© VAPH
reacties (0)

We mogen van geluk spreken dat we in België met z'n allen kunnen terugvallen op een sociaal vangnet. Maar dat wil niet zeggen dat het eenvoudig is om steun van de overheid te krijgen. Integendeel, ingewikkelde procedures en lange wachttijden zijn geen uitzondering. De erkenning van personen met een handicap is daar maar één voorbeeld van.  

Eerst een hele vragenlijst invullen over de impact van de handicap op je dagelijkse leven, daarna op onderzoek bij de FOD Sociale Zekerheid. De dokter daar zal jouw score bepalen. Een score die een grote impact heeft op je leven. Een punt tussen de 7 en 18 betekent dat je recht hebt op een uitkering. Als je minder hebt, verlies je alles.  

© Caro Brosens en Marlies De Beuckelaer

Caro (26) heeft de procedure al enkele keren doorlopen. Haar mening is duidelijk: “Op zoveel punten is dat systeem rot.” Wat haar vooral stoort, is de houding van de dokters. “Als persoon met een beperking probeer je je altijd sterk te houden, omdat je het gevoel hebt dat je snel veroordeeld wordt. En dus zet je een masker op. Maar bij die dokter moet dat masker af. In de vijf luttele minuten die je krijgt, is dat heel moeilijk.” En dan komen daar nog de insinuaties bij. “Op alles wat je zegt, heeft hij onmiddellijk een reactie. Die opmerkingen komen hard binnen. Ik begrijp dat ze ergens een grens moeten trekken, maar dat dokters dat doen door mensen de grond in te boren, vind ik echt niet oké.”   

© Marlies De Beuckelaer

Ook Marie Hélène (22) kan erover meespreken. “De ene vraag na de andere vuurde hij af. En tegen elk antwoord ging hij in. Hij nam mij gewoonweg niet serieus. Tot hij aan mijn gewrichten voelde, dan draaide hij wel bij.”    

Kirsten (25) zit in een categorie met een psychologische beperking die ook recht heeft op een tegemoetkoming. Voor haar is de onpersoonlijke aanpak van de hele procedure het grootste euvel. “De dokters zouden meer moeten kijken naar de persoon die voor hen zit. Voor mij is het confronterend als ze bijvoorbeeld vragen of ik mezelf kan aankleden. Aan mensen met fysieke problemen stel je toch andere vragen dan aan mensen met een ‘psychische handicap’, zoals ik?”   

© Dean Schepens en Marlies De Beuckelaer

Bovendien lijkt er ook veel willekeur in het systeem te sluipen. Dean (21) voldoet aan een heleboel voorwaarden waarop de score wordt gebaseerd en toch kreeg zijn score dit jaar een flinke deuk. “Zeven punten, wat toch wel een heel verschil is met de 12 punten ik daarvoor had. Dat voel ik natuurlijk in mijn uitkering. Daarom hebben mijn ouders en ik besloten om in beroep te gaan tegen de beslissing. Mijn school, mijn psychiater en mijn dokters steunen mij hier volledig in.”  Dean is niet de enige die zijn score plots ziet veranderen. Volgens Caro zouden haar eigen dokter en specialist, die haar situatie echt kennen, een veel hogere score geven. Hun oordeel zou dan ook meer moeten doorwegen.   

Systematisch ontmoedigd

© Kirsten Bertels en Marlies De Beuckelaer

Naast de doktersafspraken is er ook de papieren rompslomp. En dat is nu net waar Kirsten elk jaar weer tegenop ziet. “Ze zadelen je daarmee op en binnen de 30 dagen moet je het terugsturen. En dat telkens opnieuw bij elke situatie die wijzigt: bijvoorbeeld als ik ga werken, als ik ga trouwen of als er kinderen komen. Dingen waarvan je zou moeten genieten, maar voor mij betekenen ze extra stress. Ik moet dat op tijd doorgeven, want anders zou ik weleens in de problemen kunnen komen.”   

Om te tonen dat ze zeker niet wil profiteren van het systeem, is Caro na haar studie meteen gaan werken. Maar het lijkt wel alsof ze ook dat proberen te ontmoedigen, want zodra je een job hebt, ben je een deel van je uitkering kwijt. “Ik doe heel veel moeite om een diploma te halen en werk te vinden. Wat ik dan fout vind, is dat je geen inkomen uit arbeid kan halen en dat aanvullen met een uitkering. Ik heb de beslissing genomen om voor 60 procent te werken, omdat meer voor mij niet ging. Als ik de medische kosten van mijn maandloon aftrek, schiet er niet veel over.” Nu is het systeem: alles of niets. Dat vindt Caro verkeerd. “Ik wil gaan werken, ik wil bijdragen aan de maatschappij. Waarom is het niet mogelijk om daarbovenop een uitkering te krijgen om extra kosten te compenseren?”  

© Frank Sioen en Marlies De Beuckelaer

Ook Frank (29) is het daarmee eens. “Het systeem is nog altijd gebaseerd op de idee dat personen met een handicap zoveel mogelijk thuis moeten zitten en niet te veel moeten doen. Dat is niet meer van deze tijd."

De procedure focust te veel op wat je niet kan, in plaats van op wat je wel kan. Frank: “Ze zouden de vragen anders moeten stellen. Bijvoorbeeld: Wat heb jij nodig zodat je zelf 200 meter ver kan stappen? Op die manier moet je niet zeggen dat je dat niet kan. Maar wel, ik kán dat als ik mijn looprek gebruik.” Wanneer mensen het moeilijk vinden om te zeggen wat ze niet kunnen, riskeren ze een lagere score en dus minder ondersteuning.  

Een positieve noot

Frank merkt wel dat er al aanpassingen en veranderingen zijn doorgevoerd in de procedure. En dat is goed volgens hem, al is er nog werk aan de winkel. Een tip die hij wil geven: betrek er de organisaties voor en door mensen met een handicap nog meer bij. “Weg van het ‘ocharme’-model en meer naar het ‘hoe kunnen we mensen ondersteunen’-model. Mensen zelf laten bepalen hoe ze hun leven inrichten. Iemand met een handicap zou dezelfde keuzes moeten hebben als iemand zonder handicap.”  


Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 29/05/2020

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie