© Anneleen van Kuyck
reacties (0)

De armoede piekt in Vlaanderen, ook bij jongeren in het ASO-onderwijs. Zo zichtbaar de statistieken, zo verborgen hun verhalen. Scholen en CLB’s proberen voorbij de muur van schaamte te geraken. ‘Ze hoeden zich voor pesterijen en voelen zich misbegrepen door leerkrachten.’

“Tijdens het turnen kwam ik plat op mijn rug terecht. De volgende ochtend kon ik niet bewegen van de pijn. Een hernia, bleek later. Naar de dokter gaan was niet meteen een optie: mijn begeleider kon pas de volgende dag met 25 euro langskomen. Omdat ik zonder briefje onwettig afwezig zou zijn, heb ik me dan maar naar school gesleept.”

Overdag zat Eveline Meylemans (25) op een ASO-college in Gent, ’s avonds kwam ze ‘thuis’ in de jeugdopvang. “De meeste jongeren smijten hun boekentas in de gang en rennen naar hun kamer, terwijl ik nog taken had in de leefgroep.” Vier euro was haar dagelijks eetbudget. In de winter moest ze kiezen: koop ik een broek of een jas? Een leerkracht vroeg haar verbaasd waarom ze thuis geen radio had.

Op haar zeventiende ging ze alleen wonen met een vervangingsleefloon. Maar ook dat botste met het schoolse. “Op een gegeven moment zit je hoofd vol. Als je aan den lijve ondervindt hoe hard de wereld is, worden Duitse naamvallen een bijkomstigheid.”

Geen geld, geen kansen

Eveline verliet het college. Via een examencommissie behaalde ze toch haar diploma, daarna werd ze master in de sociale pedagogiek. Ze is gebeten door kinderrechten en het verbeteren van de levenskwaliteit van jongeren. Dit jaar begint ze aan een doctoraatsstudie.

“Ik heb het geluk gehad de juiste mensen tegen te komen,” zegt ze. “Maar geluk zou geen factor mogen zijn. Er is nood aan een structureel beleid. Armoede is in de eerste plaats een gebrek aan middelen. Wie geen geld of middelen heeft, mist kansen.”

Begin november luidde Decenniumdoelen de alarmbel. Volgens hun jaarlijkse armoedebarometer worden 680.000 Vlamingen getroffen. Ook de statistieken van Kind & Gezin tonen een kille realiteit: een op de zeven Vlaamse jongeren groeit op in een kansarme context. Situaties waarin een of beide ouders de eindjes moeilijk aan elkaar kunnen knopen, minderjarigen in de jeugdhulp of de psychiatrie, jongeren met een migratieachtergrond of nieuwkomers met een taalachterstand, de vlag dekt een brede lading.

Onbetaalde schoolfacturen 

De cijfers gaan al jaren in stijgende lijn. En zelfs dan zijn ze nog maar het topje van de ijsberg, waarschuwen de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB). “We vrezen dat het in werkelijkheid om nog veel meer jongeren gaat,” zegt Inge Van Trimpont. Als directeur van de permanente ondersteuningscel voor de CLB’s in het gemeenschapsonderwijs (GO) volgt zij het welzijn van leerlingen op de voet. “En al steekt Antwerpen er nog altijd bovenuit, het is niet louter een grootstedelijk probleem. In heel Vlaanderen stapelen de onbetaalde schoolfacturen zich op. Ook bij steeds meer middenklassers.”

© Anneleen van Kuyck

“Ik werd uitgelachen omdat we geen geld hadden om op vakantie te gaan,” getuigt Ange-Vanessa Nsanzineza (23) die nu Sociale Wetenschappen studeert aan de VUB. Na de scheiding van haar ouders woonde ze samen met haar broers bij haar alleenstaande moeder en belandde ze in een ASO-school in Merksem. “Omdat mijn moeder de hypotheek alleen moest dragen, was het tot eind oktober wachten voor we onze boeken konden betalen. Wie op de speelplaats geen ICE-watch droeg en op zijn zestiende niet met een Vespa rondreed, werd scheef bekeken.”

Maar één galajurk

“Jongeren uit een kansarme leefsituatie gaan gebukt onder een enorm stigma, vooral in het secundair onderwijs,” zegt Nele Schroyen van Netwerk Tegen Armoede. “Natuurlijk proberen ze dat te verbergen.” In het ASO nog het meest. “Het meer elitaire niveau en het feit dat ze daar een onzichtbare minderheid vormen, spelen zeker een rol,” legt psychopedagogisch CLB-consulente Kristin Vandekerckhove uit.

Eveline herinnert zich een voorval nog goed.  “In de les godsdienst werd gevraagd wat armoede voor jou betekent. Een meisje vertelde dat ze maar één galajurk had voor drie verschillende feesten. Dan besef je in welke verschillende realiteiten je leeft.”

© Anneleen van Kuyck

Geen geld? Geen rapport

“Je slikt veel in,” geeft de zestienjarige Cindy Ansong verlegen toe. Hoewel ze op haar school in Deurne de leerlingenraad voorzit en uitstekende cijfers haalt, vallen de lesdagen soms zwaar. Zeker nu haar moeder als schoonmaakster de enige kostwinner is. Na een herstructurering werd haar vader ontslagen. “Het gebeurde al vaker dat ik mijn rapport niet kreeg voor de vakantie omdat er nog onbetaalde rekeningen waren. Met veel moeite probeer ik mijn thuissituatie verborgen te houden voor sommige van mijn medeleerlingen. Zij hebben een groot huis en hun ouders een goedbetaalde job. Als mijn fietsketting breekt, dan zegt een klasgenoot me doodleuk dat ik maar een nieuwe fiets moet kopen. Dure Microsoft Office-pakketten heb ik niet op mijn computer staan. Dus moet ik voor een groepstaak altijd vragen naar de bib te komen.”

Niet op de juiste plek

Volgens een PISA-studie uit 2015 stroomt slechts 10 procent van het armste segment Vlaamse jongeren door naar het algemeen secundair onderwijs. Voor leerlingen uit beter gegoede gezinnen ligt dat op 88 procent. “Daardoor hebben kinderen uit kansarme gezinnen vaak het gevoel dat ze niet op de juiste plek zitten,” zegt Schroyen. “Ze passen niet in het systeem, worden gepest of voelen zich misbegrepen door leerkrachten.”

Eveline: “Ooit bood de school aan mijn ski-uitstap te betalen. Ik ben toch niet gegaan. Niet alleen omdat zo’n vakantie heel wat onverwachte kosten met zich meebrengt, maar ook omdat ik tijdens de Paasvakantie geld kon verdienen als jobstudent. Wie niet uit een kansarme situatie komt, begrijpt dat niet altijd.”

Plastic zak als boekentas

Ook voor Lieven Kandolo (25) was niet elke lesdag een evidentie. Na vier zware jaren in het College van Vilvoorde behaalde de rijzige twintiger onlangs zijn bachelordiploma. “Halverwege het schooljaar was het geld op en konden we geen onverwachte uitgaven meer doen. Mijn nieuwe boekentas was tegen december stuk. Ik ben nog een halfjaar met een plastic zak naar school gemoeten.”

Slechte punten niet altijd een signaal

Ook voor de school zelf is het vaak schipperen tussen een concreet beleid en bepaalde leerlingen ontzien, zodat ze niet als outsiders te kijk gezet worden. De signalen zijn niet altijd even duidelijk. Heel vaak worden spijbelen, slechte punten of asociaal gedrag aangehaald. Kristin Vandekerckhove, consulente bij het CLB, nuanceert: “In al die jaren dat ik ASO-leerlingen begeleid, zijn spijbelaars eerder een uitzondering. Ook op de punten mag je niet altijd afgaan. Je ziet het vaak: een klassenraad die pas bij dalende schoolresultaten de eerstezorgcoördinator verwittigt. Alsof daar de grens ligt. Het is niet omdat iemand mooie cijfers haalt, dat er geen probleem is.”

Seks en liefde, maar ook armoede

“Het staat niet op iemands voorhoofd dat hij of zij in kansarmoede leeft,” zegt Sandra Simokovic, directeur van Koninklijk Atheneum Deurne. “Soms herken je signalen niet. Ze zeggen dat ze hun lunch al op hebben terwijl ze er geen bij hadden. De onbetaalde schoolrekeningen en de afbetalingsplannen geven een idee bij wie het moeilijker loopt. Waar nodig zetten we extra leerkrachten in en de leerlingenbegeleider staat altijd open voor een gesprek. Sommige leerlingen gaan daar op in, anderen niet.”

Op zich is armoede niet het probleem van de school, zegt Eveline. “Maar door er op een open manier mee om te gaan en leerlingen en hun probleem te erkennen, kunnen sociale uitsluiting voorkomen.” Dat vindt Cindy ook. “Seks en liefde hebben een plaats in het curriculum, dat moet armoede ook krijgen.”

Nog te vaak komt het aan op de goodwill van de leerkracht. Nele Schroyen van Netwerk Tegen Armoede heeft zelf vijftien jaar als leerkracht in het ASO gestaan. “Sommigen leerlingen torsen veel bagage mee. Het kost hen moeite om dat telkens weer uit te leggen. Dan kan een leerkracht een wereld van verschil maken. Daarvoor moet er natuurlijk langs beide kanten vertrouwen zijn.”

Werk voor Weyts

“De strijd tegen de lege brooddoos geven we zeker niet op,” reageert minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Volgens het nieuwe regeerakkoord zal er streng worden toegekeken op de schoolfactuur. Zo zit Weyts samen met uitgeverijen en onderwijskoepels om de kosten van schoolmateriaal te drukken. Maar de veelgevraagde maximumfactuur vindt geen ingang bij de Vlaamse regering. “In het middelbaar zijn er te veel verschillende opleidingen met andere behoeften, waardoor het kostenplaatje heel ongelijk wordt.”

Ondertussen proberen organisaties bij te springen waar ze kunnen. Zo heeft Cindy de weg gevonden naar Boost, een vzw van de Koning Boudewijnstichting die zich inzet voor talentvolle jongeren uit socio-economisch kwetsbare situaties. Ze krijgt er een laptop en begeleiding in een professioneel netwerk. Welgekomen hulp om haar droom waar te maken: geneeskunde studeren en dokter worden.


Dit artikel werd gepubliceerd door De Standaard op 18/01/2020

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie