Nico Bleux is de kersverse coördinator van het actieplan Milieu en gezondheid Genk-Zuid. Hij moet erop toezien dat de 54 punten uit dat actieplan zo goed mogelijk uitgevoerd worden. Op 1 maart begon hij aan zijn nieuwe job.

Het plan bevat alle maatregelen die de stad wil nemen om de uitstoot van het vierde grootste industrieterrein van Vlaanderen zoveel mogelijk te beperken. Ook hoopt de stad met het plan een gezonde leefomgeving te verzekeren.

Punt 53 van het actieplan, 'procedure voor aanstelling van een coördinator', is alvast afgerond. Nico Bleux fungeert als bemiddelaar tussen de stadsdiensten en de task force, die bestaat uit experten van Vlaams Instituut voor Technologische Ontwikkeling (VITO) en andere instellingen. De task force staat in voor de uitvoering van het plan. Drie burgergroepen (gewone burgers, medici en mensen uit het bedrijfsleven) adviseren de experten. Ook is er een provinciale stuurgroep die zich met het plan bezighoudt.

Communicatie

Na het uitgebreide gezondheidsonderzoek in de buurt, kwamen er klachten van bewoners over gebrekkige communicatie. De verontrustende resultaten werden niet voldoende geduid en omkaderd. Informatieverstrekking is dan ook een belangrijke pijler van het actieplan. Zo zou er een nieuwsbrief voor omwonenden verspreid worden. Ook komt er een campagne in de Genkse scholen. De stad ontwikkelt daarnaast een smartphone-applicatie om de bevolking sneller te informeren.

Hoe belangrijk is communicatie in het actieplan?
Bleux: "Ik ben vooral gespecialiseerd in de problematiek van luchtverontreiniging. Ik ben wel coördinator van het actieplan, maar communicatie is niet mijn specialiteit. Hetzelfde geldt voor het gezondheidsluik. Deze twee punten zijn uiteraard erg belangrijk. Daarom nemen specialisten die taken voornamelijk voor hun rekening. Wat betreft de luchtvervuiling, ga ik wel meer een trekkersrol vervullen. Dat is echt mijn expertisegebied. Op andere vlakken treed ik op als coördinator en tussenpersoon."

Hoe lang loopt uw mandaat?
"Ik ben nu voor een periode van drie jaar coördinator van het actieplan. In die periode blijf ik wel verbonden aan het VITO, waar ik onderzoeker ben. Ik zal me voor ongeveer vijftig procent van de tijd met Genk-Zuid bezighouden. Na drie jaar moeten we zicht hebben op de effecten en vorderingen van de kortetermijndoelstellingen uit het plan. Daarna zou een verlenging van het mandaat eventueel mogelijk zijn, maar daar is nog niets over beslist."

Is een emissiecoördinator uniek in Vlaanderen?
"Er zijn wel meer plaatsen die een actieplan omtrent luchtverontreiniging hebben. Maar ik denk wel dat Genk de eerste is die dat plan zo grondig uitwerkt en voor deze manier van werken kiest. Genk-Zuid speelt op dat gebied een pioniersrol. Ook met de gezondheidsmonitoring waren ze hier bij de eersten. De job van coördinator lijkt me uniek, maar noodzakelijk. Deze functie zorgt voor een voortdurende opvolging. Dat is zeer belangrijk, zowel op het vlak van communicatie als bij onderhandelingen."

U bent zelf al jaren bezig met de problematiek. Hoe zou u de problemen op Genk-Zuid inschatten?
"Ik werk bij VITO al vijftien jaar rond luchtverontreiniging. Tijdens de laatste zes jaar was ik vaak betrokken bij studies omtrent Genk-Zuid, zowel in opdracht van de overheid als van bedrijven. Uit de gezondheidsmonitoring van vorig jaar bleek dat er in Genk-Zuid te hoge waarden van bepaalde stoffen gemeten worden. Voorlopig kunnen we daar geen rechtstreekse conclusies uit trekken. Maar de waarden zijn wel van die aard, dat er verandering moet komen. Ten opzichte van het Vlaamse gemiddelde bevat de lucht meer zware metalen. Maar deze situatie is eerder een beetje typisch voor Vlaanderen, waar woonwijken en industriegebieden dicht bij elkaar liggen. We zien hetzelfde in bijvoorbeeld Beerse of Hoboken. Maar het is wel zo dat de situatie in Genk complexer is. Hier heb je naast luchtvervuiling ook geur- en geluidshinder."

Alle bedrijven in Genk-Zuid respecteren de normen van de Vlaamse Overheid. Hoe overtuigt u hen om inspanningen te doen?
"Eerst en vooral is er het financiële aspect. Bedrijven beschouwen milieu nog altijd als een kost. Door maatregelen, zoals bepaalde subsidies, zouden bedrijven die kosten moeten kunnen terugdringen. Anderzijds maken bedrijven deel uit van een omgeving en samenleving. Zij hebben een bepaalde verantwoordelijkheid ten opzichte van hun werknemers en de omgeving. De maatschappij staat hier steeds kritischer tegenover. Zelfs investeerders beginnen te kijken naar de inspanningen die bedrijven leveren op het gebied van milieu. Dit kan natuurlijk invloed hebben op de financiering en eventueel op de aandelenkoers van een onderneming. Bedrijven kiezen dus sneller waar voor hun geld."

© 2012 - StampMedia - Paul Eyben


Dit artikel werd gepubliceerd door Nieuws.be op 21/03/2012
Dit artikel werd gepubliceerd door Jongerenplaneet.be op 21/03/2012
Dit artikel werd gepubliceerd door Het Belang van Limburg - online op 21/03/2012
Dit artikel werd gepubliceerd in Het Belang van Limburg op 24/03/2012, p. 65