• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Politiek

De Vlaamse regering wil tegen 2029 in totaal 3,1 miljard euro besparen. Ook het groeipakket wordt aangepakt: de leeftijdsgrens zou dalen van 25 naar 23 jaar en schoolverlaters zouden hun recht op kindergeld verliezen. Reporter Belinay Balci legt uit hoe het zit.

Journalist: Belinay Balci
Camera: Dries Basraoui
Montage: Belinay Balci & Dries Basraoui

Op achtjarige leeftijd moest Fatima Noori Afghanistan ontvluchten. Vandaag richt ze zich met een open brief tot minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. “Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen.”

Geachte minister Van Bossuyt, ik schrijf u niet omdat ik denk dat migratiebeleid eenvoudig is. Ik schrijf u niet als journalist of burger. Ik schrijf u als iemand die ooit als kind op de vlucht was. Op achtjarige leeftijd moest ik Afghanistan verlaten. Ik begreep niets van oorlog, internationale politiek of geopolitieke belangen, alleen dat de wereld die ik kende plots onzeker werd. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

Migratie is meer dan asiel

Het migratiedebat gaat vaak alleen maar over asiel en vluchtelingen, terwijl dat slechts een onderdeel is. Een asielzoeker, een arbeidsmigrant, een internationale student, een Europese werknemer, een Belg die terugkeert uit het buitenland, een kind dat zich bij zijn ouders voegt, iemand zonder wettig verblijf: allemaal vallen ze onder het brede begrip ‘migranten’.

De cijfers tonen hoe breed die werkelijkheid is. In 2025 registreerde België volgens Statbel 177.094 immigraties. De grootste nationaliteitsgroep onder de mensen die naar België immigreerden, bestond uit Belgen, gevolgd door Roemenen en Fransen. Migratie gelijkstellen aan asiel geeft dus een onvolledig beeld. Bovendien blijkt uit cijfers van federaal migratiecentrum Myria dat werk in 2024 de belangrijkste verblijfsreden was bij EU-burgers die een eerste verblijfstitel kregen in België.

“Is het migratiebeleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen?“

Fatima Noori (18)

In 2025 vroegen 34.439 mensen internationale bescherming aan in België, 13 procent minder dan in 2024. Is het beleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen? Als ze terugkeren? Of als gezinshereniging moeilijker wordt? Een minister mag een streng migratiebeleid voeren, maar dat wil niet zeggen dat die boven de rechtsstaat staat.

De grenzen van het migratiebeleid

Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Op 21 mei vernietigde het Hof bepalingen waarmee de mogelijkheid werd afgeschaft om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen. Volgens het Hof botste die afschaffing met het Europese recht en verschillende grondrechten en kon ze een aanzienlijke achteruitgang betekenen van onder meer het recht op menselijke waardigheid, maatschappelijke hulp, behoorlijke huisvesting en het privé- en gezinsleven.

Ook de Raad van State (RVS) heeft uw beleid begrensd. Nadat u Fedasil op 2 maart de instructie gaf om materiële hulp te beperken voor mensen die al internationale bescherming hadden gekregen in een andere EU-lidstaat, schorste de Raad van State die beslissing op 27 maart. De betrokken personen liepen volgens de RVS het onmiddellijke risico volledig behoeftig te worden en op straat te moeten slapen.

Bovendien was de vereiste juridische procedure niet gevolgd. Op 8 juli werd opnieuw een beslissing over de beperking van materiële hulp geschorst. De minister had volgens de RVS niet aangetoond dat de aanvragen in kwestie konden worden beschouwd als ‘volgende aanvragen’ waarvoor de hulp beperkt mocht worden.

Het is duidelijk dat het huidige systeem problemen heeft, maar als rechterlijke instanties meermaals ingrijpen, gaat de discussie dan nog over hoeveel mensen naar België komen of over de manier waarop we hen behandelen?

Veilige terugkeer?

In juni nam België samen met veertien andere EU-lidstaten deel aan een bijeenkomst van de Europese Commissie met vertegenwoordigers van de taliban over de terugkeer van Afghanen. Volgens de Europese Commissie zochten verschillende lidstaten manieren om onder meer mensen die ernstige misdrijven hadden gepleegd of mogelijk een veiligheidsrisico vormden naar Afghanistan terug te sturen. Uw kabinet bevestigde de Belgische deelname.

Ik begrijp dat regeringen soms moeten spreken met regimes die zij niet erkennen. Ik begrijp ook waarom de overheid wil kunnen optreden tegen iemand die hier ernstige misdrijven pleegt en geen verblijfsrecht heeft. Maar de vraag blijft wat veilige terugkeer betekent wanneer er wordt onderhandeld met een regime dat fundamentele rechten zwaar beperkt, in het bijzonder die van vrouwen en meisjes.

“Mijn verhaal mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals een verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen“

Fatima Noori (18)

Mijn band met dat onderwerp is persoonlijk. Toen ik mijn ouders tijdens onze vlucht vroeg waar we naartoe gingen, antwoordden ze: “Zo ver mogelijk.” Pas later begreep ik dat ze niet op zoek waren naar het rijkste land of het gemakkelijkste systeem. Ze zochten een plek waar we veilig konden zijn. Maar mijn verhaal is slechts één migratieverhaal. Het mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals één verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen.

Eerlijk gesprek over migratie

Problemen mogen benoemd worden. Misbruik bestaat en integratie lukt niet altijd. De opvang staat onder druk, procedures duren te lang en het terugsturen van mensen zonder verblijfsrecht blijkt in de praktijk moeilijk. Maar wanneer migratie zelf voortdurend als probleem wordt voorgesteld, bestaat het gevaar dat ook mensen als probleem worden gezien.

Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?

België gaf me ooit de kans om opnieuw te beginnen. Daardoor kon ik naar school gaan, leerde ik schrijven en kan ik vandaag openlijk het beleid van een minister in vraag stellen. België gaf me een stem, die ik niet alleen gebruik voor mensen met hetzelfde verhaal als ik, maar voor een eerlijker gesprek over migratie.

Zo’n 120 jongeren in Mechelen vroegen aandacht voor een eerlijker economisch systeem. De actie vond plaats tijdens de Ambassadeursdag van Youca.

Youca brengt jongeren samen rond maatschappelijke thema’s en geeft hen ruimte om hun stem te laten horen. Wij trokken mee door Mechelen en vroegen de jongeren waarvoor zij op straat kwamen en welke verandering zij willen zien.

Journalist: Belinay Balci
Camera en montage: Dries Basraoui

Wat blijft er over nadat de gezangen verstommen, de protesten eindigen en de wereld wegkijkt? ‘Unfinished Spring’ vertelt het verhaal van Razan Horia — een jonge Syrische vrouw die, zoals zovelen van haar generatie, de hoogste prijs betaalde voor haar toekomst. Door Razans diep persoonlijke herinneringen onthult deze documentaire de emotionele en generatiegebonden kost van revolutie. Het is een portret van wat het betekent om alles op te offeren — familie, verleden, identiteit — voor een verandering die onvoltooid blijft.

Na 613 dagen stil te hebben gestaan, kreeg Brussel in februari eindelijk een regering.
Elke Van den Brandt (Groen) trad uit als minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid en kreeg dezelfde titel in de nieuwe regering. Ze heeft veel werk voor de boeg: “Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen, met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”

Brussel heeft bijna twee jaar zonder regering gezeten. Hoe is de partij Groen omgegaan met onzekerheden?

“Ik vond dat een verschrikkelijke periode, want ik zie mijn stad graag. Dat was een periode waarin alleen negatief over Brussel werd gesproken. Waarin ook geen nieuwe initiatieven konden genomen worden, waardoor veel organisaties in onzekerheid zaten. Ik heb ideeën, ik heb projecten, ik wil de stad vooruit zien gaan, maar veel zaken konden niet. Je zit in een soort wachttijd, maar Brussel heeft niet de tijd om eventjes in de wachtkamer te zitten. Hier is nog veel werk en dat heeft zich laten merken. Ik ben er eigenlijk nog altijd kwaad over, want die periode heeft veel schade aangericht.”

Wat heeft Groen wel bereikt in deze periode?

“Ik hoop dat wij hebben kunnen tonen dat je heel standvastig op je inhoud kunt zijn, maar wel constructief in de samenwerking. In die periode was het voornaamste doel: we moeten opnieuw een regering hebben. We wilden gewoon een ploeg die Brussel graag ziet en daarbinnen zouden we wel knokken voor onze standpunten.

Het mobiliteitsplan is heel controversieel geweest. Zeven partijen met elk hun eigen visie, dat is veel. Dan moet je wel gaan zoeken naar die compromis. Wij hebben de verkiezingen gewonnen met Groen, ik heb mijn persoonlijke score kunnen verdubbelen, dus ik ben wel gaan onderhandelen. Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen op mobiliteit, op publieke ruimte. Dat moet ik nu ook waarmaken. Met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”

“Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft ‘Good Move’ hetzelfde”

Georges-Louis Bouchez (MR) maakte een felle opmerking over het zogenaamde einde van ‘Good Move’, het Brusselse mobiliteitsplan. Wat vond u hiervan?

“Ergens vond ik dat wel grappig, want hij had voor de onderhandelingen al beslist dat hij dat ging zeggen. ‘Good Move’ heeft veel positieve effecten gehad: er is minder autoverkeer door het centrum, er is minder lawaai en vervuiling, er wordt meer gefietst en gewandeld en de horeca doet het goed. Het huidige plan loopt nog tot 2030. De opvolger krijgt een nieuwe naam en de circulatieplannen zullen meer toegespitst zijn rond scholen. Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft het hetzelfde.”

Brussel wordt weleens een filestad genoemd, sommigen schrijven dat toe aan de zone dertig. Klopt dat?

“We hebben dat allemaal onderzocht toen we die invoerden. We hebben tien vaste trajecten binnen Brussel bepaald en gemonitord om te kijken of je langer onderweg bent. Dat is niet het geval. In een stad is de gemiddelde snelheid eigenlijk al maar achttien kilometer per uur, omdat je vaak moet stoppen. Een file wordt vooral bepaald door het aantal auto’s aan kruispunten. We voorzien slimme verkeerslichten aan kruispunten voor een vlotte doorstroming en we proberen mensen te overtuigen om zich op andere manieren te verplaatsen. Iedereen die op de fiets zit, staat al niet mee in de file.”

En er komen ook steeds meer fietsers bij, maar volgens cijfers van het Fietsobservatorium voelen die zich almaar onveiliger en was er in 2025 een forse stijging van het aantal fietsdoden. Hoe komt dit?

“Er zijn drie keer meer fietsers. Brussel stond nog niet bekend als fietsstad. We hebben al veel fietspaden aangelegd zodat je veilig kan fietsen, maar er is nog werk. 2025 was een slecht jaar voor verkeersveiligheid in Brussel. Er waren twintig verkeersdoden, wat heel veel is. Maar in het algemeen zien we tegenover tien jaar geleden wel een sterke daling.

We volgen het reële veiligheidsrisico voor fietsers op. We zien dat het aantal ongevallen niet meestijgt met het aantal fietsers. Het ongevalsrisico wordt dus niet groter, maar dat gevoel bij mensen wel. Dat komt omdat er nu meer diversiteit is tussen fietsers: kinderen, jongeren, ouderen. Dat gevoel van veiligheid is echt belangrijk en daarom blijven we inzetten op aparte fietspaden, waarop mensen op hun eigen tempo kunnen fietsen. We voelen nog steeds dat we daar een inhaalbeweging aan het maken zijn.”

“In Brussel mikken we op om de 9 minuten een bus. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen”

In Vlaanderen wordt bespaard op De Lijn. Is dat ook een trend bij de MIVB in Brussel?

“Integendeel, wij blijven investeren in de MIVB. Daar ben ik trots op: in Brussel hebben wij goed openbaar vervoer. We hebben de vorige regeerperiode ingezet op groei en het aanbod met vijftien procent doen toenemen, twee nieuwe tramlijnen ingericht en het jongerentarief sterk verlaagd.

We vragen aan de MIVB om een aantal inspanningen rond besparingen, maar dat mag het aanbod niet raken. Dat ga ik ook blijven verdedigen, want het is heel contraproductief om te besparen op openbaar vervoer. Als er te weinig mensen een bepaalde bus nemen, moet je die niet schrappen. Je moet dan net meer bussen inleggen, zodat het een toegankelijker alternatief wordt. Anders krijg je mensen nooit uit de auto.

In Brussel mikken we op ‘om de negen minuten een bus’. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen. Als er nieuwe bussen worden aangekocht, moeten die elektrisch zijn, dat is goed voor de luchtkwaliteit en we merken dat die ook meer worden geapprecieerd in woonwijken. Het is de bedoeling dat mensen de MIVB als een goede vriend gaan zien. Dat vraagt veel investeringen, maar daardoor zie je wel dat in Brussel meer dan de helft van de mensen geen wagen heeft. Mensen gaan zich anders verplaatsen en daardoor winnen we plek.”

“Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, je merkt dat mensen daar echt naar snakken”

Groen wordt alsmaar groter in steden, maar gaat federaal achteruit. Waarom is dat contrast zo groot?

“Omdat je in de steden veel meer voelt waarover het gaat. Als ik hier in Brussel wordt verkozen, is dat omdat mensen weten dat het leven er zo beter op wordt. Omdat wij zeggen: we gaan bomen planten in de straat, we gaan fietspaden aanleggen zodat uw kind veilig naar school kan, we leggen extra bussen in. Mensen voelen concreet wat het voor hen betekent om een groenbeleid te hebben. Ik heb in Brussel veel weerstand gehad, maar ook veel steun ervaren. En dat liep tot nu toe moeilijker met ons federaal beleid. Dat veel meer uitleggen, dat is een uitdaging voor Groen.”

Denkt u dat de nieuwe partijvoorzitter, Aimen Horch, Groen nieuw leven in kan blazen?

“Ik geloof er heel hard in. Hij deed zijn campagne voor het voorzitterschap rond ‘hoop’. Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, alternatieven bieden voor doemscenario’s, je merkt dat mensen daar echt naar snakken.

Hij wil ook vechten voor de mensen, het opnemen voor de jongeren, heeft een achtergrond in migratie en in armoede. Hij brengt andere ervaringen mee en dat hebben we echt nodig in de politiek. Ik ben blij dat Aimen stemmen gaat vertolken die nog te weinig vertolkt zijn.

Brussel is een solidaire stad, met heel veel mensen die elkaar helpen. Zo moeten we ook aan politiek doen: empathisch zijn en compromissen zoeken. Ik geloof erin dat je dat moet tonen om mensen ook dat beeld te geven: het kan écht anders.”