Category Archives: Politiek

Afgelopen vrijdag trokken scholieren in Brussel de straat op om te protesteren tegen de hervormingen in het Franstalig onderwijs. Dat gebeurde tijdens de eerste nationale stakingsdag tegen de besparingsplannen van de overheid. De dag verliep onrustig en leidde tot rellen. Sanad Latifa legde de gebeurtenissen vast op beeld.






























Foto’s: © 2026 StampMedia / Sanad Latifa
De 22-jarige evangelist Bryce Crawford bouwt via sociale media een miljoenenpubliek op en wordt sinds zijn optreden op ‘America Fest’ in 2025 en zijn universiteitstour steeds zichtbaarder binnen conservatieve kringen. Een jaar na de dood van Charlie Kirk rijst de vraag of Crawford diens plaats kan innemen als gezicht van een nieuwe generatie binnen de ‘Make America Great Again’-beweging.
Bryce Crawford groeide op binnen een evangelisch-christelijke omgeving in Cartersville, een stadje in de zuidelijke Amerikaanse staat Georgia. In een interview met Fox News vertelde hij dat hij op veertienjarige leeftijd worstelde met depressie en angstgevoelens. Op zijn zeventiende bereikt hij een dieptepunt, hij overwoog zelfdoding.
Op de avond waarop hij van plan was een einde aan zijn leven te maken, ervoer hij naar eigen zeggen een drastische religieuze gebeurtenis. God zou zijn angsten en depressieve gevoelens op miraculeuze wijze hebben weggenomen. Die ervaring werd het vertrekpunt van zijn religieuze missie. Crawford beloofde God zijn leven te wijden aan hem en besloot in 2022 als missionaris aan de slag te gaan in Los Angeles.
Crawford zet zijn missie voort op sociale media. Hij trekt in LA naar plekken waar cultuur, religie en maatschappelijke overtuigingen met elkaar botsen, zoals Pride-evenementen, de arme wijk Skid Row en een hindoeïstische bijeenkomst. Daar spreekt hij voorbijgangers aan, vraagt hij of hij voor hen mag bidden en probeert hen te overtuigen dat het christelijke geloof hun leven kan veranderen. Die ontmoetingen filmt hij en deelt hij op sociale media, waarmee hij miljoenen views en volgers bereikt.
Binnen evangelisch-christelijke en conservatieve kringen leeft de overtuiging dat religie niet alleen het persoonlijke leven bepaalt, maar ook een manier biedt om de politieke actualiteit te interpreteren
Titels als Preaching the Gospel in the Hood en Gay Man Encounters Jesus illustreren zijn confronterende aanpak. Daarbij ontstaat een spanning tussen het verspreiden van het woord van Jesus en entertainment. Crawford presenteert zijn werk als een religieuze missie, maar de confrontaties worden tegelijk video’s die een online publiek moeten aanspreken. Mensen die niet noodzakelijk op zijn boodschap zitten te wachten, worden onderdeel van content die zijn bereik verder vergroot. De vraag is in hoeverre de ontmoeting nog draait om de persoon die hij aanspreekt, en in hoeverre het individu ook een rol krijgt in het verhaal dat Crawford aan zijn volgers vertelt.
Vicepresident op visite
Begin september was vicepresident J.D. Vance te gast in de podcast van Crawford. Het gesprek draaide om geloof, twijfel en het hiernamaals. Crawford vroeg Vance hoe zeker hij ervan was dat hij naar de hemel zou gaan, op een schaal van één tot tien. Het is een vraag die hij regelmatig stelt aan zijn gesprekpartners. Vance antwoordde met een zeven of een acht. Een jaar eerder zou hij zichzelf naar eigen zeggen slechts een vijf of een zes hebben gegeven.
Ook over de eindtijd liet Vance zich uit. Het zou hem niet verbazen, zei hij, mochten we in de laatste dagen voor de terugkeer van Jezus leven. Daarmee raakte het gesprek een thema aan dat binnen evangelisch-christelijke en conservatieve kringen een belangrijke plaats inneemt: de overtuiging dat religie niet alleen het persoonlijke leven bepaalt, maar ook een manier biedt om de politieke actualiteit te interpreteren.
Vicepresident J.D. Vance krijgt de kans zich nog meer te profileren bij het christelijk-conservatieve publiek, terwijl Crawford zijn bereik en geloofwaardigheid binnen de MAGA-beweging kan versterken
Het meest opvallende moment van de podcast kwam toen Crawford het had over een afbeelding die Donald Trump in april op zijn eigen sociale mediakanaal Truth social had geplaatst. Op de door AI gegenereerde afbeelding was Trump te zien in een wit gewaad, terwijl hij een zieke man leek te genezen. Crawford vertelde Vance dat de afbeelding hem als christen van streek had gemaakt. De vicepresident verdedigde Trump en stelde dat de president niet de bedoeling had gehad om God te beledigen. Crawford zei op zijn beurt blij te zijn dat de afbeelding uiteindelijk werd verwijderd.
Dat Vance tijd vrijmaakt voor een jonge evangelist met miljoenen views op sociale media, belicht Crawfords groeiende zichtbaarheid binnen de Amerikaanse rechterzijde. De ontmoeting kan beide mannen iets opleveren. Vance krijgt de kans zich nog meer te profileren bij het christelijk-conservatieve publiek, terwijl Crawford zijn bereik en geloofwaardigheid binnen de ‘Make American Great Again’-beweging (MAGA) kan versterken.
De schaduw van Charlie Kirk
Naast zijn sociale media bouwde Crawford een bredere werking uit met een podcast, zijn I Love Jesus U.S. Tour en een universiteitstour die doet denken aan de aanpak van Charlie Kirk. Ook sprak hij op ‘America Fest’ in 2025, het jaarlijkse evenement van Turning Point USA, waar hij een preek hield over het christelijk geloof, bekering en verlossing door Jezus Christus, en het belang van het verspreiden van het evangelie.
Charlie Kirk bouwde met Turning Point USA een politieke organisatie uit die jongeren actief bij de conservatieve beweging wilde betrekken. Crawford bereikt eveneens een jong publiek en trekt universiteiten rond om zijn overtuigingen uit te dragen
De vergelijking met Kirk ligt dan ook voor de hand. Kirk bouwde met Turning Point USA een politieke organisatie uit die jongeren actief bij de conservatieve beweging wilde betrekken. Crawford bereikt eveneens een jong publiek en trekt universiteiten rond om zijn overtuigingen uit te dragen. Voorlopig ligt zijn focus op evangelisatie, maar zijn groeiende aanwezigheid op universiteitscampussen en binnen republikeinse kringen brengt hem wel dichter bij het terrein waarop Kirk zijn invloed uitbouwde.
Of Crawford die stap naar uitdrukkelijke politieke boodschappen ook zal zetten, is nog onduidelijk. Zijn universiteitstour kan in de eerste plaats dienen als verlengstuk van zijn religieuze missie, maar zou op termijn ook een opstap kunnen vormen naar een grotere rol binnen de conservatieve beweging. Zijn gesprek met J.D. Vance toont alvast dat hij toegang krijgt tot prominente MAGA-figuren.
Wordt Crawford daarmee de nieuwe posterboy van MAGA? Het is nog te vroeg voor om conclusies te trekken. Maar in een beweging die na de dood van Charlie Kirk op zoek is naar nieuwe gezichten die jongeren kunnen aanspreken, zou zijn opmars weleens meer kunnen betekenen dan alleen het succes van een jonge evangelist op sociale media.
Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen en hun leden verwachten dat ze één koers varen, schrijft reporter Pablo Verhaeghe. “Maar misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf.”
De actualiteit werd de afgelopen weken overspoeld door politiek gerommel binnen partijen zelf. De socialisten kregen met de affaire rond Jinnih Beels heel wat kritiek te verwerken, en ook Anders bleef niet gespaard bij de exit van de voormalige voorzitter Egbert Lachaert. De situaties van beide partijen zijn vergelijkbaar, maar tegelijk ook compleet verschillend.
Als kiezer vinden we het meestal een goed teken wanneer een partij één duidelijke lijn heeft. De partij staat stevig op haar benen, ruzies blijven binnenskamers, parlementsleden stemmen volgens de partijlijn en de partijvoorzitter houdt toezicht vanuit een ivoren toren, met een ijzeren hand. Dat zijn typische kenmerken van onze particratie.
Wanneer een partij politici bevat die het over sommige zaken wél oneens kunnen zijn, wanneer die meningsverschillen soms naar buiten komen en politici zich niet langer aangetrokken voelen tot de koers die de voorzitter uitzet en vervolgens hun eigen weg gaan, noemen we dat chaos.
Kijk naar de liberalen
Anders (vroeger Open VLD) kent een turbulente periode en dat weerspiegelt zich in interne conflicten die eerder al eindigde in opvallende exits, onder andere die van Maurits Vande Reyde en Els Ampe.
Onder leiding van Frédéric De Gucht, sinds 2025 de partijvoorzitter, probeert Anders een andere koers te varen. Dat loopt voorlopig nog niet van een leien dakje. Zo verliet Egbert Lachaert recent de partij. De voormalige partijvoorzitter deed dat naar eigen zeggen om inhoudelijke, organisatorische en menselijke redenen.
“Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen”
Pablo Verhaeghe
Van buitenaf ziet dat er niet bepaald uit als een sterke, frisse partij die klaarstaat om mee te regeren. Maar ik begin me af te vragen of we daar niet iets verkeerd aan beoordelen. Misschien is een partij die openstaat voor discussie en meningsverschillen juist democratischer dan een partij die leden naar de deur wijst wanneer ze niet langer de strikte partijlijn volgen die van bovenaf wordt opgelegd.
De affaire-Jinnih Beels
Kijk naar wat er vandaag bij de Vlaamse socialisten gebeurt: Vooruit heeft de samenwerking met Jinnih Beels stopgezet en haar gevraagd om haar mandaat als gedeputeerde van de provincie Antwerpen neer te leggen. Beels weigert dat. Ze zegt het bestuursakkoord in de provincie verder te willen uitvoeren, ook als onafhankelijke.
Beels is, in tegenstelling tot Lachaert, geen parlementslid. Ze is gedeputeerde en maakt deel uit van de uitvoerende macht van de provincie Antwerpen. Functioneel kun je haar positie dus eerder vergelijken met die van een minister op provinciaal niveau dan met die van een parlementslid.
Dat verschil is juridisch belangrijk. Bij Lachaert leidde een politieke breuk tot een vertrek uit de partij, maar niet tot het einde van zijn parlementaire mandaat. Een parlementair mandaat staat namelijk los van het lidmaatschap van een politieke partij.
Ook bij Jinnih Beels leidt een politieke breuk op zich niet automatisch tot het einde van haar mandaat. Alleen gaat het hier om een uitvoerend mandaat, waardoor de politieke meerderheid wél naar middelen zoekt om haar uit haar functie te zetten.
Juridisch probleem
Daar zit vandaag precies het juridische probleem. Het provinciedecreet voorziet, in tegenstelling tot de regels die onder meer gelden voor gemeenten en het Vlaams Parlement, tot op vandaag niet in een gewone motie van wantrouwen tegen een gedeputeerde. Daarom werd een spoeddecreet ingediend dat een dergelijke constructieve motie van wantrouwen op provinciaal niveau mogelijk moet maken.
De situaties van Lachaert en Beels zijn juridisch dus niet identiek. Politiek zijn ze des te interessanter om naast elkaar te leggen. Want wat verwachten we eigenlijk van politieke partijen?
Ons stemgedrag én de manier waarop we over politiek berichten, suggereren dat we van partijen verwachten dat ze één koers varen. Een voorzitter die de touwtjes in handen heeft, een fractie die eensgezind stemt en politici die de partijlijn volgen. We noemen dat stabiliteit, en dat is aantrekkelijk.
“We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om die meningen onder controle te houden?”
Pablo Verhaeghe
Maar precies daar ontstaat een merkwaardige paradox. Zolang een partij eensgezind optreedt, ervaren we die eenheid als een teken van stabiliteit en leiderschap. Zodra er intern conflict ontstaat, krijgt dezelfde partij al snel het etiket van verdeeldheid, rebellie, chaos of een gebrek aan leiderschap. Misschien beoordelen we politieke partijen daardoor met de verkeerde maatstaf. Waarom zou ik stemmen op een partijlid dat volgt wat de partijvoorzitter met harde hand uitzet? En niet op een partij waarin politici openlijk van mening verschillen?
Dictatuur binnen de democratische partij
Bij Anders zien we wat er gebeurt wanneer interne meningsverschillen leiden tot vertrekken. Het liberale project oogt er niet sterker door. Maar een partij waarin politici kunnen zeggen: ‘Dit is niet langer mijn koers’, en vervolgens kiezen om hun eigen weg te gaan, lijkt mij democratischer dan een partij die leden met spoed wil afzetten wanneer ze van mening verschillen met de voorzitter.
We zeggen te willen stemmen op stabiele partijen, maar bedoelen we daarmee dat een partij sterk genoeg is om verschillende meningen te verdragen, of dat ze sterk genoeg is om verschillende meningen onder controle te houden? De democratische partij is niet diegene waarbinnen een dictatuur bestaat, maar degene waarin verschil van mening mogelijk blijft zonder dat je meteen van het politieke toneel moet afstappen.
Als we van verkozenen toch vooral verwachten dat ze uitvoeren wat de partijvoorzitter beslist, kunnen we het onszelf een stuk makkelijker maken. Laten we dan gewoon stoppen met het hele verkiezingstoneel en die kieslijsten, en alleen de partijvoorzitters verkiesbaar maken. De rest van de partij krijgt dan gewoon een handleiding gesigneerd door de partijvoorzitter en die hoeven ze alleen maar te volgen.
Zouden we dat ook nog een democratie noemen?
Collage: Foto Conner Rousseau: © Vooruit, Foto Jinnih Beels: © StampMedia
De Vlaamse regering wil tegen 2029 in totaal 3,1 miljard euro besparen. Ook het groeipakket wordt aangepakt: de leeftijdsgrens zou dalen van 25 naar 23 jaar en schoolverlaters zouden hun recht op kindergeld verliezen. Reporter Belinay Balci legt uit hoe het zit.
Journalist: Belinay Balci
Camera: Dries Basraoui
Montage: Belinay Balci & Dries Basraoui
Op achtjarige leeftijd moest Fatima Noori Afghanistan ontvluchten. Vandaag richt ze zich met een open brief tot minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt. “Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen.”
Geachte minister Van Bossuyt, ik schrijf u niet omdat ik denk dat migratiebeleid eenvoudig is. Ik schrijf u niet als journalist of burger. Ik schrijf u als iemand die ooit als kind op de vlucht was. Op achtjarige leeftijd moest ik Afghanistan verlaten. Ik begreep niets van oorlog, internationale politiek of geopolitieke belangen, alleen dat de wereld die ik kende plots onzeker werd. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?
Migratie is meer dan asiel
Het migratiedebat gaat vaak alleen maar over asiel en vluchtelingen, terwijl dat slechts een onderdeel is. Een asielzoeker, een arbeidsmigrant, een internationale student, een Europese werknemer, een Belg die terugkeert uit het buitenland, een kind dat zich bij zijn ouders voegt, iemand zonder wettig verblijf: allemaal vallen ze onder het brede begrip ‘migranten’.
De cijfers tonen hoe breed die werkelijkheid is. In 2025 registreerde België volgens Statbel 177.094 immigraties. De grootste nationaliteitsgroep onder de mensen die naar België immigreerden, bestond uit Belgen, gevolgd door Roemenen en Fransen. Migratie gelijkstellen aan asiel geeft dus een onvolledig beeld. Bovendien blijkt uit cijfers van federaal migratiecentrum Myria dat werk in 2024 de belangrijkste verblijfsreden was bij EU-burgers die een eerste verblijfstitel kregen in België.
“Is het migratiebeleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen?“
Fatima Noori (18)
In 2025 vroegen 34.439 mensen internationale bescherming aan in België, 13 procent minder dan in 2024. Is het beleid geslaagd als minder mensen asiel aanvragen? Als ze terugkeren? Of als gezinshereniging moeilijker wordt? Een minister mag een streng migratiebeleid voeren, maar dat wil niet zeggen dat die boven de rechtsstaat staat.
De grenzen van het migratiebeleid
Op 26 februari schorste het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming. Op 21 mei vernietigde het Hof bepalingen waarmee de mogelijkheid werd afgeschaft om in bijzondere omstandigheden opvang in financiële vorm toe te kennen. Volgens het Hof botste die afschaffing met het Europese recht en verschillende grondrechten en kon ze een aanzienlijke achteruitgang betekenen van onder meer het recht op menselijke waardigheid, maatschappelijke hulp, behoorlijke huisvesting en het privé- en gezinsleven.
Ook de Raad van State (RVS) heeft uw beleid begrensd. Nadat u Fedasil op 2 maart de instructie gaf om materiële hulp te beperken voor mensen die al internationale bescherming hadden gekregen in een andere EU-lidstaat, schorste de Raad van State die beslissing op 27 maart. De betrokken personen liepen volgens de RVS het onmiddellijke risico volledig behoeftig te worden en op straat te moeten slapen.
Bovendien was de vereiste juridische procedure niet gevolgd. Op 8 juli werd opnieuw een beslissing over de beperking van materiële hulp geschorst. De minister had volgens de RVS niet aangetoond dat de aanvragen in kwestie konden worden beschouwd als ‘volgende aanvragen’ waarvoor de hulp beperkt mocht worden.
Het is duidelijk dat het huidige systeem problemen heeft, maar als rechterlijke instanties meermaals ingrijpen, gaat de discussie dan nog over hoeveel mensen naar België komen of over de manier waarop we hen behandelen?
Veilige terugkeer?
In juni nam België samen met veertien andere EU-lidstaten deel aan een bijeenkomst van de Europese Commissie met vertegenwoordigers van de taliban over de terugkeer van Afghanen. Volgens de Europese Commissie zochten verschillende lidstaten manieren om onder meer mensen die ernstige misdrijven hadden gepleegd of mogelijk een veiligheidsrisico vormden naar Afghanistan terug te sturen. Uw kabinet bevestigde de Belgische deelname.
Ik begrijp dat regeringen soms moeten spreken met regimes die zij niet erkennen. Ik begrijp ook waarom de overheid wil kunnen optreden tegen iemand die hier ernstige misdrijven pleegt en geen verblijfsrecht heeft. Maar de vraag blijft wat veilige terugkeer betekent wanneer er wordt onderhandeld met een regime dat fundamentele rechten zwaar beperkt, in het bijzonder die van vrouwen en meisjes.
“Mijn verhaal mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals een verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen“
Fatima Noori (18)
Mijn band met dat onderwerp is persoonlijk. Toen ik mijn ouders tijdens onze vlucht vroeg waar we naartoe gingen, antwoordden ze: “Zo ver mogelijk.” Pas later begreep ik dat ze niet op zoek waren naar het rijkste land of het gemakkelijkste systeem. Ze zochten een plek waar we veilig konden zijn. Maar mijn verhaal is slechts één migratieverhaal. Het mag niet gebruikt worden om alle migratie te verklaren, net zoals één verhaal over fraude, criminaliteit of mislukte integratie niet gebruikt mag worden om iedereen met een migratieachtergrond te beoordelen.
Eerlijk gesprek over migratie
Problemen mogen benoemd worden. Misbruik bestaat en integratie lukt niet altijd. De opvang staat onder druk, procedures duren te lang en het terugsturen van mensen zonder verblijfsrecht blijkt in de praktijk moeilijk. Maar wanneer migratie zelf voortdurend als probleem wordt voorgesteld, bestaat het gevaar dat ook mensen als probleem worden gezien.
Ik vraag u niet om grenzen af te schaffen of problemen te ontkennen, maar om te kijken naar wie de migranten zijn, waarom ze naar België komen, welke rechten ze hebben en wat er gebeurt nadat een beslissing over hun leven is genomen. Wat als mijn toekomst afhankelijk was van de beslissing van iemand die mij nooit heeft ontmoet?
België gaf me ooit de kans om opnieuw te beginnen. Daardoor kon ik naar school gaan, leerde ik schrijven en kan ik vandaag openlijk het beleid van een minister in vraag stellen. België gaf me een stem, die ik niet alleen gebruik voor mensen met hetzelfde verhaal als ik, maar voor een eerlijker gesprek over migratie.
Zo’n 120 jongeren in Mechelen vroegen aandacht voor een eerlijker economisch systeem. De actie vond plaats tijdens de Ambassadeursdag van Youca.
Youca brengt jongeren samen rond maatschappelijke thema’s en geeft hen ruimte om hun stem te laten horen. Wij trokken mee door Mechelen en vroegen de jongeren waarvoor zij op straat kwamen en welke verandering zij willen zien.
Journalist: Belinay Balci
Camera en montage: Dries Basraoui
Wat blijft er over nadat de gezangen verstommen, de protesten eindigen en de wereld wegkijkt? ‘Unfinished Spring’ vertelt het verhaal van Razan Horia — een jonge Syrische vrouw die, zoals zovelen van haar generatie, de hoogste prijs betaalde voor haar toekomst. Door Razans diep persoonlijke herinneringen onthult deze documentaire de emotionele en generatiegebonden kost van revolutie. Het is een portret van wat het betekent om alles op te offeren — familie, verleden, identiteit — voor een verandering die onvoltooid blijft.
Na 613 dagen stil te hebben gestaan, kreeg Brussel in februari eindelijk een regering.
Elke Van den Brandt (Groen) trad uit als minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid en kreeg dezelfde titel in de nieuwe regering. Ze heeft veel werk voor de boeg: “Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen, met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”
Brussel heeft bijna twee jaar zonder regering gezeten. Hoe is de partij Groen omgegaan met onzekerheden?
“Ik vond dat een verschrikkelijke periode, want ik zie mijn stad graag. Dat was een periode waarin alleen negatief over Brussel werd gesproken. Waarin ook geen nieuwe initiatieven konden genomen worden, waardoor veel organisaties in onzekerheid zaten. Ik heb ideeën, ik heb projecten, ik wil de stad vooruit zien gaan, maar veel zaken konden niet. Je zit in een soort wachttijd, maar Brussel heeft niet de tijd om eventjes in de wachtkamer te zitten. Hier is nog veel werk en dat heeft zich laten merken. Ik ben er eigenlijk nog altijd kwaad over, want die periode heeft veel schade aangericht.”
Wat heeft Groen wel bereikt in deze periode?
“Ik hoop dat wij hebben kunnen tonen dat je heel standvastig op je inhoud kunt zijn, maar wel constructief in de samenwerking. In die periode was het voornaamste doel: we moeten opnieuw een regering hebben. We wilden gewoon een ploeg die Brussel graag ziet en daarbinnen zouden we wel knokken voor onze standpunten.
Het mobiliteitsplan is heel controversieel geweest. Zeven partijen met elk hun eigen visie, dat is veel. Dan moet je wel gaan zoeken naar die compromis. Wij hebben de verkiezingen gewonnen met Groen, ik heb mijn persoonlijke score kunnen verdubbelen, dus ik ben wel gaan onderhandelen. Mensen hebben op mij gestemd omdat ze ambitie willen op mobiliteit, op publieke ruimte. Dat moet ik nu ook waarmaken. Met die mindset ben ik aan tafel gaan zitten.”
“Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft ‘Good Move’ hetzelfde”
Georges-Louis Bouchez (MR) maakte een felle opmerking over het zogenaamde einde van ‘Good Move’, het Brusselse mobiliteitsplan. Wat vond u hiervan?
“Ergens vond ik dat wel grappig, want hij had voor de onderhandelingen al beslist dat hij dat ging zeggen. ‘Good Move’ heeft veel positieve effecten gehad: er is minder autoverkeer door het centrum, er is minder lawaai en vervuiling, er wordt meer gefietst en gewandeld en de horeca doet het goed. Het huidige plan loopt nog tot 2030. De opvolger krijgt een nieuwe naam en de circulatieplannen zullen meer toegespitst zijn rond scholen. Met de naam was ik niet getrouwd en voor de rest blijft het hetzelfde.”
Brussel wordt weleens een filestad genoemd, sommigen schrijven dat toe aan de zone dertig. Klopt dat?
“We hebben dat allemaal onderzocht toen we die invoerden. We hebben tien vaste trajecten binnen Brussel bepaald en gemonitord om te kijken of je langer onderweg bent. Dat is niet het geval. In een stad is de gemiddelde snelheid eigenlijk al maar achttien kilometer per uur, omdat je vaak moet stoppen. Een file wordt vooral bepaald door het aantal auto’s aan kruispunten. We voorzien slimme verkeerslichten aan kruispunten voor een vlotte doorstroming en we proberen mensen te overtuigen om zich op andere manieren te verplaatsen. Iedereen die op de fiets zit, staat al niet mee in de file.”
En er komen ook steeds meer fietsers bij, maar volgens cijfers van het Fietsobservatorium voelen die zich almaar onveiliger en was er in 2025 een forse stijging van het aantal fietsdoden. Hoe komt dit?
“Er zijn drie keer meer fietsers. Brussel stond nog niet bekend als fietsstad. We hebben al veel fietspaden aangelegd zodat je veilig kan fietsen, maar er is nog werk. 2025 was een slecht jaar voor verkeersveiligheid in Brussel. Er waren twintig verkeersdoden, wat heel veel is. Maar in het algemeen zien we tegenover tien jaar geleden wel een sterke daling.
We volgen het reële veiligheidsrisico voor fietsers op. We zien dat het aantal ongevallen niet meestijgt met het aantal fietsers. Het ongevalsrisico wordt dus niet groter, maar dat gevoel bij mensen wel. Dat komt omdat er nu meer diversiteit is tussen fietsers: kinderen, jongeren, ouderen. Dat gevoel van veiligheid is echt belangrijk en daarom blijven we inzetten op aparte fietspaden, waarop mensen op hun eigen tempo kunnen fietsen. We voelen nog steeds dat we daar een inhaalbeweging aan het maken zijn.”
“In Brussel mikken we op om de 9 minuten een bus. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen”
In Vlaanderen wordt bespaard op De Lijn. Is dat ook een trend bij de MIVB in Brussel?
“Integendeel, wij blijven investeren in de MIVB. Daar ben ik trots op: in Brussel hebben wij goed openbaar vervoer. We hebben de vorige regeerperiode ingezet op groei en het aanbod met vijftien procent doen toenemen, twee nieuwe tramlijnen ingericht en het jongerentarief sterk verlaagd.
We vragen aan de MIVB om een aantal inspanningen rond besparingen, maar dat mag het aanbod niet raken. Dat ga ik ook blijven verdedigen, want het is heel contraproductief om te besparen op openbaar vervoer. Als er te weinig mensen een bepaalde bus nemen, moet je die niet schrappen. Je moet dan net meer bussen inleggen, zodat het een toegankelijker alternatief wordt. Anders krijg je mensen nooit uit de auto.
In Brussel mikken we op ‘om de negen minuten een bus’. Dat doen we bewust omdat we weten dat, zolang je onder die dubbele cijfertjes blijft, mensen niet moeten plannen. Als er nieuwe bussen worden aangekocht, moeten die elektrisch zijn, dat is goed voor de luchtkwaliteit en we merken dat die ook meer worden geapprecieerd in woonwijken. Het is de bedoeling dat mensen de MIVB als een goede vriend gaan zien. Dat vraagt veel investeringen, maar daardoor zie je wel dat in Brussel meer dan de helft van de mensen geen wagen heeft. Mensen gaan zich anders verplaatsen en daardoor winnen we plek.”
“Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, je merkt dat mensen daar echt naar snakken”
Groen wordt alsmaar groter in steden, maar gaat federaal achteruit. Waarom is dat contrast zo groot?
“Omdat je in de steden veel meer voelt waarover het gaat. Als ik hier in Brussel wordt verkozen, is dat omdat mensen weten dat het leven er zo beter op wordt. Omdat wij zeggen: we gaan bomen planten in de straat, we gaan fietspaden aanleggen zodat uw kind veilig naar school kan, we leggen extra bussen in. Mensen voelen concreet wat het voor hen betekent om een groenbeleid te hebben. Ik heb in Brussel veel weerstand gehad, maar ook veel steun ervaren. En dat liep tot nu toe moeilijker met ons federaal beleid. Dat veel meer uitleggen, dat is een uitdaging voor Groen.”
Denkt u dat de nieuwe partijvoorzitter, Aimen Horch, Groen nieuw leven in kan blazen?
“Ik geloof er heel hard in. Hij deed zijn campagne voor het voorzitterschap rond ‘hoop’. Mensen hebben het gevoel dat de wereld instort. Die hoop terugbrengen, alternatieven bieden voor doemscenario’s, je merkt dat mensen daar echt naar snakken.
Hij wil ook vechten voor de mensen, het opnemen voor de jongeren, heeft een achtergrond in migratie en in armoede. Hij brengt andere ervaringen mee en dat hebben we echt nodig in de politiek. Ik ben blij dat Aimen stemmen gaat vertolken die nog te weinig vertolkt zijn.
Brussel is een solidaire stad, met heel veel mensen die elkaar helpen. Zo moeten we ook aan politiek doen: empathisch zijn en compromissen zoeken. Ik geloof erin dat je dat moet tonen om mensen ook dat beeld te geven: het kan écht anders.”