• Elke dinsdag-, woensdag- en donderdagmiddag StampLab, waar je experimenteert met media

  • Boek een mediawijze workshop voor je klas of organisatie

Category Archives: Sport

In deze aflevering van Balgezever bespreken en voorspellen Ibra, Souf, Victor en Keano het nieuwe voetbalseizoen in Engeland. Wie wordt kampioen in de Premier League en welke ploegen degraderen naar de Championship? Wie wordt dé toptransfer en welke spelers kronen zich tot topschutter en assistkoning?

Balgezever is een voetbalpodcast waarin nationale en internationale voetbalcompetities worden becommentarieerd. Balgezever wordt gemaakt door onder anderen Ibra Ndongo, Rayan Bekkour, Kamiel Schoofs, Keano De Boeck, Soufiane Carauch, Lex Wouters, Selmaan Machmach en Maurits Vercruysse.

Reporters Yahya Aqad en Ahmad Hardan gingen de sfeer opsnuiven tijdens het EK 3×3 basketbal dat vorig weekend plaatsvond op de Groenplaats en Grote Markt in Antwerpen.

Letland, dat de Belgian Lions nog uitschakelde in de kwartfinale, kroonde zich tot Europees kampioen bij de mannen. Het versloeg Nederland in de finale. Bij de vrouwen trok Oranje wél aan het langste eind door Spanje te kloppen in de 3×3-finale.

Journalist: Yahya Aqad
Camera: Ahmad Hardan

In Antwerpen vond op 12 september het EK 3×3 basketbal plaats. Reporters Ibrahim en Akram gingen de sfeer rond het toernooi opsnuiven.

Foto’s: © 2026 Stampmedia / Akram Alibrahimi, Ibrahim Abdulle

In Park Spoor Noord vond er woensdag een voetbaltoernooi plaats, georganiseerd door SAAMO De Wijk. Het doel: jongeren en ouderen samenbrengen. Geen enkele deelnemer – jong of oud – ging met lege handen naar huis. Iedereen kreeg een medaille en ieder team een beker. Reporters Ahmad Hardan en Abdulmasih Alkak waren ter plaatse en brachten het toernooi in beeld.

Foto’s: © 2026 StampMedia / Ahmad Hardan, Abdulmasih Alkak

Voor supporters begint een voetbalwedstrijd wanneer ze het stadion binnenstappen. Achter de schermen is de voorbereiding dan al veel langer bezig. Risicoanalyses, controles, overleg tussen veiligheidsdiensten en tientallen medewerkers moeten ervoor zorgen dat duizenden supporters veilig een wedstrijd kunnen bijwonen. Henk Dedeurwaerder, Manager Infrastructuur, Organisatie en Veiligheid bij KAA Gent, legt uit hoe zo’n wedstrijddag wordt voorbereid.

Lang voordat de eerste supporter door de toegangspoortjes stapt, is al bepaald hoe een wedstrijd op veiligheidsvlak wordt aangepakt. Bij het begin van het voetbalseizoen voeren de veiligheidsdiensten een risicoanalyse uit. Wedstrijden worden daarbij ingedeeld volgens een lage, gemiddelde of hoge risicograad.

Die inschatting heeft concrete gevolgen. Op basis van de risicograad wordt onder meer bepaald hoeveel veiligheidspersoneel nodig is en of een combiregeling wordt toegepast. Bij zo’n regeling moeten bezoekende supporters met georganiseerd busvervoer naar het stadion komen. Thuis- en uitsupporters worden bovendien zowel op de parkings als in het stadion van elkaar gescheiden.

De voorbereiding beperkt zich niet tot de wedstrijddag zelf. Elk jaar sluit KAA Gent een veiligheidsovereenkomst af met het stadsbestuur en de politie. Daarin worden afspraken vastgelegd over de organisatie en veiligheid van wedstrijden. In de dagen voor een wedstrijd vindt daarnaast een veiligheidscoördinatiemeeting plaats met onder meer de veiligheidsverantwoordelijken van de club en vertegenwoordigers van de ordediensten.

Eerst het stadion

Op de wedstrijddag zelf begint een belangrijk deel van het veiligheidswerk voordat de stadionpoorten opengaan. Het stadion wordt opgedeeld in verschillende zones. Per zone gaat een ploeg stewards aan de slag onder leiding van een verantwoordelijke.

“Voor de opening van het stadion een zogenaamde sweeping plaats. Daarbij worden de verschillende zones gecontroleerd op zaken die de veiligheid in gevaar kunnen brengen”, zegt Dedeurwaerder. De stewards werken daarvoor met digitale takenlijsten waarop de uitgevoerde controles worden geregistreerd. Pas wanneer alle zones gecontroleerd zijn, wordt vanuit het commandolokaal toestemming gegeven om het stadion voor het publiek te openen.

Ook voor noodsituaties ligt vooraf vast hoe moet worden gehandeld. Het stadion beschikt over evacuatieplannen, nooduitgangen en medische hulpposten. Daarnaast heeft de club een intern noodplan waarin procedures voor verschillende noodscenario’s zijn opgenomen. Voor de supporter die later zijn plaats op de tribune inneemt, blijft het grootste deel van die voorbereiding onzichtbaar.

De laatste afspraken

Ongeveer anderhalf uur voor de wedstrijd volgt nog een belangrijk overlegmoment. Tijdens de zogenaamde Match Delegate Organisation-meeting worden de laatste organisatorische en veiligheidsaspecten van de wedstrijd overlopen. Aan die vergadering nemen verschillende partijen deel, waaronder de match delegate van de voetbalbond, de vierde scheidsrechter, de teammanagers en veiligheidsverantwoordelijken van beide clubs en een vertegenwoordiger van de televisieproductie. Bij wedstrijden met een hoger risico zijn vooraf ook andere veiligheids- en hulpdiensten nauwer betrokken bij de voorbereiding.

Terwijl de eerste supporters richting het stadion trekken, staat zo een hele veiligheidsorganisatie klaar. KAA Gent doet op wedstrijddagen een beroep op suppoosten, stewards, veiligheidsagenten, politie, brandweer en medische hulpverleners. Iedereen heeft daarbij een eigen taak. Suppoosten voeren onder meer controles uit op de parkings en aan de ingangen. Stewards begeleiden supporters, controleren mee aan de toegang en zorgen ervoor dat doorgangen en nooduitgangen vrij blijven. Stewards zijn daarmee het meest zichtbare deel van een veel grotere veiligheidsorganisatie. Achter hen staan verschillende professionele veiligheids- en hulpdiensten klaar om in te grijpen wanneer dat nodig is.

Vanuit het commandolokaal

Wanneer de wedstrijd eenmaal bezig is, wordt de situatie in het stadion voortdurend opgevolgd. “Het veiligheidslokaal wordt bemand door een multidisciplinair team”, verklaart Dedeurwaerder. Daarin zitten onder meer vertegenwoordigers van politie, brandweer en medische hulpverlening, naast cameraoperatoren en verantwoordelijken van de club.

Vanuit dat lokaal kan worden gereageerd wanneer zich ergens in of rond de tribunes een probleem voordoet. Via het omroepsysteem kunnen indien nodig ook boodschappen aan het stadion worden meegedeeld. Op de tribunes en in de gangen blijven stewards ondertussen toezicht houden. Medische hulpverleners staan klaar om eerste zorgen toe te dienen wanneer een supporter onwel wordt of gewond raakt.

De veiligheidsorganisatie gaat bovendien verder dan het voorkomen van klassiek supportersgeweld. Voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag heeft KAA Gent een Safe Guard Officer. Wanneer zo’n incident wordt gemeld, kan het slachtoffer naar een veilige ruimte worden begeleid. Vandaaruit wordt bekeken welke verdere stappen nodig zijn.

Als het toch misgaat

Alle voorbereidingen moeten de kans op incidenten zo klein mogelijk maken. Toch moet de club ook voorbereid zijn op het scenario waarin het tijdens de wedstrijd misgaat. Wanneer een incident zo ernstig is dat de wedstrijd wordt stilgelegd, komen de verantwoordelijken van verschillende partijen samen. Zij beoordelen de situatie en beslissen op basis van het veiligheidsrisico over het verdere verloop van de wedstrijd. Afhankelijk van de omstandigheden kan de wedstrijd worden hervat of definitief worden stopgezet.

Juist op zulke momenten wordt zichtbaar waarom zoveel verschillende partijen bij de organisatie betrokken zijn. Voetbalveiligheid is niet uitsluitend een taak van de club. Politie, brandweer, medische diensten, stewards, veiligheidsagenten en voetbalinstanties hebben allemaal een eigen verantwoordelijkheid.

Voor de meeste supporters blijft die organisatie grotendeels buiten beeld. Zij zien de steward aan de ingang, ondergaan eventueel een controle en merken de aanwezigheid van politie rond het stadion op. De risicoanalyses, vergaderingen, controles en noodprocedures die daaraan voorafgaan, krijgen ze niet te zien. Wanneer de scheidsrechter uiteindelijk fluit voor de aftrap, begint voor duizenden supporters de wedstrijd. Voor de mensen die instaan voor hun veiligheid is ze dan al veel langer bezig.

Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.

Stewards, stadionverboden, identiteitscontroles, politie en camera’s: Belgische voetbalclubs beschikken over een uitgebreid arsenaal om supportersgeweld tegen te gaan. Toch bestaat er geen maatregel die het probleem alleen kan oplossen. Onderzoeker Rein Struyve ziet bovendien zwakke plekken in het huidige systeem: de positie van stewards verschillen tussen stadions en de verantwoordelijkheid van clubs verdienen meer aandacht.

Pyrotechniek op de tribunes, rondvliegende bekers en confrontaties tussen supporters halen regelmatig het nieuws. Daartegenover staan veiligheidsmaatregelen die de voorbije decennia steeds verder zijn uitgebouwd. Maar weten we eigenlijk hoe goed al die maatregelen werken? Dat is een van de vragen waar onderzoeker Rein Struyve zich mee bezighoudt. Samen met professor Wim Hardyns ontwikkelde hij de Voetbalveiligheidsbarometer. Daarmee wordt wetenschappelijk onderzocht hoe veilig het Belgische voetbal is.

Volgens Struyve was daar nood aan. Officiele statistieken brengen verschillende soorten incidenten soms samen in bredere categorieën, waardoor moeilijk te achterhalen is welke problemen het vaakst voorkomen. De barometer kijkt daarom niet alleen naar geweld, maar ook naar onder meer infrastructuur, toegangscontroles, camera’s en de ervaringen van veiligheidsactoren. De resultaten tonen vooral dat het supportersgeweld verandert.

Andere problemen

Twintig jaar geleden onderzocht Hardyns al voetbalgeweld. Toen kwamen volgens Struyve vooral racisme en fysiek geweld sterk naar voren. Vandaag ziet het landschap er anders uit. “Wat we zien, is dat andere vormen van voetbalgeweld vaak voorkomen”, zegt Struyve. Vooral pyrotechniek springt eruit. Ook het gooien van voorwerpen, het dragen van bivakmutsen en het gebruik van harddrugs komen volgens het onderzoek naar voren. Bij harddrugs gaat het volgens Struyve voornamelijk om cocaïne.

Opvallend is dat discriminatie volgens de barometer minder vaak wordt waargenomen dan misschien wordt gedacht. Dat betekent niet dat het probleem verdwenen is, maar wel dat andere vormen van wangedrag vaker worden gerapporteerd. Pyrotechniek staat daarbij bovenaan.

Dat vuurwerk ondanks toegangscontroles het stadion blijft binnenkomen, heeft volgens Struyve verschillende oorzaken. Het maakt voor bepaalde ultragroepen deel uit van hun groepsidentiteit. Tegelijk ziet hij beperkingen bij de controles aan de stadionpoorten.

Stewards kennen de supporters vaak persoonlijk en zijn in de eerste plaats belangrijk voor onthaal en begeleiding. Maar om de veiligheid streng te bewaken, hebben ze volgens Struyve minder middelen. Daar komt bij dat supporters bijzonder inventief kunnen zijn in het verbergen van pyrotechnisch materiaal. Een eenvoudige oplossing bestaat daarom niet.

Geen wondermaatregel

Clubs beschikken vandaag nochtans over heel wat instrumenten: stewards, camerabewaking, identiteitscontroles, combiregelingen en stadionverboden. Volgens Struyve hebben die maatregelen allemaal op een bepaalde manier een preventief effect. “Ik denk dat het echt een combinatie is. Ik denk niet dat er een maatregel uitsteekt die ervoor zal zorgen dat voetbalgeweld uitgeroeid wordt.”

“Ik denk niet dat er een maatregel uitsteekt die ervoor zal zorgen dat voetbalgeweld uitgeroeid wordt”

Rein Struyve (onderzoeker)

Vooral over de klassieke identiteitscontrole heeft hij vragen. Daarbij wordt gecontroleerd of de identiteit van de supporter overeenkomt met de naam op het ticket. Zulke controles kosten tijd en zijn niet altijd waterdicht. Digitalisering kan daar volgens hem verbetering in brengen. De invoering van identiteitsverificatie via Itsme ziet hij als een stap vooruit. Ook toeganscontrole met gezichtsherkenning kan volgens Struyve mogelijkheden bieden, al roept die technologie vragen op rond privacy en draagvlak bij supporters.

Stewards in de frontlinie

Maar technologie lost niet alles op. Volgens Struyve moet ook worden gekeken naar wie vandaag verantwoordelijk is voor de veiligheid in het stadion. Stewards spelen daarin een bijzondere rol. Dat zijn vrijwilligers die de club goed kennen, die bezoekers begeleiden en met supporters in dialoog gaan. Maar net die mensen staan bij incidenten vaak als eersten tegenover de supporters.

Uit de Voetbalveiligheidsbarometer blijkt volgens Struyve dat stewards regelmatig slachtoffer worden van voetbalgeweld. Bovendien zijn ze minder tevreden over de nazorg die ze na incidenten krijgen dan bijvoorbeeld politiemensen. Dat roept volgens hem vragen op over wat van een steward mag worden verwacht. “Ik denk niet dat het de verantwoordelijkheid is van iemand die daar aan een vrijwilligersvergoeding staat om tussen te komen bij zwaar fysiek geweld.”

Struyve pleit er niet voor om stewards uit de stadions te halen. Integendeel. Hun vertrouwdheid met supporters maakt hen volgens hem waardevol voor onthaal, begeleiding en dialoog. Voor zwaardere veiligheidstaken moet volgens hem wel worden bekeken of beter opgeleide of andere veiligheidsdiensten kunnen worden ingezet. Daarmee komt ook de verantwoordelijkheid van de clubs zelf in beeld.

Wie betaalt voor veiligheid?

Volgens Struyve ligt de prioriteit bij voetbalclubs sterk op het sportieve. Daardoor krijgt veiligheid volgens hem soms minder aandacht. “Ik denk dat clubs daar meer verantwoordelijkheid in kunnen nemen.” Hij wijst daarbij op een bredere discussie over politie-inzet rond voetbalwedstrijden. Meer politie inzetten lijkt een voor de hand liggende oplossing, maar de kosten daarvan komen uiteindelijk bij de samenleving terecht.

Struyve vraagt zich daarom in welke mate publieke middelen moeten worden ingezet voor de veiligheid van een privé-evenement. Anders dan bijvoorbeeld een jaarlijks festival worden in het Belgische profvoetbal vrijwel ieder weekend wedstrijden georganiseerd. Volgens hem mogen clubs daarom sterker geresponsabiliseerd worden om zelf in veiligheid te investeren. Meer politie betekent bovendien niet noodzakelijk minder problemen.

Harder is niet altijd beter

Ook Joshua Geertsen, directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, waarschuwt dat een te repressieve aanpak vijandigheid kan veroorzaken. Hij wees eerder op het belang van communicatie met supporters en een goede ontvangst van bezoekende fans. Volgens hem is er wetenschappelijk bewijs dat die aanpak werkt.

Onderzoek naar zogenoemde dialogue-based policing toont dat een grote politieaanwezigheid, en vooral een harde, bijna paramilitaire aanpak, eerder tot escalatie dan de-escalatie kan leiden bij bepaalde supportersgroepen. Dat betekent niet dat politie uit het stadion moet verdwijnen. Het gaat volgens Struyve vooral om de manier waarop er wordt opgetreden.

Ook stadionverboden illustreren die moeilijke balans. Een Supporter Liaison Officer (SLO) vertelde tijdens dit onderzoek dat een stadionverbod een gewone supporter sterk kan afschrikken, terwijl zo’n verbod binnen bepaalde harde kernen juist aanzien kan opleveren. Struyve herkent dat gedeeltelijk vanuit onderzoek naar hooliganisme. Toch schrijft hij stadionverboden niet af. Ze werpen letterlijk een barrière op waardoor iemand die zich heeft misdragen niet zomaar opnieuw het stadion binnen kan. De effectiviteit hangt vervolgens wel samen met de kwaliteit van toegangs- en identiteitscontroles.

Niet overal hetzelfde

Daar komt nog een ander probleem bij: de veiligheidsaanpak verschilt van stadion tot stadion. Volgens Struyve bestaat er relatief weinig uniformiteit. “Je merkt dat je in het ene stadion meer mag uitsteken dan in het andere.” Ook infrastructuur speelt daarbij een rol. Moderne stadions bieden volgens hem meer mogelijkheden om nieuwe veiligheidstechnologie, goede camerasystemen en geavanceerde toegangscontroles te gebruiken. Bij oudere infrastructuur is dat niet altijd even eenvoudig.

“Je merkt dat je in het ene stadion meer mag uitsteken dan in het andere”

Rein Struyve (onderzoeker)

Het verschil zit dus niet alleen in regels, maar ook in de middelen waarover clubs beschikken. Dat maakt het moeilijk om over ‘dé Belgische aanpak’ van supportersgeweld te spreken. Dezelfde regelgeving kan in verschillende stadions uiteindelijk anders worden toegepast.

Niet noodzakelijk extremer

Toch waarschuwt Struyve ervoor om daaruit te concluderen dat het supportersgeweld steeds extremer wordt. “Extremer is wat alarmistisch. Dat wordt vaak snel geroepen.” Net daarom vindt hij het belangrijk dat de Voetbalveiligheidsbarometer in de toekomst opnieuw wordt uitgevoerd. Pas wanneer dezelfde metingen over meerdere jaren worden herhaald, kan wetenschappelijk worden vastgesteld of het probleem daadwerkelijk groter wordt.

Wat vandaag wel zichtbaar is, is een verschuiving. Fysieke confrontaties vinden volgens Struyve bijvoorbeeld minder uitsluitend in en rond het stadion plaats. Sommige groepen spreken verder van het stadion af om elkaar op te zoeken, bijvoorbeeld bij zogenaamde bosgevechten. Niet noodzakelijk meer of extremer geweld dus, maar andere vormen en andere plaatsen.

De volgende stap

Voor de komende jaren ziet Struyve mogelijkheden om het Belgische voetbalveiligheidsbeleid verder te professionaliseren. Betere toegangscontroles zijn daar een onderdeel van, maar ook de manier waarop risicowedstrijden worden ingeschat kan volgens hem verbeteren. Vandaag gebeurt zo’n risico-inschatting nog sterk op basis van ervaring en eerdere incidenten. Een wedstrijd die in het verleden problemen opleverde, wordt daardoor sneller opnieuw als risicowedstrijd beschouwd.

Volgens Struyve kan in de toekomst meer met data worden gewerkt. Factoren zoals het competitieve belang, het verwachte aantal uitsupporters, de ligging van het stadion en eerdere incidenten kunnen samen een nauwkeuriger risicobeeld opleveren. Op langere termijn ziet hij zelfs mogelijkheden voor toepassingen van kunstmatige intelligentie. Maar technologie is uiteindelijk slechts een deel van het antwoord.

Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.

Een voetbalwedstrijd beveiligen begint niet wanneer de scheidsrechter fluit. Risicoanalyses, veiligheidsafspraken, stewards, politie en supportersoverleg worden ruim voor de wedstrijd voorbereid. Toch waarschuwt de Dienst Voetbalveiligheid dat meer controle alleen niet volstaat. Ook communicatie, vertrouwen en de manier waarop supporters worden behandeld, bepalen mee of een wedstrijd rustig verloopt.

Wie op een wedstrijddag het stadion binnenwandelt, ziet vooral stewards aan de poorten, ticketcontroles en eventueel politie in de omgeving. Een groot deel van de veiligheidsorganisatie blijft voor de gemiddelde supporter echter onzichtbaar.

Ook bij Beerschot begint de veiligheidswerking al voor de supporters aan het stadion verschijnen. Bram Vaesen, communicatieverantwoordelijke bij de club, vertelde dat vooraf sweepings worden uitgevoerd om het stadion te controleren op voorwerpen die er niet thuishoren. Aan de ingangen volgen vervolgens ticket- en identiteitscontroles en kunnen supporters worden gefouilleerd.

Die controles hebben volgens Vaesen ook hun beperkingen. Stewards mogen slechts een oppervlakkige fouillering uitvoeren. Veiligheid is daardoor niet alleen een kwestie van controleren aan de stadionpoort. De club werkt ook samen met politie en andere veiligheidsdiensten en zet in op overleg met supporters.

Meer dan controleren

De aanpak bij Beerschot illustreert dat preventie uit verschillende lagen bestaat. Controles moeten voorkomen dat verboden materiaal het stadion binnenkomt, terwijl stewards en veiligheidsdiensten tijdens de wedstrijd toezicht houden. Tegelijk probeert de club vooraf met supporters te communiceren. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in de aanpak van pyrotechniek. Beerschot voert vooraf sweepings uit, controleert bagage en kledij aan de ingangen en werkt samen met politie en veiligheidsdiensten. Daarnaast worden supporters gesensibiliseerd en kunnen sfeeracties vooraf met de club worden besproken.

Die combinatie van controle, communicatie en samenwerking past binnen het bredere Belgische voetbalveiligheidsbeleid. Joshua Geertsen, directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken, legt uit dat zijn dienst controleert of clubs voldoen aan wettelijke voorschriften rond onder meer infrastructuur, ticketbeleid en de inzet van stewards. Daarnaast behandelt een sanctieteam processen-verbaal en kunnen boetes en stadionverboden worden opgelegd. Een beleidsteam houdt zich bezig met de analyse en aanpassing van regelgeving en ondersteunt projecten die de voetbalveiligheid moeten verbeteren. Clubs organiseren bovendien lokale adviesraden waarin onder andere politie, brandweer, supportersverenigingen en soms buurtbewoners samenkomen.

Contact met supporters

Opvallend genoeg noemt Geertsen niet meer politie, strengere fouilleringen of meer camera’s wanneer hem wordt gevraagd welke preventievemaatregel het belangrijkst is. “Het belangrijkste wat je kan doen ter preventie, is contact met de supportersgroepen.” Daarbij speelt volgens hem de Supporter Liaison Officer, of SLO, een belangrijke rol. Die vormt de schakel tussen het clubbestuur en de supporters. Ook spotters van de politie proberen dicht bij supportersgroepen te staan.

Een goede wisselwerking tussen supporters, club en politie kan volgens Geertsen voorkomen dat situaties escaleren. Wanneer veiligheidsdiensten weten wat er leeft binnen supportersgroepen, kunnen ze beter inschatten welke maatregelen nodig zijn. Dat betekent niet dat verboden gedrag wordt toegestaan. Geertsen geeft het voorbeeld van supporters die van plan zijn pyrotechniek te gebruiken. Wanneer de club en de politie dat vooraf weten, kunnen ze erop anticiperen, ook al blijft het gebruik verboden. Een vertrouwensband kan volgens hem zelfs helpen om bij gevoelige wedstrijden minder drastische maatregelen te nemen. Dat kan op zijn beurt zorgen voor een rustigere sfeer.

In een kooi

Meer veiligheidsmaatregelen betekenen volgens Geertsen namelijk niet automatisch meer veiligheid. Vooral de manier waarop uitsupporters worden ontvangen, kan volgens hem een rol spelen bij het ontstaan van spanningen. Bezoekende supporters komen volgens hem soms terecht in een afgelegen deel van het stadion, met slechte sanitaire voorzieningen, weinig begeleiding en zware controles. Zo kan al voor de wedstrijd vijandigheid ontstaan. “Hoe meer mensen zich in een kooi gaan voelen, hoe meer ze zich ook gaan gedragen als beesten.”

“Als je iemand gaat behandelen als een dader, dan gaat hij zich veel sneller gedragen als een dader”

Joshua Geertsen (directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken)

Geertsen wijst daarom op het belang van wat hij het service-aspect noemt. Voetbalveiligheid bestaat volgens hem niet alleen uit safety en security, maar ook uit service. De manier waarop supporters worden ontvangen en behandeld, kan mee bepalen hoe ze zich gedragen. “Als je iemand gaat behandelen als een dader, dan gaat hij zich veel sneller gedragen als een dader.” Een proper bezoekersvak, goede sanitaire voorzieningen en duidelijke begeleiding lijken misschien kleine zaken tegenover camerabewaking en politie-inzet. Volgens Geertsen kunnen ze wel bijdragen aan een minder vijandige omgeving.

Preventie alleen volstaat niet

Communicatie en een goede ontvangst hebben volgens Geertsen echter hun grenzen. Preventie werkt moeilijk wanneer supporters denken dat overtredingen toch zonder gevolgen blijven. “We kunnen heel preventief optreden en sensibiliseren. Maar als die supporters de perceptie van straffeloosheid krijgen, dan mag je nog zoveel sensibiliseren.” Wanneer supporters denken dat ze door een bivakmuts niet geidentificeerd kunnen worden of merken dat bij incidenten nauwelijks wordt opgetreden, kan volgens hem het gevoel ontstaan dat ze weinig risico lopen.

Daarom is naast preventie ook handhaving nodig. Geertsen ziet daarbij verschillen tussen lokale politiezones. Sommige zones besteden volgens hem meer aandacht aan de voetbalwet en het identificeren en sanctioneren van overtreders. Dat heeft ook gevolgen voor clubs. Zij kunnen supporters sensibiliseren en regels communiceren, maar die boodschap verliest aan kracht wanneer overtredingen zelden gevolgen hebben. “Als men enkel met de wortel gaat werken, dan wordt het heel moeilijk om bepaalde supportersgroepen in lijn te houden”, zegt Geertsen.

Bekers en vuurwerk

Supportersgeweld bestaat bovendien uit meer dan vechtpartijen. Volgens Geertsen behoort het gooien van voorwerpen tot de vaakst voorkomende inbreuken. Een beker of ander voorwerp is snel gegooid wanneer frustraties oplopen. Ook pyrotechniek staat volgens hem de laatste jaren bij de meest voorkomende overtredingen. Geertsen schat dat ongeveer een kwart van de inbreuken betrekking heeft op het bezit of gebruik van pyrotechnisch materiaal. Niet alleen degene die het vuurwerk afsteekt, kan worden gestraft. Ook het faciliteren ervan is strafbaar. Wie bijvoorbeeld een vlag voor iemand houdt zodat die persoon ongezien pyrotechniek kan afsteken, kan eveneens worden gesanctioneerd.

Geertsen ziet daarnaast een verandering in de manier waarop incidenten plaatsvinden. Hij benadrukt dat cijfers tussen seizoenen moeilijk rechtstreeks te vergelijken zijn, onder meer omdat het aantal wedstrijden kan verschillen. Toch ziet hij sinds de coronaperiode een duidelijke evolutie. Het aantal wedstrijden waarbij incidenten plaatsvinden, blijft volgens hem de laatste jaren ongeveer gelijk. De incidenten zelf lijken echter vaker georganiseerd.

“Het aantal wedstrijden waar een incident plaatsvindt, blijft sinds corona min of meer gelijk. Maar het is de manier waarop dat toch een groot verschil kent”

Joshua Geertsen (directeur van de Dienst Voetbalveiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken)

Waar vijftien jaar geleden volgens Geertsen bijvoorbeeld enkele individuen een Bengaals vuur aanstaken, ziet hij nu acties waarbij grote delen van een tribune tegelijk pyrotechniek gebruiken. Ook confrontaties tussen supportersgroepen kunnen volgens hem vooraf gepland zijn. “Het aantal wedstrijden waar een incident plaatsvindt, blijft sinds corona min of meer gelijk. Maar het is de manier waarop dat toch een groot verschil kent.”

Groter en beter

Sociale media kunnen die ontwikkeling volgens Geertsen versterken. Beelden van pyrotechnische acties en confrontaties verspreiden zich snel online. Supportersgroepen kunnen zo zien wat andere groepen doen en elkaar proberen te overtreffen. “Het moet altijd groter zijn. Het moet beter zijn.”

Volgens Geertsen kunnen dergelijke acties gebruikt worden om andere supportersgroepen te imponeren of provoceren. Ook klassieke media spelen volgens hem een rol wanneer beelden van vuurwerk, gemaskerde supporters of confrontaties veel aandacht krijgen. Hij maakt de vergelijking met streakers tijdens sportwedstrijden. Die worden bewust niet meer in beeld gebracht om hen geen extra aandacht te geven. Bij grote pyrotechnische acties gebeurt volgens hem vaak het tegenovergestelde.

Geen wondermiddel

De preventie van supportersgeweld bestaat uit een combinatie van maatregelen. Controles, fouilleringen, camerabewaking, stewards, spotters, stadionverboden en supportersoverleg vullen elkaar aan. De aanpak bij Beerschot laat zien hoe een club probeert controles aan de stadionpoort te combineren met samenwerking en communicatie.

Tegelijk blijkt uit de uitleg van Geertsen dat veiligheid niet alleen wordt bepaald door het aantal agenten, stewards of camera’s. Ook communicatie met supporters, hun ontvangst in het stadion en het vertrouwen tussen supporters en veiligheidsdiensten spelen een rol. Tegelijk blijft handhaving noodzakelijk wanneer grenzen worden overschreden. Preventie van supportersgeweld is daardoor geen keuze tussen praten of sanctioneren, maar een combinatie van beide. En die aanpak begint lang voordat de bal voor het eerst rolt.

Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.

Als Supporter Liaison Officer van SV Zulte Waregem staat Tonia Vermeersch tussen de club en haar supporters. Ze wil sfeer en beleving, maar moet ook grenzen trekken wanneer die worden overschreden. “De grootste uitdaging is dat je zowel de supporters tevreden moet houden, maar ook de club.”

Lang voordat de wedstrijd begint, is Tonia Vermeersch al aanwezig. Niet om de tactiek te bespreken of de spelers op te wachten, maar om ervoor te zorgen dat de communicatie tussen de club en haar supporters loopt. Als er bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd een applausmoment wordt georganiseerd voor iemand die overleden is, zorgt zij ervoor dat supporters weten wat er gaat gebeuren. Wanneer de sfeergroep een actie voorbereidt, helpt ze mee om die praktisch in goede banen te leiden.

Supporters weten haar ondertussen te vinden. Tijdens wedstrijden staat ze meestal op dezelfde plaats. Wie een vraag of probleem heeft, kan bij haar terecht. Dat is in essentie haar functie als Supporter Liaison Officer (SLO). “Ik ben zo’n beetje het aanspreekpunt tussen de club en de supporters”, vat Vermeersch haar rol samen.

SLO is een vrijwillige, onbezoldigde functie, waar iedere supporter zich voor kandidaat kan stellen. Momenteel neemt Vermeersch samen met haar collega Jonas Vandeplassche de rol van SLO-team op zich.

Van supporter naar SLO

Haar band met SV Zulte Waregem bestond al lang voordat ze SLO werd. Vermeersch had jarenlang een abonnement, ging bijna iedere verplaatsing mee en was actief binnen een supportersclub. Daar hielp ze onder andere met de inschrijvingen voor verplaatsingen. Zo leerde ze door de jaren heen heel wat supporters persoonlijk kennen.

Toen de toenmalige SLO veiligheidsverantwoordelijke werd en beide functies niet meer combineerbaar bleken, kwam de vraag of Vermeersch een opleiding tot SLO wilde volgen. Op dat moment was voor haar nog niet duidelijk wat een SLO was. Vandaag vormt net die jarenlange band met de supporters een belangrijk onderdeel van haar werk. Een SLO moet dicht genoeg bij de supporters staan om hun vertrouwen te behouden, maar tegelijk samenwerken met de club en de veiligheidsdiensten.

“De grootste uitdaging is dat je zowel de supporters als de club tevreden moet houden”

Tonia Vermeersch (Supporter Liaison Officer bij SV Zulte Waregem)

Een scherp afgelijnde functieomschrijving bestaat volgens Vermeersch nauwelijks. Ze bemiddelt, communiceert en probeert problemen te voorkomen voordat andere veiligheidsactoren moeten ingrijpen. Daar zit meteen ook de moeilijkheid van haar functie. “De grootste uitdaging is dat je zowel de supporters als de club tevreden moet houden. Een goede middenweg vinden, is soms moeilijk.”

Eerst praten

Vermeersch is geen steward, politieagent of veiligheidsverantwoordelijke. Wanneer iemand de regels overtreedt, is het niet haar taak om die persoon uit de tribune te halen. Dat zou volgens haar de vertrouwensband tussen de SLO en de supporters beschadigen.

Haar eerste instrument is communicatie. Wanneer ze bijvoorbeeld vooraf merkt dat iemand verboden materiaal bij zich heeft, probeert ze die persoon eerst zelf te overtuigen om het af te geven. Pas wanneer iemand na zo’n waarschuwing weigert, zal ze het doorgeven.

Ook wanneer spanningen tussen supporters ontstaan, probeert Vermeersch eerst verbaal tussenbeide te komen. Bang om op een ruzie af te stappen is ze naar eigen zeggen niet. “We zijn allemaal voor dezelfde club”, probeert ze supporters dan duidelijk te maken. Zolang een situatie beheersbaar blijft, probeert ze zelf te bemiddelen. Wanneer het te ver gaat, laat ze het over aan stewards en politiespotters.

Die manier van werken illustreert precies waar een SLO zich bevindt: niet aan de repressieve kant van voetbalveiligheid, maar ook niet volledig aan de kant van de supporters. Vermeersch moet voortdurend inschatten wanneer ze zelf kan bemiddelen en wanneer anderen moeten overnemen.

Spanning tijdens de derby

Dat evenwicht wordt moeilijker wanneer wedstrijden gevoeliger liggen. De derby tegen KV Kortrijk is zo’n voorbeeld. Bij dergelijke wedstrijden komt volgens Vermeersch veel meer kijken dan wat supporters uiteindelijk op de tribune te zien krijgen. De veiligheidsverantwoordelijken van beide clubs werken samen met de politie en andere betrokken diensten. Er kan een combiregeling gelden, supportersbussen moeten opgelegde routes volgen en ook de verplaatsing naar het stadion wordt gecontroleerd.

Dat is niet zonder reden. Vermeersch herinnert zich verplaatsingen waarbij supportersbussen onderweg met blikken of flessen werden bekogeld. Ook het feit dat het stadion van KV Kortrijk midden in de stad ligt, maakt de verplaatsing volgens haar moeilijker te organiseren. “De weg naar het stadion en rond het stadion moet dus gecoördineerd worden.”

Voor Vermeersch is een derby daardoor veel meer dan negentig minuten voetbal. De veiligheidsorganisatie begint al tijdens de reis naar het stadion en stopt niet onmiddellijk na het laatste fluitsignaal. Zeker na een nederlaag kunnen emoties op de parking nog hoog oplopen.

Ze vindt het jammer dat zulke wedstrijden daardoor soms minder geschikt worden voor gezinnen. “Er gaan ook kinderen naar het voetbal kijken, we zien er wel steeds minder op zo’n match.” Toch benadrukt ze dat er in het stadion zelf relatief weinig incidenten plaatsvinden. De aanwezigheid van stewards, spotters en veiligheidsverantwoordelijken zorgt ervoor dat supporters weten dat er toezicht is.

Niet iedereen afschrikken

Ook over stadionverboden is Vermeersch genuanceerd. Volgens haar kunnen sancties gewone supporters wel degelijk afschrikken. Een waarschuwing dat een volgende overtreding tot een stadionverbod kan leiden, heeft volgens haar vaak effect. Bij de harde kern ligt dat anders. “De echte harde kern is niet bang om een stadionverbod te krijgen”, zegt Vermeersch. Voor sommige leden van zulke groepen kan een stadionverbod volgens haar zelfs als een soort statussymbool worden gezien. Dat maakt preventie complexer. Dezelfde maatregel heeft niet noodzakelijk hetzelfde effect op iedere supporter.

“De echte harde kern is niet bang om een stadionverbod te krijgen”

Tonia Vermeersch (Supporter Liaison Officer bij SV Zulte Waregem)

Ook politieaanwezigheid moet volgens haar in verhouding blijven. Politie moet zichtbaar zijn, maar een te grote machtsontplooiing kan volgens Vermeersch juist extra spanning veroorzaken. “We moeten zien dat er politie is, maar ook niet te veel.”

Ze verwijst daarbij naar haar ervaringen bij uitwedstrijden waar grote aantallen agenten in volledige uitrusting aanwezig zijn. Dat kan volgens haar bedreigend overkomen en averechts werken. Vermeersch ziet meer in vertrouwde stewards en politiemensen die de supporters kennen en aanspreekbaar zijn.

Sfeer zonder geweld

Vermeersch begrijpt waarom supporters sfeer willen creëren. Een voetbalstadion moet volgens haar leven. Ze wil zelf ook geen wedstrijd meemaken waarin iedereen negentig minuten stil op zijn stoel blijft zitten. “Er moet sfeer en ambiance zijn.”

Tegelijk kent ze de gevaren van vuurwerk en pyrotechniek uit persoonlijke ervaring. Als kind liep Vermeersch zelf ernstige brandwonden op. Daardoor weet ze hoe groot de gevolgen kunnen zijn wanneer vuur verkeerd wordt gebruikt. Vooral vuurwerk in een volle tribune gaat voor haar dan ook te ver.

Toch pleit ze niet voor een stadion waarin alle vormen van sfeer verdwijnen. Vermeersch ziet mogelijkheden in streng gecontroleerde vormen van pyrotechniek, waarbij vooraf duidelijk wordt afgesproken wie iets gebruikt, waar dat gebeurt en onder welke omstandigheden. Maar ook daar ziet ze een risico. “Geef ze een vinger en ze pakken je hand”, zegt ze. Er zullen volgens haar altijd supporters zijn die verder proberen te gaan dan wat werd afgesproken. “Het mag geen saaie bedoeling worden, maar het mag ook niet gewelddadig worden.”

Van pyrotechniek en supportersgeweld tot cameratoezicht en stadionverboden: hoe veilig zijn onze voetbalstadions? In de reeks ‘Voetbalveiligheid’ onderzoekt reporter Achille Vancolen welke maatregelen werken, waar het misgaat en hoe de huidige aanpak ervaren wordt.

Podcaster, mediafiguur en oprichter van mediahuis ‘Deklat Binnen’ Evert Winkelmans staat bekend om zijn uitgesproken mening over voetbalmedia. Volgens hem loopt de klassieke voetbalverslaggeving achter op de realiteit. Hij kijkt uit naar een toekomst met entertainment, persoonlijkheden en communities. “Je kan niet blijven doen alsof een klassieke studio met een paar analisten genoeg is.”

Je volgt voetbalmedia al jaren van dichtbij. Hoe kijk je vandaag naar de Vlaamse voetbalomkadering?

Evert Winkelmans: “We hangen nog altijd te veel vast aan oude gewoontes. Er zijn programma’s die de laatste vijftien jaar nauwelijks veranderd zijn. We leven ondertussen in een andere wereld. Mensen kijken anders, consumeren anders en hebben veel meer keuze. Dan kun je niet blijven doen alsof een klassieke studio met een paar analisten genoeg is.”

Zie je voorbeelden van programma’s die het wel goed aanpakken?


“De donderdagavondstudio van Play vind ik momenteel de aangenaamste voetbalomkadering om naar te kijken. Dat zit deels in talent, maar ook in durf. Met Carl Dircksens als presentator krijg je automatisch meer humor en luchtigheid. Tegelijk combineer je dat met iemand als Hein Vanhaezebrouck, aan wiens kennis niemand twijfelt. Je voelt ook dat die mensen een klik hebben opgebouwd. Daardoor durven ze verder gaan. Die sfeer is losser. Anything can happen. Dat is het gevoel dat je als kijker wil hebben.”

Waar ontbreekt het vandaag vaak aan?

“Aan persoonlijkheid. Aan entertainment. Aan verhalen. Kijk naar wat buitenlandse zenders doen. Daar bouwen ze merken uit rond hun gezichten. Expertise wordt gekoppeld aan amusement. Ik heb het gevoel dat de Vlaamse sportjournalistiek nog altijd stiefmoederlijk wordt behandeld, waardoor niemand eens zot durft te doen. Veel mensen zijn gewend geraakt aan wat ze al jaren doen.”

“Het Belgisch voetbal heeft nog nooit zoveel waarde, passie en liefde verloren als vandaag. Daar gaan binnen vijf of tien jaar studies over gemaakt worden”

Evert Winkelmans (Oprichter ‘Deklat binnen’
en host podcast MIDMID

Je bent ook erg kritisch voor de huidige situatie van het Belgische voetbal op televisie.

“Het is een schande. Echt waar. De manier waarop het Belgisch voetbal vandaag wordt gebracht is een dieptepunt. Er is geen samenvattingsprogramma meer op televisie. De huidige rechtenhouder is het seizoen gestart zonder de middelen om een degelijke omkadering te voorzien. Alles wat mensen warm maakt voor een competitie is weggehaald. Dit dieptepunt heeft wel een voordeel: het geeft veel groeimarge. Jonge sportjournalisten kunnen een frisse wind brengen.”

Heeft dat volgens jou gevolgen voor de populariteit van het Belgische voetbal?

“Absoluut. We zagen afgelopen seizoen hoeveel impact dat had. Het Belgisch voetbal heeft nog nooit zoveel waarde, passie en liefde verloren als vandaag. Daar gaan binnen vijf of tien jaar studies over gemaakt worden. Daar ben ik honderd procent zeker van. Onze competitie is heel wat fans verloren aan de Champions League en de Premier League. Dat heeft alles te maken met hoe je een voetbalproduct in de markt zet.”

“Minder studio, meer sfeer. Meer supporters, meer verhalen en meer humor. Voetbal draait om emotie. Laat dat dan ook zien”

Evert Winkelmans

Nochtans wordt vaak gezegd dat voetbal zelf nog altijd populairder wordt.

“Dat klopt ook. Er werd wereldwijd nog nooit zoveel voetbal geconsumeerd als vandaag. De economie rond voetbal groeit nog altijd. Dus het argument dat voetbal in het algemeen achteruitgaat, klopt niet. Het probleem is dat wij in België niet goed bezig zijn. Dat moeten we durven toegeven.”

Podcasts lijken intussen net aan populariteit te winnen. Verrast dat jou?

“Nee. Toen wij met ‘MIDMID’ begonnen, luisterden er amper mensen. We zijn begonnen met dertig luisteraars. De eerste afleveringen waren verschrikkelijk slecht. Maar we begonnen ermee op het juiste moment. In Vlaanderen was er bijna niets. Podcasts zijn toegankelijk, persoonlijk en bouwen een community op. Dat is een groot verschil met klassieke televisie.”

Is dat ook de reden waarom programma’s als Extra Time verdwenen zijn?

“Voor een stuk wel. Ik heb jarenlang aan ‘Extra Time’ meegewerkt en ik heb die kijkcijfers jaar na jaar zien zakken. Het succes van podcasts zoals ‘90 Minutes’ bewijst net dat er wel degelijk een publiek was voor voetbalpraat. Dat betekent dat er inhoudelijk fouten zijn gemaakt. ‘Extra Time’ was een enorm sterk merk, maar men heeft te weinig willen veranderen.”

“Er moet veel meer lef zijn in de voetbalomkadering van de media vandaag. Minder studio, meer sfeer. Meer supporters, meer verhalen en meer humor. Je moet meer doen dan een tafel met drie analisten neerzetten. Voetbal draait om emotie. Laat dat dan ook zien.”

België neemt het morgen in de kwartfinale van het WK voetbal op tegen Spanje. Maar hoe kijken jongeren naar die wedstrijd? Denken ze dat de Rode Duivels kunnen winnen? En waar zullen ze de wedstrijd volgen? Reporter Ahmad Hardan trok de straat op en vroeg het aan Antwerpse jongeren.

Dit bericht op Instagram bekijken

Een bericht gedeeld door StampMedia (@stampmedia)