reacties (0)

Zowel in Antwerpen, Gent als Leuven zijn jongeren niet zelden het slachtoffer zijn van uitgaansgeweld. Ze doen daar, om uiteenlopende redenen, lang niet altijd aangifte van. "Dat strookt met eerder onderzoek, al hebben we van de voorbije 5 jaar geen cijfers meer", legt criminoloog Lieven Pauwels (UGent) uit.

Jongeren zijn op hun hoede voor uitgaansgeweld. Als ze al slachtoffer worden, zetten ze ook vaak niet de stap naar de politie. Dat blijkt uit een rondvraag, eerder deze week, in drie studentensteden. Professor criminologie Lieven Pauwels (UGent) is niet verbaasd als we hem die bevindingen voorleggen.

“Onze onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse heeft in het verleden heel wat onderzoek gedaan naar onveiligheidsbeleving op basis van de verschillende edities van de Veiligheidsmonitor, maar ook  door eigen surveys”, legt Pauwels uit. “Tussen 1997 en 2008 werd de Veiligheidsmonitor tweejaarlijks afgenomen en over die periode beschikken we dus over gegevens over het aangiftegedrag. Daaruit blijkt dat de aangiftepercentages eerder laag zijn en ook sterk verschillen per delict.”

"Verandert toch niets"

“Uit eigen studies op die gegevens blijkt dat jongeren het meest slachtoffer worden, maar zij geven ook het minst aan. Dat is opmerkelijk”, vindt professor Pauwels. “Bij 16- tot 29-jarigen ligt de bereidheid om aangifte te doen het laagst, bij zestigplussers ligt dat het hoogst. Uitgaansgeweld en gauwdiefstallen worden nauwelijks aangegeven: de belangrijkste reden daarvoor is het gevoel dat er toch niets verandert. Sommigen leggen de fout zelfs bij henzelf: ze hadden zelf een glaasje teveel op, ze waren niet voorzichtig genoeg,... Dat weerhoudt hen aangifte te doen.”

Als je voor het eerst slachtoffer wordt, ga je sneller aangifte doen. De eerste ervaring bij de politie is daarom cruciaal: “Als je dan het gestolen goed recupereert, ga je in de toekomst sneller opnieuw aangifte doen. Wie niets meer hoort en met lege handen terug naar huis keert, gaat een volgende keer minder geneigd zijn weer aangifte te doen”, weet Pauwels.

Lage ophelderingsgraad

Om zicht te blijven hebben op de criminaliteit en om de hotspots in beeld te kunnen brengen, is aangifte doen nochtans zeer belangrijk. “Het is bijna een maatschappelijke plicht”, maant Pauwels aan. “Je kan geen wonderen verwachten van een aangifte. De ophelderingsgraad is voor bepaalde feiten erg laag: dat voedt het idee dat aangeven niets uithaalt. Maar stel je voor dat niemand nog aangifte doet: dan is het beeld dat we hebben over de criminaliteit nog kleiner.”

Is het dan zo gevaarlijk in uitgaansbuurten? Pauwels nuanceert: “Sommige kenmerken van de plaatsen waar jongeren komen, zenden signalen uit: overlast, vuil of gebroken glas op straat,… Dat beïnvloedt de perceptie van onveiligheid en stimuleert mijdgedrag, los van het feit of het daar nu echt onveilig is. Al speelt reëel slachtofferschap ook een rol: wie meermaals geconfronteerd wordt met uitgaansgeweld, zal sommige plaatsen ontlopen.”

Mijdgedrag

Stellen dat jongeren schrik hebben, is voor Pauwels een brug te ver. “Op basis van de getuigenissen, maar vooral op basis van eigen onderzoek, stel ik vast dat er geen echte angst heerst voor criminaliteit. Anders zouden studenten de straat niet meer op durven. Het is eerder uitgesproken bezorgdheid om slachtoffer te worden en vooral mijdgedrag dat voorkomt.”

© 2014 – StampMedia – Dossier door Jef Cauwenberghs, Joy De Meulemeester, Niels D’Haene en Isabelle Gheldolf, i.s.m. Quinten Evens en Kim De Groot van Veto.


Dit artikel werd gepubliceerd door Jongerenplaneet.be op 28/03/2014
Dit artikel werd gepubliceerd door Allesoverjeugd.be op 28/03/2014


Reacties

Plaats een reactie