reacties (0)


Noem het naïef, ideologisch of romantisch, maar het woord 'creatief' associeer ik steeds met vredevolle resultaten. Debatten over kunst kunnen hoog oplopen en er is niets zo ergerlijk als een gebrek aan inspiratie op een cruciaal moment, maar oorlog? Neen, dat lijkt mij niet echt een toonbeeld van artisticiteit.

Malcolm Gladwell denkt daar duidelijk anders over, zo bleek op het Creativity World Forum. Na een opeenvolging van verhalen over mislukken, te laat zijn en je financieringsplan naar de vuilbak verwijzen, sleept de bestsellerauteur Israël er bij de haren bij. Paragraaf na paragraaf citeert Gladwell zijn eerder gepubliceerde artikels uit The New Yorker. Steve Jobs’ aanraking met Silicon Valley is het levende bewijs dat stelen in de creatieve wereld alleen maar toegejuicht zou moeten worden. De Applegod is niet meer dan een tweaker die door enkele aanpassingen van een gekopieerd idee een heus massaproduct kon maken. Ook Mark Zuckerberg is volgens Gladwell geen pionier, maar de persoon die er als eerste in slaagde een breed publiek te trekken voor een project dat al bestond. Kommer en kwel dus, zegt de o zo meeslepende verteller. Voor een goednieuwsshow was u beter thuis gebleven.

Israël dus, de aap die ergens halverwege de presentatie uit de mouw kwam. Waarom Israël als creatief kan worden beschouwd? De Bekaavallei in Libanon was de achtergrond van de historische ‘Bekaa Valley turkey shoot’, een luchtgevecht in juni 1982. De Israeli Air Force (IAF) boekte na jaren van onrust een markante overwinning door zijn combinatie van onbemande drones en precisieraketten, het inzetten van een AWACS en een georganiseerde militaire denktank. Op de eerste dag werden 17 van de 19 Syrische luchtdoelraketten op Libanese grond vernietigd en 39 Syrische vliegtuigen uit de lucht gehaald. De volgende dag stortten nog 27 Syrische vliegtuigen neer en werd het voorlaatste luchtdoelraket geraakt. Het totaal van neergehaalde Syrische vliegtuigen lag na enkele dagen op 87. De Israëli verloren er amper 3. “Een verpletterende overwinning”, zegt Gladwell. Een overwinning die niet te danken is aan nieuwe technieken maar aan een slimme combinatie van vernietigingsstrategieën. “Eentje waar iedereen naar kijken zou en zeggen: dat is wat ik wil zijn”, meent Gladwell in zijn enthousiaste uiteenzetting.

Als in trance kijkt het publiek naar zijn wapperende handen, de op en neer deinende krullenbos, het onophoudelijke ijsberen van links naar rechts – en weer terug. Quotes worden uit Gladwells onverstoorbare monoloog geplukt en het twitteruniversum ingestuurd. Retweets stromen als regenwater over de #cwf twitterwall en in de stroom virtueel applaus is er geen enkele kritische stem. Verward kijk ik van spreker naar publiek. Het verlangen om zonder meer aan Gladwells lippen te hangen is ook in ons bloggershoekje groot. Mijn anders ijverig dansende vingers hangen roerloos boven het klavier. Een transcriptie heb ik niet nodig, denk ik terwijl ik vluchtig naar de openstaande vensters kijk. Bijna woord voor woord herhaalt Gladwell zijn eerder verschenen artikels. Niet als een mantra, maar als een steeds even wervelend gebracht verhaal. Alsof hij het daar en op dat moment uit zijn mouwen schudt, geïnspireerd door het zachte grastapijt op het sprekersplatform. Hem wil ik niet zien liegen, want zelfs in de genuanceerde daad van het publiekspreken geeft hij geen blijk van nervositeit.

Nog geen uur geleden zat ik voor hem in de sprekerslounge. Als verontschuldiging voor het mislopen van een ander interview had de vriendelijke persmedewerker Steven De Vliegher mij vijf minuutjes met de superster geschonken. Een daad waar ik nog steeds dankbaar voor ben, maar de uitleg over zijn drie gepubliceerde boeken lijkt me opeens minder van belang. Had ik maar geweten waar zijn speech over zou gaan, dan zouden de vragen die in mijn hoofd om aandacht schreeuwen, misschien beantwoord zijn geweest. Had ik maar geweten dat ik door zijn speech niet huppelend zou buiten lopen met honderd-en-één ideeën voor de toekomst, dan had ik het boek van mijn docente – een superfan – toch laten handtekenen. Om maar even te laten zien dat onprofessionaliteit langst twee kanten werkt. Had ik maar geweten dat een ongenuanceerd gesprek over een controversiële oorlog duizenden euro’s zou opleveren, dan tekende ik er als schrijver meteen voor.

Net geen 10.000 Syrische en Palestijnse soldaten vonden in het conflict tussen Israël en Libanon de dood. Bijna 20.000 Libanezen kwamen om, in vergelijking met 657 slachtoffers aan de Israëlische kant. “Een overwinning”, noemt Gladwell het. Wat hij de ’succesuitkomst noemt van een creatief proces’, noem ik vooral een ongehoord verhaal.

Op Nextness.com is een transcriptie na te lezen van Gladwells Israël-speech.

© 2011 - StampMedia - Anne O., foto: Kenzo De Bruyn


Dit artikel werd gepubliceerd door MO* - online op 23/11/2011
Dit artikel werd gepubliceerd door Het Belang van Limburg - online op 23/11/2011
Dit artikel werd gepubliceerd door Focus op Hasselt op 23/11/2011
Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 28/11/2011


Reacties

Plaats een reactie