wilde dragen en dat is heel onmenselijk.
Er moet hier onmiddellijk een einde aan komen, want dieren zijn levende wezens evengoed als mensen. Er moeten meer inspecties en procedures uitgevoerd worden voordat mensen een dier kunnen kopen, net zoals wanneer je een baby wil adopteren. Er zouden grondigere controles moeten uitgevoerd worden om te controleren of dat de mensen geen ‘impulsaankoop’ aangaan, maar echt van plan zijn om het huisdier een goed leven te geven.
Grote boetes zijn niet genoeg
Elk dier verdient een fantastisch leven met veel aandacht en ruimte. Als ik Ben Weyts, Vlaams minister van Dierenwelzijn (N-VA) was, was hier al lang een einde aan gekomen. Hij voert wel grote boetes in, maar dat is helemaal niet genoeg om er een stop aan te zetten. Grote boetes houden mensen duidelijk niet tegen om toch hun huisdieren te verwaarlozen of mishandelen.
Niet iedereen verdient een huisdier. Praktisch gezien is het bijna onmogelijk om bij iedereen te gaan controleren of de thuissituatie goed is om een huisdier in huis te halen of niet. Toch moet het duidelijk gemaakt worden dat dit niet zo verder kan. Dieren hebben alle rechten om goed behandeld te worden, evengoed zoals mensen.
Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.